De voormalige bepleisterde pastorie of weem van Eexta in volle glorie.

De voormalige bepleisterde pastorie of weem van Eexta in volle glorie. (Rijksmonument) Foto: ©Jur Kuipers, mei 2022.

 

Hierboven zie je een foto van de prachtige pastorie van het vroegere dorp Eexta, de ´Weem´. Het is een eeuwenoud pand, waaraan in de loop van 800 jaar heel wat is gesleuteld. De onderste afbeelding laat zien hoe het er ongeveer uit heeft gezien als het in de 13e eeuw als onderkomen voor de Eexter pastoor wordt gebouwd.

 

Op deze afbeelding is de weem duidelijk zichtbaar, met het voorhuis en de schuur erachter. De bomen rechtsvoor de weem zijn waarschijnlijk fruitbomen. Als we goed kijken zien we daar een vrouw met een klein meisje. Recht vóór de ingang zien we twee afgebakende tuintjes, waarin twee mannen aan het werk zijn. Achter de weem staat de voormalige kruiskerk met toren, waartoe de weem toebehoort. Op het pad voor de kerk staan twee mannen. Mogelijk is een van de twee mannen A.J.H. Bauer, die vóór de afbraak van de kerk tekeningen heeft gemaakt. Het langwerpige gebouw op de voorgrond is de woning van de koster met de school onder één dak. Er staan drie schoorstenen op het dak. De woning achter de kosterswoning is het armenhuis. Niet op deze afbeelding te zien, staat de kroeg aan de linkerzijde van het armenhuis en recht tegenover de ingang van de kerk. We zien hier ook dat de weem zelf is omgracht. Een kerkhof is op de afbeelding niet goed zichtbaar. Wat betreft de kruiskerk volgt er een afzonderlijk artikel. 




Bron afbeelding: het betreft een uitsnede van een foto gemaakt van het originele schilderij zoals aanwezig in de weem. Het schilderij is vervaardigd door kunstschilder Geert Schreuder.


Het filmpje onderaan deze pagina geeft nog meer duidelijkheid en informatie over dit schilderij en de weem.



Klik op de afbeelding voor een vergroting. De details zijn dan ook beter zichtbaar, zoals de geit vóór de kosterwoning en de koster (?) die in de deuropening staat. De vergroting wordt in een nieuw venster/tabblad geopend.
De vergroting kun je sluiten door op het kruisje in het tabblad te klikken.

Afbeelding hierboven: Op deze afbeelding is de weem duidelijk zichtbaar, met het voorhuis en de schuur erachter. De bomen rechtsvoor de weem zijn waarschijnlijk fruitbomen. Als we goed kijken zien we daar een vrouw met een klein meisje. Recht vóór de ingang zien we twee afgebakende tuintjes, waarin twee mannen aan het werk zijn. Achter de weem staat de voormalige kruiskerk met toren, waartoe de weem toebehoort. Op het pad voor de kerk staan twee mannen. Mogelijk is een van de twee mannen A.J.H. Bauer, die vóór de afbraak van de kerk tekeningen heeft gemaakt. Het langwerpige gebouw op de voorgrond is de woning van de koster met de school onder één dak. Er staan drie schoorstenen op het dak. De woning achter de kosterswoning is het armenhuis. Niet op deze afbeelding te zien, staat de kroeg aan de linkerzijde van het armenhuis en recht tegenover de ingang van de kerk. We zien hier ook dat de weem zelf is omgracht. Een kerkhof is op de afbeelding niet goed zichtbaar. Wat betreft de kruiskerk volgt er een afzonderlijk artikel.

 

Bron afbeelding: het betreft een uitsnede van een foto gemaakt van het originele schilderij zoals aanwezig in de weem. Het schilderij is vervaardigd door kunstschilder Geert Schreuder.


Het filmpje onderaan deze pagina geeft nog meer duidelijkheid en informatie over dit schilderij en de weem.

 

Klik op de afbeelding voor een vergroting. De details zijn dan ook beter zichtbaar, zoals de geit vóór de kosterwoning en de koster (?) die in de deuropening staat. De vergroting wordt in een nieuw venster/tabblad geopend.
De vergroting kun je sluiten door op het kruisje in het tabblad te klikken.

Aan de overzijde van de weg heeft het kerkhof gelegen met daarop in het midden van het huidige kerkhof een stoere hoge kruiskerk zoals die in Zuidbroek. Het is het religieuze centrum van het dorpje Eexta geweest. Oorspronkelijk moet de weem het uiterlijk van een vesting hebben gehad. Dikke muren van kloosterstenen, een kelder met een waterput tegen belegering, spleetramen te klein om je door naar binnen te wurmen en grotere ramen met traliewerk. Met een brede gracht en een gebarricadeerde deur moet de pastoor en zijn huisgenoten het in tijden van nood wel even vol kunnen houden. De afbeelding hierboven is dus van een wat vroegere datum.

 

De weem van Stapelmoor (1429) in Duitsland.

 

Het leven op de vroegere weem
Het is ons moeilijk voor te stellen hoe onzeker het leven in de 13e en 14e eeuw moet zijn geweest. Rovers, landlopers en rivaliserende hoofdelingen plunderen regelmatig plekken waar wat te halen is. Politie of andere bescherming bestaan niet. Je bent, samen met je dorpsgenoten, helemaal op jezelf aangewezen in die tijd. Als er onraad dreigt, is er maar één oplossing, de toren zien te bereiken en aan het klokkentouw gaan hangen, zodat de bevolking wordt gealarmeerd. De weerbare mannen en boerenjongens grijpen dan hun hooivorken en dorsvlegels bij elkaar en nemen de kettinghonden mee, om samen have en goed te beschermen. Moord en doodslag komen in die tijd geregeld voor.


Ten opzichte van de onderste foto van de herbouwde 13e-eeuwse weem in Westeremden[1], is goed te zien dat het huis nogal is veranderd. Beide topgevels met schoorstenen worden afgebroken en met een schuin dak en nieuwe schoorstenen wordt het dak dichtgemaakt. En vanaf ongeveer 1550 als er meer orde en gezag komt, kunnen de ramen ook groter worden gemaakt. Eerst zijn ze nog bescheiden van grootte, maar gaandeweg moet het groter en lichter worden. Dat is een heel verschil met de middeleeuwen, als het interieur meer het aanzien heeft van een donkere kelder waar de boel met kaarsen en olielampen moet worden verlicht. Verwarming is er nauwelijks en het tocht aan alle kanten. Alleen met dikke kleren blijven de pastoor en de huishoudster warm.

 

De door kunstenaar Henk Helmantel gereconstrueerde Weem (pastorie) van Westeremden. Zo zal de oorspronkelijke weem van Eexta er ook ongeveer uit hebben gezien.

De door kunstenaar Henk Helmantel gereconstrueerde Weem (pastorie) van Westeremden. Zo zal de oorspronkelijke weem van Eexta er ook ongeveer uit hebben gezien. In deze weem is ook een museum gevestigd dat toegankelijk is voor bezoekers.
Foto: Andrys Stienstra, 15 augustus 2015. Licentie: Creative Commons Naamsvermelding-GelijkDelen 4.0 Internationaal licentie.


In de eerste eeuwen hebben huis en erf het aanzien van een boerenerf, want de pastoor is ook boer met zijn koeien, paarden en kippen net als ieder ander zelfvoorzienend. Wat nu de voorkant van de weem is, is vroeger de achterkant geweest. Waar nu de aangebouwde schuur staat, is dan een open boerenerf met schuren, stalruimte en hokken, met hooibergen en mestvaalten met kippen en varkens.


De huidige Kerklaan bestaat dan nog niet. De weg tussen pastorie en kerkhof is de oude Herenweg door het dorp. Aan die weg staan de boerderijen, zoals we nog kunnen zien aan de Buiteneexterweg. Aan beide zijden van de weg strekken zich weiden en akkers uit, zover het oog reikt.

Middeleeuwen
In de pastorie van Eexta zijn in de middeleeuwen vijf vertrekken. Driekwart van de oppervlakte bestaat uit een groot vertrek die we vaak vinden, genoemd als ´het sael´. Het vertrek wordt niet echt bewoond, maar meer gebruikt als er een bijeenkomst is. Ook zit hier de deur naar het erf.


Bij de oude weem in Warffum is ontdekt, dat daar een simpele lemen vloer heeft gelegen met een stookplaats midden in het sael. Misschien wordt daar de dagelijkse pot gekookt. En heb geen al te hoge verwachtingen van mooie witte muren, want die zijn grauw geworden door de rook.

Boven het sael is een zolder, zo laag dat je er nauwelijks rechtop kunt staan. Hier wordt het wintervoedsel voor de huishouding bewaard, rogge, boekweit en bonen en misschien wat zaaigoed.
Door een binnenmuur wordt het sael afgescheiden van de drie andere, boven elkaar liggende kleinere vertrekken die via een trap langs de muur te bereiken zijn.


De kelder van de weem.
De kelder van de weem. Foto: A.J. (Ton) van der Wal, Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, novemeber 2002.

De kelder
Helemaal beneden zit de kelder en die zit er nog steeds. Een mooie overwelfde kelder is het, met in het midden een gemetselde pilaar. De ingang zit nog op de originele plek en in de muren zien we enkele nissen, misschien om er een kaars in te zetten. In die kelder zit ook de waterput. De tegelvloer op de foto is niet uit de bouwtijd, maar is later aangebracht.


Boven de kelder vinden we de opkamer en aan twee nissen is nog te zien, dat er oorspronkelijk in de muur, waartegen later de schuur wordt gebouwd, twee ramen hebben gezeten met uitzicht op de kruiskerk. In één van de raam nissen is nog een gietgat te zien, waardoor ze vroeger water naar buiten hebben kunnen afvoeren.

Sacristie
Alles wijst erop, dat dit niet het dagelijkse woonvertrek van de pastoor is geweest, maar dat het de functie heeft vervuld van een soort sacristie[2]. Bij de huidige katolieke kerken is zo´n sacristie meteen aan de kerk gebouwd en is het de bewaarplaats voor de priesterkleding, de boeken, de hostie en de kelk en schalen die worden gebruikt tijdens de mis. Dat zijn kostbare attributen en voor het bewaren daarvan kent men in de kerk geen speciale ruimte. Misschien heeft de pastoor hier ook zijn gasten ontvangen. Het vertrek is niet erg groot en wellicht is er een stookplaats geweest.

Woon- en slaapvertrek
Boven de opkamer heeft de Eexter pastorie nog een vertrek en dat is wellicht het woon- en slaapvertrek van de pastoor. Aan de kant van de straat en de kerk zitten twee grotere ramen, voorzien van glas in lood en traliewerk. In de andere muren zitten alleen spleetramen. Waarom wordt dit vertrek gezien als de woon- en slaapplaats?

Achter de stenen komt een oude plee tevoorschijn.
Achter de stenen komt een oude plee tevoorschijn. Foto: A.J. (Ton) van der Wal, Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, novemeber 2002.

 

Omdat enkele jaren geleden met het strippen van de muren, in de hoek een dichtgemetselde nis is gevonden, zoekt men verder.

 

Nieuwsgierig naar wat er achter zit, haalt men de stenen weg en komt er een privaat, een oude plee tevoorschijn. In de nis zit nog steeds de plank met een rond gat. Daar kan de pastoor zijn behoefte doen. Via een stortgat door de muur komt dat beneden in de tuin terecht. Een unieke vondst.

 

Boven de woonvertrekken heb je de grote zolder, waarvan het gebint uit de bouwtijd dateert en onderzoek naar de jaarringen heeft aangetoond dat de eikenbomen zo rond 1250 zijn gekapt. En daarmee heeft de Eexter pastorie de oudste dakconstructie van Noord-Nederland. 

 

Een deel van de dakconstructie. Het houtwerk is gemaakt van eikenbomen rond 1250. Daarmee behoort deze dakconstructie tot de oudste van Noord-Nederland en volgens ingewijden zelfs tot de oudste van heel ons land.


De voormalige weem van Eexta is gelegen ten oosten van de begraafplaats. Tot 1870 stond op dit de laatste terrein een laatromaanse[3] kruiskerk[4] met losstaande klokkentoren, stilistisch[5] verwant met de -zoals boven al is verteld- de jongere Petruskerk van Zuidbroek. Na in 1869 stormschade te hebben opgelopen, wordt in 1870 de kerk van Eexta afgebroken. Verderop aan de Kerklaan heeft vervolgens vervangende nieuwbouw plaatsgevonden.
De pastorie is een eeuw later bijna eenzelfde lot beschoren. In 1961 heeft de kerkenraad het voornemen het gebouw op afbraak te verkopen. De koper behoedt het gebouw echter voor sloop. Inzicht in de architectuur-historische waarde van de pastorie is pas gekomen als eigenaar, Jan Loots, er in 2001 zijn landmeetkundig bureau Geoplus in huisvest. Na het verwijderen van de betimmering van enkele wanden leiden de door hem aangetroffen bouwsporen tot het besluit de Rijksdienst voor de Monumentenzorg in te schakelen voor bouwhistorisch onderzoek.

 

Een nis met daarachter de buitenmuur.
Een nis met daarachter de buitenmuur. Foto: A.J. (Ton) van der Wal, Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, novemeber 2002.

Resultaten bouwkundig onderzoek
Het huidige gebouw doet negentiende-eeuws aan. Het rechthoekig voorhuis kent een driedeling: rechts van de centrale entree in de oostgevel bevinden zich een kelder, opkamer en verdiepingskamer. Links bevinden zich twee boven elkaar gelegen kamers. De onderste van deze ruimtes wordt betiteld als de sael. De zolderverdieping van het huis is ongedeeld. Jaarringenonderzoek heeft aldus uitgewezen dat het oudste deel van de kapconstructie dateert uit 1256-1260.


Ten westen van het voorhuis bevindt zich een bedrijfsgedeelte gebouwd in 1874. De huidige schuur vervangt een voorganger uit 1802. Hoe oud het daaraan voorgaande bedrijfsgebouw is, is niet vastgesteld. Mogelijk dateert dit uit de zeventiende eeuw. De aanbouw van een schuur heeft hoe dan ook zijn sporen nagelaten in het oudere voorhuis. De hoofdingang is verplaatst van de west- naar de oostgevel. Ook zal na deze ingreep de centrale gang zijn gecreëerd.


Globaal zijn in de weem van Eexta voor 1600 twee bouwfasen te onderscheiden, waarbij de buitenomtrek van het hoofdgebouw hetzelfde is gebleven. Ten eerste is dat de bouw rond 1260. De hoge sael in het westelijk deel van het pand is dan de meest prominente ruimte, en beslaat circa twee derde van het huis. Mogelijk is de weem toentertijd alleen toegankelijk geweest via een mogelijk verhoogde ingang aan de westzijde. Bouwsporen hiervan zijn echter niet aangetroffen.

De kelder van de voormalige pastorie.
De kelder van de voormalige pastorie. Foto: A.J. (Ton) van der Wal, Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, novemeber 2002.

 

Gewoond is in die tijd in het oostelijk deel van het huis. De opkamer daar heeft nog de vorm van die uit de bouwtijd, evenals de lagere verdiepingskamer. Op de zolder en in de kelder is ruimte voor goederenopslag geweest.
Bij een verbouwing omstreeks 1516 is de sael verlaagd. Het vertrek is daardoor gemakkelijker warm te stoken. Bovendien heeft de ruimte erboven daardoor meer stahoogte gekregen. Het wooncomfort is eveneens vergroot door vergroting van de oorspronkelijke spleetvensters tot ‘kloostervensters’, dat wil zeggen in de lengte gehalveerde kruisvensters. Tot slot wordt de dakconstructie verstevigd door het toevoegen van sporen en het aanbrengen van een steunconstructie met gordingen en stijlen.


Op basis van de kerkrekeningen kan worden geconcludeerd dat in het derde kwart van de zeventiende eeuw een verbouwing is uitgevoerd, evenals in 1802 en 1874. De bouw van een nieuwe schuur in dat laatste jaar is al vermeld; ook is dan de gevel, die voorheen geverfd is geweest, voorzien van een pleisterlaag. Het meest bepalend voor het uiterlijk van het huis lijkt de verbouwing van 1802 te zijn geweest. De topgevels zijn in die tijd vervangen door schilddakvlakken.

 

De voormalige kosterswoning met daarachter de school, vóór de restauratie. Foto: September 2010,

De voormalige kosterswoning met daarachter de school, vóór de restauratie. Foto: September 2010, Hardscarf, Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed. Rijksmonument nr. 33070. Licentie: Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported licentie.

 

De voormalige kosterswoning aan de Kerklaan 104 lijkt totaal niet meer op de woning zoals afgebeeld op het schilderij boven. De woning is tegenwoordig grondig gerestaureerd. Het huis (met blauw dak) is gebouwd in 1802. De school erachter (oranje dak) in 1869

De voormalige kosterswoning aan de Kerklaan 104 lijkt totaal niet meer op de woning zoals afgebeeld op het schilderij boven. De woning is op deze foto grondig gerestaureerd. Het huis (met blauw dak) is gebouwd in 1802. De school erachter (oranje dak) in 1869.Foto: ©Jur Kuipers, mei 2022.


Weem te koop
In 2020 staat het monumentale pand wederom te koop, alsmede een terrein van driekwart hectare met daarin stinzenplanten[6] en oude bomen en daaromheen een gracht met ophaalbrug. Als het pand een aantal maanden te koop staat wordt de prijs fors verlaagd tot 999.999 euro. Of het pand daarna is verkocht en aan wie is schrijver dezes niet bekend.
De weem van Eexta is niet toegankelijk voor bezoekers.

 

De voormalige bepleisterde pastorie of weem van Eexta in volle glorie met op de voorgrond een deel van de gracht.

De voormalige bepleisterde pastorie of weem van Eexta in volle glorie met op de voorgrond een deel van de gracht.
Foto: ©Jur Kuipers, mei 2022.

 

 


Video van RTV Blauwestad - Beeldend verleden: Pastorie de Weem, Eexta, maart 2009:
(Bron: Youtube, vergeet niet het geluid aan te zetten....)

 

 

 

 

Noten, bronnen en referenties:

 


Met speciale dank aan J.P. Koers voor delen van de tekst (Facebook) en Jur Kuipers voor een aantal door hem gemaakte foto's.

 

 

Noten:

1. In deze herbouwde weem woont kunstenaar Henk Helmantel. Sinds 1985 heeft hij hierin ook een museum geopend. Het museum is geopend van 21 april t/m 29 oktober 2022, op donderdag, vrijdag en zaterdag van 13.00 uur tot 17.00 uur en is gesloten van zondag t/m woensdag. In 2022 bedraagt de entree voor volwassenen € 7,-, kinderen 13-18 jaar € 4,-, kinderen 0-12 jaar gratis. De prijzen zijn inclusief een kopje koffie/thee/limonade.

2. De sacristie is het vertrek in een kerk waar zowel het liturgisch vaatwerk als het liturgisch textiel (de parament) bewaard worden. Het wordt ook gebruikt als kleedkamer voor de celebrant en diens assistenten.

3. De Nederrijnse laat-romaanse stijl wordt ook wel tot de romanogotiek gerekend vanwege de toegenomen verticaliteit door het gebruik van kruisgewelven en het hier en daar toepassen van spitsbogen.

4. Een kruiskerk is een kerkgebouw waarvan de plattegrond een kruisvorm heeft door de aanwezigheid van een dwarsbeuk (transept) tussen het schip en het koor. De eenvoudigste kruiskerk is een eenbeukig gebouw waarvan de plattegrond de vorm van een Grieks kruis dan wel een Latijns kruis heeft. Het punt waar schip en dwarsbeuk elkaar snijden wordt de kruising genoemd en wordt vaak bekroond door een viering- of kruisingtoren of -koepel. Een kruiskerk met een vieringkoepel wordt een kruiskoepelkerk genoemd. De kruiskerk is sinds de romaanse stijl een veel gebruikte bouwvorm voor katholieke kerken. Een kerk zonder transept of rechthoekige kerk wordt een zaalkerk genoemd.

5. Stilistisch: wat betreft de stijl.

6. Stinsenplant (of stinzenplant) is een in Nederland en Duitsland (‘Stinsenpflanze’) gangbare benaming voor een groep agriofyten, planten die van oorsprong in een regio alleen als ingevoerde sierplantensoort voor is gekomen in landgoederen, boerenhoven, pastorietuinen en dergelijke, en zich daar heeft gehandhaafd of verwilderd zijn. Hun natuurlijke verspreidingsgebied hebben ze veelal veel zuidelijker. De stinsenplanten staan niet op de lijst van beschermde soorten van de opvolger van de Flora- en faunawet: de Wet natuurbescherming.

 

 

Bronnen, referenties en literatuur:
J.P. Koers, Eexta: kerk en karspel in het Oldambt (Scheemda 1994).
J.P. Koers, Weem Eexta, 12-12-2018 en J.P. Koers, 14-12-2018, op Facebook.
A. Reinders. De weem te Eexta. Bouwhistorisch onderzoek RDMZ (Zeist 2003).
Rijksmonumenten.nl

 

Deze pagina maakt deel uit van www.nazatendevries.nl. Aan bovenstaande tekst is de uiterste zorgvuldigheid besteed. Desondanks kunnen er best fouten voorkomen. Constateer je fouten en/of heb je vragen, correcties, aanvullingen......... geef die dan even aan mij door via mijn E-mail adres (zie rode balk boven). Wij hebben ons uiterste best gedaan om de auteurs van teksten/citaten en copyrightbepalingen van afbeeldingen te achterhalen. Mocht je rechthebbende zijn en hierover vragen of opmerkingen hebben, neem dan contact op via e-mail. Lees ook de 'Disclaimer' en 'Privacy' voor méér informatie en laat ook eens een bericht achter in het Gastenboek, dan weet ik waarvoor ik het doe.

Hoogeveen, 1 juni 2022.
Samenstelling: © Harm Hillinga.
Klik hier om naar het menu ARTIKELS te gaan.
Klik hier om terug te gaan naar de HOMEPAGE.
Top