Breede

Vlakbij Warffum ligt het historische dorpje Breede, ook wel De Bree genoemd. Breede is een klein dorp ontstaan op een kwelderwal. De naam Breede is afgeleid van Breede Ae en de naam Breede is in feite een samentrekking van ‘brede’ en ‘Aa’ en betekent ‘brede waterloop’. Op de hoge kwelderwal aan de oever van de zee is in de late middeleeuwen het dijkdorp Breede ontstaan. Waarschijnlijk valt de komst van de bewoning op deze plek samen met de aanleg van de oude dijk.
Breede heeft een middeleeuwse kerk en een gerestaureerde borg (ontstaan in de 16e eeuw), een prachtige pastorie en monumentale woonhuizen. Ook een zwembad, tennisbaan en een camping ontbreken niet in dit dorp. 


De kerk van Breede

De kerk van Breede
De huidige kerk is gebouwd in het laatst van de 14e of in het begin van de 15e eeuw in romano-gotische stijl, waarvan het dak bedekt is geweest met monniken en nonnen (pannen), maar tegenwoordig met blauw geglazuurde Hollandse dakpannnen. Er is hier zeer waarschijnlijk geen sprake geweest van eerdere kerkbouw, want opgravingen tijdens de restauratie in 1983 -1984 hebben geen vondsten opgeleverd van oudere voorgangers. Desondanks is er hier en daar sprake van een zaalkerkje omstreeks 1300.
In 1849 is zij uitwendig gepleisterd; ook het interieur is in dat jaar opnieuw vormgegeven. In de omstreeks 1700 gebouwde dakruiter op de nok van de kerk hangt een in 1615 door Hans Falck van Nueremberg gegoten klok.


De kerk van Breede is een rechtgesloten zaalkerk van bescheiden afmetingen. De oostelijke topgevel heeft zeven spitsbogige spaarvelden, die verlevendigd worden met siermetselwerk. De spaarvelden naast de middennis hebben gekoppelde bogen, waarvan de middenstijl op een kraagsteentje rust. De scheiding tussen topgevel en benedenzone wordt aangegeven door een zaagtandlijst en in het onderste deel van de gevel zijn de profielen van twee dichtgezette vensters te zien. Vermoedelijk worden deze vensters gesloten als de kerk een kansel krijgt. De hoeken worden gemarkeerd door lisenen. De langsmuren zijn eveneens versterkt met lisenen waarvan er twee aan de zuidzijde zijn uitgebreid tot steunberen om verzakking van de kerk aan deze kant tegen te gaan.


Interieur van de kerk voor de verbouwing, met rechts de herenbank en links achter het orgel.
Interieur van de kerk voor de verbouwing, met rechts de herenbank en links achter het orgel.
Het interieur van de kerk voor de verbouwing, met in het midden de kansel en link de herenbank.
Het interieur van de kerk voor de verbouwing, met in het midden de kansel en link de herenbank.
De kansel in de kerk van Breede voor de verbouwing.
De kansel in de kerk van Breede voor de verbouwing.
De teruggevonden (dichtgemetselde) hagioscoop tijdens de verbouwing
De teruggevonden (dichtgemetselde) hagioscoop tijdens de verbouwing.

Waarschijnlijk nog in de 17e eeuw worden de spitsboogramen ingebracht, die in de 19e eeuw worden voorzien van gietijzeren harnassen. We kunnen ons nog een voorstelling maken van de originele vensters met de vormen van de dichtgezette ramen in de koorgevel. De plaats van de zuideringang valt nog te herkennen maar de noorderingang is beter bewaard gebleven. Deze ingang komt tijdens de restauratie gaaf te voorschijn, maar ze is wel weer dichtgezet. Echter zo dat de uitgemetselde kraagstenen van de boog zichtbaar zijn gebleven. Tijdens de restauratie blijkt dat de kerk geen fundering heeft; ongeveer een halve meter onder het maaiveld houdt het metselwerk gewoon op.


De westgevel heeft een ingang onder een rondboog. Daarboven bevindt zich een spaarveld en de geveltop is versierd met drie klimmende spitsboog-nissen. Op de westgevel staat sinds het begin van de 17e eeuw een dakruitertje, waarin een klok hangt uit 1615 die door Hans Falck van Neurenberg gegoten is. In de 19e eeuw komt er een nieuw uurwerk dat de firma Van Bergen uit Midwolda wordt vervaardigd. De kerk heeft nog een eikenhouten sporenkap en ze wordt gedekt met pannen die vermoedelijk nog uit 1751 dateren. Na de restauratie is de kerk niet opnieuw bepleisterd, omdat de kosten daarvoor te hoog zijn. Ze is echter over gewit, zodat de structuur van het metselwerk goed zichtbaar is gebleven.


Evenals het exterieur is ook het interieur witgepleisterd. In het muurwerk treffen we nog aanzetten aan voor gewelven, maar waarschijnlijk is het gebouw nooit overwelfd geweest. In de 19e eeuw komt er in de plaats van de zoldering een gestuukt tongewelf. Aan de oostwand zijn pilasters gemaakt die eindigen in neo-corintische kapitelen. Deze kapitelen vormen een tegenwicht tegen de vrijstaande zuilen die naast het orgel staan en tegen het plafond in kapitelen eindigen.


Het tongewelf is versierd met enkele rozetten. Met deze versieringen, pilasters en kapitelen heeft de kerk een classisistisch aanzien gekregen. Aan de noordwand staat een eikenhouten bank uit de 17e eeuw met het wapen van de familie Sickinghe op de overhuiving. Deze familie bezit van 1568 tot in het laatst van de 17e eeuw de "Warffumborg" en tussen 1678 en 1705 de "Breedenborg". De kerkenraadbank staat tegen de zuidwand in de koortravee. In 1853 komt er een nieuwe preekstoel, gemaakt volgens het type dat in de 17e eeuw in de provincie veel voorkomt met vrijstaande gewrongen zuiltjes op de hoeken. De avondmaalstafel met marmeren blad dateert uit 1878. De vier messing petroleumlampen zijn dankzij een grondige restauratie bewaard gebleven.


In 1849 levert de firma van Oeckelen het orgel. Dit instrument heeft ooit als kabinetorgel in huize Meerwijck bij Zuidlaren gestaan en is in die tijd eigendom van O.Q.J.J. van Swinderen. Om dit huisinstrument tot een kerkorgel te maken draait Van Oeckelen de kas een halve slag zodat de speeltafel aan de achterzijde komt. Voorts voorziet hij het orgel van een passend front, bekroond met het wapen van Jhr. Alberda Menkema tussen twee schilddragende leeuwen. Jhr, Alberda van Menkema is collator van de kerk geweest. Het orgel heeft 12 stemmen verdeeld over twee klavieren en een aangehangen pedaal.


De kerk bezit gaaf 17e eeuws meubilair in 19e eeuwse opstelling met een bank voor de familie Sickinge uit 1653 en een preekstoel uit 1853.

 
In 1949 is de laatste predikant vertrokken en in 1971 wordt de kerkgemeente gefuseerd met die van Warffum. Het kerkgebouw vervalt vervolgens, maar wordt na een inzamelingsactie door bewoners en mensen uit de omgeving tussen 1981 en 1983 hersteld. Het kerkje krijgt vervolgens een multifunctionele bestemming. Het doet tegenwoordig dienst als trouw- en als uitvaartlocatie. Daarnaast vinden er regelmatig concerten, tentoonstellingen en lezingen plaats. Een enkele keer gebruikt de hervormde gemeente van Warffum-Breede de kerk nog voor kerkdiensten. De begraafplaats naast de kerk is nog steeds eigendom van de hervormde gemeente Warffum-Breede. In 1992 is het kerkje door de hervormde gemeente overgedragen aan de Stichting Oude Groninger Kerken (SOGK). Rond het kerkhof staat nog een laag gietijzeren hekwerk uit 1864.

 

De pastorie van Breede.

 

 

De pastorie

De pastorie van Breede.

Naast de kerk staat de oude en eveneens witgepleisterde pastorie. De eerste pastorie zal in dezelfde periode als de kerk zijn gebouwd. Niet altijd heeft er een dominee gestaan: Na de reductie duurt het nog tot 1616 alvorens er een geschikte predikant wordt gevonden. In de jaren 1650 en 1750 wordt de pastorie verbouwd met de kerkverbouwingen mee.

Bij de laatste vernieuwing krijgt de pastorie het aanzien van een pastorieboerderij (weem) met een vierkant voorhuis met aan oostzijde een schuur. Daarvoor heeft er een eenlaags dwarshuis gestaan met achterhuis en schuur. In 1912 krijgt Breede een nieuwe dominee in de persoon van A. van Riemsdijk. Onder zijn leiding wordt de schuur gesloopt en vervangen door een koetshuis.

De pastorie krijgt een nieuw schilddak en op het vrijgekomen terrein achter de pastorie wordt een nieuwe begraafplaats aangelegd. Het kerkhof wordt daarop gesloten voor nieuwe teraardebestellingen. Van Riemsdijk overlijdt in 1949 en de gemeente weet geen nieuwe dominee aan te trekken, waarop de pastorie vrijkomt voor een nieuwe bestemming. In de jaren daarna wordt de pastorie door hervormde vrijwilligers verbouwd tot 'vormingscentrum' (Breederwiedte of De Breede), dat in 1952 haar deuren opent.

In dit vormingscentrum wordt door de hervormde kerk aandacht besteed aan ontwikkelingen en problemen van de christelijke bevolking op het platteland (gemeenschapsvorming, gezinsontwikkeling, jeugdwerk, ontvolking op het platteland). Het vormingscentrum wordt zo'n succes dat het in 1960 moet worden verplaatst naar een nieuwe locatie in Obergum, dat voor de bus- en treinreizigers iets gunstiger gelegen is.
Zowel de kerk als de pastorie zijn Rijksmonumenten.


Literatuur:

01. Friso, W. (2008), Het verhaal van Breede. Groningen: Archiefetcetera (Kunst)historisch Onderzoeksbureau. 30 p.

02. Duinkerken, W. [red.] et al. (1989), De historie van Warffum, Breede en Rottumeroog. Hoogezand: Stubeg. 228 p.

03. Krips-van der Laan, H. & A. Kloosterboer (ca. 1983), De Ned. Hervormde kerk te Breede. Warffum/Breede : Comité Fondsen t.b.v. de Restauratie van de Ned. Hervormde Kerk te Breede. 48 p.

04. Juk, T. (2006), Warffum en Breede: sporen uit het rijke verleden van twee kerkdorpen op het Groningse Hoogeland. Warffum: Stichting Uitgaven Noord-Groningen. 351 p..

05. Wikipedia.

 


Deze pagina maakt deel uit van www.nazatendevries.nl.
Aan bovenstaande tekst is de uiterste zorgvuldigheid besteed. Desondanks kunnen er best fouten voorkomen.
Constateer je fouten en/of heb je vragen, correcties, aanvullingen...geef die dan even aan mij door via mijn E-mail adres.
Laat ook eens een bericht achter in het Gastenboek.
Hoogeveen, 5 november 2013
Verhaal: © Harm Hillinga
.
Menu Artikelen.
Terug naar de HomePage.
Top