De oudermannen en de ‘nabuurpligten’

 

 

De oudermannen

 

In het register van de ‘Verordening op de Nabuurpligten’ in de gemeente Beerta komen verschillende namen voor van de zogenaamde ‘oudermannen’ van de zevende gilde Wijk B, ofwel Oude Beerta, ofwel Beersterhoogen. Hierin staan de volgnummer en de huisnummers van de zevende gilde van wijk B aangegeven, met de huisnummers 260 tot en met 280, alsmede de ‘namen der hoofden van huishoudens en afzonderlijk levende personen’. Deze lopen van 1864 tot en met 1897.

Alleen het eerste register van 1864 is vastgesteld en getekend door burgemeester en wethouders in overleg met ‘den ouderman’ te Beerta op 2 november 1864, met de handtekening van de burgemeester en de secretaris. Het jaar 1865 komen we in het register niet tegen; dit register is niet bijgehouden. Het jaar daarop wordt het register als volgt getekend: ‘Goed getekend door de gilde Broeders den 28 December 1866’; de naam van een ouderman komt er niet in voor. Ook de registers van 1869 en 1870 ontbreken.
In het 4e register van 1872 zijn de huisnummers 260 tot en met 280 vervangen door 287 tot en met 307 en in 1882 zijn ook deze weer vervangen door 317 tot met 335.

 

 

Lang niet alle registers zijn dus getekend door de ouderman. Onder een van de registers (1874 of 1877) lezen we in het klein geschreven ‘E.D. Everts, Ouderman’. Ook hier wordt weer geen jaartal genoemd.

 

We ontcijferen in het register van 1878 dat deze is ondertekend door ouderman A. Derksema. Hij komt in het register niet voor met een huisnummer. Haar jaar daarop, in 1879, tekent ‘M.A. Buiskool, ouderman’; hij woont op nr. 298.

 

B.H. Dijken tekent in 1880 het register, hij woont dan op nr. 300. Een jaar later wordt het register getekend door P. Bouma als ouderman. Hij woont op huisnummer 301. In 1882 is E. Geertsema de ouderman. Hij zal op nr. 331 wonen, waar een E.F. Geertsema de hoofdbewoner is.


In 1883 is H. Fransen van nr. 322 ouderman geworden. Dan volgt er een blanco pagina. Wel staat er een handtekening of een paraaf die we niet kunnen ontcijferen. Op huisnummer 335 woont in 1884 H. Bastiaans die dan als ouderman tekent. Zijn buurman A. Post (nr. 334) tekent in 1885 als ouderman, terwijl in 1886 dat A.J. Buiskool (nr. 332) is. Hij is in mei 1884 op nr. 332 gaan wonen, waar F. Onnes is vertrokken.

 

In 1887 staan alle huisnummers in omgekeerde volgorde in het register; A.J. Derksema van huisnummer 332 is in dat jaar voor de tweede keer ouderman. E. Geertsema van huisnummer 331 hanteert in 1888 weer de juiste volgorde als ouderman. In 1889 is het register niet getekend. Mogelijk is dan E. Mulder (nr. 330) de ouderman, want in 1890 is hij dat ook en we zien in beide jaren hetzelfde handschrift. Ook in 1891 wordt het register niet getekend. Het jaar daarop in 1892 is het E. Mulder van nr. 330 die als ouderman tekent.

Het wordt 1893 als een zekere S.O. Kuiper van huisnummer 317 die als ouderman het register tekent, terwijl in 1894 de ouderman H. Bastiaans dit doet (nr. 335), net als in 1884. A. Post (nr. 334) tekent in 1895 en A.J. Buiskool (nr. 333) in 1896 voor de tweede keer.
Het jaar 1897 is het laatste register dat wordt bijgehouden. Het jaartal wordt wel vermeld, maar de naam van de ouderman lezen we niet. Het is ook het jaar waarin we een laatste verhuizing kunnen lezen. A. Derksema vertrekt in mei van dat jaar naar Winschoten van huisnummer 322. Daar woont vanaf die tijd G. Vegt uit Beerta.

 

We zijn er niet achter gekomen waarom bepaalde jaren zijn overgeslagen en ook niet waarom de ene ouderman het register wel bijhoudt en de andere niet. Ook is niet bekend waarom het register in 1897 stopt. Mogelijk heeft de gemeente de verordening dan ingetrokken, maar het kan ook zijn dat dit al veel eerder is gebeurd, zoals bij andere gemeentes het geval is geweest. Het kan dat men in Beersterhoogen gewoon is doorgegaan met het bijhouden van het register.

 

 

Nabuurpligten

 

Wat de ‘nabuurpligten’ betreft vinden we weinig of niets in de registers van Beersterhoogen. In de stad Groningen bestaan al ‘nabuurpligten’ al in 1822, terwijl de nabuurpligten in Veendam op 11 april 1860 in werking zijn getreden (zo lezen we in de Veendammer Courant van 16 juli 1878) en worden deze op 10 april 1869 alweer ingetrokken omdat deze in strijd zouden zijn met de wet. Het feitelijke besluit door de Raad vindt echter pas plaats op 3 juli 1878. De gemeente Oude Pekela bepaalt (Veendammer Courant 7 december 1859) dat de ‘nabuurpligten’ per december 1859 kunnen worden afgekocht voor f 1,50.
In Tripscompagnie zijn er al ‘nabuurpligten’ op 24 december 1762, zo lezen we in de Noord-Ooster op 16 augustus 1941. Daar mag men bij begrafenissen niet roken en mag men bij bijeenkomsten van de gilden niet ‘kyven, schelden, dreigementen nog slaan nog eenige lasteringe mogen worden gedaan, elk by verbeurte van een Daalder. Het Bier zal niet worden aangestoken eer die Olderman last geeft. Om tyn uir niet uyt zynde zal de Olderman de tap in ’t vat moeten slaan, bij verbeurte van 12 st’.


In hoeverre de gilde in Beersterhoogen haar werk heeft verricht zoals de gemeente voor ogen heeft gehad valt zeer te betwijfelen. Gedurende de looptijd van de registers lijkt het er in ieder geval niet op dat deze ooit door de gemeente zijn ingezien, laat staat getekend.

 

Ook valt het op dat geen enkele register van Beersterhoogen is getekend door een ‘jongerman’; sterker nog deze komt verder nergens in het register voor.

 

 

Spandiensten

 

De laatste pagina’s van de verordening staan op de kop. We zien daar een dertiental namen van personen die tot ‘spandiensten’ verplicht zijn, en het ‘aantal beurten bij iederen omloop van den rooster te verrigten’. Bij alle namen zijn dat twee ‘verrigtingen’. Dit zullen dan in ieder geval mensen zijn geweest met paarden en een ‘voertuig’ en we kunnen er van uit gaan dat het hier voornamelijk om boeren gaat.

Deze spandiensten zijn ofwel niet altijd uitgevoerd of niet altijd genoteerd; we lezen dat B.H. Dijken dit gedaan heeft op 19 (?) febr. 1870 bij het begraven van wed. J. (?) de Groot, P.R. Bouman een ‘toerbeurt’ heeft vervuld op 2 april 1872 bij het begraven van de vrouw van W. Donkeren en D.J. Onnes op 17 juni 1883 bij Pieterke Wubben, overleden 17 juni 1883, de echtgenote van L(uitjen). Bonder die op nr. 320 woont. Pieterke is dan overigens nog maar 36 jaar oud en is geboren in Bunde. Ost-Friesland. Pieterke is 'daglonersche' geweest. Haar vader is Harm Peters Wubbens en de moeder Jantje Geerds Wessels. Haar man Luitjen is dagloner. Pieterke zal haar roepnaam zijn geweest, want in het overlijdensregister komt zij voor als Peterke [2]. Zij is de tweede echtgenote van Luitjen geweest. In zijn eerste huwelijk is hij getrouwd met Wubbina Geuken. Luitjen zelf is 68 jaar geworden en overlijd op 3 april 1908 [3].


We lezen in het register dat D.J. Onnes de ‘toerbeurt’ heeft verricht voor Pieterke. Als we verder zoeken, komen we uit bij Doewe Onnes, landbouwer te Beertsterhogen, gehuwd met Eiltje Dijken. Dat huwelijk heeft plaatsgevonden op 30 oktober 1857. De ouders van Eiltje zijn Hilwert Berends Dijken en Ettjen Cornelius Muller. 'landgebruikersche'. De ouders van Doewe: Eggo Hommes Jacobs Onnes (korenmolenaar) en Heike Doewes Mulder [4]. Het landbouwersgezin heeft hun boerenbedrijf op nr. 324 te Beersterhoogen gevoerd. De broer van de bruid is Berend Dijken, landgebruiker in Beersterhoogen. Zoals het boeren betaamt, is de huwelijksakte door maar liefst tien personen ondertekend. We moeten ons al sterk vergissen, maar we kunnen er van uit gaan dat Pieterke en haar man Luitjen bij boer Doewe Onnes hebben gewerkt.

 

Op deze wijze zijn alle personen in het register na te trekken, waar ze hebben gewoond en gewerkt, waar ze kinderen hebben gekregen, waar ze zijn overleden. Waar de Groninger Archieven al niet goed voor zijn.

We trekken overigens sterk in twijfel over alle overlijdens wel in het register van 1864 tot en met 1897 zijn genoteerd want over die periode van 34 jaren zijn er in de buurtschap volgens het register ‘slechts’ 8 personen overleden, wat vrij weinig is in die jaren, terwijl er maar drie ‘spandiensten’ zijn verricht.


De lijst met ‘spandiensten’ is op 2 november 1864 al vastgesteld en getekend door de burgemeester en de secretaris van de gemeente Beerta, in overleg met de ouderman, waarvan de naam nergens wordt genoemd. Later zijn de geregistreerde spandiensten waarschijnlijk nooit gecontroleerd door de gemeente, maar heef de ouderman deze ‘soms’ ingevuld.

De overige vermeldingen laten we maar voor wat het zijn en kun je zelf lezen in het genoemde PDF-bestand.

 

 

 

 

Afbeeldingen:
Google maps, Beersterhoogen. De eerste afbeelding is enigszins vergelijkbaar met de kadasterkaart van 1832; de onderste en het meest noordoostelijke deel van Beersterhoogen, waar de meeste boerderijen liggen en waar Beersterhoogen overgaat in Nieuw Beerta.

 

 

Bronnen:

1.Verordening op de Nabuurpligten in de gemeente Beerta, 20 februari 1864.
2.Overlijdensregister Beerta, 18-06-1883, aktenr. 56.
3.Overlijdensregister Beerta, 03-04-1908, aktenr. 22
4.Huwelijksregister Beerta, 30-10-1857, aktnr. 29.

 

 

 

Gerelateerde artikels:

 

Geschiedenis van Beersterhoogen

Beersterhoogen op de kadasterkaart van 1832
Verordening van de Nabuurpligten (1864-1897)

De eerste kentekens van motorvoertuigen in Beersterhoogen
Het naoberbouk verder uitgespit, de geslachten De Groot en Fransen
De boerderij van het geslacht Muntinga te Beersterhoogen

De oudermannen en de 'nabuurpligten', het artikel dat je nu leest.

 


Deze pagina maakt deel uit van www.nazatendevries.nl.
Aan bovenstaande tekst is de uiterste zorgvuldigheid besteed. Desondanks kunnen er best fouten voorkomen.
Constateer je fouten en/of heb je vragen, correcties, aanvullingen...geef die dan even aan mij door via mijn E-mail adres.
Laat ook eens een bericht achter in het Gastenboek.
Hoogeveen, 1 juni 2020.
Samenstelling: © Harm Hillinga
.
Menu Artikelen.
Terug naar de HomePage.
Top