Huis tot Aduard in Aduard. Uitsnede uit de kaart van Theodorus Beckeringh (1712-1790) uit 1781.

Huis tot Aduard in Aduard. Uitsnede uit de kaart van Theodorus Beckeringh (1712-1790) uit 1781.

 

Het 'Huis tot Aduard' is een borg geweest, maar wordt meestal het 'Huis tot Aduard' genoemd. De borg is in 1597 gebouwd en in 1815 gesloopt. Heeft dus  maar liefst 218 jaar bestaan. Het Huis tot Aduard komt niet voort uit een steenhuis of edele heerd zoals de meeste Ommelander borgen. Als gevolg van de Reductie van Groningen komen de kloostergoederen en de rechten van het voormalige klooster van Aduard na 1594 in het bezit van de provincie Groningen. Deze stelt een redger aan en laat voor hem in 1597 een huis bouwen[1].

 

'Het Huis' zoals boven weergegeven is mogelijk 'te klein' afgebeeld. Het Huis heeft volgens het inventaris e.d. (zie verderop) ook een verdieping gehad. Mogelijk zien we hier de achterzijde van het Huis. Let bijv. op de versieringen op de schoorstenen van het mogelijk voorste gedeelte van het Huis.


Oveer de redger
Om de achtergronden de verduidelijken  gaan we eerst wat meer vertellen over het redgerrecht. In de Middeleeuwen is in Groningerland het recht gekoppeld aan landbezit. Binnen een afgetekend gebied mag een ieder die een heerd[2] in bezit heeft met een bepaalde hoeveelheid aan grazen[3] land recht spreken.

Zo'n gebied wordt een rechtstoel[4] genoemd. De lengte van tijd waarin men recht kan spreken is afhankelijk van het aantal heerden in de rechtstoel en de verdeling daarvan. De man die recht spreekt wordt een redger genoemd. Het redgerrecht wordt later losgekoppeld van een heerd. Zodoende kan men de rechten opkopen. Als men alle rechten in een rechtstoel in bezit heeft gekregen hoeft het recht niet meer gedeeld te worden met andere grondbezitters. De zogenaamde 'ommegaande' rechtstoel is dan een 'staande' geworden. Het Sint Bernardusklooster Aduard bezit het redgerrecht van de rechtstoel Groot Aduard. Na de opheffing van de abdij zijn de rechten geconfisqueerd door de provincie in 1594, die dan de redger aanstelt. De eerste officiële Aduarder redger wordt in 1616 aangesteld. Dit wordt Albert Coenders van het Huis tot Aduard.


In 1658 verkeert de provincie in financiële moeilijkheden, waardoor zij zich genoodzaakt voelt de rechten te verkopen en wel in 24 delen, zodat de staande rechtstoel een ommegaande wordt. In 1678 vestigt Johan Clant zich in Aduard. In ongeveer tien jaar tijd koopt hij alle delen op. Hij wordt dan landjonker van de staande rechtstoel Groot Aduard. Om onverklaarbare redenen ruilt hij in 1700 al zijn bezittingen met Evert Joost Lewe tegen de borg Ludema bij Usquert. Aduard is de 18e eeuw dan voor de Lewes. Behoudens een korte onderbreking van 1710-1712.

 

De avondmaalsbeker van Aduard met de inscriptie 'Evert Joest Lewe Heer van Aduard etc. etc. Collator tot Aduard 1724'. Lewe heeft deze beker aan de kerk geschonken. In het midden zien we het wapen van de familie Lewe dat bestaat uit een combinatie van het wapen van het klooster (abtstaf en balk van Clairvaux) en leeuwen.Avondmaalsbeker
De avondmaalsbeker van Aduard met de inscriptie 'Evert Joest Lewe Heer van Aduard etc. etc. Collator tot Aduard 1724'. Lewe heeft deze beker aan de kerk geschonken. In het midden zien we het wapen van de familie Lewe dat bestaat uit een combinatie van het wapen van het klooster (abtstaf en balk van Clairvaux) en leeuwen.
Bron: RHCGA. Groninger Archieven, Beeldbank Groningen.


Opschrift:
EVERT JOEST LEWE, HEER VAN ADUARD ETC. ETC., COLLATOR TOT ADUARD, 1714.
Wapen: Lewe van Aduard. Schildhouders: twee omziende leeuwen. N.B. Gravure afgebeeld: APG, blz. X!l.156 . GDW, blz. 155, nr. [576].


Het Huis en het rechtsgebouw
Op de afbeelding boven aan het artikel van Theodorus Beckeringh is het redgerhuis of borg van Aduard getekend vanaf de hoofdstraat. Het zou de achterkant moeten zijn, wat aannemelijk is, omdat de versierde schoorsteenkappen aan de andere kant zitten. Het is onwaarschijnlijk dat het woonhuis van redger Evert Joost Lewe - een vermogend en invloedrijk man - er zo eenvoudig heeft uitgezien. Meer duidelijkheid geeft jaren geleden in Parijs ontdekt portret van zijn vrouw Emerentia van Bierum. Op de achtergrond is een gebouw geschilderd (zie kleine foto links). Het is gebruikelijk dat borgbewoners zich met hun geliefde behuizing laten portretteren.


Aangenomen dat dit schilderij (links) een correcte afbeelding geeft van het Huis tot Aduard, dan zijn de versierde schoorstenen op de tekening boven (van Theodorus Beckeringh) van dit gebouw. Op die tekening zien we dan rechts het brouw- of het schathuis met daarachter het voorhuis, de eigenlijke borg. Tussen borg en schathuis moet een ruimte geweest zijn, die in perspectief is weergeven op de tekening.


Op onderstaande plattegrond is een indruk gegeven van het park van de familie Lewe. Het park is rood omlijnd gekleurd, het schathuis en het brouwhuis zijn ook zichtbaar evenals de borg. De ondergrond is de kadasterkaart van het dorp Aduard van 1820.


Voormalige hervormde pastorie, Aduard, later burgemeesterswoing aan de Kaakheem/Hofstraat 61 (mei 1965). Mon.nr. 7073. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Gerard Dukker.

Voormalige hervormde pastorie, Aduard, later burgemeesterswoing aan de Kaakheem/Hofstraat 61 (mei 1965). Mon.nr. 7073. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Gerard Dukker.

 

Het is nog maar de vraag of het huis dat in 1597 voor de redger van Aduard is gebouwd op de plaats gestaan. In 1597 is de hoofdstraat nog niet opgehoogd en bestaat het dorp vermoedelijk alleen maar uit de tegenwoordige Hofstraat. De eerste redgerswoning van de redger zou ook daar gebouwd kunnen zijn. Het is ook niet ondenkbaar dat de voormalige burgemeesterswoning aan het Kaakheem het eerste Huis tot Aduard is geweest. De voornaamheid van het (nu witte) pand staat in groot contrast met de arbeidershuisjes aan de Hofstraat. Op de foto hieronder is dat goed te zien. Daar zien we ongeveer in het midden ook nog 'het witte huis'.

 

Hofstraat, Aduard. In het midden de voormalige hervormde pastorie (Hofstraat 47, rijksmonument nr. 7073), links daarvan Hofstraat 45 (nu Kloostermuseum).

Hofstraat, Aduard. In het midden de voormalige hervormde pastorie (Hofstraat 47, rijksmonument nr. 7073), links daarvan Hofstraat 45 (nu Kloostermuseum). Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.


De redger is de baas
De redger is hier dus de baas geweest. Heeft iemand echter een overtreding of een misdaad begaan, dan wordt hij of zij niet aan hem voorgeleid, maar aan zijn advocaat. Deze wordt ook wel geconstitueerd rechter[5] genoemd. Hij velt ook het vonnis. Van alle overtredingen en aanklachten worden verslagen gemaakt - protocollen - die meestal eindigen met het uitspreken van een strafmaat. Veel protocollen zijn bewaard gebleven en kunnen op het Rijksarchief in Groningen ingezien worden. Zij zijn niet ondertekend door de redger zelf, maar door deze advocaat, die rechten gestudeerd heeft. Deze heeft ook een notariële functie.

 

Het voormalige (gerestaureerde) rechthuis, waarin rond 1800 de gemeentot Aduard zich vestigt. In 1902 wordt ernaast een nieuw gemeentehuis gebouwd.
Boven: Het voormalige (gerestaureerde) rechthuis, waarin rond 1800 de gemeentot Aduard zich vestigt. In 1902 wordt ernaast een nieuw gemeentehuis gebouwd. Bron: Eigen verzameling.


Het verhoren en berechten, het verrichten van administratieve handelingen en ook het opsluiten van verdachten of criminelen vindt niet plaats in het huis van de redger, de borg, maar in een rechthuis. Zo ook in Aduard. We zien, dat in de tijd van Evert Joost Lewe (1677-1753), gehuwd met Christina Emerentia van Berum (ca 1676- ca 1740) in 1698, de strafuitspraak geregeld wordt, gevolgd met de opmerking: aldus uitgesproken 'in het ordinaris regthuys'. Vanwege de notariële functie wordt de verkoop van onroerende goederen ook in het rechthuis bezegeld. Zo vindt er bijvoorbeeld in 1752 een verkoop plaats waarbij de crediteuren van Pieter Crijns weduwe 'by brandende keerssen uitdoen in het regthuys tot Aduart hebben doen verkopen...'. Op 2 juli 1795 wordt er gewag gemaakt van een opsluiting in de bewoording: 'en tans in het Regthuys aldaar gedetineerd'.

 

Klik op de kaart om deze te openen in een nieuw venster/tablad. Klik nogmaals om deze te vergroten. Scrollen met de muis middels de schuifbalken links en onder: de teksten in de afbeelding zijn dan prima leesbaar.

Klik op de kaart om deze te openen in een nieuw venster/tablad. Klik nogmaals om deze te vergroten. Scrollen met de muis middels de schuifbalken links en onder: de teksten in de afbeelding zijn dan prima leesbaar.
Kaart van de gronden bij het Huis tot Aduard o.g.v. catalogus verkoping van de vaste goederen van Carolus Justus Lewe. Lewe van Aduard 1815. Gemaakt in verband met het Gedenkboek 750-jarig bestaan van Aduard door E.J.F. Smits en W.J. Formsma (bibl.nr. 1769-272). Techniek pen, inkt en kleurpotlood. Afmetingen 65 x 50 cm. Op inzetkaartje: Aduard met daarop aangegeven de "borglanderijen". Vervaardiger R.R. Blomsma, 1815. Bron: RHCGA. Groninger Archieven, Beeldbank Groningen.

Verderop is een vereenvoudigde kaart geplaatst.


Ten tijde van Evert Joost Lewe wordt zijn positie verder uitgebreid. Er is in 1756 zelfs sprake van ‘het hof en de grond waarop het Huis heeft gestaan’, ‘waarvan wijlen Joost Lewe ten landdage heeft gecompareerd’. Hij koopt landerijen en heemsteden aan in het dorp. Het oude kerkhof trekt hij bij zijn goed en zelfs de publieke weg laat hij  verleggen om zijn goed af te ronden. Perken en bossen met grachten, visvijvers en een hertenkamp worden toegevoegd. Dat alles gebeurt niet zonder knevelarij van de bevolking!. Hoe gehaat hij is geweest, blijkt uit de boerenopstand van 1718 en de gebeurtenissen van 1748, als de boeren met geweld de macht van de stadhouder willen uitbreiden, richt de haar zich tegen Lewe op. Hoe hij bij die gelegenheid is mishandeld en vernederd, is maar al te bekend. Hij blijft echter ongebroken. Als hij in 1753 sterft, wordt het Huis met toebehoren vererfd op zijn gelijknamige zoon Evert Joost (1706-1768) gehuwd in 1756 met Willemina Alberda van Dijksterhuis (1735-1791). Zij is een dochter van Gerhard Horenken Alberda van Dijksterhuis (1705-1784) en Susanna Elisabeth Alberda (1707-1744).

Na de dood van Evert Joost Lewe blijft Willemina het Huis bewonen. Dit is nog zichtbaar (tekst onderaan de tekening) op de kaart van Beckering. Deze afbeelding toont ons een eenvoudig huis zonder verdieping. Mogelijk is dit de achterkant en is het groter geweest dan het lijkt want een inventaris uit 1792 noemt een tiental kamers en ongeveer evenveel kleine vertrekken. Ook de inboedel wordt in deze inventaris beschreven[6].

 

Klik op de kaart om deze te openen in een nieuw venster/tablad. Klik nogmaals om deze te vergroten. Scrollen met de muis middels de schuifbalken links en onder: de teksten in de afbeelding zijn dan prima leesbaar. Plattegrond van het Huis tot Aduard (vereenvoudigd. De eerste kaart verder naar boven geeft de werkelijkheid beter aan.

Klik op de (vereenvoudigde) kaart (toestand 1815) om deze te openen in een nieuw venster/tablad. Klik nogmaals om deze te vergroten. Scrollen met de muis middels de schuifbalken links en onder: de teksten in de afbeelding zijn nog beter leesbaar. Plattegrond van het Huis tot Aduard (vereenvoudigd. De eerste kaart verder naar boven geeft de werkelijkheid beter aan. Uit Dr. W.J. Formsma e.a. Ommelander Borgen en Steenhuizen, Assen, 1973.


De inventaris
“Hierin valt te lezen dat de borg heeft bestaan uit de volgende vertrekken: rode kamer, groene kamer, de gang boven, klein bovenkamertje aan de straat, eetkamer, zaal, 't gerigje, kabinet, slaapkamer, boekenkamertje, achter de slaapkamer, naast de slaapkamer, nieuwe kamer, gele kamer, meidenkamer, tweede bovenkamertje, gang voor de twee kleine slaapkamertjes, meidenkamertje, achter de slaapkamer, voorkamer, keuken, paardenstal, schuur, timmerschuur, hooischuur, beestenstal, karnkelder, brouwhuis, zomerhuis op de hoge berg, Turkse tent, druivenkas, hout- of spekzolder, zolder, kleerzolder en provisiekamer. We mogen ons er over verheugen dat we niet in deze doolhof hebben behoeven te wonen, want we zouden er de weg niet in hebben kunnen terugvinden. Arme "meiden", die dit "huis" moesten schoonhouden, zonder een stofzuiger ter beschikking te hebben en het te moeten doen zonder leidingwater, gas en elektriciteit.”[7]


Schilderij. Henriëtte Pauline van Holsten (1739-1806). Echtgenote van Evert Joost Lewe IV van Aduard. Foto naar schilderij op de Menkemaborg, inv. nr. Gron. Museum 1951-295

Foto links: Schilderij. Henriëtte Pauline van Holsten (1739-1806). Echtgenote van Evert Joost Lewe IV van Aduard. Foto naar schilderij op de Menkemaborg, inv. nr. Gron. Museum 1951-295. Bron: Eigen verzameling. Ook Bernard Lewe.

 

Willemina  Alberda overlijdt in 1791. Haar zoon,  de derde Evert Joost Lewe (1759-1799)., heeft zoveel „preuves van verwarring en krenking zijner vermogens gegeven", dat hij 24 januari 1792 onder curatele wordt gesteld. Hij sterft in 1799 kinderloos. Wederom komt er een Evert Joost Lewe, een zoon van generaal[8] Bernard Lewe Bernard Lewe (zie foto) (1710-1791) getrouwd met Catharina van Wijhe (1722-1770)(zie foto) (1710-1791) getrouwd met Catharina van Wijhe (1722-1770), en een kleinzoon van de eerste Evert Joost. Evert Joost Lewe IV (1743-1806}, gehuwd  met Henriëtta Paulina van Holsten (1739-1806) (zie foto), overlijdt in 1804. Hij wordt opgevolgd door zijn zoon Carolus Justus Lewe (1767-1836). Deze trouwt met Antoinetta van Pabst (1773-1807) en na haar dood met Margaretha Josina Alberda van Bijma (1773-1829) . De rol van de dorpsheren is echter uitgespeeld en hun vermogen ingeteerd.


In 1815 wordt het Huis op afbraak verkocht en het fraaie park gerooid. Niets is meer over van de borg. Een „berg" in het tot weiland geworden bos en de resten van enige vijvers blijven nog een tijdlang de herinnering levendig houden aan het vroegere buitenverblijf van de Lewes. Zij zijn tegenwoordig compleet verdwenen.

De verkoop
Carolus Justus Lewe (1767-1836), heeft het moeten aanzien dat het grote bezit verkocht wordt en afgebroken door een kastelein uit Zuidhorn. Slechts f 4050,— krijgt hij voor het goed dat zo lang macht en aanzien heeft genoten en heeft bestaan uit

 

o.a. het brouwhuis, twee stenen hondenhokken, de zuid- en noordmuur, het hek voor de zwarte laan, het hek met poort tussen borg en schathuis, het schathuis zelf  of de schuur, de stallingen met wijnstokken en druivenkas, de schuur langs de straat, het hertenhok, de duiventil, het zomerhuis aan de gracht, de Turkse tent midden in het hof, het rode en witte hek bij het bleekveld, de appelhof, de visvijver, de middentuin, de zuidertuin, de lange laan, het halve kleine bergje, de rijskamp, het groenland enz.[9]


Op 27 oktober 1814 is de inboedel al verkocht. Begin februari 1815 worden honderden eiken, essen, beuken, linden, noten- en kastanjebomen, kaphout, 6 zware loden beelden met zerken onderstellen, een grote luidklok met ijzerwerk verkocht. Zo komt er voorgoed een einde aan de glorie van het tweede tijdvak van Aduards geschiedenis. Of is het alleen maar glorie voor één familie en armoede voor de rest van het dorp? We vermoeden gezien het grote aantal kleine woningen helaas van wel.[10]


Baksteen met daarop in Gothische letters geschreven "E. J. Lewe van Aduard en Mevrouw Lewe geb. Cleveringa." E.J. Lewe = Evert Joost Lewe. Bron: Groninger Museum, Geschenk. van Mr. C. de Ranitz te Winsum. (1921). Datum: ca 1837-ca 1921.

Baksteen met daarop in Gothische letters geschreven "E. J. Lewe van Aduard en Mevrouw Lewe geb. Cleveringa." E.J. Lewe = Evert Joost Lewe. Bron: Groninger Museum, Geschenk. van Mr. C. de Ranitz te Winsum. (1921). Datum: ca 1837-ca 1921.

 

In het rechthuis van Aduard (de voormalige praktijkruimte van dr. Busser, Burg. Seinenstraat 3) heeft zich heel wat afgespeeld. Er gebeuren nu rare dingen, maar vroeger niet minder en de straffen zijn niet mals. Wanneer het lijfstraffen betreft worden die uitgevoerd op het zogenaamde 'Kaakheem'. Er zijn daar veel misdadigers op gruwelijke wijze om het leven gebracht. De laatste keer dat er een strafexecutie wordt uitgevoerd is in 1719. Een zekere Jacob Leeser[11] is de man die waarschijnlijk duizenden naar Aduard heeft gelokt. Zijn laatste gang is die van het rechthuis naar het Kaakheem.


Overzicht van het Huis tot Aduard en de redgers
1597 Nieuw huis gebouwd voor de redger, vermoedelijk Abel Greving, die al sinds 1575 die functie heeft gehad, eerst onder de abten van het klooster, na 1594 in naam van de provincie.
1631 Albert Coenders (ca 1600-1644 wordt aangesteld tot redger. Hij is in 1609 gehuwd met Peterken Alberda (ca 1575- ca 1630) en in 1631 in een tweede huwelijk met Gratia Maria Clant (ca 1600-ca 1644)
Abel koopt voor zichzelf allerlei goederen in Aduard, zoals alle huis- en heempachten en gronden op het terrein van het voormalige klooster. Hoewel hij in dienst blijft van de provincie Groningen verwerft hij zich een invloedrijke positie in het dorp. Vanaf 1658 verkoopt het provinciaal bestuur de heerlijke rechten die het bezit, waaronder het redgerrecht van Aduard.


1644 In dit jaar overlijdt Albert Coenders. Een erfgenaam van Albert Coenders, Johan Clant van Breedenborg, koopt in de loop van de tijd de rechten op en in 1680 ook de voormalige redgerswoning van Johan de Mepsche. Deze heeft het Huis in 1661 gekocht van de heer Van Luisborg voor f 3000 en er bovendien nog voor f 1500 aan laten vertimmeren. Het Huis moet dus een zekere allure hebben gehad.[12] In 1692 heeft Johan Clant alle ommegangen[13] en rechten van het voormalige klooster in handen en kan hij zich dorpsheer van Aduard noemen. Deze Johan Clant heeft vooral bekendheid gekregen doordat hij zijn jeugdige nicht Eppelia Johanna Clant van Menkema schaakt en waarmee hij in 1676  in Scheveningen trouwt.[14]

 

Het lijkt erop dat de rechten van 1645 tot 1658 zijn 'uitbesteed' (Bron: Groninger Archieven):


1645 Jebbo Aldringa wordt aangesteld tot redger.
1648 Dr. H. Wemmens, redger.
1651 Jebbo Aldringa, redger.
1656 Johannes Wolteri, redger.


1658 Het Redgerhuis wordt verkocht aan Rudolf Willem van In- en Kniphuisen van Lutzborg (1620-1666)[15].
1661 Het redgerhuis wordt gerenoveerd en verkocht door In- en Kniphuisen; koper is Jan de Mepsche.
1678 Johan Clant vestigt zich in Aduard en koopt van lieverlee alle rechten van de rechtstoel Groot Aduard.
1680 Verkoop van o.a. ommegangen, gestoelte in de kerk van Aduard van wijlen Jan de Mepsche.
1680 Verkoop Upkenahuis tot Aduard.
1700 Johan Clant van Breedenborg ruilt het Huis en bijbehorende rechten met Evert Joost Lewe (1677-1753) tegen de Ludemaborg bij Usquert.
1710 Evert Joost Lewe draagt redgerschap over aan Johan Willem Ripperda (1682-1737).
1712 Lewe krijgt Aduard terug.
1723 Lewe verbouwt de ziekenzaal van het voormalige klooster tot kerk.
1753 Op 23 juni overlijdt Evert Joost Lewe, 76 jaar oud. Zijn opvolgers zijn:
Evert Joost II (1706-1768), gehuwd met Willemina Alberda (1735- 1791).
Evert Joost III (1759-1799).
Evert Joost IV (1743-1804), de neef van Evert Joost Lewe III.

 

Catharina Clevringa, geb. Appingedam 22-07-1818, overl. Groningen 03-02-1884. Zij is getrouwd Appingedam 18-05-1837 met Evert Joost Lewe van Aduard, steenfabrikant, geb. Groningen 19-12-1814, overl. Groningen 08-08-1863, zoon van Carolus Justus Lewe van Aduard (lid Ridderschap) en Margarita Josina Alberda van Bloemersma.Foto links: Catharina Clevringa, geb. Appingedam 22-07-1818, overl. Groningen 03-02-1884. Zij is getrouwd Appingedam 18-05-1837 met Evert Joost Lewe van Aduard, steenfabrikant, geb. Groningen 19-12-1814, overl. Groningen 08-08-1863, zoon van Carolus Justus Lewe van Aduard (lid Ridderschap) en Margarita Josina Alberda van Bloemersma. Bron: RHCGA. Groninger Archieven, Beeldbank Groningen.

 

Carolus Justus Lewe (1767-1836).
Hij is de laatste eigenaar van het Huis tot Aduard. Hij laat het huis in 1815 op afbraak verkopen. Het bijbehorende park wordt gerooid. Van het huis en tuinen is niets meer terug te vinden[16].


Rijkgesneden preekstoel (1723; trap nieuw), vervaardigd door de zorg van Evert Joost Lewe van Aduard, met wapen, gekwartileerd in 1 en 4 Lewe, in 2 en 3 Aduard met Schildhouders: twee omziende leeuwen.

 

N.H. Abdijkerk: Wandbank of Lewebank. Foto: Mei 1942, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Rijksmonument nr. 7075. Wapen: Gevierendeeld: I en IV Lewe; lI en III Van Berum. Hartschild: Aduard. Schildhouders: twee omziende leeuwen. N.B. Verplaatsbaar. In tweevoud.

N.H. Abdijkerk: Wandbank of Lewebank. Foto: Mei 1942, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Rijksmonument nr. 7075. Wapen: Gevierendeeld: I en IV Lewe; lI en III Van Berum. Hartschild: Aduard. Schildhouders: twee omziende leeuwen. N.B. Verplaatsbaar. In tweevoud. Afgebeeld: Groningen. Cultureel maandblad, 1963, blz. 146. HVG, blz. 263. LNB, blz. 90. VVS, blz. 171. Evert Joost Lewe van Aduard en Christina Emerentia van Berum. Vergelijk: GDW, nr. 573.155 GDW, blz. 154, nr. [574].


Overhuifde herenbank (dit is dus niet de bank op de bovenstaande foto) met rijk opzetstuk, waarin de wapens -Lewe en- Van Berum; twee rijkgesneden wandbanken met wapen, gekwartileerd in 1 en 4 Lewe, in 2 en 3 van Berum met hartschild-Aduard (Evert Joost Lewe van Aduard gehuwd met Christina Emerentiana van Berum).
Wapens: Rechts: Lewe van Aduard. Links: Van Berum. Schildhouders: twee omziende leeuwen. N.B. Afgebeeld: Groninger agenda, 1966 nr. 12, omslag. Evert Joost Lewe van Aduard, overleden 27 juni 1753, gehuwd Uskwerd in april 1698 Christina Emerentia van Berum, overleden 's-Gravenhage voor of op 16 maart 1740. Vergelijk: GDW, nrs. 584 en 582. GDW, blz. 154, nr. [573].
Wapen: Gevierendeeld: I en IV Lewe; lI en III Van Berum. Hartschild: Aduard. Schildhouders: twee omziende leeuwen. N.B. Verplaatsbaar. In tweevoud. Afgebeeld: Groningen. Cultureel maandblad, 1963, blz. 146. HVG, blz. 263. LNB, blz. 90. VVS, blz. 171. Evert Joost Lewe van Aduard en Christina Emerentia van Berum. Vergelijk: GDW, nr. 573.155. GDW, blz. 154, nr. [574].

Grafzerken in de kerk
Enkele zerken, de oudste uit 1693, één voor Christina Emerentiana van Berum († 1740) en één voor haar echtgenoot Evert Joost Lewe van Aduard († 1742) met hun wapens en kwartieren:

 

Wapen: Van Berum. Schildhouders: twee aanziende leeuwen.

Kwartieren:



N.B. Afgebeeld: GDW, plaat X1. Christina Emerentia van Berum, overleden 's-Gravenhage voor of op 16 maart 1740, vrouw van Evert Joost Lewe. Zie: NAB, 1943-1948, blz. 321.157. GDW, blz. 156, nr. [582].

 

 

 

Wapen: Lewe van Aduard. Schildhouders: twee aanziende leeuwen.
Kwartieren:



N.B. Afgebeeld: GDW, plaat XI. Evert Joost Lewe, overleden 27 juni 1753, oud 76 jaar, weduwnaar van Christina Emerentia van Berum. Zie: E. J. F. Smits en W. J. Formsma. Gedenkboek 750-jarig bestaan van Aduard. Groningen (1954). Blz. 101. GDW, blz. 157, nr. [584].

 

 

 

Een signet of zegel van cornalijn in gouden montuur met de alliantiewapens Lewe-Alberda. Het handvat bestaat uit vier gouden krullen. Wilhelmina Jeanne Alberda (1770-1845) huwt in 1797 Bernard Lewe van Aduard. Zij is de zuster van Gerhart en Gosen Geurt Alberda en zij erft bij het overlijden van deze laatste in 1830, Dijksterhuis te Pieterburen. Het object is afkomstig uit dit huis. Bron: Groninger Museum. Een signet of zegel van cornalijn in gouden montuur met de alliantiewapens Lewe-Alberda.
Het handvat bestaat uit vier gouden krullen. Wilhelmina Jeanne Alberda (1770-1845) huwt in 1797 Bernard Lewe van Aduard. Zij is de zuster van Gerhart en Gosen Geurt Alberda en zij erft bij het overlijden van deze laatste in 1830, Dijksterhuis te Pieterburen. Het object is afkomstig uit dit huis. Bron: Groninger Museum.

 

 

 

 

 

 

Wapen van Evert Joost Lewe van Hansouwe, aanvankelijk jonker in Ludema, later in Aduard. Wapen in rijk cartouche met wit kwabornament, vlaggen, wapens (speren, hellebaarden, goedendags, kanonnen etc.) en aan elke kant twee krijgslieden, gedekt door een gravenkroon.

Wapen van Evert Joost Lewe van Hansouwe, aanvankelijk jonker in Ludema, later in Aduard.
Wapen in rijk cartouche met wit kwabornament, vlaggen, wapens (speren, hellebaarden, goedendags, kanonnen etc.) en aan elke kant twee krijgslieden, gedekt door een gravenkroon. De bovenste vlaggen aan beide kanten zijn geel met een rode leeuw en zo identiek met het wapen Lewe. Daaronder aan beide zijden een rode vlag. Het wapen gevierendeeld: I Lewe, II Tamminga, III Coenders en IV Rengers. Evert Joost Lewe van Hansouwe (1677-1753) is de zoon van Evert Lewe en Elizabeth Tamminga en kleinzoon van Joost Lewe van Hansouwe en Petronella Coenders en van Onno Tammina op Ludema en Elisabeth Rengers. Hij is tot 1700 jonker op Ludema, en daarna in Aduard. Zijn in 1673 gehuwde vader is reeds in 1676 gestorven. Bron: Groninger Museum.

 

 

 

 

  Lees meer: Het voormalige klooster te Aduard.

 

Bronnen:
- Pathuis/Alma, Groninger Gedenkwaardigheden, Aduard (GDW).
- Drs. W.J. Formsma e.a., De Ommelander Borgen en Steenhuizen, 1973.
- De genealogische gegevens zijn afkomstig uit eigen verzameling.
- RHCGA. Groninger Archieven, Beeldbank Groningen.
- Beeldbank Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed.
- Wikipedia, Huis tot Aduard, geraadpleegd 9 mei 2026.
- Website Groninger Museum.

 

Noten:

1 Wikipedia, Huis tot Aduard, geraadpleegd 9 mei 2026.

2 Heerd is de benaming voor een boerderij in Groningen. Met de heerd wordt eigenlijk de haard, de stookplaats (heerdstede), bedoeld, maar in de loop van de geschiedenis wordt met de term heerd de gehele boerderij (het gebouw) en de bijbehorende landerijen aangeduid: alles dus wat bij de heerd hoort.

3 Een "gras" in het historische Groningerland is een oude oppervlaktemaat voor landbouwgrond. Het staat voor de hoeveelheid grasland die nodig is geweest om één koe een seizoen lang te weiden, wat ongeveer overeenkomt met de oppervlakte die een koe in die tijd "vrat". Het is vaak kleiner dan een bunder (hectare).

4 Rechtstoel is - met name in de provincie Groningen - tot in de Franse tijd de benaming geweest voor de plaatselijke gerechten. Hieronder worden zowel de rechtsprekende colleges als hun ambtsgebied verstaan, In specifiekere zin wordt vroeger onder een rechtstoel de zetel verstaan. waarop een rechter plaatsneemt als hij spreekt, waarbij de samenstellingen tevens het symbool is van zijn ambt. Veel boerderijen dragen daarom een naam eindigend op heerd (soms: heert). Het eerste gedeelte van de naam is vaak de familienaam van de eerste bewoners. Bij nieuwe bewoners werd de naam van de heerd niet gewijzigd. Dit heeft ook te maken met het feit dat het bewonen van sommige heerden, de zogenaamde edele heerden, bepaalde rechten geeft, bijvoorbeeld bij de rechtspraak of in het bestuur van een zijlvest.

5 Een geconstitueerd rechter is met name in de 18e en vroege 19e eeuw, vooral in Groningen (Ommelanden), een rechter die wordt aangesteld of gemachtigd om recht te spreken in een bepaalde plaats of regio.

6 Dr. W.J. Formsma e.a. Ommelander Borgen en Steenhuizen, Assen, 1973.

7 Leekster Courant, 05-07-1968, Het voormalige “Huis tot Aduard”. “Bijna twee eeuwen regeerden de “Heren” het dorp. Auteur niet bekend.

8 Hij is o.s. Kolonel Infanterie en Commandeur van de Citadel van Doornik, later Generaal Luitenant.

9 Leekster Courant, 05-07-1968, Het voormalige “Huis tot Aduard”. “Bijna twee eeuwen regeerden de “Heren” het dorp. Auteur niet bekend.

10 Leekster Courant, 05-07-1968, Het voormalige “Huis tot Aduard”. “Bijna twee eeuwen regeerden de “Heren” het dorp. Auteur niet bekend.

11 Groninger Archieven, Inschrijving gevangene. Tuchthuis te Groningen: gedetineerden. (Toegangsnr. 2007 inv.nr. 7), 1666-1718, Groningen, archief 2007, inventarisnummer 7, folio f. 27

12 Dr. W.J. Formsma e.a. Ommelander Borgen en Steenhuizen, Assen, 1973.

13 Een ommegang is in De Ommelanden de benaming voor een jaarlijkse toerbeurt voor de positie van plattelandsrechter (redger, dijkrechter, overrechter of zijlrechter binnen een schepperij) binnen een klauw ('der Clauwen Ommegang') of kluft (jurisdictie) van een van de vele rechtstoelen in Groningerland.

14 Dr. W.J. Formsma e.a. Ommelander Borgen en Steenhuizen, Assen, 1973.

15 Dr. W.J. Formsma e.a. Ommelander Borgen en Steenhuizen, Assen, 1973.

16 Wikipedia, Huis tot Aduard, geraadpleegd 9 mei 2026.


Deze pagina maakt deel uit van www.nazatendevries.nl. Aan bovenstaande tekst is de uiterste zorgvuldigheid besteed. Desondanks kunnen er best fouten voorkomen. Constateer je fouten en/of heb je vragen, correcties, aanvullingen......... geef die dan even aan mij door via mijn E-mail adres (zie rode balk boven). Wij hebben ons uiterste best gedaan om de auteurs van teksten/citaten en copyrightbepalingen van afbeeldingen te achterhalen. Mocht je rechthebbende zijn en hierover vragen of opmerkingen hebben, neem dan contact op via e-mail. Lees ook de 'Disclaimer' en 'Privacy' voor méér informatie en laat ook eens een bericht achter in het Gastenboek, dan weet ik waarvoor ik het doe.

Hoogeveen, 24 juni 2026.
Samenstelling: © Harm Hillinga.
Klik hier om naar het menu ARTIKELS te gaan.
Klik hier om terug te gaan naar de HOMEPAGE.
Top