Volgens Eggerik Beninga hebben de Groningers het Huis te Oterdum, dat zij van Focko Ukena ‘gewunnen’ hebben In 1450 wederom bevestigd. Oterdum heeft dan een strategische ligging. Het ligt aan de Eems, er is een belangrijke zijl en het heeft in die tijd een veerdienst naar de overkant. De Stad Iegt er ook een kleine bezetting in onder een kastelein die, hoewel in de Ommelanden wonende, rechterlijke functies namens de stad uitoefent in Oldambt en Reiderland.

 

In 1470 verkoopt Dode Edzerts te Oterdum aan Bartoli Kassens en zijn opvolgers, kasteleins te Oterdum, ten behoeve van het slot een warf aan de westzijde van het maar. Is dit voor de bouw van een nieuw slot? Het jaar daarna wordt Sybrand Ulfers kastelein op Oterdum. Hij moet er zes knechten houden. De dagelijkse onkosten voor slot en 'buining' (verhoging/dijk) zijn voor hem, bijzondere uitgaven komen voor rekening van de stad.

 

Dorp met kerk en kerkhof zijn gebouwd tegen de dijk. De kerk zelf steekt boven de dijk uit. Soms raast de storm terwijl de kerkdienst bezig is. En het schijnt gebeurd te zijn, dat de dominee op de kansel, uitkijkend over zee, ziet dat een schip in nood is. Midden in de preek roept hij uit: "Het is goed dat we hier zijn, broeders, want daarginds vergaat een schip." Geen reden voor het kerkvolk het gebouw te verlaten en zich te wijden aan reddingswerkzaamheden. Ze weten: de resten spoelen straks vanzelf wel aan en dan eerst is er werk aan de winkel. Want jutten doen ze stuk voor stuk.

 

In 1487 is Evert Horenken er kastelein.

 

ln de oorlogen rond 1500 speelt het slot een zekere rol. In 1499 geeft hertog Albrecht van Saksen, die het blijkbaar overmeesterd heeft het in pand aan de graaf van Oost Friesland. De drosten die er zetelen zijn waarschijnlijk dan ook in dienst van graaf Edzart. In 1505 wordt als zodanig vermeld Detmer Rengers, in 1508 Snelger Houwerda, hoofdeling te Appingedam.

 

In 1514 nemen de Saksen het Huis in, maar zij worden spoedig weer verdreven. In de Gelderse tijd heeft de stad het slot, dat een wapen tegen haar is geworden, laten slopen. In 1527 worden de stenen verkocht. In 1548 wordt nog de borgstede te Oterdum vermeld, die dan verhuurd is aan een van de veermannen.


Tijdens de slag bij Oterdum in 1584 sterft daar Eisso Jarges, die namens de Ommelanden de Unie van Utrecht mede ondertekent, aan de gevolgen van de pest. Wigbold van Ewsum, heer van de Nienoord, leider van de Ommelanden, later tevens de militaire leider, sterft in diezelfde slag aan de gevolgen van een dan opgelopen verwonding, ook zijn zoon verliest daar het leven.

Door latere vergravingen ten behoeve van schanswerken in de Tachtigjarige Oorlog zal van het terrein van het voormalige ‘slot’ weinig overgebleven zijn. Er zijn geen afbeeldingen van het 'Huis' bekend.

 

 

Bronnen:


* De Ommelander Borgen en Steenhuizen, Door Wiebe Jannes Formsma,R. A. Luitjens-Dijkveld Stol,A. Pathuis
* Website www.dodenakkers.nl

 

 

Deze pagina maakt deel uit van www.nazatendevries.nl.
Aan bovenstaande tekst is de uiterste zorgvuldigheid besteed. Desondanks kunnen er best fouten voorkomen.
Constateer je fouten en/of heb je vragen, correcties, aanvullingen...geef die dan aan mij door via mijn E-mail adres.
Laat ook eens een bericht achter in het Gastenboek.
Hoogeveen, 31 juli 2017.
Update: 7 januari 2022.
Samenstelling: © Harm Hillinga
.
Naar het menu ARTIKELS.
Terug naar de HomePage.
Top