Sauwerd (Gronings: Saauwerd) is een dorp in de gemeente Winsum in de provincie Groningen (Nederland). Het dorp is gebouwd rond een wierde, waar het ook zijn naam aan dankt. Het heeft ruim 1000 inwoners. Tot de gemeentelijke herindeling van 1990 hoorde het dorp bij de voormalige gemeente Adorp. Het gemeentehuis van Adorp heeft vroeger in Sauwerd gestaan. Tot 1840 heeft er in het dorp een middeleeuwse kerk gestaan. Deze is in dat jaar wegens bouwvalligheid gesloopt. Tegelijkertijd is ook de kerk in Groot-Wetsinge gesloopt. Voor beide dorpen is halverwege, in Klein-Wetsinge een nieuw kerkje gebouwd. De plaats van de voormalige kerk is gemarkeerd.


Geschiedenis van Sauwerd


Strijd tegen het water en tegen de stad


Rondom 1000 voor Christus heeft het Groninger land niet de vastigheid die we nu kennen. Het is meer een waddengebied, bestaande uit moerassig veen, doorsneden door allerlei waterlopen. Een van de wadden die boven het water uitsteekt is de kwelderwal van Sauwerd naar Baflo, oostelijk afbuigend richting Uithuizen. Westelijk daarvan ligt de trechtervormige zeeboezem van de Hunze. Daar mondt de rivier uit in de Waddenzee. Een dergelijk landschap vind je nu nog voor de Deense kust.


Zode-wierde
Met het dalen van de zeespiegel blijkt die kwelderwal een geschikte plaats om nederzettingen te bouwen. Maar rond 500 voor Christus stijgt de zeespiegel weer en overstroomt het land. Dus verhoogt de bevolking de vestigingsplaatsen, die door het opgehoopte afval toch al hoger liggen dan het omringende land. Aan de oever van de toenmalige Hunze is zo de wierde ontstaan waar Sauwerd op is gebouwd. Wierden zijn doorgaans opgehoogd met kwelderzoden en de naam Sauwerd is dan (waarschijnlijk) ook afgeleid van Sadewert of Sadefurth = zode-wierde.


Oppergouw of hoofdman
Hoewel pas in de 11e eeuw voldoende samenwerking tussen de Ommelanders is ontstaan om zee- en rivierendijken te bouwen, wordt de Wolddijk al in 900 aangelegd. Het omsloten gebied wordt Innersdijk (binnen de dijk) genoemd. Het gebied buiten de dijk overstroomt nog regelmatig. Het daarbij achtergelaten slib hoogt het land stukje bij beetje op. Daarom noemt men het hier Opgha = oppergouw. Via Upgha, Ubgha en Ubga verbastert dit tot Ubbega. Een andere lezing vertelt dat de streek is vernoemd naar de eerste gekerstende hoofdman Ubbe. De naam wordt afgeschaft in 1808, als de nieuwe Franse staatsinrichting tot de vorming van gemeenten leidt.


Tussen Franken en Noormannen rond 800 wordt het gebied gekerstend door de bij Dokkum geborene prediker Liudger, zodat we de eerste tufstenen kerken zien ontstaan (de kerken in Sauwerd en Wetsinge zijn in 1840 afgebroken). Terwijl aldus de Friezen niet alleen militair maar ook cultureel door de Franken worden gedomineerd, vinden er ook regelmatig invallen plaats van de Noormannen. Honderden boeren worden doodgeslagen, hun boerderijen verbrand en verschillende wierden platgebrand en ontvolkt. Na de eerste millenniumwisseling neemt dit af door de opkomende invloed van het Christendom in de Scandinavische landen.


Machtige borgbewoners
Het gebied kan zich nu pas echt ontwikkelen. Kloosters werken hard aan dijkenbouw, wegenaanleg en ontginning van de bodem. Rechtspraak wordt zoals overal elders bij toerbeurt door een edele 'heerd' uitgeoefend. Door koop en schenkingen komen meerdere heerden in één hand, waarmee de rijkere boeren zich langzamerhand tot landadel, ofwel landjonkers en hoofdelingen ontwikkelen. Zij bouwen hun boerderij uit tot borgen en behandelen de dorpsbewoners in toenemende mate als horigen. Zo ook in Sauwerd, waar de macht is komen te berusten bij de bewoners van de Onstaborg.


Een nieuwe baas
Veilig is het in de 13e en 14e eeuw niet op het ommeland: de Onstaburcht heeft muren van 3,5 meter dik en wordt omgeven door een dubbele gracht waartussen vijf verdedigingstorens staan met muren van acht stenen dik. De Onsta's bezitten uitgestrekte landerijen, waartoe ook het steenhuis in de Hunze behoort. In de dan heersende burgeroorlog tussen de Schieringers en Vetkopers kiest de familie Onsta partij voor de laatsten. Deze partij wordt aangevoerd door hertog Albrecht van Beijeren, graaf van Holland en Zeeland. Die heeft al grote stukken van de Friese landen veroverd en van de Ommelander Vetkopers krijgt hij de Groninger gouwen nog eens in leen aangeboden. Aan Aylcko Onsta de taak om het Hunsingo over te dragen, wat op 11 september 1398 via ondertekening bekrachtigd wordt. Tevens belooft hij de hertog te steunen in zijn ambities om de stad Groningen bij zijn bezit te voegen.


Onze nedersaksische wortels
Beide partijen zoeken nu steun bij de Utrechtse bisschop Frederik van Blankenheim. Deze legt twee keer (in 1400 en 1401) vergeefs beleg voor de stad. Tijdens deze zogeheten Groninger oorlog trekken de Schieringers (de stadjers dus) ook naar Sauwerd, alwaar na langdurig beleg de borg wordt verwoest. De heren Aepko en Aylcko Onsta worden met hun soldaten in de stad gevangen gezet in de Boteringepoort en pas na de vrede tussen stad en bisschop in 1405 vrijgelaten. In 1413 laait de strijd weer op: de Schieringer Jarges Coppen trekt, nadat hij de stad heeft veroverd, fel van leer tegen de Vetkopers op het ommeland. In 1415 echter wordt hij verslagen, doordat de machtige Oostfriese hoofdeling Keno tom Broke aan de kant van de Vetkopers meevechtt. In deze gevechten ligt de kiem voor de jarenlange tegenstellingen tussen stad en ommeland (01).

Strijd, scheuring en toenadering

De Sakser en de andere Oostfries


De Ontstaborg op de kaart van Beckeringh.
Het Huis Ontstgaborgh tot Wetsinge. De heer A. dee Graaf. Tekening van de Onstaborg zoals deze voor komt op de kaart van Theodorus Beckeringh.

Aan het einde van de 15e eeuw is het opnieuw hommeles tussen stad en ommeland. Keizer Maximiliaan heeft hertog Albrecht van Saksen aangesteld als heer over Groningen en Friesland. Deze komt met een leger om zijn gebieden in bezit te nemen en de (ommelander) vetkopers scharen zich aan zijn zijde. Als reactie stuurt de stad in 1499 een strafexpeditie naar Sauwerd. Het weliswaar in bescheidener vorm opgebouwde Onstaborg wordt opnieuw verwoest en Aylcko vlucht naar het buitenland. De stadjers trekken op naar andere vetkoperburchten, maar worden bij Warffum verslagen door de inmiddels aan land gekomen hertog, gesteund door graaf Edzard Cirksena uit Oost-Friesland. De zegevierende troepen gaan plunderend en moordend rond in het veroverde Hunsingo en nemen het Westerkwartier in bezit, waarna de hertog zijn intrek neemt in klooster Selwerd om van daaruit Groningen te belegeren. Een kogel uit de belegerde stad kost hem het leven.


Onstaborg voor de derde keer 'verbouwd'
Hoewel de bisschop van Utrecht vrede weet te bewerkstelligen, gaan de zonen van Albrecht door met amok maken. Georgh Schenk van Tautenburg legt, samen met graaf Edzard, beleg voor Groningen. De stad geeft zich in 1506 over, waarna Edzard zich als heer van Stad en Ommelanden laat huldigen in de Walburgkerk. Daar is Georgh weer niet zo blij mee. Hij beklaagt zich bij de keizer die een strafexpeditie naar de stad stuurt. De stadjers trekken in 1514 naar Winsum om daar de Saksen (oftewel de Oostfriezen) te verjagen en verwoesten op de terugweg opnieuw de Onstaborg die in 1499 is hersteld, zodat de Onsta's in serieuze financiële problemen komen.


Nieuwbouw en weer afbraak
Doordat in 1536 Karel V door Groningen en de ommelanden als hun landheer wordt erkend, ontstaat eindelijk rust in het gewest. De familie Onsta komt er weer wat bovenop, maar opnieuw gooit moord en doodslag roet in het eten. Nu is het (alweer een) Aylcko die in 1570 ruzie krijgt met pastoor Regnerus Papinck van Bedum en hem vermoordt. Hij brengt een tijd door in de gevangenis van Brussel en overlijdt in de Oosterpoort in 1575, kinderloos. De burcht wordt rond 1600 afgebroken. De in 1540 op de noordelijke Wetsinger wierde (westelijk van de weg Groningen-Winsum) gebouwde borg Nieuw-Onsta wordt in 1575 bewoond door Aepcko Onsta (†1564 te Emden) en Gela van Ewsum (ook uit een jonkersgeslacht). Hun schoonzoon Casper van der Wenghe bouwt op de fundamenten van de (oude) Sauwerder Onstaborg een nieuwe borg, die nog door een telg uit de familie Coenders is bewoond. De laatste eigenaar A.M. Tjarda van Starkenborgh, laat de borg in 1765 slopen. Het enige dat overblijft is het Schathuis, gevestigd op Burchtweg 13.


De humane verrader
De zoon van Aepcko en Gela, (alweer een) Aylcko, trouwt met Hyme von Inn- und Knipshausen uit Lütetsburg (bij Norden). Haar broer is de katholieke graaf von Rennenbergh, in de Groninger geschiedenis vaak neergezet als de verrader die 'ons' in 1580 aan de Spanjaarden uitlevert nadat Groningen in 1579 tot de Unie van Utrecht is toegetreden. Minder bekend is dat hij onder de vlag van de koning terugkeert uit protest tegen de gewelddadige calvinisering van het graafschap Gelre, die Jan van Nassau in strijd met de bepalingen uit de pacificatie van Gent doorvoert. Aylcko kiest evenwel de zijde van de ommelanden en neemt als ritmeester dienst in het geuzenleger. De strijd golft op en neer én over Sauwerd heen dat in het slagveld tussen de kemphanen is gelegen. Winsum ontkomt niet aan verwoesting. De hulp van een groot Spaans leger kan niet verhinderen dat eerst Rennenbergh bij Grijpskerk verpletterend wordt verslagen en de stad zich vervolgens op 22 juli 1594 overgeeft aan de legers van Maurits en Frederik Hendrik.


De in 1840 afgebroken kerk van Sauwerd op een oude steendruk uit ca. 1840. Tot 1840 heeft er in het dorp een middeleeuwse kerk gestaan. Deze is in dat jaar wegens bouwvalligheid gesloopt. Tegelijkertijd wordt ook de kerk in Groot-Wetsinge gesloopt. Voor beide dorpen wordt halverwege, in Klein-Wetsinge een nieuw kerkje gebouwd. De plaats van de voormalige kerk wordt gemarkeerd
De in 1840 afgebroken kerk van Sauwerd op een oude steendruk uit ca. 1840. Tot 1840 heeft er in het dorp een middeleeuwse kerk gestaan. Deze is in dat jaar wegens bouwvalligheid gesloopt. Tegelijkertijd wordt ook de kerk in Groot-Wetsinge gesloopt. Voor beide dorpen wordt halverwege, in Klein-Wetsinge een nieuw kerkje gebouwd. De plaats van de voormalige kerk wordt gemarkeerd.

Slappe intellectuelen uit Oost-Friesland
De Reductie van Groningen in 1594 betekent dat de rol van het Rooms-katholicisme is uitgespeeld (hoewel de Hervormde kerk pas in 1816 door Willem I tot staatskerk wordt uitgeroepen). Dat houdt in dat er predikanten nodig zijn om de gelovigen te onderrichten en te leiden. Hierin wordt voorzien door de universiteit die in 1614 door Ubbo Emmius (uit Greetsiel in Oost-Friesland) wordt gesticht. In 1700 ziet een nieuwe vroomheidsbeweging het licht. Slechts de wedergeborenen behoren tot de kudde en men komt buiten de kerk in besloten kring (conventikel) bij elkaar. De reactie hierop komt in 1800 van (de in Leer opgegroeide) prof. Hofstede de Groot. Maar zijn verlichte ideeën worden nauwelijks door het volk gedragen: dat heeft het over ‘de slappe zedepreken der rationalistische dominees.’ In 1818 gaan in Sauwerd zelfs de vrijzinnige predikant Damsté en ouderling Brands met elkaar op de vuist als Brands het preken voor 'kwajongenswerk' uitmaakt. Ondanks de koninklijke erkenning in 1840 als 'Christelijk Afgescheiden Gemeente' komt de nieuwe richting in Sauwerd niet echt van de grond en bloedt uiteindelijk dood.


Puriteinen vinden elkaar…
Vanuit Bedum komt in 1847 het initiatief om de gemeente opnieuw op te richten. Twaalf jaar later bouwt de groep haar kerkgebouw. Maar de volgende scheuring klopt al gauw weer aan de deur. In 1857 zijn er de collatierechten in handen gekomen van aanhangers van Brands, die zich dan ook in 1887 bij de Doleantie aansluiten (= breken met de kerkorde van 1816 en terugkeer naar die van 1618). Zij hebben in predikant J. Teves een enthousiast propagandist. Het provinciaal kerkbestuur verbiedt hem het prediken, zodat al vroeg op zondag de kansel door een 'kanselwacht' van de dolerenden bezet is. Slechts door het ingrijpen van de politie kan een handgemeen voorkomen. Landelijk fuseren afgescheidenen en dolerenden in 1892 tot 'Gereformeerde Kerken in Nederland', in Sauwerd vindt dit vijf jaar later plaats. De nu te kleine kerk wordt vervangen door een grotere op Kerkstraat 7 en het in 1887 aan de Schoolstraat 1 (voorheen de Karspeldwarsweg) neergezette schoolgebouw wordt door beide groeperingen gebruikt. In 1938 wordt dit onder de naam 'Salvatori' (= redding, behoudenis) het verenigingsgebouw van de Gereformeerde kerk. Overigens verlaat Teves de gemeente in 1897 wegens echtbreuk (het zevende gebod).


…en gaan toch weer uit elkaar
De tegenstellingen blijven echter onder de oppervlakte sluimeren, spitsen zich in 1945 toe op de leerstellingen van doop, genadeverbond en wedergeboorte en leiden aldus tot het ontstaan van de Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt ('artikel 31'). Deze kapt de banden met de vroegere geloofsgenoten op alle vlakken radicaal door, sticht eigen verenigingen en stuur vanaf 1958 de kinderen naar Bedum op school. Is men op weg naar de kerk, dan groet men elkaar niet. Gaandeweg verzachten de tegenstellingen zich, zodat op 9 januari 1967 de gezamenlijke kleuterschool 'Roodborstje' geopend kan worden en op 31 maart het nieuw dorpshuis 'Ubbegaheem' van de grond wordt getild. Ondanks de gezamenlijke kerstvieringen moet men theologisch echter weinig van elkaar hebben.


Inmiddels is men een generatie verder en zijn de scherpste kantjes er vanaf, waardoor het mogelijk is dat een Gereformeerde predikant in 2004 vanaf de kansel een afscheidswoord uitspreekt tot een Vrijgemaakte collega en in de herfst van 2005 de nieuwe predikant welkom heet. En vanzelfsprekend groet men elkaar al sinds jaren weer op straat (02).


Bronnen:

01 WP. Regiokrant Groningen, 22 september 2008

02 WP. Regiokrant Groningen, 11 augustus 2008

03. Bakker, J. en G.D. Boonstra-Ludden, Adorp, Sauwerd en Wetsinge in oude foto's. Groningen (vóór de gemeentelijke herindeling van 1990).

04. Bakker, J.G. en J.M. Pot, Kerk en School in Sauwerd. 100 Jaar Christelijk Onderwijs. Bedum, 1988.

05. Stichting Dorpshuis “Ubbegaheem” (schrijver onbekend), De geschiedenis van Sauwerd en omstreken. Sauwerd, 1967.

 

 


Deze pagina maakt deel uit van www.nazatendevries.nl.
Aan bovenstaande tekst is de uiterste zorgvuldigheid besteed. Desondanks kunnen er best fouten voorkomen.
Constateer je fouten en/of heb je vragen, correcties, aanvullingen...geef die dan even aan mij door via mijn E-mail adres.
Laat ook eens een bericht achter in het Gastenboek.

 

Hoogeveen, 2 januari 2014.
Verhaal: © Harm Hillinga
.

Menu Artikelen.
Terug naar de HomePage.
Top