Mensingeweer: Nederlands Hervormde kerk ver vóór de restauratie. Links de molen. Vervaardiger: P.B. Kramer, 1928. Collectie Kramer. Bron: Beeldbank Groningen. RHGA Groninger Archieven, Beeldbank Groningen.

Mensingeweer: Nederlands Hervormde kerk ver vóór de restauratie. Links de molen. Vervaardiger: P.B. Kramer, 1928. Collectie Kramer. Bron: Beeldbank Groningen. RHGA Groninger Archieven, Beeldbank Groningen.

 

De bouw van de kerk en het geestelijk leven

Van het ontstaan en de bouwgeschiedenis van deze kerk zijn geen geschreven bronnen bekend. De kerk is mogelijk in de 13e eeuw gebouwd. In 1371 komt Mensingeweer samen met Maarslag als parochie voor. Het is aanvankelijk een eenvoudige zaalkerk met rechte koorsluiting waar tot de Reformatie Rooms Katholieke erediensten zijn gehouden.
Volgens Corpus Roemeling is de kerk mogelijk gewijd aan Johannes de Doper indien althans de afbeelding van een hoofd met haartooi en baard op het zegel van de pastoor Hoytatus (1450), aldus geïnterpreteerd mag worden. De in 1955 door de Nederlands Hervormde gemeente gekozen naam `Michaëlkerk’ berust niet op enige historische grond[1]. Een vicarie[2] of prebende[3] is hier niet aangetroffen. Het schattingsregister van circa 1500 noemt hier één priester[4].

 

Kerk toren en molen van Mensingeweer. Foto: Gouwenaar, 24 maart 2011. Bron: Wikipedia. Licentie. Creative Commons.

Kerk toren en molen van Mensingeweer. Foto: Gouwenaar, 24 maart 2011. Bron: Wikipedia. Licentie. Creative Commons.


De opbouw van de kerk[5]
De kerk is gemetseld in een groot formaat kloostermoppen[6] die aan het oog worden onttrokken door een vlakke wit geschilderde bepleistering die in 1842 is aangebracht. Alleen op de eerste verdieping van de toren is nog een fragment zichtbaar van het originele metselwerk in de vorm van gemetselde blindnissen[7] met daarin siermetselwerk.


De kerk heeft een eenvoudige vurenhouten sporenkap[8] die is aangebracht in de eerste helft van de 18e eeuw. De kerk en toren zijn gedekt met blauw geglazuurde Oudhollandse dakpannen[9]. Vermoedelijk is bij het aanbrengen van de nieuwe kapconstructie de hele kerk ingrijpend verbouwd. De aan de buitenzijde van het gebouw aangebrachte bepleistering is vermoedelijk even oud als de kap. Ook het houten tongewelf[10], waarmee de kerkruimte wordt overdekt, lijkt uit dezelfde tijd te stammen. Het tongewelf is vermoedelijk in de plaats gekomen van een vlakke houten zoldering. Dergelijke vlakke zolderingen zijn vaak aangebracht bij kerkgebouwen, die geen gemetselde gewelven hebben gehad. Of de Michaëlkerk ooit stenen gewelven heeft gehad is niet bekend.
In de kerkdienst van 30 oktober 1955 krijgt deze kerk de naam Michaëlkerk. Ds. W. Vos preekt in die dienst over Psalm 124:1. Dat deze kerk aan de aartsengel Michaël wordt gewijd, komt doordat het leven van deze gemeente er eentje is geweest van een zware strijd tegen de ondergang. De aartsengel Michaël heeft een rol gespeeld bij de strijd van het Christendom tegen het Germaanse heidendom.

 

Interieur naar het oosten met preekstoel en banken. Foto: A.J. van der Wal, november 1984. Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed.Interieur naar het oosten met preekstoel en banken. Foto: A.J. van der Wal, november 1984. Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed.


Het interieur van de kerk[11]
Onder de banken zijn houten vloeren aangebracht, terwijl in het middenpad en binnen de dooptuin plavuizen liggen. Er liggen ook een aantal grafzerken in het middenpad. (Zie het PDF bestand aan het eind van dit artikel.)
De wanden van de kerk zijn aan de binnenzijde afgewerkt met een witpleisterlaag, die talloze malen is overgewit. Een dergelijke wandafwerking kan inmiddels een bijzonderheid worden genoemd, omdat bij de restauratiegolf van 1960-1980 vrijwel alle originele en daarna overgewitte pleisterlagen uit de Groninger kerken zijn verdwenen. Het is mogelijk dat onder de kalklagen zich nog een aantal middeleeuwse muurschilderingen bevindt.

 

Interieur naar het oosten met preekstoel en banken na de restauratie. Bon: Ingezonden.

Interieur naar het oosten met preekstoel en banken na de restauratie. Bon: Ingezonden.

 

Preekstoel
De preekstoel is in 1743 in de kerk geplaatst. De gemeente is dan vacant en ds. Dalhof uit Baflo is de eerste voorganger die er zijn preek houdt[12].


Doopschaal
In de kerk staat een koperen doopschaal op een bewerkte ijzeren voet. Op de rand van de schaal staat: “Kerk van Mensingeweer, 1760”. In het doopregister van de kerk staat dat ds. Van der Tuuk op 7 september 1760 voor de eerste keer er gebruik van maakt als hij zijn zoon Jan Dietert, geboren 31 augustus 1760, doopt. De dominee noteert ook in het doopregister bij deze doop dat voordien een tinnen kom is gebruikt[13].


De kerktoren en de klok
De toren is aan het eind van de 17e of in de 18e eeuw gebouwd en staat aan de westkant van de kerk. Een exacte datering is moeilijk te geven omdat deze niet in een specifieke bouwstijl is opgetrokken. De toren is gemetseld in een steenformaat van 14.5 x 9 x 19 cm. Dit formaat is in de tweede helft van de 17e eeuw en de hele 18e eeuw sporadisch gebakken in de omgeving van Mensingeweer[14].


In de toren hangt een luidklok, die in 1947 is gegoten door de firma Van Bergen in Heiligerlee. Deze klok komt in de plaats van een uit 1894 stammende klok, die in 1943 is geroofd door de Duitsers. De oude klok heeft het opschrift: "Hergoten door A.H. en U.J. van Bergen Heiligerlee 1894" gehad en is voorzien geweest van het wapen van het Koninkrijk der Nederlanden. De klok is hergoten met materiaal dat afkomstig is van een uit 1624 stammende klok[15].


De klok uit 1624 heeft als opschrift gehad:
MARIA MANNINGHA, VIDUA MATENES, UNICA COLLATRIX PAROCHIA IN MENSEGEWEER, IOHANNES RENNEMAN, MANDATARIUS, LUITIEN WESTERWOLT, PROPRIETARIUS, FUNDI; LAMBERT FRICKS, KERCKVOEGET. KLAES SICKMANS ME FECIT ANNO 1624.
N.B. Sedert 1897 niet meer aanwezig. Vermeld: HMD. Weduwe Willem van Matenesse. Zie: NLW, 1940, k. 9. GDW, blz. 471, nr. [2554][16].


De komst van het Arp Schnitgerorgel[17]
In het begin van de 20ste eeuw is op de gaanderij aan de westzijde van de kerk een orgeltje geplaatst. Het orgel heeft een typische renaissancevorm en is afkomstig uit de nabijgelegen kerk van Pieterburen waar het in 1703 is gebouwd door de bekende orgelbouwer Arp Schnitger[18]. In 1771 restaureert Hinsz[19] het instrument en in 1867 Lohman[20]. Het veelvuldig toegepaste zeer fraaie houtsnijwerk is vervaardigd door Jan de Rijk[21], een bekende schrijnwerker uit de stad Groningen. In 1901 wordt het instrument overgebracht naar Mensingeweer omdat men in Pieterburen uitgekeken is geraakt op het instrument. Het wordt in Mensingeweer geplaatst door W.K. Beukema.  

Orgel in Mensingeweer, vóór de restauratie. Foto: Dennis Wubs, 22 september 2007. Licentie: Free.

Orgel in Mensingeweer, vóór de restauratie. Foto: Dennis Wubs, 22 september 2007. Licentie: Free.

 

Restauratie van het orgel[22]
Vanaf 1995 is adviseur Stef Tuinstra betrokken bij de restauratieplannen van dit orgel. Het zal uiteindelijk duren tot 2009 voordat er een begin wordt gemaakt met een daadwerkelijke restauratie. Uitgangspunt daarbij is de dispositie van Lohman in 1867. Orgelmakerij Mense Ruiter is verantwoordelijk voor de restauratie.


De orgelkas is gerepareerd en de krimpnaden zijn hersteld. Het snijwerk is gerestaureerd en waar nodig aangevuld door houtsnijder Tico Top uit Kruisweg. De oude verflagen op de orgelkast en het snijwerk zijn verwijderd door Martens Schildersbedrijf v.o.f. uit Zuidwolde. Bij de claviatuur(toetsenbord), die in 1772 nieuw gemaakt is, vraagt met name een nieuw te ontwerpen bekleding van de bakstukken de nodige aandacht. Het intarsiawerk[23] (ebben-, mahonie-, palmhout en oud ivoor) is uitgevoerd door Top. Het celluloid[24] van de ondertoetsen heeft plaats gemaakt voor mammoetivoor[25]. De frontons[26] zijn gemaakt van palmhout. De registeropschriften zijn gerestaureerd door uit Beerta[27]. Tevens is er een nieuwe orgelbank gemaakt.
De bank die Schnitger heeft geleverd voor Pieterburen, is niet samen met het orgel overgebracht naar Mensingeweer. Het bankje uit 1901, voorzien van rugleuning en thans dienstdoende als hulpbankje in de kerkenraadskamer, heeft plaats gemaakt voor een bank naar het voorbeeld van Uithuizermeeden.


Alle mechaniek is integraal hersteld. Van de speelmechaniek is alle messingdraad- en stiftwerk. Bij de registermechaniek zijn uitgesleten gaten gepropt, waarin nieuwe gaten zijn geboord. De windlade is geheel gerestaureerd; de ventielveren van Lohman zijn daarbij gehandhaafd. Het pijpwerk is nagezien en waar nodig hersteld. De frontpijpen zijn ontdaan van de aluminiumverf en na herstel voorzien van tinfolie. De labia zijn verguld door L. Muller uit Zuidhorn. Vele stevels van de trompet moesten opnieuw worden verlijmd. Ook zijn enkele bekers in het verleden afgeknipt; deze zijn bij deze restauratie verlengd. Op de stevel (onderste deel van een orgelpijp) na is de pijp E1 verdwenen, alsmede de keel en de tong[28]. Deze zijn nieuw bijgemaakt.
Het instrument is op 1 april 2011 feestelijk in gebruik genomen.

 

Orgel in Mensingeweer, ná de laatste restauratie. Bron: Ingezonden.

Orgel in Mensingeweer, ná de laatste restauratie. Bron: Ingezonden.


Restauratie en onderhoud van de kerk[29]
In 1985 is aan de buitenzijde van kerk ingrijpend onder handen genomen. De bepleistering is gerepareerd en overgewit en de dakgoten zijn vernieuwd en voorzien van een koperbekleding. Ook werd een dakbeschieting[30] van multiplexplaten aangebracht over de daksporen[31] van het kerkdak. Ook de toren is uitwendig gerestaureerd en voorzien van een nieuwe spits.


Deze kerk is in 2003/2004 grondig gerestaureerd. De bepleistering op de binnenzijde van de buitenmuren is dan door lekkages en doorslaande muren aangetast door vocht. De meeste zorg baart de bepleistering, die wordt aangetroffen op de binnenzijde van de buitenmuren. Als gevolg van vroegere lekkages en doorslaande muren is dit op veel plekken aangetast door vocht. Ook het kerkmeubilair, waaronder het Schnitgerorgel, verkeren in slechte staat van onderhoud. De totale kosten van deze restauratie zijn € 260.000. De aanpak van de verwarming, de elektriciteits-, waterleiding- en geluidsinstallatie, een toilet enzovoorts heeft rond de € 18.000 gekost.


De kerk is een Rijksmonument
Monumentnummer: 24004, 26 november 1975. Het monument wordt in het register als volgt omschreven:
Herv. kerk en toren op kerkhof. Drie traveeën diep rechtgesloten middeleeuws kerkgebouw. Achter de wel 18e eeuwse toren resten van de westelijke topgevel. In de kerk preekstoel met gesneden kuip, 18e eeuwse trap, achterschot en klankbord. Orgel uit 1698, door Arp Schnitger gemaakt voor de Herv. Kerk te Pieterburen. In 1901 in Mensingeweer geplaatst. Gesmede doopschaalvoet met schaal. Offerblok. Verscheidene 17e en 18e eeuwse zerken.


Doopvont (links) en offerblok (rechts). Rijksmonumentnr.24004; auteur onbekend, mei 1941. Bron: Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed.

Doopvont (links) en offerblok (rechts). Rijksmonumentnr.24004; auteur onbekend, mei 1941. Bron: Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed.

 

Offerblok
Het offerblok heeft als opschrift:
W.I. A.W.
N.B. Vervaardigd 1765. Willem Jurjens, diaken 17 februari 1765 tot I januari 1769. Willem Abels, diaken van 12 juli 1761 tot overlijden kort voor 17 februari 1765. Zie: DTB, nr. 284. Ook: Groningen. Cultureel maandblad, 1969, blz. 84. GDW, blz. 471, nr. [2555][32].

Avondmaalsbeker
Wapen: Gevierendeeld: I en IV Swartte; II en III Verrutius. Schildhouders: Rechts; een moriaan met lendendoek en hoofddoek, houdend in de achterwaartsgerichte rechterhand een handhoog. Links; een adelaar met opgeheven vlucht.
N.B. Groninger keur 5/E [= 1706/1707]. Titia Verrutius, weduwe van Hendrik Swartte, secretaris van Groningen, verkocht Matenese in 1708. Zie: OBS, blz. 253. GDW, blz. 471, nr. [2556].

Het collatierecht[33]
Het duurt na de Reductie in 1594 nog tot 1655 voordat Mensingeweer haar eigen eerste predikant, ds. E. Alberthoma, kan verwelkomen. Na de reductie zien landjonkers ook hier kans om hun greep op het kerkelijk leven te vergroten middels het collatierecht. Dat  is het recht om predikanten, schoolmeesters en kosters te benoemen en te ontslaan.


Het collatierecht is in Mensingeweer in handen van het adellijke huis Asinga in Ulrum geweest. In 1751 wordt uit naam van de erfgenamen van jonker Hendrik Ferdinand van Inn en Kniphuisen het collatierecht uitgeoefend door jonker Joost Jan Lewe. Hij is luitenant-generaal in dienst van de Verenigde Nederlanden en hij beroept kandidaat Van der Tuuk als predikant van de Hervormde Gemeente van Mensingeweer en Maarslag. Omdat hij meestal zal voorgaan in Mensingeweer ontstaan tegen de gang van zaken weerstanden vanuit Maarslag waarbij Lewe aan het kortste eind trekt. Uiteindelijk wordt Van der Tuuk in 1757 ook in Maarslag bevestigd als predikant. Hij overlijdt in 1808 als hij 85 jaar is en ligt begraven bij zijn vrouw Johanna Brugman (1733-1794) in de kerk.


Grafteksten van der Tuuk en Johanna Brugman[34]:


HARMANNUS VAN DER TUUK, APPINGADAMMER, PASTOR TE MENSINGEWEER EN MAARSLAG, OVERLEED DEN 1 OCTOBR. 1808, OUD 85 JAREN EN BYNA 11 MAANDEN. HY WAS SEDERT DEN 3 OCTOBR. 1751 TOT ZYN DOOD IN DE BEDIENINGE TER DEZER PLAATS. EERST GETROUWD AAN JOHANNA BRUGMA, DAARNA AAN GYSSELLYNA EBBENMEYER, DIE BENEVENS ZYNE KINDEREN UIT HET EERSTE BED DIT TER GEDAGTENIS VAN ECHTGENOOT EN VADER ALHIER HEBBEN GEPLAATST.
Wapen: Gedeeld: I doorsneden: a. een omgewende haan; b. drie klaverbladen; II op een terras een tegen een boom klimmend omgewend hert.
LEZER, GEDENK, DAT IK BEN GEWEEST ALS GY, MAAR DAT OOK GY ZULT WORDEN ALS IK.
GDW, blz. 473, nr. [2567].


TER GEDAGTENES. DEN 29 JULY 1784 IS ALHIER BEGRAVEN JOHANNA BRUGMA, DOGTER VAN DE COMMIES PROVINCIAAL J. D. BRUGMA, GEBOREN TE GRONINGEN DEN 11 DECEMBR. 1733 EN ALDAAR GETROUWT DEN 1 DECEMBER 1756 AN HARMANNUS VAN DER TUUK, PREDIKANT TE MENSENGAWEER EN MAARSLAG.
Wapen: Een ophaalbrug over water, waarop twee achterelkaar zwemmende eenden.
GDW, blz. 472, nr. [2565].


De oudste zerk in de kerk
De oudste zerk in de kerk dateert 26 februari 1640 en is van “TRINTYEN FRATERMO, DE HUSVROUWE VAN AB[D]A ITAMA” en heeft als volledige opschrift:
AN° DOMINI 1640, DEN 26 FEBRUARI, IS IN DEN HEEREN GERUST DE WEL EEREN DEUGENTRYCKE VROUWE TRINTYEN FRATERMO, DE HUSVROUWE VAN AB[D]A ITAMA.
Wapens: Rechts: Op een heuvelachtig terras een tegen een boom klimmend hert. Links: Een met twee pijlen van beneden naar boven schuinkruislings doorstoken lelie. Helleteken: een uitkomend hert.
N.B. Letter D in ABDA nauwelijks herkenbaar. Abbe Itema en Tryntien Fraterma. Zie: OBS, blz. 252. GDW, blz. 471, nr. [2557][35].


Predikanten
De kerk van Maarslag heeft in Klein Maarslag gestaan. Die gemeente is eerst gecombineerd met Warfhuizen, daarna met Zuurdijk en later met Mensingeweer. Die gemeente van Maarslag houdt op te bestaan  omstreeks 1810 en een jaar later wordt de kerk gesloopt.


De predikantsplaats van Mensingeweer wordt gecombineerd met verschillende naburige kerkgemeenten gedurende de volgende periodes:


1594-1622 Saaksumhuizen
1622-1654 Eenrum
1682-plm 1810 Maarslag
1957-1967 Tinallinge
De volgende predikanten zijn achtereenvolgens predikant geweest in Mensingeweer:
1655-1660 E. Alberthoma
1662-1666 G. Swarte
1667-1674 E. Heerens
1674-1681 J. Swartte
1682-1686 W. Hartzma
1686-1705 G. Nanninga
1706-1727 E. Hoexum
1733-1743 A. Piërius
1745-1750 C. Gronau
1751-1808 H. van der Tuuk
1810-1837 A.J.H. Abbringh
1838-1867 I. Busch Keiser
1868-1897 L.S. Meijer
1898-1912 F. Kijff Boerma
1913-1925 J.N. Seulijn
1927-1929 H.G. Cannegieter
1930-1942 J. Bender
1946-1950 F.J. Goethals
1950-1958 W. Vos
1959-1963 G.J. Droppers


Het volgende kan nog worden vermeld over enkele predikanten:
Ds. Heerens raakt in 1673 in opspraak omdat hij omgang heeft gehad met zijn dienstbode. Op verzoek van een diaken en een ouderling bezoekt een afvaardiging van de classis hem in de pastorie en men besluit hem uit zijn ambt te ontzetten. In 1683 wordt besloten om deze dominee in zijn ambt te herstellen in Goëngarijp in Friesland ofschoon hij zich daar geregeld te buiten gaat aan drankmisbruik.


In 1709 wordt ds. Hoexum geschorst door de classis. In de week voorafgaand aan het Heilig Avondmaal heeft hij hooglopende ruzie gehad met de vrouw van de schoolmeester. Ook heeft hij iemand mishandeld en gestoken met een mes. Een jaar later vraagt de gemeente om deze schorsing ongedaan te maken. In een classisvergadering betoont de dominee huilend berouw. Hij heeft tot zijn overlijden op 20 augustus 1727 de gemeente gediend.
Ds. Droppers is de laatste predikant die in de pastorie (weem) aan de Hoofdstraat 4 heeft gewoond. De predikanten die hem opvolgen wonen allemaal buiten Mensingeweer.


Sinds 1 januari 1968 wordt Mensingeweer opgenomen in de Streekgemeente Marne-ambt (met Baflo, Eenrum, Leens enz.) die in 1990 wordt opgeheven. Daarna is Mensingeweer een onderdeel van de Hervormde Gemeente Leens, Mensingeweer, Warfhuizen, Wehe en Zuurdijk. Tussen 1994 en 2008 fungeert de Leenster predikant J. Gerrits hier als predikant. De Hervormden kerken dan met de gemeente van de Gereformeerde Kerk Eenrum-Schouwerzijl in de Michaëlkerk.


De Protestantse gemeente Leens – Mensingeweer is tegenwoordig een onderdeel van de Protestantse Kerk in Nederland. In 2008 ontstaat een fusie van de Gereformeerde kerken Hornhuizen – Kloosterburen, Leens en Schouwerzijl – Eenrum en de Hervormde gemeenten Dijksterburen en Leens c.a. Door de verschillende achtergronden is de gemeente veelkleurig, maar het geloof bindt haar.

 

Michaëlkerk Mensingeweer. Noordzijde. Bron: Ingezonden.

Michaëlkerk Mensingeweer. Noordzijde. Bron: Ingezonden.


Het onderstaande is afkomstig van Corpus Roemeling inzake Mensingeweer.


Bijzonderheden
Als patroon wordt door Corpus Roemeling een mogelijke Johannes Babtiest genoemd.
Naarding noemt het ‘zo goed als zeker’ dat het omstreeks 1000 genoemde ‘Gerhardesweritha’[36]. De oude naam van Mensingeweer is; naar de eigenaar van de ‘weritha’, de waard, heette het destijds aldus. De latere naam is ontleend aan de ‘were’ (dijk) langs de Mente of Mennik, een afwateringsstroom lopende van Onderdendam in noordwestelijke richting even noordelijk van het Rasquerdermaar. Aan deze stroom lag ook Menkeweer 1378: Mennekingawerd[37], 1386: Mendekingawere[38][39]. Ligtendag acht de ligging van ‘Gerhardesweritha’ (tiende-elfde eeuw) onbekend, tussen Maarhuizen, Lutjehuizen en Groot Maarslag[40].


Wanneer hier een kerk is gesticht is onbekend. Mogelijk was deze gewijd aan Johannes de Doper indien althans de afbelding van een hoofd met haartooi en baard op het zegel van de pastoor Hoytatus (1450)[41] aldus geïnterpreteerd mag worden. De in 1955 door de Nederlands Hervormde gemeente gekozen naam ‘Michaëlkerk’ berust niet op enige historische grond[42].


In 1516 staan ten name van de pastoor alhier 28 jukken land[43]. In 1553 worden op naam van de pastoor 19 jukken land in de Saaxumer zijleed te Baflo en omgeving gesteld[44]. In 1604 is sprake van 42½ jukken goed pastorieland[45]. Een vicarie of prebende is hier niet aangetroffen. Het schattingsregister van circa 1500 noemt  hier één priester[46].


Pastorie
1450. Hoyko, Hoitatus zegelt als pastoor alhier 23 mei 1450.[47]
- ca 1491. N.N. Volgens een staatboek wordt eind 1491 een heem, destijds in gebruik bij de nu overleden kerkheer alhier, opnieuw verhuurd; de naam van de pastoor wordt in het staatboek nergens aangetroffen[48]. Een ander staatboek geeft eveneens aan dat de huur aanvangt in 1492 en voor het eerst betaald moet worden op Allerkinderendag[49].


1516. Mr Roleff wordt in 1516 als pastoor alhier genoemd[50].


1534. Johan. Heer Johan alhier tekent op of omstreeks 16 december 1534 een mandaat af[51]; hij zal de pastoor zijn geweest (een vicarie of prebende is hier niet).


1555. Simon Nannes wordt in 1555 geïnstitueerd als pastoor te ‘Merstawerth’ (is Mensingeweer) in de (geestelijke) jurisdictie Baflo; hij betaalt daarvoor 1 Philippus en 1 carolus gulden[52].


1560. Johannes Hermanni pastoor alhier, wordt 31 augustus 1560 voorzien met de Mariaprebende te Eenrum[53] die hij inderdaad heeft bezeten. Hij blijf echter pastoor alhier: een opgave van 21 april 1561 van de inkomsten van die prebende vermeldt dat huren zijn betaald aan ‘heer Johan toe Menseweer’[54]. De prebende is 27 maart 1561: vacant (zie aldaar), het pastoraat alhier in 1561 eveneens.


Corpus Roemeling vermeldt:
“Johannes Hermanni pastoor te Mensingeweer, wordt 31 augustus 1560 als opvolger van Eelts in de prebende alhier benoemd[55]. Hij heeft deze slechts zeer korte tijd bezeten; wel is nog huur van prebendeland betaald aan heer ‘Johan toe Menseweer’ waaruit blijkt dat hij het pastoraat te Mensingeweer had behouden”[56].


1561. N.N. wordt in 1561, waarschijnlijk kort na 1 mei, als pastoor alhier geïnstitueerd; hij voldoet daarvoor 2 daalder[57].


1568. Hugo Claess van der Gouda pastoor alhier, volgens eigen zeggen afkomstig uit Holland en niet onbedreven in de muziekkunst, verzoekt 3 oktober 1568 Johan van Ewsum hem te presenteren voor het pastoraat te Toornwerd (waarbij hij aanbiedt de opvoeding van de kinderen van Johan mede ter hand te nemen[58]. Niet hij echter maar een vicarius te Kantens wordt te Toornwerd benoemd.


ca. 1596. Henricus ab Oss pastor alhier, tekent in juni 1596 de verklaring van loyaliteit tegenover de nieuwe provinciale overheid[59]. Gezien zijn ondertekening als ‘pastor’(enkele collegae tekenen als ‘gewezen pastor’) kan hij in 1596 nog in functie zijn geweest zonder zich (duidelijk) te keren tot de Reformatie; waarschijnlijk is dit echter niet, gezien ook het volgende.


Reformatie
De door Gedeputeerde Staten gedane opzegging van de huur van de pastorielanden wordt op 19 januari 1596 van kracht verklaard; de Hoofdmannen geven daarbij collatoren last binnen zes weken een gekwalificeerde persoon als predikant te beroepen[60].


Daaraan is blijkbaar niet voldaan; althans er wordt een predikant van Mensingeweer niet gevonden.
Blijkens een in 1604 door synodale gecommitteerden uitgebracht rapport heeft Mensingeweer 42½ jukken goed pastorieland en kan de gemeente een eigen predikant onderhouden. De classis heeft het vorige jaar de kerkvoogd gelast een predikant te beroepen waaraan echter geen gevolg is gegeven. Gedeputeerde Staten bepalen 28 december 1604 dat Mensingeweer en Maarslag dat 29 jukken pastorieland heeft zullen worden gecombineerd[61].


Over een combinatie, voordien of toen, met Eenrum, wordt niet gesproken. Op 8 mei 1606 echter besluit de synode dat de combinatie van Eenrum en Mensingeweer voor ditmaal, doch bij provisie voor een jaar, in stand kan blijven. Tezelfdertijd wordt Eenrum door het vertrek van Andreas Allardi echter vacant en vervolgens ontstaan moeilijkheden rond de komst van diens opvolger aldaar, Johannes Conradi. De bediening van Mensingeweer wordt blijkbaar in deze periode door Andreas Straetman 1606 – 1609 predikant te Saaxumhuizen, aan zich getrokken. Op 7 mei 1607 verzoekt echter Adolhus van Besten, predikant te Wehe en Kloosterburen, Mensingeweer mede te mogen bedienen omdat de beide andere gemeenten hem niet kunnen onderhouden. De synode legt daarop Straetman op in de classicale vergadering ten overstaan van de synodale deputaten daarop te antwoorden.

 

Op 28 april 1608 ratificeert de synode de verklaring van deze deputaten en de classis dat Straetman van Mensingeweer afstand moet doen terwijl de deputaten er zorg voor dienen te dragen dat aan de collator wordt geschreven Mensingeweer in combinatie aan Adolphus van Besten te geven. Blijkbaar wordt een en ander niet echter niet zonder moeilijkheden afgewikkeld. In de eerste plaats casseert de Hoofdmannenkamer op 30 juni 1608 het arrest, door Adolphus van Besten, na verzet door de collatoren[62], terwijl in de tweede plaats de synode 8 mei 1609 de deputaten opdraagt de Staten te verzoeken ‘ijn saken Adolphi Besten und Andreae Straetmanni …. (sc. de collatie van de kerk alhier) tho remedieren’ en op 10 mei 1609 de synode bepaalt dat Saaxumhuizen, dat gecombineerd is met Westernieland, alleen een predikant kan onderhouden. In ieder geval bedient Andreas Straetman dus nog in 1609 Mensingeweer. Of dit ook het geval is geweest tot zijn vertrek medio 1610 naar Zuidwolde is niet bekend.


Een waarschijnlijk omstreeks 1612 opgestelde lijst van combinaties in de classis Eenrum vermeldt dat Mensingeweer dan met Eenrum is gecombineerd, na een door collator en gemeente uitgebracht beroep; de woorden ‘or twe Jahren geschiedt’ zijn, mogelijk als niet (meer) ter zake doende, doorgehaald[63]. De combinatie is daarom omstreeks 1610 tot stand gekomen.


Bernardus Joannes Sagittarius, predikant te Eenrum, zegt begin januari 1624 de huur van 15 grazen land op aan de pastorie meijer te Mensingeweer. Er ontstaat een geschil wie gerechtigd is als collator mede te ondertekenen, de weduwe Matenesse[64] als legitima tutrix van haar kinderen of de voorstanders over deze kinderen door wie het mandaat is ondertekend. Het geschil wordt op 15 en 29 januari 1624 door de Hoofdmannen behandeld zonder dat het tot een uitspraak komt[65].


Sagittarius wordt opgevolgd door Joannes van Nijeveen, op 6 oktober 1632 door de classis toegelaten als predikant te Eenrum. De synodale acta tekent hij 20 juni 1638 als predikant te Eenrum en Mensingeweer. Blijkens zijn grafsteen sterft hij op 21 juli 1653.


De combinatie van Maarslag en Mensingeweer komt uiteindelijk in 1655 tot stand. 

 


Lees meer:
- De grafzerken in de Michaëlkerk, oktober 2025. (PDF-bestand)
- Tonnis Musschenga, De grafzerken buiten de kerk. (PDF-bestand)
- De graven op de begraafplaats, juni 2025. (PDF-bestand)

 

 

Bronnen, referenties en literatuur
- Corpus Roemeling, Mensingeweer.
- Vereniging Dorpsbelangen Mensingeweer.
- Protestantse Gemeente Leens-Mensingeweer: Historie.
- Alma/Pathuis, Groninger Gedenkwaardigheden: Mensingeweer.
- Wikipedia, Michaëlkerk (Mensingeweer), 21 januari 2026
- Wikimedia,
- Rijksmonumentenregister, Mensingeweer

 


Noten, bronnen, referenties:

1 Corpus Roemeling, Mensingeweer: AKG nr. 262 reg. 276. GA, RAG, Register zegels.

2 Een vicarie is volgens het Nederlands recht een stichting. Het was oorspronkelijk een middeleeuwse rechtspersoon naar kerkelijk én wereldlijk recht.

3 Het Latijnse werkwoord praebeo (prebende) (Nederlands: aan- of toereiken) is oorspronkelijk gebruikt om de inkomsten van een kapittel van kanunniken (koorheren) aan te duiden dat voor het levensonderhoud van deze geestelijken bestemd is geweest.

4 Corpus Roemeling, Mensingeweer: Alma, ‘Schattingen’, 174

5 Protestantse Gemeente Leens-Mensingeweer: Historie. De Michaëlkerk van Mensingeweer.

6 Kloostermoppen, ook wel kloosterstenen of monniksstenen genoemd, zijn middeleeuwse bakstenen. Ze zijn veel groter dan de huidige bakstenen en zijn vooral gebruikt in kloosters, kerken en kastelen. Ofschoon het niet met zekerheid vastgesteld kan worden, is de heersende opvatting dat kloosterorden aan de bakermat van de baksteenfabricage hebben gestaan, hetgeen blijkt uit de naam. Echter, ook bakstenen die niet door monniken gebakken zijn, worden in de volksmond zo genoemd. Sommige huizen zijn ook uit kloostermoppen opgetrokken, maar, omdat deze erg duur zijn geweest, zijn de huizen in die tijd meestal van hout gebouwd.

7 Een blinde nis of blindnis is een nis die slechts in schijn aanwezig is. Op de plaats waar de deur of het venster zou zitten, is meestal metselwerk aangebracht, soms gepleisterd of anderszins afgewerkt, bijvoorbeeld door vlechtwerk. Vaak is de nis wel één of een paar centimeter diep (de muur in).

8 Ook: spantenkap. De sporenkap is een kapconstructie die bestaat uit een reeks tot een "driehoek" samengevoegde sporen (sparren) die het dakbeschot dragen. Zo'n "driehoek" heet een spant of gespan.

9 Oud Hollandse dakpannen zijn traditionele dakbedekkingen die bekend staan om hun karakteristieke uiterlijk en uitzonderlijke duurzaamheid. Ze worden meestal gemaakt van hoogwaardige klei en hebben een unieke golvende vorm die zorgt voor een uitstekende waterafvoer. De kleuren variëren van diep rood en warm bruin tot klassiek zwart, wat bijdraagt aan hun veelzijdigheid in verschillende bouwstijlen. Deze dakpannen worden nog steeds geproduceerd volgens traditionele methoden, wat hun authentieke uitstraling en kwaliteit behoudt. Door hun robuuste constructie en uiterlijke aantrekkingskracht blijven ze een populaire keuze voor zowel historische gebouwen als moderne architectuur.

10 Een tongewelf is een gewelf waarvan de dwarsdoorsnede (vrijwel) een halfronde cirkel is. Het tongewelf ontstaat door de boogvorm in één richting vele malen te herhalen, zodat de kruin van het gewelf uit één rechte lijn bestaat, een soort halve buis. De boog loopt van de aanzetsteen (geboorte) van de ene zijde naar die van de andere zijde.

11 Protestantse Gemeente Leens-Mensingeweer: Historie. De Michaëlkerk van Mensingeweer.

12 idem

13 idem

14 idem

15 idem

16 Alma/Pathuis, Groninger Gedenkwaardigheden.

17 idem

22 Protestantse Gemeente Leens-Mensingeweer: Historie. De Michaëlkerk van Mensingeweer.

23 Intarsia is een decoratieve techniek van inlegwerk, afkomstig van het Italiaanse 'intarsiare' (inleggen), waarbij verschillende materialen (hout, ivoor, metaal) in een massief oppervlak worden ingevoegd om patronen te vormen, in tegenstelling tot marqueterie waarbij fineer wordt opgelegd. De techniek is ook bekend van het breien, waarbij met aparte garenbollen per kleur blokken of patronen worden gebreid, zonder draden aan de achterkant mee te voeren.

24 Celluloid is een groep chemische verbindingen op basis van nitrocellulose en kamfer plus kleurstoffen en hulpstoffen. In het algemeen wordt celluloid gezien als de eerste thermoplast. Celluloid kan makkelijk gegoten en bewerkt worden en zou in het begin veelvuldig gebruikt zijn ter vervanging van ivoor. Celluloid is zeer brandbaar en de verbindingen zijn zo onstabiel, dat het nog maar weinig wordt gebruikt

25 Mammoetivoor is fossiel materiaal afkomstig van de slagtanden van prehistorische wolharige mammoeten, die zo'n 10.000 jaar geleden uitstierven. Het wordt vaak gevonden in Siberië en soms in Nederland (bijv. de Zandmotor). Omdat mammoeten uitgestorven zijn, is dit ivoor niet beschermd en mag het vrij verhandeld worden, wat het een natuurvriendelijk alternatief maakt voor olifantenivoor. 

26 Een fronton is een driehoekige (of soms gebogen) bekroning van een gevel, venster, deur of nis, ontleend aan de klassieke Griekse en Romeinse bouwkunst en veel gebruikt in de Renaissance en Classicisme, vaak met beeldhouwwerk (timpaan) in het binnenvlak. Het is een decoratief element dat een ingang of gevel accentueert en werd populair vanaf de 16e eeuw, met het Paleis op de Dam als bekend Nederlands voorbeeld. 

27 Helmer Hut is tegenwoordig niet meer actief

28 De keel en tong zijn de cruciale onderdelen van een tongpijp (of rietpijp) in een orgel, die verantwoordelijk zijn voor de klankproductie. In tegenstelling tot labiaalpijpen (fluitpijpen), die werken als een fluit, wekken tongwerken geluid op door een trillend metalen plaatje, vergelijkbaar met de werking van een klarinet of saxofoon.

29 Protestantse Gemeente Leens-Mensingeweer

30 Dakbeschot (of dakbeschieting) is de laag planken of plaatmateriaal die op de gordingen of sporen van een dakconstructie wordt aangebracht. Het vormt de basis waarop de uiteindelijke dakbedekking (pannen, bitumen) wordt bevestigd en zorgt ervoor dat de kap winddicht is.

31 Daksporen (ook wel juffers or daksparren) zijn de houten balken die het skelet van een dak vormen, van de nok naar de muur lopend, om het gewicht van dakbedekking en dakbeschot over te brengen naar de muren.

32 Alma/Pathuis, Groninger Gedenkwaardigheden.

33 Protestantse Gemeente Leens-Mensingeweer

34 Alma/Pathuis, Groninger Gedenkwaardigheden.

35 Alma/Pathuis, Groninger Gedenkwaardigheden.

36 Corpus Roemeling, Mensingeweer:  OGD ne. 10; Kotschke III Par. 25, 111 (tiende-elfde eeuw ).

37 Corpus Roemeling, Mensingeweer: OGD nr. 668.

38 Corpus Roemeling, Mensingeweer: OGD nr. 761.

39 Corpus Roemeling, Mensingeweer: J.Naarding, Driemaandelijkse Bladen XIII, 1961, 120. OGD nr. 10 ad noot 21 veronderstelt Garreweer? Gezien de volgende der overige genoemde plaatsen geheel ten onrechte.

40 Corpus Roemeling, Mensingeweer:  Ligtendag, De Wolden, 51.

41 Corpus Roemeling, Mensingeweer: AKG nr. 262 reg. 276.

42 Corpus Roemeling, Mensingeweer: GA, RAG, Register zegels.

43 Corpus Roemeling, Mensingeweer: Alma,’Schattingen’, 190.

44 Corpus Roemeling, Mensingeweer: Alma,’ Winsumerzijlvest’, 128

45 Corpus Roemeling, Mensingeweer: Boeles, Geestelijke goederen, 207.

46 Corpus Roemeling, Mensingeweer: Alma, ‘Schattingen’, 174.

47 Corpus Roemeling, Mensingeweer:  AKG nr. 262 reg. 276

48 Corpus Roemeling, Mensingeweer: Arch. Ewsum nr. 504 (oud nr. 8)

49 Corpus Roemeling, Mensingeweer: Arch. Ewsum oud nr. 136.

50 Corpus Roemeling, Mensingeweer: Alma, ‘Schattingen’, 190.

51 Corpus Roemeling, Mensingeweer: GA, GAG rvR nr. 956.

52 Corpus Roemeling, Mensingeweer: Visitatie 1555.

53 Corpus Roemeling, Mensingeweer: GA, GAG, rvR nr. 1092, Hs. in folio 55, 242 en 292.

54 Corpus Roemeling, Mensingeweer: GA, GAG, rvR nr. 1092, Hs. in folio 55, 242 en 292.

55 GA, GAG, nr. rvR 1092, hs. in folio 242 en 292.

56 GA, GAG, nr. rvR 1092, hs. in folio 242, 280, 21 april 1561; de prebende bracht toen jaarlijks 118½ Emder
gulden op.

57 Corpus Roemeling, Mensingeweer: Visitatie 1563.

58 Corpus Roemeling, Mensingeweer: Arch. Ewsum nr. 25 (oud nr. 132 K – XXXXII).

59 Corpus Roemeling, Mensingeweer: StA nr. 856.

60 Corpus Roemeling, Mensingeweer: Arch. HJK nr. 838, 205.

61 Corpus Roemeling, Mensingeweer: Boeles, Geestelijke goederen, 207.

62 Corpus Roemeling, Mensingeweer: Arch. HJK nr. 844.

63 Corpus Roemeling, Mensingeweer: Arch. PKV Groningen nr. 40.

64 Corpus Roemeling, Mensingeweer: Te weten Maria Manninga, weduwe van Willem van Matenesse. Laatstgenoemde is in 1608 de voornaamste collator alhier. Deze koopt in 1602 de borg te Rasquert en vermoedelijk ook de heerd die later de naam Matenesse zal gaan dragen, van Christopher van Ewsum. Deze heeft van zijn moeder in 1556 vier heerden alhier geërfd waaronder een tezelfder grootte als Matenesse (Forma e.a., Ommelander Borgen, 252). De goederen zijn afkomstig van Beetke van Rasquert, vrouw van Wigbold van Ewsum.

65 Corpus Roemeling, Mensingeweer: Arch. HJK nr. 855, 247v en 264v.

 


Deze pagina maakt deel uit van www.nazatendevries.nl. Aan bovenstaande tekst is de uiterste zorgvuldigheid besteed. Desondanks kunnen er best fouten voorkomen. Constateer je fouten en/of heb je vragen, correcties, aanvullingen......... geef die dan even aan mij door via mijn E-mail adres (zie rode balk boven). Wij hebben ons uiterste best gedaan om de auteurs van teksten/citaten en copyrightbepalingen van afbeeldingen te achterhalen. Mocht je rechthebbende zijn en hierover vragen of opmerkingen hebben, neem dan contact op via e-mail. Lees ook de 'Disclaimer' en 'Privacy' voor méér informatie en laat ook eens een bericht achter in het Gastenboek, dan weet ik waarvoor ik het doe.

Hoogeveen, 27 januari 2026.
Samenstelling: © Harm Hillinga.
Klik hier om naar het menu ARTIKELS te gaan.
Klik hier om terug te gaan naar de HOMEPAGE.
↑ Top