Opgravingen bij Steerwolde in 1964

Foto boven: Roode Weeshuisstraat Groningen/Poortje Olde Convent


De oudste vermelding van Steerwolde (Stederawalda) ligt rond het jaar 1000. Het betreft een vermelding van de inning van pacht aangaande het gebied. Het gebied is dan in het bezit van de Abdij van Werden (Dld). Dit klooster is omstreeks het jaar 800 gesticht door Liudger, een Fries van geboorte. Het is gelegen geweest aan de Ruhr bij Essen. De pacht wordt door het klooster geïnd via een hof in de stad Groningen[1]. De verwijzing naar Steerwolde vinden we op het tweede blad, ongeveer op de helft, bij voetnoot 20). De volgende eigenaresse is het Begijnenconvent het Olde Convent, gelegen aan de Roode Weeshuisstraat in de stad Groningen.


Blijkens een archiefstuk uit 1470 verleent de Abdij te Thesinge aan het Olde Convent het recht om op zijn grond in ‘Stederwolde’ een kapel te bouwen, een begraafplaats aan te leggen en alle sacramentaliën en liturgische handelingen te verrichten. De inkomsten voor Thesinge zijn 17 Arnhemse guldens.

De Abt moet er wel om vragen en hij moet een kwitantie geven voorzien van zijn abtszegel. De betaling moet geschieden op de Vrijmarkt, op 10 september; zo niet, dan moet er dubbel worden betaald. Volgens het Internationaal Instituut voor de Sociale Geschiedenis zou het bedrag van 17 Arnhemse guldens nu (2023) een koopkracht hebben van ruim 5000 euro.

Het Olde Convent beheert zelf het gebied
Het klooster moet zoveel mogelijk in haar eigen behoeften voorzien. Akkerbouwproducten betrekt het klooster uit haar bezittingen in de directe omgeving van de stad, de veeteeltproducten komen voornamelijk uit noordelijke streken, zoals Garmerwolde, Loppersum, Marum, Noorddijk, Steerwolde en Zuidwolde. Turf en rogge komen uit Drenthe.
Over de grootte van Steerwolde bestaat enige verwarring. Uit bewaard gebleven oorkonden kan worden afgeleid dat het Olde Convent over één hofstede van 167 gras beschikt, maar uit de rekening van de Rentmeester van de kloostergoederen uit 1597 blijkt dat het klooster bijna 600 gras in bezit heeft gehad. Oude omschrijving van de oppervlaktemaat “gras”: een stuk land waarmee een koe gedurende de zomer gevoed kan worden. Er zijn vrom- of koegrazen of wietgrazen. “Vrom” = nuttig gebruik, “wiet/wied” = weide. 1 gras = 240 vierkante roede = plm. 47 m2. Iedere streek of stad heeft zijn eigen maten. Genoemde maten zijn Ten Boerster maten.

Bij de Reductie van Groningen in 1594 vervallen alle kerkelijke bezittingen aan de Ommelanden en de stad Groningen. Het gebied waar Steerwolde is te vinden, ligt aan de Lageweg nabij Thesinge, bij de boerderij van R. van der Veen (2013). Het is dus niet de boerderij waar ‘Steerwolde’ vermeld staat op de gevel.

De opgravingen
De aanleiding voor de opgraving zijn de egalisatiewerkzaamheden op de boerderij van D.G. Haayer, pachter van Verzekeringsmaatschappij “De Olveh”. Er worden menselijke resten aangetroffen, hetgeen wordt gemeld aan de huisarts, Dr. Van der Werff.

Een graf zoals gevonden op het oude kerkhof.
Foto boven: Een deel van de opgraving te Steerwolde.

Steerwolde
In 1964 krijgt huisarts van der Werff uit Garmerwolde te horen dat bij het egaliseren van grond bij een boerderij aan het Geweide, thans vlak bij de Eemshavenweg in Thesingeburen, menselijke beenderen en zerken gevonden zijn. Met medewerking van professor Waterbolk wordt een opgraving door het BAI[2], het Biologisch Archeologisch Instituut te Groningen, geregeld. Hierbij worden de intacte fundamenten van een kerk, drie geornamenteerde sarcofaagdeksels van basaltsteen, wat aardewerk en 105 menselijke skeletten aangetroffen[3].

Een graf zoals gevonden op het oude kerkhof.
Foto boven: Een graf op het voormalige kerkhof te Steerwolde.

Kerkhof
Ook wordt er een gedeelte van een middeleeuws kerkhof blootgelegd, hetgeen blijkt uit skeletten, kloostermoppen afkomstig van grafkeldertjes en een drietal sarcofaagdeksels. Sarcofagen worden niet aangetroffen, hetgeen doet vermoeden dat de deksels gebruikt zijn als afdekking van een eenvoudige grafkuil.

Verder onderzoek brengt een funderingssleuf van een gebouw aan het licht, dat bevestigt dat dit gebouw een kerk moet zijn geweest. Het BAI concludeert dat hier een eenvoudig zaalkerkje moet hebben gestaan, recht vormig, bestaande uit slechts één ruimte en gedekt met holle en bolle pannen, zoals bij voorbeeld, gebruikt bij het kerkje van Oostum.

Op de vier hoeken zijn overblijfselen gevonden van later aangebrachte steunberen; deze zijn gefundeerd op zogenaamde paalrasters, die diep in de grond bewaard zijn gebleven. Het terrein is vóór de bouw van de kerk reeds in gebruik geweest, omdat enkele graven bij de aanleg van de funderingssleuf zijn doorsneden. Alle overledenen zijn begraven met de blik naar het oosten.
De sarcofaagdeksels echter, zijn veel ouder dan de begraafplaats. Ze dateren uit de 12e eeuw en zijn voornamelijk langs de Rijn, Moezel en Main vervaardigd[4].

Een eenvoudig grafkeldertje op het oude kerkhof.
Foto: boven: Een grafkeldertje bij de opgraving te Steerwolde.

De sarcofagen
Het woord ‘sarcofaag’ is volgens de Romeinse schrijver en wetenschapper Plinius ontleend aan de eigenschappen van een bepaald gesteente in Klein-Azië. In een graf van een dergelijke steensoort verteert het lichaam bijzonder snel. De betekenis van het Griekse woord ‘sarcophagos’ is ‘vleeseter’. Het Duitse woord ‘Sarg’ (lijkkist) en het Nederlandse woord ‘zerk’ (liggende grafsteen) zijn verwant aan het woord sarcofaag.

Het ontbreken van natuursteen in de kustgebieden en het afleggen van een grote afstand vanuit de steengroeven, maakt de aanschaf van sarcofagen tot een kostbare zaak; vermoedelijk is een dergelijk grafmonument alleen voorbehouden aan een beperkte sociale bovenlaag en kunnen alleen gezagsdragers zich een dergelijk statussymbool veroorloven.

Een sarcofaag wordt meerdere malen gebruikt en fungeert vaak als familiegraf; ouder gebeente wordt opgeschoven om plaats te maken voor een nieuw lichaam. Anekdote: Een inwoner van Hallum in Friesland zou ten tijde van Abt Frederik (1162/1175) in het graf van zijn vader worden bijgezet. Hij is echter te lang, waardoor hij niet zonder meer in de sarcofaag past. Onderzoek heeft uitgewezen, dat hij tijdens de poging hem in de sarcofaag te persen, is vermoord….[5].

Hier zijn nog overblijfselen van een vroegere steunbeer te zien.
Foto boven: Hier zijn nog overblijfselen van een vroegere steunbeer te zien.

De vroegmiddeleeuwse Friese, zandstenen sarcofagen zijn trapeziumvormig en wegen circa 1200 kilo. Ze zijn gemiddeld 2 meter lang en 75 centimeter breed. De hoogte is ongeveer 50 centimeter. Op de sarcofagen hebben losse, eveneens trapeziumvormige deksels met een gewicht van 300 tot 500 kilo gelegen. De kisten worden dicht onder het maaiveld begraven, waarbij het deksel aan de oppervlakte zichtbaar blijft.

De grafdeksels uit Noord-Duitsland en Noord-Nederland vertonen opvallend veel overeenkomsten, zowel wat betreft vorm, stijl, versieringsmotieven, materiaal als bewerkingstechniek. Er zijn echter wel regionale voorkeuren te bespeuren.

Bewerkte grafdeksels
Het reliëf van de versieringspatronen op de grafdeksels is ondiep: rond de motieven is de diepte ongeveer anderhalve centimeter, daarbinnen slechts enkele millimeters. Er worden twee technieken gehanteerd: spitsen, dat wil zeggen het werken met een spitsbeitel voor de diepe en grove groeven, en frijnen, een fijnere bewerkingsmethode met een tweepuntige beitel.

Foto boven: Bewerkingen op een gebroken grafdeksel.
Foto boven: Bewerkingen in een gebroken grafdeksel.

De afbeeldingen
In Ostfriesland, Groningen en Drenthe zijn een groot aantal sarcofagen en sarcofaagdeksels aangetroffen. Naast christelijke en geometrische motieven en versieringen zijn er ook deksels met daarop menselijke afbeeldingen. Deze laatste zijn bekend onder de naam ‘beelddeksels’. De meeste sarcofagen en sarcofaagdeksels zijn gemaakt van rode zandsteen, daarnaast zijn er ook, weliswaar in veel mindere mate, exemplaren gevonden, vervaardigd uit geelwitte zandsteen, de Bentheimer zandsteen.

De meeste kisten en deksels zijn waarschijnlijk afkomstig uit het gebied langs de bovenloop van de Weser. Dit zogeheten midden-Bondzandsteen is zowel eenvoudig te bewerken als goed bestand tegen weersinvloeden. Ook uit de omgeving van Main is vroeger eenzelfde soort rode zandsteen verscheept. Deze laatste soort is iets lichter van kleur dan de Weserzandsteen. De rode zandstenen sarcofagen stammen voor het merendeel uit de 11e en 12e eeuw. De vroegste exemplaren dateren uit het einde van de 10e eeuw.


De sarcofagen en deksels zijn bij de steengroeven vervaardigd en daarna verscheept. De vier belangrijkste waterwegen zijn het Vlie, de Eems, de Weser en de Elbe geweest. Ook zijn de sarcofagen via de Zuiderzee vervoerd. De meeste grafdeksels en sarcofagen zijn van rode zandsteen. Het vondstgebied strekt zich uit langs de Nederlands-Duitse Noordzeekust tot aan Jutland.

Zonodig zijn de sarcofagen aan de binnenzijde versierd. Voorbeelden hiervan zijn te bezichtigen in Vries (Drenthe) en in het museumklooster Ter Apel. In de beginperiode zijn de deksels niet versierd, later worden er geometrische motieven op aangebracht. Dit geldt alleen voor de rode zandstenen deksels. De Bentheimer deksels, die van latere datum zijn, zijn van begin af aan met christelijke motieven versierd.

Foto: Bovengenoemde grafdeksel heeft lange tijd gelegen in de kelder van het kloostermuseum in Ter Apel.
Foto: Bovengenoemde grafdeksel heeft lange tijd gelegen in de kelder van het kloostermuseum in Ter Apel.

De motieven
Er worden ruiten, diagonalen, halve cirkels en cirkels gebruikt, aangebracht in laag reliëf. Geometrische versieringen zijn overwegend decoratief bedoeld. In Duitsland worden de ruitpatronen in verband gebracht met de graflegging of opwekking van Lazarus. De ruiten zouden het in kruisvormige windsels gewikkelde lichaam van Lazarus moeten symboliseren. De christelijke motieven doen niet lang daarna hun intrede: kruis-en kromstaven, waarbij er verschillende varianten van kruisvormen te onderscheiden zijn. Zo zijn er diagonaalkruizen, radkruizen en processiekruizen. Het diagonaalkruis is ook bekend onder de naam Andreaskruis. Het radkruis bevindt zich binnen een cirkel en het processiekruis heeft armen die zich naar buiten toe verbreden.     

Het grafdeksel van Steerwolde                                                                   
Op het hele grafdeksel zoals gevonden in Steerwolde, is de bekroning van het kruis boogvormig. Dit motief verbeeldt een anker of omgekeerde omega. Het anker is het vroegchristelijke kruissymbool en vertegenwoordigt als zodanig de dood van Christus. De omega is de laatste letter van het Griekse alfabet en daardoor eveneens een symbool van het einde. De omkering verwijst naar het uitdoven van het leven.

Foto boven: Een deel van een bewerkte grafdeksel.
Foto boven: Een deel van een bewerkte grafdeksel.

Dit sarcofaagdeksel laat een overgangsvorm zien van deksels met geometrische patronen naar deksels met christelijke motieven. In het middenpaneel is een krom-of kruisstaf te zien. De ruitpatronen zijn samengevoegd met de kruis-kromstaf combinatie. In tegenstelling tot deksels uit een vorige periode is de randzone onbewerkt. Soortgelijke deksels uit de tussenfase zijn ook te zien in Westergeest en Janum (Friesland).

Afb. boven: Getekende weergave van de deksels die in Steerwolde zijn gevonden. 
Alleen de meest rechtse is nog vrij gaaf.
Afb. boven: Getekende weergave van de deksels die in Steerwolde zijn gevonden.
Alleen de meest rechtse is nog vrij gaaf.

Soms worden geometrische motieven met kruizen gecombineerd. Over de symboliek van de christelijke motieven zijn de meningen verdeeld. Wel staat in ieder geval vast dat de motieven betrekking hebben op de overwinning van de dood en dus op de opstandingsgedachte. De kromstaven worden wel in verband gebracht met deze Bijbeltekst:

”De Heer is mijn herder, mij zal niets ontbreken. Hij brengt mij naar groene weiden, laat me rusten aan het water. Hij geeft mij kracht en leidt me langs veilige paden, zoals Hij beloofd heeft. Al ga ik door een diepdonker dal, ik hoef geen gevaar te duchten, want U, Heer bent mij nabij, Uw staf en Uw stok beschermen mij”

uit Psalm 23, de psalm die deel uitmaakt van het dodenofficie. De boog die vaak aan het voeteneinde voorkomt en die voorzien is van spiraalvormen, krijgt veel verschillende interpretaties toegewezen, uiteenlopend van grafheuvel tot levensboom.

Foto boven: Geometrische motieven worden hier met kruizen gecombineerd.
Foto boven: Geometrische motieven worden hier met kruizen gecombineerd.

Eind 11e eeuw verschijnen voor het eerst deksels waarop uitsluitend kruis-en kromstaven zijn aangebracht. Het basismotief bestaat uit een kruisstaf met aan weerszijden een kromstaf. De combinatie van kruis-en kromstaven is uniek voor het Friese kustgebied.

Gebroken grafdeksels

Foto boven: Een bewerkte deel van een grafdeksel met een kruis.
Foto boven: Een bewerkte deel van een grafdeksel met een kruis.

De gebroken grafdeksels uit Steerwolde laten combinaties zien van geometrische patronen met christelijke motieven en kunnen dan ook als overgangsvormen worden aangemerkt.

Aan het eind van de 12e eeuw eindigt de vervaardiging van het trapeziumvormige sarcofaagdeksel. Het wordt verdrongen door grafzerken, die veel rijker beeldhouwwerk vertonen dan de sober en stereotiep uitgevoerde sarcofaag[6][7].

Foto boven: Een bewerkte deel van een grafdeksel.
Foto boven: Een bewerkte deel van een grafdeksel.

 


Bronnen, referenties en literatuur:

De originele, onbewerkte tekst in een andere layout (op www.thesinge.com) is geschreven door Haye van den Oever op 26 maart 2013
Daarbij is als bron 'Ada van Deijk - Romaans Vademecum/Christine Waslander - Dekselse Graven' gebruikt.
Ook is gebruik gemaakt van https://www.kerkthesinge.nl/historie 

1. Oorkondenboek Groningen Drenthe.
2. BAI: Biologisch Archeologisch Instituut (te Groningen);’in 1998 is het Instituut opgegaan in het Groninger Instituut voor Archeologie dat ook de mediterrane archeologie en arctische studies verzorgt.
3. “Kerken in Beeld”, Rijksuniversiteit Groningen.
4. Drs. W.A. van Es, wetenschappelijk ambtenaar BAI.
5. ‘Abtenlevens’ van Mariëngaarde.
6. Ada van Deijk, Romaans Vademecum; Christine Waslander, Dekselse Graven.
7. Haye van den Oever, 26.03.2013.


 

Deze pagina maakt deel uit van www.nazatendevries.nl. Aan bovenstaande tekst is de uiterste zorg-vuldigheid besteed. Desondanks kunnen er best fouten voorkomen. Constateer je fouten en/of heb je vragen, correcties, aanvullingen......... geef die dan even aan mij door via mijn E-mail adres. Wij hebben ons uiterste best gedaan om de auteurs van teksten/citaten en copyrightbepalingen van afbeeldingen te achterhalen. Mocht je rechthebbende zijn en hierover vragen of opmerkingen hebben, neem dan contact op via e-mail. Lees ook de 'Disclaimer' en 'Privacy' voor méér informatie en laat ook eens een bericht achter in het Gastenboek, dan weet ik waarvoor ik het doe.

Hoogeveen, 16 februari 2023.
Update: 20 februari 2023.

Samenstelling: © Harm Hillinga.