Geert Reinders op Groot Zeewijk
Gepost door:Harm Hillinga | Datum: 2 januari 2026.

Geert Reinders op Groot Zeewijk (geschiedenis)

Afbeelding: Geert Reinders (1790-1869), landbouwer op Groot-Zeewijk in de Noordpolder, lid der Tweede Kamer (1850-1869). Vervaardiger J.H. Hofmeister fec. 1850-1869. vervaardiging 1850-1870. Annotatie Portret met handtekening in facsimile. Van Someren III, no. 4426. Bron: RHCGA Groninger Archieven, Beeldbank Groningen.


Geert Reinders is landbouwer en vanaf 1815 eigenaar van de boerderij “Groot Zeewijk” , ten noorden van Warffum in de Noordpolder. Hij koopt de boerderij met het land voor f46.875,- Deze boerderij heeft uiteindelijk 200 bunder en 40 man personeel en 20 paarden. Het geheel omvat bij de koop al 172 ha land, kwelderlanden, een woonhuis, schuren (nieuw gebouwd in 1812) en arbeidersbehuizing. Onder het bewind van Geert Reinders vinden er verbouwingen en nieuwbouw plaats, er worden woningen op de landerijen gebouwd voor arbeidersgezinnen (12 in totaal) en verschillende landerijen, vaak met boerderijen, worden bijgekocht. Hij behoort dan tot de top drie van de provincie Groningen wat betreft de hoogstaangeslagenen in de directe belastingen, waarbij o.a. de grondbelasting hoort[1].


Afbeelding: Geert Reinders (1790-1869), landbouwer op Groot-Zeewijk in de Noordpolder, lid der Tweede Kamer (1850-1869). Vervaardiger J.H. Hofmeister fec. 1850-1869. vervaardiging 1850-1870. Annotatie Portret met handtekening in facsimile. Van Someren III, no. 4426. Bron: RHCGA Groninger Archieven, Beeldbank Groningen. Foto: Het Hogeland, Warffum, Noordpolder, Groot Zeewijk. Vervaardiger Kramer, P.B. 1925-1930. Bron: RHCGA Groninger Archieven, Beeldbank Groningen.
Foto: Het Hogeland, Warffum, Noordpolder, Groot Zeewijk. Vervaardiger: Kramer, P.B. 1925-1930. Bron: RHCGA Groninger Archieven, Beeldbank Groningen.

Geert is een voorvechter van agrarische vernieuwing, net als zijn grootvader (Geert Reinders, 1737-1815) dat is geweest. De zoon van Geert, Cornelis Reinders (1820-1878), zet dit voort. Hij draineert zijn land met aarden buizen. Zijn omgeving kijkt raar op. “Reinders is gek, hai legt stain’n piepen in zien laand”. Maar gek of niet, het betekent een grote vooruitgang.

Reinders is gek, hai legt stain’n piepen in zien laand

Vader en zoon Reinders zijn in de 19e eeuw tot ver over de provinciegrenzen bekend. Door hun goede innoverende ideeën is Groot Zeewijk een voorbeeld voor de modernisering van de landbouw[2].Deze boerderij heeft nu 200 bunder en 40 man personeel. Hij is ook lid van de Provinciale Staten van Groningen en lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal geweest.

Zijn zoon Cornelis Reinders (1820-1878) zet de agrarische vernieuwing voort. Hij draineert zijn land met aarden buizen. Zijn omgeving kijkt raar op. “Reinders is gek, hai legt stain’n piepen in zien laand”. Maar gek of niet, het betekent een grote vooruitgang. Zijn verbeterde versie van de Amerikaanse ‘arendploeg’ is ook een succes. Na diverse aanpassingen ontstaat een ploeg die heel geschikt is voor de Groninger klei.Foto: "Groot Zeewijk" Warffum. Uitgever: H.B.W. 1925-1930, nr. 27, bron RHCGA Groninger Archieven, Beeldbank Groningen."Groot Zeewijk" Warffum.

Foto: "Groot Zeewijk" Warffum. Uitgever: H.B.W. 1925-1930, nr. 27, bron RHCGA Groninger Archieven, Beeldbank Groningen.


De arendploeg
Een grote ommekeer in Groningen betekent de komst van de arendploeg, die veel lichter is dan de tot dan bekende Groninger ploeg en veel minder trekkracht vereist. C.J. Borgman uit Kloosterburen ontdekt deze arendploeg in 1850 in Amerika en neemt hem mee naar huis. Cornelis Reinders (1820-1878) van “Groot Zeewijk”, is als boer en werktuigspecialist enthousiast en samen importeren zij meer ploegen uit Amerika. Reinders laat de ploeg namaken door smid Luinge in Warffum en gezamenlijk voeren zij verbeteringen door, waardoor een goed aan de Groninger klei aangepast werktuig ontstaat. Al snel breidt het gebruik van de arendploeg zich uit over het hele land. Vooral in de kleigebieden brengt deze lichte ploeg uitkomst, doordat de boeren er minder paarden(kracht) voor nodig hebben.

Vader en zoon Reinders zijn in de 19e eeuw tot ver over de provinciegrenzen bekend. Door hun goede innoverende ideeën is Groot Zeewijk een voorbeeld voor de modernisering van de landbouw[3].

De Arendploeg.
Als Geert Reinders overlijdt, wordt zijn bezit verdeeld onder de vier kinderen, zijn vrouw, Anje Cornelis Doornbosch, is in 1834 overleden. Cornelis Reinders krijgt Groot Zeewijk met 143 ha grond erbij. Hij houdt zich ook, net als z'n vader, bezig met technische vernieuwingen op het gebied van de landbouw. Ook hij wordt politiek actief: wethouder van de gemeente Warffum en lid der Provinciale Staten van Groningen. Zijn nakomelingen boeren ook op Groot Zeewijk. In 1939 is de boerderij bijna 200 ha groot, inclusief kwelderland en dijken. In de loop der jaren hebben verschillende verbouwingen plaatsgevonden, zowel van schuren als woonhuis[4].

- In 1806 wordt Geert élève[5] op de “Westersche” boerderij van Douwe Martens Teenstra op het “Ruigezand” onder Oldehove.

- Als Douwe Martens Teenstra (1795-1864) in 1811 gevraagd wordt toezicht te houden op de inpoldering van de Noordpolder zorgt hij er voor dat de door hem vertrouwde Geert Reinders de leiding krijgt over het financiële gedeelte.

- In 1835 heeft Geert Reinders geadviseerd over de inpoldering van “ ’t Eijerland” op Texel en zorgt ervoor dat de door Marten Douwes Teenstra bestelde goederen vervoerd werden door Kapitein Dubois naar “Eijerland”.

- Geert is een voorvechter van agrarische vernieuwing. Zijn zoon Cornelis Reinders (1820-1878) zet dit voort. Hij draineert zijn land met aarden buizen. Cornelis is in aanraking gekomen met een Engelse vinding om het natte akkerland te ontwateren. In 1851 Importeert hij een machine uit Engeland om buizen te maken voor de drainage van zijn percelen. Zijn omgeving kijkt raar op. ‘Reinders is gek, hai legt stain’n piepen in zien laand’. Maar gek of niet, het betekent een grote vooruitgang. Zijn verbeterde versie van de Amerikaanse arendploeg (zie alinea hieronder) is ook een succes. Na diverse aanpassingen ontstaat een ploeg die heel geschikt is voor de Groninger klei.

- Ook in de jaren daarna zit hij niet stil en worden door hem en de Warffumer smid Luinge heel wat verbeterde landbouwmachines wijd en zijd verkocht[6].

- Geert wordt ook lid van de Provinciale Staten van Groningen en is lid van de Tweede Kamer der Staten Generaal geweest.

- Vader en zoon Reinders zijn in de 19e eeuw tot ver over de provinciegrenzen bekend. Door hun goede innoverende ideeën is “Groot Zeewijk” een voorbeeld voor de modernisering van de landbouw[7].Voorbeeld van een tweemaster schoener. Dit is de ADELEIDA van KK de Haan uit Sappemeer 1853.

Afbeelding: Voorbeeld van een tweemaster schoener. Dit is de ADELEIDA van KK de Haan uit Sappemeer 1853.

- Geert Reinders is ook eigenaar/reder van een schoener[8] (tweemaster) genaamd “Groot Zeewijk”, gebouwd in 1854 op de Noorderwerf van Kater & Meulman in Groningen. Deze werf heeft van 1837 tot 1871 34 schepen gebouwd voornamelijk schoeners, maar ook brikken[9], kofschepen[10] en galjoten[11][12]. De afmetingen van het schip zijn 27,70 gehuwd 4,51 gehuwd 2,96 m, met een tonnage van 164 ton. De schipper is Geert Jans Homan uit Garnwerd. Helaas heeft het schip maar tien jaar gevaren; in 1864 is het schip in zinkende toestand verlaten in de Keltische Zee ten zuiden van Engeland [13].

- Geert Reinders (1790-1869) bouwt in 1828 zaaimachines om graan en peulvruchten op rijen te zaaien en is in 1846 de eerste Nederlandse boer die een door zes paarden aangedreven machine aanschaft om graan te dorsen.

- Op andere terreinen laat Geert Reinders (1790-1869) eveneens van zich spreken. Als volmacht van het waterschap weet hij ervoor te zorgen dat de tochtsloot wordt verbreed tot Noordpolderkanaal en aansluiting krijgt op het Warffumermaar om de landbouwproducten per eigen schip naar het achterland te verschepen, wat veel gemakkelijker is dan het vervoer over de onverharde modderige polderwegen. Bovendien zorgt hij er niet alleen bestuurlijk voor, maar neemt hij ook de uitvoering ter hand, want hij is naast boer ook aannemer.

- Gaandeweg breiden zijn bestuurlijke activiteiten zich uit. Hij richt met R. Westerhoff uit Warffum en E. Wichers uit Middelstum het eerste landbouwgenootschap ter wereld op en in 1848 treedt hij toe als lid van de Tweede Kamer, waarna zoon Cornelis de boerderij over neemt[14].

- Gezamenlijk hebben zij (vader en zoon) er, als respectievelijk Tweede Kamerlid en wethouder, ook voor gezorgd dat de eerste Rijks HBS voor het platteland in Warffum gevestigd wordt. Deze school is inmiddels uitgegroeid tot “Het Hogeland College” met drie vestigingen[15].

- Vader en zoon Reinders zijn in de 19e eeuw tot ver over de provinciegrenzen bekend. Door hun inventiviteit is “Groot Zeewijk” een bakermat voor de modernisering van de landbouw[16].

Het Hogeland, Warffum, Noordpolder, Boerderij Groot Zeewijk. Vervaardiger Kramer, P.B. 1926, Bron: RACGA Groninger Archieven, Beeldbank Groningen.
Het Hogeland, Warffum, Noordpolder, Boerderij Groot Zeewijk. Vervaardiger Kramer, P.B. 1926, Bron: RHCGA Groninger Archieven, Beeldbank Groningen.

Uit de familieaantekeningen van Marten Douwes Teenstra[17]
"In het Jaar 1811 vindt de bedijking van de bovengemelde kwelderlanden achter Uskwerd, Warffum, Den Andel, en het Westernieland plaats, wordende na de indijking de Noordpolder genaamd.

– Bij de aanbesteding, nemen de Heeren Lambertus Helman, Hendrik Middendorp en Marten Zuidwijk alle drie aannemers van Landswerken wonende in N. Holland een zeker getal roeden dijk aan, liggende dit hun bestek achter Uskwerd oostwaards van af de polderslis voor f 116.500 gld, deze dijk moest 11 voeten boven het maaiveld zijn, met eene buitenwaardsche helling van 1 – 4 en binnen van 1 – 3, en even als die van het Ruigezand met paarden, Stortkarren en Molborden gemaakt worden.

Dit vereischte eenen groote voorraad van Kontante penningen tot aankoop van paarden en gereedschappen, ook hadden zij wel met Kruiwagens, maar nimmer op deze wijze eene dik gelegen vermenende dat zij het er wel door zouden krijgen om hunne eind dijk met de handkar te maken, dan toen dit vlak sloeg, zaten zij niet weinig in de brand, wijl zij geen genoegzame Kontanten hadden tot aankoop van paarden, en daarbij ook van deze wijze van bedijken geen kennis hadden, zij werden dan geadviseerd om zich tot Douwe te wenden, en deze zoo mogelijk tot vierden deelgenoot over te halen, dan uithoofde der groote afstand van het Ruigezand alwaar hij zulk eene groote boerderij te besturen had, gevoelde hij weinig lust tot deze Compagnieschap, te meer daar hij ook geen genoegzaam krediet voor deze vrij losse aannemers had;

Geert Reinders welke reeds 5 jaren bij hem als élève voor de Landbouw gewoond had bood zich aan om daar bij als gevolmagtigde van Douwe hem te vertegenswoordigen, dit gaf de zaak een geheel ander aanzien, door dien Douwe de kunde en ervaring bij een standvastig eerlijk karakter van deze jongeling van nabij kende, en hem dus tenvollen vertrouwen konde een groot gedeelte zijner bemoeijengen op de schouderen van deze zijne leerling laden konde. 

Geert Reinders, kleinzoon van den met roem bekenden G. Reinders (wegens zijne gewigtige ondekkingen van de Middelen tegens de Runderziekte in 1815 te Bellingeweer in het blaauwe huis ten westen de weg overleden) – en zoon van Klaas Geerts, boer te Garnwerd was aldaar in 1790 … geb. – en kwam op verzoek van de oude Heer G. Reinders in ’t begin van ’t jaar 1806 op het Ruigezand, alwaar hij weldra een warme vriend van beide de gebroeders werdt, – wordende als onder de familie ook buiten het Ruigezand ingelijfd, in een los geschrevene brief van zijne hand dd. 18 Julij 1835 aan M. D. Teenstra bij deszelfs vertrek naar Eijerland, erkent hij nog deszelfs vader als zijne opvoeder – (Zie de hierbij geannexeerde brief) 
Wel Edele Heer den Heere
M D Teenstrate Ulrum" 
Warffum: familiegraf Reinders en Doornbosch bij boerderij Groot zeewijk, Noordpolder 9. Foto: M.A. Douma, 1973, bron: RACGA, Groninger Archieven, Beeldbank Groningen.
Warffum: familiegraf Reinders en Doornbosch bij boerderij Groot zeewijk, Noordpolder 9
. Foto: M.A. Douma, 1973, bron: RACGA, Groninger Archieven, Beeldbank Groningen.


"Groot Zeewijk den 18 Julij 1835 

Vriend! 
Zoo op het ogenblik ontving ik Uwe Missieven dd. 18 dezer, na genomene lectuur, als ook van de ingeslotene die ik tevens aan brenger dezes weder heb terug gegeven, heb ik de eer UED te berigten dat, ik mij dadelijk na Warffum zal begeven, ten einde te zorgen, dat de gereedschappen aan het water ter vervoer worden gebragt, op dat de schipper dezelve morgen des te schielijker kan laden.
Morgen moet ik van huis, maar zal echter zorgen dat de Schipper met laden kan voortvaren; en dat hij om mijnentwille wille geen oponthoud zal hebben.
Vaarwel vriend! en heb goeden reis; – Mogte uwe nieuwe betrekking u niet alleen een goed inkomen bezorgen; maar ook bezigteden die uw leven veraangenamen; – terwijl ik wensch, dat gij u geheel aan uwe nieuwe bestemming zult wijden; op dat uw opzigt over de verdere cultuur van het Eijerland, het genoegen van de directie mag weg dragen. – Niets zal mij aangenamer zijn, dan, dat de zoon van wijlen mijn opvoeder uw Vader gelukkig in zijn nieuwe betrekking mag zijn.
De hemel zegene u! en schenke u nog een lang leven van vreugde en pligt betragten.
Ik ben na mij in uwe vriendschap …. aan bevolen, en na groeten aan UED en aan Plooster & verdere vrienden op het Eijerland verzogt te hebben.
Uw vriend 
GReinders 

NB Lammer en een Texelserder Kaas
Dubois zal ik een brief aan den…. mede geven"

Reinders werd dan benoemd tot boekhouder dezer Compagnieschap, en als opzigter der algemeene belangens, doch die van zijn patroon in het bijzonderen, Reinders pas 21 Jaren oud volvoerde deze hem opgedragene taak dan ook op eene lofwaardige wijze, ofschoon vrij wat onaangenaamheden en zorgen hebbende, merendeels veroorzaakt door de list, en het baatzuchtige karakter der Hollanders, welke zich eens, niet tegenstaande het geld door Douwe bezorgd was van de geheele Kas wilden meestermaken, doch Reinders wist al hunne slechte oogmerken te verijdelen.

Bij de toetreding van Douwe op den 11 Maart 1811 te Uithuizen om voor ¼ aandeel in het bestek te nemen, werd geconditioneerd dat Douwe f 10.000, en zij ieder f 5.000- guldens zouden opschieten, moetende het overige ieder voor ¼ aandeel gedragen worden, doch ook hier hielden de Hollanders geen woord zoo dat het geheele werk zoude zijn vastgelopen, had ook Douwe even zoo nalatig of onmagtig geweest als zij, het voorschot van Douwe beliep de aanzienlijke som van f 29.146-, waartegen de 3 Hollanders slechts f 12.528-, opgeschoten hadden, zoo dat Douwe 7 guld. tegen zij 1 gld in voorschot was. – gelukkig dat er geene verliezen geleden werden blijvende er bij slot van rekening na aftrek van alle onkosten f 21.283-25 zijnde hier van ¼ voor Douwe f 5.320-81 ¼ doch van deze winst moet het veelvuldig heen en weer reizen, en daar door te weeg gebragt verzuim in zijne eigene boerderij worden afgerekend zoo dat in verhouding van gevaar, en moeite de verdiensten niet groot waren, bepalende zich vervolgens dan ook meer bijzonderlijk tot zijn eigen bedrijf.
….
Het was ook in dit Zomer (23 Julij) dat het uitgestrekte Groot Zeewijk publiek zoude worden verkocht, bij welke gelegenheid Douwe zich met O. van Swinderen en G. Reinders verbond, om het gezamenlijk te kopen en hetzelve daarna in eene hand te brengen, dat bij deze openbare veiling geene toeslag gegeven zijnde, kocht G. Reinders het zelve in het voorjaar van 1815, welke hetzelve nu van eene ongecultiveerde woeste kwelder met laagte en breed kromme waterlozingen, regulier indeelde, en tot zulk een verwonderens waardige volkomenheid bracht, dat het zelve zoo door diens schoone liggeng met brede diepe slooten en weinig water, – waardoor de vruchtbare akkers veele en edelsoortige vruchten opleverden als door diens ruime sterke schuren en woning – als een model en pronkstuk van de vaderlandsche boerderijen mag worden beschouwd, – en ook wist hij door zijne steeds toenemenden invloed te bewerken dat de polder eene vaart voor kleine schepen naar Warffum kreeg, zijnde een bijzonder groot gemak voor de afvoer der produkten; zij die vermaak in Landbouw en Landhuishoudkunde hebben, het zij in Theorie het [g-] in praktijk, kome Zeewijk bezichtigen alwaar beide vereenigd het Aangename en schoone, met het voordelige en winstgevende paren.

– Het door Reinders gekochte Zeewijk was ruim 277 Jukken groot, ieder juk was 275 vierk. Gron. Roeden waar en boven nog 50 Jukken kwelder (bij eene latere opmeting was het 116 ½ Bunder( hebbende daar na nog 12 jukken polder bij gekocht, liggende onmiddellijk aan de landen van Zeewijk, behalve eendere meer afwezige landen die hij later aangekocht heeft. – overal ziet men dat alles met beleid en ware oeconomie volgens de regelen der nieuwste Landhuiskunde behandelt wordt.

Overzicht van de geschiedenis van het schip van Geert Reinders “Groot Zeewijk”
Geert Reinders is ook eigenaar/reder van een schoener[21] (tweemaster) genaamd “Groot Zeewijk”, gebouwd in 1854 op de Noorderwerf van Kater & Meulman in Groningen. Deze werf heeft van 1837 tot 1871 34 schepen gebouwd voornamelijk schoeners, maar ook brikken[22], kofschepen[23] en galjoten[24][25]. De afmetingen van het schip zijn 27,70 x 4,51 x 2,96 m, met een tonnage van 164 ton. De schipper is Geert Jans Homan uit Garnwerd. Helaas heeft het schip maar tien jaar gevaren; in 1864 is het schip in zinkende toestand verlaten in de Keltische Zee ten zuiden van Engeland [26]’.

Groningen, 27 mei.
Heden morgen is alhier van de Noorderwerf van stapel geloopen het kopervast schoonerbrikschip, groot plus minus 160 ton, genaamd “Groot Zeewijk”, gezagvoerder kapitein Homan van Garnwerd. Algemeen Handelsblad, 29 mei 1854

Syros,...; Groot Zeewijk, Homan, Amsterdam, had schade bekomen.
Algemeen Handelsblad, 01 december 1854

Elseneur 10 Nr. v.
De Nederl. schoener Groot Zeewijk, kapt. Homan, en kof Dankbaarheid, kapt. Valk, beiden van Riga met gerst naar de Maas bestemd, zijn hier, de eerste gisteren en de tweede heden lek en met onklare pompen binnengeloopen.
Nieuwe Rotterdamsche Courant, 14 november 1856

Het Ned. schoenerschip Groot Zeewijk, kapt. Homan, van Riga naar de Maas bestemd, heeft heden na geëindigde reparatie, de reis voortgezet.
Nieuwe Rotterdamsche Courant, 09 december 1856

Deal 19 aug. Heden is alhier met vrlies van boegspriet, fokkesteng en groote marssteng, benevens andere belangrijke schade, binnengebragt het Ned. schoener-brikschip Groot Zeewijk, kapit. G. Homan, van Amsterdam naar Triëst; zijnde op de hoogte van Folkestone met eene groote stoomboot in aanvaring geweest.
Rotterdamsche Courant, 21 augustus 1858

Ramsgate 19 augustus
Heden is alhier binnengesleept de Nederl. schoener Groot Zeewijk. kapitein Homan, met suiker van Amsterdam naar Triëst, hebbende wegens aanzeiling de fokkesteng, bramsteng, boegspriet, kluiverboom en scheg verloren, en nog andere schade bekomen.
Rotterdamsche Courant, 23 augustus 1858

Elseneur 11 oktober
Gisteren is alhier in de haven gekomen de Nederl. schoener Groot Zeewijk, kapit. Homan, van Liverpool naar Nerva. laatst van Arendal, is, in de Sont ten anker liggende, in den nacht van 7 op 8 dezer door de Mecklenburger bark Amalia Hillmann aangezeild en heeft schade aan planken, rusten en verschansing bekomen.
Rotterdamsche Courant, 14 oktober 1863

Elseneur, 26 oktober
De Ned. schoener Groot Zeewijk, kapt. Stueveling qq., van Liverpool naar Nerva, alhier binnen, heeft den 25 dezer na volbragte reparatie de reis voortgezet, zijnde kapt. G. Homa wegens ziekte achtergebleven.
Nieuw Amsterdamsch handels- en effectenblad, 30 oktober 1863

Scillies 7 november
De Ned. schoener Groot Zeewijk, k. G. Homan, van Uruguay n. Antwerpen, geladen met huiden, is den 3 dezer op 49° Nb. en 7° Wl. verlaten, hebbende zeven voeten water in het ruim; de bemanning is gered en alhier aangebragt.
Rotterdamsche Courant, 10 november 1864

Schipper Geert Jans Homan op "Groot Zeewijk"
Schipper Geert Jans Homan is schipper geweest van de schoener vanaf de te waterlating van het schip op 27 mei 1854 tot het zinken ervan op 3 november 1864. Hij is geboren op 11 juni 1829 te Garnwerd en overleden in Ezinge op 6 maar 1885. Hij is een zoon van Jan Luitjens Homan en Angenietje Klasens Reinders. Hij trouwt trouwt Trientje Frieling uit Ezinge in 1854, hertrouwt na haar overlijden met Hilje Haan, ook afkomstig uit Ezinge, in 1865. Hij heeft een broer Jan Jans Homan, die ook kapitein is geweest. De zoon van Geert Jans die de naam Jan Geert mee krijgt, wordt later ook kapitein op drie verschillende schepen uit Delfzijl[27][28].

Daarvóór heeft zijn carrière bestaan uit:
1847: kajuitwachter op de Sophia onder commando van Jan Alberts Hansen.
1847: kok op de Sophia onder commando van Jan Alberts Hansen.
1851: matroos op de Ceres onder commando van Pieter Roelfs Dooyes.
1853: stuurman op de Antje Witsenburg onder commando van Albert Hangelbroek.
Daarna kapitein.[29]

Het einde van het geslacht Reinders op Groot Zeewijk
In 1969 komt er een einde aan de combinatie Groot Zeewijk/Reinders. Het bedrijf wordt verkocht aan Jan Westers rond 1971.

Wie nu door de Noordpolder rijdt, kan op flinke afstand van de doorgaande weg, niet zover van Noorpolderzijl, Groot Zeewijk (Noordpolder 9) zien liggen. De schuren (oorspronkelijk drie stuks) dateren uit ongeveer het midden van de 19e eeuw. In 1939 worden ze samengevoegd tot een zogenaamde driekaps-schuur, met een lengte van 65 meter en een totale breedte van 45 meter. Het huidige voorhuis is nieuw gebouwd in 1971.

Foto onder: Grafzerken bij Groot Zeewijk van de familie Reinders, bron: nederlandsopenluchtmuseum nr. AA 213Foto onder: Grafzerken bij Groot Zeewijk van de familie Reinders, bron: nederlandsopenluchtmuseum nr. AA 2131

Meer lezen:
- Geert Reinders op Groot Zeewijk (geschiedenis) - dit artikel
- Geert Reinders op Groot Zeewijk (genealogische gegevens)
- Jan Westers op Groot Zeewijk
- De ouders van Geert Reinders (genealogische gegevens)
- De grootouders van Geert Reinders (geschiedenis en genealogische gegevens)

Noten en referenties:
1  Kunst-en-cultuur.infonu.nl. Het Groninger kustgebied: De Noordpolder.
2   RHCGA, Groninger Archieven. De collectie is in 1949 door W. Reinders uit Stedum aan het rijksarchief geschonken. De afschriften van brieven en verhandelingen zijn vervaardigd door L.H. Bruins, de schrijver van een proefschrift over Geert Reinders (1737 - 1815). Toeg. Nr. 606.  Collectie Geert Reinders, 1769 – 1949
3   RHCGA Groninger Archieven.
4   Kunst-en-cultuur.infonu.nl. Het Groninger kustgebied: De Noordpolder.
5   Élève (uitgesproken als 'e-lev') is een Frans woord dat 'leerling' of 'student' betekent, en wordt gebruikt voor scholieren op de middelbare school (collège en lycée) en soms ook voor leerlingen van een specifieke vakschool, zoals een toneel- of muziekschool. Het woord is zowel mannelijk (élève) als vrouwelijk (élève), maar de meervoudsvorm is élèves, ongeacht het geslacht.
6   Verhalen van Groningen, Vernieuwingsdrang op het Hogeland.
7   RHCGA, Groninger Archieven. De collectie is in 1949 door W. Reinders uit Stedum aan het rijksarchief geschonken. De afschriften van brieven en verhandelingen zijn vervaardigd door L.H. Bruins, de schrijver van een proefschrift over Geert Reinders (1737 - 1815). Toeg. Nr. 606.  Collectie Geert Reinders, 1769 – 1949.
8   Een schoener is een langsgetuigd schip, op een kiel gebouwd, met twee of meer masten, elk bestaand uit ondermast en één steng. Bij een tweemaster is de achterste mast is langer dan de voorste.
Bij driemasters komt het voor dat de voorste mast razeilen heeft, boven de fok. (de topzeilschoener).
De romp is lang en smal, de kiel is diep. De schoener is zeer loefwaardig en kan dus scherp aan de wind zeilen. Er is een relatief kleine bemanning nodig om het schip te varen. De schoener is vooral in Noord-Amerika ontwikkeld (schooner).
9   Een brik is een kielschip met twee vierkant getuigde masten, met stengen, en met stagzeilen. Aan de achtermast zit het brikzeil (langsscheeps zeil). Er is een boegspriet en een kluiverpen als verlenging van de boegspriet. Het schip is vrij kort gebouwd, snel en wendbaar. Voor een vrij klein zeilschip is er een relatief grote bemanning nodig.
10   Kofschip. Een zeilschip voor binnen- en kustvaart met ronde voor- en achtersteven, platte bodem. Meestal heeft een kofschip twee masten, de bezaan tussen roef en achterdek, soms in de kajuit. Typerend is het geveegde onderwaterschip. Tevens is er sprake van zeeg: het oplopen van het dek in de lengte, vanuit het midden. Het achterdek is meer gepiekt. De kof heeft een breed berghout (stootrand om het schip), een hoge roef en een over het boord draaiend roer. Ruwe zee kon worden weerstaan als alles goed afgesloten en geschalmd was. De kof kon in ondiep water goed uit de voeten. Een kleine kof had ook wel zwaarden in plaats van een kiel. Dit leverde minder diepgang op. Ze waren te vinden tussen Oostzee en Middellandse zee, en een enkele keer zelfs in Zuid Amerika.
11   Galjoot. Platbodemvaartuig, gelijkend op een kof. Het voorschip is geveegd, het achterdek gepiekt. In de 19e eeuw vaak met twee of drie masten, en geen zwaarden meer. Ook was het dan op kiel gebouwd. De achterste mast is vrij ver naar achter geplaatst. De grote mast had een gaffel en een fok, de boegspriet een kluiver. Vaak was er ook een topzeil. Het roer is aangehangen, der helmstok valt over het boord. Het schip is veel in Groningen gebouwd.
12   Piet's ScheepsIndex - Scheepswerven
13   Scheepsindex.nl
14   Verhalen van Groningen, Vernieuwingsdrang op het Hogeland.
15   Wikipedia, Het Hogeland College.
16   Verhalen van Groningen, Vernieuwingsdrang op het Hogeland.
17   RHCGA, Groninger Archieven. De collectie is in 1949 door W. Reinders uit Stedum aan het rijksarchief geschonken. De afschriften van brieven en verhandelingen zijn vervaardigd door L.H. Bruins, de schrijver van een proefschrift over Geert Reinders (1737 - 1815). Toeg. Nr. 606.  Collectie Geert Reinders, 1769 – 1949.
21   Een schoener is een langsgetuigd schip, op een kiel gebouwd, met twee of meer masten, elk bestaand uit ondermast en één steng. Bij een tweemaster is de achterste mast is langer dan de voorste.
Bij driemasters komt het voor dat de voorste mast razeilen heeft, boven de fok. (de topzeilschoener).
De romp is lang en smal, de kiel is diep. De schoener is zeer loefwaardig en kan dus scherp aan de wind zeilen. Er is een relatief kleine bemanning nodig om het schip te varen. De schoener is vooral in Noord-Amerika ontwikkeld (schooner).
22   Een brik is een kielschip met twee vierkant getuigde masten, met stengen, en met stagzeilen. Aan de achtermast zit het brikzeil (langsscheeps zeil). Er is een boegspriet en een kluiverpen als verlenging van de boegspriet. Het schip is vrij kort gebouwd, snel en wendbaar. Voor een vrij klein zeilschip is er een relatief grote bemanning nodig.
23   Kofschip. Een zeilschip voor binnen- en kustvaart met ronde voor- en achtersteven, platte bodem. Meestal heeft een kofschip twee masten, de bezaan tussen roef en achterdek, soms in de kajuit. Typerend is het geveegde onderwaterschip. Tevens is er sprake van zeeg: het oplopen van het dek in de lengte, vanuit het midden. Het achterdek is meer gepiekt. De kof heeft een breed berghout (stootrand om het schip), een hoge roef en een over het boord draaiend roer. Ruwe zee kon worden weerstaan als alles goed afgesloten en geschalmd was. De kof kon in ondiep water goed uit de voeten. Een kleine kof had ook wel zwaarden in plaats van een kiel. Dit leverde minder diepgang op. Ze waren te vinden tussen Oostzee en Middellandse zee, en een enkele keer zelfs in Zuid Amerika.
24   Galjoot. Platbodemvaartuig, gelijkend op een kof. Het voorschip is geveegd, het achterdek gepiekt. In de 19e eeuw vaak met twee of drie masten, en geen zwaarden meer. Ook was het dan op kiel gebouwd. De achterste mast is vrij ver naar achter geplaatst. De grote mast had een gaffel en een fok, de boegspriet een kluiver. Vaak was er ook een topzeil. Het roer is aangehangen, der helmstok valt over het boord. Het schip is veel in Groningen gebouwd.
25  P
iet's ScheepsIndex - Scheepswerven
26   Scheepsindex.nl
27  Piet's ScheepsIndex - Persoon
28   Piet's ScheepsIndex - Verhaal kapitein
29   Piet's ScheepsIndex - Verhaal kapitein

 

Bronnen:
- Piets scheepsindex - scheepsindex.nl, zie noot 13 etc.
- RHCGA Groninger Archieven, zie noot 2.
- https://allegroningers.nl.
- Monsterrol, Museum aan de A.
- Zuurdiek.nl.


Deze pagina maakt deel uit van www.nazatendevries.nl. Aan bovenstaande tekst is de uiterste zorgvuldigheid besteed. Desondanks kunnen er best fouten voorkomen. Constateer je fouten en/of heb je vragen, correcties, aanvullingen......... geef die dan even aan mij door via mijn E-mail adres (zie rode balk boven). Wij hebben ons uiterste best gedaan om de auteurs van teksten/citaten en copyrightbepalingen van afbeeldingen te achterhalen. Mocht je rechthebbende zijn en hierover vragen of opmerkingen hebben, neem dan contact op via e-mail. Lees ook de 'Disclaimer' en 'Privacy' voor méér informatie en laat ook eens een bericht achter in het Gastenboek, dan weet ik waarvoor ik het doe.

Hoogeveen, 2 januari 2026.
Samenstelling: © Harm Hillinga
.