Willemstreek 7-10 Ellerhuizen.

Willemstreek 7-10 Ellerhuizen. Doc.nr. 112.174. Foto: A.J. van der Wal. Vervaardiging: augustus 1967. RCE Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed. Licentie: Creative Commons.

 

Langs het Boterdiep in Zuidwolde komt men via Plattenburg in Ellerhuizen, Ellerhoezen in het Gronings. In vroegere tijden is het een wezenlijk gehucht met steenfabriek en herberg dat via een kerkvoetpad verbonden is met het nabije Noordwolde. Het is een voormalig kerspel in de gemeente Het Hogeland en tegenwoordig een buurtschap bij Bedum. Men kruist hier via een moderne ophaalbrug het Boterdiep. Ooit heeft hier de Ellerhuistertil[1] gelegen. Bij de til[2] aan het diep ligt dan het molencomplex dat sinds 1870 in handen van de fam. Woldring[3] is. Bij het pel- en korenmolenbedrijf wordt in 1877 het bakkersbedrijf gevoegd en in 1913 een herbergiersbedrijf.

 

Boerderij Boterdiep 1, Ellerhuizen, foto: A.J. van der Wal, augustus 1967. Bron: Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed. Monumentnr. 115-808.

Boerderij Boterdiep 1, Ellerhuizen, foto: A.J. van der Wal, augustus 1967. Bron: Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed. Monumentnr. 115-808.


Geschiedenis
Ellerhuizen wordt voor het eerst genoemd in 1384 als Aylardahusum en Aylardahuzum, gelegen in de parochie Bedum, rond 1600 als Elderdehueßen, in de 17e eeuw als Elderhuisen. De naam is ontleend aan de mansnaam Aylard of Elderd of de geslachtsnaam Aylarda. De kerk moet al vroegtijdig zijn verdwenen; in een parochieregister van omstreeks 1475 wordt hij niet meer vermeld. Het kerspel is samengevoegd met Bedum. Bij boerderij 'De Wijk' zijn in 1841 fundamenten en 20 skeletten gevonden, die de vermoedelijke locatie van deze kerk aanduiden. Andere opvallende vondsten stammen van boerderij 'De Hoogte'[4]. Het terrein aldaar wordt ook wel ’t Hoogheem genoemd, met overblijfselen van een kapel. Het betreft een archeologisch monument uit de Middeleeuwen.


De buurtschap bestaat uit een verzameling boerderijen en huizen die zich zo'n 2½ km uitstrekt langs de Ellerhuizerweg. De weg begint bij het Boterdiep, loopt dan 1½ km nagenoeg naar het oosten en dan nog 1 km naar het noordoosten.

 

Ellerhuizen 21, Blauw Börgje. Doc.nr. 141.204. Foto: A.J. van der Wal, november 1971. Bron: RCE Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed. Licentie: Creative Commons.

Ellerhuizen 21, Blauw Börgje. Doc.nr. 141.204. Foto: A.J. van der Wal, november 1971. Bron: RCE Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed. Licentie: Creative Commons.


Over het Boterdiep liggen twee bruggen die de Ellerhuizerbrug (of -klap) en de Oude Ellerhuizerbrug heten. De ‘Oude’ brug, gelegen in het fietspad, is in werkelijkheid de nieuwste, maar heet zo omdat deze op de landhoofden van de afgebroken brug is gebouwd. Deze blijven bestaan wanneer er bij de aanleg van de rondweg rond Zuidwolde, net ten zuiden van deze brug, een vervangende wordt aangelegd. De brug blijkt echter een gevaarlijk punt te zijn omdat fietsers hier even van de parallelweg af moeten om het kanaal over te steken. In de jaren 80 is daarop de brug op de oude locatie hersteld[5].


Omstreeks 1840 spreekt Van der Aa in zijn ‘Aardrijkskundig Woordenboek’ over de buurschap Ellerhuizen in Hunsingo. Hiertoe behoort ook de reeks boerderijen die direct bij de til begint en zich langs de weg oostwaarts uitstrekt. In vroeger tijden heeft men in dit gebied veel last van hoge waterstanden en zo valt de hoge ligging van veel boerderijen op.

 

Eén van de eerste boerderijen draagt de naam ‘Het Hooge Heem’ en een volgende heet ‘De Wijk’ in de zin van een vluchtplaats. Aan deze boerderij ontleent de bekende landbouwer familie Wijk haar naam.

 

Blauw Börgje. Bron RCE, Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed. Vervaardiger Wiert Jan Berghuis (tekenaar). Coc. nr. BT-001320. Monument nr.: 8729. Gevels voorlopig restauratieplan. Ellerhuizen 21. Voormalig gemeente Bedum. Vervaardiging: september 1968.

Blauw Börgje. Bron RCE, Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed. Vervaardiger Wiert Jan Berghuis (tekenaar). Doc. nr. BT-001320. Monument nr.: 8729. Gevels voorlopig restauratieplan. Ellerhuizen 21. Voormalig gemeente Bedum. Vervaardiging: september 1968.




'De Wijk' vóór 1955, gezien vanuit het zuiden. Linksboven de oude boerderij en in het midden de nieuwe boerderij van 1832. De laan rechtsboven loopt naar de Ellerhuizerweg. Bron: Gruoninga, 45e jaargang 2000, P. Bos, blz. 168.

'De Wijk' vóór 1955, gezien vanuit het zuiden. Linksboven de oude boerderij en in het midden de nieuwe boerderij van 1832. De laan rechtsboven loopt naar de Ellerhuizerweg. Bron: Gruoninga, 45e jaargang 2000, P. Bos, blz. 168.

 

Landbouwer familie Wijk
Klaas Harms (1734-1802) geboren te Noordwolde als zoon van Harm Hendriks en Hendrikjen Lubbers, huwt te Noordwolde 1 maart 1760 met Anje Jans de weduwe van Jan Peters, die reeds op de boerderij ‘De Wijk’ woont. Van zijn achterkleinzoon Jan Klaassens Wijk (geboren 26 april 1828) blijft een fraaie, in zogenaamde schildpaddecor geschilderde tabaksdoos bewaard met inscriptie ‘J. K. Wijk 1858’. Van der Aa spreekt van een ‘buurschap’ en als zodanig wordt het in zijn dagen ook genoemd. Over de verhoudingen binnen de buurschap zijn uit recente tijden veel gegevens bewaard gebleven. In het bijzonder is belangwekkend wat Johannes Onnekes ons meedeelt in zijn verhandeling ‘Zeden, gewoonten en gebruiken in de Provincie Groningen’. Dit verschijnt voor het eerst in het tijdschrift ‘Onze Volkstaal’ in 1885, het jaar van zijn overlijden (hij is geboren in 1844) en later in 1890 als boekje. Het ‘buurschap’ zo vertelt Onnekes, waaronder men moet verstaan de onderlinge betrekking tussen de naaste buren van een streek, ‘wordt in hoge ere gehouden’. De ene buur de staat de andere ten dienste, niet alleen onder verschillende omstandigheden en bij alle soorten werkzaamheden maar ook bij alle bijzondere omstandigheden van zowel vrolijke als van droeve aard, waarbij familie en buren op een lijn worden gesteld[6].


In Gruoninga, 45e jaargang 2000 is een uitgebreide genealogie beschreven van de familie Wijk door P. Bos. De huidige boerderij dateert uit 1832, maar de historie begint al vanaf ca. 1625, terwijl de latere bewoners de familie Wiersema zijn. De boerderij stat ca. 500 meter ten zuiden aan de Ellerhuizerweg bij Bedum. Het land strekt zich uit vanaf de weg in zuid-oosterlijke richting, oorspronkelijk tot aan het Kardingermeer dat bij Stuurwolde de grens met Ten Boer vormt en wordt sinds de dertiger jaren doorsneden door het Harm Weterskanaal.

 

Het huis Blauw Börgje (Blauwborgje) aan de Ellerhuizen 21, Ellerhuizen. Foto: Harde Sjaal, 30 juli 2016. Rijksmonument nr. 8729. Licentie: Creative Commons.

Woning genaamd 'Blauw Börgje'. De naam verwijst naar een na 1870 afgebroken woning met blauwe dakpannen waar vroeger landbouwers uit de omgeving samenkwamen om belangrijke zaken te bespreken. Het staat aan de Ellerhuizen 21, Ellerhuizen. Rijksmonument nr. 8729. Foto: Harde Sjaal, 30 juli 2016. Rijksmonument nr. 8729. Licentie: Creative Commons.


Gemeenschap
Allen zijn aanwezig bij bruiloften en begrafenissen, bij boeldagen en richtfeesten. Alleen erge onenigheid kan deze verhoudingen verstoren. Bij bevallingen komen de vier naaste buurvrouwen hulp verlenen. Wanneer de ‘erkende’ vroedvrouw is ingeburgerd, blijft deze toch de buurvrouwen de eer verlenen en nodigt ze uit voor wanneer er nadere hulp nodig is. De kraamvrouw kan zich op hen verlaten. De vader, die de geboorte van het kind sinds het ontstaan van de Burgerlijke Stand moet aangeven, wordt per traditie door zijn naaste buur (naasten naber) vergezeld. Is iemand overleden, dan wordt er eveneens per traditie aangifte gedaan door de beide buren. Het stamt uit de tijd van de kluften (buurschappen)[7], toen als ‘naaste nabers’ de naar ‘kluftsorder’ ter weerszijden van de overledene wonenden worden beschouwd.


Na de uitvoering van de wettelijke plichten, worden de getuigen als regel getrakteerd. In het ene geval een vreugde drankje, in het andere geval een drankje ter overpeinzing! Er is niet zoveel bekend over het kluftleven. De stichting van de kerken heeft in de vroege middeleeuwen een belangrijke aanzet gegeven tot de organisatie van de gemeenschappen. Het in stand houden van die kerken en het onderhouden van de geestelijkheid en de onmiddellijke belangrijke invloed van die geestelijkheid op het maatschappelijk leven leidt er spoedig toe, dat niet alleen op kerkelijk gebied maar vooral ook op het gebied van bedijking en afwatering gemeenschappelijke organisatie ontstaat. Daarbij wordt het kerspel onderverdeeld in kluften. Van die dorpskluften, die ontzettend belangrijk zijn geweest, is maar heel weinig bewaard gebleven. Wat bekend is, spitst zich toe op de rechtspraak, waarvan de organisatie vanuit de kluften c.q. clauwen geschiedt. Doch de onderlinge menselijke verhoudingen zijn moeilijk te definiëren, ofschoon men ze vanzelfsprekend in normen van het dagelijks gebeuren wel kan voorstellen. Elkander bijstand verlenen in bijna alle aangelegenheden is in de toenmalige samenleving een eerste vereiste. Iets duidelijker is de gezamenlijke weerbaarheid in dit geval d veiligheid. Zo schrijft Cleveringa: ‘Onder de actieve voorgangers in de dorpsgemeente moeten ook worden genoemd de rotmeesters’. Ze vormen een lid in het militaire dienstverband en staan aan het hoofd van de rotten, afdelingen gewapende mannen, waarschijnlijk gevormd uit de verschillende kluften.[8]  

 

Ellerhuizerbrug. De bruggen bij Ellerhuizen - vooraan de (vernieuwde) Oude, daarachter de nieuwe brug. Foto: Rafot, 28 juli 2006. Rijksmonument nr. 510679. Licentie: Creative Commons

Ellerhuizerbrug. De bruggen bij Ellerhuizen - vooraan de (vernieuwde) Oude, daarachter de nieuwe brug. Monumntnr.: 510679. Foto: Rafot, 28 juli 2006. Rijksmonument nr. 510679. Licentie: Creative Commons.


Straffen
Vooral over de straffen is veel bekend, zo ook over de taak en gedragingen van de rechters. Bij doodslag in de 15e eeuw moet de klok worden geluid en het huis van of waarin de dader is gevlucht, moet worden omsingeld, bewaakt en zo nodig worden verwoest totdat men de dader in handen heeft gekregen om deze aan de vrienden van de gedode uit te leveren Overigens zal het er wel niet best voor de moordenaar hebben uitgezien en zal kort proces zijn gemaakt! Toch merkt men hier en daar ook trekjes van redelijkheid. Cleveringa schrijft:

 

‘In geval van diefstal zal de bestolene geassisteerd door twee rechters naar het huis mogen gaan, waarin de dief wordt vermoed en daar huiszoeking doen; wordt dit niet toegestaan, dan zal men een noodteken opzetten en de wederspannige met de ‘meene meente’ bedwingen om het gestolene uit te leveren.’ En nu komt de redelijkheid: ‘Is aan de eigenaar van het huis bij vruchteloze huiszoeking schade overkomen, dan zal hem ter vergoeding daarvan zekerheid gesteld worden.’


In latere tijden komt een algemeen Ommelander landrecht tot stand voor de gebieden Hunsingo, Fivelingo en het Westerkwartier. Hoewel reeds in het midden van de 16e eeuw ontworpen, worden deze wetten pas in 1601 van kracht. Ze omvatten zowel het burgerlijk- als het strafrecht. Het eerste boek is getiteld ‘Van den Richteren ende des Gerichtes/ ende van haeren bevolen Ambten’. De titel vervolgt dan:


‘Wat door dat woort Rick ter verstaen weert. Alsmen in desen Boecke sprk. -ckt vanden Richteren/ salmen dat verstaen int Generael vanden Redgeren/ Grietmannen/ Lanckrichters oft Overrichters/ ende Buyrrichters/ en van anders niemand.
Hoe een Richter sal wesen gestelt.
Alle answerende Richters inden Omblanden/ sullen wesen echt ende vrij geboren/ vroom ende oprecht/ onberuchtiget van eenige misdaden die een Man mochten gaen an sijne Lijf ofte an sijn Eere: Oock also gegoedet/ dat een jeder Richter (uytgesecht die Buyrrechteren) hebbe alhier dertich Grasen Lands die sijn eygen zijn/ ofte so veel Goederen/ die dusent Emder Gulden waerdig zijn. Des sullen alle Richteren op den dach van answeringe genoechsame Borge stellen/ ter plaetsen ende inden selven Rechtstoel daer die answeringe geschiet.
Wel geen Richters mogen wesen.
Predigers/ Vrouwspersonen/ onmondige personen/ Dootslagers/ Overspeelders/ Concubinarien (of sij den Rechte schoon genoech gedaen ende daer voor geboetet hadden:) Item/ Biertappers/ Kosters/ Schoolmeesters of dergelijken/ oock die gene die den Eedt van getrouwicheyt niet gedaen (voor ende al eer sy den selfden eedt gepresteert hebben:) Item/ die onder onse bewinde niet woonachtich/ oock die met stedige Krancheyden zijn beladen/ ende diergelijcken behooren geen Richters Ambt te bedienen’.


Zo wordt in zeven ‘Boecken’, onderverdeeld in 446 artikelen, het gehele recht omschreven. Het laatste artikel van het zevende boek is zeker opmerkelijk te noemen. Het luidt:


‘Het is beter (als de Rechts ervaernen betuygen) dat men een Misdaed latet onbestraft / dan dat men eenen onschuldigen daer voor sulde straffen:
Daerom sullen alle Richteren sonderlijcke toeversicht hebben/ dat sy die beruchtigede persoonen/ sonder mercklijcke oorsaken/ voorgaende weetenschap ende praeparatior information, niet stelle te Pijnigen/ dat sy oock op de belijdinge den gepijnighden tot der Sententie ende Executie niet verijlen.’


Men is zich dus terdege bewust, dat ‘belijdenis’ door pijniging een slechte methode is om het ‘schuldig’ uit te spreken. Zo zijn de Groningers wellicht de eersten, die de grondslag leggen voor een humane rechtspraak!

 

Plattenburg 1, Ellerhuizen. Doc. nr. 336.908. Foto: A.J. van der Wal, augustus 1967. Bron RCE Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed. Licentie: Creative Commons.

Plattenburg 1, Ellerhuizen. Doc. nr. 336.908. Foto: A.J. van der Wal, augustus 1967. Bron RCE Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed. Licentie: Creative Commons.


De verdwenen kerk
Corpus Roemeling schrijft over de kerk het volgende in 1977.


‘Al voor de oprichting van het bisdom Groningen in 1559 manifesteerden zich hier de kerkelijke gemeenten (parochies) Garmerwolde, Heidenschap, Ten Boer en Thesinge. Ten westen hiervan lagen de parochies Bedum en Zuidwolde. Voordien echter kende dit gebied meer parochies: Emederwolde, Hemederwolde en Stederwolde (Stuurwolde), terwijl naast Bedum nog Oostbedumerwolde en Ellerhuizen genoemd worden. Prof. Boersma maakt melding van een “Old Kerkhof” aan de Bedumer zijde van het Kardinger- maar en schrijft dat daar vermoedelijk de parochiekerk van Bederwolde lag. De ligging oostelijk van Bedum van dit “Old Kerkhof” en de naam Oostbedumerwolde zijn niet in tegenspraak met elkaar. Het gebied dezer parochie kan zijn samengevallen met dat van de rechtsstoel Ter Laan en Reitland. Aan het zelfstandig bestaan van de parochie “Asterabederwalda”, omstreeks 1450 nog met een schatting van 3 schilling (Bedum 18 schilling) in het parochieregister opgevoerd, kwam spoedig een einde: het parochieregister -1501(?) vermeldt bij “Osterbedewolt”: “annexa Bedum”.


De kapel van Ellerhuizen
De kapel van Ellerhuizen, die ook een eigen rechtsstoel heeft gehad, moet al voor het midden van de 15e eeuw weer met Bedum zijn verenigd, aangezien de kapel in het parochieregister uit de 16e eeuw niet meer genoemd wordt.


Van Wageningen[9] schrijft:


‘Men was vroeger van mening dat er in Ellerhuizen een kapel geweest was op de plaats van boerderij Het Hoge Heem’.


Meester Rijkens[10] uit Wehe deelt oorspronkelijk die mening. Hij heeft er in de Leenster Almanak van 1831 over geschreven. Daarin zegt hij, dat het binnenhuis van ‘t Hoogheem lang de sporen van een kapel heeft getoond, maar dat sinds de vertimmering alle kenmerken te niet meer aanwezig zijn geweest.


Rijkens[10] schrijft in 1842 een artikel over de kapel van Ellerhuizen. Hij schrijft dat hij in de paasvakantie van 1841 zijn kinderen te B. en M. bezocht. Toen heeft hij koopman W. uit Bedum ontmoet. Deze vertelt hem in het voorbijgaan dat men bij de boerderij van K. Wijk onder Ellerhuizen, bij de slechting van een hoogte, een menigte mensenbeenderen en zware stenen heeft gevonden. De koopman raadt zijn kennis aan daar eens een kijkje te nemen. Hij schrijft dan:


‘De man, welke met de slechting der hoogte, op order van den Heer K. Wijk was belast geworden, delfde, onder het verwerken der aarde, eene menigte zware steenen uit den grond, die op eene aanzienlijke diepte gevonden werden, en nog een gedeelte van het oude fondament uitmakende, benevens hoek en rondsteenen, zoo als men nog heden in de meeste oude Kerken dikwijls met kunst en smaak ziet aangebragt; ook eene menigte puin en doodsbeenderen, welke laatste men, om nog eenige onderscheiding te bewijzen, afzonderlijk op eenen hoop had zamen geworpen (…).
Het gebouw schijnt van eenen kleinen omvang geweest te zijn, zooals de grondslagen aantoonden. Aan den noordkant van de Kerk, scheen het Kerkhof of de begraafplaats geweest te zijn, blijkens de geraamten daar voor ‘s hands gevonden. Opmerkelijk vond de vreemde werkman het, en teregt, dat hij, bij naauwelijks één voet diepte onder den grond, zes gave sceletten, om mij zoo eens uit te drukken, bij elkander ontdekte; vijf met de hoofden naar het westen: ééne in ongewone houding met het hoofdeind naar het oosten; alle ongekist; waarschijnlijk met kleederen, zonder vorm van het gewone gebruik, zoo voor ‘s hands begraven. Wie weet hoe lange deze beenderen daar zullen gerust hebben! (…) In den omtrek van deze steenklip vindt men nog 18 à 20 heuveltjes, vroeger bewoonde heemsteedjes (…). Dat men bij sommige tijden, boven het zwijgend Kerkhof een brandend lichtje geduriglijk heeft zien zweven, behoort tot de sage’s van vroegeren tijd. De 20 steenklipjes zijn vermoedelijk huiswierden geweest. Bij de afgraving heeft men hier een kogelpot en een vroeg Rijnlands kannetje gevonden’.

 

De borg Schultinghe in 1623 van een onbekende tekenaar. Bron: De Ommelander borgen en steenhuizen.

De borg Schultinghe (Schultinga) in 1623 van een onbekende tekenaar. Bron: De Ommelander borgen en steenhuizen.

 

Borg Schultinga
In de strijd tussen Schieringers en Vetkopers wordt omstreeks 1415 het huis van Focke Schulteda, waarschijnlijk te Bedum, verwoest. Dit is het huis Schultinga. In 1439 is een Focke Schultema of Schulte hoofdeling op 't Zandt en schepper van het Dorpsterzijlvest.

 

Borg Schultinge. Afb. links: vergroting uit Coenderskaart. Rechts: Onbekende tekenaar 19e eeuw, bron: RHCG, Groninger Archieven

Borg Schultinge. Afb. links: vergroting uit Coenderskaart. Rechts: Onbekende tekenaar 19e eeuw, bron: RHCG, Groninger Archieven.


Hij overlijdt vóór 1445. Van 1436 tot 1464 is er een Liuwert Schelting of Schultinga in Bedum, getrouwd met een Teteke met 3 dochters. Een van de dochters huwt Claes Kater. Bij een boedelscheiding van deze Claes in 1509, krijgt zoon Hendrik de heerd met 102.5 gras land. Hendrik heeft een dochter die trouwt met Geert van Iselmuden. Bij erfscheiding van 1571 krijgt zoon Coert het huis Schultinghe met alle timmeringen op het terrein, gracht, heminge en hofte, verder alle rechten en heerlijkheden met St. Pietersleen te Bedum en de kosterie aldaar, gesteld op 4000 emder gulden. Ook hoort er 102.5 ? grasland bij (de eenheid is niet duidelijk). Van Coert vererft het steenhuis op zijn broer Wigbold die in 1598 overlijdt en in de kerk in Bedum begraven ligt. Daarna zijn de eigenaars Wigbold's zoon Ernst (bijgezet in de kerk van Bedum in 1646) en diens zoon Wigbold gestorven in 1662. Een dochter van Wigbold, Lucretia trouwt in 1663 met Doede Manninga. Na haar dood in 1674 wordt de borg met 40 grazen land en rechten publiek verkocht. Kopers worden de kapiteins Hendrik Steenhuisen en Gerlacus Verrucii. In 1676 wordt de laatste alleen eigenaar. Deze is getrouwd met Dorthea van Walta. Hun zoon Sijbrand Walta Verrucii erft de borg in 1695 en verkoopt het aan Johan Lewe in 1726. De borg wordt dan omschreven als het huis Schultinga met schathuis, hoven, grachten, singels en het hoge heem en 't Oltdijck. Er horen 64 grazen bij. Enige jaren later is de borg afgebroken. De boerderij die zuidelijk daarvan is gebouwd, draagt het jaartal 1732. (Bron: De Ommelander borgen en steenhuizen.)


Verschillende bronnen melden dat het terrein binnen Ellerhuizen is gelegen. Of dit inderdaad klopt heb ik verder niet na kunnen gaan.

 

Plattegrond van het terrein en de borg. Bron: De Ommelander borgen en steenhuizen. blz. 71.

Plattegrond van het terrein en de borg. Bron: De Ommelander borgen en steenhuizen. blz. 71.

 

Meer over Ellerhuizen, kerk en kapel, lees je op de website van de Historische vereniging gemeente Bedum.

 

Noten, bronnen en referenties:

Bronnen en referenties:
- G.A. Brongers, Dit land van terpen en torens, Hoorn, 1978.
- Wikipedia, Ellerhuizen, geraadpleegd 3 februari 2025.
- Johs Onnekes, Zeden, gewoonten en gebruiken in de Provincie Groningen, in ‘Onze Volkstaal’, 1885.
- Historische Vereniging gemeente Bedum, www.zoastwas.nl/ellerhuizen
- Corpus Roemeling.
- Formsma, Luitjens-Dijkveld Stol, A. Pathuis, De Ommelander Borgen en Steenhuizen, 1973.
- Gruoninga, 45e jaargang 2000


 

Noten:

1 De Groninger Archieven schrijven erover: Kerngegevens betreffende het waterschap
- Reglementering: Prov. blad 1862, nr. 11; Prov. blad 1910, nr. 33; Prov. blad 1911, nr. 76; Prov. blad 1929, nr. 78 en Prov. blad 1955, nr. 71. - Opheffing: Prov. blad 1970, nr. 38. - Rechtsopvolger: Waterschap Hunsingo.
- Ligging: in de gemeente Bedum.- Vlaktemaat: 1816: 2.903 grazen; 1862: 1.364 ha. ; 1910: 1.360 ha. en 1955: 1.338 ha. -Bemalingswerktuigen 1816: twee watermolens ten noorden van Bedum en één bij de Ellerhuistertil. De zuidelijkste molen te Bedum is in 1862 verplaatst naar de Krim aan het Kardingermaar, de noordelijkste molen is in 1866 verhoogd. In 1879 is te Bedum een stoomgemaal gebouwd; de molens te Bedum en Ellerhuizen zijn verkocht. Het stoomgemaal wordt in 1918 omgevormd tot een elektrisch gemaal. De Krimstermolen is afgebrand 3 oktober 1903. Waarna in 1904 een nieuwe molen, genaamd ‘Phoenix’, in het reglement (1910) Krimstermolen genoemd, wordt gebouwd. Deze is ‘verdekkerd’ in 1933 en in 1976-1977 als ‘Krimstermolen’ verplaatst naar Boterdiep/Harm Westerskanaal. - Rechtsvoorganger: 1816: Oostelijke molenpolder. - Bijzonderheden: De oprichting van deze molenpolder is een gevolg van de sluiting met kettingen voor een vol jaar door de schout van Bedum van drie aan het Boterdiep staande molens volgens besluit van G.S. d.d. 17 januari 1816. In 1856 en nog in 1862 (art. 55 reglement) bestonden zes ondermolentjes, die het water naar de grote molens maalden. De grote molenkist, beschilderd met drie watermolens, is sinds 1970 in particulier bezit. Dit wijst er op dat de bedoelde til in 1816 nog aanwezig is. Bron: Regionaal Historisch Centrum Groninger Archieven (NL-GnGRA), toegangsnummer 2828, Waterschap Noorderzijlvest, Inventaris van het archief van het waterschap De Oostelijke Bedumerpolder, 1862-1970, inventarisnummer 2828.

2 Een til, tille, ook wel tilbat, is een Groningse en Oudfriese naam voor een (meestal vaste) brug.

3 Zie: G. A. Brongers, ir. Th. P. E. de Klerck, A. Modderaar-Woldring, Genealogie en geschiedenis van de familie Woldring, Groningen 1970.

4 J.G. Rijkens, Eene bijdrage van de ontdekking der oude Ellerhuister kerk of kapel, benevens de daaraan grenzende begraafplaats en de gedachte weme, in: Almanak ter bevordering van kennis en goeden smaak (1842), pp. 52-58.

5 Wikipedia, Ellerhuizen, geraadpleegd 3 februari 2025.

6 G.A. Brongers, Dit land van terpen en torens, Hoorn, 1978.

7 Een kluft, klauw of clauw was in Noord-Nederland de benaming van een onderverdeling van een kerspel of van een rechtstoel. Een kluft had in de regel geen eigen kerk, soms wel een kapel. Een kluft kan dan als synoniem van een wijk of buurschap worden gezien.

8 Zie: Mr. R. P. Cleveringa Pzn., Overrechters in Stad en Lande, Groningen 1941.

9 Van Wageningen uit Groningen in ‘De Bedumer’ van 14 mei 1965 e.v.

10 G. Rijkens, ‘Almanak ter bevordering van Kennis en Goeden Smaak’ voor ‘t jaar 1842. Departement Leens.

 


Deze pagina maakt deel uit van www.nazatendevries.nl. Aan bovenstaande tekst is de uiterste zorgvuldigheid besteed. Desondanks kunnen er best fouten voorkomen. Constateer je fouten en/of heb je vragen, correcties, aanvullingen......... geef die dan even aan mij door via mijn E-mail adres (zie rode balk boven). Wij hebben ons uiterste best gedaan om de auteurs van teksten/citaten en copyrightbepalingen van afbeeldingen te achterhalen. Mocht je rechthebbende zijn en hierover vragen of opmerkingen hebben, neem dan contact op via e-mail. Lees ook de 'Disclaimer' en 'Privacy' voor méér informatie en laat ook eens een bericht achter in het Gastenboek, dan weet ik waarvoor ik het doe.

Hoogeveen, 8 februari 2025.
Redigering: René van Rijn
Samenstelling: © Harm Hillinga.
Klik hier om naar het menu ARTIKELS te gaan.
Klik hier om terug te gaan naar de HOMEPAGE.
Top