Afb. 1. Scheemda (blauwe cirkel) en omstreken op de kaart van Th. Beckeringh ui 1781. Ten noorden van Scheemda ligt het oud Scheemder kerkhof (rode pijl). Zie ook het oude kerkhof van Midwolda (blauwe cirkel) ten noorden van die plaats aangegeven met een rode pijl.

Afb. 1. Scheemda (blauwe cirkel) en omstreken op de kaart van Th. Beckeringh ui 1781. Ten noorden van Scheemda ligt het oud Scheemder kerkhof (rode pijl). Zie ook het oude kerkhof van Midwolda (blauwe cirkel) ten noorden van die plaats aangegeven met een rode pijl.

Tot in het begin van de zestiende eeuw ligt Scheemda ongeveer anderhalve kilometer noordelijker dan tegenwoordig. De bewoners verplaatsen, gedwongen door vloeden van de Dollard, maar ook door veenwater, het dorp naar een hoger gelegen gebied[1]. Het oude dorp en zijn kerk worden bedekt met een laag klei, maar door overlevering en vermelding op oude landkaarten[2] blijft de locatie van het kerkhof bekend (afb. 1). In de volksmond heet de plek het ’ol kerkhof’.

Afb. 2 Schetskaart van Scheemda met het oude kerkhof liggend op het traject van de A7.
Afb. 2 Schetskaart van Scheemda met het oude kerkhof liggend op het traject van de A7.

Bij het bepalen van de toekomstige route van Rijksweg 7, die ten noorden van Scheemda om dit dorp wordt geleid (afb. 2), is gekozen voor opoffering van het 'ol kerkhof'[3]. Het Biologisch Archeologisch Instituut van de Rijksuniversiteit Groningen wordt in staat gesteld in het najaar van 1988 en 1989 onderzoek te verrichten[4].

 

Er zijn resten van twee kerken aangetroffen[5]. De oudste wordt gebouwd in de eerste kwart van de der­tiende eeuw en is reeds in de tweede helft van dezelfde eeuw vervangen door een nieuwe kerk, die een weinig noordelijker wordt gesitueerd (afb. 7).

 

De eerste kerk

De eerste kerk heeft een kruisvormige plattegrond met een rechte koorsluiting en een aangebouwde toren. Het koor is georiënteerd met een afwijking van 12° naar het Noorden[6]. De toren heeft gezien het grondplan waarschijnlijk de gedaante van een (gereduceerd) westwerk gehad: de breedte is gelijk aan de breedte van het schip maar de lengte is geringer dan die van de schiptraveeën[7].

 

De kerk heeft op de vaste zandondergrond gestaan door middel van een zogenaamde spaarboogfundering. Hierbij staat het opgaande muurwerk op bogen die rusten op stiepen[8]. De funderingsstenen zijn met tussenvoeging van geel zand gestapeld. De breedte van de funderingen bedraagt hier ongeveer 2 meter.

 

In het koor komen twee funderingsblokken tevoorschijn, waarvan de meest oostelijke de onderbouw van het altaar is geweest. De andere laat zich mogelijk verklaren als het restant van een stenen trap die naar een verhoogd koor heeft geleid (afb. 3) De afmetingen van de kerk bedragen binnenwerks ca. 30 x 6,5 meter, het dwarsschip ca. 22 x 6 meter en de toren ca. 4 x 6 meter. De buitenwerkse maten zijn inclusief de toren ca. 42 x 11 meter en het dwarsschip ca. 27 x 11 meter.

 

Afb. 3. Het koor van de eerste, zuidelijke kerk, gezien naar het noordoosten.

Afb. 3. Het koor van de eerste, zuidelijke kerk, gezien naar het noordoosten.

 

Het kerkhof

De eerste kerk heeft slechts korte tijd gefunctioneerd, want zo’n 50 tot 75 jaar na de bouw is zij door een andere kruiskerk vervangen. Deze is geplaatst op een met zand verhoogd kerkhof[9], dat door een muur en een gracht is omgeven. Van deze kerkhofmuur zijn grote delen van de fundering en enig opgaand muurwerk (dikte 60 cm.) nog intact (afb. 4). De fundering heeft uit een soortgelijke boogconstructie bestaan als aantroffen bij de eerste kerk. De stiepen (fundering) zijn geplaatst op de vaste zandondergrond. We mogen aannemen dat het opgaande muurwerk een redelijke hoogte gehad heeft en samen met de ongeveerf 6 meter brede gracht het kerkhof alleszins verdedigbaar heeft gemaakt. De gracht kan aan de zuidzijde worden overgestoken via een dam waarop een stenen voetpad heeft gelegen. Dit pad leidt naar een poort in de kerkhofmuur. Van de poort is enkel een uitbraakspoor over. Gezien de omvang en de vorm van dit spoor is er waarschijnlijk sprake geweest van een poortgebouwtje of een overkluisde ingang.

 

Afb. 4: Het westelijke deel van de muur om het kerkhof met de fundering met spaarbogen.

Afb. 4: Het westelijke deel van de muur om het kerkhof met de fundering met spaarbogen.

 

De toren

Op de westzijde van het kerkhof heeft een vrijstaande toren gestaan. Dergelijke torens uit de dertiende eeuw hebben in Oost-Groningen en Ostfriesland vaak een stoer karakter door hun brede grondplan en hun geringe hoogte (zoals Noordbroek en Zuidbroek). De huidige Scheemder toren, met een grondplan van ruim 10 x 10 meter, heeft waarschijnlijk aan dit beeld beantwoord. De dikte van de fundering bedraagt op bodemniveau ca. 2,50 meter, opgaand trapsgewijs verspringend naar een dikte van ongeveer 2 meter (afb. 5).

 

Afb. 5. De fundering van de toren gezien naar het zuidoosten.

Afb. 5. De fundering van de toren gezien naar het zuidoosten.

 

De begraafplaats

De begraafplaats is geconcentreerd ten zuiden en zuidwesten van de kerk. Tijdens het onderzoek is een vijftigtal graven blootgelegd. Ze bestaan respectievelijk uit gemetselde grafkeldertjes, kuilen met houten deksel en  (in de meeste gevallen) kuilen zonder verdere structuren. Veelal zijn graven door latere begravingen versneden of zelfs grotendeels opgeruimd. In een aantal gevallen is zelfs bewust voor het ledigen van een graf gekozen. Het bij herhaling gebruiken van graven wordt fraai gedemonstreerd door twee grafkeldertjes; in beide lagen zijn drie individuen begraven. De doden worden liggend op de rug met gekruiste armen ter aarde besteld (afb. 6).

 

Afb. 6. Drie grafkeldertjes in het kerkhof. In het middelste graf bevinden zich twee bijzettingen.

Afb. 6. Drie grafkeldertjes in het kerkhof. In het middelste graf bevinden zich twee bijzettingen.

 

De tweede kerk

De plattegrond van de tweede kerk (afb. 8) vertoont grote overeenkomst met die van Garmerwolde (derde kwart dertiende eeuw): de armen van het dwarsschip hebben een vierkant grondplan. Bij latere romanogotische kerken wordt dit grondplan rechthoekig (Zuidbroek, Noordbroek. voormalige kerk Eexta). Het koor van de kerk wijkt 8° naar het Noorden af. De afmetingen van de kerk bedragen buitenwerks ca. 38 x 12 meter, dwarsschip ca. 31 x 12 meter en binnenwerks respectievelijk ca. 33 x 7.5 meter en ca. 25 x 5.5 meter.

 

Afb. 8. Luchtfoto van de fundering van de tweede, noordelijke kerk, gezien naar het oosten. De dwarsmuur in het schip en de zuidelijke aanbouw zijn hier duidelijk herkenbaar.

Afb. 8. Luchtfoto van de fundering van de tweede, noordelijke kerk, gezien naar het oosten. De dwarsmuur in het schip en de zuidelijke aanbouw zijn hier duidelijk herkenbaar.

 

De kerk heeft twee bouwkundige bijzonderheden gekend: aan de zuidzijde tussen schip en dwarsschip is de kerk uitgebreid met een klein zijschip (afmetingen binnenwerks ca. 9 x 3 meter). De westmuur van dit zijschip sluit in het interieur aan op een muur die het schip in tweeën deelt (zie afb. 7 en 8). Een dergelijke binnenmuur wordt door Van Giffen in de kerk van Termunten aangetroffen[10]. Van den Berg suggereert dat deze muur heeft gediend als een scheiding tussen monniken en parochianen[11].

 

Wanneer we ervan uitgaan dat de eerste kerk van Scheemda van een gereduceerd westwerk is voorzien, dan lijkt een functionele (liturgische tweedeling hier al aanwezig te zijn geweest[12]. Deze tweedeling wordt bij de bouw van de nieuwe kerk opnieuw toegepast. Aangezien de toren vrijstaand wordt gebouwd, vervalt de mogelijkheid van een westwerk en moet de tweedeling van de kerk bouwkundig op een andere manier worden opgelost, namelijk door een dwarsmuur in het schip[13]. Er is zeer wel mogelijk sprake van een verband tussen een gereduceerd westwerk en een schip binnenmuur. De functie van beide is gelijk; het verschijnen van de vrijstaande torens heeft tot een andere verwerkelijking van deze functie geleid.

 

Het reeds genoemde zijschip, dat een latere toevoeging is geweest, sluit met de westmuur aan op de dwarsmuur van het schip. Een verdere uitbreiding van het zijschip in westelijke richting zal de functionele tweedeling van het schip hebben doorbroken. Of er inderdaad sprake is geweest van een scheiding tussen monniken en parochianen blijft gissen, maar dit kan worden aangenomen als we denken aan het doxaal of koorhek, zoals we die in veel oude Groninger kerken hebben aangetroffen. Ten tijde van de Beeldenstorm zijn verreweg de meeste katholieke doxalen verdwenen.

 

Afb. 7. Overzichtskaart van de resultaten van de opgraving in Oud Scheemda. Geheel rechts zien we de kruiskerk (A) en de toren (B). In het midden de 2e periode met C de kruiskerk en D de toren. De zwarte lijn onder de toren zijn muurresten van de kerkhofmuur (E) met daaronder twee resten van de gracht. Bovenb de toren liggen een aantal graven met rechts daarvan de ingang van de oudere kruiskerk (F) en een gedeeltelijk blootgelegde voetpad (G).

Afb. 7. Overzichtskaart van de resultaten van de opgraving in Oud Scheemda. Geheel rechts zien we de kruiskerk (A) en de toren (B). In het midden de 2e periode met C de kruiskerk en D de toren. De zwarte lijn onder de toren zijn muurresten van de kerkhofmuur (E) met daaronder twee resten van de gracht. Bovenb de toren liggen een aantal graven met rechts daarvan de ingang van de oudere kruiskerk (F) en een gedeeltelijk blootgelegde voetpad (G).

 

Klik op de afbeelding voor een vergroting. De details zijn dan iets beter zichtbaar, zoals de legenda. Je kunt dan ook door de afbeelding scrollen. De vergroting wordt in een nieuw venster/tabblad geopend. De vergroting kun je sluiten door op het kruisje in dat tabblad te klikken.

 

Dateringen

De tweede kerk is gezien de kruisvormige plattegrond met rechtgesloten koor, het vierkante grondplan van de dwarsarmen en de vrijstaande toren te plaatsen in het derde kwart van de dertiende eeuw, dus circa 1280. Deze datering is dus een terminus post quem voor de bouwdatum van de eerste kerk. Deze eerste kerk vertoont qua plattegrond grote overeenkomst met de tweede kerk. Het verschil (gereduceerd west werk in plaats van een vrijstaande toren) is hiervóór al aan de orde geweest. Een datering van de kerk vóór ca. 1170 komt niet in aanmerking omdat de kerk in baksteen is opgetrokken. Op grond van het (verondersteld) ge­reduceerd westwerk en het gebruikte formaat baksteen (28-29 x 14-15 x 8,5-9 cm) -hoewel een zwak dateringsmiddel- is plaatsing van het gebouw in de eerste kwart van de der­tiende eeuw (circa 1220)  het meest waarschijnlijk te achten.

 

Baksteen

Het gebruik van baksteenformaten als dateringsmiddel heeft al de nodige stof tot discussie opgeleverd[14]. Het opstellen van een chronologische reeks wordt bemoeilijkt door grote re­gionale verschillen. In Scheemda gaat een klein formaat (zoals boven vermeld) kloostermop, gebruikt voor de eerste kerk, vooraf aan een groter formaat (30,5-31,5 x 14,7-15,5 x 8.6- 9,3) dat voor de tweede kerk is gebruikt. Afbraakmateriaal van de eer­ste kerk blijkt in de funderingen van de tweede kerk te zijn verwerkt. In de fundering van de vrijstaande toren is zowel het kleine als het grote formaat gebruikt. Dit geldt ook voor de stenen grafkeldertjes. De kerkhofmuur is in zijn geheel uit het grote formaat baksteen opgetrokken. Beide steen­soorten blijken te zijn gebakken van keileem, een grondstof die men in de directe omgeving heeft kunnen win­nen.

 

Conclusie

Waarom men op een gegeven moment een nieuwe kerk heeft gebouwd is door de opgraving niet duidelijk geworden. Zijn er bouwkundige problemen gerezen? Is de kerk door geweld vernield? Waarom heeft men de kerk niet op dezelfde plaats herbouwd? Men heeft het in ieder geval nodig gevonden de tweede kerk met een muur en een gracht te omringen. Gezien de vondsten van schiettuig (een pijlpunt, een haakbuskogel en een aantal schijfvormige projectielen[15] op het kerkhof is dit geen overbodige maatregel geweest.

 

In of kort na 1509 heeft men het dorp moeten verlaten; een grote inbraak van de Dollard maakt het wonen in het laag gelegen veengebied definitief onmogelijk. Puinplekken in het land doen vermoeden dat het oude dorp in de onmiddellijke omgeving van de kerk gelegen heeft.

 

Gezien het feit dat het 'Ol Kerkhof’ en de kerk van het huidige Scheemda[16] op dezelfde opstrekkende heerd liggen (tot 1973 bezit van de Hervormde Gemeente)[17], mogen we veronderstellen dat deze kavelstructuur al in de middeleeuwen bestaat. Deze veronderstelling wordt versterkt door de oriëntatie van het kerkhof (beter gezegd van de lange zijden van de kerkhofmuur en de gracht), die gelijk is aan de oriëntatie van de opstrekkende kavels. Het bovenstaande houdt in dat na de inpoldering van het door de Dollard overstroomde gebied de inwoners van Scheemda hun herwonnen grondbezit volgens de oude kavelpatronen hebben kunnen indelen. Hoger gelegen gebieden in het zuidelijk deel van het kerspel zijn niet overstroomd. Mogelijk heef dit de reconstructie vergemakkelijkt omdat de kavelstructuur op deze hoger gelegen gebieden nog intact is geweest.

Bij een strokenverkaveling vindt men de bewoning op de afzonderlijke kavels en dan meestal langs een bepaalde structuurlijn zodat een lintbebouwing ontstaat[18]. Een zodanige bebouwing kunnen we ook voor het voormalige dorp Scheemda aannemen.

 

Oorspronkelijke schrijver: J. Molema, BAI, Groningen.

 

 

Op deze kaart bij de gele pijl nogmaals het oude kerkhof van Oud Scheemda en bij de groene pijl ter illustratie het oude kerkhof van 'Midwolde', het tegenwoordige Midwolda met daaronder de Ennemaborg (Hora Siccama).

Op deze kaart bij de gele pijl nogmaals het oude kerkhof van Oud Scheemda en bij de groene pijl ter illustratie het oude kerkhof van 'Midwolde', het tegenwoordige Midwolda met daaronder de Ennemaborg (Hora Siccama).

 


Over de schrijver/bron:
Drs. J. Molema heeft het artikel 'Het 'Ol kerkhof' van Scheemda oorspronkelijk geschreven voor de Stichting Oude Groninger Kerken, jaartal: niet bekend.

 

 

 

Meer lezen:

- Opgravingen op het 'Ol Kerkhof' van het verdronken dorp Scheemda.
- Wat de veeteelt betreft wordt verwezen naar de bijdrage van W. Prummel. PDF bestand in het Engels.

 

 

Noten, bronnen en referenties:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Noten, bronnen en referenties:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Noten, bronnen en referenties:

 


Over Drs. J. Molema:

Drs. J. Molema, heeft aan de Rijksuniversiteit Groningen kunstgeschiedenis (1980-1987) en prehistorie (1983-1988) gestudeerd. Tijdens het schrijven van de originele tekst is hij als tijdelijk onderzoekmedewerker bij het (BAI) Biologisch Archeologisch Instituut van de Rijksuniversiteit Groningen aangesteld. Zijn belangstelling gaat uit naar de prehistorie, de cultuurhistorie, de kunst en de kunstnijverheid van de provincie Groningen.

De oorspronkelijke auteur Molema dankt de heren R, Adam. R. de Boer, T. Koopman, H.G. Wieringa en J.H. Zwier voor hun assistentie bij de opgravingen en mevrouw W.H.A. Schillhorn van Veen voor haar aandeel in de tekstredactie.

 

Verantwoording illustraties


1: Rijksarchief Groningen.
2, 3, 4, 5, 7, en 8: Biologisch Archeologisch Instituut, Rijksuniversiteit Groningen.
6: Frigro Fotopers Kollum/Winschoter Courant, Winschoten.

 

 

Noten, bronnen en referenties:

1.  Scheemda deelt dit lot met de naburige dorpen Meeden, Midwolda, Oostwold en Finsterwolde. Zie: Leon A.H. de Smet, Het Dollardgebied Bodemkundige en landbouwkundige onderzoekingen in het kader van de bodemkatering. Diss. Wageningen 1962 (Wageningen, 1962) 46-56. Vgl. H. Halbertsma, 'Sporen van verdronken dorpen en verlaten Cisterciënzer kloosters', Berichten van de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek in Nederland. III (1952) 18-20. Zie voor de werking van het veen water: De Smet, Dollardgebied. 55.

2.  Bijvoorbeeld op de Beckeringh-kaart uit 1781, met de aanduiding: 'oud Scheemder kerkhof’.

3.  De gang van zaken met betrekking van het ’Ol kerkhof is als volgt: 1971: De route van de A7 wordt bepaald. Het '01 kerkhof’, dat door vondsten van amateurarcheologen vrij nauwkeurig is gelokaliseerd, blijkt door de weg te worden aangesneden. 1985: Vermelding van het terrein in het rapport Archeologische en cultuurhistorische terreinen in de provincie Groningen en hun mogelijkheden voor bestemming, inrichting, aankoop en beheer van de Provinciale Planologische Dienst (Groningen, 1985), 47. 1986: Vermelding in het bestemmingsplan van de Gemeente Scheemda. Het '01 kerkhof’ krijgt een voorlopige bestemming (ex art. 12 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening). Het is inmiddels duidelijk geworden dat het terrein niet kan worden behouden. Door vermelding in het bestemmingsplan is de mogelijkheid tot onderzoek gewaarborgd. 1988: De versnelde uitvoering van de A7 wordt bekend, met 1990 als streefdatum voor de uitvoering van de omleiding Scheemda. Oktober tot en met december 1988, en september 1989: Onderzoek van het terrein door het Biologisch Archeologisch Instituut van de Rijksuniversiteit Groningen. Uitvoering: Henny Groenendijk en Jan Molema: 'Het Ol Kerkhof van Scheemda, een kerk onder de klei’. Noorderbreedte, XIII (1989) 8-9.

4.  Het onderzoek is deels gefinancierd door Rijkswaterstaat.

5.  Coördinaten 260.35 — 597.10.

6.  Dit is het huidige magnetisch Noorden.

7.  Vgl. de plattegrond van de kerk met gereduceerd westwerk te Bierum: M.D. Ozinga, Oost-Groningen. De Nederlandsche Monumenten van Geschiedenis en Kunst, deel VI, de provincie Groningen, eerste stuk (’s-Gravenhage, 1940) 35-39; afb. 14.

8. Een stiep of een poer is in de bouwkunde een ondersteuning, bedoeld om de krachten uit een bouwwerk over te dragen op de ondergrond (fundering op staal) of op de paalfundering. Andere woorden voor poer zijn: stiep, por, porring of teerling. Een ander voordeel van een poer is dat de (houten) stijl niet in de natte grond staat en dus niet weg rot.

9.  De natuurlijke ondergrond van het kerkhof bestaat uit een veenpakket met een dikte variërend van enkele tientallen centimeters tot ruim een meter, met daaronder het pleistocene dekzand. Op het veenpakket is een laagje schelpen en houtskool aangebracht, dat als basis heeft gediend voor de zandophogingslaag. Mogelijk heeft deze basis de waterafvoer bevorderd.

10.  A.E. van Giffen. 'Mededeling omtrent een oudheidkundig bodemonderzoek in de kerk van Termunten, provincie Groningen’, in: Opus Musivum. Een bundel studies aangeboden aan Professor Doctor M D. Ozinga ter gelegenheid van zijn zestigste verjaardag op 10 november 1962 (Assen. 1964) 31-58.

11.  Herma M. van den Berg, 'Plattegrondvormen van middeleeuwse kerken in Groningen en Friesland’. Bulletin van de Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond. LX1X (1970) 14-26, hier 20. Van Giffen kwalificeert de vondst als ”een problematische dwarsmuur”: Van Giffen, Termunten', 41.

12.  Zie over westwerken: J.J.F.W. van Agt, 'Gereduceerde westwerken in het oude Friesland’, in: ‘Nederlandsch Kunsthistorisch Jaarboek’, III (1950-1951) 57-81. Ook: Friedrich Möbius, Westwerkstudiën (Jena, 1968).

13.  De eerder genoemde kerk te Termunten heeft vroeger ook een vrijstaande toren gehad: Ozinga, Oost-Groningen, 189.

14.  W.J.A. Arntz, ’De middeleeuwse baksteen’, Bulletin van de Nederlandse Oudheidkundige Bond, LXX (1971) 98-103.

15.  Vgl. K. Lobbedey, ’Funde von der Burg Isenberg (zerstört 1225) in Hattingen (Stadt), Ennepe-Ruhr-Kreis’, Westfalen, LX1 (1983) 60-83, hier 70-71. De schijfjes uit Scheemda zijn gemaakt van dakpan (!), die uit Isenberg van een locaal gesteente.

16.  Volgens een negentiende-eeuws gedenkbord is de kerk in 1515 gebouwd. Zie: A. Pathuis, Groninger Gedenkwaardigheden. Teksten wapens en huismerken van 1298-1814 (Assen-Amsterdam, 1977) nr. 3310, pl. XXVII.

17.  Vriendelijke mededeling van de heer H. Boer te Scheemda.

18.  E.W. Hofstee en A.W. Vlam, 'Opmerkingen over de ontwikkeling van de perceelsvormen in Nederland’, Boor en Spade, V (1952) 194-233, hier 198.


 

Deze pagina maakt deel uit van www.nazatendevries.nl. Aan bovenstaande tekst is de uiterste zorgvuldigheid besteed. Desondanks kunnen er best fouten voorkomen. Constateer je fouten en/of heb je vragen, correcties, aanvullingen......... geef die dan even aan mij door via mijn E-mail adres (zie rode balk boven). Wij hebben ons uiterste best gedaan om de auteurs van teksten/citaten en copyrightbepalingen van afbeeldingen te achterhalen. Mocht je rechthebbende zijn en hierover vragen of opmerkingen hebben, neem dan contact op via e-mail. Lees ook de 'Disclaimer' en 'Privacy' voor méér informatie en laat ook eens een bericht achter in het Gastenboek, dan weet ik waarvoor ik het doe.

Hoogeveen, 8 juni 2022.
Samenstelling: © Harm Hillinga.
Klik hier om naar het menu ARTIKELS te gaan.
Klik hier om terug te gaan naar de HOMEPAGE.
Top