Oost-Finsterwolde

 

Oost-Finsterwolde is in de middeleeuwen een nederzetting en kerspel in het Wold-Oldambt, in het bisdom Münster, terwijl het iets zuidelijker gelegen Beerta onder de bisschop van Onsnabrück valt. De plaats wordt genoemd in een tweetal gelijkduidende verdragen met de jaartallen 1391 en 1420. In Oost-Finsterwolde heeft een kruiskerk gewijd aan St. Nicolaas gestaan. In 1435 is de plaats door de veenontginningen al geheel verplaatst richting Veenhuizen en ligt dan maar een paar honderd meter noordelijk ervan.

 

In een laat 15e eeuwse kerspellijst van het bisdom Münster wordt de plaats 'Astwinserwalda' (01) genoemd, mogelijk de oudste benaming. De verplaatsing en het verdwijnen van de nederzetting wordt altijd toegeschreven aan de doorbraken van de Dollard, maar het Dollardwater bereikt op een veel later tijdstip, namelijk pas na 1509 dit gebied. Uiteindelijk is het gebied dus wel bezweken aan de Dollard.

 

Kaart van het verdronken Rheiderland van 25 dec. 1277, naar een voormalige kaart opgetekend tussen 1560 en 1625 door Ubbo Emmius. Op Deze kaart zijn duidelijk Finsterwoldt en Oostfinsterwoldt zichtbaar op de kaart. Ten zuidwesten daarvan ligt Berte en ten zuiden Oldt Exterhuess en Stoxterhuess. De Tjamme is hier niet op de kaart zichtbaar.
Kaart van het verdronken 'Rheiderland' van 25 dec. 1277, naar een voormalige kaart opgetekend tussen 1560 en 1625 door Ubbo Emmius. Op Deze kaart zijn duidelijk 'Finsterwoldt' en 'Oostfinsterwoldt' zichtbaar op de kaart. Ten zuidwesten daarvan ligt 'Berte' en ten zuiden 'Oldt Exterhuess' en 'Stoxterhuess'. 'De Beerthe' is waarschijnlijk later 'De Tjamme'.

 

De kerkkavel wordt in 1821 verkocht aan D.J. Mulder om met de opbrengsten de nieuwe kerktoren van Finsterwolde te bekostigen. De vergraven kerkheuvel staat plaatselijk nog bekend als 'hoge wind'. Ten oosten van het middeleeuwse kerspel Oost-Finsterwolde heeft waarschijnlijk de nederzetting Torpsen gelegen.

 

In 1826 zijn in het land van een zekere D.J. Mulder de resten gevonden van een middeleeuwse kruiskerk (met mogelijk een vrijstaande toren). In de kerk vindt men schedeltresten, handvatten van doodskisten en twee sarcofagen met kruisen op de deksels. Met het opgegraven puin wordt in 1844 de Hoofdweg door Nieuw-Beerta verhard. Volgens andere berichten leek de plattegrond op die van de kerk en de (inmiddels verdwenen) toren van Woldendorp. Stratingh en Venema verwijzen deze in 1826 gevonden fundamenten terug naar Oost-Finsterwolde. De opstrekkende heerd is tot 1821 in het bezit van de Nederlands-Hervormde kerk van Finsterwolde en ligt hemelsbreed op ca. 1000 meter afstand ten oosten van de kruiskerk van Finsterwolde. Oost-Finsterwolde is nog als een bloeiend dorp volgens het bovengenoemd parochieregister uit de 15e , maar wordt in 1501 met de opmerking "aqua destructa" vermeld.

In 1435 sluit de stad Groningen een aantal verdragen met Oldambtster dorpen, waaronder met Veenhuizen. Even ten noorden van de Tjamme, ten zuiden van Ganzedijk liggen de overblijfselen van deze plaats. Met het verschijnen van dit toponiem en het verdwijnen van Oost-Finsterwolde, plus de opstrekkende heerden van deze middeleeuwse veenontginningsnederzetting kunnen we aannemen dat de fundamenten in de heerd van Mulder van de kerk van Oost-Finsterwolde moet zijn geweest
(04).

De lange opstrekkende kerkkavel van Oost-Finsterwolde is enige eeuwen lang in eigendom geweest van de Nederlands Hervormde kerk te Finsterwolde en de begraafplaats is mogelijk na de middeleeuwen nog gebruikt om slachtoffers van besmettelijke ziekten toch in gewijde aarde te kunnen begraven.


Er is een verhaal in omloop van een hoog bejaarde vrouw, omstreeks 1800 te Finsterwolde overleden en dat er in de gemeente een een besmettelijke ziekte moet geheerst moet hebben, waarin velen, zo ook deze bejaarde vrouw, gestorven zijn, en dat de kerkvoogden, deze niet op het kerkhof binnen het dorp willen begraven en daarom aan de aarde wordt toevertrouwd op de oude begraafplaats van Oost-Finsterwolde.

 

Uitsnede van de kaart van Ubbo Emmius uit 1277.
Uitsnede van de kaart van Ubbo Emmius uit 1277.

 

 

Finsterwolde zelf zal ook veel geleden hebben van de inbraak der Dollardwateren; buiten het dorp ten noordoosten nabij Ganzendijk is een kerkenplaats, waar de grondslagen van een kerk en vele lijken met zerken en doodkisten gevonden zijn, zodat hier misschien ook een vroegere kerk gestaan heeft.

 

In 'De Dollard' van G.A. Stratingh en G.A. Venema uit 1855 staat het volgende beschreven:

"In den loop van dit jaar (1826) ontdekte men in de nabijheid van den Ganzendijk, onder Finsterwold, achter de boerenplaats van den heer D.J. Mulder, in eenen heuvel, sporen van eenen gemetselde muur, welke bij het verder opdelven en weggraven der aarde, eene buitengewone hoeveelheid steenen opleverde,van welke sommige 6 tot 8 Ned. ponden wogen. De muren hadden de dikte van vier voeten en waren heel diep uit den grond opgetrokken; het fondament vormde een kruis, en ieder van dezen bevatte de ruimte van p.m. 25 voeten vierkant. In deze ruimte vond men vele menschenbeenderen en geraamten, waarvan twee in zware toegemetselde zerken doodkisten gelegen, mede werden uitgegraven. Eene groote massa puin uit dezen heuvel is nog verkocht, en mede gebruikt tot den in 1844 aangelegden grindweg te Nieuw-Beerta. Sommigen vermoeden, dat het eene kapel zal geweest zijn; hiertoe echter schijnt de omtrek wat te groot; welligt is het de Sint Nikolaaskerk van Oostfinsterwold geweest, hetwelk volgens de kaarten en oostelijke rigting vrijwel overeenkomt.” (02)

 

Megenham


Ten noorden van Ganzendijk en ten oosten van Oost-Finsterwolde heeft mogelijk ook het verdronken kerkdorp Megenham, Meyham of Meggeham gelegen. Volgens een document uit 1391 zou het grensriviertje de Tjamme vanuit Wynedaham langs Reiderwolde door Megenham naar Torpsen lopen; het andere document uit 1420 laat de Tjamme tussen Wynedaham en Megenham doorlopen, waarna het riviertje zijn weg zou vervolgen dóór Torpsen (dat we vermoedelijk in de omgeving van Finsterwolderhamrik moeten zoeken).

 

Een Münsters parochieregister van omstreeks 1475 rekent Megalzem tot de parochies die geen geestelijken meer hebben. De plaats van het huis Megeham staat nog afgebeeld op een getekende kaart uit 1605 ten noorden van de Egypterdijk. Een bericht uit 1620 stelt dat de Tjamme uitmondt in de Dollard onder Megham bij Stocksterhorne, dat is ongeveer waar nu de Oudedijk in Drieborg ligt. De meeste van de genoemde plaatsen zijn ook op de bovenstaande grote kaart te zien.

 

 

Noten, bronnen en literatuur:

01. RHC GA Groninger Archieven.

02. 'De Dollard' door G.A. Stratingh en G.A. Venema. (Groningen 1855). Het boek is opnieuw uitgegeven in 1979 door de Landelijke Vereniging tot Behoud van de Waddenzee te Harlingen en de Stichting Het Groninger Landschap te Groningen. De oorspronkelijke uitgave is in deze editie verlucht met een aantal 19e eeuwse illustraties. (ISBN 90 70322 01 3.

02. RHC GA Schoolmeesterrapporten 1828. Finsterwolde.
03. Ubbo Emmius (Greetsiel, 5 december 1547 – Groningen, 9 december 1625) is de eerste rector magnificus van de Academie te Groningen, tegenwoordig de Rijksuniversiteit Groningen.
04. J. Molema, 'Verdwenen kerken van veenontinningsnederzettingen', in: Groninger Kerken 28 (2011), pp. 9-15, hier pp. 13-14.
Met dank aan Harm Hofman (Middelstum).

 


 

Deze pagina maakt deel uit van www.nazatendevries.nl.
Aan bovenstaande tekst is de uiterste zorgvuldigheid besteed. Desondanks kunnen er best fouten voorkomen.
Constateer je fouten en/of heb je vragen, correcties, aanvullingen...geef die dan even aan mij door via mijn E-mail adres.
Laat ook eens een bericht achter in het Gastenboek.
Hoogeveen, 21 jan. 2013.
Verhaal: © Harm Hillinga
.
Menu Artikelen.
Terug naar de HomePage.
Top