Ekamp

Natuurgebied Reiderland.

Geschiedenis

Ekamp heeft tot 1 januari 1990 voor een groot gedeelte tot de gemeente Finsterwolde behoord. Door samenvoeging van de gemeente Finsterwolde, Beerta en Nieuweschans maakt het nu deel uit van de gemeente Reiderland en straks van de nieuwe gemeente Oldambt. De inwoners van het buurtschap hebben als bijnaam de ‘Knollentrekkers’. De namen AEkamp en Ekamp zijn ontleend aan een kamp (perceel) grond aan de rivier de Ee gelegen. Verschillende natuurverschijnselen onder steeds veranderende klimaatomstandigheden, zoals ijsvorming, zandverstuivingen, veenvorming en zee-inbraken hebben het landschap gevormd. Als gevolg van de ijstijden, ongeveer 200.000 jaar geleden, hebben de gletsjers de grond op verschillende plaatsen opgestuwd wat o.a. bij de Hardenberg nog is te zien, waar het hoogteverschil ruim vijf meter bedraagt. Als het ijs gaat smelten, blijven meegesleurde stenen en keileem achter. Zodoende vindt men hier zilverzand, fijn scherpzand en kwartsgrind. Bij de Hardenberg is jaren geleden een steen gevonden uit het zogenaamde stenen tijdperk, ongeveer 4000 jaar voor Christus.


Het riviertje de Tjamme, dat stroomt tussen Beerta en Finsterwolde, ontspringt oorspronkelijk in het hoogveenmoeras tussen Scheemda en Heiligerlee. Doordat de Tjamme vroeger een verbinding heeft gehad met het Eems-Dollardgebied, is er langs de oevers slib afgezet. Een ander riviertje, de Finser Ee, komt oorspronkelijk uit het Huninga of Oostwoldermeer en heeft langs de Kromme Elleboog gelopen. De mensen, die zich hier eeuwen geleden op de van oorsprong hogere delen hebben gevestigd, hebben de woeste grond, bestaande uit veen- en moerasbosgebied, in cultuur gebracht. Men leeft er vervolgens van landbouw en veeteelt.

Langzamerhand breidt de bevolking van Ekamp zich uit. Later als er scholen worden gesticht, moeten de kinderen uit Ekamp helemaal naar het dorp Finsterwolde lopen voor het volgen van onderwijs. Dat valt niet altijd mee. In natte perioden moeten de kinderen door de glibberige wegen baggeren. In het begin van de 19e eeuw vindt ook de schout (burgemeester) van Finsterwolde dit te bezwaarlijk en wordt er door de kerkelijke overheid in Ekamp een bijschool gesticht. Dat de kerk hierbij betrokken wordt is niet zo verwonderlijk, daar in 1594 de kerken de plicht krijgen om de dorpsjeugd te laten onderwijzen. De kerk bouwt scholen, benoemt en betaalt de schoolmeesters en zorgt voor de leermiddelen. Aan deze kerkelijke bemoeienis komt eind 19e eeuw een einde, als het onderwijs een burgerlijke aangelegenheid wordt.

 

Napoleon
In 1811 moeten overal, dus ook in Ekamp, erebogen worden opgericht, omdat Napoleon, alvorens naar Moskou te vertrekken, nog een bezoek aan o.a. Ekamp wil brengen. De burgemeester is met dit bezoek niet bijzonder ingenomen. Zijn dorpsgenoten zijn voortreffelijke kenners van het Oldambtster dialect, maar Frans kennen ze niet. De keizer heeft bevolen, dat bij het tolhek op de grens met Winschoten een erewacht van Finsterwolders moet worden opgesteld. Bij zijn komst moeten ze in koor driemaal ‘Vive l’Empereur’, dus ‘leve de keizer’, roepen. De bovenmeester van Ekamp brengt uitkomst. Hij kent namelijk Frans. Alle kinderen krijgen een vrije middag en alle volwassen manelijke Finsterwolders nemen in de schoolbanken plaats. De meester heeft er wat op gevonden. Hij spreekt tot de mannen: ‘Jonges, as Napoleon in Aikamp komt. mouten ie tougelieks dreimoal ‘Vive l'Empereur’ roupen. Dat betaikent zoveul as ‘leve de keizer’. Ik zel joe dat leern. Ie waiten aalmoal wel wat olle wieven binnen en ook wel wat 'n troanlaampe is en een piepereur. Van dei drei woorden nemen wie 't leste gedailte. Bie wieven mouten ie even oetkieken, dat wordt vieve, joe ook wel bekend. Den krieg je vieve-laampe-reur. Dei franse toal is nait zo stoer.’ Na een half uur kennen ze het en gaan ze weer huiswaarts. Maar Napoleon komt maar niet opdagen. De Finsterwolders vergeten het geval, maar de woorden oale wieven, troanlaampe en piepereur blijven in hun geheugen.

Lange tijd later, krijgt de bovenmeester bericht, dat Napoleon om vier uur die middag bij het tolhek zal aankomen en dat alle mannen dan klaar moeten staan. Alle mannen worden gewaarschuwd en om vier uur staan ze in het gelid en kaarsrecht. De bovenmeester roept: ‘Geeft acht’. Maar dan komt er 'een ramp' over Ekamp. De mannen repeteren zachtjes: ‘olle wieven, troanlaampe, piepereur’ en dan gebeurt het: ‘Olle troanpiepe, olle troanpiepe, olle troanpiepe’ galmt het door Ekamp. De mannen hebben per vergissing het eerste gedeelte van de drie woorden gekozen, zoals de meester het heeft aangegeven. De bovenmeester heeft zich er uit gered. Hij zegt dat het volk de keizer in hun eigen taal heeft toegeroepen.
Dit oude verhaal zal in werkelijkheid nooit hebben plaats gevonden, maar wordt door de oude bevolking van Ekamp decennia lang overgedragen aan hun kinderen en kleinkinderen.

School Ekamp.
Foto boven:. School Ekamp, groep II 1928. Bovenste rij van links naar rechts: Juff. Westers, meester De Voogd, Wupke, Grietje en Joggum Schuur, Martje, Arendje en Borgert de Vries, Haio en BertusKlap, 3 x Smit, juf Wezel en August Hommes.
Tweede rij van links naar rechts: Berta van der Ploeg, Liene van Delden, Giene en Roelf van der Veen, Jan, Aaltje en Tjaard Delger, Liene, Jan en AnnaWoldendorp, Siemon en Harm Jurjens, 3 x Smit.
Voorste rij van links naar rechts: Rieke Graver, Wiene Meijer, Lien Schuur, Liese Houtman, Rieka en Liene Kwant, Emma en Bé Meijer, Saartje en Riene Bakker, Etje en Fiena Feiken, Wolbert Smit en Hein Drenth.
De nortonpomp in Ekamp staat er nog steeds. De slinger werkt zelfs nog, maar er komt geen water meer uit. Foto: Harm Hillinga, 2009.
De nortonpomp heeft oorspronkelijk aan de andere kant van de weg gestaan. Foto: ©Harm Hillinga.


Nortonpomp

Omstreeks die tijd omstaat er ook ruzie over de Ekamperweg. Naar Oostwold loopt die weg dood. Maar de boeren uit Winschoten moeten er gebruik van maken om kwelder en turf te halen. Bij regenachtig weer maken ze de weg onbegaanbaar. Er wordt besloten de sloten langs de weg uit te diepen en de zanderige aarde op de weg te gooien. Daarna wordt er een sluitboom op de weg geplaatst. Ieder bespannen voertuig moet bij gebruik van de weg twee stuivers betalen. Daarmee kan de weg worden onderhouden.

Teneinde in waterarme tijden over water te kunnen beschikken, laat men een wichelroedeloper komen en worden zogenaamde nortonpompen geslagen, o.a. bij café Hut en aan de Kromme Elleboog, maar ook in Ganzedijk en Hongerige Wolf.

Doordat zich in de loop der jaren meer mensen in Ekamp vestigen, ontstaat er ook nering en ambacht. Zo zijn er een smederij, een stelmakerij, bakkers, winkeliers, cafés en wordt er een korenmolen gebouwd. Door een brand in de 20e eeuw is de bovenbouw van deze molen verloren gegaan, zodat er tot ver in de twintigste eeuw alleen nog de onderbouw aanwezig is geweest bij tweewielerzaak Musch.

Een Wichelroedeloper in de 18e eeuw.De in de vorige eeuw gestichte school wordt in de vijftiger jaren opgeheven, vanwege concentratie van het onderwijs in het dorp Finsterwolde, hetgeen op veel tegenstand stuit. Ekamp heeft ook een eigen landbouwvereniging ‘Ekamp-Meerland’ geheten.
H. Poepjes begint 1911 als zelfstandig bakker in Ekamp en blijft tot zijn 85e zijn vak uitoefenen, bijgestaan door zijn zoon Geert. Ook de echtgenoot van Fine de Vries, Jans Wesselink is er ooit begonnen als bakkersknecht. In de eerste jaren trekt Poepjes langs de wegen met de hondenkar, later met paard en wagen. Veel winkeliers venten op deze wijze met hun waren, o.a. turfventers, groenteboeren en galanterieventers. Ook wordt met lappen stof voor jurken e.d. gevent. Naast Poepjes zijn er nog twee bakkers in Ekamp, nl. bakker Meijer en bakker Groenbroek. Andere namen die herinneringen oproepen zijn stelmakerij Van Dijk, Van Heuvelen, de winkeliers Nijholt, Grade, Wieringa, Engbers en de cafés Mejeur, Leeuwering en Hut. Café Hut wordt pas in 1968 gesloten. In dit café heeft o.a. de rederijkerskamer ‘De Harmonie’ haar jaarfeesten gehouden. Verschillende mensen in Ekamp bewaren hieraan nog de beste herinneringen. Aan de Kromme Elleboog bevindt zich in vroegere tijden ook een Evangelisatiegebouw, waar zondagsschool en catechisatie wordt gegeven door o.a. Geert Paap. Van de Kromme Elleboog loopt nog steeds een ‘kerkepad’ naar het dorp Finsterwolde door de ‘vennen’ en de ‘Boskamp’. Nog tot in de 20e eeuw is er aan de Kromme Elleboog een ‘gilde’ (vereniging) waarop men bij nood en dood een beroep kan doen. Door de gilde wordt ook de begrafenis geregeld, wordt bij zieken gewaakt en wordt gezorgd voor de kraamvrouw.

Op 4 mei 1955 wordt aan de Bocht Klinkerweg door burgemeester H. Tuin een monument onthuld ter nagedachtenis aan hen, die in de jaren 1940-1945 hun leven hebben gelaten in de strijd tegen de Duitse bezetters of die zijn gevallen als slachtoffer van het oorlogsgeweld.

Foto boven: Café Hut aan de Ekamperweg is in die tijd de plek tussen Finsterwolde en Winschoten om even te verpozen, een borrel te nemen om vervolgens weer verder te reizen. Het café is inmiddels allang verdwenen.

 

Alle cafés, winkels en ambachten zijn tegenwoordig vrijwel uit Ekamp verdwenen en ook het oude schoolgebouw, later nog in gebruik geweest door transportbedrijf Abbas, is afgebroken. Een gedeelte van Ekamp maakt tegenwoordig deel uit van het natuurgebied de Tjamme. Ten noordwesten van de Ekamperweg ligt nu een deel van Blauwestad en ten zuidoosten ervan hebben de nog aanwezige grondeigenaren de handen ineen geslagen en gekozen het natuurgebied Reiderwolde te creëren dat zich uitstrekt van de Ekamperweg tot aan Oostereinde en de Hoofdstraat van Beerta en dat in het noordoosten niet eindigt bij de Veenweg, maar aan de andere kant daarvan wordt voortgezet in het natuurgebied de Tjamme. Beide delen worden in 2008/2009 onder de Veenweg door met elkaar verbonden door een ecologische verbindingszone. In 2012 is dit project verder voltooid. In Reiderwolde wordt bos aangeplant door de combinatie Speelman/Lindenholts, bestaande uit essen, eiken en elzen en in de buitenzoom wordt er gemixt met allerlei soorten struweel. In totaal wordt er 52ha ingeplant. Aan de kant van de Ekamperweg heeft de firma Plat een kwelsloot gegraven. De sloten zijn gedempt en er zijn poelen gegraven. De stobben van het oude populierenbos zijn bij elkaar geschoven en blijven liggen om te zorgen voor extra natuurwaarde, waarin het oude hout zal zorgen voor nest- en schuilgelegenheid aan talrijke diersoorten. Het totale Natuurgebied Reiderwolde is ruim 200 ha groot en het gebied zal verder bestaan uit moeras, riet, ruigte en water en wordt doorkruist door fietspaden, wandelpaden, een fietspont, uitkijkpunten en picknickplaatsen.
Voor een boerenbedrijf is hier tegenwoordig geen plaats meer.

Kaart
Kaart boven: Op deze kaart is zowel Blauwestad en het natuurgebied de Tjamme, maar ook het natuurgebied Reiderland goed zichtbaar. Op de plaats van Reiderland staat op de kaart 'Zuidoosthoek'(lichtgeel met in het zuiden donkergroen) aangegeven. De Ekamperweg, ten noorden van natuurgebied Reiderland is op de kaart ook goed (rood) zichtbaar

 

Bronnen:
1. De Boerderijen in het Wold-Oldambt, deel I, 1977.
2. Winschoter Courant.
3. Wikipedia.
4. Piet Remeijer.
5. Verhalen van diverse plaatselijke bewoners.

 

Aan bovenstaande tekst is de uiterste zorgvuldigheid besteed. Desondanks kunnen er best fouten

voorkomen. Constateer je fouten en/of heb je vragen, correcties, aanvullingen...

geef die dan even aan mij door via mijn E-mail adres.

Hoogeveen, 25 april 2009
Verhaal: © Harm Hillinga

Menu Artikels.Homepage