Gezinskaart en geschiedenis van Geert Reinders, ziekteonderzoeker (1737-1815)
Grootouders van Geert Reinders op Groot Zeewijk
Foto: Geert Reinders, 1737-1815 (portretfoto kleur). Bron: eigen verzameling.
Geert Reinders, geboren te Klein-Garnwerd op 19 april 1737, gedoopt te Bedum (als Geerd) op 21 april 1737, overleden te Bellingeweer op 4 februari 1815, oudste zoon van korenmolenaar Reinder Geerds en zijn vrouw Hijke Roelfs. Geert Reinders is autodidact, hij heeft zijn kennis vrijwel geheel zelfstandig opgedaan.
Na beëindiging van zijn schooltijd op 10-jarige leeftijd is hij onder andere molenaarsknecht, kastelein[1], paardenkoopman en boer. Vanaf 1758 is hij landbouwer en de grondlegger van de immunologie[2]. Hij werkt samen met de medische hoogleraar Petrus Camper (1722-1789)[3] en doet proeven op zijn eigen kalveren. Hij ent ze in met entstof van zieke koeien, waardoor ze immuun werden voor de pest. Geert publiceert hierover en verwerft hiermee landelijke bekendheid. Geert is de oprichter van de ‘Sociëteit van Onderlinge Bijstand’, tegenwoordig Univé Verzekeringen. Ook is hij als patriot actief. Hij wordt naar aanleiding van zijn patriottische activiteiten vervolgd als de prinsgezinden in 1787 zegevieren en veroordeeld tot een boete van f. 120.- en de kosten van het geding. In 1787 wordt hij tevens winnaar van een prijsvraag, uitgeschreven door de maatschappij van landbouw te Amsterdam. Over een veeartsenijkundig onderwerp ontvangt hij in december 1787 een zilveren medaille en vijftig dukaten[4]. Hij helpt mee de omwenteling in de Ommelanden in 1795 tot stand te brengen. Na 1795 vervult hij bovendien diverse lokale en regionale bestuursfuncties[5].
Ziekteonderzoeker
Nadat Geert Reinders als veehandelaar betrokken is geraakt bij de weinig succesvolle proeven van Petrus Camper om de runderpest (veepest)[6] preventief te bestrijden, doet hij met volharding en een intuïtief waarnemingsvermogen proeven op (en soms ten koste van) zijn eigen veestapel om de runderpest te bestrijden[7].
Hij vindt dat koeien die genezen zijn van runderpest, kalveren voortbrengen die gedurende de eerste levensperiode immuun zijn tegen deze ziekte. Hiermee ontdekt hij het fenomeen dat in de huidige immunologie bekendstaat als maternale (passieve) immuniteit. Ook merkt hij op dat als de kalveren in deze periode met opzet worden besmet door een inenting met virulente runderpestmaterie[8], er meestal slechts lichte ziekteverschijnselen optreden en de dieren daarna beschermd blijken tegen latere infecties met de runderpest (actieve immunisatie)[9].
Afb. Hoogleraarsportret van Petrus Camper in Amsterdam (1760), door Tibout Regters (1710-1768). Licentie: Public Domain.
Door de inenting van deze dieren enige malen met tussenpozen te herhalen, kan de mate van bescherming worden vergroot. Geert Reinders maakt zijn ontdekking op een merkwaardige wijze bekend, namelijk in een brief, gedateerd 6 december 1774, schrijft hij aan stadhouder Willem V van Oranje-Nassau (1751-1806) dat hij een belangrijke vinding gedaan heeft. De resultaten worden ook kort daarna gepubliceerd in een brief aan de professoren Petrus Camper en Wynoldus Munniks (1744-1806). Deze laatste vertaalt de brief in het Engels en zendt hem naar de Royal Society te Londen[10].
Petrus Camper reageert op de brief door te stellen dat deze brief hem veertien stuivers aan vracht gekost heeft. In het buitenland geeft Petrus Camper wel bekendheid aan het werk via publicaties waarin hij de naam Geert Reinders opzettelijk onvermeld laat en het doet voorkomen alsof hij zelf de grootste prestaties op dit gebied geleverd heeft[11]. Mede hieraan zal het te wijten zijn, dat men de verdiensten van Geert Reinders voor de immunologie lange tijd heeft ondergewaardeerd. De laatste jaren (sinds 1998) komt hierin verbetering[12].
Ziektebestrijder
De runderpest in Nederland heeft tot aan de tijd van Geert Reinders een epizoötisch verloop. In Groningen breekt een epizoötie uit in 1713, die duurt tot 1721. Binnen een jaar tijd verliest het gewest Holland dan tweederde van zijn vee. Na deze uitbraak wordt de ziekte endemisch. Een nieuwe ziektegolf treedt op in 1774. Hierdoor ontstaat een goede mogelijkheid om onderzoek te doen naar het effect van inentingen, ook al omdat steeds nieuwe uitbraken optreden[13].
Vanaf 1774 worden er dieren ingeënt volgens de "methode Reinders". De resultaten zijn goed te noemen. In de periode 1769-1776 worden in Holland 438.045 koeien aangetast door runderpest. Hiervan sterven er 311.738 (71%). In de periode 1774-1784 sterven van 2.751 ingeënte koeien er 191 (6,9%). Deze getallen zijn uiteraard naar de huidige wetenschappelijke maatstaven niet vergelijkbaar, maar geven toch een beeld van de effectiviteit van de inenting. Een duidelijk nadeel van de inenting is echter dat ongeveer 10% van de kalveren na inenting overlijden aan het toegediende virus. Het is dan ook Geert Reinders zelf die aangeeft dat inenten bij een epizoötie een goede zaak is, maar beter achterwege kan blijven wanneer de ziekte niet heerst. Sinds het begin van de twintigste eeuw komt runderpest niet meer in Europa voor[14].
Oprichter ‘Sociëteit van Onderlinge Bijstand’
Na het overlijden van zijn eerste vrouw, Angenietje Klaasen (1732-1785), hertrouwt Reinders met Geertje Pieters (1742-1796), weduwe van een collega-boer. Door een onvoorzichtigheid van een dienstmeid verliezen ze een van hun twee boerderijen. Net als veeziekten is in die tijd een brand voor een boer nagenoeg altijd noodlottig. Dit verlies zet hem aan tot denken en op 23 april 1794 richt Reinders samen met 20 collega boeren met in totaal 27 opstallen de “Sociëteit van Onderlinge Bijstand" op. Deze heeft de bedoeling dat boeren zich op basis van solidariteit beschermen tegen fatale gevolgen van brand door hooibroei of blikseminslag. Al in de 17de eeuw heeft Johan de Witt zich bezig gehouden met risicoberekeningen, maar de vorm van verzekeren zoals Reinders die heeft ontworpen, is nieuw. Deze opzet van de eerste ‘coöperatieve’ verzekering krijgt overal navolging en is vandaag bekend onder de naam “Univé Verzekeringen”[15].

Jan Bolhuis, Jan van Bolhuis (1750-1803), zoon van Michiel Bolhuis en Alegonda Beckeringh, op 12-jarige leeftijd. Amateur-schilder Lambertus Beckeringh (1716-1769) Bron: Wikimedia Commons/Groninger Museum. Licentie: Public Domain.
Verdere leven
Geert Reinders ontwikkelt zich van boer-koopman tot politicus en bestuurder. Reinders is Oranjegezind maar wordt hij omstreeks 1786 een van de leiders van de patriottische beweging omdat hij zich niet meer kan verenigen met bepaalde politieke keuzes. In 1795 bij de komst van de Fransen wordt hij geroepen om de omwenteling in de Ommelanden mee tot stand te brengen. Spoedig na de revolutie wordt hij lid van de Staten van de Ommelanden. Van 1798 tot 1801 maakt hij deel uit van de “Eerste Kamer van het Vertegenwoordigend Lichaam des Bataafschen Volks”. Hij is overigens bevriend met de patriottische rechter en regent Jan van Bolhuis (1750-1803) gehuwd met Trijntje Jans (1757-1838)[16].
Andere functies en werkzaamheden
- redger, regio Winsum, Obergum en Baflo, van 1801 tot 1803.
- secretaris/ontvanger van het Winsumer- en Schaphalster Zijlvest[17], van 1803 tot 4 februari 1815.
- secretaris van Winsum, van 10 november 1808 tot 1 augustus 1811.
- veeartsenijkundige van het departement Groningen, vanaf 1805.
- lid commissie ter regeling van het toezicht op de handel in meststoffen in het departement Groningen.
- lid commissie om regelingen te ontwerpen ter bestrijding van de veeziekte in het departement Groningen (zijn propositie wordt wetsontwerp).
- lid commissie voor het ontwerpen van een wet ter bevordering van de paardenfokkerij.
- lid commissie ter regeling van het toezicht op de handel in meststoffen in het departement Groningen.
- lid commissie om regelingen te ontwerpen ter bestrijding van de veeziekte in het departement Groningen (zijn propositie wordt wetsontwerp).
- lid commissie voor het ontwerpen van een wet ter bevordering van de paardenfokkerij in het departement Groningen.
- correspondent eerste klasse van het Koninklijk Instituut van wetenschappen, letteren en schone kunsten vanaf 1809.
- In 1809 wordt Reinders benoemd tot correspondent van het pas opgerichte “Koninklijk Instituut van Wetenschappen, Letteren en Schone kunsten”, de voorloper van de “Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen” en in 1814 wordt hij erelid van het Natuur- en Scheikundig Genootschap te Groningen[18][19].
Gezinsgenealogie van Geert Reinders
Hij is getrouwd te Zuidhorn op 5 december 1757, geregistreerd te Bedum op 3 december 1757, met Angenietje Claessen, geboren te Hoogemeeden onder Zuidhorn in 1732, overleden te Zuidhorn op 21 april 1785.
Uit dit huwelijk geboren kinderen:
1. Hieke Geerts Reinders, geboren te Klein Garnwerd, gedoopt (als Hijke) te Garnwerd/Oostum op 5 augustus 1759, overleden te Garnwerd op 10 juni 1823. Zij is getrouwd te Winsum op 31 januari 1786 met Enne Pieters Bazuin, gedoopt te Feerwerd op 18 juli 1756, overleden te Klein Garnwerd op 6 oktober 1810 en begraven op 12 oktober 1810. Zij is een zoon van Pieter Ates Bazuin en Geertruid Ennes.
2. Stijntje Geerts Reinders, gedoopt (als Stijnje) te Garnwerd/Oostum op 24 augustus 1760, overleden te Maarhuizen op 9 mei 1814. Zij is getrouwd met Remge Jakobs Vennema, gedoopt te Winsum op 13 februari 1763 en overleden te Obergum op 23 maart 1827. Hij is een zoon van Jakob Vennema en Menstje Freerks.
3. Klaas Geerts Reinders, gedoopt (als Claas) te Garnwerd/Oostum op 4 september 1761 en overleden op 1 juni 1804. Hij is getrouwd in 1785 met Jantjen Eylkes Huizinga, geboren in 1767, overleden vóór 1768.
- Klaas hertrouwt te Baflo/Rasquert op 22 juni 1788 met Grietje Derks, overleden vóór 1793.
- Klaas hertrouwt in 1793 met Auke Alberts, overleden te Winsum op 30 november 1848. Zij is een dochter van Albert Isebrants en Grietje Pieters.
- Auke hertrouwt te Winsum op 29 december 1805 met Drewes Alderts, geboren te Schilligeham in 1770. Auke is overleden in 1828
4. Reinder Geerts Reinders, gedoopt (als Reinert) te Garnwerd/Oostum op 22 mei 1763. Hij is overleden te Hoogemeeden (Aduard) op 30 oktober 1816.
Hij trouwt in Winsum op 27 april 1788 met Diewerke Cornelis, gedoopt (als Dietje) in Middelstum op 29 februari 1756, overleden te Hoogemeeden (Aduard) op 12 december 1816. Zij is een dochter van Cornelis Jans (schipper) en Geertien Jacobs (schippersche).
Na het overlijden van Angenietje hertrouwt Geert te Bellingeweer/ Ranum op 26 februari 1786 met Geertje (Grietje) Pieters, geboren op 22 november 1742 en overleden op 19 december 1795. Geertje is een dochter van Claas Eites en Stijntje Duirts. Grietje is weduwe van Albert Isebrants met wie zij een boerderij op Tijum heeft gewoond.
Geert trekt bij haar in. Geert is met Geertje Pieters begraven in Winsum nabij de ingang van de Hervormde Kerk.
Graftekst van Geertje Pieters en Geert Reinders:
Geertje Pieters
huisvrouw van
Geert Reinders
Geboren den 22 November 1742
En overleden den 19 December 1796
Graftekst van Geert Reinders:- Met foto tekst graf. Bron: RHCGA Groninger Archieven, Beeldbank Groningen
Secretaris en Ontvanger
van het Winsumer
En Schaphalster Zijlvest
Geboren den 19 April 1737
En overleden den 4den Februari 1815
Hier rust die van zijn vroegsten tijd
Naar wijsheid zocht voor eigen vlijt
Die reeds als boer zijn kundigheen
Steeds dienstbaar maakt van ’t Algemeen
Vooral toen tegen pest en dood
Hij ’t kostelijk rund zijn bijstand bood
Die elk in vreugd of droeven staat
Belangeloos hielp met raad en daad
En naderhand in elken stand
Een sieraad was van ’t Vaderland
Bronnen, literatuur en referenties:
- Tersteeg et al, J. (1998). De levensschets van Geert Reinders 1737-1815. Winsum: Stichting Historische Uitgaven Winsum-Obergum.
- Wikipedia, Geert Reinders (1737-1815)
- Genealogie online
- Parlement.com
Meer lezen:
- Geert Reinders op Groot Zeewijk (geschiedenis)
- Geert Reinders op Groot Zeewijk (genealogische gegevens)
- Jan Westers op Groot Zeewijk
- De ouders van Geert Reinders (genealogische gegevens)
- De grootouders van Geert Reinders (geschiedenis en genealogische gegevens) - dit artikel

|