In 1899 wordt er aan het hotel Wisseman, waarvan Dommering eigenaar is, een grote toneelzaal gebouwd. Eigenlijk is deze toneelzaal alleen bedoeld voor het geven van toneelvoorstellingen maar in 1911 worden er in zaal Wisseman al filmvoorstellingen gegeven. Hierdoor is de schouwburgzaal van hotel Wisseman de eerste bioscoop in Winschoten.
Ook na de komst van het Scala Theater in 1928 blijft Wisseman doordraaien. Publiek is er immers genoeg. Film is een nieuw medium en de bezoekers kunnen maar niet genoeg krijgen 'van den levenden photographiën'.
Dommering is ambitieus. Achter het complex ligt een machtige tuin waar 's winters een ijsbaan wordt gecreëerd en in de zomermaanden worden er concerten gegeven en zelfs organiseert Dommering er een concours hippique. In een krantenbericht in de winter op 4 januari 1924 lezen we: "Op de ijsbaan achter hotel Wisseman is een eerste prijs van ƒ 100,- te verdienen...". Voor die tijd is dat een zeer groot bedrag!
Het is aan de Canadezen te danken dat het hotel van naam verandert. Als zij hun intrek in het hotel nemen, vinden ze het maar wat vreemd dat het hotel de naam Wisseman draagt en niet de naam van de eigenaar Dommering. Zij blijven het hotel dan ook gewoon Hotel Dommering noemen. Vanaf dat moment wordt het hele complex 'Dommering' genoemd en dat is daarna altijd zo gebleven.
De ijsbaan achter Hotel Wisseman (Dommering). Deze loopt door tot aan de Oosterhaven. Het is ook gebruikt als concours hippique terrein. De eerste concours van de Noord-Nederlandse Hippique-vereniging is hier gehouden op 28-07-1899. De foto dateert van omstreeks 1902. Bron: Eigen verzameling.
In 1954 koopt Berend (Bé) Dommering het hotel, waarvan het oudste deel uit de 17e eeuw stamt, met geleend geld van zijn oom, naar wie hij is vernoemd. Het kost hem een kwart miljoen gulden. Maar dat heeft Berend er voor over. Een hotel waar nog Kozakken hebben gelogeerd en dat in de 17e eeuw 'Het Steenen Logement' wordt genoemd, wordt nu bevolkt door veel mensen uit Skandinavië. Het hotelgedeelte loopt erg goed. Eenmaal per jaar gaat Bé naar Zweden om de bedden aan de man te brengen en vervolgens volgt er een enorme aanloop van Skandinavische bussen die op weg zijn naar de bollenvelden of naar Parijs. Winschoten wordt dan een tussenstop, want in Duitsland mogen in die tijd nog geen buitenlanders overnachten. Deze periode is voor Berend een gouden tijd.
Ook de schouwburg- en bioscoopzaal lopen erg goed. Alle grote artiesten zijn er geweest. Wim Sonneveld, Wim Kan, Toon Hermans, Paul van Vliet, de toneelspelers Albert van Dalsum, Ank van der Moer, Ko van Dijk en Paul Steenbergen. Ook komen er verschilende orkesten en kamermuziekensembles. In het populaire gebied komt Eddie Christiani regelmatig. Berend is met hem bevriend. Ook Max van Praag en The Kilima Hawaiïens komen na de oorlog vrijwel elke week een keer optreden in de schouwburg. Max Taileur is er kind aan huis en Imca Marina treedt er op tijdens een amateuravond. Hele reeksen artiesten en orkesten volgen, ook uit de jazzsector, zoals The Ramblers, The Skymasters, The Dutch Swing College Band en zelfs Coleman Hawkins. In het populaire genre wordt Rob de Nijs regelmatig gecontracteerd en uit Engeland laat Bé, Allan Price overkomen. Bé contracteert de artiesten zelf en treedt daarmee in de voetsporen van zijn grootvader. Bovendien reist hij vaak per trein naar Amsterdam, huurt daar paard en wagen, inclusief koetsier, om de bagage en de toneelattributen naar Winschoten te laten brengen: gewoon als service van de zaak. Daarmee wint Berend het vertrouwen van elke artiest, omdat veel entertainers er tegenop zien om zo'n lange reis naar Winschoten te maken.
De jaren vijftig zijn vette jaren voor Dommering. Niet alleen loopt het storm met de schouwburgvoorstellingen, ook de bioscoop is telkens uitverkocht. Dommering is weer een begrip geworden, niet alleen in Winschoten maar voor heel Noord Nederland. De Snip en Snap revues, de TikTak shows (van de thee) en diverse grote artiesten uit binnen- en buitenland zijn bij Dommering te zien. De dansavonden in de Blauwe Zaal zijn bij veel oud inwoners van Winschoten kostbare herinneringen. The Javelins, Ten Leq, Dave Barry, David Garrick, Dizzy & the Dynamites, The Ro-D-Ys, René Five e.a., ze treden allemaal op bij Dommering in Winschoten. Het hotel en het restaurant zijn befaamd en het hele land en de schouwburg wordt zelfs 'het Carré van het Noorden' genoemd. Lou Bandy, Heintje Davids en Kitty Prins komen met de voorstelling van Variété Faveur en op zaterdag zijn er twee kindervoorstellingen.
Afbeelding: Bron: RHC GA. Nieuwsblad van het Noorden, 21 maart 1963, jaargang 76 nr. 68. NDC Mediagroep.
In de jaren zestig, als ik aan de kweekschool in Winschoten studeer, kunnen wij als studenten goedkoop in het bezit komen van een 'cultureel abonnement' in de schouwburg van Dommering. Mijn vriend Eltjo en ik kiezen voor een mix van acht voorstellingen tussen opera, operette en musical. Ik leer genieten van muziek, zang en toneel. Als De Parelvissers van Georges Bizet wordt opgevoerd door het Operagezelschap Forum en het beroemde duet "Au fond du temple saint", wordt gezongen is het muisstil in de zaal; er is geen kuchje, geen geschuifel of gefrommel met papiertjes te horen, behalve de zang en het orkest. We durven het aan om na het duet spontaan te gaan klappen. De hele schouwburg begint mee te klappen en iedereen gaat staan. Op het toneel kijken de spelers enigszins verward naar het publiek. Het is immers niet gebruikelijk dat men middenin een opera begint te klappen en te juichen.... In 1965 wordt de Blauwe Zaal van Dommering opgevrolijkt met weelderig geschilderde taferelen uit de opera 'Der Rosenkavalier' van Richard Strauss. Ze zijn afkomstig van de décors waarin het Operagezelschap Forum twee seizoenen geleden de beroemde opera 'Der Rosenkavalier' met zoveel succes heeft opgevoerd. Ik herinner me het nog als de dag van vandaag.
In de jaren zestig wordt Dommerings tuin niet meer
gebruikt. Er is nog wel eens een meeting, maar
meestal gebeurt er niets tussen de muur aan de
achterzijde en het gebouw aan de voorzijde.
Om de tuin nieuw leven in te blazen heeft
Dommering de tennisbaan bij het complex
getrokken. Daardoor ligt er dan een stuk grond
van 2000 vierkante meter, de vijver en de
aangelegde stukken niet meegerekend. Hij wil
ook nog de schooltuin van de H.B.S. aan de Johan
Modastraat overnemen van de gemeente. Daardoor
zal het terrein groot genoeg worden voor het
vergrote concours hippique dat nu jaarlijks op het
gemeentelijk sportterrein plaatsvindt en waarbij
al het gras wordt vernield.
Verder denkt Bé aan de aanleg van een
sintelbaan voor atletiek, speedway e.d. Aan de
kant van de Dr. D. Bosstraat komt een terras in
zeven lagen dat ook gebruikt kan worden als
toneel bij openluchtvoorstellingen in de tuin.
Aan de overliggende westzijde van de tuin zal
een fietsenstalling komen voor duizend fietsen.
In de tuin zelf kunnen weer zang- en muziekconcoursen,
concerten en meetings georganiseerd worden.
Kortom, Dommering zal opnieuw het levende culturele
centrum van Oost-Groningen worden.
Het begin van het einde
'die door zijn eenvoudigheid en goede zorgen bij velen sympathiek was. De brand die de schouwburg van Dommering verwoestte heeft hem erg aangegrepen. Vooral de wijze waarop nu de culturele activiteiten opgevangen moeten worden, hielden hem erg bezig',
aldus de burgemeester. Zijn neef, Bé Dommering, neemt ook het woord, evenals de heren Post Cleveringa en Ds. J.H. Hylkema, doopsgezind predikant te Assen. Terwijl de organist muziek uit de opera 'Die Zauberflöte', de lievelingsopera van de overledene speelt, onttrekt de kist zich aan de ogen van de aanwezigen. De crematie wordt door talrijke vertegenwoordigers van organisaties, waar wijlen Berend Dommering een bestuursfunctie in heeft bekleed, bijgewoond.
Bé Dommering overlijdt op 8 december 2000. Hij wordt begraven in het familiegraf van zijn ouders George Dommering (1881-1918) en Hindrika Margaretha Heddema (1888-1954) op de begraafplaats aan de Hofstraat in Winschoten. Hij is de laatste van het horecageslacht Dommering in Winschoten, ooit begonnen met Edo Hero Dommering (1752-1806), broodbakker te Groningen. Na een aantal broodbakkersgeslachten komen we in 1816 voor het eerst Jan Dommering tegen, eerst stuurman, vervolgens kapitein, om daarna een koffiehuishouder te worden in Groningen. Het is Berend Dommering (1850-1917) die uiteindelijk in Winschoten terecht komt als hotelhouder, de grootvader van Bé.
Op de plaats waar dit legendarische
cultuurpaleis heeft gestaan is thans onder meer
de HEMA gevestigd. Het terrein erachter en ernaast waar onder meer de zalen en de grote tuin
waren, staat sinds 2008 al een
hele tijd een leeg en verloederd winkelpand, anno 2013 wordt er een nieuw winkel- en wooncomplex aan de Langestraat gebouwd. Aan het marktplein is de naam Dommering weer na jaren herkenbaar geworden, daar is een bruin café gevestigd die herinnert aan het verleden en is Café Dommering genoemd. Een verre familielid van Bé, Prof. Mr. Egbert J. Dommering (1943) is sinds 1988 hoogleraar informatierecht aan het Instituut voor Informatierecht van de Universiteit van Amsterdam. Daarnaast is hij werkzaam als advocaat, gespecialiseerd in telecommunicatie-, media- en entertainmentrecht. Als advocaat is hij verbonden aan het advocatenbureau Brinkhof. Dommering begint daar in 2005. Eerder heeft hij gewerkt hij bij Buruma & Maris en bij Stibbe vanaf 1995. Verschillende generaties zitten nog steeds in de horeca of de advocatuur. De familienaam Dommering is nog lang niet uitgestorven.
George & the Rebels George is de zoon van Bé Dommering, de befaamde eigenaar van Winschotens uitgaanscentrum bij uitstek. Hij begint in zijn schoolperiode al met zingen op schooluitvoeringen en treedt in Dommering op met o.a. Anneke Grönloh en met The Lords. In september 1964 wint hij een talentenjacht van platenmaatschappij Phonogram en muziekblad Muziek Express in Scheveningen. Hij zingt liedjes als 'Summertime' en 'Twistez blues', waarbij hij begeleid wordt door The Hot Fighters. In 1965 maakt George een 'hit split' single met het liedje 'You Turn me On', wat een hit wordt in Amerika. Hij wordt begeleid door sessiongroep The Rebels. In deze groep speelt ondermeer jazz saxofonist Jenne Meinema mee en waarschijnlijk ook Lou Leeuw van de Rocking Tigers en de Zamora's. Sommigen geven aan dat The Rebels ook the Lords zijn, maar dit staat niet op de hoes. Het lied is opgenomen in de Blauwe zaal van Dommering en op de B-kant staan The Zamora's, die afkomstig zijn uit Emmen. The Rebbels bestaat o.a. uit Jenne Meinema (sax) en Lou Leeuw (bas).
De tuin van Dommering Signant detail over de tuin van Dommering is dat Eppo Groenbroek, zoon van Jan (mijn neef) en Luus Groenbroek, daar nu woont met Pieter van Delden. Eppo behoort tot de nazaten De Vries en is daardoor familie van schrijver dezes.
Bronnen: 1. RHC GA. Halve eeuw in de horeca. Nieuwsblad van het Noorden, 2 juni 1984. 2. RHC GA. Rosenkavalier-zaal bij Dommering. Nieuwsblad van het Noorden, 29 maart 1965. 3. RHC GA. Alleen gemeenten kunnen cultureel centrum sinds 1899 reden. Nieuwsblad van het Noorden, 9 maart 1967. 4. RHC GA. Hotel Dommering in Winschoten gaat dicht. Leeuwarder Courant, 28 september 1967. 5. Koninklijke Bibliotheek C 65. B. Dommering gecremeerd. Nieuwsblad van het Noorden, 22 augustus 1967. - RHC GA = Regionaal Historisch Archief, Groninger Archieven.
| |||||||||||||||||||||||||||







