
De kerk van Slochteren op 10 april 2015. Foto: Rob Kreukniet, 10 april 2015. Licentie: Creative Commons.
Voor velen is de plaatsnaam Slochteren vrijwel synoniem met de in 1959 ontdekte gasbel. Ook de bekende Fraeylemaborg is bij velen bekend. Veel minder bekend is de laat romaanse kerk van Slochteren en van de kerk losstaande zadeldaktoren die ietwat verscholen op een sfeervol kerkhof aan de zuidwestkant van het dorp ligt.
De parochie die deze heeft laten kerk bouwen bestaat al in 1291, zo blijkt uit een opgetekend conflict tussen Slochteren en naburige kerspelen met de dekens van Loppersum. Wat nu een rechthoekige zaalkerk is, is oorspronkelijk het transept van een kruiskerk geweest uit de tijd rond 1300. Hier en daar is nog te zien dat de muren op grote zwerfkeien zijn gefundeerd. De benedenzône is verlevendigd met een reeks spitsbogen en de nissen in de vensterzone zijn versierd met kraalprofielen. Al voor 1783 moeten schip en koor zijn afgebroken en de muren verlaagd. In dat jaar wordt als sluitstuk een nieuw portaal met trapopgang in de noordwand aangebracht. Een gedenksteen boven de ingang vermeldt dat dit is gebeurd in opdracht van ‘de hoog edele geboren gestrenge heer en mr. Henrick de Sandra Veldtman, heer van Slochteren, Colham, Foxham en half Schildwolda enz. enz.’. Zijn herenbank krijgt een plaats in een uitbouw tegenover de preekstoel. Mede door een felle brand in 1881 wordt besloten het resterende deel ingrijpend te verbouwen en de buitenkant van een pleisterlaag te voorzien. Daarmee is de toren het enige nog oorspronkelijke deel van de kerk. Het laat romaanse aanzicht van de kerk wordt in ere hersteld door het verwijderen van de bepleistering bij de restauratie van 1986-'88. In 2018 is de kerk overgenomen door de Stichting Oude Groninger Kerken.

De imposante toren van de kerk. Foto: Rob Kreukniet, 10 april 2015. Licentie: Creative Commons.
Toren en klok
De forse losse zadeldaktoren is ouder dan de kerk en dateert vermoedelijk uit het midden van de 13e eeuw. De uit 1373 daterende luidklok draagt een Latijns opschrift,
IN HONORE SANCTE CUNARIS SANCTE MARIE SANCTE IOHANNIS SANCTI VITI AC OMNIUM SANCTORUM PER MANUS [Z]EGHEBODI FUSA SUM + FRATER TOMAS DE FLORIDO ORTO ABBAS FECIT HOCFIERI VAS[1]
Vertaald:
‘Ter ere van de heilige Cunera, de Heilige Maria, de heilige Johannes, de heilige Vitus en alle heiligen ben ik gegoten door de hand van Segebodus; broeder Thomas, abt van Bloemhof, heeft deze klok doen vervaardigen’.
Hieruit blijkt dat de kerkklok oorspronkelijk aan het premonstratenzerklooster in Wittewierum heeft toebehoord. Halverwege de wand van de klok is een lijntekening te zien van een schaal met daarop het hoofd van Johannes de Doper, die in het randschrift als tweede wordt genoemd. De wijding aan Cunera is merkwaardig, daar zij niet in de kroniek van Bloemhof wordt genoemd. Mogelijk is zij de patroonheilige van een van de vijf bijaltaren in de kloosterkerk van Bloemhof geweest.
De huidige klok wordt in 1829 door de gemeente van Slochteren aangekocht voor een bedrag van 850,60 gulden.
De klok is in de Tweede Wereldoorlo-g opgeslagen in Giethoorn om roof door de Duitse bezetters te voorkomen. Daarbij ontstaat echter een barst in de klok, die in 1950 is gerepareerd. In 2006 barst de scheur echter weer open over een lengte van 70 cm, waarop de klok wordt gerestaureerd voor enkele tienduizenden euro's en in 2009 wordt teruggehangen[2].
Interieur
De verbouwingen hebben een duidelijk stempel gedrukt op het interieur; de ruimte voor de herenbank is later afgescheiden om als consistorie te dienen. Ook is de typisch laat romaanse tweedeling (romano-gotisch) van de muren nog goed zichtbaar, met een reeks blinde nissen beneden en aanzetten van de vensterzone erboven. Opvallend is dat de nissen afwisselend met rond- en spitsbogen zijn afgesloten. De kerkruimte wordt gedekt door een houten koofzoldering waarvan de vorm waarschijnlijk tot de verbouwing van 1783 teruggaat.
In het gangpad hangen twee geelkoperen kroonluchters uit de 17e eeuw. In het midden voor de westwand bevindt zich een halfronde preekstoel in neoklassieke stijl.

Nederlands Hervormde Kerk: Interieur, aanzicht orgel, orgelnummer 1368 (opmerking: Gefotografeerd voor Het Historische Orgel in Nederland 1894-1901, bladzijde 73). Foto: Paul van Galen, 2008, Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed.
Orgel
Het orgel op de tribune voor de zuidwand is in 1895 gebouwd door de gebroeders Cornelis A. en Antonius van Oeckelen en is in 2010 door Pels & Van Leeuwen gerestaureerd[3].
De orgelmakers P. van Oeckelen & Zonen uit Harenermolen leveren in 1895 een geheel nieuw orgel op voor de Hervormde kerk te Slochteren. Hoewel het front de indruk lijkt te wekken dat het gaat om een tweeklaviers instrument met Hoofdwerk en Bovenwerk, bestaat het orgel ‘slechts’ uit één klavier en aangehangen pedaal. De firma Pels & Van Leeuwen uit ’s-Hertogenbosch heeft het orgel in 2009/2010 gerestaureerd. Adviseur daarbij is Aart van Beek geweest.
Het instrument is vrijwel gaaf bewaard gebleven. Op enig moment is wel een pneumatische tremulant[4] toegevoegd. Dit betreft het een conserverend herstel.
Voor de windvoorziening zijn een nieuwe ventilator en bijbehorende regulateur aangebracht. De magazijnbalg is opnieuw beleerd, de pneumatische tremulant is niet teruggekeerd. Waar nodig is klein herstel uitgevoerd aan de claviatuur, de mechaniek, de windlade en het pijpwerk[5].
Zie: https://www.orgelnieuws.nl/orgel-hervormde-kerk-slochteren-gerestaureerd
Grafzerken en rouwborden
De oudste grafzerk, nu opgesteld tegen de zuidwand, herinnert aan Zeino Henrich Rengers, heer van Slochteren en Kolham, die is overleden rond 1635. Aan de westwand hangen twee rouwborden (zie foto's hieronder), voor Henric Piccardt (1636-1712), de bouwheer van de kerk in Harkstede, en diens echtgenote Anna Elisabeth Rengers (1656-1704). In het randschrift rondom het wapen bezingt zij echter Christus als haar bruidegom, vertaald:
Met Hem ben ik getrouwd, wien de engelen dienen, en wiens schoonheid hemel en aarde verwonderen
Dit betreft een parafrase op een middeleeuwse hymne voor Sint-Agnes waarvan de oudste versie rond het jaar 1000 is geschreven in het klooster Sankt Gallen in Zwitserland. De middelste woorden komen kennelijk van Henric: ‘dulce meum terra tegit’ ofwel ‘De aarde bedekt mijn lief’. De rouwborden zijn aan het eind van de 18e eeuw overgebracht naar de borg Klein Martijn bij Harkstede, vanwaar ze vervolgens naar de Fraeylemaborg in Slochteren zijn gekomen en vervolgens rond 1923 in de kerk worden opgehangen.

Links: De grafzerk in de toren, 1934. Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed.
Gedenksteen
TOT GODES EERE, TER VERGADERINGE ZYNER GEMEENTE EN UYTOEFFENINGE VAN ZYNEN HEYLIGEN DIENST HEEFT DE HOOGEDELE GEBOREN GESTRENGE HEER EN MR. HENRICK DE SANDRA VELDTMAN, HEER VAN SLOCHTEREN, COLHAM, FOXHAM EN HALFSCHILDWOLDA ENZ. ENZ., UNICUS EN ADMINISTREERENDE COLLATOR, DEEZE KERKE LATEN HERBOUWEN EN VERNIEUIWEN IN DEN JAARE MDCCLXXXIII ALS GEERT WILLEMS KUYPERS KERKVOOGD EN HINDRIK WOLTERS PREDIKANT WAREN TE SLOCHTEREN.
N.B. Afgebeeld: MON, plaat XLIV, nr. 2. GDW, blz. 624, nr. [3442].
Rouwborden:
ANNA ELISABET PICCARDT GEBOREN RENGERS, DOGHTER EN VROU VAN SLOGHTEREN, NATA 1657 DEN 27 MAY, DENATA DEN 12 AUGUSTI 1704, COPULATA DEN 6 JANUARI 1680.
DESPONSATA SUM IPSI CUI INSERVIUNT ANGELI. DULCE MEUM TERRA TEGIT. CUIUS PULCHRITUDINEM MIRANTUR COELI ET TERRA.
Wapen:
Gevierendeeld: I en IV Rengers II en III Lewe. Hartschild: Slochteren. Schildhouders: twee omziende gouden leeuwen.
Kwartieren

Wapen: Gedeeld: I. Piccardt; II Rengers. Buitendien de wapens Piccardt en Rengers afzonderlijk.
N.B. Waarschijnlijk uit kerk Harkstede, in 1795 overgebracht naar Klein Martijn, Harkstede, vervolgens naar Fraeylema, Slochteren, en ca 1923 naar kerk Slochteren. Zie: GVA, 1926, blz. 187; vergelijk GVA 1840, blz. 10, 11. Afgebeeld: OGK, blz. 71. Vrouw van Henric Piccardt. Zie: GDW, nr. 3446. GDW, blz. 626, nr. [3445].

Foto links: Rouwbord Henric Piccardt. Bron: uit eigen verzameling.
AETAT. LXXVII, MENS. LET, D. I. OBIIT VI MAY MDCCXII.
Wapen: Piccardt. Schildhouders: twee gouden leeuwen. Wapen: Slochteren. Van achter het schild komen twee gouden adelaars tevoorschijn. Wapens: Piccardt en Rengers.
N.B. Waarschijnlijk uit kerk Harkstede, in 1795 overgebracht naar Klein Martijn, Harkstede, vervolgens naar Fraeylema, Slochteren, en ca. 1923 naar kerk Slochteren. Zie: GVA 1926, blz. 187; vergelijk GVA, 1840, blz. 10, 11. Afgebeeld OGK, blz. 73. Henric Piccardt, overleden Harkstede, Klein Martijn, weduwnaar van Anna Elisabet Rengers. Zie: NPT, 1937, blz. 190. Adelaar, bij wapen Slochteren, embleem van toenmalige vrijmetselaar. Vergelijk: GDW, nrs. 3425, 4544, 5162. GDW, blz. 626, nr. [3446].

Foto links: Rouwbord Anna Elisabeth Rengers. Bron: uit eigen verzameling.
Grafzerken
Johan Rengers op Fraylema toe Slogteren, jr en hov., ux. Gele - Hendrik van Laer van Laerwold en Adde Manninga dogter - obiit hic anno 1624, illa anno 1629, sepp. te Slogteren.
N.B. Niet meer aanwezig. Vermeld: H. O. Feith. Nobiliarium Groninganum. 's-Gravenhage 1886. Blz. 50. GDW, blz. 626, nr. [3447].
A° 16--, DEN --- IS --- EEDLE ERENTFESTE ZEINO HENRICH RENGERS TO SLOCHTEREN, COLHAM ---.
Wapens: Rechts: Rengers. Links: Laer, zonder deellijn. Helmteken: Rengers. Kwartieren: I Fraeylema. II Manninga. III Ten Water. IV Mulert.
N.B. Zeino Henrich Rengers, overleden tussen 18 januari 1633 en 10 maart 1636. Zie: RAG, Rechterlijke archieven IV a 7. Archieven hoge justitiekamer, inv. nr. 867, blz. 81 verso. Kwartieren sluiten aan bij wapens. Zie: GDW, nr. 3661, eveneens met zes van acht kwartieren. Vergelijk: GDW, nr. 3445. GDW, blz. 626, nr. [3448].
EPITAPHIUM IN EUNDEM VIRUM CONSULTISSIMUM PETRUN DE COCK, A POETA LAUREATO VIRO CONSULTISSIMO E. P. SMITI COMPOSITUM NOBISQUE EXHIBITUM.
HIC IACET COQUUS / QUI COXIT PESSIMA BONIS / SI NON RECOCTUS / SEMPER AMISSUS ERIT.
N.B. Niet meer aanwezig. Vermeld: GAG, Archief weeskamer, inv. nr. 2, blz. 148 versa met toevoeging: Obiit den septb. [1777] in Vossenburgio praedio ac Slocgtera sepultus. GDW, blz. 627, nr. [3449].

Interieur naar het zuid-westen met rechts de preekstoel en midden rechts het orgel op de balustrade. Foto: april 1970, A.J. van der Wal, Rijksdienst voor Cultureel Erfgped.
Opschriften in de oude Bijbel van de kerk
[3444][a] IN 'T JAER ONSES HEEREN 1745, DEN 28 JUNY SNAMIDDAGS OMTRENT HALF TWEEN IN MYN ZOON MAERTE JANSE BAAKHOUT GEBOREN.
[3444][b] IN 'T JAER ONSES HEEREN 1747, DEN 25 AUG. 'S MORGENS OM HALF AGT UUREN, IS MYN ZOON HENDR. JANSZ. BARKHOUT GEBOREN.
[3444][c] IN 'T JAER ONSES HEEREN 1747, DEN 14 NOVEMBR 'S MORGENS OM TWEE UUREN IS MYN ZOON HENDR. BARKHOUT IN DEN HEER ONTSLAPEN.
[3444][d] IN 'T JAER ONSES HEEREN 1751, DEN 14 FEBRIWARY 'S NAMIDAGS OMTRENT QUARTIER OVER VIER UUREN, IS MYN VROUW DIEWERTJE HENDRIKS NOME IN DEN HEER ONTSLAPEN, OUT ZYNDE 32 JAER EN 5 MAEND, 28 DAGE EN ONTRENT HALF VYF UUREN IS MYN ZOON MAERTEN BARKHOUT IN DEN HEER ONTSLAPEN, OUT ZYNDE 5 JAEREN EN 7 MAENDEN EN 17 DAGEN.
[3444][e] IN 'T JAER ONSES HEEREN 1752, DEN 13 FEBRIWARY, BEN IK JAN BARKHOUT MET MARITJE STARK GETROUT.
[3444][f] IN 'T JAER ONSES HEEREN 1753, DEN 14 JULY, IS MYN DOGTER ANTJE GEBOREN, 'S MORGENS ONTRENT TEN HALF TIEN UUREN EN DEN 5 AUGUSTUS ONTKENT QUARTIER OVER NEGEN UUREN 'S MORGENS IN DEN HEER ONTSLAPEN.
[3444][g] IN 'T JAER ONSES HEEREN 1754, DEN 2 DESEMBER, IS MYN DOCHTER ANTJE GEBOREN, 'S MORGENS TEN HALF AGT UUREN.
[3444][h] IN 'T JAER ONSES HEERE 1757, DEN 18 SEPTEMBER IS MYN DOGTER DIEWERTJE GEBOREN, 'S MORGENS TEN HALF TWEE UUREN.
[3444][i] IN 'T JAER ONSES HEEREN 1761, DEN 30 SEPTEMBER 'S MORGENS TEN VIER UUREN, IS MYN DOGTER GRIETJE GEBOREN.
GDW, blz. 624, nr. [3444][a-i].
[3444][j] IN 'T JAER ONSES HEEREN 1762, DEN 19 OCTOBER, IS MYN DOGTER GRIETJE IN DEN HEER ONTSLAPEN, 'S NAMIDDAGS TEN HALF TWEE UUREN.
[3444][k] IN 'T JAER ONSES HEEREN 1763, DEN 29 DESEMBER, IS MYN ZOON MAARTEN GEBOOREN, 'S NAMIDDAGS TEN HALF TWEE UUREN.
[3444][l] IN 'T JAER ONSES HEEREN 1766, DEN 24 APRIL 'S MORGENS TEN VIER UUREN, IS MYN ZOON ARIS GEBOREN.
[3444][m] 1768, DEN 6 OCTOBER 'S MORGENS TEN HALF VIER UUREN, IS MYN DOGTER GRIETJE GEBOREN.
[3444][n] 1772, DEN 5 MAART, IS MYN DOGTER MAARTJE GEBOREN, 'S NAMIDDAGS TEN 2 UUREN.
[3444][o] 1774, DEN 20 AUGUSTUS, IS MYN ZOON JAN GEBOREN, 'S MORGENS TEN 2 UUREN.
[3444][p] 1775, DEN 14 NOVEMBR, IS MYN ZOON JACOB GEBOREN EN DEN 23 DITO IN DEN HEER ONTSLAPEN.
[3444][q] 1777, DEN 13 APRIL, IS MYN ZOON JAN IN DEN HEER ONTSLAPEN, OUT ZYNDE 2 JAAR, 7 MAENDEN, 23 DAGEN, 'S MIDDAGS TEN EEN UUR.
[3444][r] 1779, DEN 15 NOVEMB., IS JANNETJE GEBOREN, 'S MORGENS TEN 8 UUREN.
[3444][s] 1780, DEN 16 FEBRIWARY, IS DIEWERTJE IN DEN HEER ONTSLAPEN, 'S MORGEN TEN HALF 7 UUREN, OUT ZYNDE 22 JAEREN, 4 MAENDEN, 28 DAGEN.
[3444][t] 1782, DEN 22 APRIL, IS MYN VROUW MARITJE JANS STARK IN DEN HEER ONTSLAPEN, 'S MORGENS OM EEN UUR, OUT ZYNDE 50 JAER EN TWEE MAENDE MIN 3 DAGE.
[3444][u] 1782, DEN 17 JULY, IS MAERTEN BARKHOUT IN DEN HEER ONTSLAPEN 'S MORGEN OM HALF EEN UUR, OUT ZYNDE 18 JAEREN EN 6 MAENDE, 19 DAGEN.
[3444][v] 1787, DEN 17 JULY, IS ARIS BARKHOUT IN DEN HEER ONTSLAPEN, OUT ZYNDE 21 JAER, 3 MAENDE MIN 7 DAGEN, 'S MORGENS TEN 4 UUREN.
[3444][w] 1789, D. 16 JULY, IS GRIETJE BARKHOUT IN DEN HEER ONTSLAPE, OUT ZYNDE 20 JAER, 9 MAANDE EN 9 DAGE, 'S MORGENS OM HALF EEN UUR.
[3444][x] 1789, DEN 8 DEZEMBER, IS ANTJE BARKHOUT IN DEN HEERE ONTSLAAPEN, OUT ZYNDE 32 JAARE EN 6 DAGEN, SMORGENS OM 2 UUREN.
[3444][y] OVERLEDEN 24 DECEMBER 1844 ONZE ZUSTER EN BEHUWDZUSTER MAARTJE BARKHOUT, WEDUWE CORNELIS DER KINDEN, IN DEN OUDERDOM VAN 72 JAREN, 9 MAANDEN EN 19 DAGEN.
N.B. Jan Maartensz Barkhout, hervormd, wonend Westzaandam, Kerkbuurt. Dochter Maartje Barkhout, geboren 5 maart 1772, overleden Amsterdam, Keizersgracht, 24 december 1844, gehuwd Oostzaandam 19 juli 1794 Cornelis der Kinderen. Echtpaar met attestatie van Oostzaandam naar Amsterdam 29 augustus 1825.
Zie: Rijksarchief Noord-Holland. Agenda van correspondentie 1174/72. GDW, blz. 625, nr. [3444][j-y].

Uitsnede ansichtkaart. De oude afgebroken pastorie van Slochteren met daarvoor de viskenij. Rechts achter is nog de kerk zichtbaar. Foto: 1915-1919. Hoofdweg 110: pastorie: met Ds. ? met dochter en ? in de deuropening. Uitgever R. Haan. Uit de collectie van Groninger Archieven. Bron: Beeldbank Groningen.
Pastorie
De huidige pastorie is een ontwerp van architect L. Wiertsema uit Sappemeer en is in 1928 gebouwd. Net als de kerk valt ook de pastorie onder de monumentenzorg. In de tuin achter de pastorie is nog een viskenij te vinden. Een viskenij is een gegraven vijver waar vroeger levende vis in is bewaard om op te eten. Op die manier kan er elke vrijdag verse vis gegeten worden, hetgeen vroeger gebruikelijk is geweest onder de rooms-katholieken. De viskenij in Slochteren is een mooie open vijver met in het midden een eilandje. Waarschijnlijk stamt deze bijzondere viskenij al uit de middeleeuwen.

Oostkant van de kerk. Foto: Rob Kreukniet, 10 april 2015. Licentie: Creative Commons.
De kerk bij Rijksmonumenten
De kerk en toren vormen een Rijksmonument (nr. 38055) en worden door de Rijksdienst als volgt omschreven: “Bouwjaar: 1250-1300 (schip) ca. 1300 (toren) 1781 (verb.) ca. 1881 (herst.) 1986-'88 (rest.) 1300 1250-1300 (schip) ca. 1300 (toren) 1781 (verb.) ca. 1881 (herst.) 1986-'88 (rest.)
Herv. Kerk en toren op verhoogd kerkhof. De kerk vormt het dwarspand van een overigens verdwenen 13e eeuwse kruiskerk; inwendig is de muurbehandeling met spaarvelden en omkraalde nissen uit de late romano-gotiek te zien. Kap en afwerking dateren van na de brand in 1880. Vrijstaande toren nog wel 13e eeuws, gedekt door een zadeldak tussen topgevels, door spaarvelden versierd. In de kerk halfronde preekstoel met klankbord. Rouwborden Rengers-Piccardt 1704 en 1712. Zerk Rengers-van Laer onder het zuidervenster. Twee koperen kronen. In de toren klok uit 1373 waarschijnlijk afkomstig van de v.m. kloosterkerk van Wittewierum. Eenklaviersorgel in 1855 gemaakt door Gebr. van Oeckelen.”

Noordzijde van de kerk. Mooi is hier te zien de rondboogfunamenten waar eertijds veel gebouwen op zijn gebouwd. Foto: Rob Kreutniet, 10 april 2015. Licentie: Creative Commons.
Over de kerk bij Corpus Roemeling
Als ‘Slohtoren’ komt het reeds in de elfde eeuw voor[6], als parochie voor het eerst in 1291[7].
Het huidige kerkgebouw wordt omschreven als het ‘zwaar mishandelde alleen overgebleven dwarspand van een romano-gotische kerk uit de tweede helft van de dertiende eeuw met een omstreeks 1300 gebouwde toren’[8].
De Cock neemt aan dat het dorp voorheen meer noordwestelijk heeft gelegen en met meeneming van de naam, die volgens Schönfeld moerassige streek betekent, is verplaatst. Het zou eerder aan de Groene Dijk hebben gelegen en in een doorgaande lijn met Schildwolde, Hellum en Siddeburen gesitueerd moeten worden[9].
Deze verplaatsing moet dan voor omstreeks 1250 hebben plaatsgevonden. Volgens Ligtendag is het gebied reeds midden tiende eeuw, mogelijk enkele decennia eerder, in ontginning genomen. De proces is naar zijn mening omstreeks 1200 voltooid[10].
Het patrocinium [11]van de kerk is niet bekend. Weliswaar zijn zegels bekend van twee pastoors, Hermannus van Witholthe (1504)[13]en Focko Bernaerdi (1543)[12].
Beide vertonen een bisschop, doch attributen zijn niet of onvoldoende zichtbaar en de bisschop is niet zegenend afgebeeld (ware dat wel zo geweest dan zou Nicolaas zijn bedoeld maar een Nicolaaspatrocinium is voor deze kerk niet te verwachten). De afgebeelde bisschoppen zijn niet te duiden.
Kroniekschrijver Sicke Beninghe vermeldt dat in 1414 ‘de papen’ alhier een ‘gulden schreen’ begroeven ter voorkoming van roof door Coppen Jarges[14].
Dat duidt dus op tenminste twee priesters alhier. Tenminste twee priesters zijn hier ook omstreeks 1450.[15]
Het parochieregister uit 1501 noemt hier een sacristieleen.[16]
Het schattingenregister van omstreeks 1500 geeft voor Slochteren twee priesters op.[17]

Het bestaande transept van de kerk van Slochteren. Noordzijde en ingang van de kerk. Foto: Mathonius, 13 september 2014. Licentie: Creative Commons.
Pastorie
1385. Rembod komt als pastoor alhier voor 4 juli 1385.[18]
ca 1400 Otto. Tot het Slochterzijlvest behoort de eed van Slochteren, bestaande uit de schepperij[19] Oostzijde van Slochteren en de schepperij Westzijde van Slochteren en Kolham[20].
Een tweede clauw[21], de ‘westersyde kerckhove’, opgesteld omstreeks 1400, wordt heer Otto vermeld met ‘xxiiij inda ijerdum’.[22]
1422. Wybrant komt als pastoor alhier voor op 7 augustus 1422[23].
1438. Warner is pastoor alhier op 2 juni 1438.[24]
1444. Menne wordt als pastoor alhier genoemd 25 mei 1444.[25]
ca 1445. Focko (Rembert en Aijlko).
Een tweede, op omstreeks 1445 gestelde lijst van landeigenaren in het Slochterzijlvest noemt in de Slochterklauw te ‘Gerweswere’ ‘heer Focko cum fratre’ met 9 akkers ‘in eusa were’ (in de eerste lijst, omstreeks 1400, is sprake van 4 ½ akkers ‘thet oesterwere’)[26]. In de Hilligeburenklauw of kerkbuurklauw komen dan voor ‘heer Rembert ende heer Aijlko, ende Schelteken’ met 3 ½ ‘agros’(in de eerste lijst ‘heuda were iiij agros cum dimidio’).[27]
Wie van hen de pastoor is geweest is niet uit te maken. Opvallend is dat hier dan drie priesters genoemd worden terwijl er omstreeks 1500 hier slechts twee zijn.
1504. Hermannus van Witholthe (Wittelte), zegelt op 2 mei 1504 een schikking tussen de Ripperda’s en de kerk alhier over land.[28]
1535. N.N. pastoor alhier; voor de approbatie[29] van zijn testament ontvangt de officiaal in 1535 het daartoe staande recht.[30]
1543. Mr. Focko Bernaerdi zegelt als pastoor alhier 7 april 1543.[31] Focko Bernardi, van Loppersum, wordt op 24 mei 1528 te Rostock als student ingeschreven en in 1529 baccalaureus artium[32] aldaar.[33]
1556. Johannes van Renen pastoor alhier, sterft in 1556 van schrik op de preekstoel wanneer landsknechten de kerk binnendringen[34].
1567. Nicolaus Cerauneus pastoor alhier, moet in 1567 het land verlaten wegens zijn reformatorische opvattingen[35]. Nicolaus Ceraphinus Groningensis wordt in april 1554 te Leuven als student ingeschreven.[36]
1571-1575(81?). Hermannus Zutphaniae pastoor alhier, komt voor het eerst voor op 9 september 1571.[37] Als pastoor en schepper van ‘Slochterer Delleffzeil’ wordt hij genoemd op 17 juni 1575.[38]
Op 20 december 1585 wordt gerefereerd aan de verhuring van kerkenland door pastoor en kerkvoogden op 15 september 1577[39].
Op 11 december 1586 is terzake dezelfde verhuur sprake van de ‘voerighe pastoer’ en kerkvoogden[40].
De voorstanders van de kinderen van wijlen Hermannus Zutphaniensis worden op 26 september 1589 in een geschil met een inwoner van Slochteren genoemd[41]. Hoewel daarbij niet met name vermeld zal hij bedoeld zijn met de in 1581 overleden pastoor (zie hierna).
1581 – 1582. Hermannus Joannis. Op 25 oktober 1581 deelt Johan de Mepsche, Luitenant van Stad en Ommelanden, mee te vrezen dat hier – evenals te Siddeburen waar de pastoor is overleden – door de collatoren[42] een ketterse pastoor zal worden aangesteld tegen de wil van de ingezetenen die een trouw katholiek priester willen[43].
Aangenomen kan worden dat collatoren hun zin hebben doorgezet en hier hebben benoemd Hermannus Joannis die in het visitatierapport[44] van de commissarius[45] van Loppersum, kort na Pasen 1582 opgesteld, als pastoor alhier wordt vermeld[46].
Kort nadien is hij vertrokken: op 11 mei 1582 schrijft De Mepsche dat ‘der pastor zur Slochtren wirdt von denen von Farmsum verekoren, und ist zu Slochtren gestelt sunder unser van Jr Ma(jestät) beleven, und sein nhu in werck gleick falts mit kesung eines andres zu thunen, dar doch die Collation vonwegen dess verstorbenen Rebellen Ulbrandt Rengers[47] derselber kirchen fuirnemplich aen Jr Mat verfallen …’.[48].
Kort nadien komt Hermannus Joannis als pastoor te Farmsum voor.
1587. N.N. Op oktober 1587 is sprake van ‘… den upgemelte Heeren Pastoer (sc. van Slochteren; zijn naam wordt niet genoemd) durch desselfs soene … ’.[49]
Blijkens een mededeling van 19 december 1587 is de pastoor alhier te Groningen gevangen gezet; 22 december 1587 protesteert de officiaal[50] Krijthe hiertegen aangezien de gevangenzetting in strijd is met de bepalingen inzake de jurisdictie over geestelijken volgens het Tractaat van Coevorden van 13 mei 1530; Burgemeesteren en Raad antwoorden dat de pastoor is ‘geapprehendeerd ob maledicam linguam’ (kwaadsprekerij).[51]
Zijn naam kan niet worden vastgesteld; de stadsrekeningen geven over hem onder het hoofd ‘kostpenningen voor gevangenen’ niets.
Reformatie
Over de bediening van de gemeente in het eerste decennium na de Reformatie is
niets bekend.
1598 – 1598 N.N.
Over een tegen de predikant te Schildwolde aangespannen procedure vermellen de synodale handelingen van 28 april 1598 dat onder meer de predikant te Slochteren over hem een getuigenis heeft afgelegd; een naam is niet aangegeven. De bedoelde persoon moet spoedig zijn overleden want op 1 juni 1598 wordt aan de weduwe van de ‘gewesen pastor’ alhier een uitkering van 30 gulden en 11 juli 1598 blijkbaar nogmaals 30 gulden toegestaan; een bedrag van 60 gulden wordt in december 1598 betaald aan Egbertus Meyerinck (wiens naam in de marge is aangetekend).[52]
Aangezien de resoluties van Gedeputeerde Staten en de ordonnanties voor betalingen uit de inkomsten van de kloostergoederen over deze periode [53] niet bewaard zijn gebleven, kan de naam van de betrokkene niet worden vastgesteld.
1605 – 1646. Titus Theodori wordt voor het eerst als predikant alhier vermeld op 14 mei 1605 [54] en overlijdt op 24 mei 1646.[55]
Mogelijk is hij dezelfde als D. Titus die blijkens de acta der classis Loppersum van 4 juni 1604 ‘boven vermoedinge’ heeft bedankt voor het op hem naar Westeremden uitgebrachte beroep; waar hij toen heeft gestaan is onbekend.
Zijn vrouw Catharina Backband sterft hier op 5 oktober 1652; haar overleden man wordt dan Titus Theodori Vespasianus genoemd.[56]
Zij is wellicht verwant aan Johannes a Bagbant, predikant te Driever, later te Grotegast (Ofr.), gehuwd met een halfzuster van Haico Eggerici, predikant te Woldendorp van 1649 tot 1666.
Titus Theodorici, van Jever, wordt op 2 november 1597 te Helmstedt als student ingeschreven.[57]
Sacrista[58]
Van dit in 1501 genoemde leen is verder niets bekend.

Bronnen:
- Wikipedia, kerk van Slochteren.
- Corpus Roemeling, Slochteren.
- RHCGA, Groninger Archieven.
-
RHCGA, Groninger Archieven, Beeldbank Groningen.
- GDW: Pathuis/Alma, Groninger Gedenkwaardigheden, Slochteren
- Justin Kroese (50-jarig jubileum van SOGK 2019), aangevuld met informatie van Peter Hoffer. SOGK 2020, herziene versie.
- Ze ook in de aantekeningen in de noten.
|