Begraafplaats Finsterwolde: Familie Bakker

Nij Stoatenziel, doe bist mien end en mien begun, Doe bist mien moan, en doe bist ook mien zun. En bie leeg woater spaigelt Dollerd zich in t sliek, Nij Stoatenziel, doar wil ik strunen achter diek, oh joa, Nij Stoatenziel, doar wil ik strunen achter diek.  

Ede Staal (1941-1986)

 

Stiene en Willem Bakker brengen de garnalen bestemd voor diervoeder aan wal om gedroogd te worden op de droogplaten. Foto: Harm Hillinga, 1969.

'Ik sta op de dijk van Nieuw Statenzijl. Het is somber weer, grauw en mistig, en precies zoals meneer Kluiter verteld heeft, het lucht en water worden er een, er is geen verschil meer. De stilte, grijs lucht en grijze water. Overweldigend in leegte en eenzaamheid.
Maar ook in een door mens amper aangeraakte schoonheid. Het kost niet veel verbeeldingskracht om uit de mist langzaam het kleine witgeschilderde bootje te zien verschijnen waarmee de vader van me­vrouw Kluiter-Bakker, een garnalenvisser op de Dollard, in het seizoen elke dag op zijn woning in Nieuw Statenzijl afkoerste. De opa en oma van mevrouw Bakker-Kluiter woonden in Fiemel (ten oosten van Termunten, bij Dallingeweersterweg, waar zich nog restanten bevinden van "Flakbatterie Termunten, een Duits bunkercomplex.

 

Opa Jurjen Bakker was ook garnalenvisser, een beroep dat zijn zoon Willem later heeft voortgezet. Jurj­en en zijn vrouw kregen samen kinderen, waarvan 4 jong zijn overleden, het laatste kind was geboren in 1912.

 

Een vergeeld artikeltje uit Winschoter Courant van hetzelfde jaar, bewaard door de kleindochter, vermeldt:in Termunterzijl schonk de vrouw van den vischerman J. Bakker gisteren het leven aan hun ne­gentiende kind..." en merkt nogal laconiek op: "Voorzeker een goede kroost".

 

De kinderen werden in regel vernoemd, zoals in die tijden gebruikelijk was, wat een schat opleverde aan simpele vondsten: heette vader of opa bijvoorbeeld Willem en werd er een meisje geboren, werd zij dan een Willempje, Jurjen zorg­de voor een Jurrientje en zo verder met Siempje en Roelfke.

 

"Amper kunnen wij ons vandaag de dag voorstellen, hoe zwaar het leven was toen van een gezin met negentien kinderen, waarvan de vader de kost heeft verdiend met seizoenswerk (een garnalenvisser is actief tussen half maart tot oktober/half november) en de rest van het jaar hoe dan ook de eindjes aan elkaar moest zien te knopen."

 

De ouders van mevrouw Kluiter-Bakker, hebben de zware levensstijl van hun ouders voortgezet. Willem Bakker, een van de twee garnalenvissers in Nieuw Statenzijl (en uiteindelijk overgebleven als de laatste), leefde van 1909 tot 1987. Hij viste met staande netten, zogenaamde kuilnetten, die bevestigd waren tus­sen steeds twee vurenhouten palen om vijf meter afstand van elkaar. De lengte van het net bedroeg meter met aan het eind een kuil, waar de garnalen in terecht kwamen. De netten worden gelegd bij op- of afgaand tij. Men kon dus vissen "over vloed" of "over eb", bij eb vissen betekende levende garnalen in de kuil, die geschikt waren voor menselijke consumptie, zeker in augustus en sep­tember, wanneer de garnalen "op dikte" zijn, bij vloed vissen waren de garna­len te lang in het net en niet meer geschikt voor menselijke consumptie. Deze werden dan gedroogd en verkocht voor dierenvoeding. Een handje gedroogde garnalen in het kippenvoer zorgde voor eieren met een dikke eierschaal, teveel echter verpestte de smaak van eieren die naar vis gingen smaken.

 

Uiteraard was Willem Bakker dagelijks bijgestaan door zijn vrouw. Buiten het onophoudelijk huishoudelijk werk, hielp zij ook mee in het bedrijf. Zij was het die het vuur onder de kookpot aanstak om de garnalen te koken, hielp om de garnalen op de droogplaten te krijgen, zij ging met consumptiegarnalen op pad om ze te verkopen aan de particulieren, een literblik garnalen kostte toen ongeveer een gulden. Buiten het seizoen nam zij bijvoorbeeld werk aan van een confectie bedrijf om geknipte pyjama's thuis op de naaimachine in elkaar te zetten. Soms kwam er een vreemde vangst terecht in de netten van de gar­nalenvisser. Zo is in 1943 een dood lichaam van een piloot liggend over een van de netten gevonden, een lugubere vondst. Andere keer is een enorme steur van 220 pond gevangen, deze was in Nederland niet te verkopen, werd dus s'avonds naar Emden gevaren en aan een Duitse handelaar voor driehonderd gulden verkocht, een fractie van het bedrag wat de kaviaar, echte zwarte goud, vandaag de dag zal opbrengen.

 

In 1963 was het bedrijf van Willem Bakker gesaneerd en zijn boot ging gedwongen uit de vaart. Er mag nu niet meer op garnalen worden gevist op de Dollard. De familie Bakker is daarna een aantal keren verhuisd. Willem overleed als eer­ste op 78-jarige leeftijd en pas vele jaren later, op haar 96-ste, heeft zijn vrouw hem gevolgd naar hun laatste rustplaats. Er zijn veel graven op de begraafplaats in Finsterwolde. Onder elk gedenksteen, groot of klein, nieuw of oud en scheefgezakt, schuilt een verhaal. Een verhaal over harde en mooie leven, een verhaal over weelde en armoede, over geluk en verdriet. Ik sta op de dijk van Nieuw Statenzijl, mijn ogen gericht op de woorden van Ede Staal, de getalenteerde troubadour van Oost-Groningen, en ik denk aan de woorden van de dochter van Willem Bakker: "Als ik verdrietig ben, of somber, of een belangrijk beslissing moet nemen, kom ik hiernaartoe voor antwoorden". En ik kan haar heel goed begrijpen.'

 

Bron:

 

Kamila Straatsburg Sajmerova, in Finderwolmer Proathörn, nr. 10, december 2014.

 

 


Deze pagina maakt deel uit van www.nazatendevries.nl.
Aan bovenstaande tekst is de uiterste zorgvuldigheid besteed. Desondanks kunnen er best fouten voorkomen.
Constateer je fouten en/of heb je vragen, correcties, aanvullingen...geef die dan even aan mij door via mijn E-mail adres.
Laat ook eens een bericht achter in het Gastenboek.
Hoogeveen, 23 febr. 2015.
Update: 17-01-2021.
Verhaalbewerking: © Harm Hillinga
.
Menu Artikelen.
Terug naar de HomePage.
Top