Opm. Het originele artikel is van Jacob Tilbusscher uit 1941. Aan het artikel is niets veranderd, behalve de spelling en de opmaak, om het geschikt te maken voor NZD. Ook de noten zijn toegevoegd.

 

Een profeet in eigen land geëerd

'Bloeiend landbouwdorp, prachtige kapitale boerderijen langs de hoofdweg. Toegang tot 't aloude Westerwolde. Een bijzonder gunstige ligging: ten zuiden het heerlijke landschap, ten noorden de vruchtbare Dollardkleigronden. Toen de Dollard midden 15e eeuw z’n grootste afmetingen bezat, lag Blijham aan deze zeeboezem. Was toen niet zo welvarend…. Welvaart bracht de indijking van de Dollard! De in Oldambt en Westerwolde bij het volk nog voortlevende ziener profeet Jarfke, voorspelde het reeds: de Dollard tussen Blijham en Winschoten zal in land herschapen worden! Bovendien voorspelde hij allerlei andere zaken: overstromingen, oorlogen….. Zijn voorspellingen trokken de aandacht, ‘Prophecye’ [1] verscheen reeds vroeg in druk, werd herhaaldelijk herdrukt, ook in berijmde vorm. 't Laatst werd ze uitgegeven door J. Bakker te Drieborg, een halve eeuw geleden, terwijl de heer Ter Laan -de man van ons mooi Groninger Woordenboek- in 1931 de ‘Prophecye van Jaarfke’ opnieuw uitgaf, voorzien van historische toelichtingen en verklarende aantekeningen. Zeer interessante studie, die in geen enkel gezin van Oldambt en Westerwolde mag ontbreken,

 

Deze foto behoort niet tot het originele artikel, maar is bedoeld ter illustratie. Het betreft een dwarshuisboerderij met voorhuis in eclectische stijl met neoclassictische elementen en schuur. Auteur: Hilda Morassi, 16 september 2012. Het betreft een Rijksmonument. De boerderij bevindt zich aan de Oosteinde (N969) nr. 42. Bron/licentie: Creative Commons.

 

Jarfke's voorspelling

In de dagen dan, dat Blijham aan zee ligt:

hadde Jarfke gevaren met een schip over het Meyer (de zee) van Winschoten nae Blyham, dat doe noch water was en liep in de Dullert ende voort in de Eems, en als hij overgekomen was te Blyham, doen quam hij by een man, die Heere hiet, die met sijn Volek in 't Weylant was om te hoyen, so heeft Jarke geseyt: Och hoe moede ben ick geworden! al eer ick door alle Hoyoppers gekomen ben. Doen heeft Heere met het ander Volck gevraegt hoe dat komen soude, dewijl dat het Meyr soo diep is? Jarfke, zijdt ghy oock kloeck (ben je wel goed bij?) of zijt ghy droncken? Toen heeft Jarfke geantwort: Om dat het noch Landt worde sal, soo sal daer overvloedigh gras wassen. Doen hebben de Hoyers geseydt al eer wy dat gelooven, soo willen wy veel eer gelooven dat de Hemel dalen sal, al eer dat Meyr tusschen Wijnschoot en Blyham tot Lant worde sal, dat nu soo diep is datter Hulcken (koopvaardijschepen) en Carvelen (kleine schepen uit Frankrijk, Spanje, Portugal) invaren konnen; daer in de Dycken leggen seven Sluysen en loopen in de Eems, daerom isset onmogelijck dat dit geschiede kan.

Item, op een tijd had Jarfke komen varen van Blyham nae Winschoot met een Schip; en aldaer heeft Jarfke geseyt, hy had gesien twee scharen Mayers met hare Zeynen (zeisen) nederliggen, dat doen noch water was: Doen seyde die luyde tot hem, dat het onmogelyck was, dat het Landt worde soude. Doen heeft Jarfke geseyt, en laet u dat niet verwonderen, de sluysen sullen doorgaen door groote Winde en water, dan sal het Landt worden."

 

Jarfke‘s ‘prophecye’ kwam uit! De Dollard werd ingedijkt. Blijham floreerde, kwam tot bloei! Streefde het hoofddorp der gemeente voorbij. Eerst in 1861 echter besloot men de zetel van de gemeente van Wedde naar Blijham over te brengen. Jarfke's voorspelling was dan toch maar juist geweest. Aan Jarfke de eere! Toen de gemeente in 1884 de regering verzocht een wapen te mogen voeren, gaf men zelf aanwijzingen daaromtrent. Men ontwierp een wapen, waarop de symbolen, die wezen op Jarfke's ‘Prophecye’: de profeterende Jarfke, een landman tusschen hooioppers Symboliek uit dankbaarheid! Een profeet in eigen land geëerd De Minister keurde het ontwerp echter niet goed: 't wapen zou ontaarden in een soort van schilderij of plastische voorstelling. Hij stelde dit wapen voor: een gedeeld schild, rechts een kasteel van keel (rood) op een veld van zilver, en links gedeeld Boven: een hooischelf van goud op een veld van sinopel (groen), of twee gekruiste zeisen van zilver op sinopel; beneden: twee golvende fasen (balken) van azuur (blauw) op een veld van zilver. De gemeente ging hiermee accoord, nam echter voor de twee gekruiste zeisen een hooischelf [3].

 

't Kasteel herinnert aan de burcht te Wedde, de golvende fasen en de hooischelf aan de midden 16e eeuw begonnen indijking van de Dollard aan Jarfke's profetie en verzuchting: ‘Och hoe moede ben ick geworden! al eer ick door alle Hoyoppers gekomen ben.’ Blijham is een oude nederzetting.

 

De kerk

De kerk staat in 't Oosteind, aan de rand der ingedijkte landerijen. Ze is betrekkelijk jong, werd -zoals een gedenksteen aangeeft- in 1783 gebouwd. De toren is nog geen driekwart eeuw oud, dateert eerst van 1872. De vroegere kerk en toren stond op deze zelfde plaats: aan de gouden rand van 't dorp. Jammer, dat we niets over de oude kerk kunnen meedelen. Tijdens de bouw van de tegenwoordige kerk was Gerhardus Oomkens predikant. Hij was in 1777 beroepen van Zuidhorn. Overleed in 1810 en ligt in de kerk begraven. Op z’n grafsteen leest men:

Gerhardus Oomkens geboren deN 24 van Sprokkelmaand 1741, getrouwd de .. van Grasmaand 1765 met Gerhardina Hajolina Pie(ryus) predicant geweest te Wijnjeterp, Engelbert, Zuidhom, Blijham en na eenen 47-jarigen evangeliedienst ontslapen de 17en van Wintermaand 1810 oud 69 jaar en 10....en [5]

Het wapen op de zerk is gedeeld en vertoont: a. een faas vergezeld van drie ruiten; b. een haan op een stok. [5]

 

Feest van de gilden

Ds. Oomkens -we kunnen niet nalaten even bij hem stil te staan- behoorde in die bewogen tijd, evenals vele Blijhamsters, tot de Prinsgezinden. Toen Willem V in ere hersteld werd, heerste er grote vreugde te Blijham. Er werd feest gevierd: Maandag 29 oktober 1787! Blijham was verdeeld in vier gilden -toen regimenten genoemd- die alle vier gewapend waren. 's Morgens om tien uur begon het feest: aantreden bij het huis van de kerkvoogd Helenius Eppes. We volgen hier het officieel verslag van 't feest opgemaakt door ds. Oomkens en de kerkvoogd Jan Hessel Detmers welk verslag Lonsain indertijd uit het kerspelprotocol -berustende in ’t Rijksarchief- meedeelde.

Bij het huis van Eppes verscheen weldra in priesterlijk gewaad ds. Oomkens. Hij hield voor de groote menigte -ook uit andere dorpen waren belangstellende aanwezig- enige toespraken en vervolgens een korte redevoering naar 1 Koningen 1, het slot van vers 39. De ‘regimenten’ marcheerden daarna door het hele dorp: van 't huis van Eppes naar 't Oosteind, van hier naar de Molenhorn en 't Westeind. De ‘krijgsbende’ werd geopend door tien bijlmannen, daarop volgde de ‘krijgsraden’:

Jacob Geerts, Boele Elzes Bruggerts, Harm Addes, J. M Detmers, Koene Heilkes, Remko Engels, Jarko Geerts Hekman, Harm Nannes, Hinderik Habbes, Hinderik Schinkel, Helenius Eppes, Remmo Pieters, Wilt Jurrjens, Albert Sibelts, Berend ten Have, Tjarko Luikens, Tjarko Helenius, Evert Harms.

Officieren waren: Geert Jochgems, Elzo Boeles Bruggerts.
Oversten: Wolbert Schmaal, Harm Everts, Willem Sibelts, Lukas Schmaal
Luitenants: Aeilko Schmaal, Hinderik Elzes, Poppo Helenius, Jan Menses.
Vaanderiks: Albert Harms, Helenius Sibelts, Adde Nannes, Jannes Harms Winter. Adjudanten: Elze Reinders, Abel Geerts, Luppo Abels, Wubbo Luikens,
Sergeanten: Remmo Hindriks, Kasper Jans, Hinderik Ketjes, Hinderik Wubbes.
Cadets: Adamus Oomkens, zoon van de predikant, Willem J. Detmers, Jogchem Remmes, zoon van de ingenieur Remmo Jogchems, Helenius Derks, zoon van Derk Luikens.
Overste-ingenieur: over 't ganse regiment was Remmo Jogchems.
Auditeur-militair: Derk Jans Besseling.

Verder waren er vier tamboers, vier pijpers, enige korporaals en 130 gewone soldaten, waarbij vele boerenzoons. Drie huizen waren aangewezen als pleisterplaatsen, geen herbergen, huizen van particulieren. In 't Oosteind het huis van Wubbo Borcherte, in de Molenhorn dat van Geert Berends, in 't Westeind dat van Jacob Jans, terwijl ook de school als zodanig was aangewezen, 't Feest dat tot de avond duurde, had een gunstig verloop. Geen wanklank werd gehoord. Elk heeft -aldus het verslag- zijn volle genoegen gehad van bier, jenever, brandewijn, wijn, koffie en thee. Bij elk vonder was gemakshalve een bijvonder gelegd. Toen later bij de ‘afrekening’ bleek, dat er een batig saldo was, werd dit aan de armen gegeven.

 

Tijdens de WOII is de toren van de kerk beschadigd en werd de spits compleet verwoest. Het heeft tot 1977 geduurd voordat er weer een torenspits is aangebracht. De foto behoort niet tot de originele tekst maar is ter illustratie toegegevoegd. Bron v.d. foto: Onbekend.

Meer over de kerk

De kerk is een eenvoudig, rechtgesloten pilastergebouw. Het interieur is stemmig. De preekstoel, met Bijbelsche symbolen op de kuippanelen, dateert uit de tijd van de kerkbouw. Ook het doophek is -evenals de zware koperen doopbekkenhouder- 18e eeuwsch. 't Orgel werd begin vorige eeuw vervaardigd en geplaatst door de bekende orgelbouwer Van Oekelen te Haren.

Het Avondmaalszilver bestaat uit twee bekers en een schenkkan. De oudste beker voert de inscriptie: ‘Hermannus Schmaal pastor, Koene Aelkens en Fraerck Lupkens kerkvoogd Anno 1697’. Hermannus Schmaal was van 1691 tot z’n overlijden in 1723 predikant te Blijham. Hij ligt in de kerk begraven, waar z’n grafsteen nog aanwezig is. 't Grafschrift luidt: ‘Anno 1723 de 28 Sept. is de Eerwaardge Heer Hermannus Schmaal in zijn leven praedicant te Blijham in de Heere ontslapen, nadat hij 33 jaar praedicant waar geweest verwaghtende met de ware gelovighe een zalige opstandinge door Jesum Christum’. [6]


Het wapen op de zerk is in vieren verdeeld:
1. aan de rechterzijde ingehoekt met drie punten, waaruit een hond springt;
2. doorsneden: boven een huis of kerk, benede drie boomen met een hert;
3. een drietal rozen;
4. doorsneden: boven een leeuw, beneden een ridder te paard:


Op de zerk staat verder nog: „Ende ik hoorde een stemme uit de Hemel de (die) tot mij seide: Schrijft: Saligh zijn de dooden, die in de Heere sterven, van nu an. Apocalijp. Cap. 14 vs. 13".

De tweede Avondmaalsbeker dateert uit het begin van de vorige eeuw. De inscriptie luidt: „W. J. Koppius, Predikant, E. B. Bruggers en H. E. Evers, Ouderling-sn, G. Oortwijn en A. Dethmers, Diakenen, 1823". De schenkkan vermeldt alleen: „Herv. Kerk Blijham."

 

Heksenproces

De eerste Hervormde predikant, Ludolphus Antonius, verwierf zich een onsterflijken naam door de rol, die hij speelde in 't bekende Westerwoldsche Heksenproces van 1596. Het dwaze bijgeloof vierde die dagen hoogtij. Drong zelfs de pastories binnen! Een kindje van pastor Antonius ontving op zekere dag een appel van een oude vrouw, Alke Engels. Kort daarop werd het kind ziek. Medicijnen hielpen niet, dus: 't kind was door de appel betoverd.


Dominee klaagde oude Alke aan bij de rechter! Deze zette haar in boeien op 't slot te Wedde, legde haar drie keer op de pijnbank, om haar tenslotte te geselen. 't Arme mens bekende de appel gegeven te hebben, ook: dat ze zelf de appel ontvangen had van Hemme Aaldriks. Hemme werd gehaald en op de ladder gebonden. In haar pijnen vertelde ze de dwaaste dingen: ze had de appel met rattenkruid gevuld, ze was met Alke op een heksenbal geweest op het land van de pastor, enz. Behalve op deze twee vrouwen, werd de tortuur nog op zes andere ‘medeplichtigen’ toegepast.


Drie vrouwen zijn er verbrand, de andere werden tegen betaling van hoge boetes vrij gelaten. Men kan zich niet voorstellen, dat deze gruwelen in bijzijn en op advies van de predikant Antonius en z’n collega's te Wedde, Vlachtwedde en Bellingwolde zijn bedreven.

 

Kerkhof

Eigenaardig: op het kerkhof vindt men 18e eeuwse grafzerken; een van 1732 voor ‘de deughtzaame Lyzabet Derks’; een van 1740 voor ‘de eerzame Lupke Tjarcks’; een van 1762 voor ‘de eerbare Harm Everts’; een van 1772 voor ‘Anna Derks huisvrouw van de overleden assessor Harmen Everts voornaam Erf geseeten’; een van 1781 voor ‘de eersame Tjarko Lupkes, erfgezeeten’; een van 1785 voor ‘Rixte Luikens gewezen huisvrouwe van Tjarko Lupkes’; een van 1789 voor ‘Lupko Tjerks’. In de kerk werden slechts weinigen begraven.

Vele zerken vermelde ‘erfgeseeten’ [4], in plaats van 't meer gebruikelijke ‘eigenerfde’ [2]: zij, die hun hofstede en andere bezittingen van hun ouders geërfd hadden. Eigenerfden, ter onderscheiding van hen, die gepacht, gehuurd land in cultuur brachten. Wanneer een eigenerfde of ‘erfgeseeten’ dertig grazen land of meer bezat, had hij recht op zijn beurt als redger, rechter te fungeeren. De wapens op de zerken van de familie Evers vertonen het symbool van het redgerrecht: een adelaar, drie klaverbladen. Op vele andere oude zerken vindt men wapens, waarop een boom en een hert. Oók: symbool van het redgerrecht. De boom is de ‘gerechtsboom’, het hert -het Germaanse zonnedier- het zinnebeeld van de zonneklare, zuivere, onpartijdige rechtspraak. Boom en hert komen in de wapens van vele families voor. De familie Waalkens voert in haar wapen in zilver een groene gerechtsboom op een heuveltje, met een rood klimmend hert. 't Ligt voor de hand, dat in 't welvarend Blijham vele ‘erfgeseetenen’ voorkwamen. Jarfke's ‘Prophecye’: 'omdat het -tussen Blijham en Winschoten bedoelde hij- ‘noch Landt worde sal’, werd werkelijkheid. In de loop der tijden werd de waterwolf- veel terrein ontnomen. Uiterst vruchtbaar land: Blijham werd welvarend. Jarfke's voorspelling wordt niet vergeten, leeft voort in 't gemeentewapen: een gouden hooischelf boven twee golvende fasen.

Onderschrift: T. '

 

 

Bron:

Jacob Tilbusscher, Nieuwsblad van het Noorden, Vijfde blad, Ter Verpoozing een Populair Letterkundig Wekelijksch Bijblad v.h Nieuwsblad van het Noorden, nr. 991, zaterdag 22 maart 1941. Titel: Blijham, Een profeet in eigen land geërd.

 

 

 

Noten en aanvullingen:

De onderstaande noten behoren niet bij het oorspronkelijk verhaal maar zijn door de red. toegevoegd.


1. Prophecye, profetie, voorspelling
2.Eigenerfde. Een eigenerfde of eigengeërfde is tijdens de middeleeuwen en het ancien régime iemand die vrij-eigen of allodiaal grondbezit van enige omvang heeft. Theoretisch zouden de edelen ook behoren tot de eigenerfden. In de praktijk wordt de term slechts gebruikt voor niet-adellijke grondbezitters.
Een eigenerfde is in de middeleeuwen en het ancien régime een (vaak middelgrote of grote) boer met eigen grond die ook eigenaar is van zijn erf met de daarbij horende rechten. Dit onderscheidt hem van de meier die het erf met bijbehorende gebouwen en landerijen pacht van de werkelijke eigenaar wat een eigenerfde kan zijn, of een edele- dan wel kerkelijke grootgrondbezitter. Een eigenerfde is een vrije boer die zijn hoeve zonder tussenkomst van een leenheer kan (laten) bewerken.
De eigenerfden hebben waardelen gehad, dat zijn aandelen in de boermarke (Drenthe)e, het gemeenschappelijke bezit van een buurschap. Zij worden gemachtigd door de markegenoten, de inwoners van een marke, en vormen het dagelijks bestuur van de marke. Eigenerfde boeren die in het bezit zijn van een paard en steek- of slagwapens, worden weerboeren genoemd. In de provincies Drenthe, Friesland en Groningen hebben de eigenerfden een grote rol in de staatsinrichting gespeeld. Samen met de adel hebben zij in de staten van de provincies gezeten.
Bij edele heerden bezitten eigenerfden het collatierecht, dat is het recht om een dominee of pastoor voor te dragen voor benoeming. Ook kunnen ze andere functionarissen voor benoeming voordragen. In het 'monsterproces van Faan', waarin de beruchte Rudolf de Mepsche 22 mensen ter dood heeft veroordeeld voor 'sodomie', speelt de positie van de eigenerfden een belangrijke rol.
In de moderne tijd neemt de stand van de herenboer eenzelfde soort sociale positie in als die van de rijkere eigengeërfde boeren van voorheen.
De herkomst van de eigenerfde is omstreden. Zeker is dat een deel van de eigenerfde goederen afkomstig is uit het vroeg-middeleeuwse goed van de liberi uit de Karolingische of voor-Karolingische tijd.
3.Hooischelf. Hooiberg.
4.Erfgeseeten, erfgezeten. Hiermee wordt een landeigenaar bedoeld met bepaalde rechten. Eigenlijk is een erfgezetene hetzelfde als een eigenerfde.

 

5. In GDW (Groninger Gedenkwaardigeheden, Pathuis), komen we de tekst van de zerk en die van het wapen in een iets gewijzigde vorm tegen:

GERHARDUS OOMKENS, GEBOREN DEN 21 VAN SPROKKELMAAND 1741, GETROUWD IN GRASMAAND 1765 MET GERHARDINA HAJOLINA PIERIUS, PREDIKANT GEWEEST TE WYNJETERP, ENGELBERT, ZUIDHORN, BLYHAM, EN NA EENEN 47 JARIGEN EVANGELIEDIENST ONTSLAPEN DEN 17 VAN WINTERMAAND 1810, OUD 69 JAAR EN 10 [MAAND]EN

Wapen: Gedeeld: I een dwarsbalk, vergezeld van drie ruiten, 1 en 2; II een haan, staand op een iets schuinrechts op een terras liggende stok. Helmteken: drie struisveren. N.B. Ondertrouwd Groningen 13 april 1765. Zie: DTB, nr. 182. GDW, blz. 223, nr. [993].

 

6. Ook het opschrift van de beker en de zerk inzake Harmannes Schmaal, komen niet overeen met die in de GDW:

Avondmaalsbeker:

HERMANNUS SCHMAAL, PASTOR, KOENE AEILKENS EN TIAERCK LUPKENS, KERCKVOOGDEN TOT BLEYHAM ANNO 1697. GDW, blz. 219, nr. [975].


Grafschrift en wapen:

ANNO 1723, DEN 28 SEPT., IS DE EERW. WELGEL. HEER HARMANNUS SCHMAAL, IN ZYN LEVEN PRAEDICANT TE BLYHAM, IN DEN HEERE ONTSLAPEN IN HET.7sTE JAAR SYNS OUDERDOMS, NADAT HY 33 JAREN PRAEDICANT WAAR GEWEEST, VERWAGHTENDE MET DE WARE GELOVIGHE EEN ZALIGE OPSTANDINGE DOOR JESUM CHRISTUM

Wapen: Gevierendeeld: I drie aanstotende en van de rechterschildrand uitgaande halve ruiten en een uit de middelste dezer ruiten uitkomende omgewende, gehalsbande en van achteren geringde hond; II doorsneden: a. een huis; b. drie naast elkaar staande bomen en achter de beide buitenste een omgewende springende haas; III drie rozen; IV doorsneden: a. een leeuw; b. een met een sabel stekende geklede man te paard. Helmteken: een heraldieke roos.

ENDE IK HOORDE EEN STEMME UIT DEN HEMEL, DE TOT MY SEIDE: SCHRYFr: SALIGH ZYN DE DOODEN, DIE IN DEN HEERE STERVEN, VAN NU AN. APOCALYP. CAP. 14 vs. 13.

N.B. Harmannus Schmaal hertrouwde als weduwnaar van Pietertje Langerhuizen met Beelke Hazelhof. Zie: NGP, blz. 168.
Vergelijk wapen en helmteken met: GDW, nrs. 976, 4013. GDW, blz. 220, nr. [978].

 

 

 

Klik hier voor het levensverhaal van Jacob Tilbusscher K.J.zn

 

 

 

Deze pagina maakt deel uit van www.nazatendevries.nl.
Aan bovenstaande tekst is de uiterste zorgvuldigheid besteed. Desondanks kunnen er best fouten voorkomen.
Constateer je fouten en/of heb je vragen, correcties, aanvullingen...geef die dan even aan mij door via mijn E-mail adres.
Laat ook eens een bericht achter in het Gastenboek.
Hoogeveen, 19 maart 2020.
Samenstelling: © Harm Hillinga
.
Menu Artikelen.
Terug naar de HomePage.
Top