Adam en Eva

Afb. boven: Adam en Eva
in het paradijs.

 


Oestrogenen in de Donkere Eeuwen
1. De vrouw is onderdanig aan de man, want, zo staat geschreven: “het hoofd van iedere man is Christus, het hoofd der vrouw is de man”. Door misbruik van o.a. deze Bijbeltekst zijn vrouwen lange tijd onderdrukt geweest in de religieuze middeleeuwen waar de Kerk en geestelijkheid een aanzienlijke positie hebben gehad.
2. Er is maar één kerk en die is oppermachtig!

Geschiedenis is zeer belangrijk
Bij het lezen over vroeger is het belangrijk om te weten waar de wereld-situatie van vandaag vandaan komt. In de middeleeuwen is de stem van de vrouw moeilijk te horen: de middeleeuwen zijn de ‘manneneeuwen’. Zelfs bij de hoofse liefde, waarin de vrouw zo op de voorgrond treedt, is zij het middelpunt van een spel tussen de heren. Dat de middeleeuwse samenleving een mannelijke samenleving is geweest, of beter gezegd: een door mannen gemaakte samenleving, valt niet te betwisten. Het typische haantjesgedrag van mannen vandaag de dag vertonen is te verklaren vanuit de Middeleeuwen. Jongens wordt in die tijd geen enkel ander doel voor ogen gehouden dan seksegenoten de loef afsteken en glorie verwerven. Hiervoor worden codes ontwikkeld, de zogenaamde riddercode.


xx

Afb boven: Miniatuur uit begin 14de eeuw, waarin een priester het huwelijk van een paar, dat staat gebukt onder een doek, inzegent Bronvermelding: Londen, National Gallery.

 

Trouwen in de Middeleeuwen
Het lijkt lang vanzelfsprekend: een jongen en een meisje worden verliefd en gaan trouwen. Zij sluiten eerst een kerkelijk huwelijk bij de pastoor of de dominee, daarna nog een keer voor de wet en leven nog lang en gelukkig met elkaar.
Wij, in de 21ste eeuw, weten dat dit vandaag de dag helemaal niet zo vanzelfsprekend is. Maar ook vroeger is dat niet het geval. Zo is in de Middeleeuwen het huwelijk nog lang uitsluitend een zaak tussen de ouders van de bruid en de bruidegom.
Zij sluiten een overeenkomst, die bezegeld wordt met een gift door de ouders van de bruidegom aan die van de bruid, bestaande uit land en goederen. Na de bruiloft wordt het bruidspaar vervolgens ceremonieel begeleid naar het huwelijksbed.
Pas het 'consumeren' van het huwelijk, de geslachts-gemeenschap, maakt dat het paar erkend wordt door de familie als man en vrouw. De Kerk speelt in het hele verhaal nog geen belangrijke rol. Dat komt pas in de loop van de 13de, 14de eeuw, als de Kerk van het huwelijk een sacrament maakt en het recht opeist als enige huwelijken te sluiten.

De nu als onveranderlijk beschouwde vrijheid zelf over zijn huwelijk te beslissen heeft in de autoritaire, door de familie bepaalde werkelijkheid van de late Middeleeuwen weinig kans. De buitengewone betekenis van huwelijks-sluitingen – als middel om machts- en bezitsstructuren te vestigen en in stand te houden – maakt het in de bezittende en machtige hogere lagen van de samenleving de meisjes vrijwel onmogelijk invloed uit te oefenen op de huwelijksplannen, die door de oudere generatie voor hen worden uitgestippeld. Ondanks de kerkelijke leer van de instemming der echtelieden regelen vaders, moeders, vrienden en verwanten de toekomst van hun kinderen, nichten en kleindochters. Echter, de eveneens de jonge mannen hebben nauwelijks méér recht op inspraak dan de meisjes van hun leeftijd.

De specifieke onderdrukking van vrouwen door gearrangeerde huwelijken ligt eerder in het feit dat hun bestaan wordt teruggebracht tot dat van echtgenote aan de zijde van een man om diens (familie)belangen en behoeften te dienen. Met name (jonge) vrouwen hebben steeds weer geprobeerd invloed uit te oefenen op de beslissing, hetzij doordat zij hun huwelijk achteraf voor een kerkelijke huwelijksrechtbank nietig willen laten verklaren, hetzij doordat zij de bescherming van kloostermuren en kuisheidsgeloften zoeken om aan de huwelijkspolitiek van de familie te ontkomen. Wanneer tot het huwelijk besloten is, wordt de verhuizing van het kindbruidje bewerkstelligd. De jonge bruid belandt in een nieuwe familie, een nieuwe gemeenschap – en zij wordt als een kind uit de familie behandeld. Die ervaring hoeft niet onaangenaam geweest te zijn – vele vrouwen delen de gedachtegoed dat het huwelijk de beste van alle mogelijke levenswijzen voor een vrouw is en dat men er al vroeg voor moet zorgen dat een dochter aan de man komt. Dat is dan ook de grondslag van de in de hoogste kringen wijverbreide gewoonte van het kinderhuwelijk. Eveneens de patricische families en de lagere adel beschouwen een meisje met twaalf tot vijftien jaar ‘huwbaar’ en wordt zij op die leeftijd uitgehuwelijkt. Daarmee wordt echter de kans kleiner dat meisjes en jonge vrouwen hun eigen wens kunnen volgen bij een huwelijk. Op één punt lijkt iedereen het eens te zijn: de echtgenote moet jong zijn, in ieder geval, volgens de advies van Aristoteles, is een maagd te verkiezen boven een weduwe. Naïviteit en onerwarenheid van de echtgenote, beslist géén gebreken, bieden de toekomstige echtgenoot een waarborg voor de kneedbaarheid van zijn vrouw.

Hoe beleven de vele jonge meisjes en vrouwen echter het dagelijkse huwelijksleven aan de zijde van een man die zij vaak amper kennen en voor wie zij in de meeste gevallen ook geen liefde kunnen voelen?
Vooral op dit gebied kan de kerkelijke leer van het huwelijk uit genegenheid moeilijk ingang vinden tegen de maatschappelijke machtsverhoudingen in – en wil dat eigenlijk ook niet. De verhouding tussen man en vrouw mag niet die van twee gelijkgerechtigde partners zijn, want: ‘...weest elkander onderdanig in de vreze van Christus. Vrouwen, weest aan uw man onderdanig als aan den Here...’ (Eph. 5: 21-22). Deze uitspraak uit het Nieuwe Testament heeft ook in de late Middeleeuwen haar geldigheid nog niet verloren. Een goed huwelijk is de gemeenschap van man en vrouw naar de kerkelijke zedenleer pas als de man ‘regeert’ en de vrouw – onvoorwaardelijk – gehoorzaamt. Daarnaast heeft de kerk verbodsbepalingen voor seksuele gemeenschap. Bijvoorbeeld; de vrouw mag niet menstrueren, géén zwangerschap, niet tijdens het vastentijd, feestdagen en/of zondag. In de middeleeuwen wordt aan de vrouw bijvoorbeeld een totale aseksualiteit toegeschreven. Seks dient alleen voor voortplanting en is geen reden tot genot.

Liefde is een aangename toevoeging aan het geluk en de voortdurende inspanning van het dagelijkse samenleven, maar geen vooronderstelling voor een functioneel echtelijk samenleven.

Even belangrijk als huwelijk en burgerlijke staat is in de middeleeuwse gedachtenwereld het moederschap voor het dagelijks leven van de vrouw en haar positie in de samenleving. Kinderen baren en opvoeden wordt als een van de belangrijkste taken, als ‘roeping’ van de vrouw beschouwd, vooral in de mediterrane gebiedens van Europa. Een goed huwelijk moet kinderrijk (acht à tien kinderen) zijn, een goede echtgenote moeder – iedere andere mogelijkheid wordt als abnormaal beschouwd. Het succes van die inspanning bij de leken is gering. Het is in de 13e eeuw niet ongewoon dat vrouwen verstoten worden omzat zij ook na verscheidene huwelijksjaren kinderloos gebleven zijn. In de loop van de latere Middeleeuwen bereiken zogenaamde ‘maagdelijke’, niet door de bijslaap voltrokken of kinderloze huwelijken zelfs de ‘eer der altaren’ en worden kinderloze gehuwde vrouwen heilig verklaard.

Kinderen zijn in de Middeleeuwen te beschouwen als een nuttige investering voor een verzekerde oud dag en helpen al vroeg - vanaf een jaar of vier - mee in huis en tuin. Echter wordt het leven van de ‘kinderen’ verdeeld in twee levensfacen. De ‘infantia’ en de ‘pueritia’. De infantia loopt van de geboorte tot circa het zevende levensjaar. Dit is als ware de echte ‘kindertijd’ waarin men geniet van het spelen. De pueritia loopt van het zevende tot circa het vijftiende jaar. Dit is de periode waarin de kinderen naar school gaan. Althans, de rijke. De meisjes uit de arme gezinnen helpen in het huishouden, of werken in het huishouden bij rijke mensen in huis en de jongens zijn werkzaam bij bijvoorbeeld een hoefsmid of een bakker.

 

Het huwelijk als wapen


Het huwelijk

De rijksaristocratie woont in het kasteel of op een slot enprobeert door uithuwelijking en soms door bruut geweld, hun macht uit te breiden. Zo weten zij hun machtsbasis te consolideren en andere geslachten de loef af te steken. Door huwelijk komen grafelijke functies bij het ontbreken van een erfgenaam bij de aangetrouwde familie terecht. Het huwelijk is dus een effectief middel om de macht uit te breiden. Zo wordt het belangrijk om goede huwelijkskandidaten te kiezen. Rijksaristocratie zal bij voorkeur binnen de eigen stand trouwen. Het huwelijk is dus meer een politieke bezitskwestie, dan dat er sprake is van liefde. Die koppeling wordt pas veel later gemaakt. Om de bezittingen te behouden is het verleidelijk om binnen de familie te trouwen. Als dit te vaak gebeurt kan dit tot inteelt leiden. De kerk weigert rond het jaar 1000 huwelijken met een verwantschap kleiner dan een zogenaamde kanonische graad van 3:4 te sluiten. Deze regel wordt door de kerk niet altijd gehandhaafd. Ook is zij onderhevig aan politieke overwegingen. De kanonische graad houdt dit in dat iedere generatie vanaf de gemeenschappelijke voorouder wordt geteld. Zo kan bijvoorbeeld een neef niet met een nicht (2:2) trouwen en een achterneef ook niet met een achternicht (3:3) .

 


 

Aan bovenstaande tekst is de uiterste zorgvuldigheid besteed. Desondanks kunnen er best fouten

voorkomen. Constateer je fouten en/of heb je vragen, correcties, aanvullingen...

geef die dan even aan mij door via mijn E-mail adres.

Hoogeveen, 27 jan. 2010
Verhaal: © Harm Hillinga

 

Terug naar menu 'Artikels en Colums'.
Terug naar de HomePage