Gruno, Adek, Winschoten, Arnhem, Uden, Nijmegen ... wie een beetje thuis is in de geschiedenis van oude Nederlandse fietsmerken zal deze begrippen wel met elkaar in verband brengen. Minder bekend is het merk Amstel, dat hier ook bij hoort. En wat had Stokvis ook al weer met deze merken te maken? Er zit een interessant en bewogen stuk Nederlandse fietsgeschiedenis achter.

 

GRUNO, WINSCHOTEN

 

De rijwielenfabriek Gruno wordt op 23 juli 1897 in Winschoten als naamloze vennootschap opgericht. Het is opmerkelijk dat bij Gruno - anders dan bij de meeste fietsfabrieken uit deze vroege periode van de rijwielproductie in Nederland - blijkbaar geen fase van kleinschaligheid of louter handelen in rijwielen eraan vooraf gaat. Ook is Gruno geen familiebedrijf zoals bijvoorbeeld Fongers of Burgers.

 

Gruno heeft al na één jaar circa 40 man in dienst - een behoorlijk aantal voor die tijd. Het begin is moeizaam, de hele rijwielbranche heeft op dat moment afzetproblemen. Maar de eerste directeuren - J.P. Riedel en D. Bos - weten het bedrijf goed overeind te houden. Zoals de meeste rijwielfabrieken bouwt Gruno ook motorfietsen, het bedrijf draagt in het begin van de 20e eeuw dan ook een aantal jaren lang de naam 'Rijwielen- en Motorenfabriek Gruno'.

 

Onder de leiding van S.R. van Eerde begint de grotere productie van rijwielen onder de merken 'Gruno', 'Dreadnought' en later ook 'Nederlandsche Leeuw'. Na diens uittreding in 1911 wordt L.J. Feunekes directeur van de fabriek aan de Torenstraat. Feunekes zal 15 jaar directeur blijven.

 

 

 

 

 

Boven, links: Gruno-fiets met girder-frame (advertentie uit 1907), rechts: Gruno No. 4 Speciaal Toer met duplex-vorken en een gecombineerd remstangen/remkabel-systeem (folder uit 1913).

 

 

 

 

ADEK, ARNHEM

 

 

 

 

 

Foto boven:Adek-directeur J.Ph.H. Dop (foto: verzameling J.L. Dop)

In het beeldmerk van 'Adek'

staan de woorden 'Adek Draisine Exempel Kaliber', maar in werkelijkheid slaat de merknaam op de namen van de oprichters: 'Van Aken, Dop' (in jonge jaren een bekend wielrenner) en 'Kuiper'.

 

Adek wordt eind 1913 opgericht en is gevestigd aan de Boekhorsterstraat in Arnhem. Ook voor Adek is het tijdstip van oprichting aan de vooravond van de 1e wereldoorlog niet gunstig. Desondanks groeit het bedrijf tijdens de oorlogsjaren. In 1918 is Adek de eerste rijwielfabriek en de tweede fabriek in Nederland die de 48-urige werkweek voor haar personeel invoert. Daarnaast is Adek de eerste fabriek die gerechtigd is tot het voeren van het controlemerk van de 'Vereniging Nederlands Fabrikaat' (VNF), zoals dat later vooral te vinden is op fietsen van Juncker en Batavus.

 

Rond 1920 zijn er plannen dat de 'Handel- en Industrie-Mij'. (HIMA) v/h M. Adler uit Amsterdam zich uitsluitend met het leveren aan de groothandel zal gaan bezighouden en dat de HIMA-fabriek zal gaan fuseren met Adek. Deze plannen gaan niet door, maar zes jaar later gaat Adek alsnog een fusie aan. Aanleiding is het overlijden van Gruno-directeur Feunekes die geen opvolger heeft. Per 1 november 1926 wordt de Adek-productie naar Winschoten verplaatst en krijgt Adek-directeur Jan Ph. H. Dop de leiding over beide bedrijven. De afzonderlijke Gruno- en Adek-modellen blijven ongewijzigd.

 

 

Foto's boven: Gruno-fabriek (circa 1910).

 

 

 

 

Amstel, Amsterdam en Naarden-Bussum

 

De ontstaansgeschiedenis van het merk 'Amstel' is niet helemaal duidelijk. Het merk werd gevoerd door de firma 'Klisser & Citroen' uit Amsterdam, een in 1886 opgerichte, vooraanstaande handelsonderneming binnen de rijwielbranche. De geboorte van het merk Amstel moet omstreeks 1910 hebben plaatsgevonden. 'Klisser & Citroen' beschikt in die tijd naast het handelskantoor aan de Keizergracht 265 ook over een fabriek in de Elandsstraat 536. Mogelijk worden daar Amstelfietsen geproduceerd, maar zeker is dat niet. Klisser & Citroen voeren een handvol verschillende fietsmerken, waar ongetwijfeld ook pure handelsmerken bij zijn. Vast staat dat de Amstel-fietsen en -motorfietsen uit de jaren twintig geproduceerd worden door de 'NV Rijwiel- en Machinefabriek De Amstel', een aan de Zwarteweg 10 in Bussum gevestigde dochteronderneming van de firma 'Klisser & Citroen'. De verkoop van de Amstel-fietsen blijft in handen van het Amsterdamse moederbedrijf.

 

De band tussen deze twee bedrijven komt ook in de benaming van de modellen tot uitdrukking. Zo zijn er in 1927 naast een Amstel-transportfiets en een weer-en-wind-model de goedkope modellen 'ANB' (Amstel Naarden-Bussum?) en 'Naarden', en het dure model 'Citronyde'. Deze laatste is een plagiaat op de bekende Cycloïde-fietsen van Simplex, die net als deze zijn uitgerust met vaste groefkogellagers.

 

Eind 1929 stopt de firma Klisser & Citroen onder de leiding van Tobias Citroen met alle activiteiten in de rijwielbranche en handelt voortaan nog alleen maar in huishoudelijke apparaten zoals stofzuigers, naaimachines en wasmachines. Het merk en de productie van Amstel-rijwielen wordt overgedragen aan NV Gruno & Adek Rijwielfabrieken. Het inventaris van de fabriek in Naarden-Bussum wordt in mei 1930 openbaar verkocht, en ook het fabriekspand wordt van de hand gedaan.

 

 

Links: Amstel-herenfiets met voorvering (vignette, jaren '10), rechts: Amstel-transportfiets (folder uit 1930).

 

 

 

 

Gruno-Adek-Amstel

 

 

 

Met de uitbreiding van één naar drie gevestigde merken eind jaren twintig gaat de productie van Gruno met sprongen omhoog. Opvallend is dat de merknamen Gruno en Adek als gelijkwaardig naast elkaar worden gebruikt, terwijl Amstel meer als een aanhangsel of B-merk wordt behandeld. In de bedrijfsnaam staan Gruno en Adek naast elkaar, en er wordt een nieuw beeldmerk 'GA' gedeponeerd dat een combinatie van de Gruno-kroon en het Adek-wapenschild is.

 

 

 

 

 

 

 

 

Speciale modellen en constructies

 

De Gruno-modellen uit de jaren '10 en '20 komen overeen met wat ook andere fabrikanten te bieden hebben: diverse standaard dames- en -herenfietsen in meer of minder luxe afwerking, een transportfiets, een dienstfiets, kinderfietsen en vanaf begin jaren '20 van de vorige eeuw ook een priesterrijwiel.

 

In de tweede helft van de jaren twintig krijgen de Gruno- en Adek-fietsen echter een onderscheidend veiligheidskenmerk: de 'Certus-bout'.

 

 

 

Certus-veiligheidsbout

 

De 'Certus-veiligheidsbout' (Certus betekent in het Latijn zeker/besloten) was een uitvinding van C. van der Leun uit Den Haag. Hij laat deze constructie al in 1915 octrooieren.

 

De constructie komt erop neer, dat de expanderbout die het stuur klemmend met het bovenste deel van de binnenbalhoofdbuis van de voorvork verbindt, dusdanig verlengd wordt dat ook het kroonstuk van de voorvork eraan vast zit.

Bij een plotselinge breuk van de binnenbalhoofdbuis - iets wat gezien de grote belasting van dit gedeelte van een fiets nog weleens voor is gekomen - kan de fietser nog steeds met het voorwiel sturen en wordt een lelijke val vermeden.

 

De firma 'J. Hoogeveen & Co.' uit Den Haag neemt de Certus-bout in productie en levert hem aan rijwielhandelaren, zodat deze de fietsen van hun klanten desgewenst van een Certus-bout kunnen voorzien. Een Amsterdamse verzekeringsmaatschappij geeft 15 % reductie op een ongevallenpolis als de fiets van de verzekerde met een Certus-bout is uitgerust. 'Gruno & Adek' zien ook wel iets in deze constructie en legt vanaf eind jaren twintig in de eigen folders de nadruk op de feit, dat op alle Gruno- en Adek-fietsen standaard een Certus-bout gemonteerd is, die ook wel als 'het 2e ei van Columbus' wordt aangeduid. Dat blijft zo tot eind jaren dertig.

 

 

 

 

 

 

Oppervlaktebehandeling (Rotor-lakwerk)

 

In dezelfde tijd als de invoering van de Certus-bout voor alle Gruno- en Adek-fietsen krijgt ook de oppervlaktebehandeling bij de Winschoter rijwielfabriek bijzondere aandacht. Via een speciale passiveerbewerking vóór het lakken wordt roestvorming van binnen uit tegengegaan. In 1937 verbetert Gruno-Adek deze voorbehandeling nog: op het zelf ontwikkelde fosfateerprocédé wordt zelfs octrooi verleend. Voor het aansluitende moffelen ontwikkelt Gruno-Adek in 1928 een eigen procédé dat vanaf 1930 onder de naam 'Rotor-lakwerk' decennialang in de folders wordt aangeprezen. Hierbij wordt een extra dikke laklaag bij hogere temperaturen dan normaal ingebrand.

 

Ook met het verchromen is Gruno-Adek er vroeg bij: al in 1930 worden fietsen met verchroomde onderdelen aangeboden, net iets eerder dan bij Gazelle en Simplex. In 1931 zijn alle modellen zonder meerprijs in verchroomde uitvoering verkrijgbaar.

 

 

Vaste dynamohaak

 

Het vermelden waard is verder nog een octrooi op een bevestigingsnok voor de dynamo, die op de voorvork wordt vastgesoldeerd. De octrooiaanvraag wordt in november 1930 ingediend. Na het verlopen van de octrooirechten wordt dit idee begin jaren vijftig door de meeste andere grote rijwielfabrikanten overgenomen.

 

 

Gruno & Adek in de jaren '30

 

In de beschikbare bronnen is weinig over Gruno in de jaren dertig te vinden: geen spraakmakende constructies of modellen, alleen af en toe een nietszeggende advertentie in 'De Nederlandsche Rijwielhandel' . Juist in een tijd als er allerlei nieuwe modellen in de mode raken, zoals kruisframefietsen, sportfietsen en tandems, lijkt de vernieuwing bij Gruno op een laag pitje te staan. Er is een Gruno/Adek-tandem, en voor de rest alleen toer- en transportfietsen.

 

In folders uit de tweede helft van de jaren dertig ligt het accent op degelijkheid ('verzwaard model', modellen met kogellagers), roestwerendheid (Rotor-lakwerk) en de aangesoldeerde nokken voor de dynamohaak en de bagagedrager. Met dit laatste is Gruno/Adek de concurrentie op dat moment wél een stapje voor.

 

 

 

Adek-reclame van tekenaar Jo Spier (jaren '30)

In mei 1937 viert Gruno haar 40-jarig bestaan op bescheiden wijze. In een geïllustreerde bijlage van de Winschoter Courant wordt dit jubileum breed uitgemeten. Begin 1939 wordt Gruno/Adek verkocht aan de pas opgerichte 'NV Rijwiel- en Machinefabriek Brittijn & Lankhorst', gevestigd aan de Graafseweg in Nijmegen. Daarmee komt ook een einde aan de Winschotense rijwielfabriek. In het voorjaar van 1940 overlijdt oud-directeur Dop.

 

Aegidius Lankhorst en Frans Willem Brittijn werken in de jaren dertig allebei bij Burgers in Deventer, onder directeur Kilsdonk. Lankhorst heeft de technische leiding terwijl Brittijn voor de verkoop verantwoordelijk is. Burgers wordt in die tijd op zeer autoritaire wijze door Kilsdonk geleid, wat uiteindelijk tot het vertrek van Brittijn en Lankhorst leidt.

 

Aegidius Lankhorst (rechts, omstreeks 1950)

De oorlogsjaren Bij het begin in Nijmegen draait Gruno & Adek blijkbaar nog even slecht als in de laatste jaren in Winschoten. Uit framenummergegevens blijkt dat er tussen 1936 en het begin van de oorlog maar zo'n 2.000 fietsen per jaar worden gemaakt. Tijdens de oorlog lijken de activiteiten in de kleine Nijmeegse fabriek toe te nemen: het bedrijfskapitaal gaat duidelijk omhoog. Ook adverteert Gruno/Adek nog tot april 1943 regelmatig in 'De Nederlandsche Rijwielhandel': "Ondanks de moeilijke tijdsomstandigheden garanderen wij nog steeds ons onverwoestbaar ROTOR-lakwerk". Daarna staan in dit blad helemaal geen advertenties van bedrijven meer.

 

Brittijn & Lankhorst zijn tijdens de oorlog inderdaad volop actief met hun bedrijf. Ibo Boekhoorn, de kleinzoon van Aegidius Lankhorst, heeft veel verhalen en feiten achterhaald over zijn grootvader en over de gang van zaken bij de Gruno-fabriek. Hij omschrijft Lankhorst als volgt: "Hij was een zeer grote en fysiek sterke man waar niet mee te spotten viel. Tegelijkertijd was hij zeer principieel, dus een moeilijke man." De fabriek aan de Graafseweg werkt tijdens de oorlog noodgedwongen voor de Duitse bezetters. Boekhoorn: "De kwaliteit van de fietsen die mijn grootvader toen leverde was bij wijze van sabotage bewust slecht. Ook zaten in de fabriek onderduikers verstopt, in een onderkeldering dichtbij de lakkerij waar het warm was. Sommige van hen werkten in de fabriek mee, waar in totaal zo'n 60 mensen aan het werk waren. Daarnaast steunde mijn grootvader hulpbehoevenden ook financieel, trouwens ook na de oorlog. Hij is tijdens de oorlog een keer opgepakt maar kon op een of andere manier weer vrij komen. Zelf sprak hij later nauwelijks over die jaren."

 

Octrooien

 

Lankhorst schrijft in de jaren '40 diverse octrooien op zijn naam. In juli 1942 worden twee octrooien aangevraagd op een fiets met mixte-frame. Deze fiets heeft als bijzonderheden een door het frame lopende bowdenkabel naar de achterrem en een speciale achterpat waaraan ondermeer aparte bevestigingsogen voor de bagagedrager en een standaard zitten. De achteras wordt daarbij vertikaal ingehangen en vastgezet. Het bijzondere van de bowdenkabel is dat deze over de hele lengte extra wordt beschermd, waarbij hij tussen balhoofd en achteras zonder bocht óf door een framebuis van het mixte-frame óf in een aparte, aan het frame bevestigde koker loopt.

 

Octrooifiets met rem-bowdenkabel binnendoor het frame (1942).

 

Van januari 1947 dateert een octrooiaanvraag voor een speciale geleiding van de verlichtingskabel naar het achterlicht. Dergelijke octrooien komen met name rond 1938 voor in verband met de invoering van een verplicht achterlicht. Het idee van Lankhorst houdt in dat er een dun beschermbuisje loopt vanuit het boveneinde van de balhoofdbuis naar de schuine onderbuis. Vervolgens wordt de kabel binnendoor het frame naar achteren geleid, wat al bij eerdere octrooien zo is.

 

Adek kruisframefiets met geoctrooieerde geleidingsbuis voor de achterlichtkabel. Bij de zadelbuis verdwijnt deze in de achtervork (zie detail). (foto's: Jan van den Elshout)

 

 

Een ander octrooi van 1947 betreft een crankspiebeschermer die het middendeel van de crank omsluit. Deze beschermer hoeft bij de demontage van de crankspie niet afgenomen te worden, omdat er twee afneembare schroefdoppen geïntegreerd zijn die de spie vrijgeven.

 

Crank van Adek-fiets met speciale, kleiner dan normale spie en twee schroefdoppen. De crankspiebeschermer zelf ontbreekt.

 

 

Lankhorst gaat alleen verder

 

Na de bevrijding kunnen Brittijn en Lankhorst weer relatief snel opstarten. Lankhorst heeft aan de oorlogsjaren nuttige contacten uit bedrijfsleven en politiek overgehouden. In 1947 worden zo'n 3.000 fietsen gemaakt, een productie die in de jaren 1948 en 1949 telkens kan worden verdubbeld. Lankhorst maakt al in 1946/47 plannen om de fabriek uit te breiden, wat echter alleen buiten Nijmegen kan. Brittijn wil in Nijmegen blijven. Dit meningsverschil leidt uiteindelijk tot het vertrek van Brittijn in 1947. Hij wordt door Lankhorst uitgekocht en gaat door met een eigen framebouwerij aan de Ooijschedijk in Nijmegen. In 1956 verkoopt Brittijn deze weer en blijft een rijwielgrossierderij over die nu nog bestaat.

 

Gruno-folder van ca. 1952.

Lankhorst is nu de enige eigenaar en directeur van de NV Gruno & Adek Rijwielfabrieken. Hij laat een nieuwe, grote fabriek in Uden bouwen. Zijn vrouw wil echter in Nijmegen blijven, zodat hij met zijn gezin een grote villa aan de St. Canisiussingel betrekt die tevens als bedrijfskantoor wordt gebruikt. Op een bord aan de voorgevel staat de bedrijfsnaam, en er werken ook een handvol administratiemedewerkers in het huis van Lankhorst. Ibo Boekhoorn: "Mijn opa had in zijn villa een zogenaamde dure kamer waar hij invloedrijke mensen ontving. Mijn moeder heeft hen regelmatig gezien en ook koffie gebracht. De mensen werden met autos met chauffeurs gebracht, en die bleven wachten tot de besprekingen klaar waren. Waar het allemaal over ging, daar praatte mijn grootvader niet over."

 

De fabriek in Uden wordt in of omstreeks 1952 officieel in gebruik genomen. Het is een modern ingerichte fietsenfabriek waar bij de inrichting ook zorg is besteed aan goede arbeidsomstandigheden. Er is veel daglicht, en om de saaiheid van het fabriekswerk tegen te gaan kunnen de arbeiders op verschillende plaatsen in de fabriek werken.

 

Ter gelegenheid van de opening komt een delegatie politici in Uden op bezoek, waaronder J. Zijlstra (minister van Economische Zaken), J. Algera (minister van Verkeer en Waterstaat) en prof. De Quay (commissaris van de Koningin voor Noord-Brabant en later minister-president). Ook onder de commissarissen van de NV Gruno & Adek Rijwielfabrieken bevinden zich bekende namen: J.A. ten Doesschate, die zich vanaf 1956 als eigenaar van Roosvicee een naam zou maken, en R. Buisman, bekend als fabrikant van koffietoevoegingen.

 

Rondleiding door de Gruno-fabriek in Uden op 13 maart 1953. Linkerfoto v.l.n.r.: J. Zijlstra (minister van EZ), Ae. Lankhorst en diens broer Teunis Lankhorst (als financieel directeur in het bedrijf gekomen).

 

 

 

 

Bijzondere modellen

 

Terug naar de fietsen. Het Rotor-lakwerk, dat in de jaren '40 verder kan worden verbeterd, wordt ook in de jaren '50 folders nog prominent als verkoopargument ingezet. Lankhorst-kleinzoon Boekhoorn: "De verbetering is bij toeval gevonden, doordat er een keer per ongeluk bij een hogere temperatuur wordt gemoffeld. Op de RAI-tentoonstelling heeft mijn opa standbezoekers laten proberen, door op elkaar slaan van twee gelakte buizen de lak te laten barsten. Wie het zak lukken zal 1000 gulden krijgen, maar het lukt niemand." Opvallend is dat Gruno-Adek begin jaren '50 uitdrukkelijk geen fietsen met verchroomde velgen aanbiedt. De keuze bestaat uit zwart gelakt of gepolijst aluminium. Misschien is ook dat als een teken van groot vertrouwen in het superieure eigen lakwerk op te vatten.

 

In de folders uit die tijd vallen drie modellen op. Allereerst de Gruno of Adek 'Kruissport' die al uit de jaren '40 dateert. Het model is leverbaar met 26" of 28 x 1 5/8" wielen. Een bijzonder detail is dat de elkaar kruisende buizen niet recht zijn maar in het midden (bij het kruispunt) omgebogen en tegen elkaar aangesoldeerd.

 

Het Gruno Priesterrijwiel heeft een parallelframe, wat tot begin jaren '50 in Nederland nog vrij ongebruikelijk was. Maar niet alleen dat: vanuit het punt waar de bovenbuis op de zadelbuis uitkomt lopen twee korte buisjes naar de liggende achtervork (op de afbeelding nauwelijks te zien). Dit is bekend van sommige Engelse kruisframefietsen, zoals de 'Quadrant -fiets' die ook door A. Alt in Leiden is gebouwd.

 

Een opvallende verschijning is ook het 'Adek-rijwiel voor hulpmotor' uit een folder van omstreeks 1952, voorzien van 26 x 1 3/4" wielen. Om een extra stevig frame met lage instap de verkrijgen is de zadelbuis uitgebreid tot een driehoekconstructie - een idee dat voorlopers kent (Germaan Priesterrijwiel, Nederlandse octrooien uit de jaren '10) en opvolgers (Fongers "Compact" deelfiets).

 

Het hoogtepunt en de dramatische val

 

Begin jaren '50 produceert Gruno-Adek volgens framenummergegevens zo'n 15.000 fietsen per jaar, een productie die met die van andere middelgrote fietsfabrieken zoals Empo, Phoenix of Juncker te vergelijken is. Volgens de overlevering werken er 400 mensen, wat samen met de grootte van de fabriekshallen een duidelijk hogere productie suggereert. Mogelijk is het verschil te wijten aan een hoge export.

 

Behalve de fietsproductie is in de Gruno-Adek-fabriek ook de Udense Schroevenfabriek gevestigd, die schroeven voor de Gruno/Adek-fietsen vervaardigt, maar ook voor derden. Daarnaast heeft de Gruno-Adek-fabriek nog een filiaal aan de Thorbeckegracht in Zwolle, is Lankhorst eigenaar van een groothandel in metaal en chemische producten en heeft hij kapitaal in de ovenfabriek Probat in 's Heerenberg zitten.

 

Eind 1953 komt een bizar einde aan de bloei van Lankhorst's industriële bezittingen. Hij wordt door een herseninfarct getroffen en kan niet meer de leiding over zijn bedrijven uitoefenen. Die wordt overgenomen door de commissarissen van Gruno-Adek. Wat volgt is een onduidelijke periode van ruim één jaar waarin de financiën van de fietsenfabriek op losse schroeven komen te staan. Begin 1955 worden de bezittingen van Gruno-Adek door de commissarissen onderhands verkocht aan Stokvis uit Rotterdam, zonder schriftelijke overeenkomst. De 'NV Gruno-Adek' treedt in liquidatie en gaat drie maanden later alsnog failliet. Een onbegrijpelijke situatie, waarover de schuldeisers zich dan ook in de crediteurenvergadering zeer ontsteld tonen.

 

En niet alleen zij. Ibo Boekhoorn: "Mijn opa was ontzettend kwaad over het beleid dat tijdens zijn ziekte werd gevoerd, maar door zijn herseninfarct kon hij niets doen. Hij sprak vanaf die tijd nooit meer een woord. Na een tweede hersenbloeding kwam hij in een verzorgingstehuis terecht waar hij in 1969 overleed."

 

Stokvis produceert in de Udense fabriek fietsen onder eigen merk, maar ook onder de overgenomen merken Gruno en (in beperkte mate) Adek. De economische veranderingen in de rijwielbranche in de jaren '60 zijn voor Stokvis aanleiding om de fabriek in 1968 te sluiten.

 

Is dat het einde van de merken Gruno en Adek? Nee, er worden daarna nog steeds fietsen onder die merken verkocht door handelsonderneming Epi Kuiper. En daarmee zijn ze weer terug bij af: Epi Kuiper BV zit anno 2020 nog steeds in in Winschoten en is tegenwoordig een Groothandel in overige consumptieartikelen (non-food) en werkt met 10-20 werknemers aan de Bovenburen 153. Helaas: ze verkopen geen Gruno- en Adekfietsen meer....

 

Co Smit met haar trotse bezit - een rijwiel! De foto is omstreeks 1900 in Rotterdam genomen. De fiets is een Engelse Humber, geen goedkoop merk en zeker niet in de uitvoering die we hier zien: met aluminiumvelgen van Roman. Bron: fotoarchief Lizet Kruyff, www.spinazieacademie.nl. Referenties/bronnen: 1.Gruno, Adek, Amstel op Rijwiel.net. 2. Ibo Boekhoorn, Herbert Kuner (2005/2022).

 

 


Deze pagina maakt deel uit van www.nazatendevries.nl.
Aan bovenstaande tekst is de uiterste zorgvuldigheid besteed. Desondanks kunnen er best fouten voorkomen.
Constateer je fouten en/of heb je vragen, correcties, aanvullingen...geef die dan even aan mij door via mijn E-mail adres.
Laat ook eens een bericht achter in het Gastenboek.

 

 

 

Hoogeveen, 2 september 2009.
Update: 8 augustus 2020.
Samenstelling: © Harm Hillinga
.
Menu Artikelen.
Terug naar de HomePage.
Top