Opkomst en ondergang van de Groninger tabaksindustrie
 
De fabriek van de firma J. Gruno aan de Winschoterkade omstreeks 1926 (foto: P.B. Kramer)
Foto boven: De fabriek van de firma J. Gruno aan de Winschoterkade omstreeks 1926. Foto: P.B. Kramer.



Iedereen die er wel eens is geweest, komt voor een tweede keer terug. Ooit ben ik er naar toe geweest met de kinderen van mijn school: het Scheepvaartmuseum. Vaak wordt echter vergeten dat het museum ook nog een afdeling heeft voor de tabak: een beetje weggestopt dat wel, maar voor iemand die geeft om de historie van Groningen moet dat geen bezwaar zijn.

TabakTheodorus Niemeyer zal weinig ingenomen zijn met de nieuwe anti-rook maatregelen. Minder roken zal ongetwijfeld consequenties hebben voor de laatst overgebleven Groninger tabaksfabrikant. Ooit telde Groningen vele grote en kleine fabrieken, die pruimtabak of rookwaren produceerden. Een aantal werd in de loop der jaren door Niemeyer opgeslokt, maar de meeste bedrijven hielden het na kortere of langere tijd zelf voor gezien. Ooit bekende namen als Lieftinck, Gruno, Kranenburg en Koning leven nog slechts in de herinnering of op gevelstenen.


Winkeliers en grossiers zijn de eersten die tabak produceren, dat wil zeggen tabak kerven, raspen en snijden. De eerste Nederlandse sigarenmakerij bevindt zich vanaf 1826 in Kampen. Groningen telt in 1854 volgens het dan verschijnende adresboek vijf sigarenmakers. Eén van hen – J.H. Warren in de Heerestraat – staat tevens als ‘tabaksfabrijkant’ te boek.
Onder de 28 genoemde tabaksfabrikanten bevinden zich ook F. Lieftinck en Th. Niemeijer. Beide zijn dan nog niet zo lang als zodanig Samson tabakactief. Theodorus Niemeijer begint in 1848, nadat hij in de Nieuwe Ebbingestraat de winkel en grossierderij ‘Het wapen van Rotterdam’ van zijn vader heeft overgenomen. Franciscus Lieftinck – van ‘Het wapen van Drenthe’ bij de Heerepoort - laat in 1849 zijn zonen Franciscus jr. en Jan Harmannus in de Raamstraat de eerste steen leggen voor een tabaksfabriek.
Franciscus jr. en Ipoje Kranenburg huwen twee zusters De Witt. Zij zijn niet de enige tabaksfabrikanten, die onderling verwant raken. Zo is de dochter van fabrikant F.F. Pfeiffer getrouwd met collega T.B. Kolk. Ook Th. Niemeijer haalt zijn (tweede) vrouw uit het tabaksmilieu. Zijn huwelijk met Tettje Heckman biedt hem de mogelijkheid in 1874 de firma van haar overleden neef Hayo Willem Heckman over te nemen.

De tabaksindustrie groeit en de fabrikanten laten nieuwe bedrijfsgebouwen neerzetten. Zo laat E.F. Rost in 1879 een ‘sigarenmakerij en droogkamer’ bouwen op de hoek van de Eeldersingel en Paterswoldseweg. Niemeijer breidt uit door in 1887 het bedrijf van J. Swaagman over te nemen en vier jaar later op de hoek van het Rotterdammerstraatje en het Nieuwe Kerkhof een groot pakhuis te bouwen.

In 1898 doet tabaksfabrikant Jan Gruno aan de Winschoterkade hetzelfde. Gruno is net als Lieftinck en Niemeijer een bedrijf dat van vader op zoon gaat. Vader Jan Gruno begint ‘In de blaauwe haan’ aan het Damsterdiep als koopman en tabakskerver. Zoon Jan verhuist het bedrijf naar de Winschoterkade en diens zonen John Henry en Julius leiden vanaf 1921.

Samson tabakBedrijven die niet in de familie blijven, behouden soms wel de bedrijfs- of produktnaam. Zo blijven de namen van de tabaksfabrikanten Pieter Koning en Ipoje Kranenburg voortleven na overname door R.A.J. Loot. Deze begint in 1887 in de Oosterstraat in een pand, waar eerst T.B. Kolk en daarna P. Koning tabak heeft gemaakt.

Nadat Loot in 1907 ook het bedrijf van Kranenburg heeft overgenomen, gebruikt hij voor zijn tabaksfabriek zowel Konings naam als die van Kranenburg. En het nieuwe bedrijfspand ‘De Tabaksplant’ aan de W.A. Scholtenstraat krijgt in 1922 een tegeltableau met de naam P. Koning.

Niemeijer is in 1909 een van de eersten die sigaretten maakt. Aanvankelijk in het in 1904 in gebruik genomen nieuwe fabrieksgebouw aan de Paterswoldseweg, maar vanaf 1918 in de oude vleesfabriek van Noack aan de Emmasingel. Hoewel deze fabriek in 1929 weer sluit, gaat Niemeijers groei aan de Paterswoldseweg gewoon door. Hiertoe draagt onder andere de overname van Lieftinck in 1932 bij.

In de jaren dertig en in de oorlog houden verschillende tabaksbedrijven er mee op. Voor Gruno betekent de bevrijding van de stad in Groningen het einde. Doordat de Duitsers zich in het hoge gebouw verschansen, wordt het door de Canadezen kapot en in brand geschoten. Bij de wederopbouw verrijst op deze plek het gebouw van de GG en GD en Gruno verkast naar Nijkerk.

 

Niemeyer – zoals het tegenwoordig wordt gespeld – blijft uiteindelijk als enige Groninger tabaksfabrikant over. Een familiebedrijf is het echter al lang niet meer. Nadat eerst het Britse Gallahar eigenaar wordt, is het vanaf 1990 van Rothmans – dat dan ook al eigenaar is van Gruno - en sinds ’99 van British American Tobacco.

Bronnen:
1. Het Verhaal van Groningen
2. Historie van Groningen


Aan bovenstaande tekst is de uiterste zorgvuldigheid besteed. Desondanks kunnen er best fouten

voorkomen. Constateer je fouten en/of heb je vragen, correcties, aanvullingen...

geef die dan even aan mij door via mijn E-mail adres.

Hoogeveen, 2 aug. 2009
Verhaal: © Harm Hillinga

 

Menu Artikels.Homepage