Afb. Onbekende auteur. De kerk en toren van Sauwerd. Steendruk, 1840. (Bron: RHC GA (15))

 

In 1840 verdwijnen de kerken van Wetsinge en Sauwerd, twee terpdorpjes in de gemeente Adorp op nog geen kilometer van elkaar verwijderd. Zij zijn bouwvallig geworden en passen overigens ook niet meer in de plannen die beide Hervormde gemeenten samen hebben. De gebouwen zijn daarop op afbraak verkocht (1).


De twee gemeenten werken al lange tijd nauw samen. Sinds 1739 hebben zij steeds gezamenlijk een predikant beroepen waardoor beide predikantsplaatsen feitelijk ineengesmolten zijn. De twee kerkenraden verenigen zich tussen 1831-1834, waarschijnlijk mede door problemen als gevolg van de Afscheiding. De kroon op de samenwerking vormt de bouw van een nieuw kerkgebouw halverwege beide dorpen aan de Molenstreek, waar het nu Klein Wetsinge heet. De eerste steenlegging vindt plaats op 18 mei 1840. In 1884 verrijst daar eveneens de nieuwe pastorie. In 1885 tenslotte worden ook de beide diaconieën één. De kerkelijke gemeente Wetsinge-Sauwerd is tegenwoordig gecombineerd met Adorp.

 

Afb. 1 Het dorp Sauwerd volgens de kadastrale minuut. 1. borgterrein Onsta; 2. kerk en toren; 3. Hoge Vonderpad; 4. Singelweg; 5. Sauwerdermaar; 6. schathuis; 7. oude en nieuwe provinciale weg; 8. weg naar Wetsinge; 9. Hoogpad; JO. Oude Kerkstraat. Naar Formsma, Luitjens-Dükveld Stol en Pathuis (1973).
Afb. 2. Auteur: onbekend. De kerk en toren van Sauwerd. Gekleurde pentekening. Betreft een 19e eeuwde kopie naar een 18e eeuws voorbeeld (Bron: RHC GA (15))
Afb. Onbekende auteur. De kerk en toren van Sauwerd. Steendruk, 1840. (Bron: RHC GA (15))
Afb. 4. De kerk en toren van Sauwerd. Een aquarel van H.K. Maat uit 1841. Bron: John Stoel.

 


Geschiedenis


Een oorkonde van 1319 waarin sprake is van een zekere ‘Boyo, rector ecclesie in Sawert’, wijst op het bestaan van een kerspel Sauwerd (2). Het kerkgebouw van de parochie uit die dagen is ongetwijfeld identiek met de kerk die in 1840 gesloopt is. Er bestaat namelijk een aantal afbeeldingen van het gebouw waaruit dit mag worden afgeleid. De Groot, van wiens werk hier dankbaar gebruik gemaakt is, somt de volgende op (3):

 

1. op de Coenderskaart van ca. 1630,
2. een vroeg-19de-eeuwse ingekleurde pentekening, kopie naar een 18e -eeuws voorbeeld (4). Anoniem (afb. 2),
3. een prent uit 1840, naar een kort tevoren gemaakte krijttekening. Anoniem (afb. 3), Van der Ploeg voegt hieraan nog eentje toe (5):
4. een aquarel uit 1841, vervaardigd door H.K. de Maat (afb. 4).


Tenslotte bevindt zich in het Rijksarchief in Groningen:
5. een pentekening, kopie van nr. 2 vervaardigd door H.J. Oostinga (6).


Ad 1.
Volgens De Groot toont de Coenderskaart een zaalkerk etc. met ten zuiden daarvan een vrijstaande toren.
Inspectie leert echter dat de sluiting, zij het schematisch, duidelijk polygonaal (27) is. De weergave op de kadastrale minuut is driezijdig (afb. 1).

 

Ad 2.
Weergegeven wordt een romano-gotisch gebouw met, vertekend, een veelhoekige sluiting. Het onderschrift luidt: ‘afgebroken in 1840’. Het gebouw maakt niet de indruk ernstig in verval te zijn.


Ad 3.
De steendruk is in 1840 bij J. Oomkens te Groningen uitgegeven, samen met prenten van de kerken te Wetsinge en Onderwierum die in dat jaar eveneens verdwijnen. De krijttekening zal dan ook kort voordien gemaakt zijn met als doel de herinnering aan het gebouw levendig te houden (7). In de periode tussen de vervaardiging van nr. 2 en 3 is de zuidgevel, vooral wat betreft de vensters, ingrijpend gewijzigd.


Ad 4.
De aquarel lijkt een kopie van nr.2 c.q. van het daaraan ten grondslag liggende voorbeeld. De kwaliteit is echter minder, evenals het betrouwbaarheidsgehalte. Zo zijn de typische blindnissen weggelaten. Ook ontbreekt de hagioscoop. De golflijn bovenin de gevel zal eerder de bedoeling hebben de plaats van de nis koppen aan te duiden dan een boogfries voor te stellen, zoals Van der Ploeg meent (5).


Ad 5.
De pentekening geeft geen nieuws. Een verschil met nr. 2 vormt de boompartij achter de kerkhofmuur en de twee figuurtjes op de voorgrond die nu zijn weggelaten. De wijzerplaat aan de toren is verworden tot een venster. Rechts boven staat: ‘kerk te Sauwerd’.


Te oordelen naar afbeelding 2 die de oorspronkelijke toestand het best lijkt weer te geven, bestaat de kerk uit een schip met een jonger, meerzijdig gesloten koor dat op de hoeken is versterkt met eenmaal versneden beren. De toren ten zuidoosten van de kerk heeft vlak opgaand muurwerk en wordt gedekt door een O-W lopend zadeldak tussen sluitgevels. Aan de oostzijde is de kerkhofmuur te zien.


Bekijken we ter verkrijging van een datering kerk en toren nader, dan dienen we, wat betreft het kerkgebouw, af te gaan op de behandeling van de zuidgevel. Deze is alleen in de bovenhelft decoratief geleed, en wel door langgerekte, smalle vensters en nissen. Of de dagkanten (28) met een kraal omlijst zijn geweest en de nissen met siermetselwerk gevuld, kan niet worden vastgesteld. Enkele nissen kunnen oorspronkelijk vensters hebben bevat die later zijn gedicht of omgekeerd, zoals bijvoorbeeld de achtste nis die ten behoeve van een venster benedenwaarts verlengd is.


De toegang in het westelijk eind is een rondbogige nis met een gelijkvormige ingang. De hagioscoop geeft de plaats aan van het oorspronkelijke koor. Afgezien van de muurankers die op een balkenzoldering wijzen, maakt het muurwerk een originele indruk. De rechthoekige deuropening in de eerste sluitingszijde is naderhand aangebracht.


Het schip is romano-gotisch en zal van rond het midden van de 13e eeuw dateren. Voorzien van een rechte koorsluiting, zoals het archeologisch onderzoek uitwijst, past de kerk goed in de groep- Noordwolde naar Berghuis en Steensma (8). Zij zal oorspronkelijk wel overwelfd zijn geweest, zoals de andere kerken van deze groep. In dat geval is zij, gezien de afmetingen, drie traveeën diep geweest. De travee indeling laat zich echter niet met zekerheid van de gevel aflezen.


Het gotische koor dateert van de 14e of 15e eeuw, toen in Groningen veel kerken hun koor hebben vergroot (9). Het biedt tevens plaats aan de ruime grafkelder voor leden van het hoofdelingengeslacht Onsta (10).
De slanke toren met een rondbogige west ingang en soortgelijke galmgaten in de zuiden westgevellaat zijn wegens te weinig typische kenmerken niet dateren.


Het onderzoek (afb. 5-7)


Aanleiding tot het onderzoek vormt het besluit van de gemeente Adorp de woonomgeving in het gebied Hoogpad/Oude Kerkstraat te Sauwerd te verbeteren. Hiertoe wordt ook gerekend het sinds 1872 buiten gebruik zijnde kerkhof aldaar, dat eigendom is van de kerkelijke gemeente. Om het gestelde doel te bereiken neemt de burgerlijke gemeente de begraafplaats over voor het symbolische bedrag van f 1,-. De aanblik ervan dient te worden verbeterd, wat inhoudt versterking van het historisch karakter van de plek door in het maaiveld de standplaats van de voormalige kerk en toren zichtbaar te maken (ll).


Overleg tussen het (BAI) Biologisch-Archeologisch Instituut (E.A. 1.) van de  Rijks Universiteit Groningen en de gemeente Adorp leidt ertoe, dat de omtrek van beide gebouwen niet op basis van de kadastrale gegevens wordt aangegeven, zoals het voornemen is, maar naar de te verwachten archeologische bevindingen. Het oudheidkundig bodemonderzoek dat der halve nodig is, geschiedt vanwege het B.A.I. en vindt plaats in de periode 31 maart tot 15 april 1982. Hieraan wordt behalve door medewerkers van dit instituut (schrijver dezes, wetenschappelijke leiding; G. Delger, K. Klaassens, technische leiding), ook deelgenomen door de N.J.B.G. (Nederlandse Jeugdbond ter Bestudering van de Geschiedenis) die het project als archeologisch werkkamp in zijn programma opneemt (12). De gemeente Adorp verleent eveneens haar gewaardeerde medewerking (13).

 

Afb. 5/6. Sauwerd, voormalige kerk. Profiel 2: fundering noordelijke koormuur fase 1 (links) versneden door fase 2 (rechts). Gezien vanuit het zuid-oosten,. Foto: C.F.D.

 

Afb. 6/7. Sauwerd. Opgravingsplattegrond en plattegrond bouwfase 1-3. Tekening: B.A.I. (G. Delger en J.H. Zwier). Profielen 1-7. Tekening B.A.I. , J.H. Zwier.


Het onderzoek combineert wetenschappelijke interesse met maatschappelijk belang: klaarheid brengen in de bouwgeschiedenis en het resultaat daarvan letterlijk publiekelijk zichtbaar maken. De volgende vragen dienen daarom te worden beantwoord:

 

a. waar precies hebben kerk en toren gestaan,
b. welke plattegrondvorm bezit de kerk in 1840,
c. heeft de kerk voordien andere plattegrondvormen gekend,
d. zijn aan kerk en toren soortgelijke of andere gebouwen voorafgegaan,
e. is het kerkhof door een muur omringd geweest?

 

Vooruitlopend op de resultaten die onder volgen, wordt alvast meegedeeld, dat de vragen a tot en met d bevredigend zijn beantwoord. Belangrijk is vooral dat op vraag c en geen positief antwoord is verkregen. Vraag e, het vaststellen van de loop van de kerkhofmuur, blijft onbeantwoord. Op de vermoede plaats even buiten het opgravingsterrein aan de westkant van het Hoogpad, zou zich ondergronds een aantal leidingen bevinden. Een andere tegenvaller vormt de beschikbare tijd die eigenlijk te kort is. Verder leggen de omvang van het voor opgraving beschikbare terrein en de aanwezigheid van nog aan stenen herkenbare graven beperkingen op. Van de standplaats van de kerk kan daarom alleen de oostelijke helft volledig worden blootgelegd, elders geschiedt het onderzoek door middel van sleuven. Over een eventuele geleding van het interieur heeft het onderzoek geen uitsluitsel gegeven. Hierop is de opgraving overigens ook niet toegesneden.


Bouwfase 1


In de vlakken en profielen (1-4) toonde zich een grondverbetering die uit schelp- (kokkel, Cerastoderma edulis) en kleilagen om en om bestond. Deze fundering is wegens versnijding door een jongere grondverbetering nog max. 1,20 m breed; de diepte bedraagt nog maximaal 1,25 m tot 0,72 m boven N.A.P. De loop ervan is U-vormig. Gezien plaats en vorm van het fundament in relatie tot die van de fasen 2 en 3, betreft het de grondslagen van een versmald koor dat recht gesloten is geweest. De grondverbetering ter plaatse van de schip muren is niet bewaard gebleven. Zij moet volledig zijn opgeruimd en vervangen door die van de kerk fase 2 waarvan het schip op precies dezelfde plaats is verrezen.


De oudste kerk bezit dus de vorm van een zaalkerk met een inspringend, recht gesloten koor dat in open verbinding met het schip heeft gestaan. De lengte bedraagt hart op hart ca. 19,50 m, de breedte 9 m. Het koor zal inwendig ca. 5 x 5 m hebben gemeten. Het gebouw moet opgetrokken zijn geweest uit baksteen. In de grondverbetering fase 2 is namelijk reeds eerder gebruikte baksteen en mortel verwerkt, en geen tufsteen wat voor de hand zou liggen bij sloop van een voorafgaand gebouw van dit soort steen. Op het opgravingsterrein zijn verder slechts drie brokken tuf gevonden, wat te weinig is om daaruit het bestaan van een volledig tufstenen kerk te kunnen afleiden. En tenslotte komt volgens de schoolmeester van Sauwerd aan de kerk, aan het gebouw fase 2 en 3, geen ‘duf- of duifsteen’ voor (14).


Bouwfase 2


Rond de grondverbetering fase 1 bevindt zich een andere grondverbetering die afwisselend uit lagen klei, lagen baksteen(brokken) en lagen mortel bestaat (vlak en profielen 1-3). Deze samenstelling verschilt per profiel alleen in detail. Plaats en vorm in relatie tot die van fase 1 en 3 bestempelen dit fundament als een koorfundering. Uitstulpingen aan de noordelijke en zuidelijke funderingsbaan stellen liseen bases voor. Hetzelfde type grondverbetering is op twee plaatsen meer westelijk vastgesteld.


Laatstbedoelde grondvesten behoren tot het schip: zij markeren de vlucht van de westgevel, de aansluiting west-/noordgevel (vlak en profiel 5) en de loop van de noordgevel halverwege (vlak). Aan het westelijk eind van de noordgevel heeft zich, gezien de uitbouw aan de fundering, een liseen bevonden. De sleuf in het westelijk schipgedeelte toont voorts aan, dat de kerk nooit een aangebouwde westtoren heeft gekend. Een fundament dat daarvoor noodzakelijk zou zijn geweest, ontbreekt aldaar. Evenmin zijn aanwijzingen gevonden die kunnen pleiten voor een meer binnenwaarts gelegen westgevel fase 2 of 1. De breedte van de grondverbetering bedraagt nog maximaal 1,90 m, de diepte nog maximaal 2 m tot 0,20 m boven N.A.P. De baksteen in deze fundering is op verschillende plaatsen van gelijk formaat: 26-31,2 x 11,5-15,5 x 7,1-9,5 cm, in hoofdzaak echter 27-29 x 12,5-15 x 7,5-8,5 cm. De meeste stenen zijn eerder gebruikt geweest. De grootste formaten komen vooral voor in de vlijlaag van de muur.


Het onderzoek toont aan, dat de tweede kerk een rechte sluiting heeft gehad met aan beide einden van de noordgevel een liseen. Het koor bezit aan de noordkant zelfs twee lisenen. De zuidgevel kent alleen aan het oostelijk eind een dergelijk bouwdeel. De prenten die alle de zuidzijde van de kerk weergeven, tonen daarentegen geen lisenen: de oostelijke zal wel zijn verdwenen in bouwfase 3, voor de andere aan het koor is wegens de muurbehandeling geen plaats geweest. De afmetingen bedragen volgens het grondplan ca. 21 x 9 m hart op hart.


Bouwfase 3


Op de koorsluiting fase 2 sluit aan de oostzijde, in het verlengde van beide langsgevels, een puinbaan aan die met drie zijden van een zeshoek sluit. De hoekpunten bezitten aan de buitenkant uitstulpingen. De doorsneden (profiel 6 en 7) tonen een funderingssleuf gevuld met baksteenpuin. De breedte die hier en daar door het delven van graven gering geworden is, bedraagt nog maximaal 1,70 m, de diepte nog maximaal 0,70 m tot 1,60 m boven N.A.P. Plaatselijk zijn delen van de vlijlaag van de muur bewaard gebleven. Het baksteenformaat wijkt niet af van dat genoemd onder fase 2, zodat aangenomen kan worden dat afkomend materiaal uit fase 2 in deze vorm hergebruikt is.


Voorts is op veel stenen mortel aanwezig wat eveneens wijst op secundair gebruik. Profiel 3 toont de toegang  (een trap) naar de grafkelder, profiel 6 de insteek van de oostelijke begrenzing daarvan (beide in tekening als recent aangegeven).


De derde bouwfase betreft derhalve een verlenging van het koor met een smalle travee die in elk geval aan de buitenkant driezijdig gesloten is geweest. De hoeken zijn versterkt met beren. De opstand is op de afbeeldingen te zien. De lengte van de nieuwbouw zal inwendig ca. 6 m hebben bedragen, ongeveer tweemaal zo lang dus als het koor uit fase 2 en 1. De afmeting van het gehele gebouw heeft ca. 27 x 9 m bedragen, gerekend naar de fundering hart op hart.


Circa 6 m ten zuiden van het koor uit deze fase tekent zich flauw een vierkant af ter grootte van 6 x 6 m. Op de zuidoostelijke hoek ervan liggen nog enige bakstenen in situ die resten van de vlijlaag hebben gevormd. De ondergrond levert eveneens bakstenen en baksteenpuin op. Het steenformaat is gelijk aan dat in de koorfundering. De plek zal de standplaats van de toren voorstellen, die als gevolg van de afbraak en daaropvolgende egalisatiewerkzaamheden nauwelijks bewaard is gebleven. De vlijlaag van de toren ligt ook circa 0,40 m hoger dan die van de koorgevels. De overeenkomst in fundering met het koor is groot, om welke reden ook de bouw van de toren tot de derde fase is gerekend.


Mobiele vondsten


Geen van de mobiele vondsten wordt in situ aangetroffen. Zij leveren derhalve geen bijdrage tot de datering van de verschillende bouwfasen. Evenmin verhelderen zij andere delen van de bouwgeschiedenis. De drie brokken tufsteen zijn al eerder genoemd. Onder de keramiek bevinden zich o.a. scherven terpenaardewerk van verschillende ouderdom.


Datering


De ouderdom van de midden op de dorpswierde gelegen kerk en toren van Sauwerd is slechts terloops aan de orde geweest. Nog eens resumerend: het romano-gotische schip (bouwfase 2) zal uit het midden van de 13e eeuw dateren, het gotische koor en de vrijstaande toren (bouwfase 3) uit de 14e of 15e eeuw. De kerk fase 1 die uit baksteen moet hebben bestaan, zal gezien het gebruik van dit soort steen op z’n vroegst uit het laatste kwart van de 12e eeuw stammen. Er zijn geen sporen gevonden van een nog oudere, houten kerk.

 

Contouren van de vroegere kerk van Sauwerd. De toren bevond zich aan linkerzijde op de voorgrond (contouren buiten beeld). Foto: 22 december 2016. Bron/lincentie: Creative Commons.

 

 

De onderstaande gegevens zijn niet afkomstig uit de oorspronkelijke tekst van drs. J.W. Boersma, maar uit de Groninger Gedenkwaardigjheden, van A. Pathuis, 1977; nadien nagezien en aangevuld door Redmer A. Alma.

 

 

Van de oorspronkelijke kerk is nog een gebrandschilderd glas bewaard gebleven in particulier bezit:

 

[3284] HENRIK, VRYHEER VAN RUSENSTEYN, IN DIENST VAN SYNE CONINCKLYKE MAYESTEYT TOT DENEMARKEN EN NOORWEGEN, DER GOTTEN EN WENDEN, HOOG EN VERORDNETE GENERAEL MAJOOR EN GOUVERNEUR DER CONINCKLYCKE VESTUNGH GLUCKSTADT EN ONDERHOERIGE VESTUNGEN, OVERSTE OVER EEN REGIMENT HOOGDUITSCHE TE VOET, ASSESSOR INT CONINCKLYCK CRYGSCOLLEGIE, BARON VAN DE BARONNIE RUSENSTEYN, HEER TOT SAUWERT, OBIERG, USTROP EN GLUT, RIDDER VAN SYN CONINCKLYKE MAYESTEYTS ORDRE ANNO 1673.
Wapen: Gevierendeeld: I en IV: op een door water omspoelde rots een burcht of toren, gewapend met kanonnen en getooid met de Deense vlag; II en III in rood twee gaande gekroonde zilveren leeuwen onder elkaar. Hartschild: een zwaard, waarom een kronkelende slang [Ruse].
Zie: Henric Ruse, Heer van Sawert en vestingbouwer (Artikel op deze website: 21-08-2018).
N.B. Bij afbraak van kerk gekocht door jhr. J. de Drews van der Feltz, rijksontvanger Uithuizermeeden, 1840; daarna geschonken aan baron von Rusenstein, Kopenhagen. Zie: Drenthsche volksalmanak, 1851, blz. 97. Ook: RAG, Agenda van correspondentie 1841, blz. 320; Provinciale Groninger courant, 29 januari 1844, mengelwerk nr. 5. OBS, blz. 342-345. Christiaan V, koning van Denemarken en Noorwegen. RHC GA, blz. 595, nr. [3284] (16).

 

Van de klok uit de kerk is het volgende bekend:

 

[3285] CASPAR VAN DER WENGA, HOVELINGK TOT SAUERT UNDT596 OLDERSUM, UDA UNSTA GENAMT VON DER WENGA, F. TOT SAUERT UNDT OLDERSUM, ROLOF PAULI ENDE BROERKE JANSZ K.V. GREGORIUS G. MI 1609.
N.B. Sedert 1840 in toren op hervormde kerk Wetsinge-Sauwerd. Letters: F[ROUW], K[ERK]V[OOGDEN], GREGORIUS [GREGORII HALLENSIS] G[OT] MI. Vergelijk: RHC GA, nr. 2179. RHC GA, blz. 595, nr. [3285] (16).

 

Zelfs van de windvaan zijn nog gegevens aanwezig:

 

[3286] Wapen: Op een terras een boom en daartegen klimmend twee naar elkaar toe gewende herten met gewei [Bebingh].
N.B. Niet meer aanwezig. Vermeld:, Agenda van correspondentie, 1843, nr. 160, blad 338, zomede: Zegelverzameling nr. C 599. Johan Bebingh, collator 6 november 1789. Zie: RAG, Archieven hoge justitiekamer, inv. nr. 2572, blz. 533. RHC GA, blz. 596, nr. [3286] (16).

 

De voormalige avondmaalsbeker bevindt zich in Chicago:

 

[3287] DIT IS DE SOUWERDER KERCKBEECKER, ANNO 1723.
Wapens: Rechts: Doorsneden: A. een uitkomend aanziend mannenborstbeeld met breedgerande hoed [volgens overlevering sint Andries]; B. drie kruisjes [Keiser]. Links: Gedeeld: I zeven penningen, 1 en 2 en 1 en 2 en 1; II een verkort breedarmig kruis, waarvan de onderste arm iets langer is [Warmolts].
N.B. In 1843 nog aanwezig, in 1970 in Art institute of Chicago. Groninger keur 4/B [=1679/1680]. Tekening van wapen: RAG, Agenda van correspondentie, 1843, nr. 160, blz. 339/340. Maria Warmolts, weduwe van Johan Harmen Keiser. Zie: NPT, 1949, blz. 93; OBS, blz. 345 [Onstaborg]; RHC GA, nr. 2872. RHC GA, blz. 596, nr. [3287] (16).

 

De tegenwoordige verblijfsplaats van een rouwbord is geheel onbekend:

 

[3288] OBIIT DEN 4 MARTY 1679.
Wapen: Gevierendeeld: I en IV in goud op een door water omspoeld eiland, een kegelvormige grauwe toren, waarin een deur, en op halve hoogte van de toren een trans waarop drie kanonnen, de buitenste naar elkaar toe gewend, de middelste met de mond naar voren, de spits bestoken met een ingehoekte rode vlag, beladen met een gouden kruis [Denemarken]; II en III in rood twee gekroonde gaande zilveren leeuwen onder elkaar. Hartschild: in goud een gekroonde rechtop naar boven kronkelende gele slang met uitgestoken tong [Ruse, doch zwaard ontbreekt]. Onder het schild een aan een gestrikt lint afhangend breedarmig kruis, de onderste arm langer dan de overige.
N.B. Aan bord een door Denen op Turken veroverd schild. Sedert 1795 niet meer in de kerk, 22 maart 1844 verkocht naar Denemarken. Zie: SOGK, blz. 64. Tegenwoordige verblijfplaats onbekend. Tekening van wapen: RAG, Genealogische verzameling, nr. 168. Hendrik Ruse, baron von Rusensteyn. RHC GA, blz. 596, nr. [3288] (16).

 

De volgende naamplaten op doodskisten uit de kerk zijn zeer waarschijnlijk verloren gegaan, maar de gegevens weten we nog steeds:

 

[3289] HIER WORDT BESLOOTEN HET GEBEENTE VAN DE ZALIGE E.W. FEMINA VAN KATWYK, UIT DE GESLAGTE DER BESTENS, GEWEEZEN MOEDER VAN HENRIK RUZE, BARON RUZE ETC.
N.B. Niet meer aanwezig. Vermeld: RAG, Agenda van correspondentie, 1841, nr. 320 verso. Femina of Euphemia van Ketwich, overleden 1662, dochter van Albert van Ketwich en Machteld van Besten; moeder van Hendrik Ruse, op Onstaborg 1658-1679. Ook: Drentsche volksalmanak 1851, blz. 99, 102. OBS, blz. 344, 345.597. RHC GA, blz. 596, nr. [3289] (16).

[3290] Vervallen.
N.B. Tekst van naamplaat verward met die van gebrandschilderd glas. Zie: Almanak ter bevordering van kennis en goeden smaak, 1832, ongepagineerd. RHC GA, nr. 3284. RHC GA, blz. 597, nr. [3290] (16).

[3291] IN DEESE KISTE IS BESLOOTEN HET LICHAAM VAN DEN WELGEBOOREN HEER HENDRIK VRIEHEER VAN RUZENSTEIN, ERFHEER TOT SAUWERT, ABIERG, ENT USTRUP ETC. LEUTENANT GENERAAL VAN ZYN KONINGLYKE MAJESTEIT VAN DENEMARKEN ETC.
N.B. Tin. Niet meer aanwezig. Vermeld: RAG, Agenda van correspondentie, 1841, nr. 320. Sterfdag 4 maart 1679. Zie: RHC GA, nr. 3288. RHC GA, blz. 597, nr. [3291] (16).

[3292] IN DEEZE TOMBE WORDT HET GEBEENTE BESLOOTEN VAN DE ZALIGE VROU ZUZANNA BARONNESSE VAN RUSENSTEIN, VROUW TOT SAUWERT, IN HAAR LEVEN HUISVROUW VAN DIE HEER HENRIK RUZE, BARON VAN RUZENSTEIN ETC. ETC.
N.B. Tin. Niet meer aanwezig. Vermeld: RAG, Agenda van correspondentie, 1841, nr. 320. Ook: Almanak ter bevordering van kennis en goeden smaak, 1832. Ongepagineerd. Hendrik Ruse, van Runen in Drenthe, capitein ingenieur ten dienste van de stad Amsterdam, oud 29 jaren, ondertrouwd aldaar 2 juni 1654 Sussanna Duppengiesser, van Stokholm, oud 26 jaren. Zie: De navorscher, 1858, blz. 319. RHC GA, blz. 597, nr. [3292]. (16)

 

 

Grafzerken:

 

[A3292A] Lubb. Wilh. Beckering Pastor in Sawert stierf 10 janu. 1676.
van 't leven ben ik bloet, 't lijf rust in d' aanti klock, mijn ziel in Abrams schoot. Als Gods Basagne slaat, mijn lijf uit d'aard opstaat, en ook ten Hemel gaat.
N.B. Niet meer aanwezig. 'In de kerk te Sauwert voor de Predicstoel'. Vermeld: Gron. Arch., F.A. Hora Siccama, inv.nr. 475, fol. 5 (19de eeuw). Vriendelijke mededeling M. Glas. Niet in RHC GA. Bron: Redmer A. Alma en Menno Glas {16).

[3293] ANNO 1760, DEN 12 MAAY, IS ZEER CHRISTELYK IN DEN HEERE ONTSLAAPEN HESTERDYNA PIETERS, DOCHTER VAN DE SCHEPPER PIETER JELTES EN JANTJEN JACOBS TOT SAUWERT, GEBOOREN DEN 1 JANUARY 1750 EN ALHYR BIEGESET DEN 20 MAAY 1760, VERWACHTENDE MET ALLE GELOOVIGEN EEN SAALIGE OPSTANDINGE IN ONSEN HEERE CHRISTUM JESUM.
N.B. Niet meer aanwezig. Vermeld: GSL, blz. 305. RHC GA, blz. 597, nr. [3293] (16).

[3294] ANNO 1765, DEN 25 NOVEMBER, IS ZEER CHRISTELYK EN SACHT IN DEN HEERE GERUST DE EER EN DEUCHTSAAME VROUWE JANTJEN JACOBS, HUISVROUW VAN DEN SCHEPPER PIETER JELTES TOT SAUWERT, EN OP DINGSDAGH DEN 3 DECEMBER 1765 ALHYR IN DE KERK TOT SAUWERT BY HAAR TWEE ZOONS EN EEN DOCHTER BIGESET, VERWACHTENDE EEN ZALIGE OPSTANDINGE MET ALLE GELOVIGEN IN ONSEN HEERE JESUM CHRISTUM.
N.B. Niet meer aanwezig. Vermeld: GSL, blz. 305. RHC GA, blz. 597, nr. [3294] (16).

 

Arreslede:

 

[3295] Nog ziet men in eenen hoek van de sauwerder kerk de overblijfselen van eene uit hout gewerkte groote zwaan, voorzien van een vergulden kroon om haren hals. Zij maakte lange jaren op het voorportaal van deze kerk eene zeldzame figuur.... Men zegt dat Rusensteyn die figuur als narreslede heeft gebruikt.
N.B. Niet meer aanwezig. Vermeld: Almanak ter bevordering van kennis en goeden smaak voor het schrikkeljaar 1832. Ongepagineerd. Mogelijk wapenfiguur of helmteken. RHC GA, blz. 597, nr. [3294] (16).

 

 

 

 

Noten en verklaringen van de gebruikte afkortingen:


1. De bouwvalligheid spreekt uit een dichterlijke samenspraak tussen beide kerken, die is verschenen in de Groninger Courant van 20 januari 1837. Beide kerken en hun torens zijn op 27 december 1839 op afbraak verkocht. Zie 1. Vinhuizen, Stads- en dorpskroniek van Groningen. Bolsward, 1935, resp. p. 233 en 248.
De ongeveer 100 kub. ellen ‘dufsteen’ waarvan in de aanbestedingsadvertentie in de Provinciale Groninger Courant van 20 december 1839 sprake is, zal zich aan de kerk van Wetsinge hebben bevonden. Volgens de Schoolmeesterrapporten van 1829 komt aan dat gebouw tufsteen voor, aan de kerk te Sauwerd daarentegen niet.
2. P.J. Blok e.a., Oorkondenboek van Groningen en Drenthe I. Groningen, 1896, nr. 264.
Het Oorkondenboek van Groningen en Drenthe is een verzameling oorkonden aangelegd aan het einde van de negentiende eeuw, waarin alle toen bekende middeleeuwse stukken waarin Groningen en/of Drenthe voorkomen zijn opgenomen. De collectie werd als boek uitgegeven in 1896, een tweede deel volgde in 1899. De oorkonden werden bewerkt door Petrus Johannes Blok, Johan Adriaan Feith, Seerp Gratama, Johannes Reitsma en Carel Pieter Louis Rutgers. De gebruikelijke afkorting is OGD. Alle opgenomen oorkonden zijn sinds 2007 online in te zien als onderdeel van het project Cartago. De oudste oorkonde die is opgenomen betreft de schenking van landerijen in Hunsingo en Humsterland aan de abdij van Fulda. De datering van deze oorkonde is onduidelijk, tussen 750 en 1150. De oudste oorkonde die betrekking heeft op Drenthe is de schenking van een landgoed in Arlo aan het klooster van Werden.
3. A. de Groot, De archieven van de Hervormde gemeente van Wetsinge en Sauwerd 1683-1969. In: Y. Botke & A. de Groot, De archieven van de hervormde gemeenten te Garmerwolde, Thesinge, Wetsinge-Sauwerd en de Stichting’ Jesaja 46 vers 4′ te Winsum. RHC GA (15), Gebundelde inventarissen 2, 1974, p. 87-154, hier p. 99.
4. Eigendom van de burgerlijke gemeente Adorp en aanwezig in het gemeentehuis te Sauwerd. De datering zal wel op stijlkritiek berusten. De stoffering van de tekening met bomen, struiken en figuurtjes wijst inderdaad naar de 18e eeuw. Bovendien verschilt de uiterlijke gedaante van de kerk aanmerkelijk van die op prent nr. 3 uit circa 1840.
5. K. van der Ploeg, Plaatjes uit de provincie. Aantekeningen bij enkele topografische afbeeldingen uit de Ommelanden. Bulletin van de Vereniging van vrienden van het Groninger Museum 19 december 1985. Origineel in collectie Groninger Museum, inv.nr. 1964/270.
6. Collectie prenten RHC GA (15), inv.nr. 091.1, stamnr. 10.320. De heer J.H. Koop, loco-secretaris van de gemeente Adorp, is zo vriendelijk geweest mee te delen, dat de tekening van de hand is van wijlen de heer H.1. Oostinga, oud-gemeenteveldwachter te Sauwerd.
7. J. Vinhuizen, a.w., p. 250-251, vermeldt dat op 5 mei 1841, Oomkens, boekverkoper, drukker en uitgever te Groningen, afbeeldingen te koop aanbiedt van de afgebroken kerken te Wetsinge, Sauwerd en Onderwierum, elk voor f 0,30 per stuk. De steendruk van afb. 3 bevindt zich in de collectie van het Gemeentearchief te Groningen.
8. W.J. Berghuis en R. Steensma, Kerkelijke bouwkunst. In: Historie van Groningen, stad en land. Groningen, 1976, p. 657-686.
9. Rijkens deelt mee, dat hij op een ‘zeer raw gebeitelde’ grafzerk op het koor van de kerk te Sauwerd las: ‘AbeI Onsta, Anno 1440 den 21 Maart op …..(onleesbaar). Het is merkwaardig dat hij geen melding maakt van de fraaie zerk van Abel Onsta die op ‘S. Cecilië avët’ in 1483 stierf. Deze grafsteen die in 1894 bij het opruimen van de grafkelder ruim een voet onder de grond bij de ingang daarvan gevonden is, is toen door de kerkvoogden verkocht aan het Groninger Museum; inv.nr. 305. J .G. Rijkens, Beknopt geschiedkundig verhaal van het kasteel, naderhand het slot, Onsta, te Sauwerd, in: Almanak ter bevordering van kennis en goeden smaak 5, 1832. Uitgegeven door het departement Leens der Mij. tot Nut van ’t Algemeen.
Het koor zal dus wel van vóór 1483 dateren, waarschijnlijk zelfs van vóór 1440 wanneer we Rijkens moeten geloven. Van de grafsteen van 1440 is verder echter niets bekend, zodat er twijfel blijft bestaan. Rijkens echter gaat in het algemeen door voor een nauwkeurig waarnemer en verteller.

 

[446] Abel Onsta ligt in de sauwerder kerk op het koor. Op een zeer ruw gebeitelde grafzerk las ik aldaar
ABEL ONSTA, ANNO 1440, DEN 21 MAART OP ...
N.B. Niet meer aanwezig. Vermelding: Almanak ter bevordering van kennis en goeden smaak, 1832. Ongepagineerd.
RHC GA, blz. 130, nr. [446] (16).

 


10. Volgens Rijkens, a.w., heeft de grafkelder de vorm van een kruiskerk gehad. Volgens het verslag van een bezoek aan de ingestorte grafkelder in 1894 van J. Jebels, bestaat de kelder dan uit een gang met ter weerszijden een kamer. Een stenen trap geeft toegang. De ingang wordt afgesloten door een zerk. Cf. Contactblad voor de gemeente Adorp, april 1974.
Volgens dit verslag is de zerk van Abel Onsta (1483), die door zoden bedekt is geweest, naast de grafkelder te voorschijn gekomen. De grafkelder is na de gedeeltelijke instorting, in 1894 opgeruimd.

 

 

Meer lezen over de ingestorte grafkelder van Sauwerd (arikel op deze site van 3 januari 2014.

 

 

[447] ANNO MCCCCLXXXIII STARF ABEL ONSTA OP SUNTE CECILIEN AVENT.
Wapen en helmteken: Onsta.
Wapen, in het midden van elke zijde één: Boven: Onsta. Schildhouders: twee leeuwen. Rechts: Een schuinkruis, elke arm gevormd door aanstotende ruiten boven 4, beneden 3. Schildhouders: twee engelen (Vergelijk: RHC GA, nr. 447A). Onder: Op een terras tussen twee bomen een poortgebouw niet een rechthoekig gesloten deur, een smallere bovenverdieping en een kegelvormig dak. Schildhouders: twee liggende eenhoorns. Links: Een gestileerde eikeboom. Schildhouders: twee engelen.
N.B. GMG, nr. 305. Afgebeeld: GSL, blz. 304/305. Sterfdag 21 november. RHC GA, blz. 130, nr. [447] (16)

 

 

[447A] Kwartieren: I, III en IV niet meer aanwezig. II Een schuinkruis, elke arm gevormd door drie aanstotende ruiten. Schildhouders: twee gehalsbande beren.
N.B. Bij boerderij Burgtweg 20. Vergelijk RHC GA, nr. 447. RHC GA, blz. 130, nr. [447A] (16)

 


11. Raadsbesluit gemeente Adorp d.d. 26 februari 1981 nr. 5. Het werk is uitgevoerd in het kader van het landschapsrenovatieplan Sauwerd dat grotendeels is bekostigd uit gelden verstrekt vanwege het Integraal Structuur Plan voor het Noorden des Lands (I.S.P.). Kerk en toren zijn inmiddels in plattegrondvorm aangegeven, en wel op maaiveldhoogte. Alleen de westgevel steekt er ietsje boven uit. De verschillende bouwfasen zijn herkenbaar, al is voor elke fase niet consequent één steensoort gebruikt. Inmiddels is ook een informatiepaneel geplaatst.
12. N.J.B.G. = Nederlandse Jeugdbond ter Bestudering van de Geschiedenis. Aan het werkkamp hebben in totaal 18 personen deelgenomen. De leiding berust bij G.L.G.A. Kortekaas, student geologie.
13. De kosten verbonden aan het gebruik van een hydraulische kraan neemt de gemeente Adorp voor haar rekening.
14. RHC GA (15) Schoolmeesterrapporten van 1828 en 1829 ,-- >1998, >nummer 3, -->Ommelander schoolmeesters uit vroegere tijd.
15. RHC GA , Regionaal Historisch Centrum Groninger Archieven.
16/17. GDW. Groninger Gedenkwaardigheden, A. Pathuis, 1977, Assen/Amsterdam.
Aanvullingen en correcties: Redmer H. Alma. In 1977 verscheen van de hand van Adolf Pathuis het monumentale werk Groninger gedenkwaardigeden. Teksten, wapens en huismerken van 1298-1814 (Assen/Amsterdam 1977), waarin alle grafschriften, opschriften, rouwborden e.d. in en rond kerken in de provincie Groningen zijn beschreven. Pathuis heeft de gegevens voor dit boek gedurende ruim vijftig jaar verzameld en uitgewerkt. Zijn resultaten zijn ook internet te vinden (www.redmeralma.nl).. Sinds de verschijning in 1977 zijn echter verschillende objecten aan nadere beschouwing onderworpen en zijn er vele nieuwe tevoorschijn gekomen, die meestal op verschillende plaatsen gepubliceerd zijn (o.a. in het tijdschrift Groninger Kerken). Het ligt in de bedoeling van Alme deze te verzamelen en te presenteren; voor een deel is dit reeds gedaan. Nieuwe objecten worden met een rood nummer weergegeven; gecorrigeerde of toegevoegde nummers, teksten en toelichtingen zijn in donkerblauw gezet. Voorts wordt eenieder opgeroepen om aanvullingen en verbeteringen door te geven (graag naar mail (redmeralma.nl), die dan zo spoedig mogelijk verwerkt kunnen worden (2015).

18. GMG. Groninger Museum Groningen.
19. GSL. J. A. Feith, C. H. van Rhijn, Jb. Vinhuizen en G.A. Wumkes. Grafschriften in Stad en Lande. Groningen 1910. Met afbeeldingen.
20. OBS. W. J. Formsma, R. A. Luitjens-Dijkveld Stol, A. Pathuis. De ommelander borgen en steenhuizen. Assen 1973. Met afbeeldingen.

21. Bebingh. Wapen: Op een terras een boom en daartegen klimmend twee naar elkaar toe gewende herten met gewei.
22. Keiser. Wapen: Doorsneden: A. een uitkomend aanziend mannenborstbeeld met breedgerande hoed [volgens overlevering Sint Andries]; B. drie kruisjes.
23. Warmolts. Wapen: Gedeeld: I zeven penningen, 1 en 2 en 1 en 2 en 1; II een verkort breedarmig kruis, waarvan de onderste arm iets langer is.
24. NPT. Nederland's patriciaat, 1910-1974.
25. Denemarken. Vlag: Een rode vlag, beladen met een gouden kruis.
26. SOGK. Stichting oude groninger kerken. Verzamelband 1. 1969-1974. Met afbeeldingen.

27. Polygonaal. Veelhoekig.
28.Dagkanten. De delen van stijlen van een opening of nis die zichtbaar zijn vanaf het oppervlak van de muur tot aan het raamwerk of andere constructie die tussen de stijlen kan zijn geplaatst.
29. B.A.I. Biologisch Archeologisch Instituut (1920-1998).


 


Brontekst:


De brontekst is samengesteld naar de oorspronkelijke tekst van drs. J.W. Boersma †,voormalig wetenschappelijk hoofdmedewerker verbonden aan het (B.A.I.) Biologisch-Archeologisch Instituut van de Rijksuniversiteit Groningen. Hij is tevens conservator geweest van de archeologische afdeling van het Groninger Museum; zijn tekst is bewerkt overgenomen uit: ‘Groningse volksalmanak, historisch jaarboek voor Groningen, 1985-1986.

 

 

Meer lezen over de ingestorte grafkelder van Sauwerd (arikel op deze site van 3 januari 2014.


Deze pagina maakt deel uit van www.nazatendevries.nl.
Aan bovenstaande tekst is de uiterste zorgvuldigheid besteed. Desondanks kunnen er best fouten voorkomen.
Constateer je fouten en/of heb je vragen, correcties, aanvullingen...geef die dan even aan mij door via mijn E-mail adres.
Laat ook eens een bericht achter in het Gastenboek.
Hoogeveen, 1 juli 2019.
Samenstelling: © Harm Hillinga
.
Menu Artikelen.
Terug naar de HomePage.
Top