Hunebed G5 is het laatste hunebed dat in Nederland is ontdekt, en tevens het noordelijkste. Het werd in 1982 door archeologen van de Rijksuniversiteit Groningen opgegraven onder de wierde van Heveskesklooster in de Delfzijlster Oosterhoek. Men was op zoek naar de overblijfselen van een klooster van de Johannieterorde.

 

 

 

Foto links: Dominee J. Piccardt stelde zich in 1660 de bouw van de hunebedden zo voor.

 

 

 

Het hunebed van Heveskeklooster bestaat uit zes zijstenen, een sluitsteen en drie dekstenen. Dit is het enige voorbeeld van dit type hunebed in Nederland, het wordt een rechthoekige dolmen of verlengde dolmen genoemd. Een hunebed kan wel 5000 jaar oud zijn. Het hunebed van Heveskesklooster was al deels verstoord toen men het aantrof, deze vernieling wordt vóór 2200 v.Chr. gedateerd.

 

 

Het stenen grafmonument is van omstreeks 3400 v.Chr. en gebouwd op het dekzand onder, twee meter diep onder lagen veen en klei.

 

De aanduiding G5 geeft aan dat dit het vijfde Groninger hunebed is. De nummering van de hunebedden was een initiatief van Albert van Giffen. Waar hij in Drenthe alleen de hunebedden heeft genummerd die hij zelf nog aantrof, heeft hij in Groningen ook de inmiddels verdwenen hunebedden bij Glimmen en Noordlaren van een nummer voorzien (G2, G3 en G4). Daarom werd de nieuwe vondst G5.

 

De vondst van G5 heeft geleid tot nieuwe speculaties over de herkomst van de bouwers van de hunebedden, de Trechterbekercultuur, naar Nederland. Alle andere nog bestaande Nederlandse hunebedden liggen op het Drents Plateau, met name op en aan de Hondsrug. De locatie van G5, aan de kust van de Eemsmonding, kan een aanwijzing zijn dat de leden van de Trechterbekercultuur niet via land, maar vanaf de zee het land zijn binnengetrokken.

 

Hunebed G5 kon niet op de vindplaats blijven liggen, omdat men uitging van de veronderstelling dat het oprukkende industriegebied Oosterhorn van Delfzijl tot hier zou reiken. Het bevindt zich nu in het Muzeeaquarium Delfzijl.

 

Steenkist

 

Behalve een hunebed is er ook een steenkist gevonden. Een steenkist is een grafvorm die vanaf het late neolithicum en de kopertijd tot aan de midden van de bronstijd in het noorden en noordwesten van Europa in verschillende culturen is gebouwd. De kopertijd is het laatste deel van de jonge steentijd of neolithicum. Een steenkist heeft een rechthoekige structuur van meer of minder platte steenplaten die rechtop zijn geplaatst. De meeste steenkisten zijn ingegraven in de grond, of met kunstmatige aarden of stenen grafheuvels bedekt. In sommige gevallen ligt de steenkist binnen een steencirkel, zoals bij de Baskische harrespil. De graven zijn vaak apart, maar ook collectieve graven komen voor. De gevonden steenkist in Heveskesklooster uit het neolithicum (zie foto onder) is van het hunebed gescheiden en ondergebracht in het Hunebedcentrum in Borger. Het verwijderen en splitsen van dit archeologische monument is een grote uitzondering in de moderne tijd.

 

 

Foto boven: De steenkist van Heveskesklooster in het Hunebedmuseum van Borger.

 

 


Deze pagina maakt deel uit van www.nazatendevries.nl.
Aan bovenstaande tekst is de uiterste zorgvuldigheid besteed. Desondanks kunnen er best fouten voorkomen.
Constateer je fouten en/of heb je vragen, correcties, aanvullingen...geef die dan even aan mij door via mijn E-mail adres.
Laat ook eens een bericht achter in het Gastenboek.
Hoogeveen, 29 juli 2018.
Samenstelling: © Harm Hillinga
.
Menu Artikelen.
Terug naar de HomePage.
Top