Kaart van Sauwerd.

Kaart van Sauwerd (2013). Bron: Google. 1. Historisch kerkhof. 2. Oude kerkhof. 3. Nieuwe kerhof. Links boven is de hervormde kerk van Wetsinge zichtbaar. Sauwerd zelf heeft geen kerk meer.

Onlangs meldde een trouwe lezer van NzD een verhaal over een ingestorte grafkelder te Sauwerd in het jaar 1894. Dit verhaal is onderstaand weergegeven, het is alleen aangepast op fouten in de spelling en dergelijke en enigszins gewijzigd om het passend te maken bij de algehele opmaak binnen de website. Het verhaal begint als volgt:

 

‘Een dezer dagen (rond 1974 HH) maakt de heer L. Holman te Sauwerd mij attent op het bestaan van een schrift waarin een zekere J. Jebels ‘fragmenten uit de geschiedenis van Sauwerd’ heeft opgetekend. Uit deze tekst blijkt dat J. Jebels (aan het eind van de 19e eeuw waarschijnlijk knecht bij bakker Vink aan de Kerkstraat) een grote belangstelling heeft gehad voor de Groninger historie in het algemeen en die van Sauwerd in het bijzonder. Als in 1894 de grafkelder op het oude kerkhof aan het Hoogpad instort, is dat voor hem dan ook een prachtige gelegenheid nu eens daadwerkelijk de geur van het verleden op te snuiven en een onderzoek naar de onderaardse kelder in te stellen. De beschrijving van dit ‘avontuur’ is het een curieuze onderdeel van de geschiedschrijving van Jebels, die ik nu verder zelf aan het woord laat. Hier volgt onverkort zijn verslag van het bezoek aan de grafkelder:'

 

'In 1894 woon ik in Sauwerd bij bakker P. Vink en ik hoor al vrij snel, dat zich midden op het oude kerkhof een grafkelder bevindt, ongeveer tegenover de oude Geref. Kerk. Nicolaas Vilde boer, manufacturier, wiens vader ook nog leeft, heeft mij wel eens van het bestaan van die grafkelder verteld.


In de kroniek van Feenstra heb ik er ook wel eens van gelezen, waarin hij o.a. memoreert, dat de laatste bewoner met veel pracht en praal is bijgezet in de familiegrafkelder te Sauwerd waarin hij tevens bijvoegt dat hij een man is geweest van forse lichaamsbouw en hoge statuur. Het is op een zekere namiddag dat de dochter van Vink uit de school komt en vertelt, dat in het gewelf van bovengenoemde grafkelder een gat is gevallen, waar een man door kan. Ik, als liefhebber van de historie laat dit niet op mij zitten. Ik begeef mij in de loop van de namiddag naar het kerkhof en overtuig mij van de instorting. Ik spoed mij naar mijn vriend J. Oldenhuis, wiens vader commissionair is, wiens opvolger hij later geworden is, en vertel hem van de grafkelder. Ik stel hem voor, die avond de grafkelder te bekijken. Indien we dan een korte ladder meenemen,en een schijnvat, zal het best kunnen. Het lijkt hem goed toe, maar hij zegt: "Doe mos veuraan". "Accoord", antwoord ik, ik ben namelijk niet bang uitgevallen.
De oude lui hebben er niets mee op. "Ken wel weer'n gat ien vaaln", vertellen ze, evenwel zetten we door en de oude lui hebben er vrede mee. Wij moeten toch vooral voorzichtig zijn. ‘s Avonds in het duister begeven wij ons op weg naar het kerkhof. Bij de grafkelder zet ik de ladder op de bodem en daal af. M’n vriend geeft mij de schijnvat en daalt ook af. Daar staan we nu in de geheimzinnige ruimte aan het eind van de gang. In dit onderaards verblijf rusten vertegenwoordigers van vele geslachten van vele eeuwen die voorbij zijn gegaan. Het is een lugubere gewaarwording in deze plaats van de doden waarin de echo van onze stemmen weerkaatst op de wanden.

 

Voorbeeld van een slecht onderhouden grafkelder te Rijswijk.

Voorbeeld van een slecht onderhouden grafkelder te Rijswijk. Bron: WP.

Hier is het aardse eind waar zich de oververblijfselen bevinden van mannen en vrouwen, die in de eeuwen die voorbij zijn gegaan een grote rol hebben gespeeld op het wereldtoneel en in het bijzonder in Stad en Ommelanden van onze provincie. We ontsteken de schijnvat die een geheimzinnig licht verspreidt in de gewelven. M'n vriend pakt nu de lantaarn en zal mij bijlichten bij het onderzoek. Allereerst de grootte en de vorm van het geheel. Aan de achterzijde van de gang is hot ingestort. Daar kunnen we echter doorheen. Aan het andere eind zien we de stenen trappen, die de ingang is, waar boven een grote zerk, die de ingang afsluit. Verder zijn er aan weerszijden van de gang, twee grafkamers met spitsbogen ingangen waarvoor geen deuren, de gang is 15 voet lang en 6 voet breed, de grafkamers 8 voet lang en 6 voet breed. 8 stenen trappen geven toegang tot de kelder, de muren zijkn wit gekalkt. Wij komen in de eerste grafkamer en zien daar de beenderen van wel 10 geraamten in wanorde door elkaar liggen, met de schedels. Van de beenderen heb ik wel enige kennis. Als ziekenverzorger ben ik vroeger in Militaire Dienst geweest en heb ik wekelijks een paar uur les gehad van een officier van gezondheid, over de samenstelling van het menselijk geraamte, bloedsomloop enz. Als zodanig ken ik de verschillende onderdelen van het geraamte.


Enkele onderdelen neem ik in de handen o.a. ook een grote schedel die zich door de grootte onderscheidt van al de anderen. Ik zeg tegen mijn vriend: "Deze schedel is hoogstwaarschijnlijk van Baron van Rusenstein, daar Westendorp verhaalt van zijn forse gestalte en statuur." Door zijn grootte onderscheidt zich deze van alle andere.

 

De kisten zijn vergaan, enkele houtresten zijn overgebleven, roestige spijkers en forse ijzeren handvatten liggen wanordelijk door elkaar. We zoeken of we nog iets van waarde kunnen ontdekken, maar niets van dit alles. In de volgende grafkamer treffen we hetzelfde aan, waarin ook meer dan 10 geraamten zich bevinden. Opeens een stem die roept: "Ben Je daar nog?". 't Is de stem van een dochter van Oldenhuis, de zuster van mijn vriend, Aaltje Oldenhuis, die naar ik meen nog in leven is en als ik mij niet vergis, getrouwd is met een zekere Laning of Van der Laan. Haar ouders hebben haar gestuurd om eens te zien hoe of het ons vergaat. Zo zijn ongerust geworden. "Kon wel weer 'n stuk ienvaaln", hebben ze gezegd. We schrikken hevig, als we die stem horen, te midden van het verblijf van de dood, maar het volgende ogenblik herkennen we de stem die roept: "Kom er toch weer oet," zegt ze, “ ‘t is veuls te gevoarlijk, kwait nait hou ie 't doun duren". Ik nodig haar uit, ook eens een kijkje te nemen. "Ik duur nait en ken ook nait deur dat gat". Ik verzeker haar dat dit wel kan, indien ze haar rokken samenvoegt. De nieuwsgierigheid krijgt de overhand en ze waagt het. We hebben vervolgens samen alles nog eens in goed bekeken, maar vinden niets anders dan de armzalige resten van ons voorgeslacht, die hoogstwaarschijnlijk met grote devotie zijn bijgezet. Dit is zeker een avontuurlijke tocht in het avondduister midden op het eenzame kerkhof, beneden in die grafkelder. Deze kerkhof op het terrein van het voormalige kasteel heeft een rijke historie gehad voor het culturele en maatschappelijke volksleven voor Sauwerd en omgeving.

 

Enige weken na de instorting van het gewelf, besluit de gemeenteraad de grafkelder op te ruimen en af te breken. Bij de afbraak blijkt het dat alles zeer hecht in cement is opgebouwd, ongetwijfeld is door inwatering een slechte plek is ontstaan, die de instorting heeft veroorzaakt.

 

Bij de opruiming komt een grote zerk te voorschijn naast de grafkelder, die onder de groene zoden verborgen is geweest. Dit is een grafzerk van ‘Abel Onsta’; een van de hoofden van de Vetkopers. Deze zerk is naar Groningen vervoerd en bevindt zich thans ingemetseld in de muur van één van de kelders in zaal III. Op de banderolle,van de beide lange zijden leest men:


‘Anno 1483 (in Romeinse cijfers) stierf Abel Onsta op ST. Cecienavent’.


De voorstelling op de steen is een levensgrote heraldieke leeuw die in zijn klauwen een wapenschild draagt, waarop weer een leeuw. Aan de vier zijden bevinden zich wapenschilden met de kwartleren van Abel Onsta. Hierbij meen ik enige bijzonderheden gegeven te hebben aangaande Sauwerd.
Eierum 14 mei 1947. J. Jebels (79 jr.)'

 

'Naar aanleiding van het bovenstaande kan het volgende nog opgemerkt worden:


1) Om verwarring te voorkomen: de Geref. Kerk waar Jebels over spreekt wordt in 1859 aan het Hoogpad gebouwd (nu de tuin van Mevr. Vegter in 1974) en omstreeks 1898 als de nieuwe Geref. Kerk gereed gekomen is, wordt afgebroken. De bijbehorende pastorie staat er nog steeds en is nu (1974) timmerwerkplaats van U. Bijsterveld.
2) ‘Kroniek van Feenstra’ moet waarschijnlijk zijn kroniek van Marten Douwes Feenstra.
3) Aaltje Oldenhuis trouwt inderdaad met een zekere van der Laan. Hun dochter Hilje woont nog steeds in Sauwerd (1974).
4) Grote schedel: Uit verschillende bronnen blijkt dat de Baron van Rusenstein, die in 1679 in Sauwerd is overleden, inderdaad groot en fors geweest is. Wat dat betreft kan het dus zijn schedel zijn. Hendrik Ruse zoals de baron oorspronkelijk heeft geheten, is de zoon van een predikant uit Ruinen, die door de Deense koning in de adelstand wordt verheven (Danneborgsorde), wegens zijn grote verdiensten op het gebied der vestingbouwkunde.
In de vorige eeuw doet in Sauwerd het verhaal de ronde, dat Ruse helemaal geen domineeszoon uit Ruinen zou zijn geweest, maar de zoon van een 17de eeuwse schoolmeester uit Sauwerd. Onderwijzer Bolt uit Wetsinge (overl. vóór 1830) zou een ‘geschreven stukje’ bezitten waaruit dit zou blijken. Volgens hot dorpsverhaal is de onderwijzerszoon zo groot en fors dat men hem ‘reus’ of ‘ruse’ gaat noemen. Deze Ruse maakt een geweldige militaire carrière en sluit een rijk huwelijk, zodat hij het zich kan veroorloven de Onstaborg aan te kopen, teneinde jaarlijks enige tijd in zijn geboortedorp door te brengen. Jammer dat we de inhoud van dat ‘geschreven stukje’ van Bolt uit Wetsinge niet kennen. Maar misschien is er iemand in Sauwerd, Wetsinge of Adorp die iets meer weet over dit dorpsverhaal of over het document van meester Bolt. Laat uw kennis dan niet verloren gaan, maar neem een voorbeeld aan J. Jebels, aan wiens mededeelzaamheid we nu zo'n prachtig verhaal te danken hebben. Uit dank aan de heer L. Hofman, die het verhaal van J. Jebels zo zorgvuldig heeft bewaard'.


G.D. Boonstra - Ludden. Uit Contactblad 1974.'

 

 


 

Deze pagina maakt deel uit van www.nazatendevries.nl.
Aan bovenstaande tekst is de uiterste zorgvuldigheid besteed. Desondanks kunnen er best fouten voorkomen.
Constateer je fouten en/of heb je vragen, correcties, aanvullingen...geef die dan even aan mij door via mijn E-mail adres.
Laat ook eens een bericht achter in het Gastenboek.

Hoogeveen, 3 januari 2014
Bewerking © Harm Hillinga
.
Menu Artikelen.
Terug naar de HomePage.
Top