Ringeweer en Engersum (Uithuizen, sectie C 1 no. 191 en sectie E1 nrs. 198, 199). 

1. Borgterrein Engersum. 2. Boerderij Engersum. 3. Borgstee Ringeweer 4. Kerk. 5. Pastorie, gebouwd na 1820 en reeds weer verdwenen. 6. Hoofdstraat. 7. Stationsweg. 8. Station. (Bron: zie W.J. Formsma e.a., Groninger Borgen en Steenhuizen, Assen 1973.)

Ringeweer en Engersum (Uithuizen, sectie C 1 no. 191 en sectie E1 nrs. 198, 199). Situatie: 1973.

1. Borgterrein Engersum. 2. Boerderij Engersum. 3. Borgstee Ringeweer 4. Kerk. 5. Pastorie, gebouwd na 1820 en reeds weer verdwenen. 6. Hoofdstraat. 7. Stationsweg. 8. Station. (Bron: W.J. Formsma e.a., Groninger Borgen en Steenhuizen, Assen 1973.)


In 1494 schenken Renger Abelszoon en zijn vrouw Syabbe te Usquert aan jonker Roelof van Ewsum de “heerlijkheden en rechten” liggende op de weiden, de hofstede, bij het kerkhof te Uithuizen[1]. Naar de ligging te oordelen zou dit het latere (borg) Ringeweer kunnen zijn. Evenwel komt deze naam niet voor onder die van de edele heerden te Uithuizen.


Pas in 1675 wordt Ringeweer met name genoemd. Dan is Mello Alberda (1642-1699) eigenaar. Deze en zijn vrouw Susanna Elisabeth Tamminga (1646-1680) hebben in 1667 van Lamme Broersema, weduwe van Johan de Mepsche, te Uithuizen een behuizing gekocht aan de hoofdstraat „mit hovenge, planckettinge, putte mit annexen" alsmede een vrouwenbank in de kerk, graven op het kerkhof en alle heerlijkheden en gerechtigheden die daar op mogen vallen, voor 2065 gulden.


“Op 8 oktober 1670 is deze borg, of zoals de acte van overdracht meldt, een huis met hof“ in 't Loech" aan de zuidzijde van de straat te Uithuizen, door Joest Jarges, chirurgijn, en Anneke Tyaerts, echtelieden (gehuwd 12 december 1658)[2], aan Mello Alberda (1642-1699) en Susanna  Elisabeth Tamminga (1646-1680) overgedragen.
Een jaar tevoren hebben collatoren van Uithuizen aan Mello Alberda en diens erfgenamen reeds toegestaan het gestoelte te hebben "als hij in de kercke tot Uithuisen nieuws heeft laten setten", terwijl hij op 20 dec. 1671 van Lamme Broersema wed. De Mepsche en vaandrig Rudolph Ausema de eigendom verkrijgt van 31 1/2 met grafstenen gedekte grafplaatsen in het koor van de kerk gelegen.


In 1675 koopt hij nog voor zich "ende sijne lieve huisvrouw alsmede derselver gehele familie en descendenten op 't huys te Ringeweer tot Uithuisen residerende", "het recht van vrij maelen"  op de molen te Uithuizen "soo voor menschen als voor beesten, sonder dat sij daervoor het minste sullen hebben te betalen, of van “Haer Ed. geëischt saI mogen worden".


Mello Alberda, die reeds vanaf 1665 voor Uithuizen op de landdag compareert[3], heeft blijkbaar zijn nieuwe bezitting uitgebreid, althans hij koopt in de volgende jaren verschillende percelen aan de zuidzijde van de hoofdstraat te Uithuizen. Sedert 1675 duidt hij zich ook niet meer aan naar zijn geboorteplaats 't Zandt, maar naar Uithuizen. De naam Ringeweer komt pas voor in een akte van dat jaar, waarbij het echtpaar Alberda de beklemming van een terrein met een molenheem en wierde verkoopt. In plaats van een vaste huur wordt het recht van vrij malen op de molen bedongen voor henzelf en de familieleden op het huis te Ringeweer te Uithuizen residerende en voor latere eigenaren, bewoners of gebruikers (zie eerder). Op een nog aanwezige tekening is het huis met omgeving aangegeven. In deze woning overlijdt Mello’s vrouw Susanna Elisabeth Tamminga in 1680.


Naar een kaart in de Huisarchieven van Menkema en Dijkstehuis, 1765 (fno. 1307). De afbeelding toont een historische schets van de borg Ringeweer te Uithuizen, gebaseerd op een kaart uit 1765. De tekening geeft een overzicht van het terrein, inclusief de locatie van de kerk en het kerkhof, en vermeldt de afstand tot Groningen en de aanwezige trekfschuitenverbindingen. Ruwe schets van Ringeweer waar toe behoort een aanzienlijk gestoelte in de Kerk en een graf op het Koor zijnde 5 uren van Groningen. Afb. 4. Terreintekening van de borg Ringeweer te Uithuizen. Naar een kaart in de Huisarchieven van Menkema en Dijkstehuis fno. 1307. Straat van het dorp Uithuizen. Van welke plaats des alle dagen gezette trekschuiten na en van Groningen varen. Ook komen de zeevruchten daar eerder als tot Groningen, volgens het zeggen van Stekhuizen. Viver (vijver). Bremgaart (boomgaard). 65 passen Hof (tuin/erf). Kerkhofs muur. Kerkhof.. Nieuwe aanleg. Een Kerk.. Tot Uithuizen is dat het kleinste met de letter A. Koor. plaats Schathuis en schuur Voor plaats. Ingang 20 passen.. Burgh Ringewee. Nieuw Kerkhof. Nieuwe aanleg Nieuw Kerkhof. De kerk is de kleinste, aangeduid met de letter A.

Afbeelding: Naar een kaart in de Huisarchieven van Menkema en Dijksterhuis, 1765 (fno. 1307). De afbeelding toont een historische schets van de borg Ringeweer te Uithuizen, gebaseerd op een kaart uit 1765. "De tekening geeft een overzicht van het terrein, inclusief de locatie van de kerk en het kerkhof, en vermeldt de afstand tot Groningen en de aanwezige trekfschuitenverbindingen. Ruwe schets van Ringeweer waar toe behoort een aanzienlijk gestoelte in de kerk en een graf op het koor zijnde 5 uren van Groningen. Terreintekening van de borg Ringeweer te Uithuizen. Naar een kaart in de Huisarchieven van Menkema en Dijkstehuis fno. 1307. Straat van het dorp Uithuizen. Van welke plaats des alle dagen gezette trekschuiten na en van Groningen varen. Ook komen de zeevruchten daar eerder als tot Groningen, volgens het zeggen van Stekhuizen. Viver (vijver). Bremgaart (boomgaard). 65 passen Hof (tuin/erf). Kerkhofs muur. Kerkhof.. Nieuwe aanleg. Een Kerk.. Tot Uithuizen is dat het kleinste met de letter A. Koor. plaats Schathuis en schuur Voor plaats. Ingang 20 passen.. Burgh Ringewee. Nieuw Kerkhof. Nieuwe aanleg Nieuw Kerkhof. De kerk is de kleinste, aangeduid met de letter A." (Bron: W.J. Formsma e.a., Groninger Borgen en Steenhuizen, Assen 1973.)


In 1682 koopt Mello Alberda Menkema, waar hij dan gaat wonen. Wel wordt in 1694 en 1697 zijn zoon Onno Tamminga van Alberda nog heer op Ringeweer genoemd[4], maar met de kortstondige glorie van Ringeweer is het gedaan, want Onno vestigt zich op borg Rensema te Uithuizermeeden.


Na de dood van Mello Alberda in 1699 komt bij de erfscheiding van 1700 Ringeweer aan zijn zoon Unico Allard Alberda (1676-1714), gehuwd met Everdina Cornera van Berum (ca 1678-1751). Deze verkoopt nog in hetzelfde jaar op 1 mei 1700, zijn „borgh" Ringeweer aan Hermannus Knock (1675-1726), zoon van Berent Harmens Knock en Anna Fuust. Hermannus is ontvanger-generaal van de provincie Stad en Lande, van 1702 tot 1716, en zijn vrouw is Wobbijna Writzers (ca 1677-1715) op Onnema tot Zandeweer[5], dochter van Ulphert Writzers (ca 1643-1720) en Aylke Reinders (ca 1648-1725). Hij betaalt voor de borg 3300 gulden. Bij de koop zijn inbegrepen schathuis, geboomten, "plantagiën", grafkelder en gestoelte in de kerk. De beide laatsten behoren echter bij Menkema. Het schilderstuk, hangende voor de schoorsteen in de zaal van Ringeweer wordt mede overgedragen. Ontvanger Knock blijft niet lang eigenaar.


Kort daarop treffen we Anna de Bajonville aan als eigenaresse, die het huis verhuurt aan Adriaan ten Haghuis. Van hen weten we verder niets. De erfgenamen Gillis Bruist en Elida de Bajonville te Zwolle verkopen het goed in 1716 aan ‘de vrouwe van Menkema’. Daarbij worden genoemd de bomen, hoven, plantages en de materialen van het oude schathuis. Het terrein wordt in 14 percelen verdeeld en het heem in drie.
Het huis wordt in hetzelfde jaar weer verkocht aan Jan de Wit zijn vrouw Lamge Gokkes voor 800 car. gulden, te betalen in vier termijnen en een vaste huur van 8 gl. 13 st. 4 pl, met de beklemming van het heem van de straat af tot aan de overkant van de vijver aan de „schoubare geute". Van het heem behoeft de eerste jaren geen huur te worden betaald, omdat het van kiezel gezuiverd moet worden.
Het huis wordt nog in hetzelfde jaar gesloopt.


De ‘Groningsche Volksalmanak’ van 1929 geeft een uitvoeriger beschrijving van de situatie rond Ringeweer en laat ik hier, tekstueel bewerkt en aangevuld volgenm (sommige gegevens worden daardoor in dit artikel wel min of meer dubbel vermeld):


Huisarchieven no. 1054: akte van overdracht van 16 mei 1700, waarbij Unico Alberda van Menkema aan Hermannus Knock, ontvanger, en Wobbina Writszers, echtelieden, de borg Ringeweer te Uithuizen overdraagt met schathuizen, geboomten, plantagiën, grafkelder en gestoelte in de kerk aldaar, de beide laatste tevoren bij den borg Menkema behorende. Laat schilderstuk voor de schoorsteen in de zaal wordt mede overgedragen, terwijl de lijken in den grafkelder niet mogen worden ‘geremoveerd’. De koopsom bedraagt 3300 Car. gl.


Later behoort deze borg aan zekere Anna de Bajonville. No. 1078 van genoemde huisarchieven is een akte van overdracht van 19 februari 1716, waarbij haar erfgenamen Gillis Bruist en Elida de Bajonville, echtelieden de borg aan Everdina Alberda geboren van Berum, vrouwe van Menkema voor 2000 Car. gl. verkopen.


Andermaal komt Ringeweer dus aan het huis Menkema, echter slechts gedurende korte tijd, want no. 1081 van genoemde huisarchieven meldt reeds op 26 augustus van datzelfde jaar de overdracht van Ringeweer, aan de straat te Uithuizen gelegen, met de beklemming van het heem groot 86 1/4 vierk. roeden en 8 voeten aan Jan de Wit en Lamge Gokkes, echtelieden, voor de som van 800 Car. gl. te betalen in 4 termijnen. De vaste huur bedraagt 8 gl., 13 st. 4 pl.; voorts zullen geschenken betaald worden, doch tevens worden bepalingen aangaande beplanting, onderhoud enz. gemaakt.


Drie dagen te voren (23 augustus) vermeldt no. 1079 de overdracht aan mr. Hindrik Hindriks,  timmerman, en Grietje Jacobs echtelieden, van een beklemming van “seker’ stuk gronts” van Ringeweer van de straat af tot aan de overkant van de vijver", groot 93 1/4 vierkante roeden, de roede à 12 voeten gerekend.


De terreinen van Ringeweer worden dus vrijwel gesplitst, hetgeen in de 18de eeuw doorgaat, want op 31 juli 1771 wordt onder no. 1101 wederom melding gemaakt van een huuroverdracht in vaste beklemming door H. Sissinq in gl. voor mevrouw van Aduard, 660 Daniel Pilon, van een hofje van de tuin van Ringeweer, zwettende
[6] ten zuiden en oosten aan de schouwbare uitwatering te Uithuizen. Inmiddels worden nog andere overdrachten in genoemde huisarchieven vermeld als in 1706 op 8 april door de heer en vrouw van Menkema aan Derck Jacobs Bonthuis van 30 grazen land met een ‘Friesche’ schuur, gelegen ten zuidoosten van Uithuizen, zonder het daarop liggende collatierecht (no. 1060). Voorts een ruiling van 8 juni 1725, waarbij Everdina Cornera van Berum (ca 1678-1751), douairière[7] Unico Allard Alberda van Menkema 1676-1714), overdraagt aan Anna Maria Coehoorn (geboren augustus 1673 te Usquert) weduwe van Henricus Tiberius de Baer (overleden in 1701 te Uithuizen), advocaat voor de Hoge Justitie Kamer van provincie Groningen[8], 140 grazen behuisd en beklemd land te Uithuizen, binnendijks en tussen beide dijken gelegen en ontvangt het huis Takema met 82 3/4 grazen binnenland, zwettende[9] ten noorden aan de schouwbare tocht en andere percelen, ten oosten ten dele en ten zuiden geheel aan de Heereweg, alsmede nog 57 1/4 grazen land, buitendijks gelegen, met afslag en aanwas (no. 1087)“.


Huidige situatie:
Het borgterrein van Engersum is nog gemakkelijk te herkennen (1973), ofschoon het thans geheel bebouwd is. De boerderij is waarschijnlijk het schathuis geweest. Waar vroeger het voorgebouw van de boerderij heeft gestaan zijn rond 1970 fundamenten blootgelegd. De plaats van Ringeweer is af te leiden uit de hiervóór gereproduceerde kaartjes uit het huisarchief van Menkema. Ook hier zijn rond 1970 onlangs fundamenten gevonden bij het tweede en vierde perceel, thans burgemeesterswoning, ten oosten van de kerk,

 

Bronnen, referenties en literatuur:

- De tekst (behalve die van de Almanak) is grotendeels afkomstig uit “W.J. Formsma e.a., ' Groninger Borgen en Steenhuizen', Assen 1973”, voor deze website bewerkt, en aangevuld grotendeels volgens de bronnen genoemd in de noten.
- ‘Groningsche Volksalmanak’, 1929.
- Groninger Archieven.


Noten:
1 Groninger Archieven, 696 Familie van Ewsum, 1350 – 1646, 535, Akte van verkoop

2 Kerkelijke gemeente Rottum, 12 december 1658, arch. nr. 124, inv. nr. 396, blad 2v.

3 Landdag: Een bijeenkomst of vergadering van afgevaardigden van de standen (ridderschap, steden, eigenerfden) in een gewest of provincie. De uitdrukking "op de landdag compareert" komt uit oud-Nederlandse (vaak Groningse of Overijsselse) archiefstukken en betekent dat een persoon verschijnt of aanwezig is op een landdag (een bijeenkomst van vertegenwoordigers, adel of eigenerfden in een bepaald gebied).

4 Onno Tamminga heeft Ringeweer al voor zijn huwelijk van zijn vader in bruikleen gekregen: Groninger Archieven, 625  Menkemaborg en Dijksterhuis (2), 1526 – 1900, 2.4. De vermogens en inkomsten van Onno Tamminga van Alberda en Josina Petronella Clant.

5 Groninger Archieven, 583  Familie Tjassens, Vuust, Writzers en Knock, 1587 – 1918,
“5 Harmannus Knock, ontvanger (van ...) te Groningen als bruidegom, en Wobbijna Writzers op Onnema tot Zandeweer, als bruid, 1697”, 583, 03 1697: “In tegenwoordigheid en met medewerking van:
1. aan de zijde van de bruidegom Anna Fuist wed. ontvanger Knock als moeder; Barent Knock ontvanger-generaal en Barbara Baij, Theodorus Bruinsvelt secretaris en Jan Fuist Knock, "als respive broeders, swager en suster"; Jan Woldringh gezworen (der stad Groningen) als neef; en
2. aan de zijde van de bruid Ulphart Writzers en Aeijelke Writzers als vader en moeder; en Jan Writzers als broer.”
Bepaald wordt, dat Johan Writzers "het huis Onnema" van zijn ouders zou erven, en zijn zus Wobbijna een heerd land te Oldenzijl en een in Loppersum.
De akte is verleden voor burgemeesteren en raad van Groningen, en getekend door 2 raadsheren en de secretaris. Het stadszegel is verloren.
Het stuk draagt in dorso het adres "voor de hr. ontfanger H. Knock".

Herman Knock is geboren in 1675 te Groningen, Kijk in 't Jatstraat. Hij is getrouwd met Wobbina Writzers op 9 augustus 1697 te Groningen. Ondertrouw 22 augustus 1697 te Zandeweer,

6 De uitdrukking "zwettende aan" (vaak gespeld als zwettend aan of swettende aan in oude akten) is een verouderde Nederlandse term die voornamelijk voorkomt in historische documenten, zoals 17e- of 18e-eeuwse kadastrale stukken, huwelijksakten of testamenten. Het is afgeleid van het oudere woord 'swetten' of 'zwetten', wat 'de grens bepalen' of 'de scheiding vormen' betekent (verwant aan het woord zwet of swet, dat grens/oever betekent). Het is gebruikt om de locatie van percelen land, boerderijen of huizen te beschrijven. (Grenzend aan….)

7 Een douairière is de weduwe van een adellijk persoon die vaak het vruchtgebruik heeft van de bezittingen of het vermogen van haar overleden echtgenoot. De term is afkomstig uit het Frans en wordt gebruikt om een weduwe van stand aan te duiden, vaak met de achternaam van haar overleden man.

8 De Hoge Justitiekamer van Stad en Lande is een provinciaal gerechtshof in Groningen geweest, opgericht in 1749 als opvolger van de Hoofdmannenkamer. Dit orgaan functioneert tot 1804 (en later tot 1811) als het hoogste rechtsprekende orgaan in de regio voor civiele en criminele zaken. Archieven bevinden zich in het Rijksarchief in Groningen.

9 Zie noot 6


Deze pagina maakt deel uit van www.nazatendevries.nl. Aan bovenstaande tekst is de uiterste zorgvuldigheid besteed. Desondanks kunnen er best fouten voorkomen. Constateer je fouten en/of heb je vragen, correcties, aanvullingen......... geef die dan even aan mij door via mijn E-mail adres (zie rode balk boven). Wij hebben ons uiterste best gedaan om de auteurs van teksten/citaten en copyrightbepalingen van afbeeldingen te achterhalen. Mocht je rechthebbende zijn en hierover vragen of opmerkingen hebben, neem dan contact op via e-mail. Lees ook de 'Disclaimer' en 'Privacy' voor méér informatie en laat ook eens een bericht achter in het Gastenboek, dan weet ik waarvoor ik het doe.

Hoogeveen, 3 maart 2026.
Samenstelling: © Harm Hillinga.
Klik hier om naar het menu ARTIKELS te gaan.
Klik hier om terug te gaan naar de HOMEPAGE.
Top