Michiel Adriaenszoon werd in Vlissingen geboren. Hij was de zoon van bierdrager Adriaen Michielszoon en Aagje Jansdochter. De naam "Maghyel Adriaensen Ruyter" zou hij pas rond 1636 aannemen (in februari 2007 werd bekend dat hij zich meer oorspronkelijk Michiel Trouwhand noemde, en zijn naam De Ruyter eerst kreeg in de tijd dat hij zijn eerste reis maakte als kapitein op het schip de Graeuwen Heynst). Zijn naam werd, zoals in de 17e eeuw gebruikelijk, ook door hemzelf op verschillende wijzen geschreven.

In het jaar 1665 komt Delfzijls haven en rede wel heel duidelijk in de nationale belangstelling. Bij velen is dit niet bekend en toch staat het goed gedocumenteerd in zijn levensbeschrijving. Admiraal Michiel Adriaansz. De Ruyter is met een West Indische vloot op weg naar het vaderland, maar kan door de oorlog met Engeland geen Hollandse haven bereiken. Hij weet dat de Engelse vloten op hem loeren.

 

Hoewel hij, noch een van zijn kapiteins, ooit op de Eems zijn geweest, besluit hij zijn kostbare vloot in Delfzijl veilig thuis te brengen. Hoe dat is gegaan en hoe belangrijk deze gebeurtenis is geweest, is het beste te begrijpen uit de woorden van tijdgenoot ds. Gerard Brandt, zoals die in zijn levensbeschrijving van de beroemde admiraal voorkomen:

 

“Gelijk luiden die langs den weg gaan met hunne mantels om d’ooren gesluigt, ten einde ’t gezelschap te mijden der geenen die ze niet gaarne willen ontmoeten, zoo slipte hij voorbij d’Engelsche vloot heenen”.

 

“Kort na den middag gingen zij met den voorvloed inwaarts aan ’t zeil, maar met groot gevaar van al ’t zaam en schip en leven te verliezen. Want zij hadden geen lootsluiden en alle tonnen en baakens, merkteekens om naar te zeilen, en de droogten te mijden, waaren door last der Hooge Overheid opgenomen, opdat d’Engelschen niet binnengaats konden komen.

 

 

De heer De Ruyter zeilde zelf met zijn schip vooruit, met aan stuur en bakboordswal een der Engelsche prijzen, die gedurig het dieploot wierpen. Ook hadden zij ’t oog op de merken die op ’t kleen eiland Rottum stonden. Zij voeren door ’t gat der Wester Eems. De schepen en de Vlaamsche puij die het dieploot wierpen, en nu loef aan, en dan hou draagende riepen, of wuyfden, daar al d’andere scheepen op volgden.

 

Michiel de Ruyter door Ferdinand Bol in 1667. Hij draagt zijn Orde van de Heilige Michaël
Foto boven: Michiel de Ruyter door Ferdinand Bol in 1667. Hij draagt zijn Orde van de Heilige Michaël

Dus liepen ze met een stijven Noordwesten wind en hooge zee in ’t gat der Wester Eems, en quaamen ’s naamiddags ten vieren voor de vesting van Delfzijl, omtrent drie mijlen van Groningen, sterk negentien zeilen, ten anker. Te weeten met twaalf oorlogsscheepen, de behoeftfluit De Kameel, vijf Engelsche prijzen (waarvan ze d’eene tot een brander bij de vloot hadden gehouden) en ’t Rotterdamsche koopvaardijschip Het Hart. Zij vonden hier een kaaper van Amsterdam op de reede en drie van Vlissingen, met vier Engelsche prijzen.

De vloot werd met het losbranden van ’t geschut verwellekomt, en de Bevelhebber van Delfzijl, Schay genoemt, quam met eenig gezelschap aan De Ruyters boord hem begroetende over zijn gelukkige wederkomst”.

 

De vreugde over deze behouden thuiskomst kan men het beste proeven uit de woorden van Brandt, die als volgt zijn beschrijving vervolgde.

 

“De mantel van mist die De Ruyter en de vloot bedekte was de goddelijke voorsorge van boven, die hen behoedde; die de duisternis bij nacht en den mist bij daagh als een kleedt gebruikte, dat hen voor d’Engelschen onzichtbaar maakte; die de veranderlijke winden uit zulke hoeken liet waayen dat zij den Engelschen en d’Engelschen hun telkens ontzeilden; en die eindelijk door de zelve winden, beter dan door de beste lootslieden, langs den streek die ten behoudenis leidde hun

voortdreef”.

 

 

Men dacht dat hij aan zijn naam kwam omdat zijn grootvader of zijn oom van moederszijde als ruiter had meegevochten in het leger. Maar volgens Van Loo (biograaf) komt de bijnaam De Ruyter waarschijnlijk uit de kaapvaart en is zij ontleend aan het "ruiten" oftewel roven door zijn schip de Graeuwen Heynst ("Grauwe Hengst") waarvan hij in 1636 kapitein is. Deze scheepsnaam doet zowel denken aan een ruiter te paard als bevelhebber, als aan de kapitein als 'ruiter' of kaper. Foto: zijn standbeeld te Vlissingen.

 

“Zoo groot als de vrees was geweest dat De Ruyter met zijne vloot in de handen der Engelschen zou vallen, zoo groot was nu de blijdschap over beider behoudenis. De menschen mannen en vrouwen, quamen bij honderden, ja bij duizenden, van uur tot uur, in de vloot op De Ruyter’s schip (daar vele Engelsche vlaggen, tot eereteekenen van overwinning, achter uitstaken), om hem te groeten en te verwelkomen”.

 

“Men voer van ’s morgens vroegh tot ’s avondts laat, etlyke daagen naa elkandere, aan zyn boordt, uit steden, uit dorpen, en van ’t platte landt. Eedel en oneedel, burger en boer quam te voorschyn, en poogde De Ruyter en de vloot t’aanschouwen, met ongelooffelijke betooning van gunst. De harten gingen open van vreugde; de blydschap blaakte ten aanschyn uit; en gelukkig hield zich die hem genaaken mocht. Meenighte van deftige en eerlijke vrouwen vielen hem om den hals, en kusten hem, alsof ze hunnen vader of broeder, uit gevaar des doodts ontkoomen, bewellekoomden; en een yder viel syn deel te kort in ’t aanschouwen des mans dien ze voor een der grootste zeehelden zyner eeuwe hielden. Al de verslaagentheit streek van ’t harte , en men schepte nieuwen moedt”.

 

 

 

 

De Ruyters derde vrouw, Anna van Gelder (1668)
Foto boven: De Ruyters derde vrouw, Anna van Gelder (1668)

De goede bevaarbaarheid van de Eems voor grote schepen en de veiligheid van Delfzijls haven en rede, zijn nu wel duidelijk bewezen. Dat vóór De Ruyters komst reeds een Amsterdamse kaper en 3 Vlissingse schepen (met 4 Engelse prijzen) de weg naar Delfzijl hebben gevonden, bewijst dat de haven wel vaker wordt aangedaan. De Ruyter heeft van zijn bezoek aan Delfzijl getuigd:”daar is een der beste havens van gansch ons vaderland”. Waarschijnlijk hebben de Hoogmogenden in Den Haag de schouders opgehaald, zonder meer. Want die rivier de Eems ligt zo ver weg...

 

Van dit bezoek van de grote admiraal aan Delfzijl is ook het verhaal overgebleven dat de Staten van Holland hun admiraal in Delfzijl een grote verrassing hebben bereid. Als De Ruyter een bijeenkomst heeft in het commandementshuis van commandant Schay (aan de Oude Schans, bij de kleine Waterpoort) gaat plotseling een gordijn open en kan de admiraal zijn overgekomen familieleden begroeten. Of deze begroeting inderdaad heeft plaats gevonden is aan enige twijfel onderhevig.

 

 

 

 

 

 

 

 

De Ruyters kist onder het praalgraf in de Nieuwe Kerk
Foto boven: De Ruyters kist onder het praalgraf in de Nieuwe Kerk

 

 

 

 

Méér over Michiel Adriaanszoon de Ruyter (24 maart 1607 – 29 april 1676):
1. Op Wikipedia
2. Stichting Michiel de Ruyter
3. Michiel de Ruyter, Zeehelden en de macht van de Republiek.

4. De tocht naar Chatham

5. Michiel de Ruyter, Stichter van het korps mariniers

 

 

 

Bronnen, noten en/of referenties:

 

1. Uit: Rondom de Delfzijlen door H. Geertsema, J.B. Bronsema en C. Roggenkamp..(de laatste wijziging van het artikel is van 16 maart 2010.) De copyright van het origineel berust bij de Culturele Raad van Delfzijl.
2. Rechterhand van Nederland : biografie van Michiel Adriaenszoon de Ruyter / Ronald Prud'homme van Reine. - Amsterdam [etc.] : De Arbeiderspers, cop. 1996. - 406 p., [16] p. pl. : ill. ; 21 cm. - (Open domein ; nr. 32). Rugtitel: Michiel Adriaenszoon de Ruyter. - Met lit. opg., reg. ISBN 90-295-3486-9 geb. Hierin een beredeneerde opgave van verdere literatuur.



 

Aan bovenstaande tekst is de uiterste zorgvuldigheid besteed. Desondanks kunnen er best foutenvoorkomen.
Constateer je fouten en/of heb je vragen, correcties, aanvullingen...
geef die dan even aan mij door via mijn E-mail adres.

 

Hoogeveen, 10 mei 2010

Update: 05 september 2019
Verhaal: © Harm Hillinga

 

Menu Artikels.
Homepage