De Allersmaborg in volle glorie. Bron foto: Website Allersmaborg.

 

In het kort
Vlak buiten Ezinge manifesteert het rijk begroeide terrein van de Allersmaborg zich fraai in het landschap.  Dichtbij de oever van het Reitdiep in een meander, verscholen achter de boomsingels, ligt hier het borggebouw, dat in eerste aanzet uit de 14e eeuw dateert. Aanvankelijk is er sprake geweest van een Allersmaheerd, dat wil zeggen een boerderij van het geslacht Allard (Allersma).

 

Allersmaborg te Ezinge. Bron foto: Website Allersmaborg.

De Allersmaborg staat in het streekje Allersma, binnen de gemeente Winsum en ligt aan de Allersmaweg tussen Ezinge en Aduarderzijl.


Het vermoeden bestaat dat de eerste vestiging ergens tussen 1200 en 1400 ligt. Vermoedelijk is het toen gebouwd om de sluis in het Rietdiepdijk te bewaken. Voor 1200 waren  de dijken namelijk onvoldoende betrouwbaar om buitendijks te wonen. Het oudste gedeelte van de huidige borg is het achterhuis, een 15e eeuws steenhuis, waarvan de dikke muren zijn opgetrokken uit grote bakstenen, de kloostermoppen.
Rond het borgterrein ligt een landgoed van ongeveer 2 hectare met onder andere een boomgaard met oude Groningse fruitrassen, waaronder Groninger Kroon en Zigeunerin. Hier groeien in het voorjaar ook verschillende stinsenplanten.
Eerder hebben ook drie boerderijen en een zomerhuisje bij de borg behoord. Tot de verkoop in 1899 zijn de boerderijen verhuurd aan meiers.

 

Bewoners en geschiedenis

Allersmaborg. Bron foto: Website Allersmaborg.

De familie Allersma (vernoemd naar een man met de naam Allard) komt voor het eerst voor in 1489 als ene Duirt Allersma wordt genoemd als zijlrechter van het Aduarderzijlvest. Hij treedt daarna ook nog op; onder andere in 1504. Mogelijk laat hij de gebinten plaatsen boven het achterhuis, die afgaand op de telmerken dateren van rond 1500. Zijn nazaat Sirp Allersma (1) wordt genoemd tussen 1525 en 1552. Zijn grafsteen in de kerk van Ezinge vermeldt het overlijden op 10 maart 1553. Tot de heerd behoren bij de boedelscheiding na zijn dood 222,5 grazen land (ruim 110 hectare), waarmee het een zeer grote boerderij is geweest voor die tijd. Deze akte is tevens de eerst vermelding van de Allersmaheerd. Zijn zonen Cornelis en Duurt Allersma verkrijgen de heerd. Cornelis trouwt met Meyt Froma, maar overlijdt zonder kinderen na te laten in 1556, waarop Duurt Allersma de eigenaar en bewoner van de heerd wordt. Hij trouwt met Abele toe Nansum, maar ook dit huwelijk blijft kinderloos. Zowel de Froma's als de toe Nansum’s zijn ‘adellijke’ geslachten. Omdat Duurt geen kinderen nalaat, zal de borg uiteindelijk in handen komen van de ‘niet-adellijke’ boerenfamilie Elema, waardoor de borg nooit in handen komt van een adellijk geslacht en de eigenaren zich geen jonkers kunnen noemen. Ergens in de 16e eeuw laat een van de Allersma's het steenhuis uitbreiden met een nieuwe vleugel, waardoor het geheel een L-vorm heeft gekregen.

 

Portret van Anna Elema. Bron: Wikipedia Commons.

De gijzeling van Anna Elema
Sirps dochter Anna (Sirps) Allersma trouwt ondertussen in 1544 met Reneko (Waelckos) Elema van de Elemaheerd bij Uithuizen. Reneko is tijdens de Tachtigjarige Oorlog Staatsgezind, wat ertoe leidt dat de Elemaheerd wordt geconfisqueerd door de Spaansgezinde stadhouder Rennenberg. Reneko vlucht daarop naar Wolthusen in Oost-Friesland, terwijl Anna met haar zoon Sirp Elema (20) en dochter Tjalde Elema (18) vlucht naar haar broer op de Allersmaborg. Waarschijnlijk omdat Reneko Elema in 1581 samen met Wigbolt van Ewsum een leidende rol speelt bij de kidnapping van de Spaansgezinde procureur Cornelis Kempis door de watergeuzen in Appingedam, laat Rennenberg hen echter in 1581 door Spaanse soldaten arresteren en gijzelt hen vervolgens gedurende vijf weken op 'het slot te Middelstum’ met de eis "dat Anna Ellema niet solde und konde lossgeven worden, voerdat M. Cornelis Kempis durch Elema gelaxiert und vrijgeven worde". Elema is hierdoor gedwongen om ervoor te zorgen dat Kempis wordt vrijgelaten. Deze vrijlating wordt in 1922 feestelijk herdacht met een historische optocht vanuit Ezinge, waarbij de vrijlating wordt nagespeeld. Sirp Elema behoort in 1581 net als zijn vader tot de 186 Ommelander edelen die Filips II als vorst afzweren. Hij zit in 1584 nogmaals korte tijd gevangen.

 

Portret van Duurt Sirps Elema Tho Allersma. Foto: Harm Hofman.

 

De Elema’s
Duurt Sirps Elema Tho Allersma laat bij zijn dood in 1588 geen mannelijke nakomelingen na, waarmee het geslacht Allersma uitsterft. Hij legateert 50 grazen land van de Allersmaheerd aan zijn neef Sirp Elema, die in het jaar van zijn dood in Lutke Saaxum getrouwd is met weduwe Jantien Abels. Sirp verkrijgt vervolgens ook de Allersmaheerd, maar onbekend is wanneer, al moet het vóór de reductie van 1594 geweest zijn. Mogelijk is dit na de dood van zijn moeder in 1592. Hij woont echter nog in 1598 in Lutke Saaxum. Onder het nieuwe Staatse bewind weet Sirp op te klimmen tot Gedeputeerde van de Ommelanden. In 1605 is hij lid van de Provinciale Synode. In 1605 overlijdt zijn vrouw, waarop hij in 1606 terugkeert naar de Allersmaheerd. In 1610 treedt hij opnieuw in het huwelijk, namelijk met Hillegund Swalve uit Leeuwarden. Hij bezit dan de Allersmaheerd met 104 grazen en de eveneens onder Ezinge gelegen (en door een meier bewoonde) Hummersmaheerd met ongeveer 45 grazen en de Elemaheerd met 50 grazen. Swalve brengt onder andere de zogenoemde Luursemaheerd onder Feerwerd met 70 grazen in. Uit de huwelijksovereenkomst lijkt naar voren te komen dat Allersmaheerd destijds wordt verbouwd. Vermoedelijk wordt dan aan noordzijde een nieuwe vleugel gebouwd aan het steenhuis. Sirp is vooruitstrevend voor zijn tijd. Zo verricht hij agrarische proeven en probeert hij druiven te kweken op Allersma.

 

Allersmaborg.

 

Na de dood van Sirp in 1625, zijn de kinderen uit zijn tweede huwelijk nog minderjarig. Zijn zoon Duirt Elema trouwt in 1639 met Meeuwertien Fockens. Na zijn huwelijk verkrijgt hij in de loop der tijd door het uitkopen van de andere erfgenamen Allersma volledig in eigendom. Hij is onder andere erfschepper van Ezinge en Hardeweer en medegecommitteerde van de admiraliteit tot Harlingen en medegecommitteerde van de Raad der Ommelanden. Hij is het die de heerd rond 1650 laat verbouwen tot een landhuis met singels, een gracht met een ophaalbrug en een duiventil: een heerlijk recht. Aan het achterhuis laat hij aan noordzijde een aanbouw maken van een bouwlaag. Mogelijk laat hij dan ook het 17e-eeuwse dak op het achterhuis plaatsen. Duirt bezit ook twee huizen in de Turftorenstraat in de stad Groningen. Hij is hoofdeling, maar noemt zich geen jonker. Toch begint men het vanaf die tijd aan te duiden als borg. Duirt trouwt drie maal, maar al zijn negen kinderen overlijden jong. In 1682 overlijdt hijzelf en daardoor sterft het geslacht Elema van Allersma in mannelijke lijn uit.

 

 

De families Busch, De Marees en Van Swinderen

 


De Allersmaborg op een kaart van 1822.
Atb. boven: De Allersmaborg op een kaart van 1822. (Bron: RUG).

Duirt heeft geen testament opgemaakt. Na zijn dood van Duirt worden Allersma en bijbehorende heerlijke rechten in 1583 daarom door de erfgenamen overgedragen aan Reneke Busch. Deze is een achterkleinzoon van hugenoot Hubert du Bois, die na de Bartholomeusnacht in 1572 vanuit Nancy naar de Nederlanden is gevlucht. Zijn grootvader is door zijn huwelijk met Cornelisje Elema (de zus van Sirp) aangetrouwde familie. Busch is raadsheer in Groningen en tussen 1686 en zijn dood in 1710 ook diverse malen burgemeester van Groningen. Hij laat begin 18e eeuw een nieuw voorhuis bouwen voor de borg. In het huis wordt dan ook een luidklokje voor het personeel geplaatst dat in de Tweede Wereldoorlog voor de Duitsers wordt verstopt in de tuin en vervolgens pas in 1965 weer (gebarsten) wordt teruggevonden bij tuinwerkzaamheden.

 

Zijn enig kind, dochter Johanna Busch, erft na zijn dood Allersma, dat dan bestaat uit ongeveer 122,5 grazen land en omvat tevens verschillende heerlijke rechten, waaronder de staande schepperij van Ezinge en Hardeweer, 12 van de 18 ommegangen in een klauw binnen de grietenij van Ezinge, 3 van de 13 ommegangen in de klauw van Hardeweer, 3 ommegangen in de grietenij en schepperij van Feerwerd en enkele collatierechten. Johanna is bij de dood van haar vader al weduwe van Johan de Marees, een hugenoot die uit de Zuidelijke Nederlanden gevlucht is. Zij hertrouwt met Johan Roberts. Na haar dood in 1729 wordt haar zoon Reneke Busch de Marees eigenaar. Hij trouwt met Anna van Gessler. Zij laten een fraai versierde herenbank met hun wapens plaatsen in de kerk van Ezinge. Ergens tussen 1740 en 1745 maakt beeldhouwer Cornelis Kooystra in opdracht van hen een wandbetimmering in Lodewijk XIV-stijl in de vestibule tegenover de hoofdingang van de borg met hun alliantiewapens en een fonteintje. Reneke laat in het tweede kwart van de 18e eeuw (mogelijk tegelijkertijd) aan oostzijde van de borg een voorhuis van een woonlaag bouwen. Ook bouwt hij een nieuw schathuis links voor de borg en een nieuwe duiventil.

 

Reneke is net als zijn vader burgemeester van Groningen en heeft voor Groningen zitting in de 'Edele Mogende Heeren Gecommitteerde Raaden van de Admiraliteit van Amsterdam'. Ook is hij bewindhebber van de Kamer van de WIC in Groningen geweest en van 1666 tot 1679 secretaris van de curatoren van de Groningse hogeschool. Na zijn dood in 1763 erft hun enige dochter Johanna Busch de Marees, Allersma. Zij is getrouwd met Albert Hendrik van Swinderen, die eveneens raadsheer en burgemeester van Groningen is. Johanna overlijdt reeds in 1766 nadat zij van de trap valt, half verlamd wordt en vervolgens na in coma te zijn geraakt overlijdt. Zij heeft uitdrukkelijk te kennen gegeven te willen worden begraven op het landgoed en niet in de kerk van Ezinge. Haar graf wordt vermoed tegenover de ophaalbrug.

 

In 1802 overlijdt ook Van Swinderen en krijgt zijn zoon Reneke de Marees van Swinderen Allersma. Hij verkrijgt in 1817 van koning Willem I het predicaat jonkheer. Kort daarna laat hij het voorhuis voorzien van een verdieping, waarbij het geheel een neoclassicistische uitstraling krijgt. Mogelijk wordt dan ook de duiventil opnieuw opgetrokken in neogotische stijl.

 

Na zijn overlijden in 1848 erft zijn oudste kleinzoon jonkheer meester Reneke Meinard Adriaan de Marees van Swinderen de borg. Hij is naast kantonrechter bij het Kantongerecht Zuidhorn en lid van Gedeputeerde Staten van Groningen vanaf 1853, ook de eerste notaris van Ezinge. Voor zijn functie als notaris laat hij in 1853 tussen het huis en de duiventil het klerkenhuis bouwen. Hier tegenaan laat hij een kas bouwen voor zijn druiven. Tevens laat hij een nieuw koetshuis met paardenstal bouwen aan de achterzijde van de borg. Vermoedelijk wordt dan ook het oude schathuis linksvoor de borg afgebroken, dat op een plattegrond uit 1822 nog zichtbaar is.


Jhr. Mr. M.A. de Marees van Swinderen. Bron foto: Website Allersmaborg.
Johanna Van Swinderen Busch de Marees (1736-1766). Bron foto: Website Allersmaborg.
Duirt Elama (1618-1682). Bron foto: Website Allersmaborg.
Meeuwertien Fockens Elama, vrouw van Duirt Elama. Bron foto: Website Allersmaborg.
Atb. boven: Jhr. Mr. M.A. de Marees van Swinderen. (Bron: Groninger Archieven). Atb. boven: Johanna Van Swinderen Busch de Marees (1736-1766). (Bron: Groninger Museum). Atb. boven: Duirt Elama (1618-1682). (Bron: Groninger Museum). Atb. boven: Meeuwertien Fockens Elama, vrouw van Duirt Elama. (Bron: Groninger Museum).

 

Als notaris komt hij in tegenstelling tot zijn voorgangers, die toch vooral in de stad verblijven, veel meer in aanraking met de Ezinger bevolking. 's Winters woont hij in zijn fraaie huis aan de noordzijde van de Grote Markt in Groningen, maar de rest van het jaar verblijft hij op de Allersmaborg, waarvan hij de tuin in Engelse landschapsstijl laat aanleggen. Hij betekent veel voor het verenigingsleven in Ezinge, waar hij onder andere optreedt als gastspreker op vergaderingen van de lokale vereniging van 't Nut en beschermheer is van het muziekgezelschap De Eendracht. Dit muziekgezelschap geeft hiervoor jaarlijks een concert op de borg, waar veel mensen vanuit de omtrek (vanaf Uithuizen tot Groningen) op af komen. Dit gaat vergezeld van een kermis op de borg. Volgens Johan Adriaan Feith, die hem goed heeft gekend, heeft hij in de vestibule twee kleine bronzen scheepskanonnetjes staan die worden gebruikt om gasten die zich verslapen met een kanonschot wakker te doen schrikken. Deze kanonnetjes worden eerder soms naar het zomerhuisje op de dijk gesleept om daar vrienden en kennissen te salueren die per stoomboot over het Reitdiep naar de badplaats Schiermonnikoog varen.

 

Reneke is getrouwd met Pompeja Anna Frederica Siertsema en krijgt twee kinderen; een dochter met de naam Agnes Maria die jong overlijdt en een zoon die hij net als hem de naam Reneke Meinard Adriaan (René) geeft. Met deze zoon, die gaat werken als hogeschoolrijder in het circus, krijgt hij ruzie over zijn verkwistende levensstijl, waardoor deze geruïneerd raakt. Zijn vader wil hem daarop geen geld meer geven, waarop zoonlief naar Frankrijk gaat met het circus. Hij overlijdt aldaar vervolgens op 32-jarige leeftijd aan de gevolgen van een longziekte, waardoor vader Reneke kinderloos achterblijft. Ten slotte overlijdt ook zijn vrouw. De families De Marees en Van Swinderen zijn ondertussen gebrouilleerd met elkaar geraakt. Reneke weet dat zijn neven en nichten uit beide families weinig aan de borg gelegen is en geeft daarom vervolgens zijn porseleinverzameling en enkele schilderijen van zijn voorouders aan het Groninger Museum om te voorkomen dat deze na zijn dood naar elders zullen verdwijnen. In 1899 overlijdt hij: volgens zijn overlijdensadvertentie in zijn slaap, maar volgens de overlevering hangend uit het raam van zijn slaapkamer als gevolg van een astma-aanval. Omdat zijn neven en nichten inderdaad geen belang blijken te hebben bij het geheel, laten ze het huis leeghalen en zetten het voor het eerst in zijn geschiedenis te koop en wel op afbraak.

 

De Allersmaborg gered van de sloop

 

Het Groningse kalksteenbedrijf Switters en Terpstra koopt vervolgens de borg voor 7175 gulden met de bedoeling het geheel af te breken. Vervolgens laat zij het bos van Allersma bij de borg met eiken, iepen, essen en notenbomen kappen, breekt het zomerhuisje op de dijk af en sloopt alvast de schouwen uit de borg. Rijksarchivaris Johan Adriaan Feith spreekt in de Groninger volksalmanak van 1901 schande van de voorgenomen sloop van de Allersmaborg. Hij beschouwt de sloop van een van de weinige overgebleven landhuizen en het slechten van een van de zeldzame landgoederen van Groningen met haar singels, lanen, grachten en tuinen als verwerpelijk. Hij schrijft het stuk nog in 1899 en spreekt de verwachting uit dat nog vóór de 20e eeuw het gebouw gesloopt zal zijn.

 

In 1901 en later in 1960 ondernemen nazaten van de familie Oomen een vergeefse poging om de borg te kopen. Zij stellen dat Anna Oomen, geboren in 1884, een kind is van Johanna Everharda Oomen en Reneke Meinard Adriaan de Marees van Swinderen. Uiteindelijk is het echter Jan Willem Bolt, de opvolger van Reneke als notaris in Ezinge, die de sloop weet te voorkomen door het huis over te kopen van het sloopbedrijf om er vervolgens zelf te gaan wonen. In 1913 koopt zijn opvolger, notaris Hendrik van Veen de borg. Deze verkeerde dan in slechte staat.

 

Zijaanzicht van de Allersmaborg met een deel van de gracht. Bron: Wikipedia Commons.

 

Een jaar eerder schrijft historicus Johan Huizinga in de Groninger volksalmanak nog als een van de borgen die "op kommerlijke wijs" bestaan. Van Veen vervangt de druivenkas bij het klerkenhuis in 1915 door een prieel. In 1923 koopt de rentenierende Garnwerder landbouwer Olfert de Boer de borg en knapt huis en tuin weer op. In zijn tijd wordt er jaarlijks tussen 1926 en 1937 in de zomer onder leiding van een dominee het ‘Boschfeest’ gehouden, met christelijke muziekkorpsen en zangkoren. In 1939 onderhandelt hij met de vereniging Groninger Gemeenschap van Linthorst Homan om de borg over te nemen, maar mogelijk zorgt de Tweede Wereldoorlog ervoor dat het plan niet doorgaat. In 1942 maakt de Groningse 'kastelen-schilder' Anco Wigboldus een vogelvluchtperspectief van de borg, waarbij hij echter meer naar het roemrijke verleden tekent dan naar de actualiteit in 1942. Na het overlijden van De Boer in 1943, wordt het huis gebruikt als dependance van het Rijksarchief in Groningen (huidige Groninger Archieven). In de oorlogsjaren doet de borg tevens dienst als onderduikadres. Het landgoed wordt ondertussen gebruikt door dagjesmensen uit Groningen.

 

Annie Vriezen en de Kunstenaarskolonie

 

In 1946 koopt de gemeente Ezinge de borg voor een bedrag van 12.000 gulden. Nadat studenten in 1947 er al het stuk Granida opnemen, komt de borg in de jaren 1950 in trek bij verschillende kunstenaars, waaronder de teken- en schildersvereniging De Linetreckers, die onder leiding staat van schilder Johan Dijkstra van De Ploeg. De gemeente Ezinge laat vanaf 1956 het arbeidersgezin van Albert Siegers, die verderop werkt bij een boer, de borg gratis bewonen mits zij de borg en het borgterrein onderhouden. Vanaf 1962 nemen kunstenaar Martin Tissing en zijn vrouw, weefkunstenares Annie Vriezen, het klerkenhuis in gebruik om er te gaan wonen. In 1964 vertrekt de familie Siegers en komt de borg leeg te staan. Daarop gaan Tissing en Vriezen hier wonen. Het klerkenhuis richten zij in voor tentoonstellingen. In de eerste jaren nodigt het kunstenaarsechtpaar jaarlijks als vervolg op het vroegere Boschfeest muziekkorpsen en zangkoren uit de omtrek uit voor het houden van een zomerfeest.

 

Duiven met links het prieel. Bron:Wikipedia Commons.

 

Het kunstenaarsechtpaar maakt van de borg een kunstenaarskolonie, een ontmoetings- en expositiecentrum van voor onder andere bevriende kunstenaars als Edu Waskowsky, Gjalt Blaauw, Henri de Wolf, Karl Pelgrom, Matthijs Röling en fotograaf Sanne Sannes. Vriezen heeft verder veel contacten met Poolse kunstenaars, die soms ook op de borg komen om er te werken. Ook lopen schrijver Belcampo en dichteres Fritzi Harmsen van Beek er rond en komt kunsthistoricus Henk van Os er weleens, terwijl hij de Piloersemaborg bewoont. In de zomer worden er kunsttentoonstellingen gehouden. Sannes schiet onder andere samen met Remco Campert (als regisseur) en Gerrit Jan Wolffensperger (als hoofdrolspeler) opnamen voor zijn film Sanne Lucia of Santa Lucia (Dirty girl) op en rond de borg, die de VPRO in eerste instantie weigert uit te zenden vanwege het 'verregaande erotische en sadistische karakter', zoals de filmkeuring het noemt. Boeren uit de omgeving zien tijdens de opnames naakte vrouwen op het landgoed lopen, hetgeen er bijna toe leidt dat de gemeente Ezinge Vriezen uit het pand laat zetten.

 

Tissing en Vriezen gaan in 1973 uit elkaar, waarop Tissing de borg verlaat. Vriezen heeft vervolgens een relatie met Blaauw tussen 1973 en 1983, maar blijft daarna alleen wonen op de borg omdat de meesten het er toch te eenzaam vinden. In 1977 schrijft Els Pelgrom op de borg haar boek De kinderen van het Achtste Woud.


Hal met wandbetimmering door Cornelis Kooystra (omstreeks 1740). Bron foto: Website Allersmaborg.
Atb. boven: Hal met wandbetimmering door Cornelis Kooystra (omstreeks 1740). Bron: RUG.

De gemeente Ezinge heeft te weinig geld voor het onderhoud, waardoor de borg steeds verder vervalt. In 1972 laat zij de duiventil slopen en vervangen door een exacte replica.

 

Tevergeefs probeert zij de borg in 1974 te verkopen op voorwaarde dat deze bewoond zal worden en het terrein een openbare functie gaat krijgen. Uiteindelijk draagt de gemeente na onderhandelingen in 1976 de borg en het omringende landgoed daarom voor een symbolisch bedrag van 1 gulden over aan Staatsbosbeheer.

 

De borg, die het Rijk eerst van minder waarde acht, wordt door Staatsbosbeheer in erfpacht gegeven aan de provincie Groningen. Zij wordt hiermee verantwoordelijk voor de kosten van het onderhoud. De provincie geeft de borg in 1981 in beheer bij de Stichting Groninger Borgen, die de borg weer doorverhuurt aan Annie Vriezen.

 

Op initiatief van Vriezen wordt de borg tussen 1976 en 1977 gerestaureerd onder leiding van architect Pieter Lauwrens de Vrieze en amateur-historicus Gerrit Overdiep, waarbij deze wordt teruggebracht in 19e-eeuwse staat. De kosten bedragen ruim een miljoen gulden, waarvan 50% wordt betaald door het Rijk, 30% door de gemeente Ezinge en 20% door de provincie Groningen.

 

Staatsbosbeheer plant de aanpalende boomgaard vol met oude fruitrassen en onderhoudt de Engelse tuin. Zij heeft wel alles uit de kast moeten trekken om de borg als expositieruimte te behouden. Er zijn namelijk plannen om de borg in te richten als dependance van het Nationaal Rijtuigmuseum in Nienoord. Ter gelegenheid van de voltooiing van de restauratie houdt Vriezen in 1978 een tentoonstelling in het koetshuis waaraan naast Tissing, Vriezen, Blaauw, Sannes en Waskowsky ook Jan de Boer, Magdalena Abakanowicz en Henk Keimpema deelnemen. Het succes van deze expositie leidt ertoe dat het koetshuis definitief als expositieruimte in gebruik genomen wordt en wel voor jonge kunstenaars, die hier hun eerste werk kunnen tonen. Zo exposeren onder andere de kunstenaars Gerlof Hamersma, Els Otten en Marie-Louise Schmier op de beeldenexpositie 'Tien seizoenen kunst op de borg', exposeert Fie Werkman er in 1980, 1986 en 1997 en neemt in 1983 Jonne Severijn op de borg de film 'Dodenakker' op. Vanaf 1983 wordt Vriezen in haar werk bijgestaan door de Stichting Expositiecentrum Allersmaborg.

 

Voor het huis heeft vroeger een kastanjeboom gestaan van ongeveer 250 jaar oud, een ongewoon hoge leeftijd voor een dergelijke soort. De boom wordt beschadigd bij de storm van 1972, maar blijft dan nog wel staan. Bij de winter van 1978-1979 loopt de boom zoveel schade op, dat nog tijdens een volgende storm dat jaar, boomchirurgen de boom omhalen.


In de jaren 1990 wordt in overleg met Vriezen gezocht naar een nieuw onderkomen voor haar. De onderhandelingen hierover met de borgenstichting verlopen echter stroef en in 1999 dreigt de stichting haar eruit te zetten door de zaak voor de rechter te brengen om haar huurcontract te ontbinden. Haar wordt wanbeleid en verwaarlozing verweten. Zo is de stichting het er niet mee eens dat er kippen lopen in het voorportaal van de borg. Uiteindelijk wordt overeengekomen dat Vriezen in 2001 zal verhuizen. De borgenstichting is daarvoor al in onderhandeling met de Rijksuniversiteit Groningen om een meer financieel rendabele invulling te vinden voor de lange termijn. De universiteit besluit daarop in 2001 in eerste instantie om het gebouw te huren en een architect te laten onderzoeken wat de mogelijkheden voor het pand zijn. Ter overbrugging wordt het gebouw bewoond door kraakwachten van leegstandsbeheerder CareX.

 

Allersmaborg. Bron foto: Website Allersmaborg.

 

De Rijksuniversiteit van Groningen geeft verschillende bestemmingen aan de borg

 

In 2005 wordt de borgenstichting zelf opgeheven en besluit de Rijksuniversiteit om het gebouw voor 30 jaar in erfpacht over te nemen via de door haar daarvoor opgerichte Stichting Allersmaborg. De universiteit besluit om het gebouw op te knappen, waarbij geprobeerd wordt om via fondsenwerving bij alumni (2) een deel van de verbouwing te bekostigen. Uiteindelijk wordt eind 2005 bijna een half miljoen opgebracht door donaties van oud-studenten, waarvan overigens 200.000 al van te voren is toegezegd door een fonds van een alumnus.

 

De renovatie vindt plaats tussen 2005 en 2006 en kost ruim 1,2 miljoen euro. Hierbij wordt het klerkenhuis verbouwd om het geschikt te maken voor de functie van logies en ontbijt. De restauratie van het koetshuis wordt in 2006 een aantal maanden stilgelegd op last van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg omdat de aannemer zonder bouwvergunning en monumentenvergunning is begonnen en de waardevolle paardenboxen (enkele van de oudste in Groningen) uit de stallen heeft gesloopt. In 2006 wordt de borg deels ingericht als het alumnihuis van de universiteit en deels als plek voor vergaderingen, masterclasses en werkconferenties, waarbij twee vertrekken als slaapzaal worden ingericht. De borg wordt ook beschikbaar gesteld voor feesten en partijen en trouwplechtigheden.

 

De bovenverdieping van de borg herkrijgt haar woonfunctie. Tussen 2007 en 2010 bewonen Sibrand Poppema, vicevoorzitter van de raad van bestuur van het Universitair Medisch Centrum Groningen en decaan van de Faculteit der Medische Wetenschappen, en zijn vrouw Joke de borg als borgheer en borgvrouw. In eerste instantie woont het echtpaar hier gratis, maar nadat hier kritiek op komt omdat Poppema meer dan de Balkenendenorm verdient, wordt besloten dat zij wel huur dienen te betalen. In 2008 worden de tuinen en singels opgeknapt met behulp van een subsidie van de provincie Groningen en het Europese LEADER-fonds. De tuinen krijgen daarbij het aanzien van een slingertuin. In 2011 wil Joke Poppema het rustiger aan gaan doen. De exploitatie van de borg wordt daarom overgedaan aan Hampshire Hotels Groningen en het echtpaar verlaat de borg. André en Janneke Koch, werkzaam op de borg voor Hampshire, bewonen de borg vervolgens als borgheer en borgvrouw tot in 2015 de exploitatie wordt overgedaan aan cateraar Beijk. Sindsdien zorgt Beijk voor bewoning en beheer van de Allersmaborg.

 

De Rode Kamer. Bron foto: Website Allersmaborg. Klerkenhuis met terras en duiventil. Bron foto: Website Allersmaborg. Vooraanzicht Allersmaborg, met rechts het klerkenhuis met terras. Bron foto: Website Allersmaborg.
Afb. boven: De Rode Kamer. Foto: Website Allersmaborg. Afb. boven: Klerkenhuis met
terras en duiventil. Foto: Website Allersmabog.
Afb. boven: Vooraanzicht Allersmaborg, met rechts het klerkenhuis met terras. Foto: Website Allersmaborg.

 

Foto boven: De opkamer is nog aanwezig en kan worden gebruikt als vergaderlokatie. De twee bedsteden zijn nog volledig intact aanwezig. Foto: Harm Hillinga

Huidige situatie
De Allersmaborg staat aan de Allersmaweg nr. 64 (9891 TD Ezinge, tel. 0594-628055) bestaat nog steeds uit een voorhuis en een achterhuis. Het voorhuis in verdeeld in de Notaris Kamer, de Rode Kamer, de Blauwe Kamer en de Opkamer. Het achterhuis bestaat uit het Koetshuis en de Slaapzalen. De Blauwe Kamer heeft een capaciteit tot 50 personen, de Rode Kamer heeft de beschikking over een ruimte tot 20 personen. In het Koetshuis is plaats voor ongeveer 100 personen bij een feest en 50 personen bij een diner. De Opkamer wordt vaak gebruikt voor vergaderingen tot 15 personen, terwijl in de Notariskamer ongeveer 6 personen kunnen vergaderen.

 

De Allersmaborg heeft 2 slaapzalen. Beide slaapzalen beschikken over 6 comfortabele stapelbedden, dus in totaal zijn er 24 slaapplaatsen. Elk slaapzaal is voorzien van douches, wastafels en toilet. Ideaal als de gasten niet meer naar huis willen rijden.
Voor het ontbijt-lunch-diner maakt men veelal gebruik van de Blauwe Kamer, de Rode Kamer of het Koetshuis. De Blauwe Kamer kunnen 30 personen dineren, per  Rode Kamer 10 personen en in het Koetshuis ca. 50 personen. De Allersmaborg wordt ook veel gebruikt als trouwlocatie, waarbij het bruidspaar kan overnachten in de bruidssuite van het Klerkenhuis dat voorzien is van een slaapkamer met tweepersoonsbed, een woonkamer, een keuken en een badkamer met douche en ligbad. Na telefonisch overleg is er een rondleiding mogelijk.

 

Bruidsparen overnachten in de allersmaborg te Ezinge
Naast de Allersmaborg bevindt zich het gastenverblijf 'Het Klerkenhuis'; een unieke locatie voor bruidsparen om te overnachten. Het Klerkenhuis biedt naast een comfortabele slaapkamer ook een ingerichte woonkamer en een nette keuken. Je logeert in een 16e eeuwse entourage. Door de prachtige natuurlijke omgeving komt u volledig tot rust.
Het schilderachtige landschap van het Groningse Reitdiepgebied met zijn prachtige wierdendorpen leent zich uitstekend voor wandelen, fietsen of tochten met de auto. Meer over de omgeving lees je hier.


Het Klerkenhuis bevat de volgende faciliteiten:

Foto: Website Allersmaborg.


De slaapkamer met boxspring (twee persoons) en beddengoed.
De woonkamer heeft een zithoek en een sierhaard. Er is een eetzitje en de aankleding ziet er prachtig uit.
Ook is er een keuken met een koelkast, een Senseo apparaat en een waterkoker. Uiteraard ontbreekt keukengerei niet.
Tot slot is er nog een minibar, die tegen betaling wordt gevuld.
In de badkamer vind je behalve een bad ook een douche en de benodigde handdoeken ontbreken niet.


Je kunt de beheerder van de Allersmaborg bereiken onder tel. nr. 0594 628055.
Adresgegevens: Allersmaborg, Allersmaweg 64, 9891 TD EZINGE. E-Mail: info@allersmaborg.nl

 

Literatuur en bronnen:
* Formsma, W.J. e.a., 1987, De Ommelander borgen en steenhuizen. ISBN 90 232 2314 4.
* Tilbusscher, Allersma bij Ezinge, 15 febr. 1930, Nieuwsblad van het Noorden.
* J.J., L.M. Pronk Siersema en H. Scherings, 1994, Vroeger in Middag. Uitg. Profiel, Bedum.

* Website Het Verhaal van Groningen.

* Website De Allersmaborg.

* Website RUG. (Rijks Universiteit Groningen.

 

Noten:
(1) Sirp Elema geboren in 1594, is een zoon van Anna Allersma en Reneke Elama. Gerard ten Cate stuurde op 27 nov. 2011 de persoonskaart van Anna Elama lees je hier.

(2) Een alumnus (mv/m alumni, vr alumna, mv/vr alumnae) is een afgestudeerde, oud-student(e) van een universiteit of hogeschool. Het woord is afkomstig uit het Latijn en betekent 'afgestudeerde'. Universiteiten en hogescholen in Vlaanderen en Nederland besteden steeds meer aandacht aan het onderhouden van goede contacten met hun alumni, dit voor het verkrijgen van donaties en het regelen van stageplaatsen of banen voor hun studenten. Het onderhouden van contacten met oud-studenten gebeurt veelal in de vorm van (netwerk)borrels en/of thema-activiteiten, alsmede het periodiek toezenden van een tijdschrift. Zowel opleidingsgerelateerde als actuele onderwerpen kunnen hierbij aan bod komen. Traditioneel gezien hebben alumni van universiteiten een sterke(re) band met hun universiteit, meer dan hogeschoolstudenten hebben met hun hogeschool. Veel hogescholen proberen hier echter verandering in te brengen


Aan bovenstaande tekst is de uiterste zorgvuldigheid besteed. Desondanks kunnen er best fouten
voorkomen. Constateer je fouten en/of heb je vragen, correcties, aanvullingen...
geef die dan even aan mij door via mijn E-mail adres.

Hoogeveen, geheel herschreven 07-05-2018
Verhaal: © Harm Hillinga
Menu Artikelen. HomePage
Top