Het Koude Gat
in Groningen

Corps du Garde van Lodewijk XVIDe in het verre verleden strategische route van Groningen naar het zuiden liep over de Hondsrug. Op de laatste uitloper daarvan ligt de Herestraat die in het centrum van de stad Groningen begint tussen de beide pleinen Grote Markt en Vismarkt.Deze beide pleinen zijn op twee manieren met elkaar verbonden; door `Tussen beide Markten` en door het `Koude Gat`. Het tegenwoordige `Tussen beide Markten` heette vroeger `Kleine Koude Gat`, het kleinere straatje heette juist `Grote Koude Gat`.

Bij de naam Koude Gat denkt men aan een tochtgat. Maar het Gat is meer dan een winderige poort: De straatnaam Gat heeft de betekenis van straatje of steeg, zoals in de Nijmeegse straatnaam Vlaamse Gas. Gas en Gat zijn equivalenten van het Duitse Gasse.

Het is bekend dat in het pand een brouwersgeslacht heeft gewoonde en dat er een schortenwinkel gevestigd is geweest.

Van 1912 tot 2005 is het de vooraanstaande schoenenwinkel Meier sinds 1832, die in 1993 met het predicaat “Bij Koninklijke Beschikking Hofleverancier” vereerd wordt.

Nu kun je vanachter de gebogen ruiten de vele voorbij-gangers in de Herestraat observeren onder het genot van een perfecte espresso of cappuccino die de barista’s van Coffee United voor ons maken.

Corps du Garde
Behalve tochtgat is er ook een mogelijke historische betekenis aan ´het Koude Gat´ verbonden. Als ik vroeger in de hoogste klas van de lagere school met de hoofdmeester naar Groningen ga, komen we ook op deze plek. Meester vertelt dat -gezien vanaf de Vismarkt- in de Franse tijd het Corps du Garde aan de linkerkant een vestiging heeft gehad en als je nu het Franse ´Corps du Garde´ snel uitspreekt maakt de Groninger er al snel het Koude Gat van, in het Gronings 'tKole gat'

De besloten vennootschap ´Koude Gat BV´ beheert het winkelpand Herestraat 7 op de hoek van het Koude Gat in Groningen. Dit gebouw is een rijksmonument vanwege de winkelpui uit 1912 die in eclectische stijl gebouwd is. Kenmerkend zijn de teakhouten omlijsting en de ruiten van gebogen glas.

Corps du Garde
De hoofdwacht of Grande Garde is een aanduiding voor een centrale post, een gebouw van waaruit de "Schutterij" of andere ordebewaarders hun wachtrondes kunnen maken. Er zijn ruimtes voorzien voor bevelvoerders en eventueel voor andere functies die met ordehandhaving samenhangen, bijvoorbeeld cachotten. Bij gebouwen die tegenwoordig nog onder deze term bekend zijn, wordt hoofdwacht gewoonlijk als een eigennaam opgevat en dus met een hoofdletter geschreven. De term Corps de Garde die ook wel gebruikt wordt, kan betrekking hebben op een veel ruimere groep wachthuizen, tot bouwsels toe die niet meer zijn dan "Abri (wachthuisje)" (wachthuisjes)..

Hoofdwacht is een generieke naam, dus in veel Nederlandse vestingsteden worden veel gebouwen aldus benoemd. De naam wordt veelal in de wandeling toegekend aan het belangrijkste wachtlokaal van een stad of streek, ook buiten Nederland. In België hebben bijvoorbeeld Gent en Antwerpen een nog bestaande Hoofdwacht. De term hoofdwacht wordt nog wel voor hedendaagse politieposten en dergelijke gebruikt. Ook zijn er wel personen aangeduid als hoofdwacht, bijvoorbeeld een commandant van de schutterij. Tenslotte wordt de aanduiding ook gebezigd voor bijvoorbeeld de (hoofd)nachtzuster in een verzorgingstehuis. Al deze betekenissen komen slechts incidenteel voor.

Eigenaars Herestraat 7

Tot en met de 18e eeuw
De tot nu toe bekende oudste gegevens over eigenaars en bewoners van het pand zijn:

24 maart 1681:

“………… seeckere twee mande behuijsingen, naest malcanderen inde Heere straate bij het groote koude gat staande, als wijlen Hindrik Jansen Beumer en Teubichjen Hindricks gewesene eheluiden naer gelaten ende volgens distincte versegelingen daer van zijnde, vredelijck hebben gepossideert, alwaer aen, Jacob Rickers ten Noorden, D’Heere straaten ten Oosten, Claas Jansen ten Zuijden en Tijmen Tants Straatjen ten Westen, naest zijn geswettet.” Tijmen Tants Straatjen is verbasterd tot Tingtangstraatje, welke naam dus onterecht in verband wordt gebracht met een klok die geluid zou zijn geworden bij het openen van de vismarkt.

Jan Jansen van Ringe en zijn echtgenote Teubegien Hindricks (weduwe van Johannes Beumer) krijgen toebedeeld “het huijs bij het koude gatt daer sij tegenwoordig inwoonen met behuisinge off wooninge boven het koude gat”.
Ook in 1691 woont Jan Jansen van Ringe nog in “de Heerestraat, hoek grote coldegat”. Jan Jansen van Ringe overleed in 1693 (Bron: kerkeboek statieHeerestraat: status inunctorum 5 oktober 1693).

28 juli 1783:

………………. verkopen voornoemde executeurs “ene behuizing staande ten  westen in de Heerestraat op de hoek van het koude gat voor 1.181 gulden”.

Het geslacht Van Ringe bestaat vanaf het laatste kwart van de 17e eeuw tot het einde van de 18e eeuw nagenoeg uitsluitend uit brouwers. Wil men tot het brouwersgilde worden toegelaten, dan moet men beschikken over de destijds aanzienlijke som van 2.000 Embder Guldens.
Bovenstaande gegevens komen van Mr. J. P. A. Wortelboer die genealogisch onderzoek doet naar de familie Van Ringe.

19e en begin 20e eeuw

 11 december 1862:

“……… titel van aankomst of bewijs van eigendom van gemeld perceel eene akte verleden den elfden December achttien honderd twee en zestig voor Meester Johan Herman Geertsema, destijds notaris te Groningen ……”
(Citaat uit de akte van 7 mei 1888 waarin geen namen van verkoper en koper vermeld zijn.)

7 mei 1888:

Akte verleden voor notaris Jonkheer Campegius Willem Rengers Hora Siccama:
“Mejuffrouwen Zwaantje ten Veldhuis en Berendina ten Veldhuis, beiden zonder beroep wonende te Groningen, welke comparanten verklaarden onder vrijwaring als naar de wet te hebben verkocht en mitsdien in eigendom over te dragen aan Mejuffrouwen Jeannette Maria Catherina de Hosson en Hendrica Frederika Elisabeth de Hosson, negotianten beide wonende te Groningen die hierbij mede zijn verschenen en in koop en eigendom verklaarden aan te nemen: Eene winkelbehuizing geteekend letter F nummer 343 met erf staande in de Heerestraat hoek Koudegat te Groningen en bij het kadaster der gemeente Groningen bekend in Sectie I nummer 383, groot zes en dertig centiaren.”
De gezusters De Hosson vestigen er een winkel in witgoed, zijnde witte schorten en doktersjassen.

1901:

In de Herestraat hebben veel panden nog een eigen stoep, vaak met een hekje. Om voetgangers meer ruimte te geven wil het gemeentebestuur de stoepen vervangen door een trottoir. Op dit verzoek reageren de dames De Hosson als volgt:

“Aan de Edel Achtbare Heeren Burgemeester en Wethouders Van Groningen.

Edel Achtbare Heren !
Ondergeteekenden hebben het genoegen Burgemeester en Wethouders mede te deelen, dat zij willen medewerken tot het wegnemen der stoepen in de Heerestraat, onder Voorbehoud datzij het recht zullen behouden op het daarvoor in de plaats te komen trottoir voor hun perceel; dat hun uitstalkast zoals die thans is in stand kan blijven en het licht in hun kelder gewaarborgd blijft.
Verblijve met de meeste hoogachting
J. M. C. de Hosson
H. F. E. de Hosson”

De werkzaamheden bestaan uit het “Verhoogen van de stoep. Inkorten van plint, stoep vernieuwen met glastegels. Kostenbedrag 225 gulden.”.

1912:

Het pand wordt verkocht. Jantina Meier (geb. 1916), kleindochter van de koopster, heeft de toestand zoals die tot 1912 is beschreven zoals haar ouders er over verteld hebben:

“De schortenwinkel had een etalage en een toegangsdeur aan de Herestraat. De gesteven schorten lagen in diepe laden, links en rechts, waardoor de loopruimte klein was. Midden onder het Koude Gat was de deur naar de woning, met brievenbus. Van die voordeur naar de tegenoverliggende trap was een gangetje, deur naar de winkel voor en deur naar een kamertje achter.

De keuken was in de kelder. Voor aan de straat een aanrecht met kastjes. Een provisiekast onder in de muur aan de poortkant. Pompen zaten rechts van de kast aan die keldermuur en een grote regenbak zat onder de vloer. De meid sliep in de bedstee boven aan de keldertrap".


 

Een nieuw Koude Gat

De Firma K.T. Meier is een samenwerking tussen de nabestaanden van Konraad Tjaards II die in 1909 overlijdt: Echtgenote Jantina Meier-Brouwer, haar twee dochters Fenna Henderika en Grietje Elisabeth en tweede zoon Jan Gerard. Konraad Tjaards II is de tweede generatie van de in 1832 opgerichte maatschoenmakerij.


Het “winkelhuis, geteekend nummer 7, staande en gelegen op een der beste standen aan de Heerestraat op den hoek van het koudegat te Groningen” wordt op 1 mei 1912 overgedragen. De koopsom bedraagt ƒ 13.225,-. Dat men genoegen neemt met zo’n kleine winkeloppervlakte op de begane grond, houdt verband met het feit dat nog steeds de meeste schoenen in de werkplaats gemaakt worden. Een voorraad schoenen is er nauwelijks; men heeft alleen een stoel en een maatlatje nodig.

 

Herestraat 1912

Foto boven: Tijdens de verbouwing in 1912

 

De Herestraat is op dat moment nog geen echte winkelstraat; vele panden zijn nog woonhuis. In 1901 is wel een begin gemaakt met het vervangen van de stoepen door een trottoir. De schortenwinkel wordt verbouwd tot winkel; het achterkamertje wordt de passalon. De nieuwe winkelpui wordt gemaakt van teakhout met grote etalageruiten van gebogen glas,in wat we nu eclectische stijl noemen. Het Nieuwsblad van het Noorden schrijft er op 6 april 1912 het volgende over:   

“We krijgen een nieuw Koude Gat. Tal van Groningers hebben dit reeds begrepen, toen zij in de laatste dagen zagen hoe er gebroken werd aan het belendende perceel, dat zooals bekend is, gekocht is door den heer K. T. Meier (Onjuist,de koopster was zijn weduwe Jantina Meier-Brouwer), schoenfabrikant in de Gelkingestraat. ’t Is een oud stukje Groningen, wat hier wordt vernieuwd. De doorgang wordt iets verhoogd, de bovenwoning blijft zooals die is, maar de belendende winkel wordt geheel vertimmerd en ook in het Koude Gat komt een uitstalraam, zoodat de toestand een wel iets vrolijker aanzien krijgt. ’t Werk vindt vrij veel bekijks en wordt niet weinig besproken. We hoorden al een berekening van wat de vierkante meter grond den nieuwen eigenaar kost. Rekent men het grondvlak van het huis alleen dan kost 28 vierk. meter grond daar 13000 gulden, d.i. ruim 464 gld. per vierk.meter. Rekent men de oppervlakte van het Koude Gat er bij, dan is ’t de helft minder. Toch nog een flink bedrag.”

 

Winkelpui (1925)

Foto boven: Winkelpui (1925)

Jan Gerard treedt op 10 december 1914 in het huwelijk met Martha Ellina Bakker. Uit hun huwelijk worden twee kinderen geboren: Op 21 april 1916 Jantina en op haar derde verjaardag, 21 april 1919, Koenraad Tjaard III. Jantina blijft haar "verjaardagscadeau" altijd als haar eigendom beschouwen, hetgeen de verhouding tussen hen beiden niet bepaald innig maakt.

De schoenmakerij staat alom zeer goed bekend. Als de Zwitserse schoenfabrikant Bally (fabriek opgericht in 1851) wil gaan exporteren naar Nederland, zoekt hij representatieve afnemers. Bally komt terecht bij Meier in Groningen. Zo wordt de Firma K. T. Meier in 1919 één van de eerste Bally-dépositaires in Nederland. Ook heeft ze de alleenverkoop van The Vera American Shoes uit Boston.

Een vriend van Jan Gerard komt de wat achterop geraakte administratie bijwerken. Het is Maurits Louis Wiersema, die met een tropenpensioen welgesteld naar Nederland is teruggekomen. Hij stelt Jan Gerard voor om diens zusters Fenna en Griet en moeder Jantina Meier-Brouwer uit te kopen teneinde de zaak samen als firma voort te zetten.

Op 7 juni 1921 wordt de overdrachtsakte van het winkelpand getekend. Naast het doen van een betaling aan zijn moeder, neemt Jan Gerard ook haar hypothecaire verplichting groot ƒ8.000,- (ten gunste van zijn halfneef Tjaard Koenraad Heimberg, arts te Aduard) over.

Koudegat, voor 1922
Foto boven: Het zadeldak tot 1922

In 1922 wordt opnieuw verbouwd. Nu wordt de hoge zolder veranderd in een tweede etage met een plat dak. Naast slaapkamers is er nu plaats voor een ruime, lichte werkplaats voor drie schoenmakers. Inmiddels worden – naast de maatschoenen – steeds meer confectieschoenen verkocht, waaronder die van het destijds bekende Nederlandse merk Welf, van Van den Berghe Frères in België, van Cook in Engeland en van Hermann Hirsch, Holice, Bohemen.

xx

Afb. boven: Het Koude Gat gezien vanaf de Herestraat in de winter. Op de achtergrond de A-kerk en de voormalige korenbeurs.

Het Koude Gat gezien vanuit de Vismarkt.

Afb. boven: Het Koude gat gezien vanaf de Vismarkt (2004).
Deze foto van Het Koude Gat is genomen vlak voor Koninginnedag 2004 en daarom heeft de eigenaar van de schoenenzaak het wapen van Hofleverancier aan de gevel bevestigd. Omdat hierdoor beschadiging aan een monument wordt toegebracht moet de eigenaar voor een rechtszaak vrezen.

Pand

Foto boven: De winkelpui aan de rechterkant vanuit de
Herestraat in 1925. Het pand met de poort is al te zien op een plattegrond uit 1575. Het pand is gevestigd op Herestraat 7.


x


Foto boven: Coffee United. In 2005 opent Coffee United de eerste echte espressobar van Groningen. Coffee United heeft als doel de allerbeste kwaliteit espresso's en lekkerste koffie's voor te zetten. Zeven dagen in de week. Met prachtig ambachtelijk gebrande en altijd verse bonen, knisperend fris gemalen, met liefde en kennis van zaken, vers voor u bereid door de barista's van Coffee United (meesters koffiebereiding), met de beste apparatuur. En je proeft het verschil. Telkens weer. De barista's helpen je graag met de keuze uit de lekkerste koffiespecialiteiten, bonen en melanges.


xx

Afb. boven: In het voormalige hoofdgebouw van het Corps du Garde aan de Boteringestraat is tegenwoordig een hotel gevestigd.

Oorlogsjaren 

In de Tweede Wereldoorlog weigert Jan Gerard zo lang mogelijk zich in te schrijven bij het Rijksbureau voor Huiden en Leder. Ook met de bonnen neemt hij het niet zo nauw. Leerlooier Spahr van der Hoek in Drachten kan vaak nog leer leveren. Mede door ruilhandel komen ze de oorlog door. Onder meer van Greve in Waalwijk komen nog schoenen en zelfs stuurt Bally in 1942 en in 1944 ongevraagd nog wat schoenen uit Zwitserland.

Op 15 april 1945 redt Martha Meier-Bakker het huis in de Herestraat: Een Canadese tank beschiet vanuit de Herestraat, door de Waagstraat, de Duitsers die zich aan de noordkant van de Grote Markt verschansen. In de hoek van een bovenraam in de woonkamer boven de poort zit nu nog een barstje in het glas, veroorzaakt door het kanongebulder. Eén van de tanks draait en wil onder de poort door rijden om een betere positie in te nemen in het Tingtangstraatje. In het heetst van de strijd opent Martha het raam van de woonkamer boven de poort. De tankbestuurder opent zijn koepel en zij zegt tegen hem “Ho ho, niet onder mijn Kouwe Gatje door. Dat past niet”. Ze haalt een centimeter uit de naaidoos en geeft die aan de cavalerist. Hij meet de hoogte en is overtuigd: De tank past niet door het Koude Gat!

Herestraat (Voorjaar 1942)
Foto boven: Herestraat (Voorjaar 1942)


Jan Gerard is lid van de Drie Schakelsloge van de Independent Order of Odd Fellows en van de Sociëteit De Harmonie. Hij is bestuurslid (commissaris) van de Coöperatieve Winkeliers Glasverzekering Samenwerking en lid van het kerkbestuur van de Evangelisch-Lutherse Gemeente te Groningen: “In de eerste kerkeraadsvergadering van het jaar 1954 werd het heengaan van br. J. Meier herdacht die vele jaren lid van het kerkbestuur is geweest als diaken, als kerkrentmeester en als ouderling-boekhouder in welke functies hij veel en goed werk voor de gemeente heeft verricht.” Jan Gerard overlijdt op 7 december 1953, Martha op 13 mei 1956.

Koenraad Tjaard III haalt het Mulo-diploma en het Middenstandsdiploma, evenals het Vakdiploma Schoenwinkelier. Vanaf 1938 werkt hij als werknemer van zijn vader in de winkel. Zijn verloofde, Geertje Wit, die hij bij de padvinderij heeft leren kennen, komt als verkoopster in de winkel werken. Voor een stage bij de Bally-schoenfabrieken verblijft Koenraad in Schönenwerd, Zwitserland, van 2oktober 1937 tot en met 30 januari 1938.

Een jaar daarna, op 2 januari 1939, wordt hij ingelijfd als gewoon dienstplichtige bij het 10e Regiment Artillerie in Utrecht. Op 1 mei wordt hij korporaal en op 1 oktober wachtmeester. Met de 25e Afdeling Artillerie schiet hij met zijn batterij bij De Wacht (bij ’s-Gravendeel) met antieke kanonnen (van kasteel Doorwerth?) op de aanvallende Duitsers bij de Moerdijkbruggen. Als de munitie op is blijken de officieren niet meer op hun post te zijn, zodat verdere instructies ontbreken. Na omzwervingen in de Hoekse Waard voegt hij zich in Hellevoetsluis bij anderen van zijn afdeling. Allen moeten zich daar overgeven aan de Duitsers. Ze worden opgesloten in de kerk van Abbebroek. Koen is er als eerste in én als eerste er door de achterdeur weer uit. Hij vlucht en verstopt zich in een druivenkas, waar hij drie dagen blijft omdat de hele omgeving is afgezet. Inmiddels heeft de capitulatie plaatsgevonden. Op 10 juni 1940 wordt hij met groot verlof gezonden.
Koenraad duikt onder bij landbouwer Lammert Vos en zijn vrouw in Borgercompagnie, maar kan daar niet langer blijven omdat mevrouw Vos de spanning niet kan verdragen. Een nieuw onderduikadres vindt hij bij zijn zus, die met haar man in Wildervanck woont, én op de zolder van de gereformeerde kerk in Wildervanck; hij werkt ’s nachts in de bakkerij van Smalbil. Tenslotte is hij nog ondergedoken bij het echtpaar Vernij in Veendam. Tussendoor komt hij af en toe thuis in de Herestraat, waar een geheim hokje is, waar hij bij onraad in kan kruipen.

Op 31 mei 1945 wordt hij teruggeroepen van groot verlof. Onder Canadees bevel heeft hij het Army number 24681 bij de Frontier Guard. Hij bewaakt een NSB-kamp in Stadskanaal en wordt op 11 oktober 1945 beëdigd tot onbezoldigd rijksveldwachter met standplaats te Delfzijl. Op 8 november wordt hem eervol ontslag verleend uit de Dienst der Grensbewaking.

Koenraad Tjaard III trouwt op 25 september 1945 met Geertje Wit. beiden werken bij (schoon-)vader in de winkel. Uit dit huwelijk worden geboren: Koenraad Tjaard IV in 1947 en Marjan (naar Martha en Jan) in 1951.

Na het overlijden van Jan Gerard en Martha, eist Koen’s zus Jantina haar erfdeel op; de helft van het pand en de helft van de winkel waaraan zij sinds haar trouwen niets meer gedaan heeft. Geertje draagt haar gespaarde geld bij, schoonvader Abel Wit geeft een lening en het pand wordt in hypotheek gegeven. Zo wordt de zaak gered en kan het gezin sober voortleven. De verdiensten worden aangewend voor rente en aflossingen. Hierdoor is het onmogelijk de zaak te moderniseren; dat is de redding van de monumentale pui uit 1912! Op onderhoud van het pand wordt overigens niet bezuinigd.

In 1949 is het interieur wel verbouwd. De spiegelruitjes in de achterwand van de etalage worden vervangen door fraai gezandstraald glas: Eén ruit met het wapen van de stad Groningen met de tekst “Firma K. T. Meier”, één met een schoenmakerswapen en de tekst “sedert 1832” en de middelste (als schuifdeur) met een afbeelding van de schoenmakerspatroons St. Crispinus en St. Crispinianus. Het winkelinterieur wordt ook gemoderniseerd: Sapeli-mahonie lambrizering en toonbank en Thonet fauteuils met roodleren bekleding.

Jaren vijftig en zestig 

Na de oorlog worden geen maatschoenen meer gemaakt. De werkplaats blijft gehandhaafd voor reparaties. Aanvankelijk met drie schoenmakers, later twee en tenslote blijft de oudste, H. Marrink, over. Hoewel er de laatste jaren voor hem geen volle dagtaak meer is, laat Koenraad III hem toch blijven tot aan zijn AOW-leeftijd. “Marrinkie” was als leerjongen bij Jan Gerard in dienst gekomen en kón niet afgedankt worden. Op 14 maart 1964 neemt hij afscheid.

Winkel (1958)

Foto boven: Winkel (1958)

De verkoop van schoenen komt na de oorlog weer op gang. Bij Bally worden eerst schoenen met witte randjes besteld, omdat deze als “zomerschoenen” zonder bon geleverd kunnen worden. Op die manier zijn er bonnen genoeg om méér Greve- en andere Nederlandse schoenen te kunnen bestellen.

Naast Bally en Greve zijn er nu onder meer de andere Nederlandse merken Upper Ten, Whippet, Van Bladel, kinderschoenen van Rex en anderen in de collectie. Daarnaast komen onder meer Clarks (Engeland) en in de 60-er jaren ook Dorndorf (Duitsland) en Heyraud (Frankrijk). Bally en Greve blijven de hoofdmoot vormen.

Koenraad Tjaard IV haalt in 1966 het diploma HBS-A aan het Heymanslyceum. Al tijdens de laatste schooljaren helpt hij ’s zaterdagsmiddags wel in de winkel en maakt hij ’s avonds etalages. Van 22 augustus tot 21 oktober 1966 loopt hij in Zwitserland stage bij Bally. Hij volgt het hele productieproces van ontwerp tot verzending én hij zwikt en naait zelf met de hand een paar herenschoenen. In januari 1967 brengt hij een bezoek aan de fabriek van Greve in Waalwijk. Bij afwezigheid van zijn vader (voor vergaderingen van de “Luxe Schoenwinkeliers” in Utrecht) neemt hij waar in de winkel.

Hij wordt opgeroepen voor eerste oefening bij het Regiment geneeskundige Troepen ingaande 15 maart 1967. Na de basis- en de voortgezette opleiding werkt hij als tandartsassistent op de legerplaats Seedorf in Duitsland en op de vliegbasis Leeuwarden.
Tijdens weekendverlof gaat hij mee op inkoop. Voor de sinterklaaskoopavonden krijgt hij nachtpermissie.

Terug uit militaire dienst behaalt Koenraad Tjaard IV het vakdiploma Schoenwinkelier. Bij de invoeringvan de Belasting op de Toegevoegde Waarde (BTW) in 1969 neemt hij de hele boekhouding over van zijn moeder. Om een einde te maken aan de beloning bestaande uit kost, inwoning en zakgeld, vormen vader en zoon op 1 januari 1970 een vennootschap onder firma. Koenraad IV trouwt in 1972 met Sietske Been, kleuterleidster. Zij blijft als kleuterleidster werken totdat in 1974 Tjaard Koenraads III - boven het Koude Gat! - het levenslicht ziet. Een tweede zoon, Pieter Koenraads, wordt in 1976 geboren.

Het kleinste raampje in de achtergevel geeft daglicht in de wc. Tot 1929 was daar een "poepdoos". De mannen met paard en wagen die de emmer leegden werden - met een knipoog naar het regiment Gele Rijders - de Bruine Ruiters genoemd. Ze hadden een dwangmiddel om hun telkens een goede fooi te geven: Even een knietje tegen de volle emmer, waardoor een plens drek van de trap af stroomde. Met de aanleg van een watercloset kwam daar een einde aan.

Brief van de Directeur van Gemeentewerken d.d. 5 Augustus 1929:

Onderwerp: Opheffing tonnenstelsel. Inrichting nieuw privaat met afvoer van faecaliën.

Den Heer J. G. Meier, s.s.t.t,

Heerestraat 7,

Alhier.
           Naar aanleiding van Uw nevensvermelde bereidverklaring, heb ik de eer U, namens het College van Burgemeester en Wethouders, mede te deelen, dat door U kan worden aangevangen met het voorzien van het bestaande privaat in het hierna vermelde perceel van een inrichting tot waterspoeling en het afvoeren van de faecaliën naar het riool van de gemeente, zooals zulks is aangegeven in de door U overgelegde situatieschets, een en ander met inachtneming van de hiernevensgaande voorwaarden.  

In 1933 overlijdt firmant Maurits Wiersema, die steeds zijn winstaandelen in de zaak gelaten heeft, terwijl Jan Gerard wél geld moest opnemen voor het levensonderhoud van zijn gezin. De afbetaling aan de erfgenamen van Maurits Wiersema legde een zware financiële last op zijn schouders. Jan Gerard zet met echtgenote Martha de zaak voort, geholpen door Koenraad Tjaard III en diens verloofde Geertje Wit, dochter van Abel Wit, groentekweker. 


Bronnen:
1. Wikipedia
2. RTV Noord, Ruud van der Weij.
3. De website van www.koudegat.nl
4. Het verhaal van Groningen

Aan bovenstaande tekst is de uiterste zorgvuldigheid besteed. Desondanks kunnen er best fouten voorkomen.
Constateer je fouten en/of heb je vragen, correcties, aanvullingen...

geef die dan even aan mij door via mijn e-mail adres.

 

Hoogeveen, 3 febr. 2010
Verhaal: © Harm Hillinga

 

Menu Artikels.Homepage