De Heremaheerd te Bierum en zijn bewoners

De Heremaheerd van Bierum
Bierum heeft een drietal edele heerden gehad. Het zijn de Eelsumaheerd, de Heremaheerd en de Luingaheerd. In feite is een edele heerd een boerderij geweest met minimaal 30 grazen land. Het is een boerderij in Groningen geweest met landerijen, waarvan de eigenaar de plicht en het recht heeft gehad om op te treden als redger, een soort rechter of bestuurder. Het is een aanduiding voor een aanzienlijke boerderij met dus een bestuurlijke rol en oorspronkelijk verbonden met de adellijke of burgerlijke stand (vaak een borg). De term "heerd" verwijst oorspronkelijk naar de haard of stookplaats, maar later naar de gehele boerderij met bijbehorende grond.
Daarbij moet aangetekend worden dat de voormalige Luinga in Bierum in feite een borg is geweest en geen boerderij. Op de borg hebben meerdere verschillende geslachten gewoond met meerdere percelen grond in eigendom in en rond Bierum.
In dit artikel beperken we ons hier tot de Heremaheerd. Voor deze heerd komen we verschillende schrijfwijzen tegen, behalve Heremaheerd ook Heeruma Heerd, Heerumaheerd, Herema Heerd, maar ook gewoon Heeruma. In dit artikel houden we ‘Heremaheerd’ aan. Bij de Groninger Archieven treffen we ‘Heremaheerd’ aan:
“Akte van erfwissel tussen Willem Clant en het klerkenhuis te Groningen, waarbij genoemde instelling verkrijgt een rente van 2 tonnen rode boter[1] 's jaars gaande uit Heremaheerd en -goed in het kerspel Bierum, 1469. Met de oorspronkelijke rentebrief, 1465, en een akte van overeenkomst o.m. betreffende deze rente, 1469”[2].
Als we het over de Heremaheerd hebben is het in dit artikel soms niet helemaal duidelijk of het hier gaat om één of twee verschillende heerden. De gegevens spreken elkaar soms tegen. Mogelijk komt dit doordat de heerd op een gegeven moment in twee stukken wordt gedeeld. Wanneer dat precies is geweest, weten we niet. Zeker is wel dat we in Bierum op twee verschillende plekken de Heremaheerd terug vinden.
Een restant, het woongedeelte van de/een Heremaheerd bestaat nog steeds en wordt ‘Het Hoge Huis’ genoemd. Dit woonhuis staat echter niet aan de Hereweg zoals verondersteld, maar aan de Molenlaan 1, een zijstraat van de Hereweg, en is een rijksmonument (nr. 9467). Zie foto hieronder. Tegenwoordig wordt het huis sinds 1973 bewoond door kunstschilder Joep Hommerson De tuin is geheel dichtgegroeid, waardoor een afbeelding van het hele pand anno 2010 niet meer mogelijk is.
Kijken we naar foto’s op Beeldbank Groningen dan vinden we daar een drietal foto’s (zie verderop) van de (een) Heremaheerd op de hoek van de Hereweg in de Bredeweg op het adres Hereweg 18. Het perceel heeft een kadastrale oppervlakte van 180.789 m² met als beschrijving:
“Het adres is gelegen op perceel 552 in de sectie M en de kadastrale gemeente Bierum. De kadastrale aanduiding is aldus BRM01-M-552. De gemiddelde perceeloppervlakte in de kadastrale gemeente Bierum is 1,3 ha. Dit perceel is met zijn 18,1 ha dus groter dan gemiddeld. De grootste perceeloppervlakte is 2,97 km². Dit is het enige adres dat aanwezig is op het perceel. De huidige grenzen van het perceel zijn digitaal in de Basisregistratie Kadaster (BRK) geregistreerd op 26 april 2012”[3].
Het betreft een tamelijk strak gebouwde boerenwoning met aangebouwde schuur met daarachter een nieuwe schuur met enkele zonnepanelen. Er achter ligt een groot perceel akkerland. Dit is hoogstwaarschijnlijk de plek waar de (oorspronkelijke?) Heremaheerd heeft gestaan of een deel daarvan. Het oorspronkelijke pand zal (mogelijk) afgebroken zijn. Het jaartal is mij onbekend gebleven.
De plek komt dus niet overeen met die waar “Het Hoge Huis” staat….
Overigens moeten we het ‘Huis Luinga’, de voormalige borg, (Rijksmonument nr. 9463) aan de Borgsingel 9. niet verwarren met het bovenstaande.
Gezien het bovenstaande wordt het geheel er niet duidelijker op. We komen op twee verschillende plaatsen de Heremaheerd tegen. Aan de Molenweg 1 en aan de Hereweg 18. Hieruit valt te concluderen dat de ‘heerd’ of op twee verschillende plaatsen heeft gestaan, of dat met ‘heerd’ de totale omvang van twee boerderijen (met grond) wordt bedoeld. Het boerderijenboek van Bierum geeft daar ook geen echte uitsluitsel over.
De Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed omschrijft het pand aan de Molenweg als “Het Hoge Huis”: “Pand onder hoog zadeldak met wolfeinden waarboven schoorstenen met borden. Omlijste ingang met ruitvormige versieringen; paneeldeur. Linker gedeelte onderkelderd. Zesruitsvensters”. Auteur foto: Hardscarf, oktober 2010. Licentie: Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported.
Over de bewoners op de Heremaheerd
Opgegroeid in het Onderwierum van koopman Hillebrand en dominee Oortman, zal Jan Cnellis later in Bierum komen wonen. Met het huwelijk van Jan Cnellis (ook: Cornellijs) met Martjen [4] Doekes op 30 juli 1693 [5] komt een moeder van de nazaten van het geslacht Steendam in beeld. Aan dit geslacht besteden we in dit artikel verder geen aandacht. Martjen Doekes is weduwe van Derck Menckes uit Bierum. Ze heeft uit dat huwelijk een dochter, Grietje (Geertjen) Derx geheten, en een boerderij, de Heremaheerd aan de Hereweg te Bierum. Samen met Jan Cnellis zet ze het meierschap voort op het boerenbedrijf van haar eerste echtgenoot, Derk Menckes. En het gezin wordt uitgebreid: Jan Cnellis en Martjen krijgen samen een zoon, Jan Cornellijs. Jan heeft ook nog een zus genaamd Martjen[6]. Zoon Jan Kornellijs zal net als zijn vader meier worden op een ander groot boerenbedrijf door een boerendochter te huwen.
Martjen Doekes en Derck Menkes
Zoon Derck Menkes neemt samen met zijn vrouw Martjen Doekes, het ouderlijk bedrijf van Derck over in 1683. Vermoedelijk ligt de huwelijksdatum ook rond die tijd. Derck en Martjen hebben niet lang samen boer op de Heremaheerd kunnen zijn. Want voor juli 1693 is Derck overleden. Martjen blijft achter als weduwvrouw, samen met dochter Grietje Derx. Van Martjen Doekes is dus niet veel bekend. Ze zal gezien de huwelijksdatum rond 1660 geboren zijn. Door haar huwelijk met Derck is ze meierse geworden van de Heremaheerd. Zij heeft nu een dochter en een boerenbedrijf met 55 grazen grond. Martjen zal opnieuw gaan trouwen met Jan Cnellis[7], zoon van Cnellis Jans (van Steendam) uit Onderwierum. Daarmee wordt zij de oudste met naam bekende moeder van vele nazaten met de familienaam Steendam.
De dochter het eerste huwelijk van Martjen Doekes, Grietje Derx, zal samen met haar echtgenoot Harm(en) Hiepkes(Heepkes)[8][9] de Heremaheerd binnen de familie houden. Predikant Henricus Adami zal later in 1729 verklaren dat Harm Hiepkes en Geertjen Derx echtgenoten en ledematen van de kerk zijn geweest en zij allebei overleden zijn[10].
![Detail uit de kaart "Prov. Groningae et Omlandiae tabula : Geographische beschrivinge van de Pr. stadt Gron. en Oml.: vervattende in sich alle heerlijckheden, fortressen, dorpen, adelycke ende considerabele huijsen: met de wapens van de voornaemste ende gequalificeerste adeldom der opgemelte provincie. Naet leven afgeteeckent door de gebroederen W. en F. Conders van Helpen [Coenders van Helpen]; Cornelius Appeus sculpsit, 1675-1680." Detail uit de kaart "Prov. Groningae et Omlandiae tabula : Geographische beschrivinge van de Pr. stadt Gron. en Oml.: vervattende in sich alle heerlijckheden, fortressen, dorpen, adelycke ende considerabele huijsen: met de wapens van de voornaemste ende gequalificeerste adeldom der opgemelte provincie. Naet leven afgeteeckent door de gebroederen W. en F. Conders van Helpen [Coenders van Helpen]; Cornelius Appeus sculpsit, 1675-1680."](Best_Herema/Afbeelding2.jpg)
Afbeelding: Detail uit de kaart "Prov. Groningae et Omlandiae tabula : Geographische beschrivinge van de Pr. stadt Gron. en Oml.: vervattende in sich alle heerlijckheden, fortressen, dorpen, adelycke ende considerabele huijsen: met de wapens van de voornaemste ende gequalificeerste adeldom der opgemelte provincie. Naet leven afgeteeckent door de gebroederen W. en F. Conders van Helpen [Coenders van Helpen]; Cornelius Appeus sculpsit, 1675-1680."
Martjen Doekes en dochter Grietje Derx
Van Martjen en haar familie is dus weinig bekend. Mogelijk is er een zus Trijnje[11] en een broer Derx[12]. Martjen is gehuwd geweest met Derck Menkes, een zoon van Menke Lubberts en Geertie. Uit dit huwelijk is Grietje Derx ontsproten. Deze Derck heeft samen met Martjen het bedrijf van zijn ouders overgenomen in 1683. Het gaat om de Heremaheerd, een familiebedrijf met 55 grazen[1] land, onder Bierum bij Nijenklooster.
Niet alleen de ouders van Derck Menkes en ook zijn grootouders hebben al op dit bedrijf gezeten. In 1602 heeft grootvader Lubbert Peters samen met grootmoeder Ewele dit bedrijf overgenomen van Taecke Peters, die het na de reductie in 1594 heeft als meier[14] heeft verworven. Grootvader Lubbert huurt het bedrijf in 1602 voor een periode van zes jaar. In 1608, 1614 en 1620 wordt het huurcontract steeds door hem verlengd. In 1626 is grootvader Lubbert Peters inmiddels overleden, grootmoeder Ewele zet echter het huurcontract voort en hertrouwt in 1654 met Jacob Toppen[15], en verlengt in 1632 en 1638 het contract opnieuw. In 1642 neemt zoon Mencke met zijn vrouw Geertien het bedrijf over. Mencke Lubberts en Geertien krijgen een zoon, Derck. Na het overlijden van Mencke Lubberts hertrouwt Geertien in 1654 met Jacob Toppen. Wanneer moeder Geertien het bedrijf over doet aan haar zoon Derck Menkes heeft ze minstens 41 jaar op het bedrijf gewoond.
Jan Cnellis
Jan Cnellis (Cornellijs), de zoon van Cnellis Jans (van Steendam), doet op 10 december 1680 na ondersouckinge en onderwijsinghe belijdenis van zijn geloof en wordt dan aangenomen als lid van de kerkelijke gemeente te Onderwierum. Het onderwijs en onderzoek zal plaatsgevonden hebben voor de kerkenraad, bestaande uit vermoedelijk drie mannen. Eén daarvan is zijn eigen vader, die sinds 4 februari 1672 armvoogt is. Dan is er nog diaken mr. Jan Warners, gehuwd met Marretien Everts uit Stedum[16][17]. Warners, van beroep ‘meester’ of gekwalificeerd vakwerksman (mogelijk schoenmaker), is al armvoogt sinds 15 mei 1670. En uiteraard maakt predikant Oortman deel uit van de raad van de kerk. Het onderwijs en onderzoek stemt de kerkenraad positief.
Foto: Het Hoge Huis, linkerzijde. Foto: R. de Boer, Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, mei 1969. Rijksmonument nr. 9467. Molenlaan 1-5. Licentie: Creative Commons.
Op 10 december 1680 wordt Jan Cnellis (Cornellijs) dus lid van de gemeente in volle rechten en plichten, en dat zal een bijzonder moment zijn geweest voor vader en diaken Cnellis Jans (van Steendam), de familie en de gemeente. In deze dienst wordt ook Griette Eijsses huijsvrouw van Elias Harmens[18] als lid van de gemeente ‘angenomen’. Het loopt inmiddels tegen het einde van het jaar, het jaar waarin schoolmeester te Onderwierum Garbrandt Berents, in het huwelijk treedt. Meester Berents heeft zijn ja-woord gegeven aan Martje Simens uit het nabijgelegen Bedum, op 19 mei 1680[19] in de kerk te Onderwierum.
Onbekend is wie de moeder is van Jan Cnellis en hoe groot het gezin is geweest waaruit hij komt, of wat zijn geboortedatum of doopdatum is geweest. Omdat hij in 1680 belijdenis doet, zal zijn geboortedatum mogelijk omstreeks 1655 zijn geweest. Als de doop in Onderwierum is geweest, zal dat zijn met het dan nieuw in 1651 aangeschafte doopvont, nu nog te vinden in de kerk te Onderdendam.
Jan Cornellijs heeft in elk geval een broer, genaamd Hillebrand en een zus Martjen. De vader van de twee broers is nauw bij de kerk te Onderwierum betrokken, eerst als diaken en sinds 1681 als ouderling. Sinds 1667 is Francois Boudron predikant te Onderwierum. Hij zal er blijven tot zijn overlijden in 1714. Vanaf 1686 vormt de gemeente te Onderwierum weer een combinatie met de gemeente van het op zichtafstand gelegen Westerdijkshorn.
Niet duidelijk is wanneer vader Cnellis Jans is overleden. Vermoedelijk is zijn zoon Jan dan al dertig, of ouder. Want vader Cnellis Jans wordt in 1684 nog genoemd in het kasboek van Jacob Hillebrands, koopman te Onderwierum. Jan heeft ook nog meegemaakt dat zijn broer Hillebrand belijdenis doet op 6 juni 1684. Jan woont ongetwijfeld nog thuis, het zal nog tot 1693 duren voor hij zijn vrouw gevonden zal hebben.
Enkele maanden na de belijdenis van Jan Cornelijs wordt de gemeente getroffen door het overlijden van de vrouw van predikant Antonius Oortman. Willemijna Jansen ontslaapt op 23 juli 1681[20]. Twee jaar daarvoor is er nog een zoontje gedoopt, Jacobus, op 30 maart 1679[21]. Terwijl het huwelijk heeft plaatsgevonden op 30 augustus 1678[22]. Het verdriet zal groot geweest zijn: niet alleen is Antonius Oortman nog geen twee jaar geleden met haar gehuwd. Het is ook zijn tweede vrouw die hij naar het graf moet brengen na een kort huwelijk. Met Gesijna Pijrsema, zijn eerste vrouw, is hij nog geen zeven maanden gehuwd geweest. Dat huwelijk heeft in Onderwierum plaatsgevonden op 25 april 1677[23]. In 1706 huwt de predikant voor de derde keer, nu met de weduwe van Derck Swarte, olderman, genaamd Lucia Hubelingh in de kerk van Zuidwolde waar zijn derde vrouw vandaan komt[24].
Het huwelijk met Martjen Doekes en Jan Cnellis
Martjen Doekes gaat een tweede huwelijk aan. Het huwelijk van Jan Cnellis (Cornellijs) en weduwe Martjen Doekes wordt te Onderwierum afgekondigd, waar Jan Cnellis heeft gewoond. Gebruikelijk is dat zowel in de gemeente waar de bruidegom als de gemeente waar de bruid woont het huwelijk wordt afgekondigd, meestal op drie achtereenvolgende zondagen. De huwelijksvoltrekking zelf heeft waarschijnlijk in Bierum plaatsgevonden. Omdat de DTB[25] in Bierum voor de huwelijken pas beginnen in het jaar 1705 is de huwelijkssluiting of de aankondiging daar niet terug te vinden. Bij de beschrijving te Onderwierum van de afkondiging op 30 juli 1693 wordt weduwe Martjen aangeduid als de deuchtsame[26]. Van Jan Cnellis wordt bij Spanheim[27] gemeld dat hij door zijn huwelijk samen met Martjen in 1694 eigenaar wordt van 55 grazen land tussen Bierum en Nijenklooster. Dat zal dus de Heremaheerd geweest zijn.
Op 29 januari 1756 ontdekken we nog twee interessante huwelijks contracten[28]. Dat gebeurt bij het huwelijk tussen Martjen Cornellijs en Freerk Aijkes Vos. Aan bruidszijde treffen we daar Cornellijs Jans (vader, kerkvoogd), Jan Cornellijs (broer) en Derk Doekes (halve neef) aan en met aan bruidszijde o.a. oom Eitje Freerks Vos.
Vijf jaar later, het is dan 13 maart 1761 huwt Jan Cornellijs met Lijsebet Harms Vechter te Bierum. In dit huwelijkscontract[29] zien we Cornellijs Jans aan de zijde van de bruidegom terug als vader en kerkvoogd, Martjen Cornellijs als zuster van Jan, Freerk Aijkes Vos als zwager en echtgenoot van Martjen Cornellijs.
De rode boter[30] van de Heremaheerd
Terug naar Martjen Doekes en Jan Cnellis. Zo komt Jan Cnellis met zijn vrouw Martjen Doekes wonen op de Heremaheerd.
Over de bewoners is de nodige informatie al gegeven, afkomstig van met name de Spanheim-registers[31]. Ook de provincieatlas van Siemens[32] geeft informatie over de huurders van provinciegoederen. Verder is informatie te vinden in het Bierumer Boerderijen Boek.
Daarbij wordt geregeld dat een jaarlijkse rente van twee ‘tonnen’ rode boter uit deze heerd naar borgheer Willem Clant[33] op borg Luinga zullen gaan. Toch is de situatie niet helemaal duidelijk, want in 1670 komt Hidda Onsta Huininga, weduwe Clant, vrouw tot Bierum voor die op borg Luinga in Bierum woont. Zij is de weduwe van Asinga Swier (Sweer) Clant, geboren te Harkstede, die op 37-jarige leeftijd in 1665 overlijdt en in Bierum op het koor begraven ligt (grafschrift):ANNO 1665, DEN 2 NOVEMB., IS SEER CHRISTELYCK IN DEN HEERE GERUST DE HOOGH EED. HEER ASINGA SWIER CLANT, IN 'T 37 JAER SYNS OUDERDOMS.
Wapen en helmteken: Clant. GDW, blz. 218, nr. [969].
Clant draagt deze rente over aan het Fraterhuis te Groningen. Een Willem Clant heeft (voorzover bekend) nooit op de borg gewoond.
Ergens tussen 1469 en 1594 is de eigendom van de Heremaheerd gesplitst. Ergens na 1469 weet het Nijenklooster het zuidelijke deel te verkrijgen van de Heremaheerd (die vervolgens gesplitst wordt?), waarover het rente moet betalen aan het Fraterhuis in Groningen.
Terug naar Jan Cnellis en Martjen Doekes
Uit het huwelijk van Martjen met Jan Cnellis wordt een zoon Kornellijs Jans geboren, waarschijnlijk in 1694 of 1695[34]. Zijn er meer kinderen dan de genoemde Kornellijs geboren? Wanneer we veronderstellen dat Martjen niet lang ongehuwd is geweest, dan heeft haar tweede huwelijk mogelijk meer dan 10 jaar geduurd[35]. Dan ligt het voor de hand om te denken dat er meer kinderen geboren zijn. Martjen overlijdt in 1714 in Bierum, zo staat vermeld in de DTB van Bierum[36], in de lijst van degenen die predikant Francois Buning van Bierum, gehuwd met Anna Vechter op 8 mei 1712[37], aantreft als ledematen van de gemeente. Hoe oud ze dan is? Ongetwijfeld ouder dan 50, de leeftijd die ze zou hebben wanneer ze 19 jaar bij haar eerste huwelijk in 1683 zou zijn geweest.
Boedelscheiding
Wanneer bij het overlijden van Jan Cnellis de boedel moet worden verdeeld, treffen we alleen nog de kinderen Jan en Martjen aan. De omvang van de boedel is aanzienlijk zo blijkt uit het charter van 1763. Het gaat in totaal om 61 grazen land, waarvan zoon Jan Cornellis er 31 en Martjen 30 grazen krijgt. Daarnaast zijn er maar liefst drie heemsteden te verdelen, Jan en zijn moeder weduwe Martjen krijgen ieder anderhalve boerderij. De verdeling[39] wordt als volgt:
Jan krijgt:
- 5 ½ grasen land, in gebruik bij de kinderen van Haye Jans
- 10 grasen land, in gebruik bij Sjadde Redmers
- 6 ½ grasen land
- 9 grasen land, beide perceelen in gebruik bij zus Martjen
- een heemstede, in gebruik bij Jacob Jans Kuiper
- de helft van een heemstede, in gebruik bij Willem Pilon, de andere helft Harm
Martjen krijgt
- de helft van 60 grasen land, met Harm Claasens Vegter en broer Ewe mandelig
- een heemstede bij Catmis, in gebruik bij Marcus Alberts
- een heemstede te Bierum, mandelig en gebruikt door Sjadde Redmers

Het Hoge Huis. Rijksmonument nr. 9467. Molenlaan 1-5. Foto: mei 1969. R. de Boer, Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed. Licentie: Creative Commons.
Het 55 grazen behuisd land met het bijbehorende ‘Hoge Huis’ van het betreffende bedrijf te Bierum wordt de domicilie van Jan Cnellis. De Heremaheerd[39] is één van de drie edele heerden die volgens de clauwboeken te Bierum te vinden zijn. De Heremaheerd en de daarbij behorende rechten komen in 1469 in het bezit van Ebbe Sluchtinge[40][41]. Deze Ebbe koopt in 1464 en 1475 ook nog grond, maar dit land heeft mogelijk niets te maken met de Heremaheerd[42]. Ergens na 1469 weet het Nijenklooster het zuidelijke deel van de Heremaheerd bij Bierum te verkrijgen (die vervolgens gesplitst wordt), waarover ze rente moet betalen aan het Fraterhuis in Groningen. Na de reductie in 1594 int de provincie de jaarlijkse huursom, bestaande uit een kwart tonnetje[43] rode boter, ook wel weideboter genoemd. Op Sint Jacobi, 25 juli van elk jaar, moet deze boter als een soort grondrente betaald worden aan het Fraterhuis[44] te Groningen.
Over het Nijenklooster
In 1204 wordt er een oratorium (gebedsruimte; houten kapel) gewijd door bisschop Otto van Münster en trekken de monniken er vanuit het Oldenklooster, ook klooster Feldwerd genoemd, ten noorden van Holwierde, heen onder leiding van hun abt Reindo om na een nacht weer te vertrekken. Emo blijkt namelijk een eigenzinnig persoon, waarmee moeilijk valt samen te werken. Twee pogingen om er een kloostergemeenschap te vormen mislukken en het leidt vervolgens een paar jaar een kwijnend bestaan met slechts enkele monniken, alvorens Emo's geleerde neef Emo van Bloemhof, pastoor te Huizinge, gaat zich ermee gaat bemoeien. Beide Emo's sluiten vervolgens een overeenkomst en gaan verder als dubbelklooster bij de Premonstratenzers.
Op een gegeven moment wordt het klooster een onderdeel van het klooster Bloemhof en heet dan Campus Rosarum ofwel Rozenkamp. Bij de reductie in 1594 wordt het klooster geconfisqueerd en gesloten en in 1597 worden de gebouwen afgebroken. Het kloosterterrein heeft een omvang gehad van ongeveer 200 bij 175 meter. Dit is nog terug te zien in de huidige percelering[45 ]. Met de bouw van het klooster zullen de wierden waarschijnlijk zijn aangetast. De omliggende gronden worden onderdeel van het corpus (kloostergronden).
Van de verdere activiteiten van het klooster is weinig bekend doordat het archief verloren is gegaan.
Martjen Doekes en de opvolging op het bedrijf
Martjen Doekes overleeft dus niet alleen haar eerste man. Ook haar tweede man, Jan Cnellis, overlijdt en Martjen trouwt een derde keer, nu met Isebrant Willems, afkomstig uit Geefsweer, op 1 augustus 1706. Ruim zeven maanden later, op 20 maart 1707 doet haar man Isebrants Willems samen met acht anderen belijdenis. Martjen Doekes en Isebrant Willems zetten samen de Heremaheerd voort, tot in 1716 het bedrijf van hen wordt overgenomen door de dochter van Martjen Doekes (Martjen is in 1714 ‘versturven’)[46], dochter Grietje Derx en haar man Harmen Heepkens.
Bij Spanheim ziet het overzicht van de bezittingen er als volgt uit:
“159. Bierum Nienclooster [Nijenklooster, red.] Fol:335 vso
Lubbert Pieters wed: Ewele gebr: 55 gra: daar uit sij jaarlijx moet betalen ¼ rode boter [bedoeld wordt 40kg, red.] an het Fraterhuis binnen Groningen
Ao:1642 de soon Menke Lubberts en Geertie
Ao:1654 de wed: Geertie getr: an Jacob Toppen
Ao:1683 Derck Menkens en Marretjen [Doekes]
Ao:1694 Jan Cornelis en Marretie [Doekes]
Ao:1716 Harmen Heepkes getr: an de dogter van Jan Cornelis, Geertie Dirix”
Isebrant Willems woont dan nog wel in Bierum, want wanneer in 1718 dominee Gerardus Clein, gehuwd met Gesijna Bloelema uit Loppersum op 3 september 1719[47], in Bierum komt, treft hij daar ook Isebrant aan. Ergens in de jaren daarna vertrekt hij echter met attestatie naar Farmsum. Dit zal een terugkeer zijn naar waar hij vandaan komt, Geefsweer behoort in die tijd tot Farmsum. Bij de komst van dominee Henricus Adami in 1729 woont hij niet meer in Bierum. Bij de DTB-lijsten van Farmsum, zoals te vinden bij Menne Glas[48] wordt hij niet genoemd. Zou hij voor 1721 (dan begint de lijst van Farmsum) al zijn overleden? Op 19 juni 1710 vindt er een boedelscheiding plaats van Willem Isebrants en Klaeske Claesen te Geefsweer[49]. Betreft dit de ouders van Isebrant?
Zoals gezegd nemen Grietje (Geertijn) Derx en Harm(en) Heepkens als nieuwe meiers het bedrijf, de Heremaheerd, over in 1716. Grietje is dus, een dochter uit het eerste huwelijk van Martjen Doekes met Derck Menkes. Nadat op 14 juli 1715 hun huwelijk in Zeerijp wordt afgekondigd, trouwen op 28 juli 1715 Harmen ‘Hiepkes’ van Zeerijp[50] en Geertjen Derx van Bierum die op 26 december 1710[51] belijdenis heeft gedaan. In datzelfde jaar, op 22 december 1715[52] doet de kersverse bruidegom getrouwt aan Geertjen Derks belijdenis te Bierum. Wanneer in 1718 pastor Gerardus Clein de gemeenteleden opschrijft in de DTB van Bierum schrijft hij daar ook de namen van Harm Hiepkes en Geertijn Derx, echtgen op. Bij de komst van dominee Henricus Adami in 1729 staan Harm Hiepkes (hier: Eepkes) en Geertjen (hier: Geertijn) Derks nog ingeschreven als lid van de gemeente.
Weer een andere koppel op de heerd
Harm Heepkes (ook: Hiepkes, Heepkens) hertrouwt met Geertien Waalkes. Geertijn Derx is dan al overleden. Deze Harm Heepkes komt op 22 december 1715 (en in 1729) in Bierum voor als lidmaat van de kerkelijke gemeente Bierum[53]. Harm Heepkes zelf overlijdt in 1778[54]. Geertien Waalkes leeft dan nog en komt dan in het “Gedenck Boeck der Kerckelijcke Handelingen in de gemeijnte Jesu Christi tot Berum” voor als weduwe van Harm Heepkes.
Sjadde Redmers huwt in 1752 Geertjen Waalkes na het overlijden van Harm Heepkes. Het is dus haar tweede huwelijk. Sjadde wordt ook wel Sjadde Rodmers [55][56] genoemd. Het bedrijf B04 wordt in 1756 door de provincie voor f 4.600 verkocht aan de douairière Van Maneil (B.01), die de Luinga borg inclusief een groot aantal eerlijke rechten in bezit heeft. Aan hem moet voortaan de huur worden betaald van f 155,- per jaar[57]. Geertjen is dus eerder gehuwd geweest met Harm(en) Heepkens, die op zijn beurt gehuwd is geweest met Grietje Derx. Sinds 1716 zijn zij meiers op de Heremaheerd. Grietje Derx is volgens Spanheim[58] een dochter van Jan Cnellis, dus een tante van Jan en Martjen. Mogelijk is het juister dat zij een dochter is van Derck Menckes, de eerdere echtgenoot van Martjen Doekes, de vrouw van Jan Cnellis.
In een register van Thomas van Seeratt worden Sjadde Redmers en Grietje Waalkes ook genoemd als huurders van 55 grazen in 1755, en als opvolgers van de huurders Harm Heepkes en Grietje Derx in 1721. In 1771 wordt Sjadde nog genoemd in een huwelijkscontract tussen een zekere Freerik Claassen en Martjen Jans. Hij komt hierin voor aan de bruidszijde en wordt voormond en kerkvoogd genoemd[59].
Geertjen Waalkes overlijdt kinderloos. Bij een in 1778 gehouden scheiding en deling tussen haar man Sjadde Redmers en de kinderen en kleinkinderen van haar broer, behoudt haar echtgenoot de boerenplaats met de beklemde landerijen[60]. Hij hertrouwt in 1779 met Bouke Pieters[61]. Bouke overleeft haar echtgenoot en treedt in 1784 in het huwelijk met Gerardus Willems[62] die op de boerderij Dijkzicht is geboren (B.14). Enige tijd daarvoor is de jaarlijkse huur f 155,- voor de 55 grazen land omgezet in een jaarlijkse vaste huur[63].
Nadat Bouke opnieuw weduwe is geworden verkoopt zij haar boerderij in 1791 aan haar zwager Jan Willems uit Bierum (B.14), gehuwd met Jantje(n) Cornellis, afkomstig uit Startenhuizen. Het huwelijk heeft plaatsgevonden op 24 maart 1782 (geproclameerd: 24 maart, 14 en 21 april 1782) in de kerk van Eppenhuizen[64]. Bij deze transactie gaan ook 10 grazen onbehuisd land met een vaste huur van f 40,- per jaar en een behuisde beklemming van 17 grazen met een heemstede voor een jaarlijkse huur van f 81,50 over[65].
Jan Willems verlaat zijn familieboerderij Dijkzicht (B.14), welke bij een in hetzelfde jaar gehouden boedelscheiding wordt toebedeeld aan zojuist genoemde Bouke, de weduwe van Gerardus Willems[66].
Na het overlijden van Jan Willems op 4 juni 1790[67] wordt in 1801 een inventaris opgemaakt en hertrouwt Jantje(n) Cornellis met Lammert Hillebrands uit Holwierde (H.21) op 11 april 1801[68].
Lammert Hillebrands[69] (van der Zwaag) wordt genoemd in de lijsten van de Hoogstaangeslagenen[70]. Hij sterft in 1814 en in het jaar daarop hertrouwt zijn weduwe met landbouwer Kornelis Klaassen Vos. Jantje Cornellis (Wanders) en haar kinderen Hillebrant en Hindrik Lammerts (van der Zwaag) verkopen het bedrijf in 1825 aan Aike Fokkes Steenhuis, zonder beroep te Termunten (B.21) en echtgenote Maria Udes Bolt, gehuwd 21 mei 1824 te Appingedam[71].
Zij verkopen op hun beurt in 1857 het geheel aan Habbe Hindriks Brouwer, landbouwer, en echtgenote Geertdina Pauwels Wiertsema. Het paar is getrouwd op 27 juni 1856 te Bierum. Habbe (Habbo) is dan 26 jaar, geboren te Eexta en een zoon dan landbouwer Hindrik Hebbes Brouwer en Elisabeth Eisses de Jager[72]. Geertdina is 23 jaar en geboren in Bierum. Zij is een dochter van Pauwel Wierts Wiertsema, landbouwer en Trijntje Geerts Post.
Habbe overlijdt in 1859[73]. Hij is dan nog maar 29 jaar. Geertdina hertrouwt in 1866 met Albert Jans Bos, een zoon van Jan Alberts Bos en Albertje Harms. Het echtpaar Bos-Wiertsema koopt in 1871 ruim één ha bij de boerderij. Geertdina zal drie echtgenoten overleven, nl. Habbo Brouwer, Albert Jans Bos en Jacob Omta. Zijzelf overlijdt in Bierum als ze 84 jaar is op 16 april 1917[74].
Geertdina en haar laatste echtgenoot dragen hun bezit in 1875 over aan Jan Tiemens Medema, geboren te Uithuizermeeden en echtgenote Martje de Vries. Ze trouwen in Stedum op 17 februari 1875[75]. Jan is dan 23 jaar en Martje, geboren in Stedum is 19 jaar oud. Ze komen allebei uit een landbouwersgezin. Martje valt veel persoonlijk leed ten deel, eerst overlijdt haar man als hij nog maar 33 jaar is op 9 september 1884[76] en nadien nog drie van haar vijf kinderen.
Martje en de beide overgebleven kinderen, verkopen het bedrijf in 1889 aan Arend Pieters Winter geboren in Uithuizermeeden en echtgenote Anje Tjasses Biewenga, geboren te Spijk. Het huwelijk heeft plaatsgevonden op 20 november 1875 te ’t Zand. Arend is dan 33 jaar en Anje 19[77]. Beide komen uit een landbouwersgezin. Bij de geboorte van hun dochter Anna op 4 september 1883 wordt Arend Pieters nog ‘daglooner’ genoemd. Hij is dan 41 jaar[78][79]. Een zoon zal later predikant worden. Het getuigt van grote moed als Arend Pieters in 1889 op 47-jarige leeftijd nog een boerenbedrijf begint.
Deze nieuwe meiers breiden in 1890 de boerderij met 1.16.00 ha beklemd land met een vaste huur van f 12.- per jaar uit.
Arend overlijdt op 19 januari 1908 te Bierum[80]’. In datzelfde jaar koopt zijn vrouw de erfporties van hun acht kinderen.
Anje Winter-Biewenga, overlijdt in 1943 op 86-jarige leeftijd In Wittewierum[81], en verkoopt het bedrijf in 1926 aan Pieter Harm Veenkamp, geboren te Bierum en echtgenote Ilibina Wiersema op Klein Koppen, ook een boerderij in Bierum (B.12). Het paar is gehuwd te Bierum op 27 september 1908[82]. Ze komen allebei uit een landbouwersfamilie. Hilbina overlijdt in 1928 en haar man koopt in 1933 de erfdelen van twee dochters Jantina Albertha en Trijntje Jantina. Veenkamp heeft naast dit bedrijf, ook Klein Koppen in zijn bezit. Hij hertrouwt met Ilbina Hindrika Dijksterhuis en zij kopen in 1936 de eigendom die op hun beklemde 1.16.00 ha rust. In 1939, een jaar na zijn overlijden[83], houden zijn echtgenote en de twee dochters uit zijn vorige huwelijk een boedelscheiding, waarbij de boerderij naar dochter Trijntje Jantina Veenkamp te Haren gaat. De in het jaar daarvoor verkregen 4.56.10 ha (B.12) met een jaarlijkse vaste huur van f 57,50 voegt zij bij dit bedrijf. Jan Tammo Veenkamp, een neef van voornoemde Peter Harm Veenkamp en echtgenote Alberdina Martini Boersma die op Klein Koppen hebben gewoond, worden de nieuwe bewoners op de Heerumaheerd.
De feitelijke meiers, Trijntje Jantina Veenkamp, en haar man Klaas Doeke Pot die arts is te Groningen kopen in 1968 de eigendom van hun behuisde beklemming en die van een onbehuisde beklemming met jaarlijkse vaste huren van f 200 en f 57,50. Bij hun huwelijk op 8 mei 1940 lezen we dat Pot geboren is in Wildervank maar in Winschoten woont. Zij vader is landbouwer. Trijntje is geboren in Bierum, en woont nog steeds in Haren[84]. Als eigenaars hebben zij nooit op de Heremaheerd gewoond.
De behuisde beklemming[85] heeft eerder een jaarlijkse vaste huur van f 155,- gedaan. In datzelfde jaar ruilt men enige percelen land met derden. Dat zal in 1977 nog eens gebeuren.
De boerderij wordt sinds 1969 door de familie Gerhard Fokko Veenkamp, een zoon van de vorige bewoners, bewoond.
Gerhard Fokko Veenkamp gehuwd met Jantina Feitsma en zijn broer Jan Doeke Veenkamp gehuwd met Albertje Zomerman te Holwierde (H.19) kopen in 1982, ieder voor de onverdeelde helft, de boerderij met 24.72.95 ha in volle eigendom.
Zij exploiteren naast dit bedrijf ook hun boerderij Garbendeweer te Holwierde (H.19) alsmede een door hen gehuurd familiebedrijf (H.20) aldaar. De totale bedrijfsoppervlakte bedraagt ruim 97 ha.

De Heremaheerd, Hereweg 18, Bierum
Deze boerderij, hier wordt dus niet Het Hoge Huis bedoeld, is tegenwoordig met 24.72.95 ha akkerland in het bezit en gebruik van Gerhard Fokko Veenkamp gehuwd met Jantina Feitsma en zijn broer Jan Doeke Veenkamp gehuwd met Albertje Zomerman. De boerderij wordt bewoond door de familie Veenkamp-Feitsma.
De boerderij behoort tot een deel van de Heremaheerd (zie B.13a) en is tot 1594 in het bezit van het Nijenklooster, tussen Jukwerd en Krewerd. Na de secularisatie, int de provincie de jaarlijkse huursom. Verder moet er jaarlijks rechtstreeks ¼ ton rode boter (¼ x 160 kg weideboter) aan het Fraterhuis in de stad Groningen worden afgedragen. Eerst is de landhuur min of meer variabel, maar de hoeveelheid af te dragen boter blijft steeds hetzelfde.
Later hoeft de boter niet meer in natura geleverd te worden. Zij mag tegen een bepaald bedrag verrekend worden. De toenmalige meier koopt (pas) in 1876 de aan de ‘Hervormde gemeente’ van Groningen voor f 1.075,- af. Ook vanuit andere heerden wordt een dergelijke belasting betaald. De meiers van de Brammingaheerd moeten gedurende de periode van 1483 tot 1902, dat is dus meer dan 400 jaar, jaarlijks een halve ton rode boter aan het St. Anne of Mepsche gasthuis te Groningen afdragen[86]. Dit gasthuis gesticht in 1479 bestaat nog steeds, nu met een andere functie. De verplichting boter te leveren, die later wordt omgezet in een som gelds, wordt in 1902 door de toenmalige meier Abel Geerts Bakker afgekocht voor f 1.815,-. 
Boerderij "Heeruma Heerd" in de sneeuw (1962-1963). Gemeente Eemsdelta. RHCGA Groninger Archieven, Beeldbank Groningen.
Het gebouw behoort in 1826 tot een van de grootste boerderijen binnen de bebouwde kom van Bierum en bestaat uit een woonhuis met daaraan vast een schuur en bijschuur. Er heeft zich op het -niet omgracht- erf een grote zoetwaterdobbe bevonden[87]. (Zie kaart Bierum 1826). De beklemde ondergrond[88] van de boerderij èn de tuin wordt in 1857 vrijgekocht uit het eigendom. Men breekt het oude gebouw (Molenlaan?) grotendeels af en bouwt een nieuwe boerderij aan de overzijde van de weg. Deze bestaat uit een woonhuis met daaraan vast een schuur. De Bierumer Maar[89] die in 1857 tot het nieuwe erf stroomt, wordt verlengd en is tegenwoordig nog aanwezig als gracht. Het woongedeelte van de oude boerderij bestaat nog steeds en staat bekend als het Hoge Huis en ligt aan de Molenlaan nummer 1. De ligging van de beklemde, behuisde 55 grazen blijft gedurende de periode 1595-1968 vrijwel onveranderd. De meier koopt in 1968 de eigendom, die 374 jaar lang op het land heeft gerust[90].

Afbeelding: Uitsnede uit het kadaster Heremaheerd, Hereweg 18, november 2025.
Uit het boerderijenboek van Bierum (deels)[91]
Deze landerijen met een grootte van 55 grazen zijn de basis voor de tegenwoordige boerderij B.04 die tot 1857 Het Hoge Huis in het dorp Bierum als bedrijfspand heeft gehad. De gebruiker van deze landerijen heeft de plicht om (een deel van?) de boterrente te betalen aan Het Fraterhuis te Groningen.
De geschiedenis van deze 55 grazen is hierboven reeds beschreven. Het andere deel van De Heremaheerd behoudt blijkbaar de heerlijke rechten. Dit gedeelte komt na het overlijden van de eigenaar Ebbe Sluchtinge[92] in het bezit van de familie Gro(e)vens.
Asinga Swier Clant heeft als een van de erven Gro(e)vens, niet alleen een aandeel in de redgerrechten die bij de Heremaheerd behoren, doch heeft er waarschijnlijk niet gewoond, maar in de Luingaborg. Hij overlijdt in 1665 en ligt in de kerk van Bierum begraven[93] (zie boven). Zijn zoon, jonker Jan Asinga Clant erft in 1682 het huis Heerma met in totaal meer dan 30 grazen land en in 1710 koopt Jan Derks de plaats Heeruma met het bijbehorende land. Zowel Clant als Derks zijn enige tijd op basis van hun bezit Bierumer landdagcomparant[94].
Uit de inventaris van de nalatenschap van de in 1733 gestorven jonker HWG Heer Onno Joachim van Berum (B.01) blijkt dat Van Berum de eigendom in beklemrechtelijke zin van De Heremaheerd met annexen in bezit heeft gehad[95]. Deze Onno Joachim van Berum (Bierum) is lidmaat van de kerk ten tijde van ds. Henricus Adami in 1729[96]. Hij heeft op 23 maart 1720 de avondmaalsbeker aan de kerk geschonken evenals de klok in 1710 die sinds 1943 niet meer aanwezig is.
Nadien is de heerd niet meer als zodanig te volgen[97].
Boerderij "Heeruma Heerd" in de sneeuw met schaatsers op de sloot, 1971. Collectienaam: Voormalige gemeente Delfzijl. Gemeente Eemsdelta. RHCGA Groninger Archieven, Beeldbank Groningen.
Bronnen, referenties en literatuur:
- Sommige genealogische gegevens zijn
overgenomen van https://genealogie-steendam.nl
- http://www.den-braber.nl/bronnen/grn/ond01.html
- De registers van Spanheim
- RHCGA, Groninger Archieven, Alle Groningers
- Beeldbank Groninger Archieven
- RCE, Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed
- Pathuis/Alma, Groninger Gedenkwaardigheden
- Het boerderijenboek van Bierum
- Menne Glas, Ledematen provincie Groningen
Lees hier een artikel over het Groninger beklemrecht.
Lees hier een artikel over Van Maneil.
Lees hier een artikel over de borg Luinga bij Bierum.
Klik hier voor de Spanheim registers.
![]()
Noten:
1 Rode boter is gelijk aan ‘weideboter’.
2 RHC GA, 1237 Klerken- of Fraterhuis te Groningen, 1393-1853, 168.
1238, 168 Akte van erfwissel tussen Wyllem Clant en het klerkenhuis te Groningen, waarbij genoemde instelling verkrijgt een rente van 2 tonnen rode boter 's jaars gaande uit Heremaheerd en -goed in het kerspel Bierum, 1469. Met de oorspronkelijke rentebrief, 1465, en een akte van overeenkomst o.m. betreffende deze rente, 1469.
RHC GA, 1237. Regest 147, 1469 oktober 17 (up sunte Lucasavent).: Burgemeesters en raad in Groningen oorkonden, dat Wyllem Clant ter ene en heer Johannes van Munster, pater, en de gemene broeders van het clerchuus by Sunte Wolburgekercke aldaar, ter andere zijde, een erfwissel aangegaan hebben, waarbij Wyllem aan het klerkenhuis overgedragen heeft een rente van 2 tonnen rode boter ‘s jaars, nader omschreven in de brieven d.d. 1465 september 13 en 1469 oktober 3 (zie reg. nrs. 114 en 146), waardoor deze gestoken is, en waarvoor hij van het klerkenhuis ontvangen heeft het door hem bewoonde huis.
Oorspr. (inv. nr. 168) met fragmenten van het zegel en contrazegel der stad Groningen in groene was.
3 https://kadastralekaart.com/adres/bierum-hereweg-18/0010200000110438.
4 Martjen komt ook voor als Marretjen.
5 DTB. Trouwakte kerkelijke gemeente Onderwierum, 30 juli 1693, arch. nr. 124, inv.nr. 349m blad 107v. Ze is dan weduwe van Derck Menckes.
6 Huwelijks contr. 19 januari 1756 Bierum, Minuten van akten 1751-1761, arch. nr. 733, inv. nr. 892, aktenummer 733.
7 Trouwakte 30 juli 1693 Onderwierum, doop- en trouwboek 1658-1811, arch. nr. 124, DTB enz. in de provincie Groningen, inv. nr. 349, blad 107v.
8 Doopboek kerkelijke gemeente Bierum 12 december 1728 (dopeling Heepke), arch. nr. 124, DTB enz. in de provincie Groningen, inv. nr. 37.
9 Doopboek kerkelijke gemeente Bierum 1 december 1720 (dopeling Martjen), arch. nr. 124, DTB enz. in de provincie Groningen, inv. nr. 37.
10 Ledematen kerkelijke gemeente Bierum, 1729. Ledematen 1705-1871, 1876, 1886, arch. nr. 210, inv. nr. 7.
11 DTB Bierum: Trijnje Doekes is lidmaat in 1705, 1710 en 1718; is overleden in 1720.
12 Bij Spanheim, wordt een Derk Doekes vermeld. De tweede regel betreft de registratie uit 1755, de eerste regel de registratie uit 1721.
Lesterhuis
74 3/4 d. = Doeke Derks en Ike
Hi.69 (K.443) Derk Doekes en Frouke Egberts.
Zijn zoon Doeke Derks van Bierum huwt in 1711 met IJke Fokkes uit Woldendorp. Bij het huwelijk van Aike Freerks Vos en Martjen Cornellis is hij getuige als halve neef (is achterneef, kleinzoon van broer van oma).
13 Eén gras is de hoeveelheid gras die nodig is voor één koe en bedraagt iets minder dan een halve hectare. Dit komt neer op ruim twee koeien per hectare. Een exacte grootte is niet te noemen. Er zijn pogingen gedaan om te berekenen wat deze zou zijn geweest. Per gebied (dorp) komt men zo op verschillende groottes, omdat men de huidige oppervlakte is gaan delen door het grastal. Opvallend is dat de percelen indertijd steeds geheel (soms nog een halve) grazen heeft. Het lijkt erop dat men uit is gegaan van het aantal koeien dat er op graast. Zijn dat er twee, dan is het perceel 2 grazen groot. Kan er nog een kalf bij, dan is het 2½ groot. Het grastal is voornamelijk van belang voor de grondbelasting (de verponding). Men betaalt een bepaald bedrag per gras. Een nauwkeurige bepaling is dus niet echt nodig.
14 Lees hier alles over de meier en het beklemrecht in het artikel ‘Beklemrecht’.
15 RAG, SA 726, 2e gedeelte.
16 Kerkelijke gemeente Stedum, 14 maart 1673, doop- en trouwboek 1666-1715, arch. nr. 124, DTB enz. in de provincie Groningen, inv. nr. 429, blad 52.
17 Kerkelijke gemeente Onderwierum, 9 april 1673, doop- en trouwboek 1658-1811, arch. nr. 124, DTB enz. in de provincie Groningen, inv. nr. 349, blad 102v.
18 In die tijd komt vaker (1680) dan nu voor dat pas op latere leeftijd belijdenis wordt gedaan. Griette Eijsses uit Warffum en Elias Harms uit Onderwierum zijn gehuwd te Onderwierum op 7 augustus 1670. Is zij op 17 juni 1666 eerder te Warffum gehuwd met Peter Sijwerts? Griette overlijdt op 28 juni 1681. Wanneer een Eise Eisens van Groningen op 10 november 1698 huwt met een Annegijn Stevens van Groningen, wordt van haar gezegd dat ze wordt ‘geassisteerd met haer voormondt Elias Harmens’. Is dit dezelfde Elias? En in 1697 en 1701 huwen te Onderwierum een Harmen Elias resp. Derk Elias; zijn dit twee zonen?
19 Kerkelijke gemeente Onderwierum, 19 mei 1680, doop- en trouwboek 1658-1811, arch. nr. 124, DTB enz. in de provincie Groningen, inv. nr. 349, blad 104v.
20 Het huwelijk heeft plaatsgevonden op 30 augustus 1678 in Onderwierum. Kerkelijke gemeente Onderwierum, Doop- en trouwboek 1658-1811, arch. nr. 124, DTB enz. in de provincie Groningen, inv. nr. 349, blad 104v.
21 Kerkelijke gemeente Onderwierum. Doop- en trouwboek 1658-1811, arch. nr. 124, DTB enz. in de provincie Groningen, inv. nr. 349.
22 Trouwakte 30 augustus 1678, Kerkelijke gemeente Onderwierum, doop- en trouwboek 1658-1811, arch. nr. 124, DTB enz. in de provincie Groningen, inv. nr. 349, blad 104v.
23 Kerkelijke gemeente Onderwierum, trouwakte 25 april 1677, doop- en trouwboek 1658-1811, arch. nr. 124, DTB enz. in de provincie Groningen, inv. nr. 349, blad 104.
24 Kerkelijke gemeente Onderwierum, aktedatum 31 januari 1706, doop- en trouwboek 1658-1811, arch. nr. 124, DTB enz. in de provincie Groningen, inv. nr. 349, blad 111, bijzonderheden: gehuwd te Zuidwolde 21-02-1706.
25 DTB. Doop-, Trouw- en Begraafboeken.
26 Zie DTB Onderwierum, bij http://www.den-braber.nl/bronnen/grn/ond01.html
27 Andreas Spanheim: “Provincie-meijers-Groningen 1632-1719 R.A. Groningen, Statenarchief, inv.nr. 2658. Transcriptie: H.R.A. Wessels. Zie link onderaan dit artikel..
28 Huwelijks contr. 29 januari 1756 Bierum, minuten van akten 1751-1761, arch. nr. 733, inv.nr. 892, akte. nr. 733.
29 Huwelijks contr. 13 maart 1761 Bierum, minuten van akten 1751-1761, arch. nr. 733, inv. nr. 892, akte nr. 733.
30 Met ‘rode boter’ wordt 'weideboter' bedoeld.
31 De hierna volgende tekst is te vinden bij Spanheim, voornoemd: ‘Lubbert Pieters wed: Ewele gebr: 55 gra: daar uit sij jaarlijx moet betalen 1/4 rode boter an het Fraterhuis binnen Groningen’.
Ao:1642 de zoon Menke Lubberts en Geertie.
Ao:1654 ‘de wed: Geertie getr: an Jacob Toppen’.
Ao:1683 Derck Menkens en Marretjen [Doekes].
Ao:1694 Jan Cornelis en Marretie [Doekes].
Ao:1716 ‘Harmen Heepkes getr. an de dogter van Jan Cornelis, Geertie Dirix’.
32 In de atlas worden de huurders van Stads-, Ommelander- en Provincie-goederen in 1721 en 1755 genoemd. Zie ‘Toelichting bij de Historische Atlas van de Provincie Groningen’, B.W.Siemens, 1972, uitg. Wolters’. Daaruit onderstaande twee regels, uit 1721 en 1755, geciteerd: 55 g. = Harm Heepkes en Grietje [Dirix] NK.1 Sjabbe Rotmers en Grietje Waalkes.
33 Het kan niet goed verklaard worden dat Willem Clant dit recht heeft. Voorzover bekend heeft hij borg Luinga in Bierum nooit bewoond. Ook is er in de archieven niets bekend over een Willem Clant. Mogelijk wordt hier Willem Allard Clant bedoeld, geboren op 19 november 1641, zoon van Lucas Clant en Elisabeth Ehrentreiter. Deze Willem Allard is in 1667 gehuwd met Bauwina Auwema. In 1667 schaakt Willem Allard Clant de 17-jarige Bauwina Auwema. Ook dan zien we geen koppeling met de Luingaborg in Bierum.
34 De geboortedatum zal liggen na de huwelijksdatum van zijn ouders in augustus 1693. Gezien de belijdenis op 23 september 1714 zal de geboortedatum voor 1696 zijn geweest.
35 Immers, Martje Doekes huwt in 1693 met Jan Cornellis, en ze huwt in 1706 met Isebrant Willems. Wanneer ze kort daarvoor voor de tweede maal weduwe is geworden, heeft het huwelijk dus ongeveer 10 jaar geduurd.
36 ‘De ledemaaten in dien ommegang gevonden zijn deeze volgnde’, ‘1714 versturven’. Arch.nr. 210, inv.nr. 7
37 Kerkelijke gemeente Bierum. Trouwboek 1705-1810, ledematen 1705-1811, arch. nr. 124, DTB enz. in de provincie Groningen, inv. nr. 38, blad 2.
38 Zou dit mogelijk de ‘splitsing’ van de totale heerd zijn…?
39 De Herumaheerd is een van de grootste boerderijen binnen de bebouwde kom van Bierum en bestaat uit een woonhuis met daaraan vast een schuur en bijschuur. Er bevindt zich op het - niet omgrachte- erf een grote zoetwaterdobbe (niet aangetroffen op de kadasterkaart). Het woongedeelte van de oude boerderij bestaat nog steeds en staat bekend als het Hoge Huis. De ligging van de beklemde, behuisde 55 grazen is gedurende de periode 1595-1968 vrijwel onveranderd gebleven. De meier koopt in 1968 de eigendom, die 374 jaar op het land heeft gerust.
40 Blijkbaar gaat het hier om de Heremaheerd die aan de weg van Bierum naar Watum heeft gelegen.
Ebbe Sluchtinge, getrouwd met Wije, komt herhaaldelijk voor in de jaren 1446-1479, meestal in de omgeving van Bierum. In 1455 is hij kerkvoogd in Garsthuizen. In 1465 staat Ebbe Sluchtinge de helft van de Fraylemaheerd af aan Aywet en Duirt Alberda in ruil voor landerijen in de buurt van Bierum.
41 Enkele jaren hiervoor, op 6 juni 1463, de ‘maendages na Pinxterachten’ heeft Willem Clant nog een aanklacht tegen Ebbe Sluchtinge ingediend, met als gevolg dat ‘Burgemeesters, raad en hoofdmannen in Groningen dagen Ebbe Sluchtinge op de warf naar aanleiding van een klacht van Willem Clant over een doem door hem gewezen tussen Willem voornoemd en Dydeke te Godlinse.’ Zie regestenlijst bij Groninger Archieven.
42 Regest 455 , 1464 januari 2 (daeghes nae jaersdach): Sippo te Berum verklaart te hebben verkocht aan Ebbe Sluchtinge alle uiterdijkslanden behorende bij drie grazen land in Lesbuer hamrik, alsmede een uiterdijk die hij heeft in Berommer hamrik, welke verklaring wordt bezegeld door heer Dirick te Berum.
Regest 586 , 1475 maart 11 (Gregoriusavent): Elteko en zijn vrouw Frouke, woonachtig te Berom, verklaren te hebben verkocht aan Ebbe Sluchtinge drie grazen land te Berom met de bijbehorende dijken en uiterdijken, welk land Frouke geërfd heeft van haar moeder, welke verklaring bezegeld wordt door Derick, pastoor te Berom. (Groninger Archieven, 172, Kloostergoederen; Berom, lees: Bierum).
43 Rode boter of weideboter. Een tonnetje staat gelijk aan 160 kg, het gaat dus om ongeveer 40 kg.
44 Het Fraterhuis heeft op de plek van het latere Prinsenhof gestaan, achter de Martinitoren in Groningen. In 1436 wordt hier een plek voor ‘De Broeders des gemenen levens’ opgericht. Deze broeders zijn gericht op moderne devotie: praktische vroomheid met nadruk op individuele geestelijke ontwikkeling. In 1450 wordt ook een zusterhuis in Groningen gesticht. Nadat de Broederschap in 1578 wordt ontbonden, blijft het Fraterhuis nog bestaan tot 1586. Dat betekent dat de betaling van rode boter of niet meer plaats vindt of overgedragen is aan een andere instelling.
45 Percelering betekent het verdelen van een gebied in afzonderlijke stukken land (percelen), elk met een eigen eigenaar of gebruik. Het kan ook verwijzen naar het opsplitsen van goederen of grond in kleinere delen om deze te verkopen. Het woord wordt gebruikt in de aardrijkskunde en de ruimtelijke ordening, waar het ook kan slaan op de patronen en structuren die ontstaan door de indeling van percelen.
46 “Gedenck Boeck der Kerckelijcke Handelingen in de gemeijnte Jesu Christi tot Berum beginnende den 10 martius 1705 gescreeven ende angevangen bij D. Nicolaus van der Tuick prediger deser Gemeijnte... Kerkelijke gemeente Bierum, arch.nr. 210, inv.nr. 7. [in later handschrift, zo te zien geschreven door dom. Cleveringa (1859-1889)”
47 Trouwboek 1705-1810, Kerkelijke gemeente Bierum, trouwboek 1705-1810, ledematen 1705-1811, arch. nr. 124, DTB enz. in de provincie Groningen, inv. nr. 38, blad 4.
48 https://www.menneglas.nl/
49 Groninger Archieven 733, 311; het handschrift bevat een uitvoerige lijst goederen, weinig namen, en is niet ondertekend.
50 In Zeerijp huwt op 7 november 1723 een ‘Hindrik Hiepkes van de Zeerijp’ met ‘Magdalena Verschuir van Groningen’. Mogelijk is dit een broer van Harm. Deze Hindrik is jarenlang ouderling te Zeerijp. En een Jan Heepkes en Diewerke Jansen laten tussen 1706 en 1717 zes kinderen dopen. Ook dit is mogelijk een broer.
51 Ledematenregister Bierum.
52 Ledematenregister Bierum, 22 december 1715.
53 Arch. nr. 210, inv.nr. 7.
54 Harm Heepkes overlijdt in 1778 volgens kerkelijke gemeente Bierum, arch.nr. 210, inv.nr. 7. Dan is Ds. Johannes Goldschmit aldaar predikant.
55 Mogelijk is de hieronder genoemde zoon Sijadde de grootvader van de in onze tekst genoemde Sijadde.
Redmaer Mennes, landbouwer, zoon van Menne Luitjens en Imme Harmens. Gehuwd met Alke Sijaddes,
dochter van Sijadde Mennes en Jantien Jans. Uit dit huwelijk Luitje, Tette, Sijadde, Menne, Imme en Luitje.
56 RAG, RA XXV c1.
57 RAG, SA 730.
58 Andreas Spanheim: “Provincie-meijers-Groningen 1632-1719 R.A. Groningen, Statenarchief, inv.nr. 2658. transcriptie: H.R.A. Wessels.
59 59 Minuten van akten 13 december 1771 Bierum, Minuten van akten 1765-1773, arch. nr. 733, inv. nr. 893, aktenummer 733.
60 RAG, RA XXV c3.
61 Huw. contr., 26 februari 1779 Bierum, Minuten van akten 1773-1783, arch. nr. 733, inv. nr. 894, aktenummer 733.
62 Huw. contr., 6 juli 1784, Minuten van akten 1783-1792, arch. nr. 733, inv. nr. 895, aktenummer 733.
63 Volgens een notariële akte uit 1857 vindt de constitutie plaats op 3 oktober 1783, voor de geconstitueerde richter Jan Willem Abelaar, te Westerdijkshorn.
64 Trouwakte 24 maart 1782 kerkelijke gemeente Bierum, Trouwboek 1705-1810, ledematen 1705-1811, arch. nr. 124, DTB enz. in de provincie Groningen, inv. nr. 38, blad 19v.
65 RAG, RA XXV c4.
66 RAG, RA XXV c4.
67 Menne Glas, ledematen van Bierum.
68 Trouwakte 19 juli 1801 kerkelijke gemeente Bierum, Trouwboek 1705-1810, ledematen 1705-1811, arch. nr. 124, in de provincie Groningen, inv. nr. 38, blad 25v.
69 Hij doet op 15 december 1810 belijdenis in Bierum volgens het ledematenregister.
70 P.J. van Winter, ‘De lijsten der Hoogstaangeslagenen in het departement van de Westereems’, (Den Haag 1955).
71 Huw. akte Appingedam, 21 mei 1824, arch. nr. 1622, aktenummer 10.
72 Huw. reg. Bierum, 27 juni 1856, akte nr. 11.
73 Overl. reg. Bierum, 7 november 1859, akte. nr. 72.
74 Overl. reg. Bierum, 16 april 1917, akte. nr. 17.
75 Huw. reg. Stedum, 17 februari 1875, akte nr. 2.
76 Overl. reg. Bierum, 10 september 1884, akte. nr. 50.
77 Huw. reg. ’t Zandt, 20 november 1875, akte nr. 20.
78 Geboorteregister 5 september 1883, Uithuizermeeden, akte nr. 84.
79 Dat de vader hier ‘daglooner’ wordt genoemd is uiterst merkwaardig omdat hij uit een landbouwersgezin afkomstig is. Ook bij zijn ander kinderen zie we bij beroep óf ‘daglooner’ óf ‘zonder’ staan. Bij de geboorte van kinderen in Bierum wordt hij wel ‘landbouwer’ genoemd.
80 Overl. reg. Bierum, 10 januari 1908, akte. nr. 3
81 Overl. reg. Ten Boer, 9 juni 1943, arch. nr. 2109, aktenummer 22.
82 Huw. reg. Bierum 24 september 1908, akte nr. 116.
83 Pieter Harm Veenkamp overlijdt op 59-jarige leeftijd op 16 september 1938 te Haren, overl. reg. Haren 1938, akte nr. 64.
84 Huw. reg. 8 mei 1940, arch. nr. 1636, inv. nr. 316, aktenummer 22.
85 Een oud zakelijk recht (beklemrecht) dat in de provincie Groningen voorkomt en het recht geeft om eeuwigdurend gebruik te maken van de grond van een ander. Dit wordt ook wel een eeuwigdurende erfpacht genoemd. Bij een onbehuisde beklemming staat er geen boerderij op de grond.
86 Het gasthuis is op 24 september 1479 gesticht door Syerd Lewe (ook wel de Mepsche en Meyma genoemd), weduwe van Otto ter Hansouwe, burgemeester van Groningen. Zij heeft gewoond in het Hinckaertshuis, dat direct naast het gasthuis staat. Het gasthuis is gesticht ter ere van de heilige Anna, de moeder van Maria. Het Mepschen Gasthuis, Sint Annen Gasthuis of, Hinckaerts Gasthuis bestaat nog steeds en wordt verhuurt aan alleenstaande moeders.
87 Het Boerderijenboek van Bierum, p. 453.
88 Beklemrecht of recht van beklemming is een eeuwigdurend, ondeelbaar zakelijk recht op een onroerende zaak van een ander. Men verkrijgt daarmee het volledige genot en wordt eigenaar van de zich op de grond bevindende gebouwen en beplantingen maar niet van de grond.
89 De Bierumermaar, vroeger deels Bierumerheekt of Boven-Heekt en deels Groote Heekt genoemd, is een maar in het oosten van het Hogeland. Het is een samenvoeging van de opvaart van het dorp Bierum en de vroegere Grote Heekt. De benaming Bierumermaar is van betrekkelijk recente datum. De watergang ontspringt tegenwoordig ten zuiden van het dorp Bierum (bij Rehoboth). Vroeger heeft de maar verder doorgelopen naar het noorden langs de oostzijde van het dorp, maar rond 1900 is dit deel gedempt. De rivier stroomt vanuit Bierum eerst met een grote boog naar het oosten langs de wierde Garbendeweer (linkerzijde), waar het de Gaarbindeweerstertocht opneemt. Deze tocht mondt tot de 16e eeuw bij Hoogwatum uit in zee. Tot aan dit punt heet het water vanouds Bierumerheekt of Boven-Heekt.
90 Boerderijenboek Bierum, pag. 453.
91 Het onderstaande is (deels) overgenomen uit het boerderijenboek van Bierum, blz. 481.
92 RHC GA, 1237. Regest 146 , 1469 oktober 3 (des dinxdages na sunte Remygiusdach).: Burgemeesters en raad in Groningen oorkonden, dat Ebbe Sluchtinge en Wyllem Clant overeengekomen zijn, dat Ebbe hebben zal een heerd met huis en de daarbij behorende rechten, genaamd Heremaheert en -guet, gelegen te Berum, door hem gekocht van Jarich Everdeszoene aldaar en van diens vader Everd, en dat Wyllem zal behouden een rente van 2 tonnen rode boter ‘s jaars gaande uit deze goederen, nader omschreven in de brief d. d. 1465 september 13 (zie reg. nr. 114), waardoor deze gestoken is, alsmede 35 Rijnse gulden van Ebbe zal ontvangen.
Oorspr. (inv. nr. 168) met het secreetzegel der stad Groningen in groene was.
93 A. Pathuis/Alma, Groninger Gedenkwaardigheden (Assen 1977) afgekort tot GDW in het artikel.
94 RAG, OA 738, sub Bierum.
95 RAG, HA Dijksterhuis 465.
96 Lidmaten 1729, kerkelijke gemeente Bierum (Diversen: overleden 1733).
97 “Blijkbaar is de herinnering aan het bestaan van het huis Heeruma bij de plaatselijke bevolking voort blijven leven. Volgens overleveringen heeft er ooit een kasteel gestaan.
Mededeling van G. Biewenga-Mensema te Bedum”.
