De geschiedenis van Zuidbroek


Het dorp Zuidbroek (Zuudbrouk) ligt in de gemeente Midden-Groningen. In 2021 telt Zuidbroek 3.575 inwoners[1]. Tot 1 juli 1965 is Zuidbroek een zelfstandige gemeente geweest. Op deze datum fuseert de gemeente met Noordbroek tot de gemeente Oosterbroek. Het dorp wordt sinds 1992 doorsneden door de autosnelweg A7. De Hervormde kruiskerk staat ten noorden van de weg, terwijl het spoorwegstation, het grootste deel van de middenstand, de meeste woonbuurten en de bedrijventerreinen Gouden Driehoek en Industrieweg zich in het zuidelijke deel van het dorp bevinden.

 

 

Zuidbroek bij de Klap. Foto: 1900-1905. Uitgeverij mej. A.M. Garrelts. Bron: RHC GA, Groninger Archieven, Beeldbank Groningen.

Zuidbroek bij de Klap. Foto: 1900-1905. Uitgeverij mej. A.M. Garrelts. Bron: RHC GA, Groninger Archieven, Beeldbank Groningen.

 


Indeling
Onder Zuidbroek vallen de buurtschappen Spitsbergen, Tusschenloegen, Uiterburen en 't Veen (vroeger Uiterbuursterveen) en Westeind (vroeger Oosteinde genoemd). Op de grens met Scheemda heeft de buurtschap Oudedijk gelegen. Het dorpscentrum heeft bekend gestaan als Kerkhorn. Kerkelijk hebben Zuidbroek en Muntendam tot 1840 één kerkelijke gemeente gevormd. Op het bestuurlijke vlak zijn de dorpen Muntendam en Tripscompagnie zelfstandige kerspelen geweest.


Zuidbroek heeft in de achttiende eeuw ten minste zeven buurtgilden gehad, namelijk Noordergilde, Middengilde, Molengilde en Oudedijkstergilde (samen Uiterburen genoemd), Kerkengilde en Diepstergilde (samen Overburen), verder Tusschenloegstergilde. Het buitengebied van Zuidbroek wordt op 19e-eeuwse kadasterkaarten onderscheiden in Uiterburenboven en Uiterburenbuiten, Zuidbroekboven en Zuidbroekbuiten (De Vennen), alsmede Tusschenloegen boven en Tusschenloegen buiten. De buurtschappen Spitsbergen en Jagerswijk hebben deels in Sappemeer gelegen; de streek ten zuiden daarvan is in het verleden Kostverloren genoemd.

 

 

Diepswal.

Diepswal.

 


Op het grondgebied van Zuidbroek zijn de waterschappen Jagerswijk, Spitsbergen en Kostverloren ontstaan (1793), Overwater (1793), Roodetilsterpolder (1799, gedeeltelijk), Het Poeltje (voor 1832/1881), Uiterburen (vóór 1861), De Munte (1882), Eindelijk (1892) en De Vennen (1908). De belangrijkste watergangen zijn Winschoterdiep en Muntendammerdiep; nieuw gegraven zijn het A.G. WIldervanckkanaal, de Klingensloot en de Vennenwatering. Het riviertje De Leest krijgt bij de laatste ruilverkaveling een nieuw verloop, terwijl Dwarsdiep, Papendiep, Nieuwe Watering, Hondelaansloot, Ouddijksloot en Kuindersloot zijn komen te vervallen. Zuidbroek en Muntendam hebben een zelfstandig onderdeel gevormd van het Termunterzijlvest en het waterschap Oldambt. Het grondgebied behoort tegenwoordig tot het waterschap Hunze en Aa's.

 


Geschiedenis


Middeleeuwen


Zuidbroek is uit meerdere nederzettingen ontstaan. Oorspronkelijk gaat het om veenontginningen aan de rand van het riviertje de Munte of Munter Ae, die in de tiende of elfde eeuw worden gesticht. Zuidbroek heeft mogelijk met Noordbroek, Noordbroeksterhamrik en Meeden deel uitgemaakt van een oudere kernparochie die Broke wordt genoemd[2]. In 1283 wordt de parochie Suthabroke voor het eerst vermeld. De naam betekent ‘ten zuiden van het broek (moerasland)’. De plaatsnaam komt later voor als Suidbroeck (1391, Suderbrock (ca. 1475), Suitbroecke (1498), Suydtbrouck (1579), Suidbroek (1781)[3]. Het gebied wordt al eerder bewoond, maar daarna weer verlaten. Aan de Uiterburen is in 1909 een urnenbegraafplaats uit de late Bronstijd of vroege IJzertijd (ca. 700 v.Chr.) gevonden[4].

 

Hotel, café, restaurant Bouman (J. Themmen). Tegenover het station te Zuidbroek aan de Stationsstraat. Betreft een Ansichtkaart gemaakt tussen 1930 en 1940. Bron: RHC GA, Groninger Archieven, Beeldbank Groningen.

Hotel, café, restaurant Bouman (J. Themmen). Tegenover het station te Zuidbroek aan de Stationsstraat. Betreft een Ansichtkaart gemaakt tussen 1930 en 1940. Bron: RHC GA, Groninger Archieven, Beeldbank Groningen.

 


Oudste nederzetting
De oudste nederzetting is waarschijnlijk de buurtschap Uiterburen. Bij de driesprong met de Heiligelaan heeft zich nog in de vijftiende eeuw een kapel bevonden met begraafplaats, mogelijk met een kluizenarij, die olde kluse geheten[5]. Volgens overleveringen heeft hier de oudste kerk van Zuidbroek gestaan; restanten van een begraafplaats zijn hier omstreeks 1990 blootgelegd. Op een provinciekaart van omstreeks 1685 staat het Olde Kerckhof nog ingetekend. Vlakbij verrijst rond 1500 een korenmolen. Verder naar het noorden heeft de Drostenborg gelegen, het kasteeltje van de Gockinga's, die hier min of meer de baas hebben gespeeld, totdat de stad Groningen in 1456 het gebouw overneemt. Aan de Uiterburen hebben nog enkele steenhuizen gestaan. Verschillende boerderijen hebben echter verderop in het veld gestaan, verspreid op een handvol zandkoppen of ‘klingen’ die bescherming hebben geboden tegen het opdringende rivierwater. De naam Uiterburen (Uter-berethe, bêre = woonplaats) is wellicht aan deze vooruitgeschoven positie ontleend. Bij de aanleg van de A7 hebben archeologen onder de Oudedijksterweg de restanten van een oud akkercomplex (een es) gevonden, dat vanwege het water is verlaten. Nog in de zeventiende eeuw heeft hier de buurtschapje Uterbeerte gelegen; ook heeft men wel gesproken van het Zuidbroeksterhamrik.

 

 

Winschoterdiep te Zuidbroek aan de Diepsteek. Fotografische reproductie van een prentbriefkaart, gemaakt tussen 1900 en 1910. Bron: RHC GA, Groninger Archieven, Beeldbank Groningen.

Winschoterdiep te Zuidbroek aan de Diepsteek. Fotografische reproductie van een prentbriefkaart, gemaakt tussen 1900 en 1910. Bron: RHC GA, Groninger Archieven, Beeldbank Groningen.

 


Tweede nederzetting
De tweede nederzetting wordt Overburen genoemd. Die is meer naar het westen ontstaan. De eerste bewoners van het gebied ten zuiden van de Heiligelaan (de Vennen) hebben namelijk al snel met wateroverlast te kampen gehad. Daarom verhuizen zij naar een nieuwe bewoningsas langs de Nieuweweg of Bovenweg, de Kerkstraat en de

Het NS station van Zuidbroek. Bron: RHC GA, Groninger Archieven, Beeldbank Groningen.
Het NS station van Zuidbroek. Bron: RHC GA, Groninger Archieven, Beeldbank Groningen.
Het NS station van Zuidbroek. De trein ervoor is de Blauwe Engel. Foto: 1956. Bron: RHC GA, Groninger Archieven, Beeldbank Groningen
Het NS station van Zuidbroek. De trein ervoor is de Blauwe Engel. Foto: 1956. Bron: RHC GA, Groninger Archieven, Beeldbank Groningen.
Heiligelaan 47 : bewoond door de wed. F. Doddema. Voor de woning met fiets L. Doddema, en mej. Nieboer met enkele kinderen. Foto: 1910-1915. Bron: RHC GA, Groninger Archieven. Beeldbank Groningen.
Heiligelaan 47 : bewoond door de wed. F. Doddema. Voor de woning met fiets L. Doddema, en mej. Nieboer met enkele kinderen. Foto: 1910-1915. Bron: RHC GA, Groninger Archieven. Beeldbank Groningen.

Spoorstraat. De Heiligelaan, zo genoemd omdat hij op het land van de kerk heeft gelegen, heeft een verbinding gevormd tussen de beide hoger gelegen nederzettingen. In het verlaten gebied, nu bedrijventerrein De Gouden Driehoek, zijn de restanten van ten minste vier steenhuizen uit de veertiende eeuw gevonden[6]. Ook zijn hier steenovens geweest waar dakpannen zijn vervaardigd. Het nieuwe dorpscentrum is rond de Petruskerk komen te liggen, die volgens overleveringen in 1270 is gebouwd. Naast de kerk verrijst een pastoorswoning, verder heeft hier ook een visvijver gelegen. In het volgende huis heeft de onderpastoor of vicaris gewoond. Later komt er nog een schooltje naast de poort van het ommuurde kerkhof bij, nu gebouw De Kerkhörn. Verder wordt hier omstreeks 1524 een armenhuis (gasthues) voor Noord- en Zuidbroek gesticht, dat in 1571 Jurjensgasthuis wordt genoemd, maar later weer is verdwenen[7]. In Zuidbroek heeft vermoedelijk een voorwerk (grangarium in Broke) gestaan van het praemonstratenserklooster te Schildwolde, dat omstreeks 1250 wordt toegewezen aan het nonnenklooster te Heiligerlee[8]. Aan de Nieuweweg bevindt zich later een boerderij die bekend heeft gestaan als Grangsheerd; ook heeft een pad dat vanaf de kerk naar het westen heeft gelopen, de Kloosterlaan.


De derde nederzetting
Tenslotte is er ook nog een derde nederzetting geweest langs de Edeweg (ede = 'veen'), dat is Legeweg in de Tussenklappenpolder, ten zuiden van het zijrivierje De Leest (of Leetse). De nederzetting is een voorloper van het huidige Muntendam en heeft hoogstwaarschijnlijk in de vijftiende eeuw een eigen kerk gekend, waaraan omstreeks 1500 twee geestelijken zijn verbonden[9]. Het dorpje wordt kort daarna vanwege de inbraak van de Dollard verlaten, maar is wel een zelfstandig kerspel gebleven dat tot 1840 kerkelijk onder Zuidbroek valt. Aan het huidige Muntendammerdiep heeft zich ook een voorwerk van het Grijzemonnikenklooster te Termunten (de huidige Kloosterplaats) bevonden, dat kennelijk verantwoordelijk is geweest voor het onderhoud van een sluis te Muntendam.

 

 

Binnenvaartschepen in de haven van Zuidbroek in het Winschoterdiep (West).

Binnenvaartschepen in de haven van Zuidbroek in het Winschoterdiep (West).

 

 


De watermolen aan het Westeind van het waterschap “Jagerswijk, Spitsbergen en Kostverloren”. De watermolen is gebouwd in 1793 en afgebroken in 1919. De molen is vervangen door een elektrisch gemaal, dat na het verleggen van het Winschoterdiep (plm. 1954) buiten werking is gesteld. Bron: RHC, GA, Groninger Archieven, Beeldbank Groningen.
De watermolen aan het Westeind van het waterschap “Jagerswijk, Spitsbergen en Kostverloren”. De watermolen is gebouwd in 1793 en afgebroken in 1919. De molen is vervangen door een elektrisch gemaal, dat na het verleggen van het Winschoterdiep (plm. 1954) buiten werking is gesteld. Bron: RHC, GA, Groninger Archieven, Beeldbank Groningen.

Handelsroute
In de middeleeuwen ligt Zuidbroek aan een handelsroute richting Duitsland, die vermoedelijk al in de dertiende eeuw heeft bestaan. In 1457 sluit de stad een overeenkomst met de bisschop en het stadsbestuur van Münster om deze weg nieuw leven in te blazen[10]. Het karrenspoor loopt in die tijd via Harkstede, Kolham en Slochteren naar Stootshorn en vandaar via de Dwangsweg naar de huidige Drostenlaan. Hier kunnen de wagens over het hoogveen en langs de Dorstenborg naar Uiterburen rijden. Van daaruit gaat de route naar het zuiden, om via een zandweg, de zogenaamde Hondenlaan, bij de Legeweg uit te komen. Hier slaat men weer af naar het oosten. Langs de Luttike Brugge (1451) over het riviertje de Ae bereikt men dan Meeden en Westerlee. Door de toenemende wateroverlast moeten de reizigers evenwel uitwijken naar hogere gronden. De hoofdroute loopt voortaan via de Nieuweweg (Nije Wech, 1617) door Zuidbroek en vandaar door de rietkragen van het Pusepad naar het zuiden. Via de Legeweg en de huidige Eendrachtsweg (Oudeweg of Boeren Miedenweg) bereikt men vermoedelijk Muntendam, waar al rond 1600 een brug (mogelijk Galgentil genoemd) over de Ae heeft gelegen. Later komt het trekpad langs het Muntendammerdiep in gebruik. Het handelsverkeer wordt door deze landschappelijke veranderingen flink bemoeilijkt. Daarbij komt dat de huifkarren van de handelsreizigers vaak bredere sporen maken dan gewone boerenwagens, zodat ze op de gewone dorpswegen problemen krijgen. Toch blijven de oude karrensporen nog lange tijd in gebruik. De Olde brugge bij de Legeweg wordt nog genoemd in 1645.

 

 

Heilige Laan te Zuidbroek. Uitgever mej. A.M. Garrelts. Ansichtkaart gemaakt tussen 1960 en 1940. Bron: RHC GA, Groninger Archieven, Beeldbank Groningen.

Heilige Laan te Zuidbroek. Uitgever mej. A.M. Garrelts. Ansichtkaart gemaakt tussen 1960 en 1940. Bron: RHC GA, Groninger Archieven, Beeldbank Groningen.

 


Na 1500
Kort na 1500 is de Dollard op zijn grootst en zijn de meeste landerijen ten oosten van Zuidbroek veranderd in kwelders en slikken[11]. Al in 1527 zijn er bedijkingsplannen; mogelijk gaat het om een verdwenen dijkje dat vanaf Uiterburen via de Hondenlaan richting naar het zuiden heeft gelopen[12]. Omstreeks 1542 is op de oostelijke oever van de Munter Ae de Oude Dijk aangelegd, aanvankelijk een kade van ongeveer 1,25 m hoog, waardoor het hele verdronken gebied beter tegen stormvloeden wordt beschermd. Deze zomerdijk wordt volgens sommige berichten omstreeks 1574 uitgebouwd tot een volwaardige zeedijk. De Oude of Muntendammer Ae stroomt hier via de Kuindersloot en later via de Krommerakken in de Dollard door een sluisje bij Medumertol, dat Karmerzijl is genoemd[13]. Zuidbroek heeft een eigen afwatering via het Dwarsdiep gehad en het Papendiepje, die dan in de Broeksterzijl uitmondt[14]. Bij de aanleg van een volgende dijk in 1597 verhuist de Karmerzijl naar Scheemderzwaag, waar hij uitmondt in de Oude Geut.

 

 

Kerkstraat te Zuidbroek.

Het begin van Uiterburen naar het zuiden. Links o.a. café Schansema, later Balk, nu woning Uiterburen 65. Ansichtkaart Uiterburen, 1920. Fotografische reproductie van een prentbriefkaart. Kerkstraat te Zuidbroek. Bron: RHC GA, Groninger Archieven. Beeldbank Groningen.

 


Vaarverbinding naar Groningen
In de jaren 1585-1588 krijgen Noord- en Zuidbroek een vaarverbinding naar Groningen[15]. Het tracé van dit Nijediep loopt dan via Slochteren, Stootshorn en Noordbroek door de nieuwe polders naar het zuiden. Mogelijk heeft men toen een nieuwe scheepvaartsluis gebouwd. Via deze zeesluis kunnen de schepen langs een buitendijks kanaal, het Mensediep (de Rechtewatering), doorvaren naar Scheemda en Winschoten. Vanuit het dorp Zuidbroek wordt bovendien een nieuwe wagenweg langs het Papendiepje aangelegd, de latere Galgeweg of Kleiweg, om bij het haventje te komen. Via hetzelfde diepje kunnen kleine schuitjes op hun beurt Zuidbroek bereiken. Het smalle kanaal naar Groningen raakt al snel in onbruik en wordt in 1611 opgegeven.

 

 

Uiterburen te Zuidbroek. Ansichtkaart uitgeverij mej. A.M. Garrelts, gemaakt tussen 1915 en 1925. Bron: RHC GA, Groninger Archieven, Beeldbank Groningen.

Uiterburen te Zuidbroek. Ansichtkaart uitgeverij mej. A.M. Garrelts, gemaakt tussen 1915 en 1925. Bron: RHC GA, Groninger Archieven, Beeldbank Groningen.

 


Nieuwe handelsweg
Door ontwatering en ontginning wordt het hoogveen steeds beter toegankelijk, waardoor er een nieuwe handelsweg via Hoogezand en Kropswolde naar Drenthe in gebruik kan worden genomen. Nog in 1565 geldt het veen rond Sappemeer ‘so diep ende onaffgrundich’ dat men er vanuit Muntendam niet goed doorheen kan komen. Maar langs de Oudelaan in Zuidbroek lukt dat later veel beter. De karrensporen over het veen staan echter een groot deel van het jaar vol water en ook de kleiwegen in de polders zijn vaak onbegaanbaar. De belangrijkste verkeersroute blijft daarom van noord naar zuid over de hogere zandgronden lopen. Het schuttersgilde van Zuidbroek, dat in 1563 is opgericht, heeft tot taak de hoofdweg door het dorp in oorlogstijd te verdedigen. Doortrekkende troepen kiezen dikwijls de hoofdroute door Noord- en Zuidbroek, Meeden en Westerlee. Nog in 1665 verschansen enkele Zuidbroeksters zich in de Kerkstraat om de aanstormende troepen van Bommen Berend tegen te houden.

 

 

Zuidbroek : Heiligelaan 43 : bewoond door H. Antonides. Voor het huis v.l.n.r.: Geerthe Straat, Jan Medendorp, zijn zoon Harm, Marie van Sloten en Remko Strootman. Foto: 1908-1912. Bron: RHC GA, Groninger Archieven, Beeldbank Groningen.

Zuidbroek : Heiligelaan 43 : bewoond door H. Antonides. Voor het huis v.l.n.r.: Geerthe Straat, Jan Medendorp, zijn zoon Harm, Marie van Sloten en Remko Strootman. Foto: 1908-1912. Bron: RHC GA, Groninger Archieven, Beeldbank Groningen.

 


Arbeiders in de moutwijnfabriek fam Vlessing & Co storten (aardappel)snippers in bunkers. De snippers moeten broeien in de bunkers alvorens ze verwerkt kunnen worden. Foto: R.H. Herwig, 1920-1930. Bron: RHC GA, Groninger Archieven, Beeldbank Groningen.
Arbeiders in de moutwijnfabriek fam Vlessing & Co storten (aardappel)snippers in bunkers. De snippers moeten broeien in de bunkers alvorens ze verwerkt kunnen worden. Foto: R.H. Herwig, 1920-1930. Bron: RHC GA, Groninger Archieven, Beeldbank Groningen.
IJzerfabriek. Huis en bedrijf aanhet spoordok met op het dak van een van de schuren: Hilleshög N.V. Holl. Zweedsche Zaadmij. Foto: 1930-1940. Op de voorgrond is het voormalig spoordek, gedempt in de jaren 1950. Bron: RHC GA, Groninger Archieven, Beeldbank Groningen.

IJzerfabriek. Huis en bedrijf aanhet spoordok met op het dak van een van de schuren: Hilleshög N.V. Holl. Zweedsche Zaadmij. Foto: 1930-1940. Op de voorgrond is het voormalig spoordek, gedempt in de jaren 1950. Bron: RHC GA, Groninger Archieven, Beeldbank Groningen.

Na 1600
Na de aanleg van het Winschoterdiep of Schuitendiep ontstaat een tweede dorpscentrum met bebouwing aan de noordkant van het kanaal. De aanleg van het kanaal begint in 1614. De gravers bereiken in 1628 Zuidbroek, waarna scheepvaartverkeer naar Groningen mogelijk wordt. Het jaar daarop verhuurt het stadsbestuur twintig bouwkavels aan belangstellende kooplieden, schippers  en middenstanders. Ook begint men aan het graven van het Meedener- of Muntendammerdiep, dat in 1637 wordt voltooid. Hierdoor kunnen de venen bij Muntendam, Veendam en Wildervank ontgonnen worden. Tegelijkertijd wordt het kanaal doorgetrokken naar Winschoten, waar het uitmondt in de Westerwoldse Aa. Een schutsluis of verlaat te Zuidbroek moet voorkomen dat het overtollige veenwater naar de laaggelegen landerijen in de Dollardpolders stroomt. Bij de sluis verrijzen enkele herbergen en logementen, waarvan het in 1981 afgebrande Hotel Mellema op de hoek van de Kerkstraat vermoedelijk de oudste is geweest. De woning van de sluiswachter, voorzien van grote graanzolders en een schuur, dateert uit 1639; later woont hier een rijke graankoper. Het gebouw moet, ondanks protesten, na sloop in 2003 plaats maken voor een appartementencomplex[16]. Tevens krijgt Zuidbroek een verbinding per trekschuit met Groningen. Het is waarschijnlijk de eerste geregelde trekschuitverbindingen in Nederland geweest[17]. In de zeventiende eeuw is sprake van maar liefst zes beurtschippers. Langs het kanaal komt verder een rijweg te liggen. Ten oosten van Zuidbroek zijn op het trekpad geen wagens toegestaan vanwege de modderige ondergrond. Wagens moeten omrijden via de Galgeweg in de richting van Medemertol en vandaar naar Scheemda, dan wel via de Zevenwoldsterweg naar Meeden. Via een stenen boogbrug, de Zuidbroekster pijpe, kan men richting Muntendam rijden.

 

 

Herenwoning, Heiligelaan 97. Bouwjaar 1800-1850. Hoekpand met dwars voorhuis onder schilddak en schuurvormige achterbouw. Rijksmonument nr. 7522. Foto: Hilda Morassi,20 septmber 2012. Licentie:Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Nederland licentie

Herenwoning, Heiligelaan 97. Bouwjaar 1800-1850. Hoekpand met dwars voorhuis onder schilddak en schuurvormige achterbouw. Rijksmonument nr. 7522. Foto: Hilda Morassi,20 septmber 2012. Licentie:Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Nederland licentie.


Herenhuizen
In de achttiende eeuw verrijzen aan het Winschoterdiep enkele herenhuizen, waaronder het deftige buitenverblijf van de familie Van Iddekinge. Ook elders in het dorp zijn enkele buitenplaatsen te vinden, zoals Rustenbroek, Amsingh, Swijghmanheerd, Duursema Clappe en Tamminga Clappe, beide in het Westeind. Daarnaast fungeert Zuidbroek als een bestuurlijk centrum: de hoogste ambtenaar van het Oldambt, de drost, woont in Uiterburen en houdt jarenlang kantoor in het Rechthuis aan de Kerkstraat. Hij wordt bijgestaan door een secretaris, de landschrijver, en een gerechtsdeurwaarder, de wedman. Na 1815 krijgt Zuidbroek een eigen belastingkantoor en in 1838 een kantongerecht, dat tot 2001 in functie is geweest. Niet voor niets spreken de tijdgenoten over een ‘aanzienlijke plaats’ die zich met andere handelsplaatsen goed kan meten. Ook wordt er vermoedelijk de jaarmarkt gehouden.

 

De deels één, deels twee verdiepingen hoge, onderkelderde VILLA (omstreeks 1914 in Overgangsarchitectuur met Rationalistische invloeden) op nagenoeg rechthoekige plattegrond is opgetrokken in bruine baksteen op een trasraam van gesinterde baksteen afgezet met een gepleisterde band (uitgezonderd de achtergevel) en wordt gedekt door een samengestelde kap waarop zwart geglazuurde verbeterde Hollandse pannen, aan de achterzijde zwarte platte Friese pannen; hoge gemetselde schoorsteen; overkragende houten goot op klossen; drie zinken pirons. De gevels worden geleed door H-vensters met in de bovenlichten roedenverdeling en gekleurd glas-in-lood, met uitzondering van de achtergevel en deels de zuidgevel, onder een witgeschilderde betonnen latei en betonnen onderdorpel.

De entree in uitgebouwde portiek bevindt zich in het rechtergeveldeel van de voorgevel (oostzijde) en bestaat uit een decoratieve houten paneeldeur waarin gekleurd glas-in-lood en roedenverdeling en met zijlicht waarin gekleurd glas-in-lood onder één betonnen latei; granieten vloer; zowel aan de voor- als rechterzijde van het portiek drie rondbogen gedragen door ronde betonnen pijlers die rusten op een gemetseld muurtje; linkerzijde portiek een H-venster onder strek; acht treden hoge betonnen stoep, eerste trede afgedekt met een gietijzeren rooster; aan weerszijden van de stoep een laag gemetseld muurtje met twee pijlers met betonnen top. Rechts van de entree twee H-vensters onder strek met witgeschilderde betonnen aanzetstenen. In het risalerende linkergeveldeel een halfronde erker onder gebogen dak waarin vier H-vensters onder één betonnen latei. Boven de erker twee twintigruits vensters waarin gekleurd glas-in-lood; gevelband. Aan de rechterzijde van dit risalerende geveldeel een twintigruits venster.

In de zuidgevel van de platte aanbouw een T-venster waaronder een tienruits keldervenster met diefijzers. Boven de aanbouw een niet-originele deur. Rechts van de aanbouw een niet-originele deur met bovenlicht waarvoor een gietijzeren stoep van zeven treden met aan weerszijden een ijzeren leuning en een H-venster. Boven de deur twee staande tienruits vensters onder één betonnen latei. Op de hoek was oorspronkelijk een serre aangebouwd; deels nieuw metselwerk; niet-origineel smal staand venster, een dichtgezet venster en een H-venster; terras met gemetseld muurtje waarop gemetselde pijlers afgedekt met beton. Boven de oorspronkelijk serre een niet-origineel balkon met deur en een twintigruits venster.

In de achtergevel (westzijde) van de platte aanbouw een klein vierkant venster (origineel?). Centraal in de achtergevel van de villa een houten paneeldeur met boven- en zijlichten waarvoor een zeven treden hoge betonnen stoep met aan weerszijden een gemetseld muurtje waarop niet-originele leuningen. Onder de deur een vierruits keldervenster met diefijzers. Aan de linkerzijde van de deur een samengesteld tweedelig H-venster (linker niet-originele indeling) waaronder een houten kelderdeur in een gemetselde koekoek met vierruits zijlichten met diefijzers; vijf treden hoge stoep. Aan de rechterzijde van de deur een T-venster waaronder een tienruits keldervenster met diefijzers.

In de noordgevel links een erker onder plat dak op een betonnen vloer gedragen door consoles waarin twee H-vensters onder één betonnen latei; aan weerszijden een smal venster met drieruits bovenlicht. Rechts van de erker een H-venster waaronder een tienruits keldervenster met diefijzers. In de noordgevel van de platte aanbouw twee smalle H-vensters zonder roeden en glas-in-lood in de bovenlichten waaronder een tienruits keldervenster met diefijzers.

Het INTERIEUR mocht niet worden bekeken.

Waardering

Villa behorende bij een boerderijcomplex van algemeen belang vanwege architectuur- en cultuurhistorische waarde:

- als voorbeeld van een villa behorende bij een boerderijcomplex uit de jaren tien van de twintigste eeuw in Overgangsarchitectuur met Rationalistische elementen in de provincie Groningen

- vanwege de opvallende vormgeving en fraaie detaillering

- vanwege de redelijk hoge mate van gaafheid

- vanwege de beeldbepalende ligging aan de Kerkstraat

- vanwege de functionele en ruimtelijk-visuele relatie met de overige complexonderdelen

Villa. Woonhuis, ca. 1914, Kerkstraat 59. Rijksmonument nr. 520962. Foto: Hilda Morassi, 20 september 2012. Licentie: Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Nederland licentie.


Bedrijvigheid
Het Winschoterdiep heeft een belangrijke rol gespeeld in de ontwikkeling van het Zuidbroek. Door de ligging aan meerdere land- en waterwegen krijgt het dorp de nodige bedrijvigheid. Aan het Winschoterdiep zijn een bierbrouwerij, een bakkerij, een blauwververij, een cichorijbranderij, een boekweitmolen, een graanpakhuis en een scheepshelling te vinden. Daarbij komt in 1839 een moutwijnfabriek aan de Pijpstraat, vervolgens in 1846 een oliemolen en in 1856 een tweede korenmolen.

 

Aan het Munterdammerdiep wordt in 1787 een zaagmolen gebouwd en in 1849 nog een tweede, terwijl elders in Zuidbroek een vlasfabriek en in Uiterburen een luciferfabriek verrijst. Later krijgt het dorp er nog een motorenfabriek en een cementfabriek bij. Toch stelt deze nijverheid vergeleken met andere plaatsen in de Veenkoloniën weinig voor: Zuidbroek blijft vooral een handelsplaatsje met winkels, herbergen en rentenierswoningen.

 

Aardappelmeelfabriek W.A. Scholten, gebouwd in 1859. Foto: 1915-1925. Ook Fabriek Motke genoemd. Ansichtkaart uitgeverijg A. Bosma. Bron: RHC GA. Groninger	Archieven, Beeldbank	Groningen.

Aardappelmeelfabriek W.A. Scholten, gebouwd in 1859. Foto: 1915-1925. Ook Fabriek Motke genoemd. Ansichtkaart uitgeverijg A. Bosma. Bron: RHC GA. Groninger Archieven, Beeldbank Groningen.

 

 

Arbeiders in de moutwijnfabriek fam Vlessing & Co storten (aardappel)snippers in bunkers. De snippers moeten broeien in de bunkers alvorens ze verwerkt kunnen worden. Foto: R.H. Herwig, 1920-1930. Bron: RHC GA, Groninger Archieven, Beeldbank Groningen.
Arbeiders in de moutwijnfabriek fam Vlessing & Co storten (aardappel)snippers in bunkers. De snippers moeten broeien in de bunkers alvorens ze verwerkt kunnen worden. Foto: R.H. Herwig, 1920-1930. Bron: RHC GA, Groninger Archieven, Beeldbank Groningen.

 

Aardappelmeelfabriek
De grootste industrievestiging is aardappelmeelfabriek Motké in het Westeind van Zuidbroek geweest. Grootindustrieel Willem Albert Scholten laat deze fabriek voor aardappelzetmeel, stroop, sago en dextrine in 1959 bouwen. De fabriek kan dan nog volop profiteren van het schone water in het Winschoterdiep. In topjaren werken er 130 mannen en vrouwen. Ruim honderd jaar is dit bedrijf blijven bestaan. De gebouwen zijn omstreeks 1985 gesloopt. Door de industrialisatie van de Veenkoloniën raakt het Winschoterdiep echter sterk vervuild: de rotte eierenlucht is vaak niet te harden, totdat omstreeks 1975 een eind aan de overlast komt.


Rijksstraatweg
Van groot belang is de aanleg van de Rijksstraatweg van Groningen naar de Duitse grens geweest in 1839. De weg volgt het oude tracé langs het Winschoterdiep en loopt vervolgens via de Kerkstraat, de Heiligelaan en Uiterburen naar de huidige Scheemderweg. Het is tevens de eerste verharde rijweg door Oost-Groningen die ook bij winterdag te gebruiken is. In het dorpscentrum heeft het wegdek uit kinderkopjes bestaan, elders uit fijngeklopt puin. Het centrum wordt verfraaid met leilinden, die later bij een wegverbreding zijn gekapt. Ook postkoetsen en diligences maken veelvuldig gebruik van deze weg.  ‘Het is een aanzienlijk, volkrijk en welbebouwd dorp, hetwelk zeer verlevendigd wordt door den veelvuldigen doortogt van rijtuigen, schuiten en schepen’, meldt het Aardrijkskundig Woordenboek in 1851 over Zuidbroek.

 

Kerkstraat met brug te Zuidbroek. De foto is gemaakt tussen 1930 en 1940. Uitgeverij De Grooth en Nieuwold. Collectie Provinciale Groningse Oudheidkundige Commissie. Bron: RHC GA, Groninger Archieven, Beeldbank Groningen.

Kerkstraat met brug te Zuidbroek. De foto is gemaakt tussen 1930 en 1940. Uitgeverij De Grooth en Nieuwold. Collectie Provinciale Groningse Oudheidkundige Commissie. Bron: RHC GA, Groninger Archieven, Beeldbank Groningen.

 


Stoomtrein op het station op de laatste dag van het personenvervoer Stadskanaal-Zuidbroek. Foto: Veenkoloniaal museum, 1953. Bron: RHC GA, Groninger Archieven, Beeldbank Groningen.
Stoomtrein op het station op de laatste dag van het personenvervoer Stadskanaal-Zuidbroek. Foto: Veenkoloniaal museum, 1953. Bron: RHC GA, Groninger Archieven, Beeldbank Groningen.

Spoorlijn
De aanleg van de spoorlijn van Groningen naar Duitsland in 1868 is eveneens van groot belang. De komst van de spoorweg versterkt de oost-west oriëntatie van Zuidbroek. Sinds 1 mei 1868 heeft Zuidbroek een spoorwegstation, aan de trajecten aan de Groningen - Nieuweschans en Groningen-Veendam: Station Zuidbroek. In 1959 is het stationsgebouw grondig verbouwd, waarbij de bovenverdieping en gedeelten van de zijvleugels zijn verwijderd. Het gebouw is omstreeks 2010 in oude staat teruggebracht en biedt plaats aan het Noord-Nederlands Trein & Tram Museum. Vanaf Zuidbroek loopt vanaf de spoorlijn een aftakking naar Veendam en Stadskanaal, die gebruikt wordt voor goederenvervoer en personenvervoer naar Veendam.

 

Deze lijn is vroeger een onderdeel geweest van de lijnen van de Noordoosterlocaalspoorweg-Maatschappij (NOLS) waardoor Zuidbroek een knooppunt is geweest. De NOLS heeft eveneens de spoorlijn Zuidbroek - Delfzijl aangelegd die bij station Zuidbroek begint. Ten noordoosten van het dorp heeft eveneens de stopplaats Zuidbroek dorp gelegen. Van 1881 tot 1923 is Zuidbroek het beginpunt van de paardentramlijn van de Eerste Groninger Tramway-Maatschappij die in 1895 Ter Apel bereikt.

 

Landarbeider met mestvork. Het betreft de tuinman van de dokter, als dorpstype better bekend onder de naam Jan van Saksen. Datum: 1924. Hij is geboren op 8 maart 1839 te Kolham en overlijdt op 17 januari 1924 te Zuidbroek. Bron: RHC GA, Groninger Archieven, Beeldbank Groningen.

Tuinman met mestvork. Het betreft de tuinman van de dokter, als dorpstype better bekend onder de naam Jan van Saksen. Datum: 1924. Hij is geboren op 8 maart 1839 te Kolham en overlijdt op 17 januari 1924 te Zuidbroek. Bron: RHC GA, Groninger Archieven, Beeldbank Groningen.


Achteruitgang
Rond 1900 begint de voorname positie van Zuidbroek te verminderen; de socialistische voorman Jan Schaper noemt de plaats rond 1900 geringschattend een 'negorij'. De stad Groningen weet zijn positie als centrum voor een wijde omgeving te versterken en ook de groei van plaatsen als Veendam en Hoogezand-Sappemeer betekent een relatieve achteruitgang van de betekenis van Zuidbroek. De komst van nieuwe autowegen maakt dat de plaats zijn functie als halteplaats verliest. De verbreding van de A7 in 1990 snijdt het dorp bovendien doormidden.


De opkomst van het socialisme leidt ook in Zuidbroek tot spanningen. De autoritaire burgemeester Sape Talma Stheeman neemt in 1894 na heftige conflicten ontslag. Hij laat zijn villa aan het Winschoterdiep afbreken en een nieuwe bouwen aan de Hereweg in Groningen. Deze villa krijgt de naam 'Hilghestede', naar een middeleeuwse bedevaartsplaats.

 

Voormalig kantongerecht aan de Spoorstraat 41 te Zuidbroek. Foto: M.A. Douma, 1974. Bron: RHC GA, Groninger Archieven, Beeldbank Groningen.

Voormalig kantongerecht aan de Spoorstraat 41 te Zuidbroek. Foto: M.A. Douma, 1974. Bron: RHC GA, Groninger Archieven, Beeldbank Groningen.

 


Scholen
Aan de Heiligelaan in Zuidbroek wordt in 1883 een nieuwe dorpsschool gebouwd, die in de plaats komt van de oude dorpsschool bij de hervormde kerk. De bijschool in Uiterburen, vermeldt in 1620, wordt dan opgeheven. Het dorp heeft in de negentiende eeuw tevens een Franse school gehad, terwijl in 1866 een derde basisschool aan het Winschoterdiep wordt gebouwd., die in 1953 plaats maakt voor de Beatrixschool.

 

Klaas Woltjerweg 85a : trawler (?) TH 43 bij scheepswerf Velthuis BV. Scheepswerf Velthuis bouwde het casco van de Noordzee kotter Tholen 43 in opdracht van Machinefabriek Padmos in Bruinisse-Stellendam, die zorgde voor de afbouw. Het schip werd op 9 mei 1974 overgeschreven op de naam van de opdrachtgever de firma Kegge en Bijl uit Tholen. De afmetingen van het casco waren 34,50 meter lengte en een breedte van 7,50 meter. Foto: M.A. Douma, 1974. Bron: RHC GA, Groninger Archieven, Beeldbank Groningen.

Klaas Woltjerweg 85a : trawler (?) TH 43 bij scheepswerf Velthuis BV. Scheepswerf Velthuis bouwde het casco van de Noordzee kotter Tholen 43 in opdracht van Machinefabriek Padmos in Bruinisse-Stellendam, die zorgde voor de afbouw. Het schip werd op 9 mei 1974 overgeschreven op de naam van de opdrachtgever de firma Kegge en Bijl uit Tholen. De afmetingen van het casco waren 34,50 meter lengte en een breedte van 7,50 meter. Foto: M.A. Douma, 1974. Bron: RHC GA, Groninger Archieven, Beeldbank Groningen.

 

De school aan de Heiligelaan wordt vervangen door de Jan Ligthartschool, die onder één dak komt met de ULO/MAVO-school, die naar het Groningse voorbeeld De Hilgestede wordt genoemd. Beide scholen sluiten in 1994 hun deuren. In 1919 wordt daarnaast in de Kerkstraat een christelijke school gebouwd, naast de gereformeerde kerk, die later wordt omgedoopt tot De Wegwijzer. De Beatrixschool en De Wegwijzer verhuizen in 2006 naar de nieuwe combinatieschool De Tandem aan De Vennen.

 

'Het huis van de dokter' aan de Kerkstraat. Vroeger heeft hier de grote ontginner Wildervanck gewoond. Foto: juni 1930. Bron. RHC GA, Groninger Archieven, Beeldbank Groningen.

'Het huis van de dokter' aan de Kerkstraat. Vroeger heeft hier de grote ontginner Wildervanck gewoond. Foto: juni 1930. Bron. RHC GA, Groninger Archieven, Beeldbank Groningen.


Vernieuwing

  Zuidbroek. De voormalige lagere school “Lombok” waarin tot 1883 nog les gegeven werd. Na de verplaatsing van de school naar de Heiligelaan woonden er twee gezinnen: Uiterburen 86 en 88. De woning werd omstreeks2 1958 afgebroken. De school stond achter de huidige woning Uiterburen 82. Bron: RHC GA, Groninger Archieven, Beeldbank Groningen.
Zuidbroek. De voormalige lagere school “Lombok” waarin tot 1883 nog les gegeven werd. Na de verplaatsing van de school naar de Heiligelaan woonden er twee gezinnen: Uiterburen 86 en 88. De woning werd omstreeks2 1958 afgebroken. De school stond achter de huidige woning Uiterburen 82. Bron: RHC GA, Groninger Archieven, Beeldbank Groningen.

De meeste bebouwing aan de Heiligelaan dateert uit het begin van de twintigste eeuw. De bekende Villa Vredenburg wordt gebouwd in 1863 en gesloopt in 1919. De woonwijk Boslaan wordt ontwikkeld na 1990.


Het Winschoterdiep wordt omstreeks 1955 flink verbreed. Het sluizencomplex wordt daarbij naar het oosten verplaatst. Door de aanleg van het Wildervanckkanaal wordt het Muntendammerdiep grotendeels overbodig.


In 1996 opent het restaurant Van der Valk zijn deuren. In de Europahal bevinden zich aanvankelijk een sportcentrum en een door de gemeente gefinancierd wedstrijdbad, die later weer de deuren sluiten. Het concern raakt later in opspraak, doordat blijkt dat de bouwactiviteiten grotendeels zonder vergunningen hebben plaatsgevonden. Omstreeks 2001 gaat het bedrijventerrein Gouden Driehoek van start. De ontwikkeling van dit terrein leidt tot een heftig conflict met de provincie Groningen, die een streep zet door plannen om hier een regionaal winkelcentrum te bouwen. Ook plannen voor een ‘factory outlet center’ en een ziekenhuis in Zuidbroek kunnen niet op goedkeuring rekenen, terwijl plannen voor de bouw van een voetbaltrainingscentrum worden afgelast.

 

Groepsfoto landarbeidersstaking van 1929 te Zuidbroek. Bron: RHC GA, Groninger Archieven, Beeldbank Groningen.

Groepsfoto landarbeidersstaking van 1929 te Zuidbroek. Bron: RHC GA, Groninger Archieven, Beeldbank Groningen.


Petruskerk
Zuidbroek heeft een monumentale kruiskerk uit de tweede helft van de dertiende eeuw in romanogotische stijl. Het gebouw is oorspronkelijk gewijd aan Augustinus van Hippo, maar heeft door een vergissing de naam Petruskerk gekregen. De restauratie van het kerkorgel, in 1795 gebouwd door Heinrich Hermann Freytag en Frans Casper Snitger, is in 2007 opgeleverd. De toren staat los van de kerk en heeft gediend als gevangenis.

 

Winschoterdiep te Zuidbroek met de villa van burgemeester S. Talma Stheeman. De foto is gemaakt tussen 1885 en 1894. Het gebouw heeft gestaan aan het Winschoterdiep, tussen het huis van	Meihuizen	en	dat	van de notaris. Het is afgebroken in 1894 en weer opgebouwd aan de Hereweg te Groningen. Bron: RHC GA, Groninger Archieven, Beeldbank Groningen.

Winschoterdiep te Zuidbroek met de villa van burgemeester S. Talma Stheeman. De foto is gemaakt tussen 1885 en 1894. Het gebouw heeft gestaan aan het Winschoterdiep, tussen het huis van Meihuizen en dat van de notaris. Het is afgebroken in 1894 en weer opgebouwd aan de Hereweg te Groningen. Bron: RHC GA, Groninger Archieven, Beeldbank Groningen.


Joodse begraafplaats aan de Botjesweg. Bron: RHC GA, Groninger Archieven, Beeldbank Groningen.
Joodse begraafplaats aan de Botjesweg. Bron: RHC GA, Groninger Archieven, Beeldbank Groningen.

Joodse gemeente
Noord- en Zuidbroek hebben een kleine joodse gemeenschap gehad, die een tijdlang een eigen gemeente heeft gevormd[18][19]. Hij heeft vooral uit slagers, veehandelaren, opkopers en venters bestaan. In 1733 wordt voor het eerst een joodse synagoge bij de brug over het Winschoterdiep genoemd. Deze heeft niet heel lang bestaan. In 1883 wordt in Uiterburen een nieuwe synagoge ingericht, met een schoollokaal en een voorzangerswoning. Rond 1900 bestaat de gemeenschap uit 75 personen, daarna neemt hun aantal snel af. De joodse gemeente wordt in 1922 bij Hoogezand-Sappemeer gevoegd, het gebouwtje is in 1934 afgebroken. De joodse begraafplaats bij 't Veen aan de Botjesweg dateert uit 1886.

 

Wheaterford en scheepswerf Veldhuis aan de Klaas Woltjerweg te Zuidbroek. Foto: M.A. Douma, 1974. Bron: RHC GA, Groninger Archieven, Beeldbank Groningen.

Wheaterford en scheepswerf Veldhuis aan de Klaas Woltjerweg te Zuidbroek. Foto: M.A. Douma, 1974. Bron: RHC GA, Groninger Archieven, Beeldbank Groningen.


Het Botjeszandgat aan de Botjesweg. Bron: RHC GA, Groninger Archieven, Beeldbank Groningen.
Het Botjeszandgat aan de Botjesweg. Bron: RHC GA, Groninger Archieven, Beeldbank Groningen.

 

Botjes Zandgat
Botjes Zandgat is een zandafgraving met een diepte van 40 meter tussen Zuidbroek en Noordbroek.

 

Er wordt actief zand gewonnen, maar sinds 2011 is er een veilige zwembaai en een strand voor dagrecreatie.

 

Vanwege het heldere water wordt de plas tevens gebruikt voor duikactiviteiten. De naam is ontleend aan een voormalige eigenaar, Feiko Botjes.

 

 

 

 


Gemeente Zuidbroek (1808-1965)
Vanaf 1808 tot 1 juli 1965 is Noordbroek een zelfstandige gemeente geweest. Vanaf deze datum vormt Zuidbroek met Noordbroek de gemeente Oosterbroek, die in 1989 is gefuseerd met Muntendam en Meeden tot de gemeente Menterwolde.

 

Uiterburen : Heiligelaan : Het tolhek aan het begin van de Uiterburen met ernaast tolgaarder Berend Wolthof. Het hek is afgebroken in 1907. Het nummer “drie” op de tolboom betekent, dat dit vanaf Groningen de derde tolboom was in de provinciale weg Groningen–Winschoten : De tarieven waren: rijtuig 10 cent, hondenkar 5 of 10 cent naar het gelang aantal honden en een handkar en een fiets waren vrij. Foto van drukwerk. Bron: RHC GA, Groninger Archieven, Beeldbank Groningen.

Uiterburen : Heiligelaan : Het tolhek aan het begin van de Uiterburen met ernaast tolgaarder Berend Wolthof. Het hek is afgebroken in 1907. Het nummer “drie” op de tolboom betekent, dat dit vanaf Groningen de derde tolboom was in de provinciale weg Groningen–Winschoten : De tarieven waren: rijtuig 10 cent, hondenkar 5 of 10 cent naar het gelang aantal honden en een handkar en een fiets waren vrij. Foto van drukwerk. Bron: RHC GA, Groninger Archieven, Beeldbank Groningen.

 

 

Ansichtkaart. Uiterburen, Vredenburgh. Foto: uitg. Mej. A.M. Garrelts, 1915-1925. Bron: RAC GA, Groninger Archieven, Beeldbank Groningen.

Vredenburgh

Ansichtkaart. Uiterburen, Vredenburgh. Foto: uitg. Mej. A.M. Garrelts, 1915-1925. Bron: RAC GA, Groninger Archieven, Beeldbank Groningen. De villa telt twee etages met een groot souterrain, 10 kamers, 2 wc´s en een badkamer. Daarnaast zijn er nog een volière, kassen, een tennisveld, een schuur met stallen alsmede een koetshuis geweest. De totale oppervlakte is 3 ha geweest. Bij de villa is een park met bomen, bosschages, wandelpaden en een slingervijver. De villa is gebouwd in 1863 voor de somma van ƒ. 21.437,= door rentenier Waalko Jan Waalkens geboren op 1 oktober 1833 te Nieuwolda, overleden 9 april 1880. In 1896 wordt de villa gekocht door burgemeester B.W. Siemens, die van 1897 tot 1915 burgemeester van de voormalige gemeente Zuidbroek is. Zijn opvolger Tromp Meesters woont er nog tussen 1916 en 1919. In 1919 is de villa afgebroken. Het hoogste bod bij de verkoop in 1919 is ƒ. 9.300,=. Aannemer J. Bolt deelt later het terrein op in bouwkavels. Het koetshuis is nog als woning aanwezig (Heiligelaan 85). De woningen Heiligelaan 73 t/m 95 staan op grond die bij de villa heeft behoord en zijn na 1920 gebouwd.

 

 

Noten, bronnen en referenties:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Noten, bronnen en referenties:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Noten:

1. Tabel: Bevolking; maandcijfers per gemeente en overige regionale indelingen, 1 januari 2021, Centraal Bureau voor de Statistiek, Voorburg/Heerlen

2. Jan Molema, 'Van de Mieden, Egeste en Broke. De middeleeuwse nederzettingsgeschiedenis van het zuidwestelijk Wold-Oldambt in kort bestek', in: Groninger kerken 10 (1993), p. 129-136.

3. G. van Berkel & K. Samplonius, Nederlandse plaatsnamen verklaard, 2018. W. de Vries, Groninger plaatsnamen, Groningen 1946. O.S. Knottnerus, Alle verdronken Dollarddorpen, 2008.

4. O.H. Harsema, 'Een urnenveld onder Uiterburen bij Zuidbroek, gem. Oosterbroek', in: Groningse Volksalmanak (1969), p. 194-205.

5. De kerkrekeningen 1564-1587 een huisstede ‘mit een kleynen thuyn dar die olde kluse plecht toe staen’. RHC Groninger Archieven 339, inv.nr. 59, fol. 46.

6. H.A. Groenendijk en J. Molema, 'Een middeleeuws steenhuis op het bedrijventerrein ‘De gouden driehoek’ te Zuidbroek (Gr.)', in: Paleo-aktueel 9 (1998), p. 88-93.

7. Het armenhuis is gesticht door pastoor Hemmo, die in 1524 een rente schenkt ten behoeve van ‘den armen huijssitten tho Suedtbroecke ende Noertbroecke’ (Oldambster Warfsminuten, nr. 217). O.D.J. Roemeling, Patroonheiligen, priesters en predikanten in Groningen en Drenthe tot omstreeks 1640, zeer voorlopige versie, Leeuwarden 2019, p. 1109.

8. H.Th.M. Lambooij en J.A. Mol (ed.), Vitae Abbatum Orti Sanctae Marie. Vijf abtenlevens van het klooster Mariengaarde in Friesland, Hilversum en Leeuwarden 2001, p. 485. Het westelijke verlengde van de Heiligelaan heet in de negentiende eeuw Kloosterlaan.

9. Nog In 1639 is sprake van vier ‘mandelen ofte Pastorije landt’ van Zuidbroek te Muntendam bij de Edewech. De kerk van Zuidbroek bezit hier een vicarie- en een prebendeheerd. O.D.J. Roemeling, Patroonheiligen, priesters en predikanten in Groningen en Drenthe tot omstreeks 1640 (zeer voorlopige versie), Leeuwarden 2019, p. 574-575.

10. W.J. Formsma, Geschiedenis tussen Eems en Lauwers, Assen 1988, p. 26-28. A.S. de Blécourt, Oldambt en Ommelanden, Assen 1935, p. 322. T.K. Dullemond, ‘Een nieuw kanaaltje en een oude weg’, in: Bijdragen tot de kennis van de provincie Groningen en omgelegen streken 1 (1901), p. 172-173..

11. H.A. Groenendijk, 'Middeleeuwse bedijking aan de rand van de Dollard bij Zuidbroek (Gr.)', in: Paleo-aktueel 2 (1991), p. 118-122.

12. In 1527 wordt de vraag gesteld of het mogelijk is ‘dat de meyger des Rades Ffeenlant ghenomet bedikede’. Dit betreft landerijen in de Tussenklappenpolder. Acker Stratingh en Venema noemen inderdaad de Hondelaan een ‘oude dijk’ en de Oudeweg een ‘vermoedelijke dijk’. P.J. Blok, Rekeningen der stad Groningen uit de 16de eeuw, Den Haag 1896, p. 92. 'Kaart van den Dollard (bij laag water)', in: G.A. Stratingh en, G.A. Venema, De Dollard of geschied-, aardrijks- en natuurkundige beschrijving van dezen boezem der Eems, Groningen 1855. In 1566 was sprake van ‘enen bult, de mee vergaen were buten den sandtwech daer nu de dijck up was settet, gheheten Duirkeweer’. Mogelijk betreft dit een dwarsdijkje dat vanaf het Hondepad ter hoogte van de huidige Trekweg naar het oosten heeft gelopen. S.H. Abels en D.F. Kuiken (ed.), Oldambtster Warfsminuten 1563-1592, Groningen 1996, nr. 127a. L.A.H. de Smet, Het Dollardgebied. Bodemkundige en landbouwkundige onderzoekingen in het kader van de bodemkartering, Wageningen 1962, bijlage 2.

13. De sluis van 1542 komt voor onder de namen Karmer Zyll (1574), Carningerzijlldeep (1586), Carningezijll (1588), Karmelzijll (1590). De opvolger van deze sluis bij Scheemderzwaag (eigenlijk: Eexterzwaag) heeft eveneens Carmersijll, Karmerzijl, Kermerzijl of Carrenga-zijl (1601) geheten, later ook Zwaagsterzijl genoemd. Een ouder tracé van het zijldiep bij Medumertol wordt gevormd door de Kuindersloot. Deze naam is kennelijk ontleend aan het perceel Kuinder ten noorden van de Leest. Diarium van Egbert Alting, Den Haag 1964, p. 677, 733, 794. Strating en Venema, De Dollard, p. 109, 261. Wobbe de Vries, Groninger plaatsnamen, Groningen 1946, p. 83. RHC Groninger Archieven 722, inv.nr. 1, 60. Meindert Schroor, De Atlas der Stadslanden van Groningen (1724-1729), Groningen 1997, p. 28 en kaart nr. 1; Groninger Archieven 2100.039.3 (1574).

14. Het Papendiepje is mogelijk identiek aan de Hilliko groepe (Heiligesloot), die in 1391 wordt genoemd. Zie verder de volgende noot.

15. Van van den Broek, 'Graven bij Stootshorn'. De verbinding tussen Groningen en het Oldambt in de oorlogsjaren 1580-1594', in: Geurt Collenteur et al., Stad en regio. Opstellen aangeboden aan prof. dr. Pim Kooij bij zijn afscheid als hoogleraar economische en sociale geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen, Groningen 2010, pp. 99-113.

16. Nina van den Broek, 'Verkwanseling van cultureel erfgoed in Zuidbroek', in: Noorderbreedte 27, nr. 5 (2003),p. 22-23.

17. G. J. Schutten: Verdwenen Schepen, de houten beroepsvaartuigen, vrachtvaarders en vissersschepen van de Lage Landen, Zutphen 2007, ISBN 9789057304866; blz. 167 noemt 1622 als het jaar waarop een gereglementeerde trekschuitverbinding tot stand komt. In ‘Golden Raand, Landschappen van Groningen’ van Meindert Schroor en Jan Meijering, Assen 2007, ISBN 9789077548233 , wordt op blz. 116 gemeld dat op 16 maart 1628 de eerste schuit vaart over het Winschoterdiep tussen Groningen en Zuidbroek, maar dat het niet zeker is of dit wel een trekschuit betreft.

18. Els Boon en Johan Lettinck, De Joodse gemeenschappen in Hoogezand-Sappemeer, Slochteren, Noord-en Zuidbroek en omliggende dorpen 1724-1950, Groningen 2001.

19. Engbert Schut, De Joodse inwoners van Veendam-Wildervank, Hoogezand-Sappemeer, Zuid- en Noordbroek en Slochteren 1674-1811, Groningen 2017.

 

 

Bronnen en referenties:
- H. Antonides, Noord- en Zuidbroek in vroeger jaren, Noordbroek 1973
- T. E. Boelema-Diddens et al., Boerderijen en hun bewoners in Noord- en Zuidbroek, Zuidbroek 1990
- P. Harkema en M.H. Panman, Oosterbroek. Gemeentebeschrijving regio Veenkoloniën, Groningen z.j. (ca. 1991)
- Henk Pol, Nick Kieft en Janneke Blauw (red.), Koperen verhalen, verzamelde verhalen door de Historische Kring Menterwolde, Zuidbroek 2012
- RHC GA, Groninger Archieven
- RHC GA, Beeldbank Groningen

 

Deze pagina maakt deel uit van www.nazatendevries.nl. Aan bovenstaande tekst is de uiterste zorgvuldigheid besteed. Desondanks kunnen er best fouten voorkomen. Constateer je fouten en/of heb je vragen, correcties, aanvullingen......... geef die dan even aan mij door via mijn E-mail adres (zie rode balk boven). Wij hebben ons uiterste best gedaan om de auteurs van teksten/citaten en copyrightbepalingen van afbeeldingen te achterhalen. Mocht je rechthebbende zijn en hierover vragen of opmerkingen hebben, neem dan contact op via e-mail. Lees ook de 'Disclaimer' en 'Privacy' voor méér informatie en laat ook eens een bericht achter in het Gastenboek, dan weet ik waarvoor ik het doe.

Hoogeveen, 19 maart 2022.
Samenstelling: © Harm Hillinga.
Klik hier om naar het menu ARTIKELS te gaan.
Klik hier om terug te gaan naar de HOMEPAGE.
Top