Vervolg van Deel 1. vervolg van Deel 1

 

Ontspanning
Er is ook een televisietoestel, eerst in de kantine, later bij een bewoner. Het gehele kamp zit dan aan de buis gekluisterd. In de recreatiezaal draait soms een film en er wordt veel aan sport gedaan: voetbal, volleybal en er wordt een fietsrace voor jongeren georganiseerd. In de kantine kan men biljarten. Omiel Leirissa speelt gitaar in een zeven man tellende Hawaiiband. Ze oefenen in het kamp en treden op bij feesten en partijen in de omgeving, maar ook wel in Zuidlaren en zelfs voor Radio Noord. Er zijn ook culturele avonden waar de vrouwen Indonesische dansen uitvoeren. En er is een vrouwen- en een mannenfluitorkest. Als 18-jarige jongen heeft Otniel Leirissa verkering met de dochter van dominee Bakker uit Finsterwolde en later met een meisje uit Nieuweschans, die in het kamp mogen komen. In 1959 is hij echter op Molukse wijze met veel traditionele gebruiken getrouwd in de C.C.polder met een Moluks meisje uit Schattenberg. Tommy Ferdinandus en Nina Jempormiasse zijn ook getrouwd, maar veel later, in Appingedam.

 

Onbekommerde jeugd
Nina, Tommy en Rudy hebben een onbekommerde jeugd gehad, vertelt Rudy: 'Het eerste dat ik zag was het vlakke platteland land van Noord-Groningen. Je mocht alles doen wat je wilde. Je ging wel eens naar de kermis in Finsterwolde of Winschoten, maar ik was altijd weer blij dat ik thuis was. We gingen ook kievietseieren zoeken. 'Je kon ook lekker vliegeren', vult Tommy aan. 'De oudere jongens hielden een vliegerwedstrijd met speciaal touw, dat behandeld was met vet en glassplinters. Het was dan de bedoeling dat je het touw van de tegenstander moest doorsnijden. De vlieger die neerstortte in de kwelder, was eigendom van de vinder.' Rudy: 'In het kamp kwam je bij iedereen thuis. Ik had twee paar ouders. Als ik met mijn eigen ouders ruzie had of iets niet lekker vond, ging ik naar een ander gezin en bleef daar en paar weken tot er daar weer iets gebeurde en dan ging ik weer terug’.

 

Bij het Ambonezenbosje staat een bord met een plattegrond ten tijde van de periode dat hier Ambonezen woonden, verdeeld over verschillende barakken.
Bij het Ambonezenbosje staat een bord met een plattegrond ten tijde van de periode dat hier Ambonezen woonden, verdeeld over verschillende barakken.

Drama
De ouderen voelen zich belogen en bedrogen door de Nederlandse regering, die hen van alles beloofd heeft. Dat is ook een reden waarom de Ambonezen weigeren om het kamp te verlaten. Otniel Leirissa:' We wilden niet weg uit de C.C. polder omdat we niet geïntegreerd wilden worden met de Nederlanders, en verder wilden we bij elkaar blijven.' Dat is uiteindelijk niet gebeurd. De grootste groep is in 1960 naar Appingedam gegaan en zijn in eengezinswoningen en in flats ondergebracht, maar wel bij elkaar. De andere groep heeft zich echter zeer fel verzet tegen de verhuizing. De stem van Ambon, het orgaan van de stichting 'Door de eeuwen trouw', van januari 1962 schrijft: 'Op 14 december waren er nog 101 zielen in dit "woonoord" ondergebracht. Op deze dag verscheen er des morgens een inspecteur van het Commissariaat van Ambonezenzorg uit Groningen op het gemeentehuis te Finsterwolde met de mededeling dat het kamp die dag zou worden ontruimd door overbrenging van de resterende gezinnen naar een woonwijk in Hoogezand, En hieruit ontwikkelde zich een compleet drama. Want de hele gemeenschap verzette zich tegen de overplaatsing. En gemelde inspecteur moest onverrichter zake weer vertrekken Maar terwijl tot dusver alles nog op basis van vrijwilligheid was geschied begon het Commissariaat vanAmbonezenzorg nu uit een ander vaatje te tappen. Op 16 december werd de stroom afgesneden. En dientengevolge hield ook de watertoevoer op.' Daarnaast wordt nu ook de school gesloten, terwijl ook het vervoer van schoolkinderen naar Winschoten per bus wordt gestaakt. De werkers voor de Ambonezen gemeenschap in het woonoord worden ontslagen. De bewoners hebben, volgens de Winschoter Courant van 16 december 1961, een bescheiden protestactie gevoerd voor het gemeentehuis. Daar staan in de vrieskou de bewoners met een spandoek, waarbij burgemeester G. Loopstra gevraagd wordt: 'O, burgervader, red ons uit de nood, veroorzaakt door regeringsmaatregelen. Wij zitten zonder water en licht; onze kinderen zijn verstoken van onderwijs.' Een en ander heeft ertoe geleid dat op 18 december de stroom weer wordt ingeschakeld. Op 21 december is met veel wapengekletter het Ambonezenkamp ontruimd door dertig man politie. Uit het officiële politierapport over de ontruiming leest men dat men met militaire nauwkeurigheid deze operatie heeft uitgevoerd. Wapens mogen alleen in uiterste noodzaak gebruikt worden en alleen ter zelfverdediging.' Om 8.00 uur wordt het woonoord binnengetrokken. Het personeel betrekt onmiddellijk de posten en met het laden van de verhuiswagens wordt direct begonnen. Reeds spoedig blijkt, dat vrijwel de gehele bevolking zich in de kapel bevindt, alwaar een dankdienst wordt gehouden. Bij deze dankdienst zijn enige verslaggevers aanwezig, o.a. een filmoperateur van de N.T.S. en een verslaggever van de Vara-televisie. Enkele pogingen om de bevolking te bewegen het woonoord te verlaten, hebben geen succes. Besloten wordt de ontruiming om 15.45 uur te doen plaatsvinden. Om dat te bereiken worden drie bussen bij de kapel geplaatst. Tien politieambtenaren worden met volle bewapening in reserve gehouden. Tien man zonder klewang en karabijn worden bij de toegangsdeur opgesteld en tien man stellen zich achter de kapel op. De heer Dasberg (waarnemend inspecteur van het Commissariaat van Ambonezenzorg) deelt in de kapel mee dat het woonoord opgehouden heeft te bestaan, dat hun huisraad vrijwel geheel is ingeladen en dat zij thans het woonoord dienen te verlaten.

 

Dramatisch climax
Het Vrije Volk schrijft dat de bevolking blijft weigeren bij monde van kampoudste Aponno. 'De dramatische climax van dit alles vormde een laatste verzoek van mevrouw Talorima namens de vrouwen van het woonoord: "Laat ons alstublieft hier blijven. Anders willen wij in een telegram de Koningin verzoeken ons allemaal hier in de kerk door een vuurpeloton te laten doodschieten." Intussen hebben de kampraadoudsten opgewonden overleg gepleegd. Zij vragen de heer Dasberg om een schriftelijke verklaring, dat zij het woonoord gedwongen en onder protest hebben verlaten.

 

Terug naar de roots
Er zijn vijfhonderd Ambonezen teruggegaan naar Indonesië. Ze worden eerst gedwongen om geruime tijd in Jakarta te verblijven, waar het merendeel is blijven hangen; slechts een klein gedeelte is op zijn of haar geboortegrond teruggekomen. Op de vraag of de Ambonezen nu nog terug zouden willen, antwoordt Rudy Pattipeiluhu: 'We zijn allemaal terug geweest, maar we zouden er niet permanent willen wonen'. Omiel Leirissa:' We willen eerst onze onafhankelijkheid en de corruptie is momenteel erg groot.' Frans Jempormiasse zou wel terug willen, want ook hij heeft er veel familie en kennissen, maar alleen als ook zijn kinderen meegaan, maar die voelen er niets voor. Ook zijn allen nog wel eens terug geweest op de plek van het kamp in de C.C.polder. 'Tenslotte liggen daar mijn roots’, vertelt Rudy Pattipeiluhu.

 

De fundamenten van de barakken zijn her en der nog aanwezig.
De fundamenten van de barakken zijn her en der nog aanwezig.

Ambonezenbosje
Na het vertrek van de Ambonezen is het kamp onmiddellijk afgebroken en op die plaats verrijst het bosje, dat sinds 1992 eigendom is van Titia en Willem Schillhorn van Veen, bewoners van Drewsheerdt, een boerderij ten westen van het bosje. Bij het bosje hoort ook de vroegere munitieopslagplaats van de Duitsers, ook wel de bunker genoemd, die gebruikt is als gevangenis voor NSBers. Het huisje is verbouwd tot vakantieverblijf en heet nu Dollart Süd. Het wordt gehuurd door Duitsers en Belgen. Titia: 'Mijn vader is in 1941 eigenaar geworden van Drewsheerdt. Ik herinner me nog goed dat de Ambonezen er zaten. Mijn zuster speelde wel met één van de meisjes. Ik herinner de Ambonezen als vrolijke en vriendelijke mensen'. Willem Schillhorn van Veen vertelt dat het populierenbosje aangelegd is na de afbraak van de barakken van de Ambonezen. De fundamenten van de barakken liggen er nog. De populieren zijn een paar jaar geleden gekapt en daarna zijn met een subsidieregeling nieuwe ingeplant. ‘Toen we het kochten hadden we het plan het bosje te verwijderen om het bij het bouwland te betrekken, maar dat was niet toegestaan. Landschapsbeheer Groningen knapt het bosje binnenkort op en dan hebben wij de verplichting om het te onderhouden. In het bosje bevinden zich kraters van bomexplosies die daar plaatsvonden om munitie die in de buurt was gevonden te vernietigen. Het bosje is niet vrij toegankelijk’.

 

Links het Ambonezenbosje met in het midden het munitiedepot, tegenwoordig een vakantiehuisje.
Links het Ambonezenbosje met in het midden het munitiedepot, tegenwoordig een vakantiehuisje.

Flora en fauna
Naast z'n interessante geschiedenis is het bosje ook van grote betekenis voor flora en fauna. Er is echter sprake van achterstallig onderhoud. Om de ecologische waarden te behouden en te versterken is actief beheer noodzakelijk. Voor Willem en Titia Schillhorn van Veen vervult het bosje geen functie voor houtproductie. Daardoor kan de ecologische betekenis nadruk krijgen. De eigenaren verdienen een compliment met hun idee om door Landschapsbeheer Groningen het achterstallig onderhoud in kaart te laten brengen en een beheersplan uit te laten voeren. Volgens het beheersplan wordt de kern van het bosje gevormd door jonge aanplant van populier met een dichte opslag van es, vlier, roos, meidoorn, hazelaar en braam. Rondom de populieren staat een oude houtsingel (indertijd geplant om de barakken van het Ambonezenkamp enige beschutting te geven) met essen, esdoorns en uitgegroeide meidoom en vlier. Aan de west- en zuidzijde bestaat het bosje uit een monotone essenaanplant. De bodem bestaat uit kalkrijke zware zeeklei.


Het vakantiehuisje, in WOII een munitieopslagplaats. Op de woning is een bordje bevestigd met het opschrift 'Dollard Süd'.
Het vakantiehuisje, in WOII een munitieopslagplaats. Op de woning is een bordje bevestigd met het opschrift 'Dollard Süd'.

Landschapselementen als dit bosje hebben een belangrijke rol als leefgebied voor planten en dieren en het bosje maakt deel uit van het ecologisch netwerk in het agrarisch cultuurlandschap. De betekenis van dit 'eiland' in het open landschap voor de fauna is groot: er broeden zeker zestien verschillende vogelsoorten, waaronder fitis, tjiftjaf, gekraagde roodstaart, grasmus, spotvogel, merel en zanglijster. Beide laatstgenoemde soorten profiteren van de overvloedige aanwezigheid van huisjesslakken. Voordat een paar jaar geleden een groot deel van het bosje is gekapt, broedden er nóg meer interessante soorten, zoals buizerd, boomvalk en waarschijnlijk ook havik. Het bosje is ook van belang voor (langs de kust) doortrekkende zangvogels. Behalve vogels zijn ook ree, haas, muizen, hermelijn, bunzing en vleermuis aanwezig. Voor insecten als een aantal vlindersoorten, vormt de bosrand met een gevarieerde begroeiing een geschikt biotoop. Door de plannen voor inrichting en beheer, die zijn uitgevoerd, heeft het bosje weer een gesloten rand gekregen en een goed ontwikkelde boom-, struik- en kruidlaag met een gevarieerde leeftijdsopbouw en structuur. Door tevens negatieve invloeden van rooien, vuilstort en gebruik van bestrijdingsmiddelen te voorkomen, kan het bosje als zeer belangrijk element in het omringende landschap worden behouden en kunnen de aanwezige ecologische waarden worden versterkt.
Zo zal het Ambonezenbosje met nieuw elan tot in lengte van jaren blijven bestaan, als markant monument voor een relatief onbekende periode in de Nederlandse geschiedenis.

 

Bronnen:
01. Vanaf (ongeveer) mijn 18e jaar heb ik diverse aantekeningen gemaakt van berichten in kranten en heb ik krantenknipsels verzameld. Vooral in de beginperiode heb ik bij de verzamelde gegevens geen aantekeningen over de bron bewaard, zoals welke krant en de datum van verschijnen. Pas veel later kwam ik tot het besef dat juist de bron zo belangrijk kan zijn.

  1. 02. Groninger IC (4 juni 2009).
  2. 03. Winschoter Courant (diverse uitgaves).
  3. 04. Geertje Hillinga-de Vries.

05. 'Slikken of Stikken', 1939-1955 werkverschaffing in Groningen. Cees Stolk. Uitgevering Meinders, 1993.



 

Deze pagina maakt deel uit van www.nazatendevries.nl.
Aan bovenstaande tekst is de uiterste zorgvuldigheid besteed. Desondanks kunnen er best fouten voorkomen.
Constateer je fouten en/of heb je vragen, correcties, aanvullingen...geef die dan even aan mij door via mijn E-mail adres.
Laat ook eens een bericht achter in het Gastenboek.

 

Hoogeveen, 5 januari 2014.
Verhaal: © Harm Hillinga
.

Menu Artikelen.
Terug naar de HomePage.
Top