De Menkemaborg zoals we die heden ten dage kunnen bekijken vanuit de tuin. ©Foto: Jur Kuipers.

De Menkemaborg zoals we die heden ten dage kunnen bekijken vanuit de tuin. ©Foto: Jur Kuipers.

 

Menkema is een van de twintig (!) edele heerden [1]in de rechtstoel Uithuizen-Uithuizermeeden geweest. Vroeg zal het ook reeds een borg geweest zijn, maar eerst mogelijk een steenhuis(?), immers volgens een gevelsteen van 1614 zou het huis in 1400 zijn verwoest. Deze mededeling kan heel goed juist zijn, aangezien omstreeks 1400 meer borgen zijn vernield.
Van een familie waarnaar de heerd genoemd zal zijn, zijn slechts weinig namen bekend. In 1376 komt een Eppo Menkema voor als redger te Uithuizen, in 1465 wordt Rypke Mennekumma vermeld, waarschijnlijk ook te Uithuizen, en in 1489 Eylart Menckema. In laatstgenoemd jaar is het redgerrecht van Menkema evenwel in handen van Bywe to Stedum (zie Nittersum). Of ze allemaal op de Menkemaborg hebben gewoond en wie het steenhuis heeft gebouwd, weten we weer niet.

 

Afb. De Menkemaborg op de kaart van Beckeringh.


Afb. De Menkemaborg op de kaart van Beckeringh. Bron: eigen verzameling.

 

Misschien heeft zij ook het huis zelf in bezit gehad, althans men neemt aan, dat door het huwelijk (voor 1515) van Teteke Eppesdr. Nittersum (geb. 1486) met Egbert (Allarts) Clant Menkema (geb. 1462) aan de familie Clant is gekomen. In elk geval is zijn kleinzoon Egbert (Allards Clant) geboren in 1554 in 1573 in bezit van het redgerrecht.  Hij is getrouwd met Reneke Fraylema, geboren in 1555.

 

 

Tekening voorstellende het 'huis' en de 'borg' gedurende de jaren ca 1400, 1614 en ca 1700.

Tekening voorstellende het 'huis' en de 'borg' gedurende de jaren ca 1400, 1614 en ca 1700. Bron: eigen verzameling.


Vóór 1600 is van Menkema verder zo goed als niets bekend. We weten nog, dat bovengenoemde Egbert Clant, in tegenstelling met zijn gelijknamige neef van Stedum, in 1580 na het verraad van Rennenberg niet in ballingschap is gegaan, maar in het land is gebleven. Een dochter van hem trouwt zelfs met Antoni de Cocquel, plaatsvervangend stadhouder van de Spaanse stadhouder Verdugo. Deze Antoni is in mei 1592 in Steenwijk, betrokken geweest bij de  belegering aldaar door Willem Lodewijk en Maurits.


Egberts zoon Osebrandt Clant (ca 1580-ca 1624) erft Menkema, in 1593 bekleedt hij reeds het redgerrecht[2]. In 1594, na de reductie van Groningen, legt hij de eed van trouw af aan het nieuwe bewind. Hij compareert sindsdien op de landdag tot 1624. Tijdens zijn eerste huwelijk in 1610, met Josina Manninga (1590-1622), vindt in 1614 een verbouwing plaats. Het oude huis, thans het oostelijke (achterste) gedeelte, wordt uitgebreid, zodat de plattegrond een open rechthoek wordt met de opening naar het noorden. In de hoek van de zo ontstane binnenplaats wordt een toren gebouwd met daarnaast de ingang. Een gevelsteen met de wapens Clant en Manninga vermeldt:

 

“Anno 1400 is Menckemahues vernelt. Anno 1614 dorch Gods gnade gereparert". “Anno 1400 is Menckemahues vernelt. Anno 1614 dorch Gods gnade gereparert".


Bij de dood van Osebrandt zijn de kinderen nog minderjarig en daarom blijft de boedel aanvankelijk onverdeeld. De oudste dochter Margaretha (1619-1642) uit zijn tweede(?) huwelijk trouwt in 1636 met Maurits Ripperda (ca 1604-1665). Het echtpaar vestigt zich op Menkema, althans Maurits Ripperda wordt in 1637 voor Uithuizen toegelaten op de landdag[3]. Later vestigt hij zich in Zeerijp, waar zijn vrouw na haar dood in de kerk is bijgezet.

 

Ontwerp tuinaanleg Menkemaborg uit oktober 1921 van H. Copijn & Zn.. Foto van gekleurde tekening met schaal 1:250. Er woont dan al niemand meer op de Menkemaborg.

Ontwerp tuinaanleg Menkemaborg uit oktober 1921 van H. Copijn & Zn.. Foto van gekleurde tekening met schaal 1:250. Er woont dan al niemand meer op de Menkemaborg. Afb.: RHCGA Groninger Archieven, Beeldbank Groningen.

 

Menkema komt nu aan Margaretha's broer Luardus (Ludewert, Luirt, Luert) Egbert Clant (1614-1665/1666) studeert te Leiden en trouwt te Warffum op 29 april 1644 met Helena Maria Clant van Breede. Zij is afkomstig van de Breedenborg en is daar geboren rond 1625 als dochter van Johan Herman Clant van Breede en Ebbelina (Ida) de Braemsche. Luardus bekleedt sinds 1643 verschillende functies[4] te Uithuizen tot zijn dood in 1665 of 1666. Zijn zoon Johan Clant (geb. 1640, uit zijn huwelijk met Helena Maria Clant van Breede, erft Menkema. Hij wordt vermeld van 1672 tot 1675.


Waarschijnlijk is Luardus kort daarna ongehuwd gestorven, want zijn zusters Josina Ebelia en Ebbelia Johanna (geb. 1601), die ook Ebbelia Helena genoemd wordt, komen na die jaren voor als erfdochters op Menkema. Ebbelia Johanna wordt in 1676 geschaakt door haar neef Johan Clant van De Breede (Breedenborg), die haar in Scheveningen huwt. Hij vestigt zich te Aduard (zie Aduard en Bredenborg).

 

interieur van de middenzaal. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, 1941. Licentie: Publiek Domein.
interieur van de middenzaal. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, 1941. Licentie: Publiek Domein.


In 1682, zijn vrouw en zijn schoonzuster zijn dan al overleden, verkoopt hij mede namens zijn dochtertje wegens schulden Menkema aan Menno Alberda (1642-1699) geboren op 15 november 1642 op de Alberdaheerd te ‘t Zandt, die op de borg Ringeweer woont. Menno is de zoon van Reint Alberda Op 't Zandt (1587-1653) en Habbina Ubbena (1608-1669). Hij is lid van de Admiraliteit in Harlingen, afgevaardigde van de Staten-Generaal en luitenant der Hoge Justitiekamer. Hij daagt de titels Jonker, Heer van Menkema tot Uithuizen, Uithuizermeeden, 't Zandt, Eenum, Zeerijp, Eestrum en Ten Post.


Menno Alberda breidt het bezit van zijn familie uit door aankoop en vererving. De borg Ringeweer in Uithuizen is al in het bezit van de familie sinds 1667. Van een tante van moederskant erft hij de borg in Godlinze. In 1682 koopt hij dus de Menkemaborg en in 1695 de Rensumaborg.

 

De herenkamer in de Menkemaborg. Bron: eigen verzameling.


De verkoop van Menkema door Johan Clant aan Mello Alberda, gehuwd in 1664, met Susanna Elisabeth Tamminga, vindt plaats op 15 juli 1682 ten overstaan van de Hoofdmannenkamer te Groningen. Deze belangrijke verkoop wordt naar oude gewoonte openlijk in de kerken van Uithuizen en Uithuizermeeden bekend gemaakt op drie achtereenvolgende zondagen door de organisten R. Lunsing en Luikien Egberts Westenbrink. Deze proclamatie luidt als volgt:


"Mello Alberda tot Uithuisen en Uithuistermeeden Joncker ende Hovelinck, President en de Hooge Justitie Camer deser provincie van Stadt ende Lande, doe mit desen een jegelyck te weeten, dat ick hebbe gecoft van de Hooch Edelgeborene Heer Johan Clant van Aduwert, zoo voor hem selver en als vader ende wettige voorstander over zijn minderjarige Dochtertjen bij zijn overledene huisvrouw Vrou Hebelia Heleena Clant in echte geprocreëerd, ten volge acte van authorisatie der Edele Mo: H. Heeren Luitenant ende Hoofdmannen in dato den 21 junij 1682, de Borch Menkema, eert-, spijker- ende nagelvast, met de schathuisen, hooven, graften, tuinen, boomen, plan- ten, plantagien, neffens zes en dartig graezen lant, staende ende gelegen tot Uithuisen, met alle redgerrechten, overrechten en zijlrechtereeden in de schepperije soo op de borch als tot Uithuisen en Uithuistermeeden en op de landerijen aldaer vallende, in voegen de heer vercooper in qualite deselvige eenigsints heeft connen verdedigen; gelijck mede alle de gestoelten op en bij het choor en in de kercke, de kelder op 't choor, de begraffenissen in de kercke en op het kerckhoff tot Uithuisen; voorts drie collatien, vallende de eene op 't huis Menckema, de tweede op de plaetse soo bij Evert Smit, en de darde op Eyse Aljes plaetse, beide meijerwijse gebruickt. Soo eemant naercoop sal willen instellen kan het doen op behoorlijcke tijt en plaetse. Publicatum voor de eerste mael in de kercke tot Uit- huisen (en Uithuistermeeden) den 30 Julij 1682".


Menno is zoals eerder geschreven op 30 maart 1664 te Usquert getrouwd met Susanna Elisabeth Tamminga (van Ludema), (Usquert, 26 april 1646 - Uithuizen, 16 april 1680). Mello en Susanna hebben drie zoons en alle drie krijgen ze een borg van hun vader:[5]


- Onno Tamminga van Alberda (Groningen, 2 juni 1669 - Zandeweer, 10 mei 1743) krijgt de Rensumaborg,
- Willem Alberda van Dijksterhuis (Uithuizen, 1674 - Godlinze, 1721) krijgt de Borg te Godlinze en
- Unico Allard Alberda van Menkema (Groningen, 18 april 1676 - Uithuizen, 6 september 1714) krijgt de Menkemaborg en borg Ringeweer[6].


Deze Mello Alberda is dus getrouwd met Susanna Elisabeth Tamminga (1646-1680), afkomstig van Ludema te Usquert. Dit huwelijk wordt op 30 maart 1664 in de kerk te Usquert gesloten. Elisabeth is dan nauwelijks 18 jaar oud. Ze heeft echter niet meer op Menkema gewoond, want twee jaar voor de koop is ze op de borg Ringeweer, ook in Uithuizen, overleden op 26 april 1680.


En zo komt Menkema is nu dus in handen van het geslacht Alberda. Mello Alberda heeft zijn bezittingen in Uithuizen steeds uitgebreid. Na zijn dood op 3 juli 1699 erft zijn zoon Unico Allard Alberda (1676-1714) de Menkemaborg. Deze Unico Allard is geboren op 18 april 1676. Hij trouwt op 13 september 1701 met Everdina Cornera van Berum (ca1678-1751).  Dit echtpaar Alberda laat Menkema verschillende veranderingen ondergaan. De toren wordt weggebroken en de hoefijzerruimte volgebouwd. De ingang wordt verplaatst naar het westen.


Boven de hoofddeur zijn de wapens van dit echtpaar Alberda-van Berum, gekroond en gekwartileerd, met twee leeuwen als schildhouders, in zandsteen gebeiteld. Bron: eigen verzameling.

 


Boven de hoofddeur zijn de wapens van dit echtpaar Alberda-van Berum, gekroond en gekwartileerd, met twee leeuwen als schildhouders, in zandsteen gebeiteld. Bron: eigen verzameling.

 

 

 

 

 

 

 


Schoorsteenstuk van de schouw in de Ridder- of Grote zaal. Het schoorsteenstuk beeldt Perseus en Andromeda uit en is vervaardigd door Herman Collenius omstreeks 1700. Foto: 1925-1940. De foto is gemaakt na de restauratie. Zie ook de afbeelding hieronder. Afb.: RHCGA Groninger Archieven, Beeldbank Groningen.

Schoorsteenstuk van de schouw in de Ridder- of Grote zaal. Het schoorsteenstuk beeldt Perseus en Andromeda uit en is vervaardigd door Herman Collenius omstreeks 1700. Foto: 1925-1940. De foto is gemaakt na de restauratie. Zie ook de afbeelding hieronder. Afb.: RHCGA Groninger Archieven, Beeldbank Groningen.

Hier is het schoorsteenstuk tijdelijk uit de schouw gehaald tijdens de restauratie. Zie ook de afbeelding hierboven. Afb.: RHCGA Groninger Archieven, Beeldbank Groningen.

Hier is het schoorsteenstuk tijdelijk uit de schouw gehaald tijdens de restauratie. Zie ook de afbeelding hierboven. Afb.: RHCGA Groninger Archieven, Beeldbank Groningen.

 

Van de op last van Unico Allard vervaardigde gebeeldhouwde eikenhouten schoorsteenmantels trekt vooral de forse schouw in de ridderzaal de aandacht. De eikenhouten schoorsteenmantels zijn in late Lodewijk XIV stijl vervaardigd. In de voorkamer rechts van de ingang, de ontvangkamer, vinden we een schoorsteenmantel uit latere tijd, in Lodewijk XVI stijl. In de beide achterste kamers vinden we ramen met gebrandschilderd glas met familiewapens. Onder deze kamers vinden we de keuken.  Op de bovenverdieping van het huis vinden we slaap- en logeerkamers en daarboven grote zolders. Ook op de bovenverdieping zijn de vertrekken door een brede gang gescheiden. De tweede kamer links is een iets groter vertrek. Ook hier vinden we weer gebrandschilderd glas.


Foto: schoorsteenmantel in de voorkamerFoto: schoorsteenmantel in de voorkamer. Afb.: RHCGA Groninger Archieven, Beeldbank Groningen.


Dit echtpaar Alberda-van Berum laat ook een schets van een tuinaanleg na. Deze schets wordt gebruikt bij de aanleg van de huidige tuinen.


Merkwaardig is, dat hij nog in 1686 zegelt als “Jean Clant de Menkema”. Terwijl hij noch zijn vrouw ‘een Clant’ is. Bij de verkoop worden speciaal genoemd de vuurplaten en de klok. Verder schathuizen, hoven, grachten, tuinen, bomen, planten, plantages, brouwgereedschap, 36 grazen land, alle rechten te Uithuizen en Uithuizermeeden, gestoelten en de grafkelder in de kerk. Alles voor 22.500 car. gl. Mello Alberda (1642-1699), getrouwd met Susanna Tamminga (1646-1680), erft bovendien in 1687 de borg Rengerda te Godlinze en koopt in 1695 borg Rensema te Uithuizermeeden.

 

De voormalige keuken in de Menkemaborg.

De voormalige keuken in de Menkemaborg. Bron: eigen verzameling.

 

Na zijn dood in 1699 erft zijn zoon Unico Allard (1676-1714) de borgen Menkema en Ringeweer met alle rechten. In 1701 huwt de zoon Everdina Cornera van Berum (ca1678-1751). Tijdens hun verblijf  vindt opnieuw een verbouwing plaats op Menkema. De toren wordt weggebroken, het binnenplein volgebouwd, waardoor het huis drie bekappingen krijgt. De ingang wordt verplaatst naar de westgevel waar hij nog steeds is. Inwendig wordt de borg verfraaid met beeldhouwwerk, beschilderingen en eikenhouten schoorsteenmantels. Ook de tuin wordt nieuw aangelegd; de tekening is nog aanwezig in het huisarchief. De kerk wordt eveneens verfraaid, met een orgel in 1700, een gestoelte in 1703 en een preekstoel in 1713.


Portret van de 18-jarige Unico Allard Alberda van Menkema (1726-1790), het origineel bevindt zich in de collectie van het Groninger museum uit 1744. Schilder: Jan Abel Wassenbergh. Portret van de 18-jarige zoon Unico Allard Alberda van Menkema (1726-1790), het origineel bevindt zich in de collectie van het Groninger museum uit 1744. Schilder: Jan Abel Wassenbergh. Bron: Collectie Groninger Museum. Licentie: Publiek domein.

 

Vader Unico Allard overlijdt in 1714, zijn vrouw in 1751. Zij hebben vijf dochters en twee zoons. De zoons overlijden bij of vlak na hun geboorte. De oudste dochter Susanna Elizabeth (1707-1744), trouwt in 1725 met haar neef Gerhard Alberda van Dijksterhuis, de jongste, Wendelina Cornera (ca 1713-1746), huwt in 1733 met een officier in het Staatse leger Carl Friedrich graaf von Wartensleben. De oudste, nog minderjarige, dochter erft in 1714 Menkema, maar haar moeder blijft het vruchtgebruik houden en er wonen, ook na het overlijden van haar dochter in 1744. Pas na haar dood in 1751 kan de zoon van Susanna Elisabeth (1707-1744), namelijk Unico Allard Alberda (1726-1790) (zie foto), getrouwd in 1762 met Christina Bentinck (1737-1815) Menkema aanvaarden. In 1784 zal hij ook Dijksterhuis erven van zijn vader Gerhard Alberda. Zijn portret zie foto) op 18-jarige leeftijd, geschilderd door J. A. Wassenberg, bevindt zich nog als schoorsteenstuk op Menkema. Hij is getrouwd te Barneveld, geregistreerd Uithuizen 16 mei 1762, met Christina Bentinck, gedoopt Arnhem op 20 januari 1737, overleden Grote Markt Groningen (aan de rechterzijde van wat nu de hotel de Doelen is) op 26 november 1815, zij is een dochter van Goosen Geurt Bentinck (1712-1786) en Wilhelmina Jeanne van Reede (1710-1779). Uit het huwelijk worden 6 kinderen geboren. In de patriottentijd is hij Prinsgezind.


Als zijn vader Unico Allard Alberda in 1790 overlijdt, wordt de oudste de zoon Gerhard Alberda, gedoopt te Uithuizen op 2 september 1764 en overleden op de Menkemaborg op 7 mei 1828 tot zijn opvolger gekozen als lid van de Staten Generaal. Een patriottische minderheid verzet zich daartegen, omdat Alberda al vele jaren wegens lichaamsgebreken niet in staat is de functies die hij bekleedt waar te nemen.


De jongste zoon, Goosen Geurt Alberda, (1766-1830) is geboren op de Menkemaborg en gedoopt te Uithuizen op 19 mei 1766. Hij is overleden op de borg Dijksterhuis te Pieterburen op 20 mei 1830 en begraven in de kerk van Pieterburen. Hij blijft ongehuwd. Goossen wordt lid van de Gedeputeerde Staten van de provincie Groningen. Hij erft na de dood van zijn vader Gerhard Alberda in 1790 de borg Dijksterhuis.
Hij wordt dus geboren op de Menkemaborg en sterft er ook. Hij is in 1785 te Groningen gepromoveerd op een proefschrift:  


De tempore ac modo, quo Groninga et Omlandia in societatem foederis Trajectini venerunt, et in unam civitat oaluerunt.


Foto Daniël Onno de Hertoghe van Feringa (1713-1746) 3-jarige leeftijd. Lange tijd dragen ook jongens, zo tot hun vierde jaar, eveneens een jurkje. Wel zo praktisch in een tijd dat er nog geen weggooiluiers zijn. Aan de kleding is vaak wel af te lezen of het een jongen of een meisje betreft. In de 18de eeuw worden jurken met een vierkante kraag door jongens gedragen, meisjesjurken hebben een ronde hals. Jongens hebben vaak bovendien een veer over het hoofd. De voorwerpen die de kinderen in de handen hebben, geven bovendien extra informatie. Een pijl en boog? Dan betreft het een jongen. Een mooie bloem? Dan is het zeker een meisje. Daniël Onno de Herthoge van is hier ca. 3 jaar. Het portret hangt in de Menkemaborg.In 1789 is hij getrouwd hij met Elizabeth Anna de Hertoghe van Feringa (1765-1810), een dochter van  Daniël Onno de Hertoghe van Feringa (1713-1774) en Anna Habina Tjarda van Starkenborgh (tweede huwrlijk). Daniël is heer van de borgen Feringa in Grootegast en Rikkerda in Lutjegast.


Foto: Daniël Onno de Hertoghe van Feringa (1713-1746) 3-jarige leeftijd. Lange tijd dragen ook jongens, zo tot hun vierde jaar, eveneens een jurkje. Wel zo praktisch in een tijd dat er nog geen weggooiluiers zijn. Aan de kleding is vaak wel af te lezen of het een jongen of een meisje betreft. In de 18de eeuw worden jurken met een vierkante kraag door jongens gedragen, meisjesjurken hebben een ronde hals. Jongens hebben vaak bovendien een veer over het hoofd. De voorwerpen die de kinderen in de handen hebben, geven bovendien extra informatie. Een pijl en boog? Dan betreft het een jongen. Een mooie bloem? Dan is het zeker een meisje. Daniël Onno de Herthoge van is hier ca. 3 jaar. Het portret hangt in de Menkemaborg. Bron: eigen verzameling.


De revolutie van 1795 heeft grotendeels een einde gemaakt aan de overheersende positie van de adel. Na de bevrijding in 1813 wordt Gerhard Alberda opgenomen in de in 1814 ingestelde Ridderschap der Provincie Groningen, maar een belangrijke rol schijnt hij niet te hebben gespeeld in het publieke leven.

 

Zijn leven

Hij studeert van 1784 tot 1788 rechten aan de Hogeschool van Groningen. In 1788 promoveert hij op een proefschrift (zie boven). Vrij snel daarna begint zijn politieke carrière. In 1788 krijgt hij zitting in de Ommelander landdag. Evenals zijn vader is hij gedeputeerde van Groningen en namens Groningen lid van de Raad van State. Na de machtswisseling in 1795 verdwijnt hij - als overtuigd orangist - tijdelijk van het politieke toneel. In 1805 keert hij echter terug. Van 1805 tot 1810 maake hij deel uit van 'Wetgevend Lichaam', daarnaast vervult hij bestuurlijke functies in Groningen. Na de Franse tijd maakt hij namens de ridderschap deel uit van Provinciale Staten en wordt hij weer gekozen tot gedeputeerde van Groningen. Hij vervult deze functies van 1814 tot zijn overlijden in 1830. Alberda blijft ongehuwd. Hij overlijdt in mei 1830 op 64-jarige leeftijd na een hevige koortsaanval op zijn borg Dijksterhuis in Pieterburen. Hij is begraven in de grafkelder van de borgheren in het koor van de Petruskerk van Pieterburen.


Alberda erft de borg Dijksterhuis van zijn vader. Hij bezit de aan de borg verbonden heerlijk rechten in Pieterburen en omstreken. Ook bezit hij het collatierecht van Pieterburen, Huizinge en Eenrum. In 1805 laat hij een nieuwe toren bij de kerk van Pieterburen bouwen.


In 1814 verkrijgt hij het adellijke predicaat jonkheer. Zijn rouwbord bevindt zich in de kerk van Pieterburen. In 1981 wordt in het Groninger Museum een tentoonstelling aan hem gewijd.


In 1830 sterft Gerhard Alberda. Zijn zoon Unico Allard III (1803-1859) erft Menkema. In hetzelfde jaar huwt hij Josina Petronella Polman Gruys (1803-1854). Zij is een dochter van Jan Ernst Polman (1776) en Johanna Agnes Lewe van Nijenstein (1783-1848).  Dit echtpaar krijgt eerst twee zoons en daarna een tweeling, een jongen en een meisje. Zij worden allen geboren op Menkema. Hun oudste zoon Gerhard Alberda zal de laatste bewoner zijn van de borg. Hij is ongehuwd en overlijdt in 1902. De kinderen van zijn zus Elisabeth Anna Alberda (1833-1891), gehuwd met Jan Francois Lewe van Nijenstein (1823-1882),  zijn de erfgenamen. De erfgenamen zullen later in 1921 de borg aan de voorloper van het Groninger Museum schenken.

Het portret van jonkheer Gerhard Alberda van Menkema (1829-1902), kamerheer des Konings i.b.d. Hij was de laatste Alberda van Menkema. De tak van de jonkheren Alberda van Ekenstein bloeit nog steeds voort.

Het portret van jonkheer Gerhard Alberda van Menkema (1829-1902), kamerheer des Konings i.b.d. Hij was de laatste Alberda van Menkema. De tak van de jonkheren Alberda van Ekenstein bloeit nog steeds voort. Bron: eigen verzameling.

 

Na zijn dood in 1859 komt Menkema aan zijn zoon Gerhard Alberda (1829-1902). Tevoren, in 1845, heeft hij Dijksterhuis geërfd van zijn tante Wilhelmina Jeanne Alberda, douairière Lewe van Aduard. Menkema en Dijksterhuis waren dus weer in één hand.


Gerhard Alberda blijft op Menkema wonen; op Dijksterhuis is een huisbewaarder. Ook hij leidt het leven van een landedelman. Een evenement is het bezoek van koning Willem III op Menkema, die er in 1873 het middagmaal gebruikt. Gerard Alberda sterft ongehuwd in 1902. Daarna komt de borg leeg te staan[7].


De borg blijft tot het begin van de twintigste eeuw in het bezit van de familie. Na het overlijden van de laatste bewoner Gerard Alberda van Menkema in 1902 komt de borg leeg te staan. Gerard is ook de eigenaar van de borg Dijksterhuis bij Pieterburen, die na zijn dood wordt gesloopt. De toegangspalen en hek van Dijksterhuis zijn voor de Menkemaborg geplaatst. De Menkemaborg blijft gespaard. In 1921 schenken de erfgenamen de borg aan het ‘Groninger Museum van Oudheden’[8].


Zijn feitelijke erfgenamen zijn de kinderen van zijn in 1891 overleden zuster Elisabeth Anna Alberda, weduwe van Jean Francois Lewe van Nijenstein. De inventaris wordt geveild. Daardoor komen we tegenwoordig nog veel objecten van de borg tegen in particulier bezit.


Bezoek van de koning
Het jaar 1873 brengt koninklijk bezoek op de Menkemaborg: Koning Willem III bezoekt in mei de provincie en op 24 mei bezoekt hij de feestelijk versierde borg: “Hedenmorgen is Z.M. uitgereden naar dat deel van de provincie dat gewoonlijk „het hooge land” genoemd wordt. Over Adorp, Winsum, Baflo, Warfum en Usquert gaat de tocht naar Uithuizen. Te Warfum zal Z. M. de ‘Hoogere Burgerschool’ bezien en te Usquert de plaats en de landbouw-inrichting van den Heer R.E. Huisman, lid van de Staten der provincie. Op den ouden burg Menkema zal de Heer G. Alberda Z.M. een déjeuner aanbieden en daarna wordt de route naar Groningen teruggenomen over Kantens, Middelstum en Bedum.”[9]


Een vers voor de Koning
In 1936 schrijft zijn nichtje freule Cateau, voluit jonkvrouwe Johanna Catharina Lewe van Nijenstein (1861-1943), die 12 jaar oud bij het déjeuner mag aanzitten:


Ik mocht er bij aan tafel zijn, omdat men vreesde dat de Koning niet hield van het getal 13.


Aan tafel zitten naast de negen officiële genodigden en ‘Oom Gerard’, ook de in zijn capaciteiten beperkte ‘Oom Es’ en haar ouders, die een zus en zwager zijn van beide broers. Vooraf biedt freule Cateau de koning een bouquet aan en draagt het volgende vers voor:

 

O, Koning Willem hoog in ’t Noorden
Aan Neerlands alleruiterst strand
Bied ik een Kind, met gulle hand
Deez bloemen U, ik heb weinig woorden
Maar dit, o Koning weet voor vast
’t Huis Menkema staat tal van jaren
Maar nooit heeft het grooter eer ervaren
Dan nu het zijn Koning heeft te gast
En héél het volk hier langs de zee
Roept Welkom Koning met mij mee
Neem Koning deez mijn bloemen aan
En dat het U steeds wel moog gaan.



Een maand later volgt als dank voor de genoten gastvrijheid een bijzonder eerbewijs:


‘Z.M. de Koning heeft jhr. G. Alberda van Menkema tot HD. (Hoogst Dezelve – red.) kamerheer in buitengewone dienst benoemd.’

 

In deze functie is hij vaak bij bijzondere gelegenheden aanwezig, zoals ook bij de Inhuldiging van Koningin Wilhelmina in 1898.[10]

 

Licentie: Creative Commons.

Schathuis. Foto: 7 februari 2008. Licentie: Creative Commons.

 

Het schathuis
Het huidige Schathoes van de Menkemaborg, is onder andere in gebruik geweest als knechtenverblijf (de Rijntjeskamer is genoemd naar de laatste huisbewaarder van de Borg, Rijntje Dijk) en als brouwerij (brouwen van bier, slachten en roken van vlees). Deze brouwerijzaal heeft daarnaast gediend ook als keuken voor de Menkemaborgbewoners en haar gasten. In de grote zaal hebben vroeger de koetsen gestaan, de arrenslee en er is ruimte geweest voor de paarden die daarvoor zijn gebruikt.


De huidige theekamer is vroeger een verbinding geweest naar de veel grotere veeschuur en ontleent haar naam aan het feit dat er bij de openstelling van de Menkemaborg voor publiek, in deze ruimte de bezoekers van de Menkemaborg kunnen genieten van een kopje thee of koffie. Tegenwoordig is nagenoeg het hele Schathoes ingericht als café-restaurant. Bezoekers van de Menkemaborg kunnen hier nog steeds terecht voor het kopje koffie of thee en daarnaast wordt voor alle gasten ook lunch en diner aangeboden. Door de unieke locatie wordt het restaurant ook gebruikt voor bedrijfsarrangementen, als trouwlocatie, voor hightea’s, vergaderingen, feesten etc. Zie:
Geschiedenis schathuis

 

Zilveren schepperslepel van Johan Clant uit 1678. Foto: M.A. Douma, 1986. Originele lepel in particulier bezit. Collectie Menkemaborg nr. 377. Bron: RHCGA, Groninger Archieven, Beeldbank Groningen.

Zilveren schepperslepel van Johan Clant vam Stedum uit 1678. Foto: M.A. Douma, 1986. Originele lepel in particulier bezit. Collectie Menkemaborg nr. 377. Bron: RHCGA, Groninger Archieven, Beeldbank Groningen. Vervaardiger: Geert Jacobs van Ootmarssen.

Lepel met rechte steel met verbreedt uiteinde eindigend in een soort 'tulp-profiel'. De brede ovale bak waaruit de steel gedreven is, werd op de achterzijde gegraveerd met een wapen van het waterschap Schaphalsterzijlvest en hieronder de tekst: "E.E. Joh. Clant schepper van Stedum A. 1678." In 1678 maakte de Groninger Zilversmid Van Ootmarssen meerdere lepels voor de scheppers van het Winsumer en Schaphalsterzijlvest. Dat was een van de drie grote waterschapsorganisaties in Groningen, verantwoordelijk voor de waterafvoer van een groot deel van Noord-Groningen via het Winsumerdiep door de Winsumer en Schaphalsterzijlen in het Reitdiep. Het Reitdiep stond in open verbinding met de zee. Het waterschap was opgedeeld in onderafdelingen, schepperijen genaamd. Elke schepperij had in het bestuur een afgevaardigde die de titel van schepper droeg. Uit 1678 zijn lepels bewaard gebleven van de schepper van het vierendeel, de schepper van Stedum en van de secretaris. In 1699 mocht zilversmid Paping een tweede serie lepels maken. Hiervan bleven er drie bewaard van Het Vierendeel, Warffum en wederom de secretaris. De lepels zijn in 1795 bij opbod verkocht. Vijf werden gekocht vanwege de opschriften door de familie Van Bolhuis. Kennelijk werd één verworven door de familie Clant van Hanckema.

 

 

Veiling
“Den deftigen inboedel’ van zijn huis in Groningen: ‘Mah. Secretaires, Tafels, Canapé, Fauteuils, Stoelen, Spiegels, Kabinetten, Pendule, twee prachtige groote Vazen, Kristal, Glaswerk, Keukengereedschappen, Ledikanten, Toiletspiegels, uitmuntende Beddegoederen, Damasten tafelgoed, Antiek Porselein, GOUD en ZILVER, w.o. gegraveerde Scheppersbeker, Tafelzilver, Messen met Zilveren hechten, Candelabres, Kandelaars, Zilveren Theekistjes, 4 Theepotten, Koffiepot, Melkkannen, Suikerpotten, Sauskommen, Waterkan en ander Zilveren voorwerpen.”[11]

“MEUBILAIRE en HUISHOUDELIJKE GOEDEREN, diverse en prachtige antieke Kasten, w.o. met palissander Snijwerk, Kabinetten, Oost-indische Kisten, Beelden, Kanonnen, Kronen, Wedgwood-Serviezen, Kristal, uitmuntende Beddegoederen, Koper- en Tingoed; prachtige Oranjeboomen en andere Planten. VOORTS NOG EEN PAARD, ZES RIJTUIGEN, als: Coupé, Barouchette. Breack, Jachtwagen, Tentwagen, Matwagentje, Boerenwagens, Wipkarren enz. en eindelijk nog eene partij Kippen.”[12]

De kijkdagen trekken veel belangstelling – de Telegraaf bericht over niet minder dan 1600 personen – en de toegang van 10 cent is voor de armenzorg in Groningen en Uithuizen. De borg Dijkterhuisin Pieterburen wordt verkocht en afgebroken, maar zijn erfgenamen schenken de Menkemaborg in 1921 aan het Groninger Museum, die het zó inricht alsof de Alberda’s van Menkema nooit zijn weggeweest.[13]

 

Interieur Menkemaborg: Schoorsteenstuk van de schouw in de linker voorkamer. Het schoorsteenstuk beeldt Jupiter en Danae uit en werd omstreeks 1700 vervaardigd door H. Collenius. Afb. 1919-1935. De foto is gemaakt ná restauratie van het schoorsteenstuk. Afb.: RHCGA Groninger Archieven, Beeldbank Groningen.

Interieur Menkemaborg: Schoorsteenstuk van de schouw in de linker voorkamer. Het schoorsteenstuk beeldt Jupiter en Danae uit en werd omstreeks 1700 vervaardigd door H. Collenius. Afb. 1919-1935. De foto is gemaakt ná restauratie van het schoorsteenstuk. Afb.: RHCGA Groninger Archieven, Beeldbank Groningen.


Schenking van de borg
Het Rijk betaalt de restauraties die plaatsvinden van 1922-1923 en 1925-1927 onder leiding van Wittop Koning. Het huis wordt gemeubileerd en in 1927 voor het publiek opengesteld. Het park, op kosten van de gemeente Uithuizen aangelegd naar een oude tekening, is reeds sinds 1923 voor het publiek toegankelijk.

 

Ook het schathuis wordt gerestaureerd en ingericht voor conciërgewoning annex theeschenkerij. Tegenwoordig is de borg een museum en geeft een beeld van het leven van de Groninger jonkers in de 17e en 18e eeuw. De bijbehorende tuin is opnieuw ingericht als een 18e-eeuwse Hollandse tuin. In de tuin bevindt zich een van de weinige originele doolhoven in Nederland. In het op het borgterrein gelegen schathuis is een restaurant gevestigd[14].


Interieur, aanzicht kabinetorgel, orgelnummer 1491. Menkemaborg, Uithuizen, nr. 20356759, Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, Licentie: Publiek Domein.

Interieur, aanzicht kabinetorgel, orgelnummer 1491. Menkemaborg, Uithuizen, nr. 20356759, Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, Licentie: Publiek Domein.

 

Kabinetorgels
De borg heeft twee kabinetorgels, beide uit de tweede helft van de 18e eeuw. Beide instrumenten zijn in de 2010-2011 door Mense Ruiter gerestaureerd en weer speelbaar gemaakt. Het kleinste is van de orgelbouwer Hendrik Hess (1735-1794) uit Gouda, het andere is het grootste nog bestaande kabinetorgel in Nederland. Dit is in 1777 gebouwd door Jan Jacob Vool en Hermanus Adolfus Groet te Amsterdam voor een welgestelde familie te Nieuwolda en krijgt in 1844 toevoegingen van Herman Eberhard Freytag. Het orgel verhuist in 1914-1915 naar Zijldijk, waar Marten Eertman in 1916 wijzigingen aanbrengt aan de registers en de windvoorziening. Het wordt in 1935 geschonken aan het Groninger Museum, dat het in de Menkemaborg laat plaatsen[15].

 


Menkema, (Uithuizen, sectie D 1, no. 148). 1. Borg. 2. Schathuis. 3. Weg naar Uithuizen. 4. Dingenweg, naar Uithuizermeeden. 5. Weg langs de Moesstreek (Moeshorn). 6. Boerderij Tocama, vroeger Tacuma. Het borgterrein is vrijwel intact gebleven. Tekening uit: W.J. Formsma e.a., Ommelander Borgen en Steenhuizen, Assen 1973.


Bronnen, referenties en literatuur:
- Archief: P. G. Bos, Inventaris van de huisarchieven Menkema en Dijksterhuis. Vers!. R.O.A. XXVII (1904) blz. 315-424. Met suppl. XLV, 2 (1922) blz. 559-585.
- J. Vinhuizen en H. P. Coster, De borg Menkema te Uithuizen. Gron. V.A. 1929 blz. 202-236.
- Verder gegevens in Bulletin Oudheidk. Bond 1903 blz. 146; Het Noorden 1904 blz. 143; Weekblad Buiten 1913 maart 8.
- Over Van Wartensleben: G. N. Schutter, Welgelegen te Kleinemeer. Gron. V.A. 1956 blz. 23-32.
- W.J. Formsma e.a., Ommelander Borgen en Steenhuizen, Assen 1973. Deels overgenomen, maar bewerkt voor dit artikel, evenals sommige afbeeldingen
- De genealogische gegevens zijn voornamelijk afkomstig uit eigen onderzoek zoals te vinden in het menu “Genealogie”, soms aangevuld met gegevens uit “Genealogie online” deze gegevens zijn i.v.m. het overzicht niet verwerkt in de noten
- Nederlands adelsboek, 1907
- Wikipedia, Menkemaborg, zie ook de noten


Interieur Menkemaborg: Schoorsteenstuk van de schouw in de rechter achterkamer. Het stuk stelt een allegorie op de fruitoogst voor en werd omstreeks 1700 vervaardigd door Herman Collenius. Foto: 1929-1935. De foto is gemaakt ná de restauratie van het schoorsteenstuk. Zie W.J. Formsma, Ommelander borgen en Steenhuizen, 1973 (Toegangsnr. 1759 nr. 5818), 405-406. Afb.: RHCGA Groninger Archieven, Beeldbank Groningen.

Interieur Menkemaborg: Schoorsteenstuk van de schouw in de rechter achterkamer. Het stuk stelt een allegorie op de fruitoogst voor en werd omstreeks 1700 vervaardigd door Herman Collenius. Foto: 1929-1935. De foto is gemaakt ná de restauratie van het schoorsteenstuk. Zie W.J. Formsma, Ommelander borgen en Steenhuizen, 1973 (Toegangsnr. 1759 nr. 5818), 405-406. Afb.: RHCGA Groninger Archieven, Beeldbank Groningen.

 


Noten:
1 Een edele heerd is een historische Groningse boerderij (heerd) met specifieke, aan het land verbonden rechten. De bezitter van zo’n gerechtigde boerderij heeft stemrecht in de kerspel (kerkgemeenschap) en mag optreden als rechter of bestuurder (redger). Dit type boerderij heeft vaak een minimale oppervlakte aan land in bezit.

2 Een redger is een plaatselijke bestuurder in de Nederlandse provincie Groningen geweest, met name in Hunsingo en Fivelgo, die tot 1795 als plattelandsrechter en notaris optreedt. Het woord is afgeleid van het Oudfriese rêdjeva, rêdgeva of rêdia, dat 'raadgever' (latijn: consul) betekent In de middeleeuwen vormen de redgers gezamenlijk het landsbestuur; hun functie is dan ook vergelijkbaar met de raadsleden of vroedschappen in de steden. In het Westerkwartier spreekt men over grietmannen.

3 Een (Duits: Landtag) is oorspronkelijk een middeleeuwse vergadering van afgevaardigden uit de maatschappelijke standen, de landsheer en de Staten, gericht op overleg en belastingheffing. 

4 Over zijn functies heb ik verder niets kunnen vinden.

5 Wikipedia, Menno Alberda. Geraadpleegd 7 februari 2026

6 Wikipedia, Menno Alberda. Geraadpleegd 7 februari 2026

7 W.J. Formsma e.a., Ommelander Borgen en Steenhuizen, Assen 1973. De tekst is deels overgenomen, maar bewerkt voor dit artikel, evenals sommige afbeeldingen

8 Wikipedia, Menkema borg, Geraadpleegd 7 februari 2026

10 Website Adel in Nederland

11 Website Adel in Nederland

12 Website Adel in Nederland

13 Website Adel in Nederland

14 Wikipedia, Menkemaborg, Geraadpleegd 7 februari 2026

15 Wikipedia, Menkemaborg, Geraadpleegd 7 februari 2026

 

 

 


Deze pagina maakt deel uit van www.nazatendevries.nl. Aan bovenstaande tekst is de uiterste zorgvuldigheid besteed. Desondanks kunnen er best fouten voorkomen. Constateer je fouten en/of heb je vragen, correcties, aanvullingen......... geef die dan even aan mij door via mijn E-mail adres (zie rode balk boven). Wij hebben ons uiterste best gedaan om de auteurs van teksten/citaten en copyrightbepalingen van afbeeldingen te achterhalen. Mocht je rechthebbende zijn en hierover vragen of opmerkingen hebben, neem dan contact op via e-mail. Lees ook de 'Disclaimer' en 'Privacy' voor méér informatie en laat ook eens een bericht achter in het Gastenboek, dan weet ik waarvoor ik het doe.

Hoogeveen, 16 februari 2026.
Samenstelling: © Harm Hillinga.
Klik hier om naar het menu ARTIKELS te gaan.
Klik hier om terug te gaan naar de HOMEPAGE.
Top