De torenkerk van Winsum gezien vanuit het oosten. Bron: Wikimedia Commons.

 

In het kort

 

Deze dakpannen worden monniken en nonnen genoemd. Zie noot a. Bron: Wikimedia Commons.

De Torenkerk in Winsum is een middeleeuwse kerk waarvan de oudste delen stammen uit de 12e  eeuw, wellicht zelfs uit de late 11e eeuw. We hebben het dan over het schip van de kerk. Uit de oorspronkelijke bouwtijd resteren nog tufsteen fragmenten in de zuidmuur van het schip. Hoe het schip er oorspronkelijk heeft uitgezien valt, mede door het aanbrengen van grote spitsboogvensters in de 16e eeuw, niet te zeggen. Het schip heeft een eikenhouten kapconstructie.

Het huidige romanogotische koor dateert uit de 13e eeuw. Aan de buitenzijde is het vijfzijdige koor versierd met een fries in witte velden. Op het dak liggen originele monniken en nonnen (a).

 

 

Het kerkorgel is in 1977 vervaardigd door de orgelbouwer Mense Ruiter.

 

De kerk heeft een inpandige toren uit 1693. De huidige toren vervangt een voorganger die waarschijnlijk een gereduceerd westwerk heeft gehad. De vorm van de huidige toren, met als bijzonderheid de houten buitentrap, suggereert dat ook deze een westwerk heeft. De trap is in 1975-1976 gereconstrueerd aan de hand van gevonden overblijfselen van de oorspronkelijke trap (1).

 

De kerk bezit een offerblok uit 1692, talrijke zerken uit de 17e eeuw en jonger. De klokkenstoel met klok is van N. Sickmans uit 1633 en heeft een diameter van 122 cm en een mechanisch smeedijzeren torenuurwerk van T. Pijttersz. uit Leeuwarden. Ook het uurwerk dateert uit 1633 (2). De torenkerk ligt aan de Kerkstraat 14 te Winsum.

 

De toren van de kerk te Winsum gezien vanuit het westen. Bron: Wikimedia Commons.

 

Geschiedenis

 

In 1057 krijgt Winsum, een bloeiend handelscentrum aan de zeearm van de Hunze, van de Duitse koning Hendrik de Vierde, muntmarkt en tolrecht. Winsum wordt hiermee een stad. Om haar gunstige ligging stichten de Dominicanen in 1276 een klooster in Winsum. Deze heeft onderaan de molen gestaan, dicht bij de plaats van de huidige kerk.

 

De preekstoel in de kerk van Winsum. Bron: Wikimedia Commons.

Degene die het collatierecht van de kerk in bezit houdt, heeft het recht de pastoor/predikant te benoemen en beheert de kerkelijke goederen. In 1566 is het collatierecht in handen van de gebroeders Ripperda. De gebroeders Ripperda zijn zeer tegen Spanje en de Roomse kerk. Onder hun leiding worden in 1566, tijdens de beeldenstorm, veel vernielingen aangericht. In 1584 koopt de stad Groningen het collatierecht. De stad Groningen wil de toren als uitkijkpost gebruiken om aanvallende vijanden eerder te kunnen traceren. De gelovigen geven daar toestemming voor, mits de wachter buiten de kerk de toren beklimt. Hiervoor wordt aan de buitenkant van de toren een trap gebouwd. Bij de restauratie van 1975/1976 wordt dit ontdekt. In 1856 krijgen de kerkvoogden het collatierecht in handen en worden zij baas in eigen huis.

 

Van de oudste onderdelen van de kerk is bijna niets bewaard gebleven. In de afgelopen eeuwen hebben verschillende verbouwingen en restauraties plaatsgevonden. De modernisering van 1869 heeft een grote stempel op het gebouw gedrukt. Bij de restauratie van 1975/76 is het plan van 1869 daarom als uitgangspunt voor de restauratie gebruikt. Bij deze restauratie zijn mooie elementen helaas verloren gegaan. De kerk heeft een oude eikenhouten kap constructie uit het einde van de 13e eeuw. Een gedeelte van het dak is nog gedekt met zogenaamde "monniken en nonnen" (holle en bolle pannen) (a). De toren is herbouwd in 1699. Gezien de constructie is deze waarschijnlijk gebouwd door een molenbouwer. Het wapen van de bouwer staat op de binnenkant van de buitendeur. Het uurwerk en de luidklok dateren uit 1633.

 

Interieur

 

Het interieur komt compleet tot stand bij de modernisering van de kerk in 1869. De ruimtewerking van de kerkzaal wordt vergroot door het aanbrengen van het gestukadoorde korfboogplafond met kooflijsten. Het plafond van de kerk is in 1996 geschilderd. Voorheen is het plafond wit. In tegenstelling tot de eenvoudige meubilering is de preekstoel overdadig van profilering voorzien. Deze preekstoel is net als het andere meubilair in imitatie mahonie geschilderd. De kroonlampen (petroleum lampen) zijn naar een bestaand model nieuw gegoten in een ijzergieterij. De wand petroleumlampjes zijn toen vervaardigd door een kopersmid uit Middelstum. Het orgel is in 1977 gebouwd door Mense Ruiter.

 

Het interieur van de kerk met links de preekstoel en achteraan het orgel. Bron: Wikimedia Commons.

 

 

Graven in de kerk

 

In het portaal hangen de omlijste houten graven­borden van het kerkhof van Winsum (1853) en Bellingeweer (ongedateerd). Oorspronkelijk heeft de kerk een rijk belegde zerkenvloer in bezit gehad. In 1869 zijn deze in het torenportaal geplaatst. Bij de restauratie in 1975/76 zijn de zerken deels herlegd in het schip en deels in het koor. Buiten de kerk ligt het graf van Geert Reinders, uitvinder van de entstof tegen de veepest. Een gedenkteken voor hem werd in 1998 onthuld aan het Winsumerdiep (3).

 

Dit graf van Geert Reinders ligt buiten de kerk. Bron: Wikimedia Commons.

 

 

Het orgel van Winsum. Bron: Wikemedia Commons.

Plannen voor de toekomst

 

De Stichting Oude Groninger Kerken heeft het idiote plan bedacht om in de oudste muur een doorbraak te maken. Verder moet er een soort verdieping in de kerk komen. Naast de kerk komt vervolgens een nieuwbouw voor opslag. De stichting wil de kerk op deze manier geschikt maken voor meerdere doeleinden en gebruikt de slechte restauratie uit de jaren zeventig van de vorige eeuw als argument. De reden dat het destijds een slechte restauratie was, is het feit dat het een van de eerste gerestaureerde kerken is geweest. Bovendien is er slecht nagedacht over de mogelijkheden bij deze restauratie. Het is en het blijft wat mij betreft een slecht plan.

 

 

Lees ook: De toren van de kerk van Winsum en zijn bouwmeester Matthias Kruijff

 

Bronnen:
1. Wikipedia
2. Rijksmonumenten in Nederland. Rijksmonumenten.nl
3. Protestantse gemeente Winsum-Halfambt

 

 

Noten:
a. Onder monniken en nonnen wordt een dakbedekking verstaan die bestaat uit twee soorten dakpannen.
De bovenliggende dakpannen (de monniken) hebben de vorm van een halve afgeknotte kegel. Zij komen, met de bolle zijde naar boven, te liggen op de onderliggende dakpannen (de nonnen) die met de bolle zijde naar beneden liggen. Met behulp van op de pannen aangebrachte nokken blijft het geheel op zijn plaats. De tapse kant ligt bij de monnik in tegengestelde richting van die van de non.

Hoewel de Romeinen reeds dakpannen gekend hebben, is deze techniek verloren gegaan. Pas in de tweede helft van de 15e eeuw is men weer met dakpannen beginnen te experimenteren en de monniken en nonnen zijn de eerste modellen dakpan. Men vindt ze tegenwoordig nog op enkele kerkgebouwen in Groningen en Friesland, zoals op het kerkje van Oostum en de kerk van Sellingen. In Zuid-Europa worden monniken en nonnen vaak toegepast.

Monniken en nonnen worden ook tegenwoordig nog vervaardigd en een enkele maal ook voor moderne bouwwerken en mediterraan aandoende villa's toegepast.

 

De kerk vanuit het noordwesten. Bron: Wikimedia Commons.


Deze pagina maakt deel uit van www.nazatendevries.nl.
Aan bovenstaande tekst is de uiterste zorgvuldigheid besteed. Desondanks kunnen er best fouten voorkomen.
Constateer je fouten en/of heb je vragen, correcties, aanvullingen...geef die dan even aan mij door via mijn E-mail adres.
Laat ook eens een bericht achter in het Gastenboek.
Hoogeveen, 9 november 2018.
Samenstelling: © Harm Hillinga
.
Menu Artikelen.
Terug naar de HomePage.
Top