Tettema, Oudedijk 1, 9981TH Uithuizen
Boerderij Tettema in Uithuizen, Oude Dijk 1. Rijksmonument nr. 21309. Foto: Gouwenaar, 8 april 2011. Licentie: Publieke Domein.
Totaal van beide stroken uiterdijksland van Tettema: 165½ grazen en 37 roeden, dit is ongeveer 73.50 ha in 1685. In 1738 behoren hiervan 50 grazen aan jonker A.L. Gruys en 125 grazen van 1738 tot 1776 aan advocaat A. Frijlinck. In 1729 is Claas Claesen meijer op Tettema, opgevolgd door Freerk Arents (overleden 1754) en voortgezet door zijn weduwe (overleden 1759). Hun zoon Tjaart Freerks, gehuwd met Grietje Pieters, neemt de boerderij over en beide echtelieden zijn vrij jong gestorven. De voogden over de nog minderjarige kinderen verkopen Tettema met bovendien 60 grazen kwelder en aanwas in 1775 voor 9.150 car. gld (carolusgulden). De huur van de aanwas bedraagt 264,24 car. gld. met om de zes jaar een geschenk, en die van het binnenland 175 car. gld.
Boerderij Tettema in Uithuizen, Oude Dijk 1. Rijksmonument nr. 21309. Foto: De Boer, mei 1969, Rijksdienst voor Cultureel Erfoed.
Aantekeningen Groninger Gedenkwaaardigheden:
Nakomelingen nemen de familienaam "Jansenius de Vries" aan. In 1831 koopt de weduwe De Vries van Tettema de beklemming op de Commandeursstreep af bij Jacobus Pieter Tichelaar. De oppervlakte van 14 ha polderland is door aanwas en bedijking in 1827 vermeerderd tot 30 ha met dijk en kwelder. De weduwe De Vries-Berghuis sterft in 1838 en de erfgenamen verkopen Tettema met 115 ha land, met een huur van f 483,- voor f 37.000 aan Berend Pieter Wiersum (1797-1853), in 1829 gehuwd met Trijntje Tonnis- Dorenbos (1807-1878). Voorheen bezitten zij twee boerderijen met elk circa 33 ha land, staande en gelegen aan de Omtedaweg 2 en 6 te 't Zandt. Wiersum is geboren op Boltemaheerd te Zijldijk.
Oost Tettema is een historische kop-rompboerderij uit 1865, gelegen aan de Eemsweg 2 in het buitengebied van Uithuizen, gemeente Het Hogeland. De boerderij staat bekend om zijn karakteristieke architectuur, traditionele opzet met een asymmetrisch geplaatst woonhuis in eclectische stijl, en een deels omgracht erf. Het complex omvat tevens een traditionele schuur en een arbeiderswoning. Tegenwoordig is het pand in gebruik als woonhuis en als de thuisbasis van het gespecialiseerde landbouw- en pootgoedbedrijf Maatschap B.J. Wiersum.
Met 37 boerenwagens - een ander bericht spreekt van 40 wagens - verhuizen zij met beslag en huisraad naar Uithuizen. Nog in 1838 volgt afbraak van de oude schuur van Tettema en wordt deze vervangen door een nieuwe van zeer grote afmetingen. Intussen voegt Wiersum in 1844 een tweede schuur toe aan de nieuwgebouwde in 1838. Vervolgens laat hij de oude behuizing afbreken om plaats te maken voor een nieuw tussen- en voorhuis, het voorhuis als dwarshuis op het tussenhuis. Na de dood van haar man geeft de weduwe Wiersum-Dorenbos in 1865 uiterdijksland van Tettema in gebruik aan haar middelste zoon Tonnis Berends Wiersum (1839-1878) om hierop een nieuwe boerderij te bouwen, nr. 186. Tonnis is namelijk van plan om in 1865 te trouwen met Anje Eppes Oosterhuis (1843-1920). In feite betekent dit de eerste afbrokkeling van het oude Tettema, doch het bezit blijft in de familie.
De oudste broer Pieter Berends is al in 1860 getrouwd met Martje Eppes Oosterhuis van Mentekema, nr. 182, en aldaar boer geworden. De jongste broer Jan Berends Wiersum /1841-1906) trouwt in 1872 met Aagtje Tammes Huizinga (1846-1890) van nr. 239 en in 1873 vindt er een boedelscheiding plaats: Tonnis en zijn vrouw Anje krijgen het oude Tettema en Jan en zijn vrouw Aagtje betrekken de nieuwe boerderij uit 1865 aan de Eemsweg, nr. 186, waar broer Tonnis vanaf zijn trouwdag woont. In 1876 wordt Tettema door inpoldering met ongeveer 32 ha vergroot, zodat de totale oppervlakte op circa 96 ha komt, met dijk en kwelder, Tonnis Berends Wiersum en zijn oude moeder, die bij hem inwoont, overlijden beide in 1878.
Van de aanwas en het ingepolderde land wordt 47.27 ha land, inclusief dijk en kwelder, afgesplitst voor de bouw van een nieuwe boerderij voor de jongste zoon Jan Tonnis Wiersum (1872-1959); zie verder nr. 215.
Aldus blijft er voor het oude Tettema 48.51 ha land over, het binnenland inbegrepen. Na de dood in 1920 van de weduwe Anle Eppes Wiersum-Oosterhuis, worden haar drie oudste zonen samen eigenaar van Tettema, te weten Berend Tonnis Wiersum (1866-1935), dr. Eppe Tonnis Wiersum (1869-1955), stadsarchivaris van Rotterdam, en Pieter Tonnis Wiersum (1871-1942). Laatstgenoemde pacht en beheert de boerderij van 1921 tot 1923. In 1935 overlijdt Berend T. Wiersum, in 1943 zijn vrouw Zwaantina Heilina Boukema, terwijl broer Pieter T. Wiersum al eerder in 1942 is overleden.
In hun plaats wordt broer Jan Tonnis Wiersum van Nieuw Tettema, nr. 215 mede-eigenaar van de oude Tettema tot 1955, wanneer broer Eppe uit Rotterdam komt te overlijden. Dan wordt Jan T. Wiersum alleen-eigenaar van Tettema in volle eigendom en zijn beide boerderijen, nr. 185 en nr. 215, weer in één hand. Tettema aan de Oudedijk wordt verpacht aan dochter Emke Anna Wiersum, gehuwd met Gerhard Bentema.
Na de dood in 1959 van Jan. T. Wiersum verkrijgt zijn vrouw Bouwiena Wibbiena Wiersum-Bennema de boerderij op haar naam tot 1974, in welk jaar zij sterft. Aangezien zoon Tonnis Berend Wiersum, nr. 215, eveneens in 1974 overlijdt, wordt dochter Emke Anna Bentema-Wiersum ook eigenaar van Tettema aan de Oudedijk.
Boerderiij Tettema, deel achterzijde met aardbevingsschade. Boerderij van het hogelandse type met dwarsgebouwd voorhuis onder zadeldak met wolfeinden. Foto: Kris Roderburg, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.
Zij en haar man vestigen zich in 1976 op Nieuw-Tettema en voegen 27 ha land van Tettema toe aan Nieuw-Tettema. De resterende 21.50 ha met de gebouwen aan de Oudedijk bieden zij te koop aan. Koper wordt Siemon Eildert Bouwman op Tjassingaheerd in de Moeshorn, nr. 154. Op zijn beurt verkoopt Bouwman de gebouwen met 2.50 ha land in 1976 aan Klaas Ausema en zijn vrouw Jantje Meertina Ausema. Zij stammen af van het echtpaar dat in 1754 uit Warffum is gekomen en nr. 156 heeft gekocht.
Later wordt de naam Ausema aangenomen en woont de familie op nr. 184. Ongeveer 6.25 ha uiterdijksland wordt overgedaan aan A.A. Stoop, nr. 239, te Uithuizermeeden en Bouwman zelf behoudt 7.43.00 ha binnenland en 5.25 ha uiterdijksland, pal ten noorden van de Oudedijk. In 1983 wordt dit laatste perceel ook aan Stoop verkocht, terwijl de 7.43.00 ha aan F.C. Flipsen. Nr. 171 wordt verkocht en komt in 1995 via de ruilverkaveling aan Ausema toe. K. Ausema, de nieuwe eigenaar van Tettema, voegt zijn eigen grasland van 16.75 ha hieraan toe en pacht er nog eens 10 ha bij. In de schuren wordt een ligboxenstal ingericht voor 70 melkkoeien en 45 stuks jongvee.
Klaas Ausema en zijn echtgenote Jantje Meertina Ausema vestigen zich in Uithuizermeeden in 1991 en dragen de exploitatie van de veehouderij over aan hun zoon Jacob Klaas Ausema (geb. 5-9-1964) gehuwd in 1988 met Klaziena Geertruida Idema (geb. 12-9-1966). In 1998 nemen zij het bedrijf over.
Tettema bij de Groninger Archieven
In 1838 koopt Berend Pieters Wiersum de beklemming van de boerderij Tettema en die van een boerderij, welke een vaste huur deed van fl. 106,- 's jaars, aan van de erven Stijntje Jans Berghuis, weduwe Jan Jans de Vries. Voordien, sedert zijn huwelijk in 1828 tot aan zijn verhuizing naar Tettema, bewoont B.P. Wiersum een boerderij te 't Zandt (zie no. 48), alwaar hij nog andere landerijen bezat (no. 49 heeft volgens mededeling van Dr. Wiersum hierop betrekking). De boerderij van fl. 106,- komt in de stukken nergens met een naam voor, doch zowel voor als na de vereniging met Tettema wordt zij "de Commandeursstreep" genoemd en wel naar aanleiding van het feit dat een der vroegere eigenaren, waarschijnlijk Pieter Everts Bakker, commandant op een walvisvaarder is geweest, dan wel een groep schepen onder zijn commando heeft gehad. Deze boerderij, samengesteld uit twee delen die oorspronkelijk resp. fl. 100,- en fl. 6,- 's jaars doen (no. 30), is reeds in 1792 door Jan Jans de Vries en Stijntje Jans Berghuis gekocht, waarschijnlijk voor hun familielid Jacobus Pieters Tichelaar. Deze doet in 1831 de beklemming ervan over aan de weduwe Stijntje Jans Berghuis.
Er is intussen door indijking 17 bunder polderland bijgekomen. In 1850 doet Tichelaar de eigendom ervan over aan de nieuwe gebruikers, Berend Pieters Wiersum en Trijntje Tonnis Doornbos. Dit jaar is de inventaris beschouwd als het jaar van samenvoeging van de boerderij Tettema en "de Commandeursstreep" hoewel de beklemming van beide boerderijen reeds in 1838 door B.P. Wiersum is aangekocht. Tettema is in de jaren 1846 en 1847 zijn eigendom geworden. Later is de boerderij Tettema (verenigd met "De Commandeursstreep") gesplitst in verband met het huwelijk van een van de zoons en wordt ten noorden van Tettema een boerderij genaamd "de nieuwe plaats" bijgebouwd.
Als in 1672 ook de jongste zoon trouwt, verhuist de weduwe van Berend Pieters Wiersum naar het dorp. Op het huis dat zij daar bewoont hebben de nummers 42 en 43 betrekking. De nummers 50-52 hebben betrekking op een huis te Zijldijk, dat later in bezit der familie Doornbos is gekomen of waarvan zij althans eigendomsrecht heeft bezeten. | |||||||||
Bronnen hoofdtekst: - Website “Nienoord”, link. - GDW, Pathuis/Alma, Groninger Gedenkwaardigheden, onder Uithuizen. - RHCGA, Groninger Archieven, 597, Familie Wiersum, 1726-1883
|
|||||||||
|
|
|||||||||
|
|||||||||






