Koning Radboud van de Friezen

 

Radboud, of eigenlijk Radbod, in het Fries Redbad en in het Oudfries Rêdbêd leeft van ca 680 tot 719. Hij is een koning geweest van de Friezen. Hij wordt in kronieken en heiligenlevens genoemd als koning of hertog van Friesland en staat bekend als een heidense vorst die het christendom vijandig gezind is.
Als we het in dit artikel over Friesland en de Friezen hebben, wordt daarmee het gebied bedoeld zoals rond 700 het geval is geweest, namelijk een gebied langs de kust van België tot aan Bremen, ofwel van het Zwin (een oude zeearm die Brugge in België met de Noordzee heeft verbonden) tot aan de Wezer in Duitsland. Hieronder vallen dus ook het huidige Friesland en Groningen (zie onderstaande kaart).

 

 

Magna Frisia of Friesland onder koning Radboud. Bron: Eric Dane/Richard Prins. Licentie: Creative Commons.

 

 

Wat aan koning Radboud vooraf gaat

 

Audulf of Adolf (Latijn: Audulfus) is een Friese koning in de tijd niet lang na de Grote Volksverhuizing uit omstreeks 600. De meeste historici gaan er tegenwoordig van uit dat er in de eerste helft van de 7e eeuw een Friese koning heeft bestaan met de naam Audulf. De naam is samengesteld uit de woorden edel/adel en wolf. Het grondgebied waarover deze koning heerst heeft mogelijk in het centraal rivierengebied van Nederland gelegen of wellicht in het noorden van het huidige Friesland. De geschreven bronnen geven geen informatie over deze vorst, maar er zijn wel gouden munten gevonden met 'AVDVLFUS' en 'FRISIA' erop vermeld. De munten zijn in Nederland gevonden in Escharen, een kerkdorp ten zuiden van het vestingstadje Grave in Noord Brabant, tussen de Maas en de Raam, maar ook in de omgeving van Arnhem. Ook zijn ze aangetroffen in Engeland. De munten dateert men tussen 600 en 630.

 

Het gebied van de Friezen bestaat omstreeks 600 uit verschillende kleine politieke eenheden, elk met een eigen machtscentrum en koning. Opgravingen in Noord-Westergo hebben aangetoond dat er zo'n koninkrijk bestaan heeft in de huidige provincie Friesland. Begin 2006 wordt in Wijnaldum bij Harlingen een muntstempel gevonden van Audulf met vermelding van 'AUDULF FRISIA' op de plek waar men al eerder naar een gebouw van een Friese koning heeft gezocht.

 

Een andere bijzondere vondst die in verband met koning Audulf wordt gebracht is de goudschat van Wieuwerd in het zuidwesten van het huidige Friesland. Deze goudschat bevat een munt met het opschrift 'VICTVRIA AVDVLFO' (overwinning aan Audulfus). Deze vondst lijkt erop te wijzen dat de munt geslagen is na het behalen van een belangrijke overwinning op een tegenstander van de Friezen. Het volk dat hier het meest voor in aanmerking komt zijn de Franken, het buurvolk van de Friezen die elkaar de heerschappij over de delta van de Rijn hebben betwist.

 

 

Aldgisl, tot circa 680

 

Na Audulf wordt Aldgisl (Aldgillis) tot circa 680 de Friese heerser. Volgens een geschrift van Stephanus Eddius is hij een Friese koning uit de tweede helft van de 7e eeuw. Deze metgezel en hagiograaf (een soort biograaf) van bisschop Wilfrid van York (634-709) leeft in dezelfde tijd en is onze enige oorspronkelijke bron over Aldgisl.


In de vroeg middeleeuwse Historia ecclesiastica (kerkelijke geschiedenis) uit 731 van Beda, een Engelse monnik uit Northumbria, wordt Aldgisl koning genoemd van de Friezen, een in de vroege middeleeuwen gebruikelijke titel bij de Germanen voor hun gekozen krijgsheer. Dat Beda hem koning noemt is voor historici van wezenlijk belang, omdat de Frankische bronnen uit die tijd de Friezen steeds als een onderworpen volk aanduiden: zo worden de Friese leiders in hun geschriften hertogen genoemd en geen koningen. Hertogen zijn bij de Franken leenmannen en onderhorig aan de koning. Bij de Friezen is hun krijgsheer een gemeenschappelijke aanvoerder, een koning, waaronder zij zich aaneen gesloten hebben tegen een gemeenschappelijke vijand. Omdat de Merovingische bronnen niet altijd even betrouwbaar zijn, wordt door historici meer waarde gehecht aan Beda's beschrijving en betiteling van Aldgisl, dan aan die uit de Frankische bronnen.


Aldgisl heeft zijn machtsbasis in het centrale rivierengebied in de tegenwoordige provincies Holland en Utrecht en van daaruit heerst hij vermoedelijk ook over het huidige Friesland. Volgens historici als Boeles en Halbertsma strekt zijn heerschappij zich uit van het Zwin (bij Brugge) tot aan de Wezer. Hij resideert waarschijnlijk in Dorestad, ook Fresdore genoemd of 'sterkte van de Friezen' (nooit gelokaliseerd) en niet als Radboud na hem in Utrecht.

 

 

De geschiedenis van koning Radboud (ca 680 – 719)

 

 

Afbeelding van koning Redbad. Bron: P. Winsemius, Chronique ofte Historische geschiedenisse van Frieslandt. Licentie: Public Domain.

Over Radboud zijn jeugd en jonge jaren is weinig of niets bekend. Hoewel in latere kronieken wordt beweerd dat hij een zoon van Aldgisl is, bestaat hiervoor in het bronmateriaal uit die tijd geen enkel bewijs. Hij groeit ongetwijfeld op in een familie die tot de Friese elite behoort en komt niet eerder aan de macht dan circa 680, na de dood van Aldgisl.

 

Radboud wordt gezien als een machtige heerser, maar het begin van zijn bewind verloopt teleurstellend. Hij raakt herhaaldelijk in conflict met het Frankische Rijk en moet genoegen nemen met een ondergeschikte rol ten opzichte van zijn machtige buur. Tussen 688 en 695 lijdt hij een aantal nederlagen tegen de Frankische hofmeier Pepijn van Herstal, onder andere in de slag bij Dorestad. Halverwege de negentiger jaren sluiten Radboud en Pepijn vrede, waarbij Radboud afstand doet van Fresia citerior, het grondgebied tussen de Oude Rijn en het Zwin. De oorspronkelijke zuidgrens van het vrije Groot-Friese Rijk (Magna Frisia genoemd) heeft waarschijnlijk ter hoogte van de lijn tussen het tegenwoordige Gent en Brugge gelegen. Onderdeel van deze vrede is het sluiten van een huwelijk tussen de dochter van Radboud met de naam Theudesinda en Pepijns zoon Grimoald de Jongere. Van dit huwelijk is niet met zekerheid bekend of er kinderen uit zijn geboren.

 

Er bestaan aanwijzingen dat koning Radboud zich na zijn verdrijving uit Fresia citerior ophoudt in Kennemerland en in het benoorden de Oude Rijn gelegen deel van het Sticht Utrecht. Hij verblijft daar op een burcht Velsereburg geheten, gelegen aan de Felisena, waar Velsen naar genoemd is. Van daaruit beheerst hij zijn grondgebied, nadat hij afstand heeft moeten doen van de plaatsen Dorestad en Utrecht.

 

Radboud beschikt over grote kwaliteiten maar maakt misbruik van de oorlogsdreiging waarin zijn land verkeert. Zo beschuldigt hij sommige onderdanen van landverraad teneinde hun bezittingen verbeurd te verklaren en in beslag te nemen. In 708 geeft hij opdracht om Wursing, bijgenaamd Ado of Atto, een belangrijke rechter, gevangen te zetten. Wursing, de grootvader van Liudger, die tot de Friese elite behoort weet op tijd te vluchten naar de Frankische hofmeier Grimoald de Jongere, die hem asiel verleent.

 

 

De Frankische burgeroorlog

 

Radboud die zich op het laatste moment niet liet dopen; Borduursel uit (vermoedelijk) het begin van de 16e eeuw. Onbekende auteur.Gemaakt tussen 1505 en 1514. Linnen, floszijde, goud- en zilverdraad. Hoogte 44 cm, breedte 22,5 cm. Bron: Museum Catharijneconvent, nr. ABM t02104. Foto: Ruben de Heer. Licentie: Creative Commons CC0 1.0 Universal Public Domain Dedication.

 

Op het aurifries wordt het legendarische moment afgebeeld, waarop de Friese koning Radbod (680-719) op het laatste moment weigert zich door bisschop Willibrord te laten dopen. De naakte koning links op het fragment trekt haastig zijn linkerbeen terug uit het grote, schaalvormige doopbekken met brede sokkel, en weert een uitnodigend gebaar van Willibrord af. De bisschop zelf, rechts naast het bekken, en drie van zijn geestelijken daarachter kijken in verwarring toe. Een vierde aanwezige uiterst links schijnt bij koning Radbod te horen. Willibrord draagt dezelfde koormantel als in ABM t02103 en een mijter met kleurige stenen. Over de rand van het doopbekken hangt een wit doopkleed met goud afgezoomd. Op de voorgrond staan op de tegelvloer een schenkkan en een daarbij horende grote schaal. De scène speelt zich af in een gotische kerkruimte met zuilen, die een identiek baldakijn ondersteunen als weergegeven op de aurifriezen ABM t02103 en ABM t02105. Ook de omlijsting is identiek. Techniek: zie ABM t02077.

 

Kort voor Pepijns overlijden vindt zijn enig overgebleven zoon Grimoald, Drogo is al in 708 gestorven, een gewelddadige dood. Op weg naar zijn zieke vader in Jupille aan de Maas (bij Luik), wordt Grimoald, Radbouds schoonzoon, in de kerk van de heilige Lambertus in Luik door Rantgarus vermoord. Volgens de kroniekschrijver Sigebert van Gembloers zit Radboud achter de aanslag, maar deze verdachtmaking mist iedere grond. Bisschop Lambertus is vermoord, omdat hij zich heeft uitgesproken tegen de relatie van Pepijn met Alpaida, naast zijn wettelijke huwelijk met Plectrudis, Grimoalds moeder. Als Pepijn voor hij sterft de macht overdraagt aan Theudoald, Grimoalds zoon, komt Karel Martel, Pepijns zoon bij zijn tweede vrouw Alpaida, in verzet, omdat hij zich gepasseerd voelt.

 

Kaart van Austrasia rond 752. Bron: Atlas classique de géographie ancienne et moderne, à l'usage des institutions et des autres établissements d'instruction publique by C.-J. Drioux & Ch. Leroy. Auteur: Claude-Joseph Drioux (1820-1898) & Charles Leroy (1844-1895). Licentie: Public Domain.

 

Austrasië (oostelijk land) is het noordoostelijk deel van het Merovingische koninkrijk geweest en beslaat het oosten van het huidige Frankrijk, het westen van Duitsland, België ten oosten van de Schelde en delen van Nederland. De hoofdstad van het rijk is Metz, hoewel sommige koningen ook vanuit Reims hebben geregeerd.

De burgeroorlog die na Pepijns dood op 16 december 714 uitbreekt, biedt Radboud nieuwe kansen. Ragamfred, de Neustrische hofmeier van koning Chilperik II zoekt toenadering tot Radboud om de erfgenamen van Pepijn te kunnen weerstaan. Zij sluiten een bondgenootschap, waarbij afgesproken wordt dat Radboud vanuit het noorden Austrasië (zie de kaart hiernaast) zal gaan aanvallen en Ragamfred vanuit het zuiden. De Friese koning maakt zich eerst meester van Utrecht en Dorestad en vaart in 716 met een vloot de Rijn op, waar hij ter hoogte van Keulen zijn leger ontscheept. In de slag bij Keulen overwint hij de Frankische hofmeier Karel Martel en voorzien van een enorme buit keert hij daarna weer terug. Winfried (Bonifatius) treft volgens zijn hagiograaf Willibald tijdens zijn reis in 716 van Londen naar Dorestad onder meer door de twist verwoeste kerken aan en bezoekt Radboud in Utrecht. Hij wordt ruimhartig ontvangen en mag vrijelijk door het Friese land reizen om te zien of er mogelijkheden zijn voor een toekomstige missie. Bonifatius keert teleurgesteld naar Engeland terug, als hij heeft ervaren dat hij er niets kan beginnen.

 

Radboud maakt intussen plannen om andermaal het Frankenrijk binnen te vallen en trekt daartoe een groot leger samen. Hij krijgt evenwel daartoe niet meer de gelegenheid. Door een ernstige ziekte getroffen sterft Radboud in de nazomer of vroege herfst van 719. De latere bisschop van Münster Altfried vermeldt in zijn Vita Liudgeri, dat nadat Radboud van het aardse toneel verdwenen is, Karel Martel Frisia ten westen van het Vlie gewapenderhand aan het Frankische rijk toevoegt.

 

 

Radbouds familie en afstammelingen

 

De naam van Radbouds echtgenote is niet overgeleverd en het is onbekend hoeveel kinderen hij heeft. Hij heeft in ieder geval een dochter, Theudesinda die met een zoon van hofmeier Pepijn van Herstal (ca 635-714) trouwt en er is ook sprake van een gelijknamige zoon die sterft in zijn doopkledij. De Echternachse monnik Theoderic beweert in zijn Chronicon Epternacense van rond 1200, dat er in 714 naast de hofmeier Theudoald een gelijknamige zoon is die 'Grimoald heeft met Theudesinda, de dochter van koning Radbod'. De jeugdige hofmeier Theudoald, de zoon van Grimoald bij een concubine (een vrouw die buiten de huwelijkse staat in gemeenschap van een man leeft), sterft kort na de slag bij Compiègne (80 km ten noordoosten van Parijs) in 715, waaraan hij heeft deelgenomen. De andere Theudoald, mogelijk Radbouds kleinzoon, komt pas in 741 om het leven. Volgens een lokale traditie is ook Sint Fris van Bassoues een zoon van Radboud.

 

Uit de primaire bronnen is niet bekend wie Radboud opvolgt. Door latere historici wordt de Friese legeraanvoerder Poppo soms als diens opvolger beschouwd. Wat er precies gebeurd is in nevelen gehuld. Het enige gebeuren dat zeker is, is de inval van Karel Martel (circa 689-741), de Frankische tegenstander van Radboud, kort na Radbouds dood. Karel valt het Friese rijk binnen en slaagt er vrij eenvoudig in een deel van de Friezen te onderwerpen. Nederland tot aan het Vlie valt daardoor in Frankische handen.

 

Eveneens is onduidelijk hoe het zit met de zogenaamde afstammelingen van Radboud, waarvan in latere geschriften wel verslag wordt gedaan, o.a. in de Vita S. Radbodi uit de 10e eeuw. Daarin staat dat de Utrechtse bisschop Radbod via zijn moeder van de koning afstamt. Bovendien gaan sommige historici ervan uit dat het steeds terugkeren van dezelfde naam erop wijst dat sprake is van een dynastie. Zo draagt de kleinzoon van de eerste 'Hollandse' graaf Gerulf de naam Radbod. Gerulfs zoon Waldger heeft nauwe banden met de Utrechtse bisschop. Sommigen van deze afstammelingen zijn ervan overtuigd dat zij van koning Radboud afstammen.

 

Kasteel Radboud (1286-1288) te Medemblik, opgeknapt in 1888. De achterzijde van het kasteel met op de voorgrond een contour van een ronde toren die daar gestaan heeft. Foto: Arch, 2010. Licentie: Public Domain.

 

Rond de geschiedenis van dit kasteel bestaat, met betrekking tot de legendarische koning der Friezen: Radboud (648-719), een legende, die in de Divisiekroniek (Leiden, 1517) van Cornelis Aurelius is opgetekend. Volgens dit verhaal, heeft Radboud zijn koninklijke domicilie in Medemblik. Latere verhalen haken hierop in, dat Floris V op de funderingen van Radboud's oude burcht, het huidige kasteel heeft laten bouwen. Het verhaal met betrekking tot de Radboud-legende is blijkbaar zo met de historie verweven, dat het kasteel van Medemblik in de volksmond nog altijd de naam 'Kasteel Radboud' draagt. Zelf de stad Medemblik wordt door menigeen 'Radboudveste' genoemd.

 

 

Legenden en mythes

 

Naast de historische kennis zijn er over Redbad veel mythes en verhalen overgeleverd. Die legendes zijn van latere datum uit de middeleeuwen, deels geschreven door monniken en afkomstig uit Denemarken, Duitsland en Nederland, De legenden uit Nederland komen vooral uit Kennemerland en Egmond. Deze verhalen lijken zich in verscheidene tijdperken af te spelen en Redbad speelt hierin soms uiteenlopende rollen.

 

Theun de Vries debuteert in 1925 met zijn 'Friesche sagen', geïnspireerd door Waling Dijkstra's 'Uit Friesland's volksleven van vroeger en later' (1896). In Odins stad Wartna wordt Redbalds koningsgeslacht vermeld. Na hem komen volgens dit verhaal Aldgilles, Redbald, Condebald (Gondebald), Aldgilles en Gerbrand. Het koningsgeslacht trekt zich terug van Medemblik op Wartna. Eind 12e eeuw maakt de smid Wybo, zoon van smid Redbald, een einde aan de eendracht van het geslacht en doodt zijn doodgewaande, maar tot het christendom bekeerde tweelingbroer. Dat betekent volgens de vloek, die tijdens de stichting van Odins stad is uitgesproken, het einde van Wartna.

 

Een van de bekendste legenden gaat over zijn doop. Volgens een over Wulfram geschreven hagiografie wil Radboud zich aanvankelijk door deze Frankische missionaris, in latere legendes ook wel door Willibrord, laten dopen, maar ziet Radboud daar op het laatste moment vanaf. Net voor de onderdompeling in de doopvont vraagt Radboud aan Wulfram of het grootste deel van de Friese adel, Radbouds voorouders, in de hemel zullen zijn. Wulfram antwoordt dat dat niet het geval is, zij zijn immers niet gedoopt en zullen dus in de hel verblijven..... Radboud bedenkt zich en laat weten dat hij dan een hiernamaals met zijn voorgangers verkiest en trekt zich terug.

Over Radboud zijn in de loop van de geschiedenis meerdere sagen en legendes ontstaan zoals 'Fan tha koningen Karle ende Redbad'. Hoogstwaarschijnlijk behoort de passage over de doop ook tot de legendevorming.

 

 

Vernoemingen van Radboud

 

Radbouds naam wordt door een van zijn nakomelingen opnieuw gebruikt, namelijk door bisschop Radboud van Utrecht (ca. 850 - 917). Naar deze bisschop, die later heilig verklaard wordt, is de Sint-Radboudstichting genoemd, opgericht in 1905, met als doel de bevordering van het katholiek hoger onderwijs in Nederland en in het bijzonder de oprichting van een katholieke universiteit. De universiteit wordt in 1923 geopend, de Katholieke Universiteit Nijmegen (KUN), en in 1956 het bijbehorende Sint-Radboudziekenhuis (nu Radboudumc). Op 1 september 2004 heeft de universiteit de naam Radboud Universiteit Nijmegen aangenomen. De film 'Redbad' uit 2018 is geïnspireerd op zijn leven. Deze film is een flop geworden, met slechts 41.592 bezoekers, terwijl men bij de opnames heeft gerekend op 400.000. In deze film speelt Gijs Naber Radboud en Loes Haverkort is Frea. De tegenstander van Radboud, Pepijn, wordt gespeeld door Jonathan Banks, de enige, buitenlandse (Amerikaanse) acteur in de film.

 

 

Begraven

 

Dunum is een gemeente in de Duitse deelstaat Nedersaksen. De gemeente maakt deel uit van het Landkreis Wittmund. Dunum telt 1.072 inwoners. Samen met vijf andere kleine gemeenten werkt Dunum samen in de Samtgemeinde Esens. In de gemeente ligt de zogenaamde Radbodsberg, een grafheuvel waarin volgens de lokale overlevering de Friese koning Radboud begraven ligt.

 

 

Poppo de opvolger van Radboud?

 

Poppo (674-734), ook wel Bubo en Bobba genaamd, is een Friese koning uit de 8e eeuw. Hij is na Aldgisl en Radboud de derde Friese heerser die genoemd wordt in schriftelijke bronnen. Hij wordt beschouwd als de laatste koning van het Friese Rijk. Er zijn historici die twijfelen of Poppo, mogelijk een zoon van Radboud, daadwerkelijk een Friese koning is geweest.


De schriftelijke bronnen uit de vroege Middeleeuwen verzwijgen wie koning Radboud opvolgt. Poppo kennen we wel als de aanvoerder van het Friese leger dat ten strijde trekt tegen de Franken en om die reden wordt hij aangemerkt als de waarschijnlijke opvolger van Radboud en mogelijk zijn zoon. Overtuigend bewijs voor deze stelling ontbreekt echter en H. Halbertsma heeft daartegen aangevoerd dat het ontbreken van mannelijk nageslacht juist de reden is geweest voor het huwelijk van Radbouds dochter met Grimoald II in 711. Volgens historici als P.C.J.A. Boeles en H. Halbertsma strekt Radbods rijk zich uit over heel Frisia, van Zwin tot Wezer, anderen als W.A. van Es menen dat zijn macht zich beperkt tot het Midden-Nederlandse rivierengebied en delen van Holland. Daarom is er ook wel geopperd dat Poppo een lokale heerser is geweest die los van Redbad een deel van het Friese territoria (het huidige Friesland) heeft beheerst.

 

 

 

 

Bronnen:


* Middeleeuwse dwangburchten van West-Friesland en Alkmaar.
* De stichting van het kasteel Medemblik.
* (Erven) Arian de Goede, Redbad. Koning van Friesland, Utrecht-1937-2018.
* Sven Meeder en Erik Goosmann, Redbad. Koning in de marge van de geschiedenis, Utrecht-2018.
* Halbertsma, H. (2000): Het rijk van de Friese Koningen, opkomst en ondergang.
* Radboud Universiteit - Naamsverandering.
* Eggerik Beninga, Cronica der Fresen.
* Voor de teksten is ook dankbaar gebruik gemaakt van Wikipedia (05-08-2020).



 

Deze pagina maakt deel uit van www.nazatendevries.nl.
Aan bovenstaande tekst is de uiterste zorgvuldigheid besteed. Desondanks kunnen er best fouten voorkomen.
Constateer je fouten en/of heb je vragen, correcties, aanvullingen...geef die dan even aan mij door via mijn E-mail adres.
Laat ook eens een bericht achter in het Gastenboek.
Hoogeveen, 11 augustus 2020.
Samenstelling: © Harm Hillinga
.
Menu Artikelen.
Terug naar de HomePage.
Top