Garmerwolde

 

Het oude dijkdorp Garmerwolde ligt in de streek die eerder de naam Vierendeel heeft gedragen en niet zo groot is geweest als de voormalige gemeente Ten Boer. Meer dorpen in deze omgeving dragen namen die eindigen op ‘wolde’, wat zoveel als moerasbos betekent. Vanaf de 10e of 11e eeuw zijn bewoners van nabij gelegen wierden begonnen de Woldstreek te ontginnen. Het gebied wordt welvarend, er verrijzen fraaie parochiekerken en meerdere kloostergemeenschappen vestigen zich in dit gebied, wat bijdraagt aan de verdere ontwikkeling van de streek.

De laatromaanse kruiskerk van Garmerwolde aan de Dorpsweg 69 wordt in de tweede helft van de 13e eeuw gebouwd bij een zware en sobere toren, die uit het midden van die eeuw dateert. Identificatie van Dionysius als patroonheilige, met een pastoorszegel als enige getuige, is onzeker.

 

Aanzicht vanuit het zuidwesten met op de voorgrond de aanzetten van het voormalige kruisgewelf. Foto: 5 mei 2018. Bron/licentie: This file is licensed under the Creative Commons Attribution-Share Alike 4.0 International license. Wikimedia/commons.

 

De kerk van Garmerwolde

 

Hoewel de SOGK constateert dat het hier gaat om een laatromaanse kerk, zijn romano-gotische kenmerken zichtbaar aanwezig. Slechts een deel van de oorspronkelijke kerk is bewaard gebleven. Na 1800 heeft men het voornemen gehad om de kerk geheel af te breken. Zover is het echter niet gekomen; alleen het schip is in de 19e eeuw weggebroken en het transept en het koor zijn bewaard gebleven. Ook de vrijstaande toren, die over een zadeldak beschikt is blijven staan. Sinds 2003 is deze eigendom is van de Stichting Oude Groninger Kerken en is tevens een Rijksmonument (nr. 9780).

 

Een stenen kerk


De bouw van deze - voormalige - kruiskerk begint in 1250, waarschijnlijk de opvolger van een houten variant. De veen ontginningen zijn dan al ruim 200 jaar aan de gang en ook hier, in het uiterste noorden van Nederland, voel de katholieke kerk zich geroepen haar onderdanen te hoeden. Tegen het einde van de 13e eeuw kent de gemeente Ten Boer maar liefst vier niet geringe kloosterkerken (Thesinge, Ten Boer, Sint Annen en Wittewierum). Voor het bakken van de talloze kloostermoppen zullen zij dankbaar gebruik hebben gemaakt van de pachters in deze dunbevolkte streek. Een gedegen aanvoerroute voor alle handelsproducten wordt verwezenlijkt met de aanleg van de Stadsweg en nog later, met het uitgraven van het Damsterdiep in 1425.

 

De kerk, van oorsprong een rooms-katholieke, stamt uit de tweede helft van de 13e eeuw. Het is een prachtig voorbeeld van de Groninger Romano-Gothiek. De losstaande toren is in dezelfde tijd gebouwd. De toren ligt niet in de aslijn van de kerk. Het grondplan was een kruiskerk met alle gevels recht gesloten.

In 1594 wordt de oude parochiekerk in gebruik genomen door de protestanten. Alles wat aan de rooms-katholieke eredienst herinnert, wordt verwijderd, behalve de piscina. De beschilderde gewelven worden gewit. Rond 1830 is de toestand van de kerk en de toren slecht. De toren wordt in 1841 hersteld.

 

Ondanks de herstelwerkzaamheden aan de kerk in 1845, blijkt deze tien jaar later nog steeds in zeer slechte staat en niet meer te voldoen voor de eredienst. Het plan rijst om de hele kerk af te breken en een nieuwe te bouwen naar ontwerp van architect J. Maris (o.a. de ontwerper van de kerk in Farmsum en het Scholtenshuis in Groningen).

Vanwege geldgebrek wordt in overleg met de Commissaris van de Koning in 1859 besloten een deel van het schip af te breken. De overgebleven T-vormige ruimte blijkt ook niet te voldoen. Daarom worden in 1886 de noorder- en zuiderarm afgesloten met houten wanden. Dit blijft zo tot de restauratie tussen 1941 en 1943. Op het kerkhof zijn de muurresten van de oorspronkelijke bouwvorm nog te herkennen.

 

De kerk is opgetrokken uit baksteen. Hiervan gaan 20 lagen op 1.86 meter, waarbij de afmeting van de steen 31 x 8,5 cm bedraagt. De gevels zijn in Vlaams verband gemetseld. De Romano-Gothische stijl kan herkend worden aan de rolstaven, de gekoppelde velden met vlechtingen, boogfriezen, colonnetten, kepervlechtingen en rondsstaafprofielen. Dit alles is rijkelijk aanwezig bij deze kerk. Voor de meeste kapiteellijsten en de zuiltjes van de nissengalerij van de sluitgevel is gebruik gemaakt van Bremer steen.

Het dak is thans belegd met rode pannen, waarschijnlijk zijn het daarvoor zwart verglaasde pannen en heeft de oorspronkelijke dakbedekking uit rode langwerpige holle en bolle pannen bestaan; monniken en nonnen genaamd.

De hoeken van het kerkgebouw zijn versterkt door dubbele beren. De oorspronkelijke muren zijn 1.10 tot 1.20 m. dik. Dit is o.a. bij de hoofdingang nog te zien. In 1981 is er een voegrestauratie uitgevoerd.

 

De toren met zadeldak heeft een rondbogige zuidingang en bezit in het bovengedeelte aan alle vier zijden rondbogige galmgaten, t.w. aan west- en oostzijde twee, aan noord- en zuidzijde drie. In de toren hebben  twee klokken gehangen.

Op de gewelven in de noorderdwarsarm, de plaats van het Maria altaar, vinden we schilderingen met Maria als hoofdpersoon. De mogelijkheid voor restauratie van de muurschilderingen wordt onderzocht.

Ook het 'herengestoelte' met opengewerkt opzetstuk waarin het wapen van Julssingh is het bekijken waard. In de kerk bevinden zich veel hardstenen grafzerken met gebeeldhouwde wapens en randversieringen van de borgheren en dames, nl. van de Tackenborgh en de Gelmersma borg. Juffer Bawe de Mepsche, overleden 1613, de hovelingen Everhardt, overleden 1646 en Rudolf de Mepsche overleden 1657. Ook van de predikant Harmannus Sebastiani, die 95 jaar oud overlijdt, na 60 jaar predikant te zijn geweest en 6 vrouwen overleefd te hebben. Een schitterend gedicht siert zijn grafsteen:

 

' Wat is werelds vals bedrijf,
Ick bracht 't aen 't 6 wijf,
en meende 't waer gewonnen.
Nu ben ick kout en stijf,
hieronder legt mijn lijf,
als van de doodt verslonne'.

 

Deze grafsteen is te vinden aan de westkant van de ingang. Van Pompejus de Valcke, overleden in 1727 en zijn vrouw Anna Lucia Julsingh, overleden in 1740 is er een grafzerk (zie onder).


In het koor, in de noordwand is de piscina nog aanwezig, een zandstenen bekken, met complete gootsteen, die via de muur in een beestenkop uitmondt, een soort spuwer. Boven de piscina heeft een keteltje gehangen met twee tuiten. Voor de Mis wast de pastoor zijn handen met water uit de ene tuit, na de Mis met water uit de andere. Het waswater stroom door de goot naar buiten, vandaar het gezegde: Gods water over Gods akker laten stromen.


Het avondmaalzilver stamt uit 1838 en bestaat uit 2 bekers en een kan, een blad van 34,2 x 23,8 cm en twee bladen van 27 x 19,3 cm. Het is geschonken door Ds. P. Mees, predikant in Garmerwolde van 1824 tot 1847. Het opschrift van de bekers luidt:


Donavit Ecclesiae Jesu-Christi quae est in Garmerwolde. P. Mees, v.d.m. anno 1838.

 

Dit betekent: 'P. Mees, verbini divini minister heeft (dit) gegeven aan de kerk van Jezus Christus, die in Garmerwolde is'.

 

 

Schildering Jezus voor Pilatus. Plafondschildering in de kerk van Garmerwolde. Foto: 4 juli 2007. Bron/licentie: This work has been released into the public domain by its author, I, Gouwenaar. This applies worldwide.

Muurschilderingen

 

De muurschilderingen dateren uit de 16e eeuw en zijn mogelijk van de hand van Jan van Aken [2]. Afgebeeld worden taferelen uit het leven van Christus. Er is één serie schilderingen van gebeurtenissen rond zijn geboorte (de annunciatie, de geboorte, de aanbidding der wijzen en de dood van Maria) en één serie rond zijn sterven (Getsemane, Jezus voor Pilatus, de kruisiging en de verrijzenis).

Op de afbeelding boven staat Jezus, omringd door soldaten met hellebaarden en pieken, voor Pilatus, die in zijn rechterhand een scepter met de Franse lelie en in zijn linkerhand een wetboek heeft. De preekstoel dateert uit de 18e eeuw en de herenbank uit de 17e eeuw.

Het gebouw, gedekt met meloenvormige koepelgewelven, werd in één keer opgetrokken. In 1859 volgde een drastische ingreep: het schip wordt afgebroken. Van 1941-1943 wordt een ‘harde’ restauratie uitgevoerd, maar de tijd heeft dit verzacht en de gereconstrueerde delen voegen zich nu onopvallend in het geheel.

 

Schildering van het sterfbed van Maria. Foto: oktober 1991. Bron/licentie: Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed. (A.J. van der Wal). This file is licensed under the Creative Commons Attribution-Share Alike 4.0 International license.

 

Meer over de muurschilderingen

 

De macht van de katholieke kerk is evident bij het raadplegen van de cijfers: in de nadagen van de Middeleeuwen is 38% van alle cultuurgrond in handen van de kloosters. In deze tijden van economische welvaart en het verlangen zich van wereldse (lees: verderfelijke) zaken af te wenden naar een meer vroom leven, wordt de kruiskerk van Garmerwolde gebouwd. Rond 1500 zijn er aan de muren en plafonds van de kerk muurschilderingen aangebracht: men vermoedt van de hand van Jan van Aken. Soortgelijke fresco's zijn ook in de kerk van Sellingen aangetroffen, vermoedelijk van dezelfde kunstenaar. Na het aanbrengen van een laag specie, wordt op de nog vochtige wand getekend en worden de afbeeldingen ingekleurd met gebruik van natuurlijke pigmenten (kleur met een plantaardige of dierlijke basis).

 

Het doel


Het optuigen van een doorgaans grote, kille kerk is niet alleen het doel van de schilderingen geweest: voor de analfabeten onder de gelovigen, en dat zijn er nogal wat, is het prettig te staren naar afbeeldingen van narren en inheemse vogels en planten i.p.v. in het luchtledige tijdens de lange Latijns gesproken missen. Dat de schilder en diens opdrachtgever zich hiervan bewust zijn geweest, blijkt uit de keuze van de schilderobjecten: in het koor, boven het altaar, kijken een aantal boosaardig spiedende griffioenen (half leeuw, half roofvogel) neer op de kerkgangers. Zij symboliseren Christus, de kerk en de paus in de verschijning van een wezen met twee naturen. Het is alsof hun aanwezigheid maant tot bezinning, voor een leven zonder zonden.


Het leven van Maria


Tegenwoordig staat het orgel op de plaats van het vroegere altaar. Als men met het gezicht naar het orgel toestaat en vervolgens aan de linkerkant de noordelijke dwarsbeuk in loopt, kan men het leven van Maria aanschouwen: in vier tekeningen zie je de aankondiging van de geboorte van Christus, de geboorte van Christus, de aanschouwing van de drie koningen en het sterven van Maria. Vooral deze laatste afbeelding is ontroerend: terwijl de apostelen zich om haar dode lichaam scharen en rouwen om haar dood, is Maria onder begeleiding van twee engelen al op weg naar de hemel.

 

n de hoeken van deze dwarsbeuk vind je afbeeldingen van de gilden, zoals een winkelhaak en hamer. Het naderende onheil is bijna tastbaar in de afbeelding waarin Jezus met de Graal in zijn hand de komst van de Romeinen afwacht in de hof van Gethsemane. De apostelen die beloofd hebben met hun heer te waken, zie je in diepe slaap in de rechterhoek. In de rechterbovenhoek steken boven de toegangspoort van de hof, de lansen en hellebaarden uit van de naderende Romeinse soldaten. Vervolgens zie je hoe Christus voor Kaifas moet verschijnen, hoe hij gekruisigd wordt en hoe hij opstaat uit het graf. De kruisigingsscène heeft als bijzonder kenmerk het zegenende teken dat Christus maakt met zijn linkerhand, aan het kruis: twee vingers gestrekt. De afbeelding hangt boven de hoofdingang van de kerk: Jezus zegent alle kerkgangers bij het binnentreden.

 

Nissen, steunberen en een piscina           

                                                                                                                         

De bovenste nissen van de muren zijn met siermetselwerk gevuld. De nissen zijn verder voorzien van z.g. kraalprofielen (ronde bakstenen versieringen langs de zijkanten). Het rijkst versierd is de sluitgevel van het koor. De gevel heeft, o.a. door de versieringen, een sterk opgaande lijn. Deze wordt benadrukt door de dubbele steunberen, die ook de andere hoeken van de kerk versterken. Het rondboogfries zorgt voor een horizontaal accent. In de noordelijke koormuur is bij de restauratie, als afvoer van de binnen nog aanwezige piscina, een waterspuwer aangebracht naar het voorbeeld van die te Noordwolde.

De vlakke, losstaande toren heeft galmgaten met ronde bogen en oogt in vergelijking met de kerk eenvoudig. Er hangt een klok in uit 1604 met een middellijn van 117 cm.

 

De kerk en toren van Garmerwolde. Foto: 4 juli 2007. Bron/Licentie: This work has been released into the public domain by its author, I, Gouwenaar. This applies worldwide.

Binnen zien we met de buitenkant corresponderende muurgeledingen. In de oostelijke muren van het dwarsschip zijn diepe nissen uitgespaard, oorspronkelijk bestemd voor nevenaltaren. De ruimte wordt overheerst door het relatief grote orgel in 1851 gebouwd door de firma Van Oeckelen & Zonen. De laat barokke preekstoel uit 1740 staat sinds 1859 in het midden van de ruimte. In het noordelijke dwarschip staat een herengestoelte met een rijk gesneden opzetstuk uit het eind van de 17e eeuw. De wapens op de bank zijn van het echtpaar Julsingh-Heinsius, eigenaars van twee borgen onder Garmerwolde.

 

De schilderingen op de muren en gewelven zijn ca. 1530 aangebracht, misschien door Jan van Aken, een kloosterbroeder van wie we weten dat hij in Sellingen en Sleen gewerkt heeft. Bij de restauratie van 1941’43 zijn onder de schilderingen resten gevonden van een oudere, laatromaanse versiering, die uitging van het metselverband van de gewelven. Op het gewelf in het noordelijke dwarspand zijn scènes uit Maria's leven afgebeeld: de Aankondiging van Christus' geboorte, de Geboorte, de Aanbidding door de Wijzen en Maria's Sterfbed en Hemelvaart. Op het gewelf van de viering zien we de vier evangelisten: Mattheus met de engel, Marcus met de leeuw, Lucas met de os en Johannes met de adelaar. Op het gewelf in het zuidelijke dwarspand scènes uit Christus' lijdensgeschiedenis: de Gevangenneming in de hof van Gethsemane, Christus voor Pilatus, de Kruisiging en de Opstanding.

 

In 2013 start men de restauratie van de gewelfschilderingen. Dit is dan hoog nodig want de schilderingen zijn erg vervuild; enkele schilderingen zitten zo los dat ze bijna verloren zijn gegaan. Tegelijk met de restauratie van de gewelfschilderingen is ook het stucwerk van de wanden en het schilderwerk van de banken gerestaureerd. De restauratie is afgerond in 2014.

 

Het orgel na de restauratie van 2013, waarbij de kerk een nieuwe kleurstelling kreeg. Foto: 8 september 2018. Bron/licentie: This file is licensed under the Creative Commons Attribution-Share Alike 4.0 International license.

 

Van Oeckelenorgel uit 1851 vóór de restauratie in de kleurstelling van de restauratie van 1943. Foto: 2000. Bron/licentie: Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed. This file was provided to Wikimedia Commons by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed as part of an image release. The Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, exclusively provides images that are either made by its own employees up to a 1200px size, or that are otherwise free of copyright.

Orgel

 

Het tweeklaviers orgel is gebouwd in 1851 door Petrus van Oeckelen. Het heeft 20 registers en een aangehangen pedaal. Bij restauraties in 1943 en 1964 heeft het instrument veel van zijn karakter verloren.

 

Achtergronden over het orgel


Op 18 december 1848 wordt door kerkvoogden en notabelen van de Hervormde gemeente van Garmerwolde een overeenkomst gesloten met de orgelmaker Petrus van Oeckelen voor de bouw van een nieuw orgel, dat fl. 5000,- zal gaan  kosten. Het nieuwe orgel vervangt een fraai 17-eeuws instrument.

 

De ingebruikname vindt plaats op 21 april 1851. Het wordt ingewijd door de leraar G. Benthen Reddingius, 'geëxamineerd' en voor het eerst bespeeld door jonkheer S.W. Trip. Als van Oeckelen het orgel maakt, is de kerk nog in de originele staat: een kruiskerk. In 1859 wordt het betreurenswaardige besluit genomen het koor af te breken waardoor de ruimte aanzienlijk wordt verkleind en het orgel een muur tegenover zich kriijgt.


Tijdens de Tweede wereldoorlog wordt de kerk gerestaureerd. Ook het orgel wordt onderhanden genomen en in die tijd verdwijnt de Fagot 16' en de Trompet 8'. Er vinden veranderingen plaats m.b.t. de windvoorziening en de toonhoogte, die nu een 1/2 toon boven normaal is.


Vanaf 1973 is gepoogd een restauratie van het orgel te bewerkstellingen. In 1973 zijn de windladen al door de uitdrogende werking van de kerkverwarming totaal lek geworden. De inmiddels overleden orgeladviseur Klaas Bolt uit Haarlem schrijft in zijn rapport van 1974:

'Het orgel van Garmerwolde kan als één der belangrijkste en fraaiste orgels uit de 19-eeuw in het Noorden van Nederland worden aangemerkt. Dit geldt zowel het uiterlijk als de klank. Het is dan ook van het grootste belang dat dit orgel behouden blijft. Het bevindt zich echter in een toestand die een restauratie dringend noodzakelijk maakt’.

Offertes van de orgelmaker Mense Ruiter worden vervolgens, voorzien van begrotingen, opgestuurd naar de Rijksdienst voor de Monumentenzorg met het verzoek om subsidie. Het is er echter nooit van gekomen. De toestand van het orgel is er de laatste decennia natuurlijk niet beter op geworden en een restauratie wordt nu absoluut noodzakelijk. Daarom wordt er in 1988 een orgelcommissie gevormd die de restauratie zal voorbereiden en begeleiden. Tot orgeladviseur voor de restauratie wordt aangesteld de heer Jan Jongepier uit Leeuwarden. Op 1 april 1995 wordt de eerste fase van de orgelrestauratie officieel gestart. De restauratie wordt door de kerkvoogdij opgedragen aan Mense Ruiter Orgelmaker BV te Zuidwolde (Gr.). Het orgel zal in een zodanige staat worden gebracht dat het weer goed bespeelbaar is en ettelijke jaren zijn taak zal kunnen vervullen. Het ligt in de bedoeling in een latere fase de in de oorlog verdwenen stemmen (Fagot 16' en Trompet 8') weer in het orgel te installeren. De commissie besluit echter er naar te willen streven dit reeds tijden de eerste fase te realiseren. Het daarvoor benodigde bedrag fl. 73.000  wordt in vele acties bijeengebracht.


Nu de twee stemmen weer zijn aangebracht en het gerestaureerde orgel een tijdje is bespeeld, is het duidelijk dat nog enkele onderhoudsbehoeftige delen van het orgel, die in een latere fase aan de beurt moeten komen, een onmiddellijke restauratie noodzakelijk maken. Dit betreft de mechanieken van de toetsen van de manualen en het pedaal, die hinderlijk en luidruchtig 'klapperen', zodat de orgelrestaurateur hier aan het werk moet. Deze tegenslag moet financieel worden opgevangen, dit betekent, dat er ongeveer fl. 45.000  moet worden opgebracht en daarmee gaat de commissie aan de slag. Enkele Stichtingen hebben enkele duizenden guldens geschonken, maar er blijkt nog zeer veel geld nodig. (Orgelrestauratiec
ommissie Garmerwolde, Gironummer 69 333 80 p/a Thesingerweg 15, 9797 TG Garmerwolde).

 

Bij een in fasen uitgevoerde restauratie, die in 1995 is begonnen en in 2019 is afgerond, heeft de orgelbouwersfirma Mense Ruiter [3] het orgel zoveel mogelijk in oude staat teruggebracht, deels met gebruikmaking van authentiek Van Oeckelen-materiaal. De orgelkas heeft bij de interieurrestauratie van 2013 de oorspronkelijke kleurstelling terug gekregen.

 


De dispositie van het orgel
Manuaal C-F''' 
Prestant 8'
Bourdon 16'
Prestant disc. 16'
Gedakt 8'
Octaaf 4'
Nagthoorn 4'
Octaaf 2'
Quint gedekt 3'
Mixtuur 3-4 sterk bas/discant

Fagot 16' (bas en discant)

Trompet 8' (bas en discant)

Bovenwerk
Prestant 8'
Viola da Gamba 8'
Holfluit 8'
Holpijp 8'
Octaaf 4'
Fluit 4'
Carillon 3 sterk
Woudfluit 2'
Vox

 

 

Geschiedenis van het orgel


Meer lezen over de recente restauratie en geschiedenis van het orgel.
(Externe link)

 

 

Grafzerk De Valcke

 

In de kerk ligt een grafzerk van borgheer Pompejus de Valcke (van Scharmer en Gelmersma) en zijn vrouw Anna Lucia Julsingh. Julsingh en Heinsius zijn de eigenaars van de beide Garmerwoldse borgen Gelmersma en Tackenborg geweest.

 

Pompejus de Valcke is geboren op 10 september 1675 te Groningen en overleden 31 mei 1727 in dezelfde plaats, op 51-jarige leeftijd. Hij is de zoon van Joost Valcke enWickia Seerps van Epema. Zijn echtgenote Anna Lucia Julsingh wordt ook in Groningen geboren. Op 4 september 1680 ziet zij daar het eerste levenslicht. Ze overlijdt te Groningen als ze 59 jaar is op 6 juli 1740. Uit het huwelijk worden tien kinderen geboren, waarvan Joost de Valcke (1716-1768) de bekendste is. Hij huwt Anna Frederika Gruys (1716-1768), dochter van Onno Berend Gruys en Sophia Henriette Sickinghe.

Grafzerk voor borgheer Pompejus de Valcke (van Scharmer en Gelmersma) en zijn vrouw Anna Lucia Julsingh. Foto: 8 sept. 2018. This file is licensed under the Creative Commons Attribution-Share Alike 4.0 International license.

 

Gebruik van de kerk

 

De kerk wordt verhuurd voor trouwdiensten, rouwdiensten en rouwbijeenkomsten, recepties, concerten en tentoonstellingen. Toch blijft ook de originele functie intact: eens per maand is er een hervormde eredienst van de Protestante Gemeente Garmerwolde Thesinge.

 

De vrijstaande toren van Garmerwolde. Foto: 5 mei 2018. Bron/licentie: This file is licensed under the Creative Commons Attribution-Share Alike 4.0 International license. Laat barokke preekstoel uit 1740. Foto: 8 sept. 2018. Bron/licentie: This file is licensed under the Creative Commons Attribution-Share Alike 4.0 International license.

 

Herenbank met later aangebracht opzetstuk uit eind 17e eeuw met de wapens Julsingh-Heinsius. Foto: 8 sept. 2018. Bron/licentie: This file is licensed under the Creative Commons Attribution-Share Alike 4.0 International license.

 

 

Noten:

 

1.Annunciatie (annuntiatie), Maria-Boodschap of Aankondiging van de Heer (Annuntiatio Domini in het Latijn) is het hoogfeest ter gedachtenis van de aankondiging (annunciatie) van de geboorte van Jezus aan Maria. In de Orthodoxe Kerk en Rooms-Katholieke Kerk valt deze feestdag op 25 maart, dus negen maanden voor Kerstmis.
In de christelijke iconografie verwijst het woord naar de voorstelling van de aartsengel Gabriël die volgens Luc. 1:26-35 Maria in haar huis te Nazareth een bezoek brengt en haar meldt dat God haar uitverkoren heeft om de moeder van zijn Zoon te worden.
2.Johannes Thomas (Jan) van Aken (Aken (?), ca. 1380 – 's-Hertogenbosch (?), tussen 14 maart en 8 augustus 1454) is een Nederlands schilder, restaurateur en ontwerper. Hij is het eerste lid van de schildersfamilie Van Aken in 's-Hertogenbosch en heeft door middel van het door hem daar gestichte familieatelier de basis gelegd voor het latere succes van zijn beroemde kleinzoon Jeronimus Bosch.
3. Mense Ruiter (Enschede, 5 oktober 1908 - Groningen, 6 maart 1993) is een Nederlands orgelbouwer geweest. Hij heeft zeer veel orgels vervaardigd, vooral voor kerken in het noordoosten van Nederland: de provincies Groningen, Friesland en Drenthe. In 1931 richt hij zijn eigen orgelbouwbedrijf op. Aanvankelijk doet hij vooral onderhoud en restauratie en de bouw van kleine orgels, maar na 1950 bouwt hij ook complete grote kerkorgels, met als eerste voor de hervormde Petruskerk in Woldendorp.

 


Bronnen:


01. Ten Boer, Eén gemeente, negen dorpen. H. Feenstra e.a.
02. Stichting Oude Groninger Kerken (SOGK)
03. De website van Garmerwolde
04. Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed.
05. Orgelnieuws.nl
06. Wikipedia


Meer afbeeldingen van de kerk van Garmerwolde.
Externe link.

 

Deze pagina maakt deel uit van www.nazatendevries.nl.
Aan bovenstaande tekst is de uiterste zorgvuldigheid besteed. Desondanks kunnen er best fouten voorkomen.
Constateer je fouten en/of heb je vragen, correcties, aanvullingen...geef die dan even aan mij door via mijn E-mail adres.
Laat ook eens een bericht achter in het Gastenboek.
Hoogeveen, 21 januari 2014.
Herschreven: 06-06-2019
Samenstelling: © Harm Hillinga
.
Menu Artikelen.
Terug naar de HomePage.
Top