De Fromaborg door J. St. (Stellingwerf, 1724-1756). Geslacht Aldringa. Uit de collectie van Groninger Archieven. Bron: Groninger Archieven, Beeldbank Groningen.
Volgens Abel Eppens (1534-ca1590)[1] zou Ballo Froma zich in 1534 of 1535 te Wirdum in Fivelingo hebben gevestigd en daar een woning hebben getimmerd. Een fragment van hardsteen, afkomstig van de borg, draagt het jaartal 1548. Dat zou dan het stichtingsjaar kunnen zijn.
Uit de klauwboeken[2] is af te leiden, dat de woning gebouwd is op Eb(b)ekemaheerd of Ewkema, een van de zeven edele heerden in de westerklauw van Wirdum. Ballo Froma heeft namelijk in 1536 voor deze heerd het redgerrecht van Loppersum en Wirdum bediend en wanneer deze heerd na 84 jaar, dus in 1620, weer aan de beurt is, valt het recht op de borg.

Afb. boven: Grafsteen van Ballo Froma in de kerk van Wirdum. Vervaardiger Pastoor, W.F., 1910-1925. Uit eigen verzameling.
Ballo Froma, ook bekend als voogd van Abel Eppens, is in 1576 op 63-jarige leeftijd overleden en in Wirdum in de kerk begraven, waar zijn grafsteen nog aanwezig is (1973)).
Beschrijving van de grafsteen in de kerk van Wirdum
Opschrift:
A° 1576, DEN 29 AUGUSTI, STORF DEN EDELVESTEN UNDE ERB. BALLO FROMA, THO WIRDUM, SLOCHT[E]R[EN], TEN BUER, OP DE MIDDELRUGEWART HOEVELINCK.
Wapens, waarbij: FROMA 1570: Rechts: Froma, doch I en II verwisseld. Links: Een naar boven gewende wassenaar, vergezeld van drie rozen. Helmteken: Froma.
Kwartieren: I Aikema. II een grote lelie, vergezeld rechtsboven en linksbeneden van een sterretje [Uilersma?]. III een omgewende halve leeuw. IV een adelaar met borstschild, misschien beladen met drie sterren.
N.B. Afgebeeld: Maandblad Groningen, 1925, blz. 83; hier niet alle afkortingsstreepjes boven tekst met vaseline zwart gemaakt. GDW, blz. 138, nr. [492]: hier wordt het wapen Aikema ten onrechte geïdentificeerd als Froma[3].
Zijn zoon Ballo is de zaak van de Opstand toegedaan, hij sterft in ballingschap in Oost-Friesland. Terzelfder tijd komt ook zijn broer Jacob Froma voor als hoofdeling[4], redger[5] en lankrechter[6] te Wirdum, bijvoorbeeld in 1578. Ook hij gaat in ballingschap[7], maar keert in 1594 terug.

Fromaborg, Loppersum, sectie A 2, no. 371).
1. Borgstee met woning. 2. Oude oprijlaan. 3. Kerk van Wirdum. 4. Boerderij Ter Borg. 5. Steenhuisheerd, thans afgebroken (1973) en westelijker herbouwd. 6. Weg naar Loppersum. 7. Weg naar Eenum en Damsterdiep.
Bron:
dr. J.W Formsma e.a. “Ommelander Borgen en Steenhuizen", Assen 1973.
De situatie na 1594 is niet duidelijk. In 1621 vindt een scheiding plaats van de goederen nagelaten door Ballo Froma, heer van Wirdum, en Griete Wridzers. Een van de drie kinderen is HiIle Froma, getrouwd in 1599 met Geert Gruys. Deze komt reeds in 1609 voor als hoofdeling te Wirdum, Slochteren en Kolham. Zowel hij als zijn vrouw zijn vóór 1621 gestorven. Een van hun kinderen, Hillebrand Gruys (ca. 1603-1676) woont in 1636 op het ‘huis’ te Wirdum. Hoewel hij driemaal getrouwd geweest is en bij alle drie vrouwen kinderen heeft gekregen, zijn deze waarschijnlijk vóór hem en kinderloos gestorven.
Geert Gruys (zie ook de aantekeningen onderaan dit artikel), die in 1677 en omstreeks 1690 „tot Wirdum" voorkomt, is waarschijnlijk een zoon van Hilbrant Gruys van Lellens (1575-1671)[8]. Deze Geert sterft in 1694.
Vervolgens komt Hillebrand Jacob, een zoon van Jacob, een broer van Geert Gruys, voor als hoofdeling te Loppersum, Wirdum en Eestrum. Hij woont op de borg Froma. Hij sterft in 1736.
Zie ook de foto met onderschrift aan het einde van deze pagina.
Al voor zijn dood, in 1724 schijnt Wigbold Aldringa (1665-1743), zoon van Berent Aldringa (ca1635-voor 1710) en Roelina de Sigers (1642-vóór 1722) eigenaar van borg Froma te zijn geworden, op welke wijze is niet bekend. Wigbold Aldringa is gehuwd geweest met Helena Canter (1693-1763) In de kerk van Wirdum vindt men nog hun wapens.
Als heer van Wirdum wordt daarna zijn zoon Berend Aldringa (1715-1764) getrouwd met Roelina de Sighers genoemd. In 1751 behoort hij tot de plechtige deputatie naar Den Haag om de gouvernante te condoleren met de dood van haar man Willem IV. Van hem bevindt zich een portret op vierjarige leeftijd in het Museum te Groningen.
Na zijn dood vestigt zich zijn broer Wigbold Gerhard Aldringa (1731-1794), heer van Rusthoven, op Froma. In 1791 laat hij het huis publiek verkopen. Het wordt dan omschreven als een ‘logabele’(?), sterk doortimmerde herenbehuizing met acht boven- en benedenkamers, grote kookkeuken en zomerkeuken, knechtenkamer, ruime kelder, melkkamer en karnhuis, twee schathuizen, waarin stallingen voor paarden en beesten, spatieuse (ruim) en wel aangelegde hoven en keukentuinen, singels, lanen, grachten, vijver, bomen en plantages tezamen in omtrek groot ongeveer vijf grazen, alsmede de gestoelten, grafkelder en graven op het koor in de kerk te Wirdum, met bijbehorende landerijen en rechten.
Koper wordt mr. Rudolf Pabus Cleveringa (1763-1818), burgemeester van Appingedam, die het als buitenverblijf bewoond zal hebben. Hij is getrouwd met Cornelia Ebels (1771-1826).
Na haar dood komt bij erfscheiding van 1827 Fromaborg aan Rudolf Ebels Cleveringa (1790-1856), ‘med. Doctor’[9] te Appingedam. In 1860 wordt de borg door zijn erfgenamen verkocht aan mr. Albertus Muntinga Cleveringa, advocaat en notaris te Appingedam. Deze verkoopt op zijn beurt in 1866 het huis met omgeving aan de tuinder Jan Jans Bouwsema. Het bouwvallig geworden huis wordt nu verkleind en vertimmerd tot een boerenwoning.

Uit: Atlas_Schoemaker tussen 1710 en 1735. Afbeeldingen van Nederlandse steden en dorpen in de 18e eeuw.

Foto: 'Het witte huis' dat op het ogenblik (1973) nog hoog op het borgterrein staat, (op dat moment nog een tuinderij), is nog een gedeelte van de borg.
Het voorhuis heeft dikke muren van kloostersteen. Een eikenhouten paneeldeur met enig beeldhouwwerk draagt het jaartal 1633. Voor de voordeur ligt een stuk zandsteen met het sterk versleten wapen van Froma. De brede gracht aan de zuidkant is gedempt, maar nog wel te herkennen (1973). Ook de oprijlaan is nog duidelijk zichtbaar, evenals een stenen voetpad naar het dorp (1973).
Foto: 11 december 1995. Thans afgebroken. Foto: A.J. van der Wal, Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed.

Foto: 11 december 1995. Thans afgebroken. Bron: A.J. van der Wal, Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed.
Aantekeningen: het geslacht Gruys
Geert Gruys, geboren ca. 1565, verkrijgt het giltrecht in 1588, gezworene 1594 en 1595, overleden vóór 1620, trouwt in 1599 (proclamatie Groningen 2 juni) Hille Froma, overleden ca. 1620,
Ballo en Griete Writzers.
Aantekeningen: Rengers van Naerssen: 1621. Scheiding van goederen, nagelaten door Ballo Foma, Heer van Wirdum, en Griete Writzers.
Hierin komen voor hun dochters:
a. Hille Froma, gehuwd met Geert Gruys, beiden overleden vóór de scheiding, doch kinderen nalatende, die gerepresenteerd worden door Berent Gruys, burgemeester voormond, Hayco Froma op de Ruiten en Claes Writzers vooghdeu.
b. Anna Froma vrouw van Johan van Brunchorst und Batenborch.
Uit dit huwelijk:
1. Hillebrant, volgt IV.
2. Anna Gruys, overleden 1 sept. 1619. 3. Lea Gruys, overleden vóór 21 juni 1658, trouwt
1e te Groningen 13 juli 1628 (proclamatie 12 juni) jonker Willem van Berum de jongere, overleden vóór 1635: trouwt
2e Wirdum 4 jan. 1635 jonker Siger de Sighers van Sappema, student te Groningen 23 mei 1623, gezworene, raadsheer, overleden aldaar 29 december 1657, zoon van Berend en Roelina Praedinius.
IV. Hillebrand Gruys, op Fromaborg, jonker en hoofdeling in Wirdum, Loppersum, ten Buir enz., student te Groningen 1 september 1620, te Orleans juni-aug. 1624, verkrijgt bij scheiding in 1621 de Fromaborg toegewezen, lidmaat te Groningen in 1626, lid Prov. Rekenkamer 1630-1632, lid Raad van State 1636, ‘37, ‘40, ‘41, ‘44, gecommitteerde in de Admiraliteit te Dokkum 1638 en ‘39, lid Hoofdmannenkamer 1645-1674, medeschepper van de Drie Delfzijlen, overleden na 13 nov. 1676, trouwt:
1e Oede Froma, overleden vóór 1628;
2e trouwt Groningen 25 mei 1628 (proclamatie 3 mei, huwelijkscontract 28 april) met Elteke Aldringa (1606-ca 1645), geboren te Groningen 23 sept. 1606, overleden vóór 1645, dochter van Habbo en Anna van Isselmuden; trouwt
3e in 1645 (huwelijkscontract 25 oktober) Elteke Gruys (1618-1665), geboren Groningen 1618, overleden Wirdum in 1665, dochter van Pompeius Gruys en Catharina Wifringhe.
Rechterl. arch. IIIx55, fol. 223: Verkoop van een huis in de Jacobijnerstraat n.z. door Hilbrant Gruys ‘t Wirdum, Loppersum, Ten Buir etc. jonker en de hoveling, medeschepper van de Drie Delfzijlen aan jonker Wolter van Sighers, 13 nov. 1676.
R.a. IIb28, fol . 185v. Hilbrandt Gruis gedaagd hebbend Wilhelm Verrutius, gedeputeerde, voor een provinciale scheiding van landen en goederen, welke zijn minderjarige kinderen bij juffrouw Oede Froma ‘geprocreert’, wegens de moeder toekomen 25 juli 1629.
Coll. van Iddekinge. Huwelijkscontract 28 april 1628 tussen Hillebrandt Gruys tho Wirdum (hoveling en jonker te Wirdum en Lopperum) en Elteke Aldringa.
Dedingslieden bruidegomszijde: Lea Gruys, jonker Johan van Bronchorst und Batenborch, jonker Pompeus Gruys monstercommissaris, jonker Hildebrandt Gruys tho Lellens; aan bruidszijde: Anna van Isselmuden, weduwe Aldringa, moeder, jonker Wigbold Aldringa, jonker Ernst van Isselmuden capitain, jonker Albert van Isselmuden, capitain, en jonker Mello Broersma, ‘ontv. -gen’.
Lidmatenboek Wirdum, 7 nov. 1669 worden door de nieuwe predikant als lidmaten aangetroffen: jonker Hilbrand Gruis, jonker Habbo Gruis, jonker Gerard Gruis, jonker Rudolph Gruis, Juffer Elteke Gruis.
Als nieuwe lidmaten worden ingeschreven 18 maart 1670 juffrouw Elteke Catharina Gruis, Evert Entens en 12 dorpelingen.
Uit het eerste huwelijk:
Kinderen, nog in leven op 25 juli 1629 niet bij name bekend en waarschijnlijk jong overleden.
Uit het tweede huwelijk:
1. Geert Gruys, jong overleden.
2. Habbo Gruys, geboren in 1635, ingeschreven als student te Groningen 6 september 1654, als lidmaat te Wirdum voorkomende 7 november 1669.
3. Gerard Gruys, lidmaat te Wirdum 7 nov. 1669.
Aantekeningen Rengers van Naerssen:
Scheiding nalatenschap van Anna van Isselmunden enz. 26 april 1664 tussen:
a. Burgemeester Allard Aldringa.
b. Habbo, Berend en Bauwelia Aldringa, broeders en zuster.
c. Herman Gruys voor zijn zoon Wigbold.
d. Habbo en Geert Gruys van de goederen van hun moeder en grootmoeder Anna van Isselmuden, med. Aldringa, en van hun zuster en tante Ebella Aldringa.
Uit het derde huwelijk:
4. Roelff Gruys, gedeputeerde van Groningen 27 sept. 1646, ingeschreven als student aldaar 22 aug. 1663, verkrijgt het kleinburgerrecht in 1669 en het grootburgerrecht in 1670, overleden in 1673 of 1674.
5. Elteke Catharina Gruys, als Elteke Trijne, gedeputeerde van Groningen 22 febr. 1652, als lidmaat te Wirdum aangenomen 18 maart 1670, overleden in 1673 of 1674.
6. Pompeius Gruys, gedeputeerde van. Groningen 16 juli 1654, jong overleden.
Statenarch. 1.02 (oude nummering) Rek. ontvangen 1672, fol. 362, lijfrenten ‘genegotieert’ 1666.
De heer hoofdman Hilbrant Gruys tot Wirdum en zijn huisvrouw Elteke Gruys hebben jaarlijks te beuren de lijfrente op haar twee kinderen belecht.
1. Roeleff Gruys, oud 26 jaar.
2. Elteke Gruys, oud 22 jaar.
Op de rek. 1675, fol. 389 staat: betaalt ,,nihil” en op rek. 1674, fol. 370 staat bij beide: “obiit”.
De Fromaborg is overgegaan op de familie Aldringa, maar de wijze waarop is niet duidelijk, hoewel er talrijke familiebanden zijn geweest. Het is lastig, dat het rechterlijk archief van Fivelingo pas in het midden van de 18de eeuw begint, zodat zekerheid niet te verkrijgen is.
Zowel door Feith in de ,,Ommelander borgen” als door Jb. Vinhuizen in zijn artikel over de Fromaborg in het tijdschrift Groningen van 1925, worden mogelijkheden aangegeven, maar beide kunnen niet juist zijn, wanneer men de genealogieën Aldringa (Ned. Leeuw 1938 , de Sighers (Ned. Leeuw 1957) en nu Gruys vergelijkt.
Het is mogelijk, dat Gerard Gruys erfschepper van de Drie Delfzijlen is geweest, die als Geert Gruys in 1684 genoemd wordt, maar hij moet dan toch geruime tijd vóór de dood van Geert Gruys van Lellens in 1694, overleden zijn, want deze heeft volgens het ‘programma funebre’ zorg voor het Generale zijlvest. Zelf meen ik, dat Gerard en zijn broer Habbo vóór hun vader Hillebrand Gruys van Wirdum gestorven zijn en dat Geert Gruys van Lellens bedoeld is. Na de dood van Hillebrand na 1676 zou dan de borg gekomen zijn aan Helena de Sighers, dochter van zijn zuster Lea Gruys, die gehuwd is geweest met Siger de Sighers. Zij wordt in datzelfde ‘progr. fun.’ van haar echtgenoot genoemd ,,filia hereditaria van Wirdum” en overlijdt na 1 maart 1700.
Niet na te gaan is, negens het ontbreken van overlijdensregisters, of zij misschien nog tot 1724 geleefd heeft en 73 jaar geworden is, want dan zou het niet vreemd zijn, daar zij kinderloos is geweest, dat haar erfenis toekomt aan Wigbold Aldringa, de oudste zoon van haar zuster Rolina de Sighers.
Misschien zou nog uit het kerkelijk archief een en ander kunnen blijken.
In het Register van Feith 1593 nr. 10 komt een request (aanvraag) voor van burgemeester en raad van Groningen van hopman Wilbrand Gruys om beloning voor zijn verdiensten, die wel tot het geslacht zal behoren, maar zijn plaats in de genealogie weet ik niet aan te wijzen evenmin als voor Johan Lulofs Gruis, die in 1618 het kleinburgerrecht verwerft.

De aantekeningen zijn afkomstig uit:
“De Nederlandsche Leeuw. Maandblad van het Koninklijk Nederlandsch Genootschap voor Geslacht- en Wapenkunde”, 1961, 75 ste jaargang.
Deel artikel: “Bijdragen tot genealogieën van oude adellijke geslachten in Stad en Lande”, door mr. H.L. Hommes.
Bronnen:
- De tekst is gedeeltelijk overgenomen uit dr. J.W Formsma e.a. “Ommelander Borgen en Steenhuizen, Assen 1973. De tekst is geheel tekstueel herzien en aangevuld met noten en aantekeningen.
- Jb. Vinhuizen, Fromaborg te Groningen 1925 blz. 81-88.
- Pathuis/Alma, Groninger Gedenkwaardigheden.
- Aantekeningen uit: “De Nederlandsche Leeuw. Maandblad van het Koninklijk Nederlandsch Genootschap voor Geslacht- en Wapenkunde”, 1961, 75 ste jaargang. Deel artikel “Bijdragen tot genealogieën van oude adellijke geslachten in Stad en Lande”, door mr. H.L. Hommes.
- Zie ook bij de noten.
Noten:
1 Hij schrijft tijdens zijn ballingschap in Emden De kroniek van Abel Eppens tho Equart. Zijn kroniek is van belang voor de geschiedschrijving van Groningen en Oost-Friesland omdat het een ooggetuigenverslag is van een Ommelander boer van de gebeurtenissen uit zijn tijd. De kroniek berust in het Groninger Archief te Groningen. Het is niet duidelijk wanneer Eppens precies is overleden. Zijn kroniek eindigt plotseling in 1589. In een brief uit 1590 wordt hij aangeduid als "Abel Eppens saliger".
2 Een klauwboek is in de provincie Groningen een officieel register van die boerderijen en huizen binnen de kluften (ook klauwen of clauwen) waarvan de eigenaar gerechtigd is om als redger of rechter op te treden. Oorspronkelijk gaat het rechterschap rond tussen alle inwoners die aan bepaalde criteria voldoen. De rechten zijn omgaand. De wijze waarop het recht omgaat is vastgelegd in zogenaamde klauwboeken. De boerderijen die in het klauwboek zijn opgenomen zijn de zogenaamde edele heerden.
3 Pathuis/Alma, Groninger Gedenkwaardigheden.
4 Een hoofdeling (meervoud: hoofdelingen) is oorspronkelijk een gekozen leider bij de Germaanse volken. Hoofdeling is geen adellijke titel, maar betekent "belangrijk persoon". In de loop van de geschiedenis worden hoofdelingen invloedrijke personen en families die veel land bezitten en bestuurlijke en juridische macht uitoefenen.
5 Een redger is een plaatselijke bestuurder in de provincie Groningen geweest, met name in Hunsingo en Fivelgo, die tot 1795 als plattelandsrechter en notaris optreedt. Het woord is afgeleid van het Oudfriese rêdjeva, rêdgeva of rêdia, dat 'raadgever' (latijn: consul) betekent. In de middeleeuwen vormen de redgers gezamenlijk het landsbestuur; hun functie is dan ook vergelijkbaar met de raadsleden of vroedschappen in de steden. In het Westerkwartier spreekt men over grietmannen.
6 De "lankrechter" of redger is in deze regio vaak een vertegenwoordiger van de lokale adel of een geaarde boer (clauwgerechtigde).
7 In 1578 vinden er als gevolg van de Tachtigjarige Oorlog en de opkomst van het calvinisme diverse ballingschappen plaats in de Nederlanden: De gebeurtenissen in 1578 kenmerken zich door een sterke religieuze en politieke kentering, waarbij katholieken uit machtsposities worden verdreven en uitwijken naar gebieden die nog onder Spaans gezag staan.
8 Hij is in 1611 gehuwd met Willemina Alberda (geb. 1580) en in een tweede huwelijk met Geertrui Horenken (1610-1670). Uit het laatste huwelijk drie kinderen: Jacob Gruijs (geb. 1644), (Zie afb. hieronder)), Berend Gruijs (heer van Lellens) (1646-1724) en Sibille Gruijs, geb. 1650).
9 Een Medical Doctor (MD), of arts, is een medisch professional die is opgeleid en bevoegd om ziekten te diagnosticeren en behandelen via conventionele methoden zoals medicatie en chirurgie.
Aanvulling: Hillebrand Jacob Gruijs

Jacob Gruijs, zoon van Geert Gruys. Bron: Groninger Museum.
Bij de foto: Hillebrand Jacob Gruijs 1672-1736) (bewoner van de Fromaborg) geschilderd door Hermanus Collnius. Hij is de zoon van Jacob Gruys en Swane Allegonda van de Merwede. Hij trouwt in 1696 met Anna Elisabeth Ripperda.
Hij is militair geweest in het Staatse leger en 'ontvanger der convooien en licenties der collaterale successie'. Hij woont op de borg Froma bij Wirdum als hoofdeling te Loppersum, Wirdum en Eestrum. De voorgestelde is gekleed in harnas.
Nauwelijks op de afbeelding te zien: Zijn rechterhand rust op de metalen handschoenen die op de tafel aan zijn rechterzijde liggen. Op de tafel staat ook de gepluimde helm. Zijn gebogen linkerarm steunt op zijn heup. Hij draagt een kanten bef en een allongepruik. De geborduurde rand van zijn kamizool is te zien onder de beenplaten.
Rechts is zicht op een landschap met schietende mannen te paard; een vluchtende man komt naar voren gesneld. Links wordt het beeldvlak afgesloten door een rotswand. Bron: Tekst en beeld: Groninger Museum.

|