De kerk van Oostum vóór de restauratie van 1972. De afgegraven wierde is hier goed te zien.

Algemeen
Het wierdedorp Oostum is ontstaan in de middeleeuwen. De wierde is nu vrijwel verlaten en grotendeels afgegraven tussen 1905 en 1913. Oostum is een beschermd dorpsgezicht en ligt aan het Pieterpad.

 

De wierde dateert uit de IJzertijd of later en ligt op een oude kwelderwal. Mogelijk wordt de plek echter al langer bewoond, daar bij boringen ten oosten van de wierde in 1971 mogelijk een vlaknederzetting-stadium is aangetroffen.

 

Bij andere opgravingen zijn inheems Romeinse en tientallen middeleeuwse potscherven gevonden. De nederzetting komt in de 11e eeuw voor als in Astne(m), wat wordt verklaard als een samentrekking van de woorden ast ('oost') en hem ('heem') met als betekenis 'oostelijk gelegen woonplaats'.

Exterieur
De kerk is gelegen op de wierde van Oostum, waarvan het grootste gedeelte is afgegraven. De kerk ik in het bezit van de Stichting Oude Groninger Kerken. De hervormde kerk (Oostumerweg 15) is een kleine eenbeukige kerk met rechte koorsluiting en een forse ongelede toren met zadeldak. De beide oostelijke traveeën van de kerk zullen uit het middel van de 13e eeuw dateren. In de 14e eeuw is de oorspronkelijke derde travee vervangen door een halve travee en verrijst ook de brede toren. Deze is niet vierkant, zoals meestal het geval is, maar rechthoekig en noord-zuid gericht. In de zuidgevel is siermetselwerk aanwezig, gemaakt in de stijl van de romanogotiek. De door de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek verrichte opgraving bij de restauratie in 1972 heeft aangetoond aan dat de westgevel van de toren op de fundering van de westgevel van de vroegere derde travee gebouwd is. Dit is waarschijnlijk de oorzaak dat de toren dwars op de lengterichting van de kerk is komen te staan. De begane grond van de toren is een naar de kerk geopende kapel met flauw koepelgewelf. Aan de zuidzijde bevindt zich een dichtgemetselde zuidingang in het schip, de vroegere manneningang. Tegen de westgevel zijn in 1821 twee kleine steunberen gebouwd.


 

In de toren hangt een door Henrik Kokenbacker gegoten luidklok uit 1466, afkomstig uit Feerwerd. Die plaats ligt ten noordwesten van Oostum. In het bovenste randschrift van de klok zijn zeven apostelen afgebeeld: Petrus met de sleutels, Paulus met het zwaard, Andreas met het naar hem toegekeerd kruis, Jacobus met staf en pelgrimshoed, Thomas met de lans, Johannes met de kelk en Bartholomeus met het mes, Boeiend is voorts de afbeelding aan de voorzijde van de klok: Christus aan het kruis met daarnaast Maria en Johannes.

De op de grotendeels afgegraven wierde staat het kerkje fraai in de sneeuw.

 

Het zadeldak van de toren is waarschijnlijk 16e eeuws. Ondanks wijzigingen in 1859 en 1899 bevinden zich op een groot deel van het schip nog steeds de Middeleeuwse dakpannen. Het zijn halfronde pannen, waarvan afwisselend een rij met de bolle kant naar boven en naar beneden ligt. Ze worden wel monniken en nonnen genoemd. In Groningen treffen we ze maar op enkele plaatsen aan, bijvoorbeeld in Winsum en Sellingen. In Oostum liggen ze overigens niet op het oostelijke deel van het dak, terwijl ze eveneens ontbreken op het verbindingsstuk tussen de beide traveeën en de toren.
Aan de zuidzijde zijn nog de restanten te zien van twee kruismotieven in de vorm van een Grieks kruis, vermengd met een Andreaskruis. Deze zijn aangebracht door donkere pannen tussen de rode te leggen.

 

Interieur in 1961. Sindsdien is het gezicht op de balkenzoldering hersteld.

De kachel is verwijderd en de wandschilderingen zijn weer zichtbaar.

De oorspronkelijke preekstoel en de heren- en kerkvoogdijbanken staan er nog,

maar de overige kerkbanken zijn vervangen door stoeltjes.


Interieur
Het interieur wordt gedekt door een balkenzoldering, die in de plaats is gekomen van de in de 16e eeuw verwijderde meloengewelven. Op de noordmuur zit een deel van de middeleeuwse decoratieve beschildering met een patroon van lelies. Bij de restauratie in 1970-1973 is het grootste deel van het meubilair helaas verdwenen; alleen het oostelijk deel van de inrichting bleef gespaard. Tot de inventaris behoren een preekstoel met doophek in simpele maniëristische vormen, daterend uit 1663 en een herenbank met een opzetstuk in Lodenwijk XIV-vormen, voorzien van het wapen van Lewe van Aduard, gemaakt in de eerste helft van de 18e eeuw. In de vloer van de kerk liggen twee grafzerken uit 1570 en 1579. De kerk beschikt niet over een kerkorgel, wel is er een loos orgelfront aanwezig.

 

De rechthoekige toren van de kerk te Oostum.


Bronnen:
01. Karstkarel, Peter Alle middeleeuwse kerken: Van Harlingen tot Wilhelmshaven (2007) Leeuwarden/Groningen, Uitgeverij Noordboek, ISBN 978 9033005589.
02. Delvigne, J.J, Pronk-Wiersema L.M. en Scherings, H. (1994). Vroeger in Middag. Uit de historie van de gemeente Ezinge. Bedum: Profiel.

Foto's: WP.

 

Deze pagina maakt deel uit van www.nazatendevries.nl.
Aan bovenstaande tekst is de uiterste zorgvuldigheid besteed. Desondanks kunnen er best fouten voorkomen.
Constateer je fouten en/of heb je vragen, correcties, aanvullingen...geef die dan even aan mij door via mijn E-mail adres.
Laat ook eens een bericht achter in het Gastenboek.

 

Hoogeveen, 23 nov. 2015..
Verhaal: © Harm Hillinga
.

Menu Artikelen.
Terug naar de HomePage.
Top