Tot de Franse tijd is er geen uniformiteit in het hanteren van allerlei maten. Hierna een overzicht van wat de belangrijkste oude maten ongeveer hebben betekend tot 1816. Sommige maten worden echter daarna ook nog gebruikt, maar hun betekenis kan in de loop der jaren veranderen.

 

Lengte en oppervlakte

 

Are

Een are wordt in de landmeetkunde vaak gebruikt om de grootte (oppervlakte) van percelen (vooral landbouwgrond, bosgrond maar ook soms bouwgrond) uit te drukken. Een are omvat een gebied van 10 m × 10 m en is dus = 100 m². Andere oppervlaktematen, gebaseerd op de are zijn: ca of centiare = 0,01 × 1 are = 1 m² ha of hectare = 100 × 1 are = 10 000 m². Sedert de invoering van het Système International geldt de are als verouderd. Alleen de vierkante meter mag nog worden gebruikt.

 

Duim

Oude Nederlandse lengtemaat die ongeveer gelijk is aan de breedte van het bovenste kootje van de duim van een volwassen man. Een duim heeft afhankelijk van de streek een andere lengte.

 

    * Amsterdamse duim is 2,573 cm Franse duim is 2,7 cm
    * Gelderse of Nijmeegse duim is 2,7 cm
    * Hondsbosse en Rijpse duim is 2,4 cm

    * Rijnlandse duim is 2,6 cm

 

Een duim komt tegenwoordig overeen met een Engelse inch (2,54 cm). In de techniek wordt de duim nog wel eens informeel gebruikt, men spreekt dan bijvoorbeeld van een drieduims pijp. Een ander overblijfsel is het woord duimstok. Bij de invoering van het Nederlands metriek stelsel in 1820 werd de duim gelijk gesteld aan een centimeter, echter in 1870 werd de duim afgeschaft. De term duim wordt overigens nog steeds gebruikt als term in het Nederlands voor de Engelse duim of inch die gedefinieerd is als een lengte van 2,54 cm. In bepaalde beroepen kan men het hebben over bijvoorbeeld een drieduims pijp. De lengtemaat duim is nog te vinden in 'duimstok'.

 

Meetlint dat meet in duimen.
Afb. boven: Meetlint dat meet in duimen.

 

 

El
Een el is een oude lengtemaat en bedroeg (althans in Nederland) circa 69,4 cm. De maat werd lokaal, in ieder belangrijk handelscentrum, vastgesteld waardoor er verschillen optraden:


* Goesche el 69 cm

* Twentse el 58,7 cm

* Delfsche el 68,2 cm

* Haagse of gewone el 69,4 cm

* Amsterdamse el 68,8 cm

* Brabantse el 69,2 cm of 16 tailles
* Wase el 69,8 cm in winkels 72,8 cm stof 76,5 cm ruwe stof
* Dendermondse el 69,6 cm in winkels 73,1 cm in de Halle


 

De naam is afgeleid van de lengte van de onderarm, de ellepijp. Men kon zo op een eenvoudige manier lengtes meten. Omdat niet ieders arm even lang is, werd de el in 1725 gestandaardiseerd op de Haagse el. Sinds de invoering van het metriek stelsel in 1816 raakte de el in onbruik. PC Hooft: "Meet de deugd niet uit bij de el". "Zijn mislukte kuiperijen van drie ellen voor een frank", was een Zuidnederlandse uitdrukking voor iets van weinig waarde. Een andere oude zegswijze luidde: "Als de el bij het laken komt, valt het vaak niet mee". Met andere woorden, er is te krap gemeten. Het is het nameten waard.

 

 

De el is als lengte gebaseerd op de lengte van een onderarm.
Afb. boven: De naam 'el' is als naam afgeleid van 'ellepijp'. De ware lengte van de maateenheid komt mogelijk van de 'korte el'. Het verschil tussentussen de 'lange el' als maateenheid en de 'korte el' kan zeker niet verklaard worden door inter-menselijke verschillen in de lengte van de voorarm.
De 'korte el' ('cubit' in het Engels), de lengte van de onderarm, is vergelijkbaar met de Egyptische/Bijbelste en Romeinse ('cubit') el.De afbeelding is dus bedoeld voor de 'korte el' (ongeveer 45-50 cm). Dit in tegenstelling tot de Nederlandse el van circa 69-70 cm.

 

Voet

De voet kan zowel een lengtemaat als een oppervlaktemaat zijn en heeft afhankelijk van de plaats een verschillende maat.
De voet (Engels: foot, meervoud feet) is een lengte-eenheid die in Angelsaksische landen nog veel wordt gebruikt (zie ook: Brits-Amerikaans maatsysteem). Het eenheidssymbool is ft, of ' (een enkel accentteken). Van oudsher verwees de lengtemaat voet naar de (gemiddelde) lengte van een menselijke voet. De maat verschilde van streek tot streek en raakte in de loop van de 19e eeuw in onbruik door de invoering van het metrieke stelsel. In Engeland (en Engelssprekende landen) bleef het oude maatsysteem veel langer bestaan. Als tegenwoordig over een voet wordt gesproken, wordt dan ook meestal een Engelse voet bedoeld. Hoewel de voet geen SI-eenheid is, is de lengte ervan in 1958 internationaal vastgelegd via de inch (geldig sinds 1 juli 1959). Een inch is exact gelijk aan 25,4 mm en er zitten 12 inches in één voet. Hiermee is een voet 304,8 mm = 0,3048 m. Eén meter is dan dus 1/0,3048 ofwel ongeveer 3,28 voet. De voet wordt gebruikt in de luchtvaart om de vlieghoogte mee aan te geven: op trans-Atlantische vluchten wordt vaak gevlogen op een hoogte van 30.000 voet, ongeveer 10 kilometer hoog. Ook wordt de voet veel in de scheepvaart gebruikt om lengte van schepen aan te geven. Ook de maten van containers worden in voet uitgedrukt: een lengte van 20 of 40 voet, bij een standaard breedte van 8 voet en een standaard hoogte van 8 voet en 6 inch (8' 6"). Er zitten 3 voet in een yard en 5280 voet in een Engelse mijl.

 

De voet in Nederland als lengtemaat

De lengtemaat voet was in het verleden niet eenduidig gedefinieerd en verschillende plaatsen hadden ieder hun eigen, vaak niet met elkaar overeenkomende maatvoering. Afhankelijk van de plaats was een voet ook nog eens verdeeld in 10, 11, 12 of 13 duimen. De hier getoonde waarden zijn voorbeelden, in de praktijk had bijna elke stad en streek zijn eigen maat. In Nederland was de meest gebruikte voet de Rijnlandse voet.

 

* De Amsterdamse voet is 0,2831 meter (onderverdeeld in 11 Amsterdamse duimen).
De VOC voerde deze voet in 1650 als standaard in
* De Rotterdamse voet is 0,2823 meter (onderverdeeld in 11 Rotterdamse duimen)
* De Blooise voet is 0,301 meter
* De ('s Hertogen)bossche voet is 0,287 meter
* De Honsbossche en Rijpse voet is 0,285 meter

* De Rijnlandse voet is 0,3140 meter (onderverdeeld in 12 Rijnlandse duimen)

* De Schouwse voet is 0,311 meter In de Kaap de Goede Hoop werd in de tijd van de VOC de Rijnlandse voet de basis voor de "Kaapse voet" met 0,3149 meter en 12 Kaapse duimen.

* De Aalsterse voet meet 0,2770 m
* De Amsterdamse voet is 0,283 m
* De Brusselse voet meet 0,27575 m
* De Doornikse voet meet 0,29777 m
* De Henegouwse voet meet 0,2934 m
* De Leuvense voet meet 0,2855 m
* De Luikse voet meet 0,2918 m
* De Nijvelse voet meet 0,2770 m
* De Rijnlandse voet is 0,3140 m
* De Schouwse voet is 0,311 m

* De Duitse voet is 0,326 m

 

De voet als oppervlaktemaat

Een vierkante voet (Engels: square foot) is het kwadraat van de lengtemaat: 0,3048 m × 0,3048 m, dus ongeveer 0,0929 m² groot. In een vierkante meter gaan 10,764 ft². De vierkante voet (v.v.) wordt anno 2011 in Nederland nog altijd gebruikt bij de verkoop van leer om de oppervlakte van lederen vellen en perkament aan te geven.

Eén kubieke voet (Engels: cubic foot) is de lengtemaat tot de derde macht: ongeveer 0,0283 m³. In 1 m³ gaan ongeveer 35,315 ft³.

 

Roede (als lengtemaat)

De Roede is een oude lengtemaat en een oude oppervlaktemaat, die van plaats tot plaats een verschillende maat heeft. Bij de oppervlaktemaat wordt ook wel gesproken van een vierkante roede. Schertsend zei men wel: "Hij stinkt zeven roeden in de wind". Oudtijds gold een roede ook als inhoudsmaat voor turf. Dan bevatte een roede ongeveer 450 stuks.


Amsterdamse roede (= 13 voet) is 3,68 m
Blooise roede (= 12 voet) is 3,612 m
Groningse roede is 4,116 m [1]
Bossche roede (= 20 voet) is 5,75 m
Hondsbosse en Rijpse roede is 3,42 m
Puttense roede (= 14 voet) is 4,056 m Rijnlandse roede (= 12 voet) is 3,767 m Schouwse roede (= 12 voet) is 3,729 m

 

Gras

De gras (mv: grazen) in Groningen is een oud-Nederlandse oppervlaktemaat. Eén gras is de hoeveelheid gras die nodig was voor een koe en bedroeg iets minder dan een halve hectare. Dit komt dus neer op twee koeien per hectare, terwijl tegenwoordig drie of meer koeien per hectare worden gehouden. Dit wijst op de naar huidige standaarden gemeten slechte kwaliteit van het grasland.

Een exacte grootte is niet te noemen. Er zijn pogingen gedaan om te berekenen wat deze zou zijn geweest. Per gebied (dorp) komt men zo op verschillende groottes, omdat men de huidige oppervlakte is gaan delen door het grastal. Opvallend is dat de percelen indertijd steeds geheel (soms nog een halve) grazen heeft. Het lijkt erop dat men uitging van het aantal koeien dat er op graasde. Waren dat er twee, dan was het perceel 2 grazen groot. Kon er nog een kalf bij, dan was het 2½ groot. Het grastal was voornamelijk van belang voor de grondbelasting (de verponding). Men betaalde een bepaald bedrag per gras. Een nauwkeurige bepaling was dus niet echt nodig.

Bij veldnamen werd wel verwezen naar de grootte van een kavel. De hooghe vier is bijvoorbeeld een stuk land van 4 grazen groot, of waar vier koeien op graasden.

 

Roede (als oppervlaktemaat)

De roede (ook: roe) is een oude oppervlaktemaat en een oude lengtemaat (zie roede), die van plaats tot plaats verschilde. Een vierkante roede wordt gevormd door een vierkant oppervlak met een lengte en een breedte van een strekkende roede. Over het algemeen vormden 600 roeden 1 morgen, maar in sommige gebieden in Nederland bestond een morgen uit minder (150) of meer (900) roeden. De Rijnlandse roede werd het meest gebruikt.

* Amsterdamse roede = 13,52 m²
* Bossche roede = 33,1 m²
* Bredase roede is 32,26 m²
* Groningse roede is 16,72 m²
* Hondsbosse roede is 11,71 m²
* Rijnlandse roede is 14,19 m²

 

Grein

Een grein is een gewichtseenheid die gebruikt werd vóór de invoering van het decimale stelsel. Een grein is 1 / 5760 deel van een medicinaal pond en komt bij benadering overeen met 65 milligram. Het medicinale pond was onderverdeeld in twaalf ons, die elk weer onderverdeeld waren in acht drachma's. Een drachma was onderverdeeld in drie scrupel en een scrupel was verdeeld in twintig grein.


Dagwand

Een dagwand is een oude oppervlaktemaat. Het verwijst naar de oppervlakte grond die een boer met behulp van een os en een ploeg normalerwijze in 1 dag kon ploegen, dit is ongeveer één derde van een hectare of ongeveer 3300 m². De dagwand is gelijk aan 100 vierkante roeden. De exacte maat van de vierkante roede vertoonde echter regionale verschillen. Zo kon de oppervlakte van de dagwand, al naar gelang de regio, uiteenlopen van 3000 tot 3500 m2. De morgen was een andere oppervlaktemaat. Deze was gewoonlijk gelijk aan 600 vierkante roeden.

1 dagwand = 100 roeden. Een bunder land = 4 dagwanden

 

Romeinse mijlpaal.
Afb. boven: Een Romeinse mijlpaal.

Mijl (Nederland)

Mijl is een lengte-eenheid, oorspronkelijk een afstand van duizend dubbele stappen. Een reisafstand werd vanouds in mijlen opgegeven. In de geschiedenis zijn veel verschillende mijlen in gebruik geweest. Het metrieke stelsel heeft deze mijlen vervangen door de kilometer, die dus eigenlijk de moderne mijl is en vroeger ook wel zo werd genoemd.

Verschillende mijlen zijn:

 

* een oude Nederlandse maat, zie mijl (Nederland).

* een (verouderde) naam (uit het Nederlands metriek stelsel) voor de kilometer

* een Franse mijl (mille), gelijk aan 1000 toise

* een Engelse mijl (1609,344 meter)

* de U.S. survey-mijl is ongeveer 3 mm langer en bedraagt 1609,347 m

* een zeemijl (1,852 km) (een kwart van de geografische mijl), gebruikt in de lucht- en zeevaart een

* geografische mijl (7.400 m) (1/15 van een breedtegraad van de aarde)

* een Noors-Zweedse mijl van 10 km of een Deense mijl van ongeveer 7,5 km een

* Romeinse mijl, eigenlijk mille passus, duizend dubbelpassen (1478 m)

* een metrische mijl (in sporten als atletiek en schaatsen) van 1500 m

* een Belgische mijl of een afstand van 5 kilometer

 

Morgen

Een morgen is een oud-Nederlandse oppervlaktemaat.
Met een morgen werd een gebied aangeduid dat in een ochtend kon worden geploegd. De grondbelasting die per morgen betaald moest worden, noemde men MORGENBEDE of MORGENGELD. Een morgen was ongeveer een hectare groot. De precieze grootte was echter streekgebonden.

 

Zo bestonden onder meer de

 

* Biltse morgen (0,92 hectare)

* Gelderse morgen (0,86 hectare)

* Rijnlandse morgen (0,85 hectare)

* 's Hertogenbossche morgen (0,993 hectare)

* Veluwse morgen (0,93 hectare)

* Waterlandse morgen (1,07 hectare)

* Zijper of Schermer morgen (0,8516 hectare)

 

Een Rijlandse morgen

Een Rijnlandse morgen kon worden onderverdeeld in 6 hont, een hont in 100 roede, en een roede in twaalf voet. In Zeeland was een Rijnlandse morgen ongeveer twee gemeten. Het eiland Tiengemeten was dus zo'n vijf Rijnlandse morgen groot; ruim vier hectare.

 

Hoeve

Hoeve (Latijn mansus) is een oude oppervlaktemaat die zijn oorsprong vond in het Karolingische hofstelsel.

 

Bekende onderverdelingen:

* 1 hoeve = 16 morgen = ongeveer 14 hectare

* 1 hoeve = 12 bunder = afhankelijk van de streek tussen 10 tot 15 hectare.

 

 

Gemet

Een gemet is een vlaktemaat, er zijn verschillende maten bekend o.a.

* Bloois gemet is 3924 m² (in Zeeland bewesten Schelde en op Tholen)

* Brugs gemet is 4423,68 m²

* Burggraafschap Gent heeft een gemet van 4455,99 m²

* Dendermondse heerlijkheid heeft een gemet van 3348,94 m²

* Graafschap Aalst heeft een gemet van 3074,56 m²

* Kasselrij Ieper heeft een gemet van 4409,87 m²

* Kasselrij Oudenaarde heeft een gemet van 3251,17 m²

* Kasselrij Veurne heeft een gemet van 4677,72 m²

* Kasselrij Oudburg en Land van Waas heeft een gemet van 4456,4573 m² (300 roeden van 14,854858 m²)

* Puttens gemet is 4945 m²

* Rijnlands gemet is 4259 m²

* Schouws gemet is 4169 m² (op Schouwen)

* Sommelsdijks gemet is 4051 m²

* Vlaams gemet is 4479 m²

* Voorns gemet is 4591 m²

De naam gemet komt nog voor in de naam van het eiland Tiengemeten

 

Bunder

Een BUNDER was een oppervlaktemaat, die tegenwoordig ook nog wel wordt gebruikt en gelijk staat aan een hectare. Vroeger was een bunder 900 vierkante ROEDEN of anderhalve MORGEN.

 

Een bunder (Lat. bonnarium; Fr. bonnier) of bonder is een oude eenheid van grondoppervlakte. De omvang van een bunder verschilt van streek tot streek, afhankelijk van de grootte van de plaatselijke lineaire meetstandaard de voet of de roede: doorgaans 400, soms 450 vierkante roede. In Brabant en Land van Dendermonde bevat een bunder in de regel 400 (vierkante) roeden. Een kwart bunder (100 roeden) heette daar een dagwand, elders een hont. Voor de roede als lengtemaat bestaan er talrijke maatstelsels, variërend tussen de 12 tot 21 voet (die op zijn beurt van plaats tot plaats verschilt). De oppervlakte van een bunder zal navenant dan ook verschillen. Een voorbeeld: één Dendermondse bunder meet 133,9575 m² In Nederland werd bij de invoering van het metriek stelsel in 1816 de bunder gelijkgesteld aan 1 hectare of 10.000 vierkante meter. In 1937 werd de bunder in Nederland als officiële vlaktemaat afgeschaft, maar in de omgangstaal wordt de term nog veelvuldig door landbouwers gebruikt. In België werd bij de omschakeling naar het metriek stelsel tijdens de Franse bezetting (1796-1815) naar een precieze omrekening van de oude landmaten naar metrieke maten gestreefd. Het overnemen van de oude namen zoals in Nederland (1 bunder = 1 hectare) heeft er nooit ingang gevonden.

 

Voorbeelden van bunders:

* één bunder in Kasselrij Oudburg en Land van Waas meet 1,336937ha (3 gemeten van 4456,4573m² = 900 roeden van 14,854858 m²)

* één bunder in Brabant meet 400 roeden

In het cijnsboek van de Heilige geest van Breda uit lezen we nog:
* bunder (boenre, boender, buynre, buynder)= 1,29 hectare.
* lopenzaad (lopen zaet, loepen tsaet langts)= 1/6 bunder, ofwel 0,21 ha. In Oosterhout en Gilze echter slechts 1/8 bunder = 0,15 ha.
* veertelsaet = 4 lopenzaad.
* voeder hooimade (voeder hoymaden)= 1/9 bunder, ofwel 0,143 ha.

* hooiland, in Ginneken. Voeder = kar; hooimade = beemd.
* gemet = 1/3 bunder, ofwel 0,43 ha., vooral in gebruik in Etten.

 

In Nederland werd bij de invoering van het metriek stelsel in 1816 de bunder gelijkgesteld aan 1 hectare of 10.000 vierkante meter. In 1937 werd de bunder in Nederland als officiële vlaktemaat afgeschaft, maar in de omgangstaal wordt de term nog veelvuldig door landbouwers gebruikt.

 

 

Inhoud en gewicht

 

Lood

Lood, oud gewicht, is een, thans niet meer gebruikte, gewichtsmaat verondersteld 1/32 van een traditioneel pond (massa) te hebben gewogen. Het lood werd afgeschaft bij de invoering van het decimale stelsel. Het begrip komt nu alleen nog voor in het oud Nederlandse spreekwoord: Vrienden in de nood, honderd in een lood. Een lood was dus ongeveer 15 gram maar werd na invoering van het decimale stelsel in 1816 soms ook gebruikt voor 10 gram. Brood werd soms verkocht als stuiversbrood., dat wil zeggen kostte altijd een stuiver. Per week werd dan afhankelijk van de prijs van het graan bepaald hoe zwaar dat stuivrsbrood moest zijn. 29 februari 1596 werd een stuiver witbrood gezet op 20 lood, dus ongeveer 3 ons. Een koffieloodje (ook loodje) is een maatje om de juiste hoeveelheid koffiebonen af te meten die je wilt malen om koffie van te zetten. Het is een metalen kokertje met daaraan een metalen oortje. Het kokertje is aan de boven- en onderkant open. Door een metalen tussenschotje is het loodje in tweeën verdeeld. Aan de ene kant schep je een heel en aan de andere kant een half loodje. De naam duidt op een het afgemeten gewicht van de koffie, dat ongeveer een lood is (10 à 15 gram).

 

Mud (inhoudsmaat)

Een mud (ook mudde) is een oude inhoudsmaat. Indien het gemeten product betrekking heeft op vaste goederen (kolen, aardappelen, ...) wordt in wezen het gewicht bedoeld. Bijvoorbeeld: een mud aardappelen weegt (ongeveer) 70 kg. De mud is vooral een inhoudsmaat voor vloeistoffen en graangewassen. De corresponderende inhoud in het metriek stelsel varieert van streek tot streek (tussen 150 en 300 liter). Iedere stad of instelling kon zijn eigen inhoudsmaat kiezen. 1 mud bestaat in sommige stelsels uit 4 schepel. Er bestaat ook een zestalige onderverdeling: 1 mud is dan 6 sister.

 

In Maastricht was in 1570 een mudde gelijk aan 4 malder, maar ook aan 27 zomeren, en ook aan 24 vaten, en ook gelijk aan 96 koppen.
Zomeren en vaten leken dus op elkaar. Als we uitgaan van een malder van ongeveer 150 liter (het gemiddelde tussen Grave en Nijmegen) dan zou een Maastrichtse mudde 600 liter zijn, een zomer 22 liter, een vat 25 liter en een Cop 6,25 liter. Geen van onderstaande benamingen komt enigszins in de buurt van deze Maastrichtse maten. Het zou best wel eens kunnen zijn dat een Maastrichtse mudde nog groter was. Stel dat een vaat vergelijkbaar was met een anker, dat is een wijnvat van ongeveer 39 liter, dan zouden de maten als volgt geïnterpreteerd moeten worden: 1 mudde = 39 x 24 = 936 liter. Een malder = 234 liter. Een zomer = 34,6 liter. Een vaet = 39 liter. Een cop = 9,75 liter.

 

Uit een rekening m.b.t. verteringen in 1795 in Maasniel blijkt na een sommetje gemaakt te hebben dat een malder tarwe gelijk is aan 5 vaten. Dat was twee eeuwen daarvoor in Maastricht dus nog 6 vaten! (het sommetje luidt als volgt: totale vertering (malder)tarwe, een ham en een kaas, uitgedrukt in stuivers: 473 stuivers. Kaas en ham: 171 stuivers. Blijft over: een malder tarwe voor 302 stuivers = 302/6 = 50 schelling. De tarwe kostte 10 schelling per vat, derhalve ging het om 5 vaten, dus een malder = 5 vaten.)

 

Het gezegde 'mudvol zitten' stamt af van 'zo vol als een gestampte mudzak zitten' en betekent zeer vol, stampvol, propvol of tjokvol.

 

Inhoudsmaten.
Afb. boven: v.l.n.r. mud, schepel en kop.

 

Mud (oppervlaktemaat)

De mud of mud gezaaid is een oude Nederlandse oppervlaktemaat. Oorspronkelijk stond het mud gelijk aan de hoeveelheid grond die men met een mud zaad kon inzaaien. De grootte van het mud verschilde per streek. In Gelderland varieerde het mud van 0,45 tot 0,78 hectare; het Overijssels herenmud bedroeg 0,53 hectare; het mud Steenwijker maat was in Drenthe in gebruik en bedroeg 0,36 hectare. Een mud was over het algemeen verdeeld in 4 schepel en in 16 spint. Het herenmud telde echter 6 schepel.

 

Schepel

Een schepel is een oud-Nederlandse eenheid voor het aangeven van de inhoud. Een schepel komt vaak overeen met 10 liter. Een schepel is 0,25 mud is 43,6 liter. 1 mud is 4 schepel. Een SCHEPEL was een holle houten schop aan een lange steel en diende om graan, aardappelen en soms eierkolen op te scheppen. Ook erwten en bonen. "Met schepels tegelijk" betekende "bij grote hoeveelheden". Vandaar de zegswijze "Met schepels winnen en met schepels verteren": "Mondjesmaat verdienen en met handenvol uitgeven." Vader Cats maakte ervan: "Een vrouw draegt meer uyt een lepel als een man inbrengt met een schepel". Vader Cats kan dan wel zeer wijs zijn geweest, maar wij zouden er niet graag de zegsman van zijn. Tegenwoordig zou men zeggen: "Een vrouw met een gat in haar hand". In de Zaanstreek kende men de uitdrukking "Er is een gat in de schepel". Dat betekende "Het op te scheppen graan is op".

 

In Roermond en waarschijnlijk een veel uitgestrekter gebied zien we dat wijn vaak uitgedrukt werd in "veerdel". Veerdel (ook veertel) betekent "vier keer iets". Bij rogge was een veertel in Brabant 4 lopen, dat betekent 86,4 liter. Vier veerdel is dus een aardige sloot wijn. (354,6 liter) Dit stelde de magistraat ter beschikking voor een jonggezellenfeest rond 1600... Dit lijkt me erg royaal, dus ik vermoed dat een veerdel in Roermond iets anders was dan in West-Brabant. Iets van 50 liter lijkt me meer in verhouding. Een veerdel is dan dus eerder iets als 10 liter.

 

Lopen

Een lopen, inhoudsmaat voor graan (rogge) = 21,6 liter. Meervoud is: een veertel (= 4 lopen) een halster (= 8 lopen) en een zester (= 16 lopen)

 

Pond

Het traditionele Nederlandse pond woog ca. 480 gram en was verdeeld in (meestal) 16 ons. Het Vlaamse pond woog ongeveer 433 gram. Zoals met veel maten waren er bij beide plaatselijke verschillen en ook verschillen afhankelijk van het materiaal. De afkorting lb dat staat voor libra, werd in Nederland tot in de twintigste eeuw gebruikt voor de aanduiding van het pond. In 1820, toen het Nederlands metriek stelsel werd ingevoerd, werd de waarde van het Nederlandse pond bepaald op 1 kilogram. Dat is niet zo gek als het lijkt. Een pond had vóór die tijd uiteenlopende waarden. Met die invoering van het metrieke stelsel werden die waarden afgeschaft en was de kilogram de officiële eenheid voor massa (of gewicht). Met andere woorden, de kilogram was het moderne pond. Pas met de Wet van 7 april 1869 (Staatsblad No.57) werden oude benamingen, waaronder ook het pond, afgeschaft en vervangen door de tegenwoordig gebruikte aanduidingen, zoals kilogram. Met de IJkwet van 1937 werd het pond (ter waarde van een halve kilogram) officieel afgeschaft. In het alledaags spraakgebruik heeft het pond de waarde van een halve kilogram behouden; een die dicht bij de oorspronkelijke waarde van voor 1820 ligt.

 

Voorbeelden van vóór 1820:

* Het Amsterdamse pond (waaggewicht) was 494,09 gram

* Het Dendermondse pond was 433 gram

* Het Dendermondse pond in de Halle was 476 gram

* Het Gentse pond was 430 gram

* Het Gorinchemse pond was 466 gram

* Het pond in de Kasselrij van Oudburg en Land van Waas was 433,85 gram

* Het juwelierspond in de Kasselrij van Oudburg en Land van Waas was 489 gram

* Het medicijnenpond in de Kasselrij van Oudburg en Land van Waas was 275 gram

* Het Utrechtse zwaar pond was 497,8 gram

 

Aam

Aam was een inhoudsmaat, en vooral een wijnmaat. Een AAM was gelijk aan vier ANKERS. Een aam was ongeveer 155 liter. Later kreeg ook het vat waar de wijn in zat zelf de naam aam.

 

Anker

* De anker is een oude inhoudsmaat voor wijn. De omvang was een klein vaatje van 35 liter, ofwel 45 flessen. Er bestaat een brouwerij Het Anker en ook wijnzaken (Het gulden anker) zijn nog wel eens naar deze oude maat genoemd. Deze wijnmaat is ook in het Duits (Anker) en in het Deens (anker øl) bekend. Zes ankers maken één okshoofd.

* De maat ANKER wordt ook nu nog soms gebruikt in de wijnhandel. De inhoud was vroeger ongeveer 39 liter, een kwart van een aam, eenzesde van een okshoofd. Veelal werd het anker berekend op 45 of 46 flessen. Het verkleinwoord "ankertje" duidde niet alleen de geringe hoeveelheid aan, maar ook dat de wijn een lekkernij was.

 

Schat

De schat is een oud-Nederlandse oppervlaktemaat die werd gebruikt in Noord-Drenthe. Eén schat komt overeen met 625 m². Daarnaast komt er het mud en het mudde gezaai voor. Het Noord-Drentse mud is 2500 m² en het Drentse mudde gezaai is 4 schepel gezaai en is 3332 m².

 

Stoop

Een anker is ook gelijk aan 16 STOOP. De naam stoop wordt tegenwoordig nog sporadisch gebruikt voor een vaatje bier. Een stoop is gelijk aan twee en een halve liter. De aarden of metalen stoop (kruik) was voorzien van een oor en nooit van hout of glas. In Vlaanderen kende men de uitdrukking "Op stopen trekken" voor iemand beetnemen of bedriegen. Daarvan is de benaming flessentrekker of bedrieger afgeleid.

 

Mingel

Een stoop was evenveel als twee MINGELEN of MENGELEN. Een mingel of mengel is een kan, bevattende een en een achtste liter vocht. Dat kon wijn zijn of bier, maar ook brandewijn of melk.

 

Pint

Nog kleiner dan de mingele was de PINT. Een pint was gelijk aan een halve liter. Enkele rake uitdrukkingen zijn van de pint afgeleid, onder andere "een pintje pakken". Het tegenwoordig vaak gehoorde "peentjes zweten" heeft niets te maken met de lekkere kleine worteltjes, maar is een verbastering van "Pintjes zweten", een sterk transpireren, een halve liter per keer. Grappig is ook "mingele broek, maar pintje kont", gezegd van iemand die een veel te wijde broek aan had.

 

Kan

Een kan was in Grave 0.7 liter, in Nijmegen en Zaltbommel 1,3 liter.

 

Okshoofd

* Waarschijnlijk is deze naam uit Vlaanderen afkomstig en via de weglating van de "h" veranderd van hokshoofd tot okshoofd. Daarvoor pleit dat Brugge oorspronkelijk de stapelplaats was voor de wijnhandel en het woord van Brugge naar het noorden en midden van Europa is overgebracht. Een okshoofd gaf ruimte aan zes ankers en is daarmee gelijk aan 220 liter.

* Een okshoofd (ouderwets oxhoofd) is een inhoudsmaat in de vorm van een groot vat, dat vroeger voor wijn gebruikt werd. De maat wordt echter ook gebruikt voor azijn, bier, tabak en suiker. Een okshoofd bevatte zes ankers. De naam Okshoofd wordt nog steeds voor bedrijven geassocieerd met drank, of drankenhandel, gebruikt. De Engelse naam voor een okshoofd is hogshead. In Engeland werd de inhoudsmaat voor het eerst gestandaardiseerd in 1423, door een act of Parliament. Een hogshead wijn bevatte 2 barrels, en 63 gallon. Een hogshead bier bevatte 3 barrels, en 48 gallons. Voor cider, olie, etc. waren er nog andere verhoudingen. In het Frans heet een okshoofd Barrique, of Pièce. Het Franse okshoofd varieerde tussen 216 en 232 liter, afhankelijk van het gebied in Frankrijk waar de wijn vandaan kwam. Als verklaring voor het woord wordt soms genoemd dat het vat zo groot was, dat er een ossenhoofd in paste. Deze verklaring lijkt echter onwaarschijnlijk.

 

Malder

Een malder was in Grave 136,4 liter, in Nijmegen en Zaltbommel 166,7 liter.

 

Zak

Vooral graan werd soms ook in zakken gemeten. De verschillen van de inhoud van een zak waren enorm. In Amsterdam was een zak graan 83,3 liter, in Eindhoven 300 liter!

 

Last

Hele grote hoeveelheden graan werden vaak gemeten met de maat last. Dit was overal gelijk, en wel 3000 liter.

Een last was een oude inhoudsmaat van schepen, bedoeld om er het laadvermogen in uit te drukken, maar ook wel een aanduiding van een maat of gewicht van een scheepslading. Bij de visserij, met name bij de vleetvisserij op haring, was de 'last' een indicatie van de door een bomschuit en een buis, later door een sloep of een logger, aangevoerde vangst. Het laatstgenoemde vissersschip kon, afhankelijk van zijn grootte, tot omstreeks 35 à 40 last aan haring aanvoeren.

Hierbij kwam een last overeen met 17 kantjes waar het Scheveningen of Katwijk en 14 gepakte tonnen, waar het Vlaardingen betrof. Al naargelang de grootte van de haring bevatte een kantje 900 tot 1000 haringen.

Uit Vlaamse literatuur, betrekking hebbend op de haringvisserij, blijkt dat in de middeleeuwen een last overeenkwam met 1000 kilogram haring. Met het verdwijnen van de vleetvisserij verdween ook de aanduiding 'last'.

Bij de VOC bedroeg een last in de 17de eeuw ongeveer 1250 kg, later oplopend tot 2000 kg.

Uit vergelijkende tabellen volgt: 1 last = 1926 kg. Later werd de last vervangen door gewichtston: 1000 kg laadvermogen. Sedert 1925 gebruikt men bij voorkeur de ton waterverplaatsing (1 m3 = 1000 kg), maar de gewichtston bleef tot heden eveneens in zwang.

 

Scrupel

Een scrupel is een gewichtseenheid die gebruikt werd vóór de invoering van het decimale stelsel. Een scrupel is 1 / 288 deel van een medicinaal pond en komt bij benadering overeen met 1,3 gram. Het medicinale pond was onderverdeeld in twaalf ons, die elk weer onderverdeeld waren in acht drachma's. Een drachma was onderverdeeld in drie scrupel en een scrupel was verdeeld in twintig grein.

 

 

Een nota van een mulder.
Afb. boven: Een nota van een mulder uit Lunteren, anno 1916.

Enkele voorbeelden in de oude geschriften

 

12 maart 1448


Johan van den Grynde en Willem der Haen, schepenen te Roermond, verklaren dat Heynrick van Ynckevoirt, Kerstken van den Kraecken en Heinrick van Middelhaven, armenmeesters van het Gasthuis te Roermond, 1½ bunder land, 4 morgen land genaamd de Lyndeacker, 1 morgen land en 4 morgen land aan de Maas gelegen te Rykel in het kerspel van Beesel, tegen 3 malder rogge in erfpacht hebben gegeven aan het klooster Maria Weide. Medebezegelaar: voornoemde armenmeesters.


RAL Maastricht, Klooster Maria Weide te Venlo, inv.nr. 34; voorheen magazijnlijst nr. 123; charter met 5 zegels.

 

Dat er nog veel meer soorten maten waren, waarvan de betekenis vaak niet meer bekend, bewijst onderstaand bericht. Een huurvaarder is iemand die belast is met het begeleiden van grote houten vlotten, die vanuit de ardennen naar Venlo en Dordrecht werden vervoerd. Op bepaalde plaatsen was het huurvaardersgilde actief om alle vlotten te herschikken of af te laden.

 

17 mei 1591


Het schippers- en huurvaardersgilde te Roermond schrijft in een brief aan houthandelaren (te Dordrecht) dat zij in een onderlinge vergadering hebben bepaald hoe de houttransporten van oudsher zijn samengesteld:

- een "somer" bestond eerder uit 15 of 16 "dygen" maar omvat er nu 20 en 21;
het "klapholt" dat eerder 6 "kloffenyen" breed en 7 "kameren" lang werd vervoerd, omvat nu 7 "kloffeneyen" in de breedte en 8 "kameren" in de lengte plus nog 2 "strycken" langs elke zijde;
de "balcken" die eerder met 20 of 21 "duygen" werden vervoerd, worden nu met 28 of 29 over een breedte van 40 voet vervoerd;
het "dragholt" dat eerder 3 (lagen?) hoog werd vervoerd, is nu 5 hoog en 7 en 8 "mersscle" breder dan voorheen:


"so dat so swar van alles ankompt, dat wij gessellen unser errent halven grottelycken beswart vynden om onsse er und fam te bewarren, byddende vryndtlycke wyssen an mijn herren, dat sij ons nyt hogger en wyllen beswarren, dan wij erme onderanen konnen na komen, want so wijt onsse macht strecken kan, wyllen wij alle te samen ser dynstelycken na komen".

 

En wat te zeggen van deze vervoerslijst, zoals vermeld in het boek 'rond een maasschipperse' van N.A. Hamerse. In 1708 worden de volgende waren ingekocht in Dordrecht. Deze werden vervolgens verkocht te Nijmegen, Roermond, Eijsden en Luik.:

 

10 quartelen spektraan (864 gld. 4 st.) 12 balen rijst (7 gld., 17 st. 8 p.) 2 Sluyse vis en 1 last levertraan (682 gld. En 11 st.) raapolie 78 stuks Kanterkaas (114 glde.) 12 tonnen zeep (282 gld.) 28 last 10 ½ G. witte tarwe (5743 gld., 3 st. En 8 p.) 25 achtendelen witte tarwe (1129 gld., 18 st., 8 p.) 19 quartelen hennepolie (2074 gld., 3 st.) 6 balen gember (330 gld., 11 st.)

Amandelen

 

Terug vanuit Luik vervoert hetzelfde schip:

85.000 pond "roey-yser" 15144 pond driekwart en halfduims spijkers 155 manden met spijkers

44375 pond potteryen

 

 

Nederlands metriek stelsel

Het Nederlands metriek stelsel is een in 1816 in Nederland ingevoerde variant van het metrisch stelsel, waarbij benamingen als meter, liter enz. waren vervangen door Nederlandse benamingen, veelal afgeleid van niet-metrieke maten uit de jaren van het Ancien Régime van voor 1795. In 1870 werd het Nederlands metriek stelsel afgeschaft en werden de internationale namen officieel. Enkele oude benamingen bleven lange tijd toegestaan, tot de IJkwet van 1937 ze verbood. In het dagelijks spraakgebruik leven enkele van deze namen nog voort, zoals een 'ons' en een 'bunder'.

 

 

Voorbeelden

 

 

1 Nederlands pond = 1 kilogram (in het huidige spraakgebruik is een pond echter 0,5 kilogram)

1 Nederlands ons = 0,1 kilogram

1 Nederlandse mijl = 1000 meter

1 Nederlandse roede = 10 meter

1 Nederlandse el = 1 meter

1 Nederlandse palm = 0,1 meter

1 Nederlandse duim = 0,01 meter

1 Nederlandse streep = 0,001 meter

1 Nederlandse bunder = 10 000 vierkante meter

1 Nederlands mud = 0,1 kubieke meter

1 Nederlandse kop = 0,001 kubieke meter

1 Nederlandse wisse of teerling el = 1 kubieke meter

 

 

 

Bronnen:
1. GA Roermond, Oud Archief, inv. nr. 1035
2. Bolswarder Nieuwsblad, sept. 1992.
3. Wikipedia.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Deze pagina maakt deel uit van www.nazatendevries.nl.

Aan bovenstaande tekst is de uiterste zorgvuldigheid besteed. Desondanks kunnen er best fouten

voorkomen. Constateer je fouten en/of heb je vragen, correcties, aanvullingen...

geef die dan even aan mij door via mijn E-mail adres.

 

 

 

 

 

 

 

Hoogeveen, 27 juni 2011
Bewerking: 26 juli 2018

Update: 24 maart 2020
Samenstelling © Harm Hillinga

 

Menu Artikelen. HomePage
Top