Oude kaart van de provincie Groningen.

Bij de afbeelding: Klik op de kaart voor een vergroting en op het

kruisje rechtsboven om deze weer te sluiten.

'In deze Provincie pleegt het op het land bij de geboorte van kinderen een algemeen gebruik te zijn, dat verscheidene, zoo niet alle vrouwen uit de nabuurschap der kraamvrouw daarbij tegenwoordig waren, of aanstonds na hare bevalling, daartoe genoodigd , tot haar kwamen. Dan werd er door dezelve niet alleen rijkelijk gegeten en gedronken, maar ook veel gepraat en dit was niet alleen voor de kraamvrouw lastig, maar bragt ook nu en dan zeer schadelijke gevolgen te weeg voor haren welstand. Vooral door de gepaste bemoeiingen der geneeskundigen, die kraamvrouwen bedienden, is het nu over 't geheel veel beter geworden, zoodat doorgaans slechts weinige vrouwen zich in de kraamkamer bevinden, of na de verlossing eener vrouw bij haar verzocht worden.


De gewoonte, dat naderhand bezoeken van eenige vrouwen bij de dezelven plaats hebben, en dat men zoogenaamde kraamvisiten houdt, tot welke die worden genoodigd kan ik niet afkeuren zoo maar daarbij alles ordenlijk toegaat, en dan vooral niet te veel sterke drank gebruikt wordt. Gaarne zou ik echter zien, dat, meer dan gewoonlijk plaats heeft, welbemiddelde vrouwen, die van eene geringere klasse, welke in ’t kraambed liggen, bezochten, en haar dan iets tot verkwikking en ondersteuning toebragten, of althans dit aan haar lieten bezorgen.

 

 

 

 

Wanneer de kinderen gedoopt worden hebben hier doorgaans geene bezoeken bij derzelver ouders plaats. Maar bij zulk eene gewigtige gelegenheid, dat dezelve worden ingelijfd in de Christelijke gemeente, zou het, dunkt mij, zeer wel voegen, dat de naaste bloedverwanten door de ouders der gedoopten ten hunnen huize verzocht worden, om aldaar den namiddag en avond door te brengen. Eenvoudig en onkostbaar moest dan het onthaal der gasten zijn, althans niet tot wezenlijk bezwaar voor de ouders strekken, en de kraamvrouwen geene moeite veroorzaken, die hare gezondheid kan benadeelen.

Bij het sluiten van huwelijken gaat het hier te lande over 't algemeen zeer stil toe. Zij, die zich daardoor aan elkander willen verbinden, gaan meestal alleen van hunne ouders vergezeld, ook wel, als dit niet noodig is, zonder dezelve, of zoo die er niet zijn, geheel alleen naar het Gemeentehuis, om te trouwen naar burgerlijke wet. Als dit geschied is, begeeft men zich naar huis, en heeft er geen onthaal van de naastbestaanden plaats, en evenmin eene kerkelijke inzegening van het geslotene huwelijk. Grootelijks ware het te wenschen, dat die inzegening algemeen, bij alle jong getrouwden, gebeurde; terwijl het huwelijk zulk eene gewigtige verbindtenis is, dat het voegt, dezelve door eene godsdienstige plegtigheid te heiligen, en daardoor bij pas gehuwden en anderen, die er bij tegenwoordig zijn, goede indrukken, voornemens en gezindheden, om zich in den echt pligtmalig te gedragen, kunnen verwekt worden. Het zou ter bevordering daarvan geschikt zijn, dat de H. H. Burgemeesters te lande geene huwelijken sloten, dan op zondagen, aanstonds na de voormiddags-godsdienst, wanneer bij de namiddags-godsdienst de kerkelijke inzegening daarvan kon geschieden. Ofschoon het houden van groote bruiloften, dat te voren bij meer aanzienlijken in dit gewest in zwang was, wegens de dikwijls bezwarende kosten en de ongeregeldheden, die daarbij somtijds voorvielen, afkeuring verdient, zou ik toch gaarne wenschen, dat na het sluiten van eene echtverbintenis de wederzijdsche naaste vrienden der getrouwden bijeen kwamen, een matig onthaal genoten en daarbij onderling vrolijk waren. Dit acht ik zeer gepast, omdat die vrienden door zulk een huwelijk in eene betrekking tot elkander komen, die te voren niet plaats had, en daardoor kunnen opgewekt worden, om in eene goede verstandhouding met elkander te leven, en alzoo het geluk en genoegen der nieuw-verbondenen te bevorderen. Bij de stemming van het gemoed dier getrouwden tot blijdschap over hunne vereniging, past het zeker ook, dat anderen zich met hen verblijden, vooral hunne naaste vrienden, ouders, broeders, zusters. Wanneer het sluiten van een huwelijk zoo stil afloopt, als nu in vele oorden van deze Provincie, dat er geenen aan het huis, waarin de jong-gehuwden zich bevinden, genoodigd worden en daar geen 't minste vreugdebetoon plaats grijpt; dan is het waarlijk of het huwelijk eene verbindtenis van weinig belang is.

Dat er hier op het land algemeen uiterlijke teekenen van rouwe over afgestorvene vrienden gedragen worden schijnt mij niet die berisping te verdienen, welke sommigen daaraan geven. Het is zoo: de ware rouw bestaat niet in het kleed, maar heeft in het hart plaats, en vaak maakt men eene vertooning van droefheid over het verlies van afgestorvenen, door het dragen van een zwart gewaad, terwijl men inderdaad geene droefheid daarover gevoelt. Maar het komt mij toch gepast voor, dat echtgenooten, ouders en kinderen, broeders en zusters over elkander rouw dragen. Zij zijn wezenlijk treurig over het gemis, dat zij ondergaan hebben, dan is dit voor hen eene behoefte, en willen zij door die uiterlijke rouwteekenen gaarne aan dat verlies worden herinnerd. Maar naar mijn inzien ware het te wenschen, dat het rouwdragen zich niet verder uitstrekte, dan ik zoo even te kennen gaf, en dat het dus niet meer gebeurde wegens den dood van grootouders, oomen en moeijen, neven en nichten. Vele kosten konden toch daardoor bespaard worden, die niet weinigen moeijelijk vallen. Wegens het bezwaar van het dragen van rouwkleederen voor menig huisgezin voor de beurs, ware het ook goed, dat kinderen, die in het opwassen zijn, niet in een geheel nieuw rouwgewaad werden gestoken, maar slechts een zwart lint of iets dergelijks, als een rouwbewijs droegen. Ook mogt daarom wel het dragen van rouw over jonge kinderen, b. v. beneden de 10 jaren op het land geheel afgeschaft worden.

 

Maar ik heb vooral veel tegen de begrafenis-maaltijden, hier uitigsten genoemd, zoo als dezelve in deze Provincie algemeen gehouden worden, omdat zij veelal te omslagtig en te kostbaar zijn. Niet zelden worden daardoor groote kosten gedaan, die men zeer bezuren moet, en bezwarend zijn die voor menigeen, vooral als een huisvader en kostwinner overleden is, voor deszelfs weduwe en kinderen. Velen is het ook, vooral bij bittere verliezen, hoogst onaangenaam, dat zij, om het gebruik te volgen, zoo vele bestellingen over den maaltijd moeten maken, waartoe zij in hunne omstandigheden zoo weinig lust hebben. Men noodigt vaak tot die maaltijden te velen, ook zulken, die op de overledenen weinig of geene belrekking hadden, en daar deze dan over het sterfgeval, 't welk plaats vond, in 't minst niet bedrukt zijn, begeeft men zich wel tot zulke drukke en luidruchtige gesprekken, dat het er meer naar gelijkt, als of er een vreugdemaal, dan een treurmaal werd gehouden. Ter vermijding van vele onnoodige uitgaven en tevens ter bevordering van betamende stille onder de genoodigden aan een sterfhuis, zou mijns inziens het volgende zeer gepast zijn. Kleine kinderen moesten niet anders, dan bij avond laat, en zonder klokkengelui ter aarde besteld worden, en dan slechts de naaste naburen aan het sterfhuis genoodigd, om daar eenigen drank te gebruiken: gelijk in Vriesland veelal de gewoonte is.

 

Anderen moest men begraven, niet gelijk hier thans geschiedt, tegen den middag; maar 's namiddags te twee uur, en dan moest er bij de terugkeering in het sterfhuis, aan de genoodigden niets worden aangeboden, dan koffij of thee, benevens pijpen en tabak voor de manspersonen. Geene anderen moest men ook ter bijwoning der begravenissen verzoeten, dan de naaste bloedverwanten en vrienden, eenige weinige naburen en de Predikanten, die dan (in plaats van nu bij de maaltijden gebeden te doen) vóór bet wegdragen van het lijk, of bij de wederkomst van het graf aan het sterfhuis, gepaste aanspraken konden houden, om de aanwezenden bij hunne sterfelijkheid, te bepalen, en tot het behartigen van de onzekerheid huns levens aan te sporen; gelijk ook, om de treurenden te troosten en tot onderwerping aan Gods bestuur op te leiden.


Maar," denkt misschien de een of ander, “dat zou bezwaarlijk geschieden kunnen, omdat dikwijls vrienden van eenen overledenen van andere plaatsen, somtijds op eenige uren afstands, tot eene begravenis moeten komen, voor welken de tijd, om aan het sterfhuis te verkeeren, dan zeer kort zou zijn, vooral in den wintertijd." Ik antwoord op die bedenking, dat zulke vrienden, ja ook zelfs anderen, in de nabijheid wonende, wel konden verzocht worden, om reeds vóór den middag aldaar te verschijnen, maar dan moest, ter vermijding van kosten en omslag, des middags een zeer eenvoudig koud maal genuttigd worden, van roggen- en wittebrood, beschuiten, boter en kaas, waarbij de welbemiddelden ook nog ham, rookvleesch of ander koud vleesch zouden kunnen voegen.


Ik weet wel, dat het doorgaans moeite kost, in plaats van oude gewoonten, nieuwe, die men beter acht, in te voeren. Niemand bijna wil daarin de eerste, en een voorganger voor anderen zijn, om daarover niet door velen bepraat te worden, in 't bijzonder wanneer daarbij bezuinigingen plaats hebben, daar men niet voor karig of gierig wil worden uitgekreten. Maar wanneer de voornaamste inwoners van eene plaats zich gezamenlijk verbonden, om in voorkomende gevallen van het algemeen gebruik af te wijken en eene betere inrichting te maken, en daaromtrent stipt hun woord hielden, zonder zich daarover te bekreunen, wat de menschen dan wel zouden zeggen: zoo twijfel ik niet, of zij zouden daarin weldra navolgers vinden, en langzamerhand zou men verkeerde gewoonten geheel zien ophouden'.

 

 

 

Bron:

Groninger Volks-Almanak voor 1841, vijfde jaargang te Groningen bij J. Oomkes
Woordelijk overgenomen, inclusief oude spelling.

 

 

Deze pagina maakt deel uit van www.nazatendevries.nl.
Aan bovenstaande tekst is de uiterste zorgvuldigheid besteed. Desondanks kunnen er best fouten voorkomen.
Constateer je fouten en/of heb je vragen, correcties, aanvullingen...geef die dan even aan mij door via mijn E-mail adres.
Laat ook eens een bericht achter in het Gastenboek.

 

 

Hoogeveen, 15 oktober 2015.
Update: 8 augustus 2020.
Verhaal: © Harm Hillinga
.
Menu Artikelen.
Terug naar de HomePage.
Top