De geschiedenis van Beersterhoogen

 

Beersterhoogen is een buurtschap in de provincie Groningen. Tot en met 1989 valt het onder de gemeente Beerta. In 1990 gaat Beersterhoogen over naar gemeente Reiderland en in 2010 over naar gemeente Oldambt. Beersterhoogen valt voor de postadressen onder het dorp Beerta. De officiële benaming is Beersterhoogen, hoewel het regelmatig voorkomt dat ook Beersterhogen wordt gebruikt. Voor genealogen een tip: zoek je naar voorouders in Beersterhoogen, zoek dan ook onder Beersterhogen, met één 'o'.

 

 

 

Herkomst van de naam

 

Oudere vermeldingen

 

Beersterhoven, Beersterhoogen, Beerster Hoogen, 1781 Beerster Hogen, 1840 Beersterhoogen. In 1676 worden enkele kerkleden vermeld die wonen op de Hoog of op de Hoogen. In 1700 is sprake van een boerderij op de Beerster Hoogen; in 1761 op de Beersterhoogen, mogelijk een hypercorrecte Nederlandse vorm. De oudere naam is vermoedelijk Gaarlanden, omdat de boerderijen in een vanuit Ulsda taps toelopende punt tussen de dorpen Beerta en Nieuw-Beerta hebben gelegen.

 

Naamsverklaring

 

Beerster is een bijvoeglijk naamwoord bij de plaatsnaam Beerta. Hoogen duidt op de hogere ligging. Door een deel van Beersterhoogen loopt het Beersterzijldiep, in de volksmond Beersterdiep genoemd. Aan de zijde waar het riviertje de Tjamme stroomt ligt het gebied veel lager dan aan de andere kant van het Beersterdiep. Aan de lage zijde ligt het peil tot – 1.2meter en een de andere zijde varieert dat van 0.10 tot maximaal 1.7 meter. Daarom wordt dat gebied de Hooglanden genoemd.

 

Schrijver dezes herinnert zich nog dat in de zestiger jaren een deel rond de Tjamme alleen nog gebruikt kon worden als grasland. Alleen op zeer droge dagen is het mogelijk geweest te maaien en het gras daar vandaan te halen.

 

Vanwege de lage ligging rond het veenriviertje de Tjamme is het gebied in 1983 aangekocht en veranderd in een gevarieerd landschap met moerassen, graslanden, open water en bos. ‘s Winters bezoeken honderden ganzen en eenden de plassen om te rusten en te eten. In het najaar kunnen we grote groepen lepelaars waarnemen. Tot de vaste bewoners van het gebied behoren de grote zilverreiger, kwartelkoning, rietzanger en porseleinhoen. Van achter een scherm bestaat de mogelijkheid de vogels op de plas te observeren.

 

Op dit kaartje is duidelijk het hoogteverschil te zien. Links van het Beersterdiep ligt het peil op -1.2 meter en rechts (dat is het hoogste punt van de Hooglanden) ligt het peil op 1.7 meter. 'Br' is hier de afkorting voor 'brug' op dit deel van de kaart van Beersterhoogen zien we dus 5 bruggen liggen. Bron: Kadasterkaart 1832, HISGIS.
Op dit kaartje is duidelijk het hoogteverschil te zien. Links van het Beersterdiep ligt het peil op -1.2 meter en rechts (dat is het hoogste punt van de Hooglanden) ligt het peil op 1.7 meter. 'Br' is hier de afkorting voor 'brug' op dit deel van de kaart van Beersterhoogen zien we dus 5 bruggen liggen. Bron: Kadasterkaart 1832, HISGIS.

 

 

Ligging

 

De buurtschap Beersterhoogen ligt noordoosten van Beerta, rond de beide wegen die in het noorden het dorp 'uitlopen', zijnde de Oudeweg (linksaf) in het westen en de Nieuweweg in het oosten. Het Bellingwolderdiep of Buiskooldiep vormt de oostgrens.

 

Statistische gegevens

 

In 1839 omvat de buurtschap Beersterhoogen 17 huizen (incl. boerderijen) met 141 inwoners.
Tegenwoordig omvat de buurtschap nog ca. 20 huizen met ca. 50 inwoners.

 

Mededeling inzake de volkstelling, waarin opgenomen de 'plaatselijke indeling' van de gemeente Beerta. 
Bron: Groninger Courant, 10-11-1840.
Mededeling inzake de volkstelling, waarin opgenomen de 'plaatselijke indeling' van de gemeente Beerta.
Bron: Groninger Courant, 10-11-1840.

 

 

Geschiedenis

 

De landerijen van Beersterhoogen vallen onder het in 1662 gestichte kerspel Beersterhamrik (Nieuw Beerta), maar de inwoners blijven kerkelijk bij Beerta horen. Na een akkoord in 1762 betalen ze wel mee aan het kerkonderhoud te Nieuw Beerta.

 

In Beersterhoogen is waarschijnlijk al vóór 1716 een pelmolen gebouwd, die tot 1872 in werking is gebleven. De buurtschap heeft in 1823 een eigen schooltje, dat in 1845 nog bestaat. De leerkracht is dan de bekeerde onderwijzer Nicolaas Mattheus Feringa, geboren 15 oktober 1820 te Groningen, die op zondag godsdienstoefeningen houdt. Kort na 1845 moet het schooltje sluiten wegens te weinig leerlingen.

 

Nicolaas Mattheus Feringa (15-10-1820 / 27-11-1866). Bron: Collectie Stadsarchief Amsterdam, tekeningen en printen. Originele afmetingen, 115 x 114 mm. Licentie: auteursrechtvrij, nr. 010097008406.
Nicolaas Mattheus Feringa (15-10-1820 / 27-11-1866). Bron: Collectie Stadsarchief Amsterdam, tekeningen en printen. Originele afmetingen, 115 x 114 mm. Licentie: auteursrechtvrij, nr. 010097008406.

 

 

Het is heel bijzonder dat juist Nicolaas Mattheus Feringa geboren 15 oktober 1820 te Groningen en overleden 27 november 1886 te Amsterdam in Beersterhoogen onderwijzer is geweest. Hij is achtereenvolgens onderwijzer geweest in Sappemeer, Beersterhoogen, Appingedam en Amsterdam. In Amsterdam is hij onderwijzer van 1849 tot zijn door in 1886. In Amsterdam wordt hij op 29-jarige leeftijd ‘meester van de havelooze school’. Hij werkt bij voorkeur onder de havelozen, houdt Bijbellezingen, waardoor hij dikwijls veel van zich doet spreken, In 1860 richt hij met anderen de ‘Vereeniging voor Christelijk Nationaal Schoolonderwijs’ op. Hiervan is hij 25 jaar secretaris geweest. In 1872 neemt hij deel aan ‘het vergrijp der zeventien ouderlingen’, en ook daarna staat hij vooraan in de ‘aannemingskwestie’. Het is 16 oktober 1856 als hij op 36-jarige leeftijd trouwt met de 32-jarige Robertha Elisbetha Versteeg uit Zeist. [1]

 

De stoomtram

 

In 1882 heeft de Stoomtramweg-Maatschappij ‘Oldambt’ een tramwegverbinding voor het vervoer van personen, goederen, post en zand een tramweg-verbinding aangelegd tussen Winschoten, over Beerta, Beersterhoogen naar Finsterwolde en Scheemda, met een lengte van 24 kilometer en een spoorwijdte van 1067 mm, een zgn. kaapspoor. Na 1884 is deze overgenomen door de 'Stoomtramweg-Maatschappij Oldambt-Pekela' (SOP) te Finsterwolde, die de dienst voortzet tussen Winschoten en Finsterwolde. Na 1930 verdwijnen de trams en worden deze vervangen door bussen. Beersterhoogen beschikt nog steeds over een tramstation, dat later is verbouwd tot een woning. Helaas is dit gebouw niet opgenomen als rijksmonument en verkeert het tegenwoordig, ondanks bewoning, in een slechte staat van onderhoud.

 

Op deze foto staat links het tramstation te Beersterhoogen. De weg loopt hier door richting Nieuw Beerta. De rails voor het station buigen om het station richting Finsterwolde. Mogelijk staat de man met de handkar en de mannen met de koets te wachten op de tram. In de richting van Nieuw Beerta zien we ook een koets. Foto: J. Bakker, Drieborg
Op deze foto staat links het tramstation te Beersterhoogen. De weg loopt hier door richting Nieuw Beerta. De rails voor het station buigen om het station richting Finsterwolde. Mogelijk staat de man met de handkar en de mannen met de koets te wachten op de tram. In de richting van Nieuw Beerta zien we ook een koets. Foto: J. Bakker, Drieborg.

 

Zo ziet het voormalige treinstation er tegenwoordig uit. De twee hoge deuren aan de voorzijde zijn verdwenen, maar het raampje erboven is nog aanwezig. Ook de versieringen aan het dak zijn nog (deels) aanwezig. Bron: eigen verzameling.
Zo ziet het voormalige treinstation er tegenwoordig uit. De twee hoge deuren aan de voorzijde zijn verdwenen, maar het raampje erboven is nog aanwezig. Ook de versieringen aan het dak zijn nog (deels) aanwezig. Bron: eigen verzameling.

 

 

Al vóór 1930 er een autobusdienst tussen Winschoten en Finsterwolde. Deze dienst rijdt over Beerta, via Beersterhoogen en Finsterwolde naar de Reidertil in de Reiderwolderpolder. Het goedkoopste ritje is dan 10 cent en het duurste 50 cent.

 

Op 2 oktober 1930 lezen we in het Nieuwsblad van het Noorden, dat de N.V. Stoomtramweg-Maatschappij 'Oldambt-Pekela’ dat de tramdienst Winschoten met ingang van 5 november in zijn geheel wordt opgeheven. Er komt dan een auto-vrachtdienst voor in de plaats, alsmede een autobusdienst. De tarieven voor vracht zijn als volgt: voor 1 tot 10 kilo, 10 cent; 10 tot 25 kilo 15 cent; 25 tot 50 kilo 20 cent en 50 tot 100 kilo 36 cent. Voor personentarieven zie de onderstaande advertentie. Nieuw Beerta heeft in vroegere jaren een smid en een wagenaar gehad. Ook heeft Beersterhoogen andere middenstanders gekend.

 

Bron: Nieuwsblad van het Noorden, 2 oktober 1930
Bron: Nieuwsblad van het Noorden, 2 oktober 1930

 

 

Enkele berichten uit kranten

 

 

Werkstaking

 

‘De werkstakers te Beerta hebben voor de helft het werk hervat. De andere helft bleef bij haar besluit. Enkelen hunner werden te Nieuw-Beerta geplaatst voor 15 cent per uur. Te Beersterhoogen bleef het loon 12 ½ cent.’ [2]

 

Kwaadwilligheid?

 

‘Te Beersterhoogen is hedennacht vlak bij de boerderij van N. Barlagen een korenmijt afgebrand, naar vermoed wordt door kwaadwilligheid. Te Beerta, waar zoo vaak reeds gepoogd werd brand te stichten, zijn velen door dezen brand verontrust’. [3]

 

Afgedwaald

 

‘De heer E.J. Muntinga, landbouwer te Beersterhoogen, vond in zijn duiventil een postduif, uit Rotterdam naar dezen uithoek des lands afgedwaald. De duif behoorde aan de Vereeniging ‘Prins Hendrik’ te Rotterdam. De heer M. heeft haar teruggezonden.’ [4]

 

Door het ijs gezakt en verdronken

 

‘Zondag is de 12-jar. K. Sijms te Beerta nabij het stoomgemaal te Beersterhoogen bi het schaatsen door het ijs gezakt en verdronken. Toen het slachtoffer boven water was gebracht, bleken de levensgeesten geweken’ [5].

 

Autobusdiensten

 

‘Gedeputeerde Staten van Groningen hebben aan de stoomtramweg-maatschappij Oldambt-Pekela te Winschoten vergunning verleend tot het in werking houden van een autobusdienst tusschen Kostverloren en Beersterhoogen. Ook hier zijn de aan anderen gestelde voorwaarden opgelegd[6].

 

Werkstaking

 

‘Een 25-tal arbeiders van Finsterwold en Beerta, die te Beersterhoogen werk hadden gekregen met graven en kruien, hebben Vrijdag den arbeid neergelegd. Hun eisch is loonsverhoging. Zij hopen eene nieuwe overeenkomst te sluiten met hunner werkgever. Per dag konden zij niet meer dan 25 à 45 cent verdienen’ [7].

 

Gevaarlijk heer

 

‘Men schrijft uit Winschoten: Zwaar geboeid is hier hedenmorgen binnengebracht de arbeider J. uit Beerta, die door de justitie verdacht werd van brandstichting, diefstal en verduistering van opgehaald geld. Voor eenige weken was hij naar Pruisen gevlucht. Een ware klopjacht was gisternacht in het veld te Beersterhoogen op hem gehouden, eerst nadat revolverschoten weren gelost, gaf hij zich aan zijn vervolgers over’[8].

 

Bron: Het Nieuws van de Dag, 30 oktober 1894.
Bron: Het Nieuws van de Dag, 30 oktober 1894.

 

 

 

 

Bronnen:

 

1. Zuidema, NNBW (Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek; Ensie, Christelijke Encyclopedie.

2. De Telegraaf, 13-09-1893.

3. De Telegraaf, 11-10-1907.

4. De Courant, 16-06-1903.

5. De Noord-Ooster, 17-01-1945.

6. Algemeen Handelsblad, 23-05-1927.

7. Het Volksdagblad, 02-03-1897.

8. Limburger Koerier, 29-04-1907.

9. RHC GA, Groninger Archieven Literatuur: Van Berkum, Kerkelijke geschiedenis van Nieuw-Beerta, zie pag. 56 en 57.
10. HISGIS, kadaster 1832.

 

 

Gerelateerde artikelen:

 


Geschiedenis van Beersterhoogen
De eerste kentekens in Beersterhoogen
Verordening op de Nabuurpligten (1864) van Beersterhoogen.
De oudermannen en de 'nabuurpligten'
Het naoberbouk verder uitgespit, de geslachten De Groot en Fransen
De boerderij van het geslacht Muntinga te Beersterhoogen

Geschiedenis van Beersterhoogen ( het artikel dat je nu leest).

 

 

 

Deze pagina maakt deel uit van www.nazatendevries.nl.
Aan bovenstaande tekst is de uiterste zorgvuldigheid besteed. Desondanks kunnen er best fouten voorkomen.
Constateer je fouten en/of heb je vragen, correcties, aanvullingen...geef die dan even aan mij door via mijn E-mail adres.
Laat ook eens een bericht achter in het Gastenboek.
Hoogeveen, 26 mei 2020.
Samenstelling: © Harm Hillinga
.
Menu Artikelen.
Terug naar de HomePage.
Top