Dit artikel is mede tot stand gekomen met dank aan Gudi Schuur.

 

 

De geslachten De Groot en Fransen

 



Woning Beersterhoogen in 2020. Over bovenstaande woning gaat het grootste deel van dit artikel. Het is dezelfde woning als we verderop in dit verhaal zullen tegenkomen. Echter in de loop van de jaren is er veel veranderd. Er staan nog steeds twee boven voor het huis, maar dit zijn niet meer dezelfde. Ook de ramen en de deur zijn veranderd en mogelijk is het huis verlaagd. Het rechter deel van de huidige woning is vroeger het tramcafé geweest. Foto: Gudi Schuur.

 

 

Zoals in de verordening staat aangegeven moet de ouderman ook verhuizingen en overlijdens registreren. In het eerste register van 1864 is dat niet voorgekomen. We geven een paar voorbeelden. Overige zijn te vinden in het PDF-bestand dat onderstaand kan worden ingezien.

In 1864, 1865 en 1866 woont op huisnummer 265 weduwe H. de Groot. Duiken we in de genealogie dan zien we dat hiermee Janna Lodewijks (van Dijk) wordt bedoeld. Janna is geboren 29 februari 1778 en overlijdt 15 februari 1870. Zij is gehuwd 23 april 1814 te Beerta met Heiko Hindriks de Groot, geboren in 1784 en overleden 22 januari 1784. De ouders van Janna zijn Lodewijk Jans (1747-1810) en Antje Jans (1753-1823), beide afkomstig uit Oude Pekela.

 

Het echtpaar Heiko en Janna krijgen een zoon en een dochter, Hindrik Heikes de Groot, geboren 18 maart 1815, overleden 7 augustus 1859 en Antje Heikes de Groot, geboren 21 mei 1817 en overleden 26 maart 1905.

 

Hier komen de geslachten De Groot en Fransen samen

 

Zoon Hindrik huwt 2 oktober 1841 Elle Wierts Jansen, geboren 29 juli 1818 en hij overlijdt 7 augustus 1859 te Beersterhoogen.

Dochter Antje trouwt te Beerta 11 mei 1844 met Jacob Hendriks Fransen, dagloner en boerenknecht. Jacob Hendriks Fransen is geboren 16 april 1814 en hij overlijdt 21 maart 18961. Jacob Hendriks is een zoon van Hinderk Geukes Frans en Frouwtje Jacobs Houwen.


Uit het huwelijk van Antje en Jaco worden drie dochters én drie jongens geboren, waarvan we Hendrik (Jacobs) Fransen, geboren op 20 februari 1847 te Winschoten later in Beersterhoogen weer tegen zullen komen.

 

Naast haar woont in 1864 op nr. 266 E.H. de Groot. Over deze bewoner(s) hebben we verder niets kunnen vinden. Van nr. 266 verhuist een zekere L. de Groot, per 1 mei naar Ganzedijk. Engel Luppes betrekt dan deze woning.

Een paar jaar later brengt de gemeente Beerta wijzigingen aan in de huisnummers. Wed. H. de Groot krijgt nu nr. 292 toegewezen.

 

 

 

De weduwe Fransen

 

Schijnbaar heeft zijn er een aantal jaren geen gegevens bijgehouden, maar in 1872 woont er een zekere wed. J. Fransen nr. 292. In de jaren daarna blijft dat zo, maar wordt de J. Fransen vervangen door H. Fransen.
We gaan vervolgens zoeken naar deze weduwe H. (of J.) Fransen en dan blijkt dat dit om een of andere reden bij herhaling foutief is genoteerd in het boek, want het gaat hierbij om weduwe J. Fransen.
En zie hoe schoon is de genealogie, wed. J. Fransen is in de hierboven genoemde Antje Heikes de Groot (1817-1905), de dochter van Heiko en Janna, gehuwd geweest met Jacob Hendriks Fransen, overleden in 1861.

In 1873 staat bij het huis nr. 292 van wed. J. Fransen (*) (als aantekening) met onderaan de pagina ‘in Mei 1873 is Joh. Smits alhier gekomen van Beerta in het nieuw vertimmerd huis van wed. H. Fransen’. In 1874 staat er een niet leesbare aantekening achter de woning van wed. H. Fransen, waaruit alleen ‘Joh. Smits’ te ontcijferen valt. Antje heeft de woning dus later vertimmeren en in twee woningen.

 

We weten inmiddels dat dat Hendrik Fransen en zijn vrouw Elsien Luppes Bos in mei 1874 naast wed. Fransen zijn komen wonen en dat Joh. Smits en zijn vrouw dan alweer zijn vertrokken.

Van 1876 en 1877 ontbreken de aantekeningen in het register.

In 1878 lezen we dat op nr. 292 H. Fransen woont en op 293 wed. H. Fransen. Het merkwaardige is dat het huisnummer van en zekere H. Prins al enkele jaren 293 is. Een verwarrende samenloop van omstandigheden of fouten van de verschillende oudermannen?

Het wordt 1879. Ouderman M.A Buiskool (nr. 298) schrijft in het register dat op nr. 292 H. Fransen woont. Daaronder is geen huisnummer ingevuld (wel een volgnummer), maar staat alleen de naam van Wed. H. Fransen. Een zekere H. Prins heeft nu nr. 293 gekregen.

Ouderman B.H. Dijken (nr. 300) noteert exact hetzelfde als zijn voorganger. Zijn opvolger P. Bouma noteert in 1881 echter weer iets nieuws. Huisnummer 292 is gewijzigd in 292a en 292b. Op nr. 292a woont nu H. Fransen en op 292b. wed. H. Fransen. Prins krijgt weer nr. 293.

In 1882 is E. Geertsema ouderman. Schijnbaar heeft de gemeente de huisnummers wederom aangepast, want H. Fransen woont nu op 322 en wed. H. Fransen op 322/1. Voor de volledigheid: H. Prins heeft nu 323 gekregen.
H. Fransen is in 1883 nu zelf ouderman geworden. Bij nr. 322 schrijft hij nu H.J. Fransen met zijn volledige voorletters. Daaronder staat 322/1 en daarachter wed. J. (?) Fransen. Het lijkt erg merkwaardig als daaronder geen huisnummer staat, maar wel een naam, nl. B. Molema, met als aantekening dat deze in 1883 uit Finsterwolde is gekomen. Dat is vreemd, want H. Prins woont nog steeds op nr. 323.

Na een blanco pagina met alleen een streep en een onleesbare paraaf of handtekening noteert ouderman H. Bastiaans (335) in 1884 exact hetzelfde.
Ouderman A. Post (333) doet dit ook in 1885. Ouderman A.J. Buiskool (332) hanteert in 1886 ook dezelfde notatie met een verschil dat er geen tussenruimte tussen bij wed. J. Fransen en B. Molema. Ook komen de huisnummers na nr. 325 niet meer overeen met volgorde van de namen uit voorgaande jaren.

 

Ouderman A.J. Derksema (332) heeft schijnbaar in 1887 weer andere inzichten. De huisnummers staan niet meer oplopend genoteerd, maar aflopend en ook nu weer heeft B. Molema geen huisnummer. Ouderman E. Geertsema (331) hanteert weer 322 en 322/1 in 1888, maar ook nu krijgt Molema géén huisnummer toegewezen. Het jaar daarop staat er géén jaartal genoteerd en ook geen ouderman. Wel komen de gegevens overeen met die van het jaar daarvoor.

In 1890 is E. Mulder ouderman (nr. 330). Hij noteert op 322 H. Jansen, op 322/1 wed. J. Fransen en daaronder zonder huisnummer B. Molema die in juli of september is vertrokken naar Oude Pekela. Verder wordt er in november L. de ? genoemd afkomstig uit Oude Pekela, die voor Molema in de plaats komt.
In 1891 komt de naam van de ouderman niet voor. Nu lezen we dat H. Fransen nog steeds op nr. 322 woont en op 322/1 wed. J. Fransen. Echter nu staat er ook als huisnummer 322/2 weergegeven, zonder daarachter een naam.
Ouderman E. Mulder hanteert in 1892 exact dezelfde notatie evenals ouderman J.O. Kuiper (317) in 1893 en ouderman H. Bastiaans (335) in 1894.

A. Post, ouderman in 1895, meldt dat op nr. 322/1 nog steeds H. Fransen woont, terwijl op 322/1 wed. J. Fransen in mei 1895 is vertrokken naar Finsterwolde. Vanaf die datum is wed. J. de Voogd uit Winschoten aangekomen. Nr. 322/2 staat niet genoteerd, maar de naam H. Schipper.

In het jaar 1896 heeft ouderman A.J. Buiskool (333) dit weer als volgt opgelost. Op nr. 322 woont H. Fransen, op nr. 322/1 wederom (?) wed. J. Fransen en op nr. 322/2 wed. J. de Voogd. Dit betekent dus dan in 1895 wed. J. Fransen van 322/1 niet is verhuisd! Wellicht is dit H. Schipper geweest, want op ‘322/2’ woont nu inderdaad wel wed. J. de Voogd. Heeft H. Schipper mogelijk tijdelijk op 322/2 gewoond?

In 1897 zijn voor het laatst de gegevens bijgehouden. Een ouderman wordt niet genoemd. H. Fransen woont nog steeds op 322, wed. H. Fransen op 322/1 en wed. J. de Voogd heeft geen huisnummer gekregen.
Overigens, we zouden het haast vergeten, ook in 1897 woont H. Prins nog steeds op nr. 323.
Een verwarrend geheel, zeer waarschijnlijk ontstaan doordat onze weduwe Fransen haar woning heeft laten vertimmeren tot twee woningen, terwijl én de oudermannen én de gemeente niet goed hebben ‘opgelet’.

 

 

Het geslacht Fransen in Beersterhoogen verder uitgespit

 

In de tuin van Hendrik Jacobs Fransen en zijn vrouw Elsien Luppes Bos, ook wel Moetje Fransen genoemd. De jongeman is Lubertus Fransen die later een fietsenzasak krijgt. De jonge vrouw rechts is Roelfina Fransen, een dochter van Hendrik en Elsien (1876-1903). Zij overlijdt in Beersterhoogen. De foto is genomen in de tuin achter het tramcafé. Op de achtergrond is het moerassige gedeelte van de Tjamme te zien. In feit is dit achter huisnummer 322/2. Foto: Gudi Schuur.

 

 

Het graf van Hendrik Fransen geboren 20-02-1847 te Winschoten en overleden 15-04-1919 te Beersterhoogen. Foto: Graftombe.nl.

 

Het graf van Elsien Bos, geboren Oudedijk bij Drieborg 16-01-1851 en overleden te Hoogeveen23 juni 1938. Foto: Graftombe.nl.

 

 

 

Hendrik (Jacobs) Fransen wordt geboren op 20 februari 1847 te Winschoten. Hij is gehuwd 16 mei 1874 te Beerta met Elsien Luppes Bos, geboren 16 januari 1851 te Oudedijk en dochter van Luppo Bartelds Bos uit Nieuw Beerta en Antje Cornelis Timmer. Als Hendrik 26 jaar is woont hij in de Stadspolder (gem. Beerta). Zijn vader is dan al overleden. Hij woont niet meer bij zijn moeder, want die woont in Beersterhoogen. Hoewel Hendrik eerst boerenknecht is, wordt hij later wagenaar [1], voerman en café eigenaar in Beesterhoogen.

Hendrik en Elsien betrekken in mei 1874 in huis nummer 292, naast weduwe J. Fransen die er dan al woont. Zij is het die de woning 'nieuw heeft vertrimmerd', zodat er twee gezinnen kunnen wonen. Joh. Smith en zijn vrouw zijn dan vertrokken.

 

Bron: Staatscourant, 18 juli 1891. Bericht van de gemeente Beerta waarin aan H. Franseen te Beersterhoogen een vergunning tot de verkoop van sterk drank wordt verleend.

 

 

Het is op 18 juli 1891 als in de Nederlandsche Staatcourant wordt gepubliceerd dat de gemeente Beerta Hendrik Jacobs Fransen machtigen als koffiehuishouder vergunning te verlenen voor de verkoop van sterke drank ‘in het klein’. De sterke drank mag verkocht worden in het oostelijk lokaal van ‘zijner behuizing’, wijk B. nr. 322. Dat is dus de kant waar ook het tramstation staat. Dit besluit wordt genomen in het belang van het reizend publiek dat gebruik maakt van de stoomtram ‘Oldambt-Pekela’ en is ingegaan op 10 juli 1891. Tussen het café en het tramstation bevindt zich de stelmakerij van Fransen.

 

 

Op deze foto staan Hendrik Fransen en Antje Fransen-Timmer voor hun woning, met rechts het tramcafé. Het meisje in het midden is Grietje Roelfina Fransen. De foto is gemaakt circa 1927. Hendrik en Antje hebben circa 1919 het tramcafé overgenomen van hun oom en tante Hendrik Jacobs Fransen en Elsien Bos. Links huisnummer 322/1 en rechts 322./2. Bron: Gudi Schuur.

 

 

Hendrik (Jacobs) Fransen overlijdt 15 april 1919 te Beersterhoogen, waarvan Engel Muntinga (die aan de andere kant van de straat een boerenbedrijf heeft) en Hilko Tjakkes als nabuur getuigen op het gemeentehuis.

 

Een broer van Hendrik, Heiko Jacobs, geboren 7 maart 1849 te Winschoten, overleden 25 juli 1889 is dagloner en huwt Grietje Luppes Bos, geboren 6 juni 1849 te Oudedijk en overleden 28 juli 1890 te Beerta. Het huwelijk vindt plaats op 23 augustus 1919. Ze krijgen vijf kinderen, waaronder Hendrik.

 

Deze Hendrik wordt geboren op 13 oktober 1887. Hij wordt al op 3-jarige leeftijd wees, want zijn ouders overlijden op jonge leeftijd. Daarom wordt hij opgevoed door de ‘vader en moeder’ van het Beertster armenhuis. Dat is hem beslist niet slecht bekomen. Hij leert het beroep van kleermaker bij Krone in Winschoten en komt in dienst bij Dijkmeier in Finsterwolde. Hij maakt ook zichtmachinekleden en zet o.a. leren stukken in de broeken van de marechaussee. Hij huwt Antje Timmer, geboren op 4 mei 1890. Zij is de dochter van Willem Ekko Timmer (1849-1933) en Harmke de Vries (1850-1923). Met deze Harmke de Vries, raken de stambomen van Fransen en NazatenDeVries elkaar, want Harmke is een dochter van Roelf Borgert de Vries (1802-1888) en Jantje(n) Jans Kamer (1812-1889).

Hendrik Fransen (1887-1956). Antje Timmer (1890-1980).
Het graf van Hendrik Fransen en zijn echtgenote Antje Timmer. Bron: graftombe.nl

 

Het huwelijk van Hendrik en Antje vindt plaats op 23 augustus 1919. Deze datum zal niet zonder enige reden zijn, want zijn oom Hendrik Jacobs Fransen (zie boven) overlijdt 15 april 1919 en neef Hendrik neemt het bedrijf van zijn oom in Beersterhoogen over. Ook hij wordt wagenaar [1] en runt het tramcafé, op nr. 322/2 te Beersterhoogen.

 

Lubertus Fransen en zijn echtgenote Jantje Kruizinga voor hun rijwielenzaak, met benzinepomp gelegen tussen Beerta en Beersterhoogen. Bron: Gudi Schuur.

 

 

 

De familie Fransen te Beersterhoogen heeft hier bezoek van familie uit Hoogeveen. Van links naar rechts Elsien Luppes Bos, Hendrik Fransen (1887-1956), mijn oma Antje Fransen-Timmer (1890-1980) , daarnaast Heiko Fransen, de zoon van Lubertus Fransen; achter in de auto Antje Compagner-Fransen, een zus van Hendrik Fransen. De andere personen zijn mogelijk buren. Het deel van het huis rechts op de foto is het tramcafé geweest. Bron: Gudi Schuur.

Als er een nieuwe weg in Beerta wordt aangelegd en het café ongunstig komt te liggen worden ze 'vader en moeder' van de diaconie (armenhuis) te Bellingwolde. Door Hendrik's ziekte (leverkanker), verhuizen ze naar de Hoofdweg.

 

Een broer van Hendrik, Lubertus (roepnaam) Bertus, geboren 21 januari 1855, overleden 26 oktober 1952, huwt Jantje Kruizinga. Lubertus en is opgevoed door Hendrik en Elsien op het tramcafé te Beersterhoogen. Zij betrekken een woning en een winkel voor rijwielen en een werkplaats en krijgen ook een benzinepomp. Mogelijk staat deze woning/winkel als vierde of vijfde vanaf Beerta, daar waar je de afslag links naar Beersterhoogen neemt. Het pand bestaat inmiddels niet meer.

 

Het echtpaar krijgt één dochter, Grietje Roelfina Elsiena Fransen, geboren 12 juni 1920, overleden 2 juni 1983. Zij huwt Jan Schuur, geboren 13 december 1907 te Winschoten, overleden 2 juli 1983 te Bellingwolde. Dit echtpaar krijgt drie kinderen. Jan en Grietje runnen een winkel in Winschoten. Deze winkel staat op de hoek van de Engelstilstraat-Dwingeloweg. Het is een winkel in manufacturen en ze hebben ook een agentschap van het Nieuwsblad van het Noorden.

 

Links de winkel van Jan Schuur en Grietje Roelfina Elsiena Fransen circa 1937; rechts dezelfde winkel circa 1965. De winkel heeft gestaan op de hoek van de Engelstilstraat en Dwingeloweg in Winschoten.

 

 

Dit roept herinneringen bij mij op. Tussen mei 1953 tot mei 1957 wonen wij te Beersterhoogen aan de Oudeweg, waar mijn vader Eggo Hillinga in die periode werkt bij boer Everhardus Muntinga. In Beerta ga ik naar de kleuterschool en het westeinde en vervolgens drie jaar naar de lagere school in Beerta (oost). Er is dan geen café meer in Beesterhoogen. De (dubbele) woning staat er nog wel en tussen het vroegere café en het voormalige tramhuis bevindt zich een wagenmakerij. Ik herinner me nog dat dat een lange boomstam ligt. Hoeveel ik mijn hersens ook peinig, ik herinner me niet meer dat de wagenmakerij dan nog in bedrijf is. Als we daarna weer naar Nieuwe Statenzijl verhuizen, omdat vader het bedrijf van opa overneemt, ga ik nog drie jaar naar de lagere school in Drieborg en vervolgens naar de ULO (E.J. Boltjes school 1960/1964) en vervolgens naar de kweekschool, eerst aan de Engelselaan en later aan de Mr. D.U. Stikkerlaan. Het is uit die periode dat ik mij de winkel van bovengenoemde Jan Schuur op de hoek van de Engelstilstraat en de Dwingeloweg in Winschoten herinner.

Het geslacht Fransen woont nog tot 1920 in Beerterhoogen

 

 

 

Tramcafé en tramstation van Beersterhoogen


De bovenste afbeelding laat helemaal rechts het tramstation zien, met daarnaast de woning van de familie Fransen, waar drie geslachten hebben gewoond. Het is op een gegeven moment in twee woningen gesplist, terwijl het meest rechter deel (eigenlijk de voorkamer van het huis) het tramcafé is geweest.

 

 

 

 

Noten en bronnen:

1. Een wagenmaker (ook wel stelmaker) is een persoon die in vroeger tijd (houten)karren, wagens en onderdelen daarvoor zoals wielen en askasten maakt en repareert. Een stelmaker is de bouwer van het onderstel van de wagen. Hoewel er wagenmakers zijn geweest die comfortabele koetsen maken, zijn de meesten van hen voornamelijk werkzaam voor boerenbedrijven. De grootste vraag is naar meerwielige karren en wagens, maar hun assortiment omvat ook kruiwagens, eggen, ploegen, beerkisten, wanmolens, botermolens en kafmolens. Op bestelling worden speciale karren of wagens gemaakt voor ambachtslui: een bakkerswagen met soms de mogelijkheid een hond in te spannen, de zogenaamde hondenkar, een stootwagen voor timmerman of metselaar, een bierwagen speciaal ingericht voor het vervoer van biervaten of een mallejan. De wagenmaker koopt meestal zelf zijn bomen, veelal bij publieke houtverkopingen die vroeger vaak hebben plaatsgevonden. De bomen worden gezaagd met een ongeveer drie meter lange boomzaag. Daarna worden de planken geruime tijd te drogen gelegd in een open overdekte loods. Tussen de planken worden enkele latjes gelegd om de wind vrij spel te geven zodat het hout gelijkmatig droogt. Van de planken worden later de balken en planken gezaagd die nodig zijn om de laadbak en het lamoen van de kar of de wagen te maken.
2. Algemene bron: RHC GA. Groninger Archieven.

 

 

 

Gerelateerde artikels:

 

Geschiedenis van Beersterhoogen

Beersterhoogen op de kadasterkaart van 1832
Verordening van de Nabuurpligten (1864-1897)

De eerste kentekens van motorvoertuigen in Beersterhoogen

De oudermannen en de 'nabuurpligten'
De boerderij van het geslacht Muntinga te Beersterhoogen
Het naoberbouk verder uitgespit, de geslachten De Groot en Fransen (het artikel dat je nu leest)

 

 


Deze pagina maakt deel uit van www.nazatendevries.nl.
Aan bovenstaande tekst is de uiterste zorgvuldigheid besteed. Desondanks kunnen er best fouten voorkomen.
Constateer je fouten en/of heb je vragen, correcties, aanvullingen...geef die dan even aan mij door via mijn E-mail adres.
Laat ook eens een bericht achter in het Gastenboek.
Hoogeveen, 2 juni 2020.
Samenstelling: © Harm Hillinga
.
Menu Artikelen.
Terug naar de HomePage.
Top