De kerk van Sellingen is een vroeggotisch kerkgebouw in Oost-Groningen en is gebouwd circa 1300. De kerk staat aan de Torenstraat nummer 12. De kerk (of een voorganger van het huidige gebouw) komt echter al voor op de aanvulling op een lijst van kerken van de Abdij van Corvey (1150), die in de 13e eeuw is opgetekend. In de twintiger jaren van de 20e eeuw worden laatgotische schilderingen in de kerk ontdekt, onder meer afbeeldingen van Sint-Christoffel en Sint-Margareta. Opmerkelijk is dat de schilderingen gesigneerd zijn, wat niet gebruikelijk is geweest in die tijd, met 'broeder Jan van Aken' en 'Johannes'. Het dak van de kerk bestaat deels uit holle en bolle dakpannen, ook monniken en nonnen genoemd. De dakruiter is in 1858 op de kerk aangebracht. Eerder heeft de kerk een vrijstaande klokkenstoel gehad. De aanbouw is pas in de 20e eeuw gebouwd en is op de onderstaande oude zwart/wit foto's daarom nog niet te zien.

 

 

De voormalige klok:

 

A[DOLPHUS] M[OLANUS], PASTOOR, BOELMAN TER HAAR, JAN TER WALSLAGE, KERKVOOGDEN TOT ZELLINGEN, HEBBENDE TOT DIENST VAN 'T KARSPEL MY DOEN GIETEN 1629. JAN WILLEM [BRANDTS], PASTOR, GEERT POLLINCK EN JAN WALSTER, KERKVOOGDEN 1751. IN HET JAAR 1811, TOEN H. G. LEEMHUIS PREDIKANT, J. D. MEENDERING EN WUBBE WALSLAGE KERKVOOGDEN WAREN, ZYN DE OOREN AAN DEZE KLOK VERNIEUWD DOOR P. J. KRUIPER

N.B. Sedert 1858 niet meer aanwezig. Vermeld: CVO, alwaar namen van predikanten onvolledig opgenomen en jaartal 16Z9 fout gelezen. Teksten na 1629 later ingehakt. Bron: GDW, blz. 617, nr. [3417].

 

De luidklok is ná de Tweede Wereldoorlog geplaatst als vervanging van een door de Duitse bezetters geroofde klok. Vandaar de inscriptie: 'Deze klok is gegoten ter vervanging der geroofde klok'. De doopvont dateert, net als de schilderingen, uit de 15e eeuw. De preekstoel is halverwege de 17e eeuw gemaakt, komt uit Scharmer en is pas in de 19e eeuw in de Sellinger kerk geplaatst. Het eenvoudige kerkorgel is in 1952 gebouwd door de orgelbouwersfirma Gebr. Van Vulpen.

 

 

Exterieur

 

Het huidige kerkgebouw, dat uit forse kloostermoppen is opgetrokken, stamt vermoedelijk uit het begin van de 14e eeuw en is 22.62 meter lang, 9.10 meter breed en de muren zijn één meter dik. In de langsmuren van het schip zijn, waarschijnlijk in de 17e eeuw, grote ramen ingebroken met witte dagkanten, maar de sporen van oudere smalle spitsboogvensters zijn nog in het metselwerk te ontdekken. Zowel in de zuid als in de westmuur treffen we een dichtgemetselde ingang aan.

 

Het koor heeft een driezijdige sluiting. Op de hoeken van deze koorsluiting zijn eenmaal versneden steunberen geplaatst die evenals de koorsluiting zelf zijn bedekt met holle en bolle pannen, de 'monniken en nonnen'. Onder de pannen van het koor gaat een fraaie 13e eeuwse eikenhouten kap schuil. De rest van de kerk is bedekt met oud Hollandse rechtse pannen.

 

Aan de noordkant is tijdens de restauratie in 1972-1973 onder leiding van architect P.L. de Vrieze uit Groningen, een nieuwe consistoriekamer gebouwd op de fundamenten van een vroegere 'gerfkamer'. Een gerfkamer is de ruimte geweest waar de priester zich in zijn liturgische kledij heeft gehuld, alvorens hij het koor betreedt. Het middeleeuwse woord 'gerven' betekent 'zich gereedmaken'.

 

De boogvulling boven de ingang van de kerk.

Tijdens de voornoemde restauratie worden er door het Rijksinstituut voor oudheidkundig bodemonderzoek een 20-tal oude graven blootgelegd, waarvan er twee dateren uit de periode van rond 1100. Waarschijnlijk zijn er nog meer graven aanwezig, maar wegens geldgebrek is destijds niet de hele kerkbodem opgegraven. Op het oude kerkhof treft men ook nog een grafzerk aan. Verdere gegevens over deze grafzerken zijn door ondergetekende van dit artikel nergens gevonden.

 

Tussen de vensters in de noordgevel bevindt zich de huidige ingang van de kerk. Het afdakje boven de deur beschermt een middeleeuwse schildering die in de boogvulling is aangebracht.

 

 

Het schip

 

Het schip heeft wit gepleisterde wanden die zijn voorzien van grote vensters. Deze vensters zijn waarschijnlijk in de 17e eeuw aangebracht als men behoefte krijgt aan meer licht en (zon)warmte in de kerk. Het schip wordt overdekt door een blauwe 6.95 meter hoge balkenzoldering, die waarschijnlijk ook uit de 17e eeuw stamt.

De orgelgaanderij, de klunderbeune, aan de westmuur van het schip rust op houten standvinken die door bogen met elkaar zijn verbonden. Deze gaanderij dateert uit 1915 als het eerste orgel wordt geplaatst en is in Jugendstil uitgevoerd.

 

Het orgel uit 1952 door firma Gebr. van Vulpen met orgelgaanderij en kroonluchter met kaarsen.

 

Het huidige orgel is gebouwd in 1952 door firma Gebr. van Vulpen uit Utrecht. Het orgel heeft zes stemmen verdeeld over een klavier en is in 1982 gereviseerd en uitgebreid met een aanhangend pedaal. De dispositie van het orgel luidt: Manuaal C – f/III, Prestant 8 vt, Holpijp 8 vt, Prestant 4 vt, ged. fluit 4 vt, Octaaf 2 vt, Mixtuur 3-4 sterk.

De banken in de kerk dateren overwegend uit de 19e eeuw en voor een deel zijn deze tijdens de restauratie in 1972 – 1973 vervangen door stoelen. De banken langs de muur in het koor zijn verwijderd.

 

De drie koperen kroonluchters die op hoogtij dagen branden, zijn voorzien van kaarsen.

 

Gewelfschilderingen in de kerk van Sellingen. Foto: mei 1985. Auteur: A.J. van der Wal. Rijksdienst voor Cultureel erfgoed. Licentie: Creative Commons Attribution-Share Alike 4.0 International.

 

Triomfboog

 

De enigszins scheef lopende dwarsmuur met spitsboog die de kerk in tweeën deelt, is niet in verband gemetseld met de buitenmuren. Deze triomfboog is aan de westzijde voorzien van laatgotische schilderingen uit het eind van de 15e eeuw en zijn in 1921 onder een laag van 4 cm kalk ontdekt. De kunstenaar E. Bokhorst conserveert 1922-1923 deze schilderingen en vult ze voorzichtig aan. Links zien we de Heilige Christoforus, de beschermheilige van reizigers, die met het Christuskind op zijn rug door het water waadt. Rechts zien we de Heilige Margaretha met de draak die haar wil verslinden.

 

Zowel Christoforus als Margeretha behoren tot de 14 noodhelpers, heiligen die bij nood en ziekten worden aangeroepen. Vandaar ook hun prominente plaats in de kerk.

 

 

In het koor

 

 

Doopvont

 

 

 

De achtkantige onversierde doopvont bestaat uit twee delen en is van wit-grijze hardsteen en stamt uit de 15e eeuw.

 

De staande ijzeren doopbekken-houder met koperen bekken dateert van 1765 en is gemerkt met 1765 N.S.P. (zie kader hieronder).

 

 

 

 

Naamletters N.S.P.:
Nicolaas Stuivinga, predikant Sellingen
6 juni 1762, Bellingwolde 3 november 1765

N.B. Koper. . Zie: NGP, blz. 184. Bron: GDW, blz. 618, nr. [3419].

 

 

Avondmaalsbeker

 

De zilveren avondsmaalbeker, hoog 17 cm en gemerkt met AE dateert uit 1738.

1738, DEN 1 DESEMBER, HEEFT BRUNE TRENNING DEESE BEEKER AN DE KERKE VAN SELLING VEREERT

Bron: GDW, blz. 618, nr. [3418].

 

 

Preekstoel met rechts het doopvont en aan weerszijden een nis.

Kansel

 

Het met twee treden verhoogd koor dat in de 15e eeuw is vernieuwd heeft een driezijdige sluiting en is voorzien van drie koorvensters. Tot aan de restauratie van 1973 is het koor aan de zijkanten voorzien van banken. De 17e eeuwse eiken kansel die geplaatst is tegen de oostwand, komt oorspronkelijk uit Scharmer en is in 1825 voor ƒ 50,–  aangekocht.

 

De kansel heeft tot 1856 een andere plaats in de kerk gehad. De gegroefde dorische zuiltjes scheiden de boogpanelen en het klankbord is door Vredeman-de-Vries ornamenten gesierd. De trap hoort oorspronkelijk niet bij de kansel.

 

Koorgewelf

 

Het 15e eeuwse stergewelf boven het koor is evenals de oostzijde van de triomfboog gesierd door figurale (druivenmotief) en ornamentale schilderingen. Deze dateren uit het eind van de 15e en begin van de 16e eeuw en zijn ook in 1922-1923 onder een kalk laag tevoorschijn gekomen.

 

De geprofileerde ribben zijn zandkleurig, afgezet met zwarte biezen en rusten op kraagstenen van natuursteen waarop steenhouwersmerken zijn aangebracht. Deze steenhouwersmerken zijn de handtekeningen van de steenhouwer die ze gemaakt heeft. We kunnen in het koor vier verschillende merken zien. Het vijfde merkteken is waarschijnlijk in spiegelbeeld gemaakt. Deze zelfde merktekens komen ook voor op onder andere de Dom van Keulen en de Dom van Utrecht.

 

 

Kaagstenen met huismerken

 

Zes steenhouwersmerken op de kraagstenen van het koor: huismerken nrs. 56-61.

N.B. XVB. Afgebeeld: MON, blz. 199. Zie ook blz. 200 en plaat LXIX. Gewelfschilderingen.

Bron: GDW, blz. 131, nr. [452].

 

 

Koorgewelven van gewelfschilderingen

 

Op de koorgewelven zijn in de gewelfschelpen de symbolen van de vier evangelisten aangebracht, voorzien van hun namen op een banderol. Deze schilderingen dateren uit begin 16e eeuw. De symbolen van de vier evangelisten staan voor de vier wezens: mens, leeuw, rund en arend (Ezechiel 1:4-10). De vier wezens worden opgevat als symbolen voor de 4 evangelisten: de engel voor Matheus, de leeuw voor Marcus, de os voor Lucas en de adelaar voor Johannes. Hierbij gaat het om de eerste vier afbeeldingen.

 

Sint Lucas (os) Sint Johannes (adelaar) Sint Marcus (leeuw)
Matheus (engel) Broder Jan van Aken (met huismerk) Johannes Maler (met huismerk)

 

 

Boven het klankbord

 

Boven het klankbord van de kansel zijn de naam van de schilder: Broder Ja(n) van Aken en zijn huismerk, een schild met kruiselings twee tweetandige vorken aangebracht. Boven de triomfboog aan de zijde van het koor staat vermeld: Johannes Maler. Het is niet duidelijk of dit een en dezelfde persoon is, of dat dit twee afzonderlijke schilders zijn. Zie bovenstaande laatste twee afbeeldingen.

 

 

Broder Jan van Aken

 

BRODER JAN VAN AKEN

Wapen: Huismerk nr. 62. N.B. Afgebeeld: MON, plaat LXIX. Ook: LGK, afb. 90. Bron: GDW, blz. 131, nr. [453].

 

 

Johan(nes) Maler

 

JOHAN[NES] MALER

Merkteken: De letters V.M., van boven vergezeld van een kruisje. Bron: GDW, blz. 131, nr. [454].

 

 

Interieur naar het oosten. Foto: A.J. van de Wal, mei 1985. Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed. Licentie: Creative Commons Attribution-Share Alike 4.0 International.

 

 

Nissen

 

De nis in de zuidoost wand, die in 1922 tevoorschijn is gekomen, is vermoedelijk een piscina,  een nis met wasbekken en een afvoer door de muur naar buiten of in de fundering van de kerk. Deze is gebruikt om het water, waarmee de liturgische handwassing en het reinigen van het vaatwerk door de priester plaats hebben gevonden, te laten wegvloeien. De bedoeling van het op deze wijze laten wegvloeien van het water is, dat eventueel achtergebleven restanten van de geconsacreerde hostie toch op gewijde aarde, het kerkhof, terechtkomen. De uitlossteen in de buitenmuur is echter niet meer zichtbaar. In deze nis bevindt zich nu een pinakel, een uit de gotische bouwkunst afkomstig verticaal decoratief ornament, veelal geplaatst boven en naast vensters en portalen.

In de noordoost gevel van het koor bevindt zich een sacramentsnis. Vroeger zijn deze vaak voorzien geweest van een ijzeren deur. Hier heeft men in vroegere tijden de geconsacreerde hostie bewaard. Tevens bevindt zich onder de preekstoel nog een nis (zie foto's hieronder).

 

 
De nis bij de preekstoel.   Deze nis is waarschijnlijk een piscina geweest.

 

 

Klokkenspits

Boven de westgevel met twee kleine rondboogvensters staat een dakruiter uit 1858. In dat jaar is de klokkenstoel met de uit 1679 daterende klok gesloopt en vervangen door een in Midwolda bij fa. A. van Bergen gegoten klok. Deze is in de Tweede Wereldoorlog opgeëist door de Duitse bezetter. De huidige klok stamt uit 1947 en hangt in een open achtkantige klokkenspits, voorzien van een weerhaan, dat geplaatst is op een laaggesloten vierkant gedeelte en is voorzien van een automatische luidklok die om 12.00 uur en om 18.00 uur luidt.

 

 

 

 

Op de huidige klok staat de volgende tekst:

 

VAN BERGEN HEILIGERLEE 1947

DEZE KLOK IS GEGOTEN TER VERVANGING DER GEROOFDE KLOK IN 1943, DOOR VAN BERGEN HEILIGERLEE IN 1946 TOEN KERKVOOGDEN WAREN

J.R ENGELKENS Sr (PRES KERKV.)
J. TERBORG KERKV.
H.T. POTZE
PREDIKANT Ds. H. MARRA

 


Overzicht predikanten

 

    De eerste predikant is niet met name genoemd.
Ds. Adolphus Molanus   Ds. Adolphus Molanus is de eerste predikant die bij name genoemd wordt. In 1639 was hij in Sellingen, in 1644 leefde hij nog, maar hij was oud of invalide, omdat hij geassisteerd werd vanaf 1640 door ds. Johannes Molanus. Overleden in 1680
Hermannus Molanus 1680 – 1685 vertrokken naar Blijham
Johannes Schepel 1687 – 1693 vertrokken naar Nieuw van Scheemda
Johannes Tammen(s) 24 juni 1693 – 1719 vertrokken naar Vriescheloo
Tammo Tammes, Joh. zn 1720 – 1733 hier overleden
Johannes Wilhelmus Bran(d)s 1733 – 1764 Overleden in 1764
Nicolaas Stuvinga, 1762 – 1765 vertrokken naar Bellingwolde
Jacob van der Waeff 1766 – 1775 vertrokken naar Greessiel in Oost Friesland(Dld)
Johannes Ernestus Winter 1775 – 1778 vertrokken naar Zuidhorn
Gerardus Albrinck 1779 – 1781 vertrokken naar Odoorn
Wilhelmus Wubbema 1784 – 1785 vertrokken naar Nuttermoor in Oost Friesland (Dld)
Luitje van der Werf 1786 – 1796 vertrokken naar Harkstede
Melchior Corstins 1797 – 1798 vertrokken naar Cirkwerum in Oost Friesland. (Dld)
Melchior Corstins 1797 – 1798 vertrokken naar Cirkwerum in Oost Friesland. (Dld)
Jacobus van Barenborg 1800 – 1801  
H G Leemhuis 1802 – 1834 In 1835 overleden in Sellingen
Bernard Sanders 1836 – 1844 vertrokken naar Gasselte
Johan Ulrich Herman Sijpkens 1844 – 1889 Emeritus geworden
J H Themmen de Lang 1893 – 1895 Later predikant te Tinallinge, gemeente Baflo
G Vossers 1896 – 1898 vertrokken naar Westerschelling. Bij zijn komst ging de gemeente langzamerhand van vrijzinnig naar rechtzinnig
B Scholtens 1899 – 1905 vertrokken naar Annerveenschekanaal
A Goedhart 1906 – 1909 vertrokken naar Borne
Dr H Stoel 1913 –1923 vertrokken naar Veenwouden
F Siega 1923 – 1930 vertrokken naar Schildwolde
G J van der Burgt 1931 – 1935 vertrokken naar Loenen op de Veluwe
J A de Klerk 1935 – 1938 vertrokken naar Buitenzorg, Nederlands Indië
H Marra 1938 – 1947 vertrokken naar Surhuizum
P Allard 1948 – 1957 eervol ontslagen
P Hetebrij 1957 – 1963 vertrokken naar Den Dolder
H Kremer 1963 – 1967 vertrokken naar Rinsumageest
D Driebergen 1967 – 1974 vertrokken naar Westerhaar
C vd Berg 1974 – 1979 vertrokken naar Arnhem
S Andringa 1980 – 1985 vertrokken naar Emmen
J v Meerveld 1985 – 1990 vertrokken naar Wageningen
J L Ravesloot 1990 – 2002

ging met emeritaat

J W Baan 2003 – 2015 ging met emeritaat
A L Verduijn 2016 – heden  

 

 

 

 

 

Afbeeldingen:
De beide (oude) zwart-wit afbeeldingen dateren van vóór de restauratie.
Een groot aantal afbeeldingen zijn uit eigen verzameling, waarvan de bron niet (meer) bekend is.
Niet alle verzamelde afbeeldingen zijn opgenomen in dit artikel.

 

 

 

Meer lezen:

De Heilige Christoforus.
De Heilige Margaretha.

 

 

 

 

Bronnen:

 

1. Hervormde Gemeente Sellingen, Torenstraat 12, Sellingen
2. Osnabrücker Urkundenbuch, Bd. 1, p. 279
3. Karstkarel, Peter Alle middeleeuwse kerken: Van Harlingen tot Wilhelmshaven (2007) Leeuwarden/Groningen, Uitgeverij Noordboek. 4.Plas, Harm en Wim Religieus erfgoed in Groningen: Oude kerken in de Ommelanden (2008) uitgeverij Profiel, Bedum.
5. GDW, Pathuis/Redmer Alma, Groninger Gedenkwaardigheden
6. MON, M. D. Ozinga. De nederlandsche monumenten van geschiedenis en kunst. Deel VI. De provincie Groningen. Eerste stuk: Oost-Groningen. 's-Gravenhage 1940.Met afbeeldingen.

 

 


Deze pagina maakt deel uit van www.nazatendevries.nl.
Aan bovenstaande tekst is de uiterste zorgvuldigheid besteed. Desondanks kunnen er best fouten voorkomen.
Constateer je fouten en/of heb je vragen, correcties, aanvullingen...
geef die dan even aan mij door via mijn E-mail adres.
Laat ook eens een bericht achter in het Gastenboek.
Hoogeveen, 28 september 2020.
Samenstelling: © Harm Hillinga
.
Menu Artikelen.
Terug naar de HomePage.
Top