Maarhuizen is tegenwoordig niet meer dan een gehucht tussen Winsum en Mensingeweer, maar is een van de mooiste plekjes in het noorden van het Groningerland. Het heeft een uitgestrekte wierde; er staan een paar boerderijen met grachten en mooie oude bomen; er ligt een oud kerkhofje en er is een bruggetje. Oorspronkelijk is te Maarhuizen, dat eerder Marrahusen heeft geheten, op de oude wierde een kapel, gesticht en bevoordeeld door de inwoners, die het patronaatsrecht[1] in bezit hebben gehad. De kapel ressorteert dan onder de kerk van Baflo. Maarhuizen wordt reeds in ongeveer het jaar 1000 genoemd in een lijst van inkomsten van de abdij van Werden. Maarhuizen wordt dan 'de maiori Husun' genoemd. Latere benamingen voor de plaats zijn 'Marahusum', 'Marrahusen' en 'Marhusen'.
De wierde
Maarhuizen is gebouwd op en rond een wierde (ca. 3,9 meter boven NAP) op een kwelderwal, die ruim wordt gedateerd op de Late IJzertijd tot Vroege Middeleeuwen. Volgens Bolhuis zou de wierde uit rond 600 v.Chr. dateren en net als veel andere wierden een tijdlang onbewoond zijn geweest in de vroege middeleeuwen. Bewoningsresten zijn aangetroffen tot op 1,9 meter onder NAP. Gevonden grafgiften als wapen- en ruiteruitrustingen zijn gedateerd op de 7e tot de 9e eeuw. Rond 1936 is een vikingzwaard uit ongeveer 900 aangetroffen, in 1962 een 8e- of 9e-eeuwse lanspunt en in 1969 een bolvormig potje uit de Romeinse tijd of Vroege Middeleeuwen. (bron: WP).

Maarhuizen gezien vanaf de Trekweg over het Mensingeweersterloopdiep, met de achterzijde van de Anne Jans Heerd. Rijksmonument nr. 46159. Foto: Hardsjaal, januari 2011. Licentie: Creative Commons.
In het begin van de 13e eeuw ondernemen de bewoners van Maarhuizen en het Hammerik[2] van Maarhuizen pogingen in het werk Maarhuizen tot een afzonderlijke parochie of kerspel[3] verheven te krijgen. Omdat de kapel onder het beheer heeft gestaan van de bisschop Otto van Münster, moet men hem zien te bewerken. Men draagt hem het patronaatsrecht van Maarhuizen op. De bisschop verklaart op 12 september 1211 de kapel tot parochiekerk, onafhankelijk van de kerk te Baflo, die als vergoeding jaarlijks drie Groninger ponden rente ontvangt, dat is f 3.-. De originele oorkonde van dit besluit wordt bewaard in het Staatsarchief te Munster. Het zegel van de bisschop in witte was dat aan het stuk heeft gehangen, is slechts in brokstukken bewaard gebleven.
De bisschop verkrijgt later in 1282 van de abt te Werden vaste goederen te Feerwerd, Winsum en Stitswerd, met het daarop, rustende patronaatsrecht. De goederen onder Winsum draagt hij twee jaar later over aan de Balijer[4] van Steinfort, ten behoeve van de commanderij (klooster) te Warffum. Omstreeks diezelfde tijd moet de bisschop het patronaatsrecht van Maarhuizen overgedragen hebben aan de commanderij Wijtwerd en Usquert. Deze commanderij bezit te Maarhuizen dan uitgestrekte bezittingen met een voorwerk, een kloosterboerderij dus, dat bestuurd wordt door een hofmeester. Maarhuizen is dus een bezit van het klooster te Usquert. Dat een heel dorp, wat de grond betreft, in eigendom aan één klooster behoort, komt in die tijd wel vaker voor.
Bij de reductie[5] van 1594 wordt geacht, dat het patronaatsrecht van Maarhuizen op de landerijen van het klooster Wijtwerd ligt. Later behoort het recht aan tien heerden. In 1659 komt het collatierecht[6] door aankoop in één hand.
Van de kerk te Maarhuizen is helaas weinig bekend. Maarhuizen wordt na de reductie eerst met het naburige Ranum, dat ook eens een kerkdorp is geweest, gecombineerd. In 1604 bericht de Synode:
Maerhuyzen is aen Ranum gecombineert, pastor kan sic nicht bedienen, wederdoeper bewoent de pastorije.De staten van Groningen en Ommelanden nemen in juni 1626 de volgende resolutie aan: Gelesen zijnde het request, bij die Pastoer ende ingesetenen van Maerhuysen om reparatie van hare kercke, tot laste van de Commanderije Wentwert staende, gepresenteert, hebben die Gedeputeerden gelast de nodige reparatiën daer aen to doen, mits de minste doenlijke costen.
Later wordt Maarhuizen kerkelijk verenigd met Winsum en Obergum, nog later met Obergum alleen. In 1718 komt Maarhuizen bij Winsum en in 1726 wordt de parochie herenigd met Obergum. In dat jaar wil Maarhuizen nog een eigen predikant. Dat lukt ten dele. Ds. Hiltje Schellema uit Obergum wordt beroepen, maar hij neemt het beroep niet aan, waarop Maarhuizen en Obergum gecombineerd worden. De eerste predikant van de combinatie is Hiltjo Scheltema die afkomstig is uit Oterdum. Hij overlijdt in 1733. In de kerk van Obergum ligt zijn grafzerk met een lang opschrift waaronder “Op de strijdt volgd de kroon” staat. Het is niet bekend wanneer de kerk is afgebroken. Men vermoedt in 1718.

Kerkhof op de wierde van Maarhuizen. Rijksmonument nr. 39041. Foto: Gouwenaar, 24 maart 2011. Licentie: Creative Commons CC0 1.0 Universal Public Domain Dedication. Publiek Domein.
Het kerkhof
Het kerkhof, gelegen op de top van de wierde, is nog steeds aanwezig. Men, vindt er oude grafzerken. De oudste, voor de „eerbare Berent Eppens", dateert van 1636:
ANNO 1636, DEN 8 JANNEVARY, IS DEN EERBARE BERENT EPPENS IN DEN HEEREN GERUSTET, VERWACHTENDE EEN SALYGE OPERSTANDINGE IN CHRISTO.
| Wapens: Rechts: Gedeeld: I een halve adelaar; II drie klaverbladen onder elkaar. Lira,: Huismerk nr. 97. |
| GDW, blz. 446, nr. [2409]. |
Ook ligt er een zerk van Mr. Mello Sichterman. Hij overlijdt in 1856 op borg De Brake bij Obergum. Op die zerken zijn allerlei verzen, huismerken en familiewapens te ontdekken. In die familiewapens zie je dan vaak een halve adelaar en drie klaverblaadjes, respectievelijk symboliserende het redgerrecht en het eigenerfd landbezit. Op de zerk van Sichterman zijn oorspronkelijk een koperen wapen en koperen letter te zien geweest. In de oorlogstijd, als koper zo duur is, zijn wapen en letters echter verdwenen. Sommige grafzerken te Maarhuizen geven aardige verzen zoals:
De ware troost in mijn verdriet, vond ik in dit leven niet, maar namaals, daar geen ongeval in eeuwigheid mij treffen zal.
Het kerkhofje ligt op ongeveer het hoogste punt van de wierde. De graven zijn per boerderij gegroepeerd en liggen, als het even kan, zo dicht mogelijk bij het familiehuis. Op de grafmonumenten zie je vooral namen van bewoners van de boerderijen op de wierde en uit de naaste omgeving. Wat opvalt is dat er geen bewoners van de Baatjeborg begraven liggen. Het is gissen waarom dit niet is gebeurd, maar misschien hebben ze de begraafplaats niet deftig genoeg gevonden. Het kan ook zijn dat hun graven niet voorzien zijn van een grafmonument omdat ze daar geen geld voor hebben gehad.
Sla je vanaf het toegangshek meteen linksaf en neem je dan het pad langs de westkant, dan zie je negen stenen. Deze zijn allemaal van graven van bewoners die op de Enne Jans Heerd gewoond hebben. Het familiehuis ligt op niet veel meer dan 50 meter ten zuidwesten van het kerkhof. Op de gedenksteen van de naamgever van de heer staat:
Den 18 september 1812 is de eerzame Enne Jans te Mensingeweer in zijn woning no. 16 overleden, oud ruim 75 jaren, nadat zijn erevrouw Grietje Freerks op den 4 april 1788 te Maarhuizen op de plaats no. 9 overleden is, oud 52 jaren, en liggende alhier begraven.
GEDENKSTEEN. DEN 18 SEPTEMBER 1812 IS DE EERZAME ENNE JANS TE MENSINGWEER IN ZYN WONING NO. 16 OVERLEDEN, OUD RUIM 75 JAREN, NADAT ZYN EHEVROUW GRIETJE FREERKS OP DEN 4 APRIL 1788 TE MAARHUIZEN OP DE PLAATS NO. 9 OVERLEDEN IS, OUD 52 JAREN, EN LIGGENDE ALHIER BEGRAVEN.
| ONS VADERS LEEFTYD GING VOORBY / 'T LYK RUST AAN ONZE MOEDERS ZY / ZOO LANG OP GODS BEVEL 'T HEELAL / TEN JONGSTEN DAG HERRYZEN ZAL / DAAR HAVE EN HALM IN 'T RUIM VERSCHIET / GEZEGEND WAS IN HUN GEBIED / VIER TELGEN AAN VEREENDE STAM / WAARVAN DE SEYS EENS EEN WEG NAM / ONTVLOOG DE TYD VOOR 'T HEYL ZOO DUUR / VOOR 'T AL VERBAZEND STERVENSUUR / VAN BOETE EN HOOP TOCH NIET ONTBLOOT / OP 'T ZALIG ERFDEEL VAN DEN DOOD. |
| N.B. Ook vermeld in "Gedigten van Jacob J. Sijtsma", blz. 128: hier oud schepper van Maarhuizen genoemd. Handschrift in bezit van de heer L. Zuideveld, Grijpskerk. |
| GDW, blz. 451, nr. [2443]. |
De oudste steen op het kerkhof dateert van 1636, toen Berend Eppens van de Schaphalsterheerd is overleden. Ongetwijfeld zijn er eerder mensen begraven, de kerk is immers gebouwd in 1211. Uit die tijd zijn er geen grafmonumenten bewaard gebleven. De graven op het kerkhof zijn allemaal van na de Reformatie[7].
De 17e -eeuwse zilveren avondmaalsbeker[8] van Maarhuizen, met een penning van 1626 als bodem, wordt in het Groninger Museum bewaard. In Maarhuizen heeft vroeger ook een school gestaan. De onderwijzer, tevens koster, geniet dan een toelage van f 75- uit de kloostergoederen. Dit bedrag wordt later gevoegd bij de f 50.-, die de onderwijzer van Obergum ontvangt. De school wordt derhalve met die van Obergum gecombineerd.

Kerkhof op de wierde van Maarhuizen. Rijksmonument nr. 39041. Foto: Gouwenaar 24 maart 2011. Licentie: Creative Commons CC0 1.0 Universal Public Domain Dedication.
Maarhuizen wordt steeds kleiner
Maarhuizen, van dorp tot gehucht geslonken, telt in het midden van de 19e eeuw 17 huizen en 150 bewoners. Tot het gehucht behoren ook Schaphalsterzijl, Wildeveld, Baatjeborg, Ernstheem, de zuiderboerderij van Lutje Saaksum en het voormalige Lutkehuizen. Lutkehuizen is tegenwoordig een onbehuisde wierderestant[9]. Rond 1750 is deze nog bewoond, want in 1741 doopt de predikant van Obergum een kindje, geboren te Lutkehuizen.
Op het terrein hebben rond 1850 nog drie zeer oude linden gestaan, waarbij de overblijfselen van een regenbak. Oudtijds heeft hier ook een kloosterboerderij gestaan, waar volgens een Zijlbrief van Schouwerzijl, daterende van 1371, een hofmeester[10] heeft gewoond. In het midden van de 15e eeuw is dit voorwerk een bezitting van Abel Onsta. Nabij het kerkhof is nog een stuk land aanwezig dat de naam Viskenij draagt. De bewoners van de boerderijen te Maarhuizen hebben destijds vele andere functies naast hun hoofdberoep gehad. Zo hebben er enkele scheppers gewoond. Vooral in de perioden van bloei in de landbouw, bijvoorbeeld na 1835, laat de boerenstand in Groningen blijken dat men welvarend is. Men laat nieuwe behuizingen bouwen en ook worden de huizen verfraaid[11].
Allerlei te Maarhuizen in diverse kranten
(1873) Aanvaring. “MAASSLUIS, 10 April. De brik Delphin is bij het vertaten der reede in aanvaring geweest niet de kof Maarhuizen, waardoor aan laatstgemeld schip schade is toegebracht”[12].
Verdronken (1929)
“Te Maarhuizen is de ongehuwde arbeider J. Prins verdronken”.[13]
Terpaarde
(1931) “Prima Groninger Terpaarde. Terp te Maarhuizen bij Mensingeweer. Alle dagen verkrijgbaar na voorafgaand bericht bij den ondernemer J.L. Vonk te Ezinge”.[14]
(1931) “Door kokende melk verbrand.
Een vierjarig dochtertje van dien arbeider J. Hofman te Maarhuizen, gemeente Winsum (Gron.), dat tegen een petroleumstel aanliep en daarbij een pan met kokende melk over het lichaam kreeg, is aan de opgeloopen verwondingen overleden.[15]
(1934) Aan de gevolgen overleden
“Gistermorgen is de 20-jarige landbouwer E.G. Kadijk te Maarhuizem (gem.) Winsum overleden aan de gevolgen van zijn val van een met stoo geladen wagen op Donderdag j.l. te Schouwerzijl”.[16]
(1938) “Naar aanleiding van een misleidende advertentie betreffende de bekende terp te Maarhuizen, berichten ondergeteekenden dat deze terp geheel is afgegraven en hiervan dus geen terpaarde meer kan worden geleverd. De Ondernemers: J.L. Vonk e.a.”[17]
(1953) Gevraagd personeel. “Een Arbeider, goed kunnende melken en met machines omgaan. Woning aanwezig. J. de Vries, Maarhuizen 10, Winsum”.[18]
(1960) “Gevraagd: Met mei of eerder: Vaste arbeider alle landbouwwerkzaamheden verstaande. Met of zonder woning. Bij voorkeur met teeltvergunning spruitkool. G. G. STRAAT, „MAARHUIZEN”, WINSUM (GRON.)”.[19]
(1967) “Voor de vele blijken van belangstelling en medeleven tijdens de ziekte en na het overlijden van mijn innig geliefde man en onze lieve pappa. GRIETKO GABRIËL STRAAT. betuigen wij onze oprechte dank. Winsum, februari 1967. Maarhuizen. B. STRAAT—VINCKERS en kinderen”.[20]
(1978) “ De Diakonie der Hervormde Gemeente van Winsum-Obergum ca maakt bij deze bekend dat is besloten het kerkhof van Maarhuizen te SLUITEN, m.i.v. 1 november 1978. Na deze datum zal het begraven op dit kerkhof niet meer mogelijk zijn. Zij die menen nog rechten te hebben op een grafstede worden verzocht dit binnen 14 dagen ter kennis te brengen aan de Diakonie voornoemd, p/a C. F. van Sijtzamastraat 11, 9951 AK Winsum (Gron ). Winsum (Gr.).”[21]
De oudste iep van Groningen geveld
(1979) “In de buurtschap Maarhuizen vanmorgen bij de boerderij van D. de Vries de grootste iep van de provincie Groningen geveld. Staatsbosbeheer besloot tot kappen over te gaan omdat de boom door de iepziekte was doodgegaan. De iep was uitgegroeid tot een hoogte van ongeveer twintig meter en een diameter van de stam (op borsthoogte) van circa anderhalve meter. Op het terrein in Maarhuizen, dat onder beheer van CRM staat, moest vorig jaar ook al een (kleinere) iep, die door de iepziekte was aangetast, worden gekapt. Een andere iep die dood ging waaide om. Staatsbosbeheer heeft vorig jaar nog overwogen met injecties te proberen de grootste iep in leven te houden, maar dit zou volgens deze dienst een 'gigantische hoeveelheid' vloeistof hebben gekost en het was onzeker of dit middel resultaat zou hebben gehad”[22].

Kleiboot met wierdegrond afkomstig van Maarhuizen in het Winsumerdiep even ten westen van Winsum. Rechts de voormalige Wierda's Til. Later vervangen door een duiker. Kleiboot met wierdegrond afkomstig van Maarhuizen in het Winsumerdiep even ten westen van Winsum. Rechts de voormalige Wierda's Til. Later vervangen door een duiker. Vervaardiger P.B. Kramer, 1915-1925. Fotografische reproductie. Uit de collectie van Historische Vereniging Winsum-Obergum . Collectienaam: Piet Noord. Bron: RHCGA, Groninger Archieven, Beeldbank Groningen.
Meer lezen:
Op Maarhuizen. Van agrarische wierde naar culturele hotspot. De Enne Jans heerd herleefd.
(in voorbereiding).
De vroegere bewoners van de Enne Jans Heerd (in voorbereiding).
|