De soepketel van het Soephuis.
Afb. onder: de grote soeplepels waarmee de soep wordt opgediend.
Afb. boven: Een van de twee soepketels die bewaard zijn gebleven. De ketel bevindt zich normaal in de opslag van het Groninger museum en is speciaal voor de 25e dag van de Groninger Geschiedenis in de hal van de Groninger Archieven geplaatst. Afb. onder: de grote soeplepels waarmee de soep wordt opgediend. Foto´s: ©Harm Hillinga, tijdens de 25 Dag van de Groninger Geschiedenis in de hal van de RHC Groninger Archieven, 13 oktober 2012.

 

Het Soephuis
De Stad heeft een aparte instelling voor de verstrekking van soep aan de armen van de stad, de ‘Commissie voor spijsuitdeling in de winter’. Deze commissie zorgt in de maanden januari tot en met maart voor het uitdelen van porties soep in het Soephuis aan het Soephuisstraatje. De gemeente neemt meestal een aandeel van f 600,-, de rest wordt bij intekening door particulieren gedragen die dan tevens het recht hebben te bepalen wie de soep uiteindelijk krijgt. Zo worden er elk jaar circa 70.000 porties soep uitgedeeld, wat ruim f 4.000,- kost. In strenge winters, zoals die van 1844/45 en 1845/46 stijgt het aantal porties tot ver boven de 80.000.
Het is maar goed ook dat er voor de armen een soepuitdeling is gekomen, daardoor blijft het slechts bij één Broodoproer in 1847, als een stelletje 'ongeregeld' de winkels willen plunderen van de grutters en de bakkers. Zelfs de graanpakhuizen in de stad zijn niet meer veilig. Hoe kan het ook anders, het voedsel wordt steeds maar duurder. De politie slaat hard terug en er vallen zelfs vier doden, terwijl er dertien gewonden vallen.
(1).

 

De foto toont de drie ketels van het Soepshuis aan het Soephuisstraatje te Groningen. Aan beide zijden een grote en in het midden een kleinere ketel met daarvoor de toegang tot de ovens.
De foto toont de drie ketels van het Soepshuis aan het Soephuisstraatje te Groningen. Aan beide zijden een grote en in het midden een kleinere ketel met daarvoor de toegang tot de ovens. (Foto: ©Collectie RHC Groninger Archieven, id.nr.: NL-GnGRA_1785_28057. Fotobedrijf Piet Boonstra, 1955. Met toestemming geplaatst).

De soepketels van het Soephuis
Veel mensen raken betrokken bij de grote armoede van mensen die honger lijden in de Stad van de 19e eeuw. De ‘Commissie voor spijsuitdeling in de winter’ ontstaat op 3 december 1802 uit een particulier initiatief (2). De armen tonen zich dankbaar aan de commissaris die bij elke uitdeling aanwezig is om toezicht te houden. De behoeftige mens kan drie keer per week terecht voor een portie voedzame soep. De soepuitdeling start in het begin van januari 1803 in het voormalige Prinsenhof. Daarna komt er een gebouw in de Zwanestraat, waar in het achterhuis in grote ketels soep wordt gekookt. Veel later, in 1874, wordt het straatje waar het achterhuis ligt het Soephuisstraatje genoemd.


Er kunnen 2000 porties soep van 1 liter worden gemaakt in grote soepketels van elk 1000 liter. Tussen beide ketels wordt een kleinere geplaatst. De drie ketels staan boven gemetselde ovens die men stookt met turf, terwijl houten deksels de soep warm moeten houden. De armen krijgen er meestal Kloostersoep of Rumfordsoep, maar in 1892 wordt er ook wel erwtensoep gemaakt. De installatie wordt bij een verbouwing in 1955 afgebroken, maar een grote en een kleine ketel blijven bewaard. De eerste beland in het Groninger Museum en de kleinste in hotel WEEVA, wat staat voor ‘Woon En Eethuis Voor Allen). WEEVA is de opvolger van de volksgaarkeuken en heet tegenwoordig Martine Hotel. Sinds 2011 heet het weer WEEVA (10). De inhoud van de ketel op de foto (bovenaan de pagina) is circa 2000 liter (8). De inhoud ervan wordt soms ook met 2430 liter (7) en 2400 liter (6), zodat de werkelijke inhoud niet helemaal duidelijk is. Als we er echter een berekening (oppervlakte van grondvlak x hoogte) komen we uit op ongeveer 2371 liter. De doorsnede van de ketel is namelijk 1,60 meter en de hoogte 1,18 meter. De berekening luidt dan (3,14x80x80)x118= 2371,33 liter, dit gezien de formules pi*r2*h (oppervlak bovenkant) x de hoogte. Omdat de onderkant niet vlak is, zou de inhoud eerder uitkomen beneden 2371 liter. Of maak ik hier een rekenfout? Wie het weet mag het zeggen (e-mail).


De commissie van toezicht en het personeel van het Soephuis.
De commissie van toezicht en het personeel van het Soephuis. Aan de muur hezelfde bord als in de foto bovenaan de pagina en onderaan de pagina. (Bron: Eigen verzameling foto's).

De armen krijgen niet zomaar soep. Ze moeten daarvoor een Spijskaart bezitten die uitgedeeld werden door instellingen en particulieren. De Stad koopt ook 700 Spijskaarten. Elke kaart is goed voor 36 porties soep van 1 liter en gedurende de hele 19e eeuw maken de armen van de Stad er gretig gebruik van. Uit aquarellen van de Groninger schilder J. Ensing kunnen we opmaken dat de mensen met een aardewerken pot met hengsel naar het Soephuis komen om met een houten kuipje.
Als het feest is wordt er een extraatje uitgedeeld in de vorm van broodjes en in 1900 is er zelfs worst en krentenbrood. De commissie zelf eet dan oesters, ossentong, asperges, tarbot, patrijs en als toetje mokka ijs, zo weten we uit een bewaard gebleven menukaart.
Als de Eerste Wereldoorlog uitbreekt zijn de uitdelingen aan het Soephuisstraatje hard nodig, maar na de oorlog loopt de belangstelling snel terug en wordt een jaar later besloten het Soephuis te sluiten. Het personeel wordt ontslagen en het pand verhuurd. Het meubilair schenkt de commissie in 1923 aan de Menkemaborg. De leden van de Commissie blijven echter nog wel een tijdlang vergaderen om de winst van het aanwezige kapitaal voor sociale en culturele doeleinden te besteden (2).
Hoewel de meeste armen zich dankbaar tonen, is het bij de uitdeling van de soep in de eerste helft van de 19e eeuw vaak een drukte van belang met veel duw en trekwerk. De ouderen hebben daarbij maar weinig begrip voor de kinderen die er bij aanwezig zijn en drukken ze bijna plat, de oudjes vallen bijna om door het gedrang, maar kunnen zich staande houden, juist omdat de mensen 'bijeengekpakt' staan. Voor een goed verloop van de soepuitdeling moet dan ook de hulp van de politie worden ingeroepen om de mensen weer toe bedaren te brengen.

Het Soephuis staat nog steeds op de hoek van het Soephuisstraatje te Groningen aan de Zwanestraat 12. Over de toegang naar de kelder is een rooster geplaatst. De gevel dateert uit 1613. De stoep van het Soephuis in Groningen, met de toegang naar de kelder in 1925.
Het Soephuis staat nog steeds op de hoek van het Soephuisstraatje te Groningen aan de Zwanestraat 12. Over de toegang naar de kelder is een rooster geplaatst. De gevel dateert uit 1613. (Bron: Wikipedia). De stoep van het Soephuis in Groningen, met de toegang naar de kelder in 1925. (Bron: ©RHC Groninger Archieven, Vervaardiger: Openbare werken. Indentificatienummer: NL-GnGRA_1785_24331, met toestemming geplaatst).

 

 

Rumfordsoep
Rumfordsoep, ook wel Rumfordse soep genoemd, is een idee van de Amerikaanse arts en uitvinder Benjamin Tomson, graaf van Rumford. Hij is een Amerikaaanse geleeerde en ontwikkelt rond 1800 voor de armen van München een voedzame en goedkope soep die bestaat uit gort, erwten, aardappels, tarwebrood, azijn, zout en water.

 

Benjamin Thomson (1753-1814), graaf van Rumford, heeft in de Amerikaanse vrijheidsoorlog verkeerd gekozen, namelijk de kant van de Engelsen, en vertrekt uit de VS naar Duitsland, waar hij voor zijn verdienten door de Keurvorst van Beieren in München in de adelstand wordt verheven. Het is een merkwaardige figuur die een aantal ontdekkingen doet, waarmee hij de gewone man van dienst is. Zo vindt hij een kachel uit die met weinig brandstof veel warmte geeft. En hij experimenteert met volksvoedsel dat goedkoop, eenvoudig en toch voedzaam en smakelijk kan zijn, introduceert ondermeer de aardappel en een fornuis die je zelf kunt regelen (1).

 

Zijn Rumfordsoep wordt gratis uitgedeeld en in heel Europa wordt in die tijd Rumfordse soep gegeten. In Rotterdam nemen enkele vooraanstaande burgers in de strenge winter van 1800-1801 dit initiatief over. Ze laten de soep uitdelen in het Bieraccijnshuis, op de hoek van het Grotekerkplein en Torenstraat. Vanaf 1812 neemt de armenzorg de uitdeling op zich (3).

 

Hoe dat in de stad Groningen het geval is geweest is al eerder beschreven. Het recept voor Rumfordsoep is nog steeds goed bekend omdat in de tijden van Napoleon het recept voor de soep naar alle gemeenten wordt gestuurd. Het bestaat uit:

500 gram erwten
100 gram parelgort
500 gram aardappelen
2 uien
500 gram runderbeen (knobbel)
1 knolselderij
1 bos peterselie
1 mergpijp
peper
azijn
laurier
zout

De gort moet men enkele uren laten weken en de gewassen erwten één nacht. De dag erop wordt aan de erwten en het weekwater nog evenveel gewoon water toegevoegd. Vervolgens wordt het kookvocht in een ruime pan overgegoten en worden mergpijp en runderbeen toegevoegd, alsmede twee uien die in twee helften worden gedeeld. In de uien worden de laurierblaadjes geprikt en er wordt peterselie in de pan gedaan. Als de deksel op de pan is gedaan wordt alles aan de kook gebracht, vervolgens de zaak afschuimen en circa anderhalf uur zachtjes laten koken. Daarna gaan runderbeen, mergpijp en laurier uit de pan en wordt de soep op smaak gebracht met zout en peper.
De aardappelen en de knolselderij worden geschild in blokjes en daarna worden deze aan de soep toegevoegd. Het geheel moet nu nog twintig minuten op een laag vuurtje worden gekookt. Soms wordt de soep aan de dikke kant. Dat is geen enkel probleem: er wordt wat extra water bijgevoegd en ook is het mogelijk aan de soep een flesje witbier toe te voegen en wat azijn. De soep kan nu in een kom of bord worden opgediend en bestrooid worden met gehakte peterselie. Eventueel kan men er ook brood bij eten (4).


Een vader en zijn zoon halen soep Hille Leimhoes de bedelares. Moeder en zoon zijn op weg naar het soephuis op soep te halen. Moeder en dochter wachten op hun beurt bij het soephuis in Groningen.
Een vader en zijn zoon halen soep. De Groninger schilder J. Ensing maakte in 1844 een viertal afbeeldingen over mensen die het Soephuis bezoeken.

Hille Leimhoes de bedelares. Schilder: J. Ensing, 1844.

Moeder en zoon zijn op weg naar het soephuis op soep te halen. Schilder J. Ensing, 1844. Moeder en dochter wachten op hun beurt bij het soephuis in Groningen. Schilder: J. Ensing, 1844.

 

Het eigenlijke recept van Rumford wordt wel ‘economische soep’ of 'armensoep' genoemd, en is bedoeld voor 500 personen en het recept bestaat dan uit:

 

15 kg gemalen groene erwten
6 bossen selderij
15 kg witte bonen
2 manden soepgroenten
15 kg hele gort
25 middelmatig grote uien
8 kg grof tarwebrood
3 kg zout
1 mand aardappelen
6 mengelen azijn (± 7 liter)
8 bossen wortelen
8 lood peper (± 400 gram)
De Zwanestraat te Groningen, met in het midden het Soephuis.
  De Zwanestraat te Groningen, met in het midden het Soephuis. (Bron: Wikipedia).


Deze zeer stevige soep wordt ook wel gemaakt met een gelei van beenderen. Men neemt daarvoor 25 kg ossenvlees en 25 kg ossenschenkel, die drie tot vier uur worden gekookt in regenwater. Vervolgens schraapt men het vlees van de botten en worden de botten in een zgn. ‘Papiniaanse pot’ gedaan (de voorloper van de snelkookpan), waarin een temperatuur kan worden ontwikkeld waarbij de beenderen tot gelei kunnen worden gekookt. Dat duurt nog eens drie tot vier uur, maar: ‘… men zegt dat men dan daardoor eene van de krachtigste en aangenaamste Bouillons bekomt’.
Als je deze soep wilt maken moet je een beetje creatief zijn: eerst omrekenen naar een kleinere hoeveelheid en als je geen snelkookpan hebt, gewoon rundvlees mee laten koken in de pan (wel een paar uur uiteraard). Maar gooi er niet zoveel peper in als in het recept staat aangegeven (zelfs niet als je het omgerekend hebt) (4).

 

De tekst boven de soepketel: ´Denk sterveling aan de wet u door de natuur gegeven. Troost uwen even mensch dien gij in lijden ziet. Verligt indien gij kunt. Zijn zorg en rampvol leven en weiger hem voor ´t minst het noodig voedsel niet´
De tekst boven de soepketel: ´Denk sterveling aan de wet u door de natuur gegeven. Troost uwen even mensch dien gij in lijden ziet. Verligt indien gij kunt. Zijn zorg en rampvol leven en weiger hem voor ´t minst het noodig voedsel niet´. (Foto: ©Harm Hillinga, tijdens de 25e Dag van de Groninger Geschiedenis in de hal van de RHC Groninger Archieven op 13 oktober 2012).

 

 

 

 

Bronnen en literaruur:

 

 

  1. 01. Floor van Gelder en Magdaleen Kingmans in ‘Armenzorg en bedelarij in Groningen inde 19e eeuw’, Deel II.
  2. 02. Het verhaal van Groningen. ‘De soepketel’, 1795-1914. http://www.hetverhaalvangroningen.nl/verhalen/de-soepketel.
  3. 03. Stadsarchief Rotterdam (www.gemeentearchief.rotterdam.nl/recept-rumfordse-soep).
  4. 04. Recept: http://members.ziggo.nl/a.janse/recepten.htm.
  5. 05. Bezoek aan de 25 Dag van de Groninger Geschiedenis op 13 okt. 2012.
    06. Henk Scholte in een reactie op http://www.kleinstesoepfabriek.nl/guestbook/index.html van de 'Kleinste SoepFabriek'.
    07. Feith, Special 26e Dag van de Groninger Geschiedenis, nr. 3, 2012, 'Ensings afhaalders van soep', door Egge Knol, blz. 28.
    08. Ergens in een aankondiging gelezen, maar herinner me niet meer waar.... (HH).
    09. De kleine foto's van Ensing zijn verkleinde afbeeldingen uit mijn eigen verzameling.

10. Info dhr. Jos Rietveld te Groningen, 13 febr. 2013.

 

 

 

Deze pagina maakt deel uit van www.nazatendevries.nl.

Aan bovenstaande tekst is de uiterste zorgvuldigheid besteed. Desondanks kunnen er best fouten voorkomen.
Constateer je fouten en/of heb je vragen, correcties, aanvullingen...geef die dan even aan mij door via mijn E-mail adres.

 

 

 

Hoogeveen, 25 okt. 2012

Update: 8 augustus 2020.
Verhaal: © Harm Hillinga
.

Menu Artikelen.
Terug naar de HomePage.
Top