Woldendorp is onstaan uit een wierde, waarvan de structuur nog steeds goed zichtbaar is.

Algemeen
Gelegen op een kwelderwal is Woldendorp in de vroege middeleeuwen als wierdedorp ontstaan. De wierde kent een radiale structuur (zie foto links).
Bij de gevechten van eind 1945 rond de ‘Delfzijl pocket’ wordt het dorp grotendeels verwoest. Na de oorlog wordt het dorp herbouwd en uitgebreid langs de uitvalswegen.
De Hervormde kerk (A.E. Gorterweg 11) is gelegen aan de westzijde van het dorp en is gebouwd op een afzonderlijke wierde.

Exterieur
De hervormde kerk, oorspronkelijk gewijd aan St. Petrus, is een eenbeukige kerk met recht gesloten koor en lage geveltoren. Het huidige gebouw is het schip van een romano-gotische kruiskerk uit het derde kwart van de 13e eeuw. De muur wordt geleed door enkele hoge nissen met gedrukte spitsbogen, waarin smalle rondboogvensters zijn opgenomen. Het koor en het transept van de kerk zijn al voor 1700 gesloopt. In 1855 krijgt de kerk aan de westzijde een aanbouw met dakruiter.

 

In april 1945 wordt de kerk door oorlogshandelingen zwaar beschadigd. In 1949 wordt de kerk gerestaureerd naar plannen van A.R. Wittop Koning en R. Offringa. Daarbij zijn de huidige geveltoren en de apsis-vormige uitbouw voor de preekstoel aan de oostzijde ontstaan. Het orgel wordt in 1952 door M. Ruiter gebouwd.


Oude tekening van de kerk. Plafondschildering. Muurschildering.

Interieur
Het interieur wordt overdekt door twee meloenvormige koepelgewelven met acht ribben. Op deze gewelven zijn bij de restauratie grondtekeningen van schilderingen tevoorschijn gekomen. De grondtekeningen op het westelijke gewelf dateren uit omstreeks 1350, die op het oostelijke gewelf uit omstreeks 1450. Opvallend in het interieur is de wijze waarop door middel van zuilen de nissen rond de vensters worden ondersteund. Voor de toren liggen diverse grafzerken, waarvan de oudste dateert uit 1625.

 

Bij het einde van de Tweede Wereldoorlog is de kerk zwaar beschadigd.

Algemeen

Tot 1990 vormt Woldendorp samen met Wagenborgen, Termunten, Termunterzijl en Borgsweer de gemeente Termunten. Het gemeentehuis van deze gemeente staat dan in Woldendorp. In het voormalige gemeentehuis is nu Hotel Wilhelmina gevestigd. Woldendorp komt aan het eind van de Tweede Wereldoorlog onder vuur te liggen.

Canadezen en Poolse troepen proberen dan te voorkomen dat Duitse militairen via de Punt van Reide naar Duitsland vluchten. Tientallen doden en meer dan dan honderd vernielde huizen vormen de oorlogsschade. Ook de monumentale kerk raakt zwaar beschadigd.

 

 

Bij de Bevrijding in 1945 is de kerk zwaar beschadigd.
De kerk is goed gerestaureerd waarbij verschillende schilderingen zijn ontdekt.
Interieur van de kerk in 1945. Interieur van de kerk na de restauratie.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Grijze Monnikenklooster
Vanuit Woldendorp lopen we door de buurtschap Baansum richting Borgsweer. Het hoge geboomte rond de boerderij aan de Kloosterlaan is ooit aangeplant op de gedempte grachten van een klooster dat tijdens de 80-jarige oorlog is verwoest. In 1258 wordt hier een klooster gesticht. De plattegrond van dit klooster kenmerkt zich door een duidelijke trapeziumvorm. Met enige moeite is deze vorm nog van de weg af te herkennen. Het klooster behoort tot de Cisterciënzer orde. Er wonen en werken "schiere", of te wel in het grijs geklede monniken. Vandaar de naam van de boerderij "Grijzemonnikenklooster". De priesters preken niet in de kerk van Termunten en hebben weinig contact met de buitenwereld gehad.

 

Het wapen van de Huninga's.

Huningaheerd
Net als in Oostwold en Beerta heeft in Woldendorp een heerd van de Huninga's

gestaan. Bij opgravingen zijn daarvan de fundamenten terug gevonden. Over deze heerd en over de Huninga's van Woldendorp is erg weinig bekend. Ook is niet duidelijk of deze heerd 'Huningaheerd' heeft geheten, net als in Oostwold en Beerta. Op het kerkhof ligt in ieder geval een grafzerk van een Huninga, terwijl in de 'toren' ook nog twee zerken staan. De zerk op het kerkhof is van Aylcko Eppens Huninga van Oostwold . 'Van Oostwold' wil niets meer of minder zeggen dat hij afkomstig is uit Oostwold, er is geboren. Hij leeft van ca 1583 tot 16 sept. 1641. Hij is kerkvoogd van Woldendorp geweest, is in 1618 richter van Westerwolde en hem wordt in 1623 in de kerk te Termunten de eed afgenomen. Uit het feit dat hij richter van Westerwolde is geweest, kan geconcludeerd worden dat hij daar bezittingen heeft gehad. Aylcko is ambtman van Klei-Oldambt geweest tussen 1623 en 1641. Hij huwt ca 1606 Bennecke Hilbrants Baukens (ca 1586 - ca 1645).

Reeds in ca 1494 heeft er een Huninga op een borgstee bij Woldendorp gewoond. We hebben het dan eerst over een naamgenoot nl. Jonker Aylcko (Aylckens) Eppens Huninga. Hij wordt rond 1494 geboren en sterft ca januari 1567. Hij huwt tweemaal, namelijk rond 1491 met Theda Ewesma en rond 1534 met NN Bunninga. Over deze Aylcko is wel het een en ander bekend. Als Aijlcko Aijlckens Huninga een zekere Nn Gockinga Buninga huwt, duikt voor het eerst de familienaam Gockinga op. Gockinga is de naam van een invloedrijke familie in de provincie Groningen, oorspronkelijk afkomstig uit het Oldambt. De naam Gockinga wordt voor het eerst genoemd in 1398 als Tamme Gockinga beleend wordt met het Oldambt en een borg bouwt in Zuidbroek. De familie tracht een positie op te bouwen in het Oldambt maar wordt al snel geconfronteerd met de ambities van de stad Groningen. De stad weet in 1401 de Gockingaborg te veroveren en breekt deze tot de grond toe af. Eelt Gockinga wordt daarbij door de stad gevangen genomen en verblijft tot 1405 in gevangenschap in de stad. Zijn zoon Eppo Gockinga huwt met de zuster van Ullrich Cirksena, de latere graaf van Oostfriesland. De naam Gockinga duikt opnieuw op in de 16e eeuw. Leden van de familie Bauckens, afkomstig uit Farmsum voeren de naam Gockinga, zonder dat er een verband is aangetoond met het oude geslacht. Een zijtak van de Bauckens, die ook weer de naam Gockinga aanneemt weet in de 17e eeuw door te dringen in de regentenkringen van de stad. De familie weet zich te handhaven tot ver in de 19e eeuw en brengt vooral juristen voort.

 

Aylcko Aylckens wordt steeds Aylcko Eppens Huninga genoemd. Hij is volgens van Rhemen postuum geboren in 1494. Hij noemt hem hoofdeling te Oostwold en Leermens, hetgeen ten aanzien van Oostwold (zie zijn vader) niet juist zal zijn. Wel kan hij heerlijke rechten in Leermens hebben uitgeoefend die dan moeten hebben toebehoord aan zijn eerste vrouw. De inhoudelijke vermelding ten aanzien van Leermens wordt -mogelijk- ondersteund door de vermelding van Johan Huninga (zijn kleinzoon) dat Aylcko gehuwd is geweest met Theda, dochter van Tiddo Ewens de Lange, hoofdeling te Siddeburen, wiens broer Focko Ewens in 1515 als hoofdeling te Leermens vermeld wordt. Aangezien Aylcko steeds als Aylcko Eppens vermeld wordt, dus met voornaam en patroniem van zijn vader na wiens dood hij wordt geboren, heeft dit destijds aanleiding gegeven in de vader en de zoon dezelfde persoon te zien. Hij woont te Oostwold. Een landregister, opgesteld ca 1530 noemt Aylke Eppes Hermans (=Hemmens) in 'Oestwolt' met 21 grazen land te Baamsum onder Termunten. In 1532 bezit hij 15 grazen land te Reide. Op 1 sept. 1548 worden vele eigenaren van land bij de dijken onder Fiemel en Zwaag bij Termunten, waaronder Aeylko Eppens te Oostwold en Focke Mennens te Borgsweer, door Burgemeesters en Raad van Groningen aangeschreven om over het dijkonderhoud te spreken; zo ook Walrick Nantkes te Borgsweer. Aeylko Eppens, 'Bauke Eppens van wegen sins susters', Focke Mennes voor zich en wegens de kinderen van Febo Aelts 'verlaten' daarop het land (dwz. abandonneren het, doen afstand), zoals blijkt uit een overzicht van 27 mei 1549 van Menno Houwerda die op 3 april 1549 verklaart het overzicht op 27 mei 1549 opgesteld te hebben. De stad Groningen neemt ten behoeve van het onderhoud der Eems- en Dollarddijken bezit van het land. Aylcko's eigendommen liggen aan weerszijden van de westelijke Dollard-boezem. Van Rhenen weet te melden dat bij de inloop van de Dollard in 1507 hij grote schade lijdt en 'Hueninga-Heerd van Woldendorp tot Oostwolde toe meest verdronken werd'. Voorts vermeldt hij dat graaf Enno van Oostfriesland in 1534 'Huningaborch' verbrandt 'soo dat Ailko sels ter nauwer noot daer wt quam'. Waar deze borg heeft gestaan, wordt niet vermeld. De Huninga 's hebben in ieder geval een borg te Oostwold waarvan de plaats altijd bekend is geweest, doch ook een te Woldendorp, waarvan de plaatst van de borgstede vrij recent is vastgesteld.

 

Aylcko Eppens Huninga en Hero Eggens stellen 19 mei 1554 tegen de schatbeurders van Oostwold dat de meiers van Ekamp geen schatting hoeven te betalen. Burgemeesters en Raad van Groningen stellen hen in het ongelijk. Op 21 jan.1557 en wederom 19 juni 1557 procedeert Aytzo Foppens in appel tegen Aylcko Eppens over land, zonder dat verdere bijzonderheden blijken en op 27 jan. 1560 wordt Aylcko Eppens op getuigenis van Wypko Johans en Tyako Aylckens begenadigd en uit de gevangenis ontslagen mits hij een borg stelt voor de aan Johan Wypkens vervallen breuk. Op 14 juni 1564 wordt Aylcko in een zaak door Frans Ockens als appelant aangespannen, gelast de grootte van het (betwiste?) land te bewijzen. Frans Ockens op treedt 26 mei 1565 -dan mede namens Poppo Hummens, Tako Tonckens en Bunno Herens als eigenerfden te Oostwold- weer op tegen Aylcko Eppens die dan wordt opgedragen geen land te (ver)graven totdat daarvan bezichtiging heeft plaatsgevonden. Als kerkvoogd te Oostwold komt hij in hetzelfde jaar voor. Hij sterft volgens van Rhemen in januari 1567. Land te Oostwold, grenzende aan o.m. Ailko Eppens erfgenamen, wordt vermeld op 11 mei 1583. Burgemeesters en Raad van Groningen spreken op 16 maart 1585 uit dat 'de kerckvoegeden to Oestwold sullen de landthuren / onder Foppo Galtkens / moegen arresteren bes se vanwegen het strafh(ue)s van Aylko Eppens gecontenteert'.

 


 

 

Foto boven:
Op het kerkhof van Woldendorp ligt een grafzerk van een Huninga, terwijl in de 'toren' ook nog twee zerken van Huninga's staan. De zerk op het kerkhof is van Aylcko Eppens Huninga van Oostwold (ca 1583 - 16 sept. 1641). Hij is kerkvoogd van Woldendorp geweest, is in 1618 richter van Westerwolde en hem wordt in 1623 in de kerk te Termunten de eed afgenomen. Verder is Aylcko ambtman van Klei-Oldambt geweest tussen 1623 en 1641. Hij huwt ca 1606 Bennecke Hilbrants Baukens (ca 1586 - ca 1645).

 

Bronnen:
1. Retro Acta 562 en 564, DTB Woldendorp. Feb./maart 2006 Dick Kuipers. Deels corr. en aangevuld MG. Geheel gecorrigeerd en deels aangevuld (kerkenraad, acta) aug. 2006 Ton Bosch.
2. Woldendorp op Wikipedia.
3. De meeste zwart/wit foto's zijn afkomstig van de Rijksuniversiteit Groningen.


 

Aan bovenstaande tekst is de uiterste zorgvuldigheid besteed. Desondanks kunnen er best fouten

voorkomen. Constateer je fouten en/of heb je vragen, correcties, aanvullingen...

geef die dan even aan mij door via mijn E-mail adres.

Hoogeveen, 18 febr. 2009
Revisie: 12-06-2017
Verhaal: © Harm Hillinga

 

HomePage. Menu Artikelen.
Menu Genealogie.