De geschiedenis van Delfzijl


Ontstaan

Delfzijl is ontstaan aan de monding van het Damsterdiep, een gegraven waterweg die vroeger de Delf heeft geheten. Op de plaats waar de Delf in de Eems heeft uitgemond liggen al vanaf het eind van de 12e eeuw drie zijlen (uitwateringssluizen). De oudste vermelding van de plaats dateert van 1303. Het enkele kilometers stroomopwaarts gelegen Appingedam heeft zich in de 13e eeuw tot de centrale markt voor de producten uit Fivelingo en andere delen van het oosten van Groningen ontwikkeld. Ook is Appingedam in deze periode een belangrijke schakel in de handel met Oost-Friesland. Langzamerhand ontstaat echter ook bij de zijlen aan de Eemsmond bebouwing en vestigen zich daar neringdoenden. Dit vormt de basis voor het ontstaan van Delfzijl, een stad die pas in 1825 stadsrechten heeft gekregen, die zich in de loop der eeuwen tot een voor het Noorden belangrijke havenstad ontwikkelt en Appingedam in belang zal overvleugelen.
Beheersing van de sluizen in het Damsterdiep is door de eeuwen heen van groot belang. Door deze te openen of sluiten kan de waterstand in het achterland worden geregeld en kan dit desgewenst onder water worden gezet. Ook bieden zij de mogelijkheid de scheepvaart vanuit het achterland naar de Eems af te snijden.


Blokhuis


Nabij deze sluizen zijn herhaaldelijk versterkingen aangelegd. In de 15e en in het eerste deel van de 16e eeuw gebeurt dat met blokhuizen, in de daarop volgende eeuwen met verschansingen. Om verschillende redenen worden deze versterkingen regelmatig afgebroken en vervolgens weer herbouwd. De eerste vermelding van een versterking dateert uit 1415.


Het gemaal 'De Drie Delfzijlen' ligt nu op de plaats van de drie oude sluizen. Bron/licentie: Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported license. Foto: 2008.
De Drie Delfzijlen is het grote boezemgemaal in het Damsterdiep. De naam van het gemaal verwijst naar de oorspronkelijke drie zijlen (het Dorpsterzijl, het Slochterzijl en het Scharmerzijl) waarnaar ook het zijlvest (het Generale Zijlvest der Drie Delfzijlen) is genoemd. Het boezemgemaal slaat overtollig water uit van de achterliggende Fivelingo-boezem. Het boezemgebied Fivelingo is 16.200 ha groot. Het water gaat via De Drie Delfzijlen de Zeehaven in en stroomt verder naar de Eemsmonding. Voor het aanvoerkanaal, het Damsterdiep, geldt een streefpeil van Normaal Amsterdams Peil (NAP) –1,33 m. In het vaarseizoen wordt voor de recreatievaart de waterstand met ongeveer 10 centimeter verhoogd. Overtollig boezemwater wordt zo veel mogelijk onder vrij verval geloosd via de spuikokers. Dit kan alleen als de waterstand op zee voldoende laag is. Bij een te hoge waterstand worden één of meer van de drie schroefpompen van het gemaal aan gezet. Het gemaal heeft een capaciteit van 1500 m³/min.

De naam Delfzijl wordt voor het eerst genoemd in een oorkonde uit 19 juni 1303 [1]. Oorspronkelijk hebben er drie zijlen (sluizen) in de Delf gelegen. Deze zijn Slochter-, Scharmer- en Dorpsterzijl genaamd. Men spreekt dus ook wel van ‘de drie Delfzijlen’. De drie sluizen vallen destijds onder het ‘Generale Zijlvest der Drie Delfzijlen’. Bij deze sluizen ontstaat al snel bewoning als er een sluiswachter aangesteld wordt. Dit is het begin van het ontstaan van het huidige Delfzijl.


De drie sluizen in de Delf vormen eerder een belangrijk strategisch punt. Ze zijn niet alleen gebruikt om het binnenwater te lozen op zee, maar kunnen ook gebruikt worden om het zeewater over het land te laten stromen. Bovendien kan vanuit Delfzijl een belangrijke handelsroute van de stad Groningen gecontroleerd worden. Tevens wordt in het verleden het scheepvaartverkeer op de Eems gecontroleerd en kan zo de scheepvaart voor de haven van Emden gehinderd worden. De haven van de stad vormt ook een invalsbasis voor een grote troepenmacht vanuit zee. Omstreeks 1414 bouwt de Oost-Friese krijgsheer Keno tom Brok een versterkt huis te Delfzijl, dat vermoedelijk het volgende jaar weer is afgebroken [2]. In 1499 wordt door de Graaf van Oost-Friesland, in die tijd een bondgenoot van de Saksen, een blokhuis gebouwd te Delfzijl [2]. In 1514 wordt de onvoltooide schans van Delfzijl met Oldenburgse troepen veroverd door hertog George van Saksen. Hij wordt echter hetzelfde jaar weer verjaagd door Otto van Diepholt, die het herovert voor graaf Edzard I [3].


De steen die aangeeft waar eens de Scharmer- en Slochtertzijl hebben gelegen. Foto: 2008.

Bron/Licentie: This file is licensed under the Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported license.

In de middeleeuwen staan er in de omgeving van Delfzijl verscheidene borgen, met name bij Uitwierde. In 1501 weten de Groningers het te veroveren, maar nog datzelfde jaar herovert de graaf het weer.

Een aantal jaren daarna komt het wederom tot strijd rond het blokhuis. In 1506 heeft graaf Edzard van Oost-Friesland zich verzoend met de stad Groningen. Eerst blijft het een tijdlang rustig, maar in 1514 brengt Georg van Saksen een leger op de been, bezet een groot deel van de Ommelanden en verovert het blokhuis Delfzijl. Het blokhuis wordt daarop geslecht, maar kort daarna weer opgebouwd. Enige tijd daarna weet graaf Edzard het weer in handen te krijgen en bemoeilijkt daarmee de toevoer naar de Saksische troepen.
Twee jaar later trekt hij zijn troepen uit het blokhuis terug om kosten te besparen. De proost van Farmsum, Bole Ripperda, laat het daarop slechten.

De schans


Afbeelding 1.2. Delfzijl en omgeving op de kaart van Robles uit 1572.

Plannen om meer aan de eisen van de tijd aangepaste versterkingen aan te leggen dateren van het begin van de Tachtigjarige Oorlog. Na de slag bij Heiligerlee in mei 1568 wil de hertog van Alva in het Noorden een grote, nieuwe en sterke vesting aanleggen. Als plaats daarvoor kiest hij het strategisch gunstig gelegen Delfzijl. De nieuwe vestingstad zal Marburg gaan heten. De stad Groningen, die vreest daardoor een concurrent te krijgen, verzet zich echter met succes tegen dit plan. Uiteindelijk wordt besloten slechts een kleine, rechthoekige schans aan te leggen. In het najaar van 1569 wordt daar een begin mee gemaakt. Enkele jaren later, in 1572, wordt de schans in opdracht van Robles versterkt (afb. 1.2).


In 1577 wordt besloten de schans te slechten. Vermoedelijk is dit slechts gedeeltelijk gebeurd, want in de jaren daarna wordt regelmatig door afgevaardigden van de stad met de stadhouder over de voortgang van de daarvoor benodigde werkzaamheden onderhandeld.


In 1580 wordt de schans door Rennenberg, die kort daarvoor naar de Spaanse partij is overgegaan, belegerd en ingenomen. De schans blijft daarna geruime tijd in Spaanse handen. In 1589 wordt de schans versterkt.


Afbeelding 1.3. Delfzijl op een kaart van Joan Blaeu uit 1649, met de onderzoekslocatie van ARC (zie onder) binnen de rode stip.

In 1591, enkele jaren voor de reductie van Groningen, wordt hij door Staatse legers veroverd. De vestingwerken worden vervolgens aanzienlijk uitgebreid (afb. 1.3).

In 1672, het rampjaar, blijft Delfzijl in Groningse handen. Vanwege de dreiging van een aanval door Bernard van Galen, de bisschop van Munster, die met zijn leger het noorden is binnengevallen en de stad Groningen belegert, wordt de bezetting van Delfzijl in de hoogste staat van paraatheid gebracht. De troepen uit de Nieuwe- en de Oudeschans worden teruggetrokken en in Delfzijl geconcentreerd.

Door de sluizen bij vloed te openen en bij eb te sluiten wordt het omliggende land onder water gezet. Tot een aanval komt het echter niet.

Tot aan de ontmanteling omstreeks 1875 blijven de

Afbeelding 1.4. Delfzijl rond 1800, met de onderzoekslocatie van ARC (zie onder) binnen de rode stip.

vestingwerken vervolgens in grote lijnen bestaan. Wel zijn er periodes waarin de werken in verval raken. Bij een inspectie in 1740 blijkt de toestand van het hoofdwerk zeer slecht te zijn en zijn de borstweringen en de walgangen sterk verzakt. Dat is ook met het hoornwerk Kostverloren het geval. In 1753 en 1773 blijkt de toestand van de vesting nog steeds deplorabel te zijn. Toch blijft de vesting in perioden van dreiging, zoals tijdens de Vierde Engelse oorlog, van belang en worden er extra troepen in gelegerd.

In de beginjaren van de Bataafse Republiek zullen de vestingwerken zijn hersteld, want bij een inspectie door directeur-generaal Van Hooff blijkt de vesting in 1798 in ‘complete staat van defensie’ te zijn (afb. 1.4). Later in de Franse Tijd wordt de vesting door de Fransen, die groot belang aan Delfzijl als oorlogshaven hechten, nog verder versterkt. In 1811 worden de vestingwerken door de Fransen versterkt.


Vesting en haven


Op 25 juli 1568 bezoekt Alva Delfzijl, na de Zeeslag op de Eems. Hij ziet de strategische betekenis en maakt plannen om er een grote vesting van te maken samen met Farmsum onder de naam 'Marsburg'. Oorspronkelijk is het zijn bedoeling om een vesting te maken waartoe Delfzijl, Farmsum en Appingedam zullen behoren. Dit is zeer tegen de zin van de stad Groningen en is door herhaaldelijk aandringen daarvan niet doorgegaan. Op bevel van de graaf van Rennenberg worden de verdedigingswerken zelfs ontmanteld. Dezelfde Rennenberg geeft enige tijd later echter opdracht aan Johan van den Kornput om ontwerpen te maken voor de versterking van Delfzijl. Dit plan wordt niet direct uitgevoerd. Er wordt in 1580 eerst een schans met vier bolwerken, omgeven door een gracht, aangelegd door Berthold Entens van Mentheda, de zogenoemde 'Oude Schans'. Deze wordt bij het beleg van Delfzijl in 1580 door de Spanjaarden ingenomen. In 1591 wordt de schans heroverd bij de inname van Delfzijl door Prins Maurits. Hij zorgt voor versterking van de schans en zo kan het plan van Van den Kornput alsnog uitgevoerd worden. De bestaande vesting van Delfzijl wordt omringd door een nieuwe vesting met aan landzijde zeven bolwerken, omringd door een brede gracht. Aan zeezijde wordt een brede muur aangelegd met de Grote Waterpoort (die in 1833 werd vernieuwd). In 1594 wordt door een legereenheid van 1000 man onder leiding van Francisco Verdugo tevergeefs een poging gedaan de vesting Delfzijl weer in te nemen. In 1696 wordt de vesting door Menno van Coehoorn versterkt. Binnen de vesting liggen de huizen aan een paar hoofdstraten (Landstraat en Waterstraat) met enkele dwarsstraten (zoals de Marktstraat) en ten noorden daarvan het oefenterrein De Vennen voor de garnizoenssoldaten. De garnizoenskerk van Delfzijl wordt in 1614 gebouwd op het eilandje Conijnenbergh binnen de vesting, maar buiten de oude vesting.


Rond 1400 is er reeds sprake van een primitief havenbedrijf bij Delfzijl voor het overladen van zeeschepen op kleinere binnenschepen. De haven van Delfzijl wordt vanaf de 16e eeuw in verschillende maritieme geschriften vermeld. Delfzijl vormt dan een belangrijke uitwijkhaven voor de Nederlanden, wanneer de havens van Holland en Zeeland wegens oorlogsomstandigheden onveilig zijn. In 1591 bezoekt prins Prins Maurits de haven met een vloot van 150 schepen. Enige decennia later bezoekt Piet Hein met de ‘Zilvervloot’ Delfzijl. Tijdens de Tweede Engels-Nederlandse Oorlog in 1665 komt Michiel de Ruyter met de West-Indische vloot en dertig door hem buitgemaakte schepen de haven van Delfzijl binnen. In 1705 wijkt de Groenlandvloot met 96 schepen en een buit van 1100 walvissen uit naar Delfzijl uit angst voor een Franse oorlogsvloot.

 

De Waterpoort in Delfzijl in de huidige toestand. Bron/licentie: Wikimedia Commons.

 


Delfzijl is altijd al kwetsbaar geweest voor het water


Door de ligging aan het water was en is Delfzijl kwetsbaar voor overstromingen. In 1597, 1686, 1717 (de Kerstvloed) en 1825 komen er overstromingen en dijkdoorbraken voor. Ook in de 21e eeuw moeten herhaaldelijk de coupures in de dijk bij Delfzijl gesloten worden om te voorkomen dat de stad onder water loopt. In de waterpoort aan het eind van de Havenstraat is een gedenkteken aangebracht, dat de hoge waterstand van 1962 markeert. De allerhoogste waterstand wordt in november 2006 gemeten. Door een noordwesterstorm staat het water er dan tijdens hoogtij 4,83 meter boven NAP. Het oude record van 4,50 meter dateert uit 1825.


Franse tijd


In de Franse tijd wordt een Frans garnizoen in Delfzijl gevestigd. In 1799 is er een kazerne gebouwd. In 1811 is Delfzijl aangewezen als nieuwe gemeente. Tot na de verbanning van Napoleon naar Elba blijft de plaats door een Franse troepeneenheid bezet: In 1813 zijn er 1400 Franse soldaten gelegerd. In 1814 slaan Kozakken, Pruisen en de Nederlandse landstorm het Beleg om Delfzijl onder leiding van kolonel Marcus Busch. De belegeraars lijden echter grote verliezen. Pas nadat de Franse bevelhebber in 1814 een officiële brief heeft gekregen dat zijn keizer zich heeft overgegeven, draagt hij de macht over. de Franse uitvallen hebben voor zware verwoestingen gezorgd bij de plaatsen in de omtrek van Delfzijl. Ook Delfzijl zelf loopt zware schade op. De garnizoenskerk moet geheel worden herbouwd.
In 1825 behoort Delfzijl met Winschoten tot de laatste Nederlandse plaatsen waaraan stadsrechten zijn toegekend. Dat heeft nog slechts symbolische waarde, daar deze in de Franse tijd feitelijk al zijn afgeschaft.

Verkoop

Afbeelding 1.5. Het arsenaal in het eerste kwart van de 19e eeuw .

Op afbeelding 1.5, een kadastrale minuut, is de situatie in het eerste kwart van de 19e eeuw weergegeven. Op de noorderbatterij aan de dijk bouwen zij een blokhuis en het hoornwerk Kostverloren wordt door hen uitgebreid. De werken van Delfzijl en het hoornwerk Kostverloren worden in 1874 bij Koninklijk Besluit als vesting opgeheven. De gronden worden in datzelfde jaar ter beschikking gesteld aan de dienst Domeinen voor verkoop. De vestingwerken zijn niet lang daarna geslecht. De noordelijke vestinggracht wordt in 1878 gedempt.


Buiten de vestingwallen


In de tweede helft van de 19e eeuw, als de vesting feitelijk al is ingehaald door de tijd, weet de plaats sterk te groeien ten koste van aartsrivaal Appingedam. In die tijd verrijzen er deels buiten de vesting langs het Damsterdiep molens, scheepstimmerwerven, kalkovens, lijnbanen en steenbakkerijen (zoals steenfabriek Fivelmonde). In de jaren 1850 gaan de ontwikkelingen snel. In 1856 wordt de School voor Nijverheid en Zeevaart (de latere zeevaartschool Abel Tasman) gesticht. In 1857 wordt een deel van het terrein van De Vennen verkocht om er eenvoudige woningen te kunnen bouwen. In 1858 krijgt de Rijksdienst voor het Loodswezen een vestiging in Delfzijl.


In 1875 worden de vestingwallen geslecht en kan begonnen worden met de uitbreiding. In 1876 is het Eemskanaal van Delfzijl naar Groningen gegraven, omdat het Damsterdiep steeds minder geschikt is voor de steeds grotere schepen. Met dit kanaal wordt Delfzijl afgesneden van Farmsum, maar verkrijgt hierdoor wel een belangrijke strategische positie, daar de scheepvaart nu niet meer via de haven van Appingedam, maar via de haven van Delfzijl vaart. Delfzijl weet zelfs gedaan te krijgen dat Appingedam geen gebruik van dit nieuwe kanaal mag maken. Langs het nieuwe kanaal verrijzen meerdere scheepswerven, machinefabrieken, kantoren van cargadoors en bedrijven die zich richten op de scheepsuitrusting. De korenmolen Adam blijft echter in de vesting staan.
In 1880 wordt voor het opvangen van de bevolkingsgroei ook een nieuwe school met 10 klassen gebouwd aan de Singel 52. In 1888 verrijst ernaast aan de Singel 50 een nieuwe synagoge, die in 1931 een expressionistische gevel krijgt.


In 1884 krijgt de stad een eigen spoorverbinding met de stad Groningen (de spoorlijn Groningen - Delfzijl via Sauwerd), die de handel nog verder doet groeien.


In 1888 worden langs de kust van de Eems twee vuurtorens gebouwd, in Watum en in Delfzijl. Ze zien er niet uit als de gangbare vuurtorens, het zijn stevige gebouwen die goed in die tijd passen. Ze zijn 10,5 meter hoog en er is plaats voor 2 gezinnen van de vuurtorenwachters. De beide vuurtorens worden in de Tweede Wereldoorlog vernield. Een vervangende vuurtoren voor Delfzijl (nummer 2), met een rood-wit-groen sectorlicht op 17 meter boven de gemiddelde waterhoogte van de Eems, moet in 1981 wijken voor het uitbreiden van de haven van Delfzijl.


Na 1900 krijgt de haven een verdere impuls doordat het Rijk in 1903 een nieuwe kade laat aanleggen met stoomkranen en de provincie het haventerrein voorziet van goederenloodsen en andere havenvoorzieningen. De haven groet geleidelijk uit tot een internationale overslaghaven voor hout, steenkool, granen en chilisalpeter en een exporthaven voor ijzeraarde en landbouwproducten uit de Groninger Veenkoloniën, zoals aardappelmeel, aardappelen en strokarton. Ook is er een grote vissershaven. Er worden door ondernemers verschillende rederijen (waaronder die van Wagenborg in 1939 van architect Jan Beckering Vinckers aan de Marktstraat 10) en scheepskantoren gevestigd.

 

Steenfabriek Fivelmonde te Delfzijl. In de 19e eeuw behoort de baksteenfabricage tot de meest welvarende bedrijfstakken in het noorden. Aan het begin van de 20e eeuw zijn in de provincie Groningen ca. 80 steenfabrieken in bedrijf, met een sterke concentratie langs het Boterdiep, het Damsterdiep en het Winschoterdiep. Aan het Damsterdiep bij Delfzijl staat de voormalige steenfabriek van de firma Hijlkema. In 1916 kopen Jan en Hijlke Hijlkema het reeds bestaande bedrijf aan het Damsterdiep tussen Delfzijl en Appingedam. Zij moderniseren de fabriek en laten een zigzagoven bouwen, die bestaat uit acht gemetselde compartimenten. Door deze constructie wordt het vuur rondgeleid van de ene kamer naar de andere. Tot de sluiting van het bedrijf in 2006 worden in deze oven bakstenen gefabriceerd. Op het terrein achter de ringoven met de hoge schoorsteen staan houten droogloodsen, waarin de stenen worden opgestapeld om in de buitenlucht te drogen. Op het fabrieksterrein staan diverse oude machines opgesteld, die vroeger bij het productieproces zijn gebruikt. Tot voor kort is in een deel van de fabriek een museum gevestigd geweest over de geschiedenis van de steenfabriek ”Fivelmonde”. De toekomst van dit industriële monument is onzeker, maar dient tegenwoordig als centrum voor culturele-, educatieve en toeristische activiteiten. (Weg naar den Dam 1, Delfzijl. Tel. 0596-624848). Op 11 febr. 2019 lezen we echter op Eemskrant.nl: Delfzijl – Als het aan Progres RE Invest uit Maarheeze ligt wordt de oude steenfabriek aan de Weg naar den Dam gesloopt om plaats te maken voor een Aldi-supermarkt. De vastgoedbezitter eist bij de Raad van State in Den Haag dat de gemeente Delfzijl een sloopvergunning afgeeft voor het pand. Volgens de gemeente kan de voormalige steenfabriek ‘Fivelmonde’ uit 1915 niet worden gesloopt omdat de gebouwen van de steenfabriek onder een sloopverbod van de provincie vallen. Het sloopverbod geldt voor karakteristieke gebouwen die nog niet door de gemeente zijn beschermd in een bestemmingsplan. Volgens de advocaat van Progres heeft de gemeente verzuimd om het gebouw op te nemen in het bestemmingsplan Delfzijl Kern West waarin karakteristieke panden worden beschermd. Omdat de gemeente dit wel had onderzocht en overwogen is het sloopverbod van de provincie volgens advocaat van de projectontwikkelaar niet van toepassing op het bestemmingsplan. De gemeente is er echter van overtuigd dat de projectontwikkelaar ongelijk heeft en liet de steenfabriek door de monumentencommissie aanmerken als ‘karakteristiek’. De Raad van State zal binnen zes weken uitspraak doen in de zaak.'

 

Er komen twee spoorlijnen bij: in 1910 de spoorlijn Zuidbroek - Delfzijl, die verbinding biedt met de Groninger Veenkoloniën, en in 1929 de Woldjerspoorweg naar Groningen via de Woldstreek. Op geen van beide lijnen is het reizigers- en goederenvervoer levensvatbaar, zodat ze in 1934 respectievelijk 1941 weer verdwijnen. De lijn via Sauwerd blijft als lokaalspoorweg bestaan tot op de huidige dag.
Na het slechten van de vestingwallen verrijzen er eerst woningen op De Vennen en op de plekken waar tot daarvoor de kazernes hebben gestaan. Het terrein van de vesting zal in de 20e eeuw uitgroeien tot het winkelgebied van Delfzijl. Nadat de vesting volgebouwd is, wordt in 1913 een eerste uitbreidingsplan gemaakt voor het gebied 'over de gracht' (nu Oud West genoemd) door gemeentearchitect F.A. Pot. Nadat in 1919 de stoomtramlijn van OG naar Winschoten er doorheen wordt geprojecteerd, wordt in 1927 door architect C.C.J. Welleman (de latere burgemeester van Delfzijl) een nieuw uitbreidingsplan gemaakt. Daarbij is in het gebied ten zuidwesten van de stadsgracht, tussen de spoorlijn Groningen-Delfzijl en het Damsterdiep, ruimte gecreëerd voor een nieuwe woonwijk met winkels. Langs de stadsgracht is een plantsoen aangelegd. Daarlangs verrijzen de villa's, terwijl daarachter eenvoudige burgerwoningen verrijzen. Het duurt overigens wel even voordat de mensen 'zo ver buiten de vesting' willen wonen. Na 1940 wordt deze wijk volgens hetzelfde uitbreidingsplan verder uitgebouwd naar het zuidwesten. Een andere wijk plant Welleman ten noorden van de spoorlijn langs de Uitwierderweg, die vanaf de jaren 1930 wordt gebouwd. In deze periode verrijzen ook een aantal maatschappelijke gebouwen, zoals de neogotische Sint-Jozefkerk aan de Buitensingel in 1924, Het Gebouw van de Vereniging van Vrijzinnig Hervormden in de stijl van de Amsterdamse School aan de Singel in 1926, een nieuw gebouw voor de zeevaartschool aan het Abel Tasmanplein in 1930 en een nieuw gemeentehuis aan het Johan van den Kornputplein in 1936 (in de jaren 1950 uitgebreid met een toren met spits). Vermeldenswaardige woningen die in de tijd rond de eeuwwisseling worden gerealiseerd zijn onder andere te vinden aan de Oude Schans 2 uit 1870, Marktstraat 13 in 1910, Waterstraat 15-17 in 1930, de Menno van Coehoornsingel 25 in 1931 en het Menno van Coehoornplein 1 in 1935).


Tijdens de Tweede Wereldoorlog


Tijdens de Tweede Wereldoorlog vormt Delfzijl tot het verraad van Anton Van der Waals een steunpunt van de zogenoemde Zweedse Weg onder leiding van de Delfzijlster verzetsstrijder dokter Allard Oosterhuis. In 1943 wordt de plaats aangewezen als centrum van de Stützpunktgruppe die Emden moet verdedigen en onderdeel moet gaan vormen van de Atlantikwall. Ten westen van de stad wordt hiervoor vanaf 1943 de Batterie Nansen en ten oosten de Batterie Fiemel gebouwd. Ook wordt de omgeving van de stad zwaar versterkt met bunkers, loopgraven en andere militaire middelen.
Aan het eind van de Tweede Wereldoorlog wordt de haven van Delfzijl gebruikt om het zogenaamde Zweeds wittebrood te lossen. De Duitse bezetting eindigt door de vele versterkingen later dan op de meeste plaatsen in Nederland. Er wordt fel slag geleverd om Delfzijl. De stad is van strategisch belang voor de bescherming van de Eems en de Duitse stad Emden. De zogenoemde Zak van Delfzijl (Delfzijl Pocket) zorgt ervoor dat de bevrijding van Delfzijl verschillende dagen duurt. Pas op 2 mei 1945 capituleert het Duitse garnizoen. De binnenstad van Delfzijl wordt bij de bevrijding door de krijgshandelingen grotendeels verwoest.

 

De industrie in en rond Delfzijl


Na de oorlog wordt de binnenstad herbouwd. De wederopbouw leidt tot nieuwe uitbreidingen, waarbij in 1953 ook de gereformeerde kruiskerk van Delfzijl wordt gerealiseerd. De echte ontwikkeling van de stad komt echter daarna pas op gang.
Nadat er in de bodem van de provincie Groningen in 1951 zout en in 1958 aardgas zijn gevonden, wordt de Eemsmondregio waarin Delfzijl ligt door de Nederlandse overheid aangewezen als gebied voor economische ontwikkeling en ontsluiting van Noord-Nederland. Dit gaat soms gepaard met grote overheidssubsidies. De Koninklijke Nederlandse Zoutindustrie laat in 1957 een sodafabriek bouwen bij de haven van de stad en wordt gevolgd door vele andere bedrijven, waaronder aluminiumsmelterij Aldel. In 1959 is het Eemskanaal omgelegd naar de oostzijde van Farmsum, waar een nieuw havengebied is gerealiseerd. In het begin van de jaren 1960 worden grootste plannen voorzien voor de stad, die moet uitgroeien tot 80.000 inwoners. In aanloop daartoe worden grote stukken grond geannexeerd van buurdorpen Farmsum, Biessum en Uitwierde. Hierop moeten de grote stadsuitbreidingen verrijzen. In hoog tempo wordt in de jaren 1960 ten noorden van de spoorlijn Groningen-Delfzijl, grenzend aan het water van de Eems, de nieuwe wijk Delfzijl-Noord uit de grond gestampt, aansluitend aan het wijkje bij de Uitwierderweg. Hierbij verdwijnt de oorspronkelijke kavelstructuur aan de oostzijde van de wierde Biessum volledig. Ten zuidwesten van de bestaande bebouwing verrijst in de jaren 1970 de wijk Tuikwerd. In 1968 krijgt de stad een eigen ziekenhuis, Delfzicht genaamd. Bij veel van deze plannen speelt PvdA-wethouder Jan Beijert een belangrijke rol.


In 1968 is gestart met de aanleg van een diepzeehaven, gevolgd door de aanleg van het industrieterrein Oosterhorn en de aanleg van het Zeehavenkanaal. De spoorlijn Groningen-Delfzijl gaat met goederentreinen via de stamlijn Delfzijl ook het industriegebied bedienen. Voor alle geplande ontwikkelingen moeten in de Delfzijlster Oosterhoek de dorpen Weiwerd, Heveskes en Oterdum wijken. Het middeleeuwse kerkje van Heveskes staat nu midden in een leegte die industriegebied zou moeten worden. Op de zeedijk waar vroeger het schilderachtige dijkdorp Oterdum heeft gelegen is het oude kerkhof gereconstrueerd. Midden op dit kerkhof staat een kunstwerk van Thees Meesters bestaande uit een hand die in de handpalm het kerkje van Oterdum draagt. Door de aanleg van de Hogelandsterweg (de N997 naar onder meer de Eemshaven) moet ten noorden van Delfzijl het gehucht Ladysmith wijken. Alleen de sloop van het in die tijd nog niet tot de gemeente Delfzijl behorende dorp Borgsweer wordt voorkomen. In 1974 worden de oude Drie Delfzijlen in verband met de Deltawet samen met de 18e eeuwse sluiswachterswoningen en spilsluizen gesloopt en vervangen door een nieuw gemaal en een verhoogde zeedijk.


Malaise in Delfzijl


Als de haven van Delfzijl in 1973 klaar is, is de economie inmiddels beland in de oliecrisis mede waardoor de industriële expansie sterk vermindert. Dit is nog versterkt door het feit dat de Rijksoverheid stopt met het verstekken van subsidies voor de vestiging van nieuwe bedrijven. Dit heeft tot gevolg dat een belangrijk deel van het beoogde industriegebied Oosterhorn bij Delfzijl braak blijft liggen. Dat geldt in het bijzonder voor de plekken waar de gesloopte dorpen hebben gestaan. De stad zelf blijft echter ook daarna nog een tijd woningen bouwen om de groeiende bevolking te kunnen huisvesten, alvorens deze vanaf 1981 weer begint te dalen. De prognoses zijn bij lange na niet gehaald. wat volgt is een grote krimp van de bevolking. Deze bevolkingsdaling wordt vanaf dat moment steeds meer een centraal thema in de ontwikkeling van de stad. Zowel Delfzijl-Noord, Delfzijl-West als Tuikwerd kampen vervolgens met grote leegstand, doordat bewoners wegtrekken bij gebrek aan werk in de regio en omdat veel huur- en koopwoningen niet meer aan de eisen van de tijd voldoen en hoge opgeleiden er niet meer blijken te willen wonen. Ontgroening en vergrijzing nemen toe en de werkloosheid stijgt tot alarmerende hoogten. De bestuurders van de stad blijven echter tot halverwege de jaren negentig inzetten op groei.


De sloophamer slaat toe


In 1996 besluit het gemeentebestuur om 1000 woningen te slopen, waarvan 650 door de lokale Woningstichting Delfzijl. in 2002 opgegaan in Acantus). In 2000 stelt de door de stad ingestelde commissie onder leiding van Frans Tielrooy echter vast dat dit volstrekt ontoereikend is gebleken: ondanks de grote sloop neemt de leegstand nog steeds toe. Veel werk op de industriegebieden bij de stad is bovendien niet meer laag-, maar hooggeschoold en deze werknemers wonen elders in koophuizen in plaats van de verouderde huurwoningen in de stad. Het imago van de steeds verder verpauperende stad is zeer slecht. Delfzijl staat daarmee voor een van de grootste sloopopgaven van Nederland. Op advies van de commissie wordt besloten in te zetten op een combinatie van sloop en stadsvernieuwing. De sloop van woonbuurten wordt gecombineerd met de nieuwbouw van ruimer opgezette groene en meer gedifferentieerde woonbuurten met minder woningen. Rond 2010 is de leegstand met de sloop van 1200 woningen en de bouw van 450 nieuwe woningen grotendeels opgelost. Het inwonertal zal volgens de prognoses echter nog steeds dalen: in 2012 is door het CBS voorspeld dat de bevolking in de gemeente tot 2040 zal dalen van 26.000 naar 18.000 inwoners.
Het herstructureringsplan heeft Delfzijl, de provincie en het Rijk honderden miljoenen euro’s gekost en duurt nog altijd voort. De daling van het aantal inwoners heeft ook als gevolg dat voorzieningen als het ziekenhuis en het theater onder druk zijn komen te staan, daar de bevolking van de gemeente onder de cruciale grens van 25.000 inwoners zak. In 2018 wordt het ziekenhuis gesloten en vervangen door een polikliniek.


In het kader van de herstructurering van Delfzijl is vanaf 2015 ook de oude binnenstad aangepakt. Om de grote leegstand in het winkelgebied te verminderen en de binnenstad een fraaiere uitstraling te geven wordt besloten om een open verbinding met de haven en een nieuw kweldergebied met een natuur- en recreatiegebied langs de kust te creëren (Project Marconi) en de oude vestingstructuur meer zichtbaar te maken door een deel van de gracht te hergraven en veel groen aan te leggen. Hierdoor moet ook het stationsgebied een fraaiere uitstraling krijgen. Voor de plannen wordt in 2018 de tien verdiepingen tellende Vennenflat uit 1969 tussen het centrum en de haven gesloopt om zo het winkelgebied te verkleinen en een open verbinding tussen centrum en haven te genereren.

 

Deel Chemiepark Delfzijl in 20 april 2011. Auteur: Gouwenaar. Licentie: Creative Commons DD0 1.0.

 


De economie op dreef


Delfzijl is de op vijf na grootste havenstad in Nederland. Scheepswerven in de stad zijn Nautisch Centrum Delfzijl en Niestern Sander. Chemiepark Delfzijl is qua grootte het tweede chemie industriegebied van Nederland. Zeventien procent van de totale landelijke werkgelegenheid in de chemie bevindt zich in Delfzijl. Fabrieken waren of zijn onder andere Aluminium Delfzijl (ALDEL) (als Klesch Aluminium Delfzijl in 2017 failliet gegaan), Akzo, NKF en Dow Chemical. Bij Akzo wordt vrijkomend waterstofgas via brandstofcellen in elektriciteit omgezet. Ook wordt er grondstof voor de supersterke Twaron-vezel gemaakt. In 2006 is in Delfzijl de eerste biomethanol fabriek ter wereld geopend. In de gemeente zijn in totaal zo'n 14.000 arbeidsplaatsen.


In 2016 is gestart met de aanleg van een zonnepark. Havenbedrijf Groningen Seaports, projectontwikkelaar Sunport Energy en de Duitse financier en bouwer Wirsol gaan in de zuidwestelijke hoek van het Delfzijlse havengebied ongeveer 123.000 zonnepanelen plaatsen. Deze komen op een terrein ter grootte van zestig voetbalvelden en wordt daarmee het grootste van Nederland. Het park vergt een investering van 30 miljoen euro. Als de bouw volgens plan verloopt zal eind 2016 de zonnestroom aan de industrie in de regio Eemsdelta worden geleverd.


Bij Delfzijl verrijzen in 2015-2017 drie windmolenparken: Windpark Delfzijl Noord, Delfzijl Midden en Delfzijl Zuid. Er wordt energie geleverd aan onder meer het datacenter van Google in de Eemshaven. Het totale vermogen van Windpark Delfzijl Noord (dat niet in of bij Delfzijl-Noord ligt, maar bij de Bocht van Watum en het industriegebied Oosterhorn) is 62,7 megawatt en bestaat uit 19 windturbines.


De voorzieningen in Delfzijl


Delfzijl vervult binnen Noordoost-Groningen een centrumfunctie. De plaats beschikt onder meer over een schouwburg 'De Molenberg', een educatief instituut voor kunst en cultuur, een openbare bibliotheek, instellingen voor basis-, voortgezet- en middelbaar beroepsonderwijs en binnen- en buitensportvoorzieningen.


Het Ziekenhuis Delfzicht wordt in de jaren zestig van de vorige eeuw gebouwd aan de Jachtlaan in Delfzijl-West, op de plek waar zich vroeger het gehucht Zeshuizen bevond. In de 21ste eeuw zijn er veel plannen gemaakt voor renovatie en nieuwbouw van het ziekenhuis, maar in plaats daarvan wordt het ziekenhuis in 2018 gesloten. Het 'Ommelander Ziekenhuis Groningen' in Scheemda wordt het aangewezen ziekenhuis voor de agglomeratie Delfzijl-Appingedam. Het vestigt wel een servicepunt in Delfzijl, waar poliklinische behandelingen worden verricht in een aantal specialismen.


Bezienswaardigheden


Monument voor omgekomen loodsen in Delfzijl. Auteur: Broes Willus.
Licentie: Creative Commons, GNU-licentie voor vrije documentatie.

Loodsmonument


Op de dijk nabij het strand staat het Loodsmonument.

 

Het is op 21 oktober 1922 onthuld naar aanleiding van de ramp in oktober 1921 waarbij tijdens een zware storm de loodsschoener Eems No. 2 met de voltallige bemanning vergaat.

 

Het monument is geplaatst ter nagedachtenis aan alle omgekomen loodsen uit Delfzijl.


Algemeen


In Delfzijl is sinds 1966 het IVAK (Instituut Voor Amateuristische Kunstbeoefening, thans ‘Centrum voor Kunst en Cultuur in Noordoost Groningen’) gevestigd. met als doelstelling zo veel mogelijk mensen kennis te laten maken met kunst en cultuur, door lessen, cursussen, optredens, voorstellingen en tentoonstellingen. Verder beschikt Delfzijl over een bibliotheek aan de Oude Schans.


 

 

 

 

 

 

Museum


In Delfzijl bevindt zich het Muzeeaquarium Delfzijl, dat bestaat uit een museum en een zeeaquarium. Het oorspronkelijke museum is gebouwd om en in een bunker uit de Tweede Wereldoorlog. Tevens is hier het in 1982 bij Heveskesklooster gevonden hunebed G5 tentoongesteld. Het aquariumdeel geeft een uitgebreid overzicht van in de Waddenzee voorkomende dieren. Het museum beschikt verder over vier collecties. De eerste is gewijd aan archeologie, de tweede aan geologie en diverse gesteentes, de derde is een expositie met de maritieme geschiedenis van Delfzijl, modelschepen en andere maritieme attributen en ten slotte is er een schelpencollectie. Het museum heeft moeten wijken voor verbreding van de zeedijk, maar is in 2018 heropend op een nabijgelegen locatie.


Uitgaansleven


Delfzijl beschikt over een schouwburg De Molenberg, waar ook de filmliga ‘Eemsmond’ film vertoont sinds in 1989 de bioscoop gesloten is.


Sport en recreatie


Door Delfzijl loopt de Europese wandelroute E9, ter plaatse ook Noordzeepad of Wad- en Wierdenpad geheten.
In Delfzijl zijn diverse sportclubs gevestigd. Er zijn vier voetbalverenigingen Eems Boys, Neptunia, Oosterhoek en Farmsum. Daarnaast zijn er een tennisvereniging, atletiekvereniging, zeil- en roeivereniging, volleybalverenigingen, basketbalvereniging Martial Aristos Combinatie, tafeltennisvereniging, ijsvereniging, jeu-de-boulesbaan, en meer.
Ook heeft Delfzijl een aantal muziekverenigingen, waarvan DHO (Delfzijls Harmonie Orkest) het oudste is. Het is opgericht op 30 april 1896. Aan de dijk bij het Eemshotel ligt het strand van Delfzijl. Ook beschikt Delfzijl over twee jachthavens, een motorcrosscircuit en er is een schietbaan. In de omgeving liggen diverse wandel- en fietsroutes, die vaak voeren langs de historische wierdedorpen. Een voorbeeld hiervan is de Internationale Dollardroute.


Evenementen


Delfzijl kent een aantal bekende en minder bekende evenementen, waarvan een deel zich afspeelt op en om het water.
De Pinksterfeesten worden georganiseerd tijdens Pinksteren door de 'Koninklijke Zeil- en Roeivereniging Neptunus', met tal van feesten en activiteiten. In 2019 is het Pinksterfeest voor de 143e keer gevierd. Tot de hoogtepunten behoren het traditionele sliksleeën (Gronings: Krait'n) in het slik op een drooggevallen stuk van de Eems nabij het strand van Delfzijl, en het traditionele feest op de dijk met op pinkstermaandag optredens van landelijk bekende artiesten. De pinksterfeesten worden traditioneel afgesloten met een groot vuurwerk op de avond van pinkstermaandag.

 

 

DelfSail is sinds 1986 een vijfjaarlijks maritiem evenement, waarbij diverse historische zeilschepen (windjammers) de haven aandoen. Dit evenement trekt honderdduizenden bezoekers.


Elk jaar is er in Delfzijl een Harleydag georganiseerd, waarbij grote aantallen Harley-Davidson-motoren te bewonderen zijn geweest op het Molenbergplein. De laatste Harleydag heeft in 2009 plaatsgevonden.
Het Havenfestival vindt jaarlijks plaats. Er zijn verschillende historische schepen te bezichtigen zoals oude sleepboten en marinefregatten. Het is mogelijk een rondvaart te maken door de haven van Delfzijl. Het havenfestival trekt jaarlijks zo'n 55.000 bezoekers.


Op 1 januari bij hoogwater wordt de traditionele nieuwjaarsduik gehouden op het strand van Delfzijl. Enkele tientallen deelnemers nemen hierbij een duik in de vaak koude Eems vanaf het strand van Delfzijl.


Water en vervoer


Delfzijl ligt aan een knooppunt van verschillende waterwegen. De belangrijkste is de Eemsmonding, de benedenloop van de Eems, waarmee de stad rechtstreeks verbonden is met de Noordzee.
Het Damsterdiep (in vroeger tijden ook wel Delf genaamd) loopt van Groningen naar Delfzijl en mondt daar uit in de Eems. Het wordt vrijwel alleen nog gebruikt voor pleziervaart. De Uitwierdermaar mondt bij Delfzijl uit in het Damsterdiep.


De sluis in het oude Eemskanaal


Ook het Eemskanaal, een belangrijke binnenvaartroute, loopt van Groningen naar Delfzijl. Het komt in 1876 gereed. In de jaren 60 is een nieuwe aftakking gegraven naar de Eems, met daarin grotere sluizen. Via deze aftakking komt men in zowel de Farmsumerhaven als de Oosterhornhaven. De nieuwe sluizen komen uit in de buitenhaven van Delfzijl. Via de oude loop van het Eemskanaal is het niet meer mogelijk in de Eems te komen. De sluis is een schutsluis geworden. In de originele loop van het Eemskanaal, in de volksmond ook wel 'Oude Eemskanaal' genoemd, ligt de jachthaven Het Dok. Ook staat het door middel van sluizen in verbinding met het Damsterdiep, het Termunterzijldiep en het Schildmeer.


In Farmsum loopt het Afwateringskanaal van Duurswold. Dit kanaal is gegraven om de afwatering uit het Oldambt te kunnen waarborgen. Het wordt doorsneden door de later afgegraven aftakking van het Eemskanaal en is daardoor niet meer bevaarbaar.

 

De sluis in het Oude Eemskanaal. Bron/licentie: Wikimedia Commons.


Openbaar vervoer


Delfzijl heeft twee stations aan de spoorlijn Groningen - Delfzijl, te weten Delfzijl en Delfzijl West. De spoorlijn behoort tot de Noordelijke Nevenlijnen en wordt geëxploiteerd door Arriva.
De busdiensten in en om Delfzijl worden verzorgd door Qbuzz of UVO/Van Dijk Vervoer.

Rumoer in het bestuur


De gemeente Delfzijl is in het eerste decennium van de 21e eeuw geplaagd door een onrustige politieke situatie. Veel raadsleden, wethouders en de gemeentesecretaris moeten voortijdig het veld ruimen vanwege allerhande conflicten, beschuldigingen en malversaties. De burgemeesters Haaksman en Appel moeten aftreden. Appel, een van de eerste per referendum gekozen burgemeesters van Nederland, beschuldigt bij haar aftreden de politiek van Delfzijl ervan het 'Sicilië aan de Eems' te zijn; er zou sprake zijn van achterkamertjespolitiek en belangenverstrengeling. Hoewel Commissaris van de Koningin Hans Alders ontkent dat dit het geval is, is het wel duidelijk dat er iets aan de hand is. Er is een snelle opeenvolging van waarnemend burgemeesters die deze gemeente 'weer in het gareel' moeten krijgen. Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2006 wordt uit protest bijna 30% van de stemmen blanco uitgebracht. Het Rijk stelt de gemeente vervolgens gedurende 6 jaar onder gedeeltelijke bestuurlijke curatele en verleent bestuurlijke bijstand om de gemeente weer op de rails te krijgen en het bestuurlijke vertrouwen te herstellen. Om de rust terug te brengen wordt op 15 september 2008 de PvdA'er Emme Groot, burgemeester. Hij is geboren in Delfzijl, is sinds 2000 burgemeester van buurgemeente Appingedam en kent de lokale verhoudingen. Na 7 jaar vertrekt hij in 2015 en wordt opgevolgd door waarnemend burgemeester Gerard Beukema.


Bestuur in de toekomst


In 2012 verschijnt het rapport Grenzeloos Grunnen van de commissie-Jansen, waarin wordt gesteld dat het onontkoombaar is dat er gemeentelijke fusies zullen moeten plaatsvinden om de bestuurlijke taken beter aan te kunnen. Voor Delfzijl wordt een samenvoeging voorzien met Appingedam, Loppersum en de Eemshaven. De toevoeging van de haven wordt fel bepleit door Groningen Seaports. De gemeente Eemsmond, die al decennia eerder de haven vreesde te verliezen aan Delfzijl, wil de nu eindelijk goed florerende haven echter zelf houden en is woedend over deze gang van zaken, waarbij haar gemeente zal worden opgesplitst. Zij pleit direct voor een supergemeente inclusief Winsum, Bedum en De Marne. Delfzijl vreest echter hierin een decentrale positie te krijgen en is hier op tegen. Uiteindelijk besluiten Bedum, Eemsmond, De Marne en Winsum een eigen gemeente te vormen onder de naam Het Hogeland. Daarop besluiten Delfzijl, Appingedam (dat liever voor de grote gemeente was gegaan) en Loppersum per 2021 te fuseren tot een nieuwe gemeente die circa 46.000 inwoners zal gaan tellen.


Algemeen


Nederland verschilt met Duitsland van mening over de loop van de zeegrens door de Eems vanaf de Dollard. Volgens de Nederlandse opvatting loopt die grens vanaf Nieuwe Statenzijl recht naar de Eems om daar het midden van de stroom te volgen. De grens snijdt hierbij de Geisedam, een leidam van de Eems. Volgens de Duitse opvatting is het Nederlandse deel kleiner en volgt de grens in de Eems de laagwaterlijn aan de Nederlandse kant. Zo liggen naar Duitse opvatting kleine delen van de havenpieren van Delfzijl eigenlijk in Duitsland.


Onder het Eemsmondgebouw, een 10 verdiepingen tellende flat in Farmsum vlakbij de haven van Delfzijl, is in de jaren 50 tijdens de Koude Oorlog een atoomschuilkelder aangelegd. De schuilkelder is intact en geschikt voor gebruik. De schuilkelder kent een capaciteit van slechts 12 personen en is bedoeld geweest om de plaatselijke autoriteiten onderdak te bieden in geval van een atoomoorlog.
De stad Delfzijl telt slechts één verkeersregelinstallatie.

 

De schuilkelder onder het Eemsgebouw. Bron: eigen verzameling.

 


Arsenaal of Magazijn van Oorlog

Een ‘arsenaal’ is een magazijn voor oorlogsbenodigdheden, veelal met bijbehorende werkplaats. Het wordt ook wel Magazijn van Oorlog, armamentarium, bushuis, tuighuis, proviandhuis of ’s Landshuijs genoemd. Het is een belangrijk gebouw binnen een vesting. In een archiefstuk uit 1817 staat onder andere vermeld dat reparaties moeten worden uitgevoerd in ‘het arsenaal of proviandhuis aan de Markstraat’, die door de ‘Magazijnmeester der Artillerie wordt bewoond’.


De historische achterzijde van het arsenaal of magazijn van oorlog, gezien vanaf de dijk. Protesten mochten niet baten en het pand is geheel afgebroken.

Een Proviandhuis is in het verleden gebruikt om de levensmiddelen, die nodig zijn in de vesting, te bewaren. Van het arsenaal zijn twee tekeningen uit de 19e eeuw bewaard gebleven: de ‘Plattegrond en profieltekening van het arsenaal gelegen in de Marktstraat, 1822, Opgenomen en ingetekend door ‘den 1e Luitenant-Ingenieur D.H. Knibe’  en ‘arsenaal, 1e Fortificatie Inspectie Delfzijl 1853, Opgenomen en getekend door de 1e Luitenant-Ingenieur F.P. Klijnsma, 8 augustus 1853’ (afb. 1.7 en 1.8 in het rapport, zie onder).


Volgens de tekening uit 1822 heeft het arsenaal dan uit meerdere vertrekken op de begane grond en twee zolderverdiepingen bestaan. De zolders zijn bedoeld geweest voor de opslag van goederen. Op de begane grond zijn een loodkamer, een ijzerkamer, twee portalen, een laboratorium, zes woonkamers, een keuken, de waag, een waskamer, een kelder, een smederij, een lange gang en twee privaten aanwezig. In 2008 is een deel van het arsenaal nog aanwezig.


In verband met een bodemsanering en de aanleg van een betonnen kelderbak aan de Marktstraat, Oudeschans 2, heeft ARC bv (Archaeological Research & Consultancy) opgravingen ter plaatse verricht, op zoek naar het Arsenaal. Een en ander heeft zich afgespeeld tussen 2 juni 2008 en 24 november 2008. Het onderzoek is samengevat en een ruim 200 pagina’s tellend rapport. De opdrachtgever is Wagenborg Shipping BV geweest. Inmiddels is ter plekke een kantorenpand van Wagenborg gevestigd.

 

Archeologisch onderzoek bij het voormalige magazijn. Bron: Ingezonden door een lezer.

 

 

Strijd beslist

 

Heemschut heeft grote moeite gehad met de sloop van het pand. Het volgende wordt hierover geschreven:

'Sloop van waardevol monumentwaardig pand Heemschut heeft in een zienswijze gereageerd op de plannen voor sloop van het 17de-eeuwse Magazijn van Oorlog te Delfzijl, Oudeschans 2, Marktstraat 16, een onderdeel van de oude vesting. Deze werd in 1591 -tijdens de 80-jarige oorlog- opgericht door Willem Lodewijk en Maurits, ongeveer tegelijk met de vestingen in Oudeschans, Bourtange en Winschoten. Wagenborg, de eigenaar van het gebouw, heeft de grond nodig voor uitbreiding van zijn bestaande vestiging aan de Marktstraat. Het Magazijn van Oorlog is het laatst overgebleven onderdeel van de vesting en het oudste gebouw van Delfzijl. In de jaren ’60 is in Delfzijl veel gesloopt zodat van de oude vestingstad alleen het stratenpatroon nog bewaard is gebleven. De stad Delfzijl telt maar negen rijksmonumenten en heeft geen gemeentelijke monumentenlijst. Het Magazijn van Oorlog heeft volgens het onlangs uitgevoerde bouwhistorisch onderzoek een hoge monumentwaarde. Het gebouw is geen rijks- of gemeentelijk monument. Delfzijl beschikt niet over een gemeentelijke monumentenlijst. Eind vorig jaar werd bekend dat na overleg tussen Heemschut en Wagenborg blijkt dat Wagenborg bereid is een deel van het 17de-eeuwse magazijn te bewaren en te laten aansluiten op de nieuwbouw. Hulde aan de aktie van Heemschut. Spijtig is uiteraard dat er externe bemoeienis nodig is om de laatste herinneringen aan de geschiedenis van Delfzijl te behouden.'

De aktie heeft niet geleid tot behoud van het pand. Wel heeft er dus een uitgebreid archeologisch onderzoek plaatsgevonden door ARC.

 

 

Lees hier het volledige rapport van het ARC onderzoek over het Magazijn van Oorlog, 2011
Michiel Adriaansz. De Ruyter bezoekt met zijn vloot Delfzijl
Kronijk van Delfzijl, T.R. van Streun, 1858
Steenfabriek Fivelmonde

 

 

 

Noten en bronnen:


1. A. Buursma, & M. van der Ploeg, 'Delfzijl'. in: Groningen, Stad en Ommeland, Bedum: Profiel, 2008, pp. 72-76
3. Wagenaar, J. (1793), Tegenwoordige staat der Vereenigde Nederlanden; twintigste deel; vattende eenen aanvang der beschryving van stad en Lande. pp. 298-299
4. Rondom de Delfzijlen Geertsema, H. Brontsema, J.B. Roggenkampen, C. - van der Veen – Winschoten

5. ARC BV
6. Het verhaal van Groningen

 

 


Deze pagina maakt deel uit van de website www.nazatendevries.nl.
Aan bovenstaande tekst is de uiterste zorgvuldigheid besteed. Desondanks kunnen er best fouten voorkomen.
Constateer je fouten en/of heb je vragen, correcties, aanvullingen...geef die dan even aan mij door via mijn E-mail adres.
Laat ook eens een bericht achter in het Gastenboek.
Hoogeveen, 4 januari 2019
Samenstelling: © Harm Hillinga
Menu Artikelen.
Terug naar de HomePage.
Top