Algemeen

Links van de Regnus Praediniusstraat is nog een deel van een oorspronkelijke borggracht te zien. Hij behoort tot een van de twee Winsumer borgen van het geslacht Ripperda. Tot ongeveer 1630 stond hier de westelijke Ripperdaborg. Aan de andere kant van het spoor, in het oosten van Winsum, stond de oostelijke borg. De familie Ripperda was erg invloedrijk en wordt vaak genoemd in de geschiedenis van Stad en Ommelanden. Omstreeks 1600 komen beide borgen in handen van de stad Groningen. Hiermee kreeg de stad meer invloed op het reilen en zeilen in Winsum. Veel pracht en praal was er echter niet meer over. De oostelijke borg was in 1569 zwaar beschadigd. In 1602 wonen de oude en arme Johan Backer en zijn vrouw Grete in een hutje op het terrein. Ze vragen het stadsbestuur of ze de stenen van de voormalige borg die nog in de grond zitten mogen gebruiken voor de opbouw van hun huisje, maar het antwoord hierop is onbekend. Ook de westelijke borg was in slechte staat en werd daarom in 1627 gesloopt. Bron: Wandelgids Winsum (Harm Hillinga).

 

Onderstaande tekst is van Cor Enter.

 

De vroege geschiedenis van de (westelijke) Ripperdaborg is nog altijd in nevelen gehuld, o.a. is het onbekend in welk jaar de borg gebouwd is en door wie, maar waarschijnlijk is de borg in de tweede helft van de 14e-eeuw al aanwezig onder de naam "Luyemaheerd". De borg heeft op een strategische plaats gestaan nabij de loop van het Oude Diep die bij Oldenzijl uitmondt in de Hunze. Vanuit de borg heeft men goed zicht in westelijke richting op de scheepvaart van en naar Winsum. Een gedeelte van het Oude Diep is in 1928 in westelijke richting verplaatst om ruimte te maken voor nieuwbouw.

 

Omstreeks 1380 tot 1444 is het in bezit van de familie Onsatha (Onsta), mogelijk is het bezit afkomstig uit de familie van Onno Onsta zijn vrouw, Onno is gehuwd geweest met Yde Nn, dochter van Nn en Nn. Yde Nn haar ouders leven rond 1350, en komen waarschijnlijk uit hetzelfde geslacht als Hidde(ke) to Wijtwert. Dit vermoeden blijkt uit genealogisch onderzoek naar aanleiding van de gevonden grafzerken in het jaar 2012 in de kerk te Farmsum. Aan de hand van kwartieren die op diverse zerken staan, worden de familieverhoudingen weergegeven, hieruit blijkt dat de familie Onsta, Ripperda, van Ewsum, Tamminga, Ukena, van Dockum en Sickinghe door huwelijken aan elkaar verwant zijn.

 

In het boekje 'De grafzerken van Farmsum' (derde herziene druk 2016) van Redmer Alma heeft hij op duidelijke wijze het een en ander uiteengezet. De verwachting is dat er nog meer grafzerken worden gevonden. Een akte uit het jaar 1445, (zie verder naar onderen op deze pagina) bewaarheid het vermoeden. Hierin wordt het gezamenlijk bezit, waaronder landerijen en behuizingen te Winsum verdeeld tussen de familie Onsta, Hidde(ke) to Wijtwert en Evert Sickinghe. Opvallend is ook, dat zowel in de genealogie Onsta als Hidde(ke) to Wijtwert de voornaam Bawe voorkomt, is dit toeval of een voorzichtig bewijs van een familierelatie.

De plaats waar de borg gestaan heeft is bekend, volgt verder op deze pagina. Waarschijnlijk is de borg in 1393 in bezit van Onno Onsta. In dat jaar worden de Onta's vermeld in een Clauwlijst van Winsum met de ommegangen van "Frouwemaheerd" (dit is boerderij E-387 Valkum) en "Luyemaheerd" (waarschijnlijk de westelijke Ripperdaborg/Vrouw Amkenheerd E-155), ook hebben zij A-289 "Lutkehuisterheerd" te Maarhuizen in hun bezit. De genoemde Onno is mogelijk een zoon van Folcmar Onsatha (1) (hoveling van Sauwerd in 1364) en Nn, geboren ?, overleden in 1398, Onno is van omstreeks 1370 tot zijn overlijden in 1398 hoveling van Sauwerd, hij huwt met Yde Nn, dochter van Nn en Nn, geboren ?, overleden na 10 okt. 1407 (zij wordt op deze datum in een akte uit dat jaar vermeld), uit dit huwelijk tenminste 8-kinderen: Abeke(n), geboren ?, overleden vóór 28 apr. 1444, Aeyliken (Eijlcke), geboren ?, overleden na 4 mrt. 1417, Meynolt, geboren ?, Johannes, geboren ?, Abele(n), geboren ?, Ewer(t) (ook Ewerde genaamd), geboren ca. ?, overleden na 1421, Bawe, geboren ?, overleden na 28 apr. 1444, Folmar, geboren ?, waarschijnlijk overleden vóór 1407. Zij worden genoemd, behalve de dochters, Ewer(t) (Ewerde), Bawe en zoon Folmar in een oorkonde uit het jaar 1407. Hun moeder wordt genoemd als Yden Onsta to Zouwerd, de oorkonde vermeldt de verkoop van Haseckamaheerd te Harssens, vroeger Folkersmaheerd genaamd.

 

De oorkonde is opgemaakt door Frederick van Heckum. Er bestaat volgens Redmer Alma een sterk vermoeden dat Yde Nn waarschijnlijk uit hetzelfde geslacht als Hidde(ke) to Wijtwert komt, de kwartier met het wapen van Hidde(ke) komt namelijk ook voor op de grafzerk van Abel(e) Onsta (zoon van Hidde Onsta en Nn van Dockum). Yde Nn is de overgrootmoeder van Abel(e). De kwartier met het wapen van Hidde(ke) staat ook op het grafmonument van Unico Manningha, het monument bevindt zich in de kerk te Norden (Oost Friesland). Ook staat het kwartier op de grafzerk van Haye Ripperda. Volgens Redmer Alma zou de grafzerk van Luwert van Uttum (overleden in 1428 (2)) ook in dezelfde stijl zijn als de genoemde personen, zijn zerk is aanwezig in het museum te Pewsum, verderop hierover meer gegevens. Onno Onsta wordt in 1371, 1384 en 1386 in oorkondes genoemd. Onno Onsta zijn zonen Abeke(n), Aeyliken (Eijlcke), Meynolt en Abele(n) worden meerdere keren in diverse oorkondes genoemd. Onno Onsta zijn zoon Johannes geeft in het jaar 1400 de landzegel van Hunsingo terug.

 

Zoon Eijlcke (Aeyliken) Onsta (Ferhildema) (zoon van Onno Onsta en Yde Nn), geboren ?, wordt in 1417 in een oorkonde genoemd. Hij verklaart daarin het geld te hebben ontvangen van geleverde goederen aan het voorwerk Maarhuizen (zie hoofdstuk 'Maarhuizen'), onder 'Lutkehuisterheerd', Eijlcke (Aeyliken) Onsta (Ferhildema) is na 6 mei 1424 overleden. Zij wordt op deze data nog in een akte genoemd. Eijlcke (Aeyliken) Onsta wordt in diverse aktes ook met de toenaam Ferhildema vermeld, hij is gehuwd met een onbekend persoon. Uit dit huwelijk tenminste 3-kinderen: Abel(e), Hidde, Hille. Een oorkonde uit 1428 vermeldt een zekere Hille Onsta en zoon Hidde en een zekere Peter Ripperda, in eerste instantie zou men denken dat hier de echtgenote van Eijlcke (Aeyliken) Onsta (Ferhildema) bedoeld wordt, maar dit blijkt niet zo te zijn, Redmer Alma vertelt mij, dat de oorkonde een afschrift is, en dat het jaar 1428 foutief is overgenomen van het origineel. Het jaar moet 1498 zijn. De genoemde Hille is Hille Jarges, de echtgenote van Abel(e) Onsta. De opmerking van Redmer staat onder de oorkonde vermeld.

 

Zoon Hidde Onsta, (geb. datum onbekend), huwt met Nn van Dockum, dochter van Feye van Dockum en Nn, uit dit huwelijk tenminste 1-kind: Abele(n), geboren ?, overleden 21 nov. 1483 te Sauwerd huwt omstreeks 1452 met Hille Jarges, dochter van Evert Jarichs (Jarges) en Peter(ke) Nn, geboren ?, overleden 10 aug. 1499 te Sauwerd, uit dit huwelijk tenminste 6 kinderen: Eijlcke (Eijlco), Vrouwke, Hidde (3), Hille, Ida, Peter. Abel(en) en Hille kopen in 1457 het Sickinghe huis in Groningen van de gebroeders Evert en Feye Sickinghe, het huis hebben zij geërfd van hun ouders Johan Sickinghe en Jeye van Dockum.

 

Abel(en) Onsta is een neef van Evert en Feye Sickingha. In 1486 verkopen Hille Onsta (Jarges) en haar broer Jarch Jerges (Jarges) een stuk aangeërfd land van hun neef wijlen Barolt Jerges (Jarges). Zoon Abeke(n) (zoon van Onno Onsta en Yde Nn), geboren ?, overleden vóór 28 apr. 1444 (volgens akte uit dat jaar), huwt met Ecke Nn, overleden vóór 30 juni 1442 (volgens akte uit dat jaar), uit dit huwelijk tenminste 1-kind: Clara, geboren ca. ?, overleden vóór 28 apr. 1444. Zij huwt met Johan van Heeckeren, heer van Almelo. Abeke(n) Onsta en dochter Clara Onsta worden in 1444 in een akte van erfenis genoemd. In 1442 is Abeke(n) weduwnaar, zijn vrouw Ecke Nn wordt als overleden echtgenote vermeld. Dochter Ewer(t) (Ewerde) Onsta (dochter van Onno Onsta en Yde Nn), geboren ?, overleden na 1 mei 1421, is gehuwd geweest met Ewo, Evo Ewesma (van Ewsum), waarschijnlijk een zoon van Ewo Ewesma en Auka Nn, geboren ?, waarschijnlijk overleden vóór 1 mei 1421, hij wordt voor het eerst in een oorkonde uit 1402 genoemd), uit dit huwelijk tenminste 1-kind: Menneke, geboren ?, overleden na 1472, huwt met Hiddo Tamminga (hij neemt later de achternaam van Ewsum aan), zoon van Allert Tamminga en Yeselen.

 

Gyzela Nn, geboren ?, waarschijnlijk overleden vóór 27 febr. 1439 (op 14 juli 1431 verkoopt Hidde (Hydda) nog land aan het klooster Wijtwerd), uit dit huwelijk tenminste 2-kinderen: Ewe, Onno (4). In 1439 verkopen het echtpaar Abeko en Zyerd te Mude (bij Loppersum) goederen aan Menneke Ewesma. In 1454 wordt in een oorkonde o.a. nog vermeldt: '........ hebben verwisselt Menneken Ewessma ende hoer erfghenaemen drie groet hondert landes gheleghen in Doernwarder hammerick by Menneken vorscreven lande op die noerdersyde gheleghen Walkammeheem Ewessma lant op den oester eynde ende opp die suder sijt Ewesma ende Bawe Onsten lant toe den wester eynde desse voerscreven lande ter swetten..........'.

Na het overlijden van Hiddo Tamminga/Ewsum (vóór 27 febr. 1439), huwt Menneke ca. 1448 met Wigbolt Lewe, geboren ?, overleden na 1457, zoon van Nn en Nn. Ewo, Evo Ewesma (van Ewsum) heeft nog een buitenechtelijke zoon Julianus genaamd. Hij wordt later o.a. proost van Usquert en kerkheer van Bedum, hij wordt in diverse oorkondes genoemd. Ewer(t) Onsta wordt in 1421 als Ewerde Ewesma genoemd.

 

Hiddo Tamminga (later van Ewsum genaamd) zijn broer Abel(e) Tamminga, (zoon van Allert Tamminga en Yeselen, Gyzela Nn) geboren ?, overleden in 1428, huwt met Bawe Onsta, dochter van Onno Onsta en Yde Nn, geboren ?, overleden na 28 apr. 1444, uit dit huwelijk tenminste 2-kinderen: Nn Tamminga, Onno, geboren ?, overleden ?, huwt met Emeke Asinga, dochter van Focke Asinga (Azinge) hoofdeling te Warffum) en Nn, geboren ?, overleden ca. 1509, uit dit huwelijk tenminste 5-kinderen: Abel, Allart, Abeke, Hoyke, Bawe. Abel(e) Tamminga en Bawe Onsta worden in 1428 in een oorkonde genoemd. Helaas is deze oorkonde in het Latijns, hierin doet Bawe voor haar zelf en voor haar onmondige kinderen een verzoek om bescherming. In 1429 wordt het verzoek bekrachtigd.

 

In 1438 wordt Bawe in een bevelschrift genoemd, zij heeft een geschil met Grote Rickert te Saaxumhuizen over landhuur en overdracht van land. In april 1444 wordt Bawe Onsta samen met haar schoonzuster Menneke Ewesma in twee aktes genoemd, op 25 april als Bawe Tamminga en 28 april als Bawe Onsta, zie ook hoofdstuk 'Bellingeweer'. Volgens een akte uit het jaar 1426 kunnen de ouders van Emeke Asinga, Abele Asinga en Bawe Heemstra (Heemster) geweest zijn, maar Redmer Alma heeft een sterk vermoeden dat ook dit een vervalste akte is, de personen zijn namelijk te identificeren als de hierboven genoemde Abel(e) Tamminga en Bawe Onsta. Of de genoemde Bawe Heemstra (Heemster) in een akte uit 1446 ook een vervalsing is, is mij onbekend, 'De Nederlandsche Leeuw', jaargang 1932 vermeldt: 'Bywe Heemstra in den Ham verkoopt, een jaarlijksche rente van zes gouden Rijnsche Gulden uit haar heerd terente van zes gouden Rijnsche Gulden uit haar heerd te Oesterhuszen in Eenrumerkarspel'. In 1507 wordt Emeke Asinga (Tamminga) samen met haar dochter Aeuke in een akte genoemd, Aeuke is zuster in het convent van Selwerd, welke dochter hier bedoeld wordt, is mij onbekend. Volgens Redmer Alma is Nn Tamminga een onbekende dochter van Abel(e) Tamminga en Bawe Onsta. Zij is gehuwd met Menke jonge Tammens in den Ham. Uit dit huwelijk tenminste 1-kind: Bijwe, Bawe in den Ham (gelegen nabij Loppersum, zie verderop).

 

In 1431 wordt er een zekere Jungen Tammen in een oorkonde vermeldt, waarschijnlijk wordt hier Menke jonge Tammens in den Ham bedoeld. De beide broers Abel(e) en Hiddo Tamminga en hun moeder Yeselen, Gyzela Nn worden in 1415 in een oorkonde genoemd. De oudste zoon van Hiddo en Menneke, Ewe Ewesma, geboren ?, overleden vóór 1477, huwt met Bawe Ukena, geboren ca, 1417, overleden na 1477, dochter van Focko Ukena en Hidde(ke) to Wijtwert. Zij worden in 1452 in het huwelijkscontract genoemd van Unico (Uneken) Ripperda en Ulske (Ukena) van Wijtwert. Ulske is een zuster van Bawe. Op 24 oktober 1458 doen zij een erfwissel met Onno van Ewsum en zijn vrouw G(h)ele Manninga. Ewe wordt dan als Ewe Ewsum to Dijkhuizen vermeld. In 1462 worden Ewe Ewesma en Bawe Ukena samen met zijn zwager Unico Ripperda en schoonzuster Ulske Ukena in een akte genoemd. Hij wordt dan als hoofdeling van Dijkhuizen genoemd. In een erfkwestie wordt een zekere Ewe Erikes (Eggering) genoemd. In 1448 alleen als Ewe en in 1454 als Ewe Erickes tho Jemgum, waarschijnlijk is de genoemde Ewe dezelfde persoon als de hierboven genoemde Ewe Ewesma, (zoon van Hiddo Tamminga (later van Ewsum genaamd) en Menneke Ewesma. Hij is gehuwd met Bawe Ukena. In 1454 wordt Evert Sickinghe als zwager genoemd. Of de aktes geheel betrouwbaar zijn is mij onbekend, zie oorkonde 1448 en 1454.

 

Omstreeks 1440 wordt de westelijk Ripperdaborg bewoond door Evert Sickinge, geboren ?, overleden omstreeks 1474 waarschijnlijk te Winsum, zoon van Johan Sickinghe en Jeye van Dockum. Hij huwt omstreeks 1444 met Amke Ukena, geboren ?, overleden omstreeks 1479 waarschijnlijk te Winsum, dochter van Focke Ukena en Theda van Reide, uit dit huwelijk geen kinderen. Amke is eerder gehuwd geweest met Sibet Papinga van Rüstringen, geboren ?, overleden in 1433 te Lutzberg, uit dit huwelijk zijn geen kinderen bekend.

 

Omstreeks 1433 vlucht Focko Ukena samen met dochter Amke, dan weduwe van Sibet Papinga van Rüstringen naar de Ommelanden. Haar vader is dan op Dijkhuizen te Appingedam gaan wonen en Amke even later op de westelijke Ripperdaborg bij Winsum met Evert Sickinghe.

 

Wat volgt is het gezin van Focke Ukena. Focke Ukena, zoon van Uko Ukena en Amke van Lengen (Langen), geboren ?, overleden in okt. 1436 op Dijkhuizen te Appingedam, vermoedelijk begraven in de kloosterkerk aldaar, huwt met Theda van Reide (5), dochter van Nn en Nn, geboren ?, overleden vóór 1411, uit dit huwelijk tenminste 5-kinderen: Un(c)ke, Ude, Tzije, Amke, T(h)ede. Na het overlijden van Theda van Reide, huwt Focke Ukena met Hidde(ke) to Wijtwert, ook genoemd als Hidde tho Dijkhuizen, waarschijnlijk een dochter van Sjabbe van Garreweer en Ulska (Ailska) van Wijtwert, uit dit huwelijk tenminste 3-kinderen: Tziabben (Sjabbe), geboren ca. 1412 (was in 1431 minderjarig), dit vermeldt een oorkonde uit dat jaar. in 1434 wordt hij ook genoemd (zie oorkonde 1431 en 1434. Ulske, geboren ca. 1414. Zij huwt later met Unico Ripperda, zoon van Bole Ripperda en Hille Wigboldus. Bawe, geboren ca. 1417, zij huwt later, zoals gezegd met Ewe Ewesma, zoon van Hiddo Tamminga (later van Ewsum genaamd) en Menneke Ewesma.

 

De scheidingsakte van 1445

Deze akte is een afschrift van het origineel, het bestaat uit vier bladzijden en geschreven in het Nederduits, het is bijna onleesbaar voor mensen die deze taal niet machtig zijn, helaas is de akte nog niet getranscribeerd. Aangezien de akte voor Winsum belangrijk is, heeft Jacques Tersteeg het getranscribeerd, hiervoor mijn hartelijke dank. De akte vermeldt de verdeling van bezittingen uit de gemeenschappelijke erfenis, waaronder de westelijke borg Ripperda, die Hidde(ke) to Wijtwert en Evert Sickinghe verkrijgen. Aangezien Abeke(n) (6) (zoon van Onno Onsta en Yde Nn) en Hidde Onsta (zoon van Eijlcke (Aeyliken) Onsta (Ferhildema) en Nn), oomzegger van Abeke ook genoemd worden, komen de bezittingen vrijwel zeker uit de familie Onsta. Evert Sickinge is dan gehuwd met Amke en wonen op de westelijke borg Ripperda. Evert Sickinghe is proost geweest van Loppersum en hoofdeling te Winsum (gn). Toch blijft de vraag, waarom ook Evert Sickinghe mede erfgename is geweest, er moet dan ergens een familieverband met de familie Onsta zijn geweest. Na onderzoek blijkt dat de genoemde Hidde Onsta, (zoon van Eijlcke (Aeyliken) Onsta en Nn, geboren ?, overleden na 19 juni 1445), gehuwd is geweest met Nn van Dockum, dochter van Feye van Dockum en Nn. Nn van Dockum is een zuster van Jeye van Dockum die gehuwd is geweest met Johan Sickinghe, de vader van Evert Sickinghe. Hidde Onsta en Nn van Dockum zijn dus de oom en tante van Evert Sickinghe. Hidde(ke) to Wijtwert die ook een deel uit de scheiding krijgt, komt zoals eerder vermeldt waarschijnlijk uit hetzelfde geslacht als Yde Nn die met Onno Onsta gehuwd is geweest. Mogelijk is de westelijke Ripperdaborg van oorsprong in het bezit van de voorouders van Yde Nn.

 

Vervolgens wordt in een akte uit 1460 een zekere Kartyn en een Lewe van der Does genoemd, in het boek 'Adel en heraldiek in de Nederlanden', door Redmer Alma, Conrad Gietman en Albert Mensema wordt deze familie ook genoemd, Katryn van der Does wordt in 1460 in een oorkonde genoemd. Hierin doet zij afstand van haar aanspraken op de Herathema goederen te Eenrum, die door haar overleden zuster Lewe zijn aangeërfd. De oorkonde wordt mede gezegeld door haar neven Evert Sickinghe en Abele Onsta. De zegel van Katryn van der Does en Abele Onsta vertonen vrijwel dezelfde kwartier als die van de familie van Dockum. Hieruit blijkt dat Katryn en Lewe hun moeder een Nn van Dockum moet zijn geweest. Evert en Abele zijn neven van Lewe en Katryn. Na onderzoek blijkt dat de moeder van Lewe en Katryn, Alyt van Dockum is, zij is gehuwd met Mouwerijn van der Does. Alyt iss een zuster van Abele(n) Onsta en Evert Sickinghe hun moeders, respectievelijk Nn en Jeye van Dockum. In bovenstaande familieverbanden kan ook Bawe Heemster (geboren ?, overleden 7 okt. 1540) worden toegevoegd. Zij is een dochter van Abbe Heemster en Bijwe, Bawe van den Ham, na het overlijden van Abbe, huwt Bijwe, Bawe Heemster met Azego Aylkum(m)a, zoon van Hidde Aylkum(m)a en Ayle Nn, uit dit huwelijk o.a. Beetke Aylkum(m)a (van Rasquert), (Beetke Aylkum(m)a van Rasquert haar grootvader van moederszijde is Mencke in de Ham (Reyndisma ?), geboren in 1475, overleden 14 mei 1554 te Leek, begraven in de kerk te Midwolde.

 

In het kwartier van Bawe Heemster komt o.a. het wapen voor met de kruislings geplaatste ruiten voor, die ook bij Abel(e) Onsta en zijn dochter Frouwke voorkomen. Bawe Heemstra haar overgrootmoeder van vaderskant is dan waarschijnlijk een van Dockum, haar overgrootouders van moederskant zijn (Bawe Onsta en Abel(e) Tamminga). Abbe Heemster en Bijwe, Bawe van den Ham hebben ook een dochter Bawe, zij huwt met Roelof van Munster. Ook op zijn grafzerk komt het wapen met kruislings geplaatste ruiten voor. Bawe Heemster is een halfzuster van Beetke Aylkum(m)a van Rasquert. Bijwe, Bawe van de Ham, dochter van Nn Tamminga en Menke jonge Tammens in den Ham en kleindochter van Abel(e) Tamminga en Bawe Onsta. In het jaar 1503 worden zekere gebroeders Mencke en Casper Heemster als hoofdelingen in den Ham genoemd, mogelijk de zonen van Abbe Heemster en Bijwe, Bawe van den Ham. Abbe Heemster wordt in een clauwbrief uit 1478 als: 'Abbe Heemster, Schelte to der Borch' genoemd. Ik vraag mij al een tijd af waar de voornaam Vrouwke vandaan komt, in de familie Jarichs (Jarges) komt deze naam niet voor. De roots van de familie Jarichs (Jarges) liggen in de provincie Friesland, Evert Jarichs (Jarges) zijn vader Coppijn Jarichs is te Stavoren geboren. Hij was gehuwd met O(e)dekyn (Odeke(n) Schelge, dochter van Ludeken Schelge en Nn. In een oorkonde uit het jaar 1450 worden drie generaties Jarichs (Jarges) genoemd. Dat zijn Evert Jarichs (Jarges) zijn broers, zijn ouders en grootouders. Overigens vermeldt Redmer Alma in het boek 'Adel en Heraldiek in de Nederlanden', ook een zekere Froucke:'..... Op 14 februari 1416 wordt Froucke Forademe als verwant van de gebroeders Abele en Hidde Tamminga genoemd....', vervolgens een regel verder: '...... Als Frouweken Ferawema to Huesdinghen', wordt zij ook op 10 aug. 1399 vermeld.

 

Hille Jarges haar zuster Lamke is gehuwd met Feye Sickinghe, Feye (overleden vóór 1472), een broer van Evert Sickinghe. Feye heeft zeer waarschijnlijk een boerderij te Obergum in bezit. Een akte uit 1473 en 1474 wordt deze boerderij 'Abel Rensema Heerd' genoemd. Zijn zoons Johan en Peter hebben deze boerderij geërfd. Als gebruiker wordt een zekere Albert Schomaker genoemd.

 

Hidde(ke) to Wijtwert bezit in 1430 een ommegang in de rechtstoel van Eenrum. In dat jaar wordt er een overeenkomst gesloten over de omgang van 18 heerden. Aanwezig zijn o.a. Abele en Hidde Onsta, Jarich ter Borch, Geherardus en Po(e)pke Herathema, Bawe Tammynga enz. Evert Sickinghe iss aanwezig voor zijn (stief) schoonmoeder Hiddeke to Wijtwert. Abele Onsta is de oom van Hidde Onsta. Een jaar voor de scheidingsakte van 19 juni 1445, wisselt Hidde(ke) to Wijtwert in 1444 goederen te Huizinge met Blideken Fradama (Frama) en haar zoon Reyner.

 

Noten, bronnen en referenties:

1. Folcmar Onsatha wordt voor het eerst in het jaar 1325 in een seendbrief genoemd. In 1326 wordt hij ook genoemd en voor laatst in 1364. Zijn vrouw is onbekend.

2. Overlijdensjaar is waarschijnlijk niet juist, hij wordt nog in 1440 en 1450 in oorkondes genoemd, of het betreft een zoon, ook Luwert, Luywert genaamd.

3. Hidde wordt samen met zijn vader Abele(n) Onsta in het jaar 1478 in een akte genoemd in verband met verkoop van diverse landerijen waaronder negen forlingen in de Ranumerhamrik, Foltmeer genaamd en elf forlingen, gelegen onder Ranum.

4. Onno van Ewsum, Ewes(ma) (zoon van Hiddo Tamminga/van Ewsum en Menneke Ewsema is gehuwd met G(h)ele Manninga, dochter van Lutet Manninga van Lutzberg en Adda Cirksena. Hun dochter Evert (Ewert) huwt met Henrick van Camphuysen, zoon van Claes van Camphuysen en Margriet van der Hoevelick. Uit dit huwelijk komen 7-kinderen voort. Het huisarchief van Almelo vermeldt het volgende:

 

21 okt. 1487, 'Henric van den Water en Spaen van Kamphusen verklaren zich borg te stellen voor de nakoming door jonker Johan van Rechteren (van Heeckeren) van Almelo van de voorwaarden waarop hij van heer Unna van Ewesma, ridder, hoofdeling te Middelstum, een deel van de bruidsschat, 1000 Rijnse guldens, voor diens dochter jonfer Evert (Ewert) had ontvangen'.

 

Henrick van Camphuysen vertrekt omstreeks 1490 richting Groningen. Dit is af te leiden uit het ontbreken van zijn naam in de protocollen tussen 1490 en 1501. Na 1501 woont Henrick met Ewe Ewsum op Huize de Leemcuyl. Het verhaal gaat dat Henrick zijn vrouw Ewe Ewsum vanuit het hoge noorden heeft 'ontvoerd' en haar meegenomen heeft naar 'het Kleefsche Land', zeer tegen de zin van haar familie, die behoren tot het 'meest aanzienlijke Ommerlander geslacht' en die een betere partij voor Ewe wensen dan een 'huisman' uit het Kleefsche Land. In latere jaren zijn twee kinderen van Henrick en Ewe naar het noorden vertrokken en zijn daar gebleven. Tijdens hun huwelijk zijn er heel wat strubbelingen geweest bij de familie Ewsum over het erfenisdeel van Ewe. Haar broers willen haar niet uitbetalen. Een broer van Ewe, Abeke, heeft op zijn sterfbed zijn broers verzocht om Ewe het haar toekomende uit te keren opdat hij zijn zielerust zal krijgen. Zelfs dat helpt niet, evenals een brief van de Graaf van Buren, een scheidsrechterlijke uitspraak en evenmin een uitspraak van Graaf Edward in 1511. Maar door tussenkomst van familie en vele procedures later (Henrick laat het er niet bij zitten) is er toch uiteindelijk een overeenkomst gesloten. Een leuk detail is het gekissebis over geld. Op een gegeven moment gaat Henrick aan de familie Ewsum 300 goudguldens vragen omdat Claes (waarschijnlijk moet dit zijn Franciscus), zijn zoon, een nieuwe uitrusting nodig heeft voor het leger daar hij blijkbaar kans heeft op promotie (bron: Genealogie Kloek). Onno van Ewsum is de jongere broer van de genoemde Ewe Ewesma.

5. De ouders van Theda van Reide zijn onbekend, diverse genealogieën noemen wel ouders, maar er zijn tot dusver geen aktes of andere officiële documenten gevonden die dit bevestigen (6). In de akte van 28 april 1444 wordt Abeke(n) als 'wijlen' vermeldt. Als het jaartal van die akte juist is, dan kan hij niet aanwezig zijn geweest bij de scheidingsakte van 19 juni 1445. Dit blijft dus alsnog een vraagteken.

 

Een aantal bronnen zijn in de tekst verwerkt.


Deze pagina maakt deel uit van www.nazatendevries.nl.
Aan bovenstaande tekst is de uiterste zorgvuldigheid besteed. Desondanks kunnen er best fouten voorkomen.
Constateer je fouten en/of heb je vragen, correcties, aanvullingen...geef die dan aan mij door via mijn E-mail adres.
Laat ook eens een bericht achter in het Gastenboek.

Hoogeveen, 21 juli 2017.

Tekst: © Cor Enter.
Samenstelling: © Harm Hillinga
.

Menu Artikelen.
Terug naar de HomePage.
Top