De voorzijde van de Alberdaheerd 15 april 2011. Rijksmonument nr. 40294.

De voorzijde van de Alberdaheerd 15 april 2011. Rijksmonument nr. 40294. Foto: Gouwenaar. Licentie: Creative Commons.

 

In 1247 wordt in de kroniek van Wittewierum melding gemaakt van een strijd „Riperti et albertidarum". Met enig recht kan men hieruit afleiden, dat het geslacht Alberda al in dat jaar heeft bestaan en een rol heeft gespeeld in Fivelingo. Vermoedelijk is met dit geslacht ook bedoeld  „Albertatiuchga", die betrokken is geweest bij een indijking bij 't Zandt in 1317.


De eerste Alberda die bij name bekend is, is Fecka Alberta[1], een hoofdeling in Fivelingo in 1396. De stamreeks begint echter met Bunno Alberda[2], die in het midden der 15e eeuw heeft geleefd. Hij koopt rechten op twee heerden op 't Zandt, welke overdracht in 1463 na zijn dood ten behoeve van zijn zoon Duyrt Alberda bevestigd wordt. In de 16e eeuw komen de Alberda's dan ook voor als redgers in Fivelingo. Terzelfder tijd worden in de klauwboeken onder 't Zandt ‘Alberdaheerd’ en ‘Alberda nije heerd’ genoemd. Toch is het twijfelachtig of daar dan Alberda’s hebben gewoond, immers zij hebben dan zitting in de stadsraad van Groningen. Een van hen, burgemeester Reint Alberda, is de hervorming toegedaan. Zijn goederen worden dan ook na de komst van Alva geconfisqueerd. In de rekeningen van deze geconfisqueerde goederen kunnen we zien, dat omstreeks 1570 Reint en zijn neef Egbert Alberda (1566-1604) samen de helft van de Alberdaheerd bezaten; de andere helft hoort aan Egbert Schatter burgemeester van de stad Groningen. Deze helft is 53 grazen groot. In 1577 wordt Reint Alberda (ca 1541- 1589) opnieuw burgemeester, tot 1580, in welk jaar hij bij het verraad van Rennenberg wordt gevangen gezet.

 

Achterzijde van de Alberdaheerd. Foto: Gouwenaar. 15 april 2011. Licentie: Creative Commons.

Achterzijde van de Alberdaheerd. Foto: Gouwenaar. 15 april 2011. Licentie: Creative Commons.

In 1582 weet hij te ontvluchten naar Oost-Friesland, waar hij in 1589 sterft. Zijn vrouw Willemina Coenders (ca 1538-1583) is hem in de dood voorgegaan in 1583. Hun zoon Egbert Alberda (overl. 16-09-1604) keert in 1594 uit ballingschap terug en wordt al spoedig burgemeester van de stad Groningen en gecommitteerde ter Staten-Generaal.


Hij sterft in 1604 op 42-jarige leeftijd en wordt op het koor in de Martinikerk begraven (grafsteen). Kort tevoren, in 1602, is de boedel van zijn ouders verdeeld. Daarbij verkrijgt Egbert Alberdaheerd, groot 39½ gras, op 't Zandt, in gebruik bij een meier, en de helft van een heerd op 't Zandt, groot 374 gras, waarvan burgemeester Egbert Schatters kinderen de andere helft toekomt.

 

't Zandt: Boslaan 1: Alberdaheerd: voorzijde. Foto: M.A. Douma, 1973. Bron: Groninger Archieven, Beeldbank Groningen.

't Zandt: Boslaan 1: Alberdaheerd: voorzijde. Foto: M.A. Douma, 1973. Bron: Groninger Archieven, Beeldbank Groningen.

 

Merkwaardig is, dat de eerste heerd Alberdaheerd genoemd wordt, terwijl de tweede, ongenoemde, heerd wat zijn gemeenschappelijk bezit betreft meer overeenkomt met de bovengenoemde geconfisqueerde Alberdaheerd. Een verklaring is moeilijk te geven, tenzij men denkt aan de ‘Alberda nije heerd’. In dit verband moet de aandacht gevestigd worden op een proces van Reint Alberda ter ene en Johan (4 okt. 1594 – 28 jun. 1673) en Peter Schatter (lid van de Gedeputeerde Staten in de jaren 1603 en 1604) ter andere zijde over het redgerrecht vallende op ‘Alberda nije heerd’ in 1607. Ook hier dus weer Alberda en Schatter naast elkaar. Opvallend detail: Peter Schatter trouwt in 1597 met Jijde Alberda.


Een andere moeilijkheid is, dat omstreeks 1570 Reint Alberda blijkens de confiscatielijsten op 't Zandt behalve het kwart van Alberdaheerd, groot 26½ gras, nog 10½ gras bezat, terwijl zijn zoon in 1602 van hem twee heerden aldaar erfde, de ene groot 39½ gras en de helft van een andere, groot 37½ gras.

 

Plattegrond. Alberdaheerd ('t Zandt, sectie A 5, no. 823.) 1. Alberdaheerd. 2. 't Zandster maar. 3. Ter Horn. 4. Doopsgezinde kerk. 5. Weg van Leermens naar 't Zandt. 6. Landweg naar Godlinze. Bron: Formsma e.a. Ommelander Borgen en Steenhuizen, 1973.

Plattegrond. Alberdaheerd ('t Zandt, sectie A 5, no. 823.) 1. Alberdaheerd. 2. 't Zandster maar. 3. Ter Horn. 4. Doopsgezinde kerk. 5. Weg van Leermens naar 't Zandt. 6. Landweg naar Godlinze. Bron: Formsma e.a. Ommelander Borgen en Steenhuizen, 1973.

 

Egbert Alberda, die in 1604 sterft, is tweemaal getrouwd, eerst met Catharina, weduwe van de drost van Emden, Ocko Vrese, daarna met Gebke Beninga. Hoewel hij bij beide kinderen heeft gekregen, treffen we dezen niet aan op 't Zandt. Wel, en dit is ook weer vreemd, al in 1596, dus voor de dood van Egbert, Reint Alberda, de zoon van Derk Alberda van Hemmen. Hoe deze Reint daar gekomen is, is onbekend, maar in elk geval krijgen we met hem vaste grond onder de voeten. Hij is blijkbaar op 't Zandt gaan wonen, want hij wordt Reint Alberda op 't Zandt genoemd en compareert voor dit kerspel op de landdag. Ook is hij in 1626 daar in de kerk begraven.

 

Het geslacht Albertda. Formsma e.a. Ommelander Borgen en Steenhuizen, 1973.

Gedeelte van het geslacht Albertda. Uit: Formsma e.a. Ommelander Borgen en Steenhuizen, 1973.

 

Zijn zoon uit zijn huwelijk met Anna Schatter, ook Reint geheten, treffen we na hem op 't Zandt aan. In het verpondingsregister van 1630 komt hij voor met 39¾ gras, wat nagenoeg gelijk is aan de grootte van Alberdaheerd van 1602. Deze Reint overlijdt in 1653 en ligt eveneens in de kerk in 't Zandt begraven. Zijn weduwe Habbina Ubbena (1608-1669) overlijdt in 1669; ook van haar ligt een grafsteen in de kerk op 't Zandt. Bij de boedelscheiding van 1670 valt aan de zoon van Reint Alberda en Habbina Ubbena, Willem, het huis op 't Zandt ten deel met plantages, hoven, grachten, singels, kerkstoelen, graven en glazen in de kerk enz., met 33 grazen land. Een klok in de toren van 't Zandt, gegoten in 1693, bewaart nog de herinnering aan deze Willem Alberda.

 

Het geeft verder aan hoe de weg naar Godlinze eertijds dwars door het tegenwoordige terrein ten noorden van de heerd heeft gelopen. Uit: Formsma e.a. Ommelander Borgen en Steenhuizen, 1973.

Het geeft verder aan hoe de weg naar Godlinze eertijds dwars door het tegenwoordige terrein ten noorden van de heerd heeft gelopen. Uit: Formsma e.a. Ommelander Borgen en Steenhuizen, 1973.


Willem Alberda overlijdt in 1702. Ook hij ligt in de kerk op 't Zandt begraven. Hij sterft kinderloos; het huis vererft op zijn gelijknamige neef, of beter gezegd, deze koopt de overige erfgenamen uit in 1704. Bovendien heeft hij de borg te Godlinze geërfd. De laatste ruilt hij met zijn schoonvader Gerhard Horenken tegen Dijksterhuis, waar hij zich vestigt. Ook het huis op 't Zandt doet Willem Alberda van de hand. Op 3 maart 1707 verkoopt hij aan het echtpaar Roelef Sjabbes Steenhuis en Aafke Harms de borg op 't Zandt met 35 grazen land, waarvan 27 ten zuiden van de borg, de borgstee inbegrepen, en 8 grazen ten noorden van de borg, onderscheiden in 20 grazen land waarvan de provincie 12 toebehoort, verder de beklemming van deze 12 grazen, onder de borg beklemd, de begraafplaatsen in de Zandster kerk met de bovenste banken in het koor, een kerkenbank te Leermens, en alle redgerrechten en overrechten van 't Zandt, Leermens en Eesterrecht voor zover verkoper toebehoren.

 

't Zandt Theehuisje Alberdaheerd. Collectie voormalige gemeente Loppersum. 1980-1990. Bron: Groninger Archieven, Beeldbank Groningen.

't Zandt Theehuisje Alberdaheerd. Collectie voormalige gemeente Loppersum. 1980-1990. Bron: Groninger Archieven, Beeldbank Groningen.


Blijkbaar is het niet geheel duidelijk onder welk kerspel het goed heeft behoord. In de jaren 1711-1715 houdt men zich in het bijzonder met deze kwestie bezig. De conclusie is, dat de landerijen, zijnde 27 gras ten zuiden van de weg gelegen met het huis onder Leermens hebben behoord en de 12 grazen provincieland met de 8 grazen eigen land onder 't Zandt. De weg heeft voorheen door het appelhof ten noorden van de behuizing gelopen. Een kaartje moet de situatie toelichten. Hoe dan tevoren steeds sprake is van de Alberdaheerd op 't Zandt, is niet duidelijk. In 1781 draagt Aden Steenhuis, weduwe van Rudolf Ebels (Cleveringa) de eigendom van de plaats en landerijen, Alberdaheerd genoemd, over aan Jan Ebels en Anna Cleveringa.


Het is niet bekend hoe lang van een borg gesproken kan worden. Men spreekt trouwens meestal van een heerd, waarschijnlijk omdat er geen schathuis is geweest, maar de schuur verbonden aan het voorhuis. In een akte van 1768 is nog sprake van land bij de borg op 't Zandt, maar wanneer Aafjen Steenhuis, weduwe van Rudolf Ebels, in 1781 de eigendom van de bezitting overdraagt aan Jan Ebels en Anna Cleveringa is sprake van plaats en landerijen Alberdaheerd genoemd.

 

't Zandt : Boslaan 1: Alberdaheerd: duiventil, 1973. Foto: M.A. Douma, 1973. Bron: Groninger Archieven, Beeldbank Groningen.

't Zandt : Boslaan 1: Alberdaheerd: duiventil, 1973. Foto: M.A. Douma, 1973. Bron: Groninger Archieven, Beeldbank Groningen.

 

 In 1811 gaat Alberdaheerd over in handen van de familie Cleveringa. In 1854 vindt een grote verbouwing plaats. De schuur is blijkens een gevelsteen in 1763 gebouwd of vertimmerd. In 1971 is de heerd door J. Steenhuis Geertsema, gehuwd met S.M. Cleveringa, verkocht aan S.T. Boerma.

De nieuwe eigenaar, heeft er onder meer een kwekerij voor koikarpers gevestigd. In 2008 krijgt de Alberdaheerd de Teenstraprijs van de Boerderijenstichting Groningen, een prijs die de bedoeling heeft om de waarde van boerderijen als beeldbepalende elementen in het landschap onder de aandacht te brengen[3].


Van ‘Alberda Nije heerd’, dat in de klauw- en registratieboeken vermeld wordt, is niets bekend[4].

 

Het bakhuis op het erf.
Het bakhuis op het erf. Foto: Gouwenaar. 15 april 2011. Licentie: Creative Commons.


Rijksmonument
De Alberdaheerd is erkend als een rijksmonument (nr. 40294) Bij de erkenning zijn ook drie zelfstandige objecten, die bij de boerderij (schuur 1859) horen, betrokken. Het betreft het bakhuis[5], dat op het erf staat, de theekoepel (1875) die op de singel tussen de grachten staat en een duivenhuis. De theekoepel is omstreeks 1875 gebouwd en staat niet op een heuveltje, maar op acht houten staanders. Het huisje heeft een rieten tentdak. Ook het duivenhuis staat op staanders en heeft een zadeldak[6].

 

De theekoepel op de singel. Foto: Gouwenaar. 15 april 2011.

De theekoepel op de singel. Foto: Gouwenaar. 15 april 2011. Licentie: Creative Commons, Publiek Domein.

 

Rijksmonumenten omschrijft de Alberdaheerd als volgt:
Alberdaheerd. Op dubbel omgracht terrein met hout beplant gelegen boerderij met voorhuis onder schilddak met hoekschoorstenen waarop borden. Omlijste smalle ingang, ter rechterzijde waarvan de smalle zesruitsvensters zijn bewaard. Deze staan nog in de zijgevels en de onderkelderde aanbouw ter linkerzijde. Op het erf bakhuis. Op de singel tussen beide grachten theekoepel op staanders en gedekt door gezwenkt rieten dak op breed overstek. Duivenhuis op staanders onder zadeldak.”

 

Huidige situatie
Het terrein is nog intact. Het voorhuis geeft op het kadasterkaartje nog het beeld van vóór de verbouwing van 1854. Op de zolder zijn nog spanten van een vroeger huis aanwezig.

Het kaartje van 1715 (R.A. Groningen, Catalogus Getekende kaarten nr. 557a) toont ons het oude steenhuis met het „lankhuus"[7] daarachter en een Groninger schuur ernaast. Het geeft verder aan hoe de weg naar Godlinze eertijds dwars door het tegenwoordige terrein ten noorden van de heerd heeft gelopen (zie afbeelding). Men heeft altijd van „heerd" gesproken, omdat het uiterlijk overeenkomt met een boerderij en niet met een borg, die geen „lankhuus" heeft, maar een afzonderlijk schathuis.

 

Boslaan aan oostzijde van de Alberdaheerd. Foto: Hardsjaal, 6 april 2019. Licentie: Creative Commons Attribution-Share Alike 4.0 International- licentie.

Boslaan aan oostzijde van de Alberdaheerd. Foto: Hardsjaal, 6 april 2019. Licentie: Creative Commons Attribution-Share Alike 4.0 International- licentie.

 

Duivenhuis bij de Alberdaheerd nabij 't Zand. Foto: Gouwenaar, 15 april 2011. Licentie: Creative Commons CC0 1.0 Universal Public Domain Dedication .

Duivenhuis bij de Alberdaheerd nabij 't Zand. Foto: Gouwenaar, 15 april 2011. Licentie: Creative Commons CC0 1.0 Universal Public Domain Dedication.

 

 

Zie ook voor de vetgedrukte namen: De parenteel van Bunno Alberda.

 

 

Bronnen, literatuur
- RHCGA, Groninger Archieven. Het archief van Alberdaheerd vanaf 1707 berust op het Rijksarchief. Inventaris in handschrift.“Tegenwoordig vinden we onder toegangsnummer 631 Alberdaheerd, 1686-1819 het gehele archief met als inleiding: Het archief van de Alberdaheerd en van zijn bewoners, de families Stenhuis (Steenhuis) en Cleveringa is door de heer J. Steenhuis Geertsema aan het Rijksarchief in Groningen in bewaring gegeven in 1961.
De geschiedenis van de Alberdaheerd gaat vrij ver terug. Men kan deze geschiedenis vinden in "De Ommelander Borgen en Steenhuizen" blz. 516 - 519, waar een uitgebreid verslag over het wel en wee van de heerd en zijn bewoners wordt gegeven.
Voor ons begint het archief van de Alberdaheerd zelf met het oudste stuk betreffende de heerd, nl. de akte van 1707, waarbij Willem Alberda, neef van de overleden gelijknamige eigenaar de heerd verkoopt aan Roelof Sjabbes Steenhuis en diens vrouw Aafke Harms.
In de akte is sprake van de borg op 't Zandt met 35 grazen land, met de beklemming van 12 grazen provincieland, met begraafplaatsen en banken in de kerk op 't Zandt, een bank in de kerk te Leermens en verschillende redger- en overrechten van 't Zandt, Leermens en Eesterrecht. Vanwege deze rechten noemden de eigenaren zich soms hoofdeling.
Het was niet helemaal duidelijk of de heerd nu onder het karspel Leermens of het karspel 't Zandt viel. Men heeft zich gedurende de jaren 1711 - 1715 met deze zaak bezig gehouden. Op een in die tijd getekende kaart staat aangegeven onder welk karspel men veronderstelde dat de landerijen vielen. Ook het steenhuis zelf staat er op, duidelijk een boerderij met achterhuis en schuur. In 1854 wordt het oude voorgebouw vertimmerd en er wordt een nieuw woonvertrek aan toegevoegd.
Behalve de stukken betreffende de heerd zelf bevat dit archief stukken die betrekking hebben op goederen die in bezit zijn geweest van de bewoners van de Alberdaheerd en hun familie (zie genealogie). Het is niet altijd duidelijk hoe de betrekking is geweest tussen de bewoners en de goederen waarvan stukken in het archief zijn aangetroffen.
De stukken betreffende personen zijn gerangschikt naar personen. De stukken betreffende de verwerving en het beheer van goederen zijn geografisch gerangschikt naar de dorpen in alfabetische volgorde en in de dorpen zo veel mogelijk naar de boerderijen. Aan de inventaris is toegevoegd een genealogie, een zegellijst en een index op geografische namen en op persoonsnamen”. (Laatste wijziging 14-04-2018, 115 beschreven archiefstukken)’.

- Formsma e.a. Ommelander Borgen en Steenhuizen, 1973.
- Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed .

 

 

Noten

1 Het huis is genoemd naar het oudste bewonersgeslacht Alberda. Dat geslacht komt mogelijk al voor in 1247 als 'albertidarum' (Kroniek van Wittewierum) en 1317 als 'Albertatiucha' (Oorkondeboek Groningen en Drenthe nr. 254).

2 De familie Alberda is een Nederlands adellijk geslacht uit de Groninger Ommelanden. Bunno Alberda is de eerste die vermeld wordt in 1443 als hoofdeling op Alberdaheerd bij 't Zandt.

3 Wikipedia, Alberdaheerd. Geraadpleegd 25 februari 2026.

4 Het grootste deel van de tekst is ontleend aan dr. J.W. Formsma e.a., Groninger Borgen en Steenhuizen, Assen, 1973. De tekst is taalkundig bewerk en aangevuld met o.a. alles wat tussen haakjes staat door de webmaster.

5 Een bakhuisje is een bijgebouw van een boerderij of landhuis waarin men vroeger brood en koek heeft gebakken. In het bakhuisje bevindt zich een met hout gestookte bakoven. In het noorden van Nederland worden dergelijke gebouwtjes ook wel stookhut of stookhok genoemd. Ook wordt het wel een bakspieker genoemd.

6 Wikipedia, Alberdaheerd. Geraadpleegd 25 februari 2026.

7 Het langhuis of langhuus kenmerkt zich erdoor dat mensen en vee onder een dak hebben geleefd. In tegenstelling tot het hallenhuis, dat rondom één centrale ruimte is gesitueerd, is het langhuis echter uit meerdere aaneengeschakelde ruimten geweest die met elkaar verbonden zijn geweest. Langhuis en hallenhuis zijn driebeukig en hebben een doorlopend gebint. In andere streken, waar men natuursteen als bouwmateriaal heeft gebruikt, ontbreekt dit houtskelet.

 


Deze pagina maakt deel uit van www.nazatendevries.nl. Aan bovenstaande tekst is de uiterste zorgvuldigheid besteed. Desondanks kunnen er best fouten voorkomen. Constateer je fouten en/of heb je vragen, correcties, aanvullingen......... geef die dan even aan mij door via mijn E-mail adres (zie rode balk boven). Wij hebben ons uiterste best gedaan om de auteurs van teksten/citaten en copyrightbepalingen van afbeeldingen te achterhalen. Mocht je rechthebbende zijn en hierover vragen of opmerkingen hebben, neem dan contact op via e-mail. Lees ook de 'Disclaimer' en 'Privacy' voor méér informatie en laat ook eens een bericht achter in het Gastenboek, dan weet ik waarvoor ik het doe.

Hoogeveen, 18 maart 2026.
Samenstelling: © Harm Hillinga.
Klik hier om naar het menu ARTIKELS te gaan.
Klik hier om terug te gaan naar de HOMEPAGE.
Top