De spoorlijn Groningen-Winschoten-Nieuweschans is in 1868 aangelegd en in gebruik genomen. Hiermee krijgen Oldambt en Westerwolde een betere verbinding met de Stad en de rest van Nederland. Eind 1800 is begonnen met de aanleg van meer tram- en spoorwegen.

 

In 1885 wordt de tramweg Winschoten – Stadskanaal in gebruik genomen. De paardentram Ter Apel – Zuidbroek gaat in 1894 rijden. De paardentramweg Winschoten – Bellingwolde komt in 1900 gereed en de stoomtramlijn Ter Apel – Emmen in 1907.

 

Het oosten van de provincie blijft echter achter bij de nieuwe ontwikkelingen. Het is Dirk Bos, lid van de Tweede Kamer en voorman van de Vrijzinnig Democratisch Bond, die in 1905 met een artikel in de Winschoter Courant erop wijst, dat de nieuwe spoorlijn van de Noordooster Locaalspoorweg-Maatschappij (NOLS) het oosten van de provincie Groningen links laat liggen. Zijn voorstel is, om in dit deel van de provincie een net van stoomtramwegen aan te leggen. Hiermee verwacht hij, dat de bevolking meer in beweging te brengen.

 

Dit artikel blijft niet zonder gevolgen. Een bijeenkomst in Winschoten wordt goed bezocht door leden uit de provinciale en gemeentelijke politiek uit de diverse plaatsen, industriëlen, landbouwers enz. Als gevolg van deze vergadering installeert de Commissaris der Koningin in Groningen in 1906, de commissie tot verbetering van het verkeerswezen in Oostelijk Groningen. Deze commissie met Bos als voorzitter ontwikkelt haar plannen in samenspraak met de gemeenten in de streek. In 1907 worden de aandelen en obligaties voor de op te richten maatschappij uitgeschreven. De gemeenten en provincie nemen deze voor het overgrote deel voor hun rekening.


De oprichting
Op 12 juni 1912 wordt de Stoomtramweg Maatschappij ‘Oostelijk Groningen’ opgericht. Besloten wordt, dat de maatschappij uitsluitend de betrokken gemeenten als aandeelhouders zal hebben. O.G. stelt zich ten doel een geheel net van tramlijnen in Oostelijk Groningen aan te leggen en te exploiteren. Het net dat men zich aanvankelijk heeft voorgesteld, heeft een lengte van ca. 300 km, maar blijkt al spoedig, dat de grootse plannen maar gedeeltelijk verwezenlijkt zullen kunnen worden, aangezien van vele gemeenten de nodige medewerking niet verkregen wordt.

 

Het voormalige tramhoofdstation van Winschoten.
Het voormalige tramhoofdstation van Winschoten. Foto: Eigen verzameling.

Het hoofdkantoor wordt gevestigd te Winschoten. Eerst in Hotel de Vrijheid, later in het tramhoofdstation te Winschoten, schuine tegenover Hotel de Vrijheid. Hier komt een groot emplacement te liggen en wordt ook een tramhaven aangelegd.
Besloten wordt dat de nieuwe stoomtram lijnen een spoorwijdte van 1067 mm krijgt.

 

Als eerste wordt de lijn Winschoten – Ter Apel op papier uitgewerkt. Daarnaast worden er vergeefse pogingen gedaan stoomtramwegmaatschappij Oldambt-Pekela (SOP, Stoomtram Oldambt Pekela) te integreren in de nieuwe maatschappij. De paardentrammaatschappijen Winschoten-Bellingwolde (WB) en Eerste Groninger Tramway-Maatschappij (EGTM), waarvan de laatste een lijn exploiteert van Zuidbroek via Veendam naar Ter Apel op normaalspoor worden wel overgenomen.

 

In 1913 wordt het bestek van de lijnen aanbesteed. In augustus 1914 breekt de Eerste Wereldoorlog uit. Hierdoor loopt de aanleg veel vertraging op. De aanlegkosten van de lijnen stijgen sterk en ook de aanschaf van het rijdend materieel wordt veel moeilijker.
Op 1 november 1914 wordt de lijn Winschoten-Ter Apel geopend en op 9 juli 1919 de lijn Delfzijl-Winschoten. De zijtak Bellingwolde-Blijham wordt op 18 oktober 1918 in gebruik genomen. In 1948 worden deze lijnen, door de opkomst van busvervoer, weer opgeheven.

 

In het gebied tussen Ter Apel en Delfzijl is van 1915 tot 1948 de Stoomtramweg-Maatschappij Oostelijk-Groningen de maatschappij voor vervoer van personen, goederen, post en zand. Dit gebeurt met stoomtrams en later ook met autobussen en vrachtauto’s.

Hoofdweg oost te Finsterwolde. Op de foto is duidelijk de tram te herkennen.
Hoofdweg oost te Finsterwolde, nabij de toren. De tram is op deze oude prent duidelijk zichtbaar. Foto: eigen verzameling.

De ‘OP’ lijn

Er lopen nog meer tramlijnen door oostelijk Groningen. Zo loopt er een lijn van Zuidbroek via Muntendam, Veendam en Wildervank naar Bareveld en vandaar over Stadskanaal en Musselkanaal naar Ter Apel. Bij de Pekelderweg in Stadskanaal begint een andere tramlijn die noordelijk loopt over Nieuwe- en Oude Pekela.

 

Beerta en Finsterwolde

Vanaf Winschoten loopt deze verder naar Beerta, waar de lijn afbuigt op de Oudeweg, waar zich een station bevindt, richting Finsterwolde over de Hereweg en de G.G. Wiegersweg, vervolgens buigt de lijn linksaf over de Hoofdstraat.
Over deze tramlijnen heb ik weinig of geen informatie kunnen vinden, behalve de bekende oude foto’s van Beerta en Finsterwolde, waar de tramrails zichtbaar zijn. In Beerta lopen de raila dwars door de Hoofdstraat aan de zuidzijde. In Finsterwolde is dat ook het geval. De lijn eindigt in Finsterwolde vooraan op de Goldhoorn, waar de Klinkerweg uitkomt op de Hoofdweg. Daar is in die tijd ook de (tram)remise. Later is daar Molenberg gekomen met o.a. zijn tractoren. Vervolgens komt daar aannemersbedrijf Meier.

Bij de lijn vanaf Stadskanaal staat op het kaartje ‘OP’, wat de afkorting is voor Oldambt Pekela. Wellicht zijn er lezers die meer over deze tramverbinding kunnen vertellen; mail dan naar de webmaster.

Tramlijn Oosteinde Beerta.

 

Hier komt de tramlijn bij café Hilgenga Beerta binnen vanuit de Oosteinde.

 

Het wonderlijke is, dat de tramlijn rechtdoor gaat, maar ook aan afbuiging heeft naar links.

 

Mogelijk is deze afbuiging een zijspoor geweest om de tram op te rijden om te wachten voor de tram die uit oostelijke richting op komst was.

 

Het station op de foto bestaat niet meer in de huidige vorm. Later is daar café Hilgenga gevestigd en na de afbraak is er nieuwbouw gepleegd voor een Chinees restaurant.

 

Duidelijk is hier te zien dat de tram dwars door Beerta over de Hoofdstraat loopt aan de zuidzijde.

 

Links in het midden zien we nog net de toren van de kerk.

 

Deze foto is genomen van de andere (oostelijke) zijde, met in het midden weer de kerktoren, waarvan de spits nog net zichtbaar is. Het monumentale pand rechts op de foto is later afgebroken.

 

 

Stoomtramcafé Hilgenga te Beerta. Op de zijgevel is de tekst nog goed te lezen. Foto beschikbaar gesteld door de heer Bé Sebens uit Beerta.

 

Klik op de afbeelding om deze te vergroten.

 

Beersterhogen (Oudeweg) gezien vanuit het oosten. Als we goed kijken zien we hier de tramlijn afbuigen naar het noorden, richting Finsterwolde. Daar komt de tram binnen bj de marechaussee kazerne.

 

De woning helemaal rechts is van overgrootvader Eggo Hillinga geweest, zijn zoon Harm Hillinga heeft hier ook gewoond en later de familie Glazenburg.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ol Graitje.
De stoomtram 'Ol Graitje'. Foto: Eigen verzameling, 1940.

De overige lijnen

De eerste lijn die gereed komt is Winschoten – Ter Apel. In 1915 beginnen de diensten hierop. In Ter Apel is er aansluiting op stoomtramlijnen van de DSM en de EDS, die hier elk een eigen station hebben. In 1921 komt een verbinding tot stand tussen de lijnen van de OG en de EDS, en in 1925 tussen die van de DSM en OG.

 

De lijn volgt vanaf de Ter Apel de Ruiten Aa en komt langs dorpen Sellingen, Jipsinghuizen en Wollinghuizen. Vanaf hier wordt het Veelerdiep gevolgd naar Vlagtwedde en Veele. Bij Wedde wordt de Westerwoldse Aa overgestoken. Dan komt de lijn bij het dorp Wedderveer. Vervolgens gaat hij door Blijham om uiteindelijk Winschoten te bereiken. Hier komt een groot emplacement te liggen en wordt ook een tramhaven aangelegd.


De stoomtram
 In 1917 komt de lijn naar Bellingwolde gereed. Deze takt in Blijham aan op de lijn naar Ter Apel. In 1919 komt de lijn naar Delfzijl gereed. Deze lijn doet de plaatsen Heiligerlee, Midwolda, Oostwold, Woldendorp, Termunten, Termunterzijl, Oterdum en Weiwerd aan. Het havenspoor in Delfzijl bestaat uit normaalspoor. Om toch de wagons op het haventerrein te kunnen laten komen, wordt gebruikgemaakt van rolwagens.

 

Omdat voor het onderhoud van de tramlijnen veel zand nodig is exploiteert OG een eigen zandgat bij Veele. OG verhandelt ook zand afkomstig uit dit gat.

 

Op 31 oktober 1914 rijdt de eerste stoomtram door Blijham. De reistijd van Winschoten naar Ter Apel is bijna twee uur. De Stoomtrammaatschappij Oost-Groningen heeft ook een lijn naar Delfzijl. De totale lengte van het spoor is 83 kilometer.

 

 

In 1924 bereikt het vervoer per stoomtram een relatief hoogtepunt. Door de gestegen kosten vanaf WO I en de economische crisis van de jaren ’30, is het vervoer nooit, met uitzondering van het jaar 1943, winstgevend geworden. Maar na 1924 gaat het bergafwaarts.
In 1931 worden de eerste bussen aangeschaft en in 1936 wordt al het personenvervoer per bus gedaan. Alleen voor speciale excursies en voor kampeertochten van scholen rijdt de personentram nog. In 1940 zou Oostelijk Groningen als trambedrijf opgeheven worden, maar WOII zorgt voor een tijdelijke opleving. In de oorlogsjaren 1940 -1945 worden veel bussen gevorderd en als ook de benzine niet meer voor busvervoer beschikbaar wordt gesteld, wordt het relatief goed trammaterieel weer van stal gehaald. Na de bevrijding blijkt dit slechts tijdelijk te zijn geweest. In 1947 is echter alles te versleten voor gebruik. Investeringen in nieuw materieel wordt te duur gevonden. Dit betekent het naderde einde van de stoomtram.

 

In 1948 krijgt de OG geen concessie voor het exploiteren van buslijnen en wordt de reguliere dienstvoering beëindigd. De GADO (Groninger Autobus Dienst Onderneming) neemt op 31 mei 1948 het personenvervoer over. Het losse goederen vervoer wordt dan overgenomen door Van Gend en Loos. Vervolgens gaat de onderneming in liquidatie. Omdat voor het onderhoud van de tramlijnen veel zand nodig is exploiteerde OG een eigen zandgat bij Veele. De OG verhandelde ook zand afkomstig uit dit gat. Vanwege zandtransporten bleef het tramvervoer langs Blijham nog tot 1950 in stand. Voor de aanleg van de toenmalige rijksweg 42 wordt het zand van de zandwinning bij Veele vervoerd naar het traject van de weg bij Winschoten. Daarna worden de sporen opgebroken. Hiermee komt een einde aan het laatste Groningse trambedrijf en is ‘Ol Graitje’ voorgoed verdwenen.

 

Officieel wordt de stoomtram OG genoemd, doch om haar traagheid wordt deze meer met de naam “Ol Graitje” aangeduid.


Materieel
De aanschaf van de locomotieven gaat moeizaam door de Eerste Wereldoorlog. OG schaft gedurende deze tijd veertien gebruikte exemplaren aan. Deze zijn gebouwd door Hanomag, Machinefabriek Breda en Henschel und Sohn. Na de oorlog, in 1923 en 1924 worden de eerste nieuwe locomotieven aangeschaft. Het betreft hier acht machines gebouwd door Linke Hoffmann. De personenwagons worden in de loop van de tijd betrokken van Beijnes en van Linke Hoffmann. De postbagagewagens komt eveneens van Beijnes maar het meeste nieuw aangeschafte goederenmaterieel komt in het begin van Pennock.

Het betreft de locomotief 20 met PD-rijtuig (postwagen) en BC-rijtuig (personenwagen).

 

In de verzameling van de Museumstoomtram Hoorn – Medemblik bevinden zich van de OG nog een goederenwagen en een rijtuig. Rijdend tussen Hoorn en Wognum-Nibbixwoud is nog de gesloten goederenwagen OG E102 van de Tramwegmaatschappij Oostelijk Groningen uit 1930 te zien. Het rijtuig moet nog gerestaureerd worden.


Station Blijham
Het voormalige tramstation aan de Winschoterweg is nog een getuige van het tramverleden van Blijham. Het is gebouwd in 1915. Voor in de linkerkant van het gebouw is de wachtruimte. Aansluitend in het midden is de werkruimte van de stationsbeambte met kaartverkoop. De erker is functioneel geweest. Van hieruit is er uitzicht op het gehele stations emplacement. Het overige deel van het gebouw is ingericht als dienstwoning.

Deze wordt destijds bewoond door stationschef Hesselink.

 

Op het emplacement staat in die tijd ook een watertorentje. Hiermee kunnen de stoomlocomotieven voorzien worden van voldoende water. Bij het station kunnen tramwagens worden aan- of losgekoppeld.
Het tramstation ‘Kleine Molen’ is het knooppunt van de lijnen naar Winschoten, Ter Apel en Bellingwolde. Het is strategisch gezien erg gunstig gelegen.

 

De stoomtram vervoert in hoofdzaak reizigers. Dit station is daarnaast een drukke laad- en losplaats van onder andere aardappelen, bieten en stro. Voor de landbouw wordt er veel kustmest aangevoerd. Iedere maandag wordt er in dichte wagons vee naar de markt in Winschoten vervoerd. Van de eigen zandgraverij van OG in Veele is per tram het zand naar Blijham aangevoerd voor de aanleg van de Oosterstraat en Raadhuisstraat in het dorp.

 

De stoomtramlijn Blijham – Winschoten, loopt langs de zuidzijde van de weg door het dorp. Bij station Kleine Molen, sluit de lijn vanaf Bellingwolde aan. Iets noordelijker op de Winschoterweg, steekt de lijn de weg over loopt verder langs de noordzijde van de weg richting Winschoten. Meerdere personen zijn hier lelijk ten val gekomen, omdat het wiel van de fiets heel gemakkelijk in de rails terecht kan komen.

 

In het paardentramtijdperk ligt het spoor hier echter ook aan de zuidzijde van de weg.

Na het opheffen van de lijn heeft de provincie het beheer gekregen over de gebouwen en de gronden van de lijn. Vanaf 1950 worden alle lijnen opgebroken. Over delen van het tracé zijn wegen verbreed, fietspaden aangelegd of wordt de grond toegevoegd aan de berm. Van Winschoten naar Blijham is over het tracé van de voormalige trambaan in 1953 een betonnen fietspad aangelegd.
Het stationsgebouw aan de Winschoterweg is aangepast voor het gebruik als woning en met de tuin verhuurd.
De ruimte waar de technische voorzieningen aanwezig zijn (watertank e.d.)  zijn afgebroken. De provincie heeft later een zoutopslag bak op het terrein gebouwd. Hierin wordt het wegenstrooizout opgeslagen en in de winterperiode gebruikt.
Na ingebruikname van andere steunpunten voor het onderhoud van de provinciale wegen, is het gebruik van de zoutopslag beëindigd. De provincie heeft het hele complex verkocht. Sindsdien is het een particuliere woning. De huidige bewoonster is mevrouw Bos-Bultena. De voormalige zoutbak is verbouwd tot garage.

 

Voor zover bekend heeft de stoomtam halteplaatsen gehad, waarbij ook de mogelijkheid aanwezig is om binnen te wachten. Bij de Winschoterhoogebrug is dit bij het café van T. van Duinen, bij de brug. In het centrum van Blijham hotel Vrieze en café Brio. In Wedderveer zijn de cafés Heising en Hazelhoff (Speelman) halteplaatsen.

 

Ook is er een halteplaats tegenover het oude tolhuis op de hoek Winschoterweg – Turfweg. Nu sluit de Turfweg daar aan op de rotonde. Door het aanbrengen van een wissel, wordt  hier de mogelijkheid geboden om landbouwartikelen te laden en te lossen.
De lijn richting Bellingwolde heeft een halteplaats bij hotel Ceres tegenover de kerk.


Kaart van de Stroomtramweg Maatschappij Oostelijk Groningen.

Kaart van de Stroomtramweg Maatschappij Oostelijk Groningen.

Klik op de kaart voor een paginagrote afbeelding.

Stopplaatsen vaste en ‘op verzoek’ vanaf de Louwdijk tot  Veele:
Uitspanning café Heising
Uitspanning café Hazelhoff
Oerdeweg
Onstwedderweg – Hier ook rangeerterrein laden/lossen
Hotel/café/restaurant ‘Buenos Aires
Hotel/café/restaurant ‘Westerwolde
Tegenover Lageweg
Café ‘de Hongerige Wolf

 

Sporen in het landschap
Op meerdere plaatsen is nog het trambaan tracé te herkennen.

 

Restauratie
Zaterdagmorgen 14 juli 2012 in alle vroegte is een wagon van 'Ol Graitje' in Wedde vervoerd naar een plek waar hij zal worden gerestaureerd. Naar aanleiding van de vermelding van de vondst op Realsite fotoblog komt de bal aan het rollen en is de werkgroep die zich bezig houdt met de historie van deze spoorbaan in actie gekomen. Voordat de wagon kan worden geborgen moest eerst nog het nodige zaagwerk worden verricht, omdat zich in de loop der jaren een boom zijn weg heeft gezocht door de wagon.


Materieel
Het materieel van OG is zeer modern op het moment van indienststelling. De stoomlocomotieven van het type ‘Verhoop’ en de vierassige Beijnes-rijtuigen behoren tot het beste wat de industrie te bieden heeft. Doordat de trambaan op ouderwetse en te goedkope wijze is aangelegd zodat snel rijden nooit mogelijk is, heeft dit materieel nooit kunnen bewijzen waartoe het in staat is geweest.


Locomotieven
De aanschaf van de locomotieven gaat moeizaam, want wegens de Eerste Wereldoorlog kan de Duitse industrie niet op tijd leveren. OG schaft in deze tijd daarom eerst 14 gebruikte exemplaren aan. Het gaat om:

 

nrs. 1-4: Hanomag (1889 en 1891, ex NmTM)
nrs. 5-8: Machinefabriek Breda (1897, ex RTM, 'tentoonstellingstype')
nrs. 9-10: Henschel und Sohn (2 aannemerslocs, ex Ibelings & Huisman)
nrs. 11-14: Machinefabriek Breda (1906, ex TBC).

 

Na de oorlog worden 10 nieuwe locomotieven aangeschaft:
nrs. 15-24: Linke-Hofmann (1922-23, model 'Verhoop').
Hierna worden de locomotieven 1-4 verkocht aan de Stoomtram Maas en Waal en de aannemerslocs 9 en 10 aan de Tramweg-Maatschappij ‘De Meijerij’. De 5-8 worden gesloopt. De dienst wordt voortaan dus uitgevoerd met de locomotieven 11-14 en 15-24.
Rijtuigen
Ook de levering van de rijtuigen verloopt stroef, zodat OG in het begin genoodzaakt is rijtuigen te huren van Oldambt-Pekela en de DSM.


De volgende personenrijtuigen worden nieuw in dienst gesteld
BC21-28: Beijnes (1915-17, 2e en 3e klasse)
C41-42: Beijnes (1916, alleen 3e klasse)
BC29-32: Linke-Hofmann (1923, 2e en 3e klasse en een bagageruimte, die de ‘zwien'nbak’ wordt genoemd).


Goederenmaterieel
De 3 postbagagewagens PD 61-63 komen van Beijnes, maar het meeste nieuw aangeschafte goederenmaterieel komt in het begin van Pennock, later ook van andere fabrieken, zoals La Brugeoise.

 


Bronnen:
01. Deels oorspronkelijk geplaatst als een artikel op de website van de ‘Werkgroep Streekhistorie Bellingwedde’.
02. Wikipedia.
03. Met dank aan Bé Sebens, Beerta, 19 augustus 2014. Hij heeft van 1952 tot 1975 in Beerta gewoond, eerst aan de Hoofdstraat waar zijn ouders een garagebedrijf hadden, later in de Schoolstraat. Daarna heeft hij 18 jaar in Winschoten gewoond en sinds 1992 woont hij weer in Beerta.

 

 

Deze pagina maakt deel uit van www.nazatendevries.nl.
Aan bovenstaande tekst is de uiterste zorgvuldigheid besteed. Desondanks kunnen er best fouten voorkomen.
Constateer je fouten en/of heb je vragen, correcties, aanvullingen...geef die dan even aan mij door via mijn E-mail adres.
Laat ook eens een bericht achter in het Gastenboek.

 

 

Hoogeveen, 23 november 2013
Laatste revisie: 7 oktober 2014
Verhaal: © Harm Hillinga
.

Menu Artikelen.
Terug naar de HomePage.
Top